Welkom op de blog van Natuurvereniging DEN BUNT. Onze vereniging is gestart in 1981 en bestaat nu dus meer dan 40 jaar en telt ruim 200 leden in de Kempense regio. Alles wat te maken heeft met milieu, natuur en natuurfotografie, activiteiten van onze vereniging...enz. vind je terug op deze blog. En deze blog is er voor en door de leden. Wil je een bericht plaatsen, dan kan dat door mij een mailtje te sturen met de te plaatsen tekst en foto's. Volg ons ook op onze Facebookpagina.
Een mooie groene hoek wordt in Vichte gevormd door de 12de eeuwse Sint-Stefanuskerk vanwaar een dreef met geknotte oude eiken leidt naar Park Beukenhof. Hier ontwikkelde Natuurpunt ook een vlindertuin.
Het Oud Kasteel van Vichte moet niet onderdoen in schoonheid verscholen tussen grote bomen.
Het edelhert is het grootste landzoogdier in de Benelux. Het mannetje staat bekend om zijn indrukwekkende vertakte gewei en de luide paringsroep, het zogenaamde "burlen".
Een volgroeid mannetje heeft een schofthoogte tot wel 1,3 meter en weegt tussen de 150 en 220 kilo. De vrouwtjes (hinden) zijn een stuk kleiner en hebben geen gewei. Hun vacht is roodbruin in de zomer en grijsbruin in de winter.
Alleen de mannetjes dragen een gewei, dat ze elk jaar aan het begin van de lente afwerpen en direct weer begint aan te groeien. Naarmate het dier ouder en sterker wordt, krijgt het gewei meer vertakkingen. Ze leven voornamelijk in grote bos- en heidegebieden. In België komen ze veelvuldig voor in de uitgestrekte bossen van de Ardennen. Edelherten leven het grootste deel van het jaar in gescheiden groepen (roedels): hinden met hun kalveren, en aparte mannengroepen.
Het absolute hoogtepunt in het jaar van het edelhert is de bronstperiode (september tot oktober). Tijdens deze paartijd proberen de mannetjes een roedel hinden te veroveren en te verdedigen tegen rivalen. Ze doen dit door luidruchtig te burlen—een diep, brullend geluid dat kilometers ver te horen is—en door indrukwekkende schijngevechten of echte duels waarbij de geweien hard tegen elkaar kletteren.
Om hun territorium af te bakenen en andere mannetjes af te schrikken, rammen en vegen ze met hun gewei wild door de begroeiing en over de grond. Hierbij blijft het losgewroete gras parmantig in de takken van hun gewei hangen. Het maakt hun silhouet nóg groter en angstaanjagender voor concurrenten. Het gras is dus het resultaat van puur machtsvertoon en versiergedrag om te mogen paren!
Tijdens de bronst gieren de hormonen door het lijf van het hert. Tegelijkertijd rollen de herten vaak in modderpoelen die gemengd zijn met hun eigen urine. Door met het gewei door de begroeiing te woelen, verspreiden ze deze sterke geurstoffen extra goed in de omgeving.
Edelhert (Fotografie: Roger DAMEN)
Klik op de "play-knop" om het filmpje te starten (MP4 - Geluid aan) Klik daarna op de twee pijltjes onderaan rechts om beeldvullend te bekijken.
De vos, ook wel bekend als de gewone of rode vos, is een van de grootste roofdieren uit de familie van de hondachtigen die nog in het wild voorkomen in de Benelux. Het is een uiterst intelligent dier met een enorm aanpassingsvermogen, waardoor hij zowel in dichte bossen als in de randen van drukke steden succesvol overleeft. Een volwassen vos heeft een schouderhoogte van 35 tot 40 centimeter. Het gewicht varieert meestal tussen de 5 en 14 kilo, waarbij mannetjes (rekels) gemiddeld iets zwaarder zijn dan vrouwtjes (moeren). Vossen zijn voornamelijk actief tijdens de schemering en 's nachts. Overdag trekken ze zich terug op een beschutte rustplaats, zoals in dichte struiken of in een ondergronds vossenhol.
Vos (Fotografie: Roger DAMEN)
Klik op de "play-knop" om het filmpje te starten (MP4) Klik daarna op de twee pijltjes onderaan rechts om beeldvullend te bekijken.
De das is het grootste inheemse landroofdier in België en Nederland na de wolf. Het is een indrukwekkende marterachtige met een zeer herkenbare zwart-wit gestreepte kop en een gedrongen, stevig lichaam. Rond 1960 was de das in onze regio bijna uitgestorven door vervolging en jacht. Dankzij strenge bescherming en de aanleg van dassentunnels gaat het inmiddels weer een stuk beter met de populatie. Vandaag de dag is het autoverkeer de grootste bedreiging voor de das….. en dat is duidelijk te zien op bijgaande foto’s van Roger DAMEN !!
De grote zilverreiger is een grote, indrukwekkende witte vogel uit de familie van de reigers. Deze statige vogel was halverwege de 19e eeuw bijna uitgestorven door de jacht op zijn fraaie sierveren, maar is inmiddels weer een vertrouwde verschijning geworden in het Nederlandse en Belgische landschap. Met een lengte van 80 tot 104 centimeter en een spanwijdte tot wel 1,7 meter is hij vrijwel even groot als de bekende blauwe reiger. Buiten het broedseizoen heeft de vogel een gele snavel en zwarte poten. In de broedtijd kleurt de snavel deels zwart en de basis groenachtig. De grote zilverreiger leeft vooral in rietmoerassen, sloten, weilanden en langs open oevers.
Wie vaak in het bos komt, is het vast niet ontgaan dat de tamme kastanjes weer voor het oprapen liggen. Deze kastanjes zijn bekend omdat ze eetbaar zijn. Je kunt ze onderscheiden van andere kastanjes door (onder andere) hun bolster, die veel meer stekels heeft. Vergeet dus geen (tuin)handschoenen als je tamme kastanjes wilt rapen! Niet alleen mensen eten graag kastanjes, ook eekhoorns, gaaien, kraaien, muizen en wilde zwijnen weten de tamme kastanje te vinden.
Provincie Antwerpen stelt bevercoördinator aan: "Beslissen of dam al dan niet verwijderd moet worden"
Omdat de bever een Europees beschermde diersoort is, mogen de dieren en hun dammen niet zomaar verstoord of verwijderd worden. De provincie Antwerpen zet daarom specialebevercoordinatorenin om per situatie te bekijken hoe mens en natuur harmonieus kunnen samenleven.
Klik op volgende link : bevercoördinatoren om het RTV-nieuwsbericht te bekijken (Geluid aan)
Het vlasbekje, ook wel vlasleeuwenbek genoemd, is een zeer algemene, inheemse vaste plant die behoort tot de weegbreefamilie. De plant dankt haar naam aan de smalle, grijsgroene bladeren die sterk lijken op die van een jonge vlasplant, in combinatie met de bloemvorm die op een 'bekje' lijkt. De plant wordt 30 tot 90 centimeter hoog. Ze bloeit van juni tot in de herfst (oktober) met dichte trossen. De opvallende bloemen zijn felgeel met een oranje vlek op de onderlip. Dit oranje deel dient als honingmerk om insecten de weg te wijzen naar de nectar. De bloem heeft aan de achterkant een opvallend spoor van 1 tot 1,3 cm lang waarin de nectar zit. Opvallend veel te zien langsheen het Buntpad.
In ’t Sluis te Mol duiken we even terug in de Kempen van weleer! Een vergeten oude dwarsschuur is ontdekt, afgebroken en weer opgebouwd tot een “lemen juweel”. Via Google AI hebben we een persbericht van de Gemeente Mol gevonden waarin de geschiednis van de heropbouw en restauratie nauwkeurig wordt uitgelegd.
Klik op onderstaande afbeelding om dit document te downloaden en lezen.
Bezoek aan de historische Kempische dwarsschuur“De Luyckenaar” Zaterdag 3 oktober 2026
In ’t Sluis te Mol duiken we even terug in de Kempen van weleer! Een vergeten oude dwarsschuur is ontdekt, afgebroken en weer opgebouwd tot een “lemen juweel”. Jonas en zijn vader hebben deze klus geklaard. Waar het hart van vol is, loopt de mond van over! Met de nodige beelden een indrukwekkend verhaal. Jonas maakt ook een wandeling door het “coulisselandschap” van ’t Sluis; nog maar pas werd hij er opgeschrikt door een ever.
Klik op de "play-knop" om het filmpje te starten (MP4) Klik daarna op de twee pijltjes onderaan rechts om beeldvullend te bekijken. Fotografie: Roger DAMEN - Jef ADRIAENSEN - Karel VERBRUGGEN
Europese bidsprinkhaan (VTM-Nieuws – Dinsdag 15 september 2026)
De Europese bidsprinkhaan komt nu aanzienlijk vaker voor in ons land. Tot voor kort was het insect een absolute zeldzaamheid in België, maar door de opwarming van het klimaat heeft de soort zich in snel tempo naar het noorden uitgebreid.
De combinatie van steeds warmere zomers en mildere winters creëert een ideaal leefgebied. Hierdoor kunnen de eitjes de winter goed overleven en kunnen volwassen exemplaren op warme zomerdagen tientallen kilometers vliegen om nieuw terrein te ontdekken.
Oorspronkelijk leefde de bidsprinkhaan alleen in het uiterste, warmste zuiden van het land (rond de Viroin). Inmiddels heeft het insect zich stevig gevestigd, met name in Limburg (zoals op de Mechelse Heide en Ten Haagdoornheide). Tegenwoordig duiken ze zelfs op in stedelijke gebieden en gewone achtertuinen.
De vuurlibel is een opvallende, felrode libel die behoort tot de familie van de korenbouten. Oorspronkelijk is dit een zuidelijke soort, maar door de klimaatopwarming is hij inmiddels vrij algemeen geworden in België en Nederland. Het is een middelgrote libel met een lengte tussen de 36 en 45 millimeter. Ze is nog te zien tot begin oktober.
De mannetjes zijn direct te herkennen aan hun intense, felrode kleur. Niet alleen het brede, afgeplatte achterlijf is rood, maar ook de ogen, de borst en zelfs de poten zijn vuurrood. De basis van de achtervleugels heeft een grote saffraangele vlek. De vrouwtjes zijn een stuk minder opvallend en hebben een bruingele kleur met een donkere rugstreep. Ze hebben bruine ogen en een opvallende lichte streep op het rugschild.
Kleine vuurvlinder - Lycaena phlaeas – Small copper
De kleine vuurvlinder, een vrij kleine vlinder zoals de naam al aangeeft, vliegt hier in drie generaties. Vliegend is hij moeilijk te herkennen, maar van zodra hij gaat zitten, opent hij zijn vleugels en maakt de warme oranje kleur snel duidelijk om wie het hier gaat.
De kleine vuurvlinder vliegt van april tot begin november, dit in 2 of 3 generaties. Van april tot midden juni vliegt de eerste generatie, van begin juli tot begin oktober krijgen we de tweede generatie te zien. Wanneer het erg warm is, kan er ook nog een derde generatie vliegen vanaf eind augustus tot begin november.
Kleine vuurvlinder (Alle foto's: Karel VERBRUGGEN)
Kaasjeskruid en tuinkaasjeskruid zijn in de basis biologisch gezien dezelfde plantensoort, namelijk Malva sylvestris (Groot kaasjeskruid). De term 'tuinkaasjeskruid' wordt in de praktijk gebruikt om gekweekte varianten en siervormen (cultivars) van deze plant aan te duiden, terwijl 'kaasjeskruid' meestal verwijst naar de wilde, inheemse plant.
De havik is een van de meest efficiënte en krachtige roofvogels in onze bossen en open velden. Hij staat bekend om zijn explosieve jachtstijl, brede menukeuze en specifieke gedrag zodra hij een prooi heeft gevangen.
Haviken zijn opportunistische jagers die prooien kunnen overmeesteren die net zo groot of zelfs groter zijn dan zijzelf. Populaire prooien zijn houtduiven, stadsduiven, kraaiachtigen (zoals kauwen, eksters en zwarte kraaien), lijsters en spreeuwen. Ook grotere watervogels zoals eenden en zelfs ganzen (zoals de brandgans) worden door haviken gepakt.
De verrassingsaanval (Bos): Vanuit een verborgen uitkijkpost tussen de bomen loert hij op zijn prooi. Dankzij zijn korte, brede vleugels en lange staart is hij extreem wendbaar en kan hij met een enorme acceleratie rakelings langs takken vliegen om een prooi te overrompelen.
De stootduik (Open veld): Vanaf grote hoogte laat de havik zich als een steen naar beneden vallen om een prooi in de lucht of op de grond te slaan.
Een havik eet zijn prooi bijna nooit met veren of haar en al op. Hij brengt het dier naar een beschutte plek op de bosbodem of een dikke tak (een 'plukplaats'). Daar plukt hij systematisch alle grote slag- en staartpennen en de borstveren uit het karkas. In het bos kun je deze plukplaatsen makkelijk terugvinden.
Deze prachtige filmfragmenten zijn gefilmd door Wim MARTENS. Klik op de "play-knop" om het filmpje te starten (MP4) Klik daarna op de twee pijltjes onderaan rechts om beeldvullend te bekijken.
't Burreken is een van de meest schilderachtige en biologisch waardevolle natuurgebieden in de Vlaamse Ardennen. Dit glooiende reservaat van 35 hectare ligt verspreid over de gemeenten Brakel, Maarkedal en Horebeke. Het gebied wordt beheerd door Natuurpunt en biedt een unieke afwisseling van holle wegen, kleinschalige weitjes met knotwilgen en dichte bossen. Het is bovendien een van de weinige plekken in Vlaanderen waar de zeldzame en bedreigde vuursalamander leeft.
Het Kasteel van Lilare is een historisch kasteel in Sint-Maria-Oudenhove, een deelgemeente van de Oost-Vlaamse gemeente Brakel. Het domein kent een rijke geschiedenis die teruggaat tot de middeleeuwen.
In 1933 kwam het domein in handen van de Zusters van Sint-Franciscus van Opbrakel en sinds 1938 wordt het kasteel gebruikt als school, internaat, klooster en kapel. Het park is dan ook privégebied wegens de schoolwerking, maar via de Kasteeldreef kun je het poortgebouw van buitenaf bewonderen.
Roger DAMEN ging er eind september op wandel en bezorgde ons een reeks mooie foto’s. Klik op de "play-knop" om het filmpje te starten.
Klik daarna op de twee pijltjes onderaan rechts om beeldvullend te kijken.
Kolibrievlinder geniet van de laatste warme dagen….
Een paar dagen geleden kon je op onze blog een bericht vinden waaruit bleek dat alle trekvlinders omstreeks deze tijd terug zuidwaarts trekken waaronder ook de kolibrievlinder.
Maar dinsdag 29 september kon Marleen VAN WOLPUTTE in haar tuin er nog eentje fotograferen (misschien de laatste?) en dat kan natuurlijk want de temperaturen waren de voorbije dagen nog uitzonderlijk hoog voor deze tijd van het jaar.
Kolibrievlinder (Alle foto's: Marleen VAN WOLPUTTE)
De segrijnslak is een van de meest voorkomende huisjesslakken in ons land. Hoewel hij oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied komt, is hij hier inmiddels volledig ingeburgerd en een bekende verschijning in tuinen en parken. Het huisje is bruinachtig met een ruw, "gekreukeld" oppervlak (vandaar de naam "segrijn", wat een type leer betekent). Het heeft vaak donkere vlekken of onregelmatige banden. Het huisje is meestal 2,5 tot 4 cm groot. Ze zijn vooral 's nachts en bij vochtig weer actief. In de winter kruipen ze diep weg voor een winterslaap. Het zijn herbivoren die dol zijn op jonge groene planten, wat ze soms minder geliefd maakt bij tuiniers.
Er zijn verschillende soorten varens die op muren groeien. De muurvaren (Asplenium ruta-muraria) is een kleine, wintergroene varen die je in de stad vooral tegenkomt in de voegen van oude, kalkrijke muren. Oorspronkelijk komt de plant uit kalkrijke berggebieden, maar hij heeft zich perfect aangepast aan het leven op bakstenen en mortel. Ook de schubvaren en de steenbreekvaren (geen echte soort muurvaren) groeien op muren.
In het nieuws van VTM is er recent bericht over een massale plaag van miljoenen coloradokevers die verschillende Kempense gemeenten, waaronder Kasterlee (specifiek de deelgemeente Tielen), overspoelt.
De kevers zijn massaal opgedoken in een woonwijk van Kasterlee en zijn vermoedelijk afkomstig van een nabijgelegen aardappelveld van zo'n 6 hectare nadat de landbouwer daar het loof heeft bespoten. Doordat hun natuurlijke voedselbron plots verdween, is de massa kevers richting de tuinen en woningen getrokken.
De atalanta maakt zich rond deze tijd klaar voor een behoorlijke trip naar het zuiden. Als je er nu nog eentje ziet rondfladderen, is de kans groot dat die richting Spanje of Zuid-Frankrijk vliegt. Het zijn namelijk echte trekvlinders die duizenden kilometers kunnen afleggen om de kou te ontvluchten. Maak ook kennis met onze andere trekvlinders: de atalanta, distelvlinder, oranje luzernevlinder, gamma-uil en kolibrievlinder.
Wim MARTENS bezorgde ons lang geleden (begin september 2020) onderstaande foto’s van het witgatje die gemaakt werden aan de “Kattesteertvijver” in het Prinsenpark te Retie.
Het witgatje is een steltloper die niet bij ons broedt, maar tijdens de trek na het broedseizoen wel hier langskomt. En dan niet aan zee, want het is een zoetwaterliefhebber en echt een vogel van het binnenland. In augustus/september heb je de beste kans om witgatjes te zien. Als enkeling of in kleine groepjes zijn ze te vinden in natte gebieden en zelfs bij de kleinste plasjes. Als er maar ondiep water en lekker zachte slikrandjes zijn, waar ze naar insecten pikken. Als je te dichtbij komt, vliegen ze al roepend op: tjuwiet-wjiet-wjiet! Hun donkere kleed contrasteert dan goed met de witte stuit: witgat dus.
Fietstocht - Zaterdag 19 september 2026 Gids: Nancy
Fotografie: Roger DAMEN Klik op de "play-knop" om het filmpje te starten. Klik daarna op de twee pijltjes onderaan rechts om beeldvullend te kijken. Klik eventueel op de "pauze-toets" om lange teksten te lezen.
De argusvlinder is een middelgrote dagvlinder uit de onderfamilie van de zandoogjes. Deze opvallende, oranjebruine vlinder dankt zijn naam aan de kenmerkende oogvlekken ('argusogen') op de vleugels, die dienen om vijanden te misleiden. Hoewel de soort voorheen zeer algemeen was in België, is de argusvlinder sinds 1990 ernstig achteruitgegaan. De populatie is inmiddels met maar liefst 98 procent afgenomen, waardoor de soort nu als 'bedreigd' op de Rode Lijst staat. Je kunt de argusvlinder aantreffen van april tot eind oktober …. en Roger heeft er alvast een gespot !
Argusvlinder op akkerdistel (Alle foto's: Roger DAMEN)
De steenuil is de kleinste uilensoort in Vlaanderen. Met een grootte van amper 21 tot 25 centimeter is hij niet veel groter dan een merel. Ondanks zijn compacte formaat heeft hij een opvallend, streng uiterlijk dankzij zijn brede, platte kop, felgele ogen en doordringende witte wenkbrauwstrepen.
In onze regio's is hij volledig aangepast aan het kleinschalige, halfopen landschap. Je vindt hem vooral aan dorpsranden en in agrarische gebieden. Houtwallen, heggen en knotwilgen zijn essentieel. Ze dienen als schuilplaats en als uitkijkpost om te jagen. Hij broedt bij voorkeur in holtes. Oude knotwilgen, hoogstamboomgaarden, kapschuren of speciale uilenkasten op rustige boerenerven zijn favoriet.De steenuil jaagt vaak op de grond. Hij heeft daarom nood aan kort gras, zoals in intensief begraasde weilanden, gazons of boomgaarden.
Steenuil in zijn biotoop (Fotografie: Roger DAMEN)
Klik op de "play-knop" om het filmpje te starten Klik daarna op de twee pijltjes onderaan rechts om beeldvullend te kijken.
Op veel plekken kan je er de afgelopen periode niet omheen: wolken wit pluis van uitgebloeide akkerdistels, die ook de andere vegetatie bedekken. Het pluis vormt het vervoersmiddel voor de vruchten (nootjes) van de plant. Voor zaad etende vogels als putters, groenlingen en mussen zijn de oliehoudende zaden een ware traktatie. Bloeiende akkerdistel vormt een belangrijke nectarbron voor allerlei insecten als vlinders, bijen en (zweef)vliegen. Andere soorten gebruiken de pioniersplant als waardplant voor hun eitjes, denk aan de distelvlinder. Hoewel het bekendstaat als een lastpak in akkers, is de akkerdistel een aanwinst voor onze inheemse natuur.
De zwarte toorts is een inheemse, meerjarige vaste plant die ondanks zijn naam juist opvalt door zijn heldergele bloemen met paarswollige meeldraden. De naam 'zwarte' dankt de plant aan de donkerpaarse tot zwarte kleur van de stengels en bladstelen.
De bloeiperiode loopt van juni tot en met september. De bloemen worden gemiddeld 60 tot 120 centimeter hoog en het zijn ook echte bijen- en vlindermagneten. Ze groeien het best op een zonnige, droge tot matig vochtige plek maar de plant stelt weinig eisen aan de bodem.
De kwartel is een kleine, schuwe vogel uit de familie van de fazantachtigen. Het is een bijzonder dier, omdat het de enige echte trekvogel is binnen de orde van de hoendervogels. In de natuur laten ze zich zelden zien, maar hun karakteristieke geluid is in de zomermaanden af en toe te horen Ze zijn erg klein en gedrongen, ongeveer ter grootte van een spreeuw (circa 17 centimeter lang ). Ze hebben een onopvallend, gecamoufleerd aardekleurig en bruin gestreept verenkleed met een lichte oogstreep. Ze zijn in ons land te zien van mei tot en met september.
De grote zeefwesp is een solitaire graafwesp die behoort tot de familie Crabronidae. Het is een nuttig en fascinerend insect dat in Nederland en België voorkomt. De soort dankt haar opvallende naam aan de unieke anatomie van de mannetjes. : Je kunt ze zien vliegen van juni tot september, met een piek in de hoogzomer.
Ze hebben een zwart lichaam met uitgebreide gele banden op het achterlijf en enkele gele vlekken op het borststuk.Met een lengte van 9 tot 16 millimeter is dit de grootste van de drie zeefwespensoorten in de Lage Landen. Mannetjes hebben opmerkelijke, schildvormig verbrede voorpoten die op een zeef of vergiet lijken. Ze gebruiken deze structuren om het vrouwtje tijdens de paring vast te houden.
Zijn er in september ook nog nachtvlinders te zien?
Ja, er zijn op dit moment zeker nog nachtvlinders te zien. Omdat de avonden nu sneller donker worden, hoef je niet tot diep in de nacht op te blijven; vaak kun je vanaf een uur of negen 's avonds al volop activiteit waarnemen. Bovendien zijn nachtvlinders het hele jaar door aanwezig. Een populaire methode in september is het smeren van een zoet mengsel (zoals stroop met alcohol) op boomstammen. Nachtvlinders komen hier met hun roltong van drinken.
Het hazenpootje (klaversoort) bloeit zowat de ganse zomer tot de herfst….maar de zaadjes ervan zijn ook nu nog goed te zien. Ze zijn te vinden op zonnige, open plekken, het liefst op zandgrond. Bijvoorbeeld in duinen en heidegebieden. Maar ze staan ook vooral graag op plekken waar gerommeld wordt, zoals op akkers en in wegbermen. De bloemen van het hazenpootje zijn zachte, grijze bolletjes. Daarin zitten kleine vlinderbloemen, net als bij klaver. Maar de bloemen worden omgeven door grijze haren. Als je goed kijkt zie je dat de bloemetjes wit zijn. De grijze haren groeien aan de uitgegroeide kelkbladeren, die rood zijn. Hoe dan ook, ze zijn echt om te aaien !
Onlangs ben ik nog eens wat foto’s gaan maken in de kijkhut van de Kattesteertvijver in het Prinsenpark te Retie. Na de felle droogteperiode was er nu toch al weer wat water voor steltlopers maar voor duikeenden was het nog te ondiep. De kleine zilverreiger en de grauwe gans waren wel van de partij. De kleine zilverreiger is druk bezig met foerageren…. maar welke prooi hij vangt is helaas niet duidelijk te zien.
Roger DAMEN
Klik op de play-knop om het filmpje te starten (MP4) Klik daarna op de 2 pijltjes onderaan rechts om beeldvullend te kijken.
Graag willen we nog eens herinneren aan de fietstocht van zaterdag 19 september. Inschrijven kan nog tot zondag 13 september.... maar doe het vandaag nog!
Omwille van de weersomstandigheden (te warm!) werd de fietstocht uitgesteld tot zaterdag 19 september.
Klik op onderstaande afbeelding om de omzendbrief nog eens na te lezen (Pdf)
De nieuw geplaatste oostelijke paal van de geodetische basis van de Kempen. 19 jaar na de aanrijding, zeg maar zatte vernieling, is er terug een replica geplaatst. De officiële inhuldiging moet nog een datum krijgen.
(Lees de tekst van het infobord als je meer wil weten)
Arenden zijn indrukwekkende vogels. De zeearend, bijvoorbeeld, wordt niet voor niets ook wel de ‘vliegende deur’ genoemd. Deze naam dankt de zeearend aan zijn formaat. In vlucht bedraagt de spanwijdte van de uitgestrekte vleugels maar liefst 180 tot 244 centimeter, echt de lengte van een deur dus. Na honderden jaren afwezigheid is de zeearend sinds 2023 officieel terug als broedvogel in Vlaanderen (Natuurgebied “De Blankaart” in Woumen. Zeearenden eten vooral vis die vlak onder het wateroppervlak wordt gevangen. Ze eten ook watervogels, zoals eenden, koeten en jonge ganzen, en in mindere mate zoogdieren als haas. Verder eten ze ook wel aas, vooral als er in de winter ijs ligt.
Onderstaande foto’s zijn gemaakt door Roger DAMEN (19/05/2024)
Onlangs gingen we met Jef wandelen in natuurgebied Klein Verkallen in Mol. Kon je er toen niet bij zijn…. of wil je nog meer heidegebieden ontdekken?
Dat kan want In Vlaanderen en Nederland vind je prachtige heidereservaten, unieke natuurgebieden die gekenmerkt worden door uitgestrekte paarse vlaktes, zandverstuivingen en zeldzame flora en fauna. Omdat de heide een cultuurlandschap is, vereist het actief beheer (zoals begrazing door Kempische heideschapen of gecontroleerd branden) om te voorkomen dat het dichtgroeit met bos. Hierbij alvast enkele mooie foto’s van heidegebieden in onze regio.
Averbode Bos en Heide (Foto: Karel VERBRUGGEN)
Cartierheid - Hapert NL (Foto: Karel VERBRUGGEN)
Klein Verkallen in Mol (Foto: Karel VERBRUGGEN)
Malpieven in Valkenswaard (Foto: Karel VERBRUGGEN)
Mechelse Heide in Maasmechelen (Foto: Karel VERBRUGGEN)
In België en Nederland komen van nature geen inheemse schildpadden meer voor. Toch kun je in onze natuur regelmatig schildpadden zien zonnen op oevers van vijvers en kanalen. Dit zijn bijna altijd exotische waterschildpadden die door eigenaren zijn losgelaten of ontsnapt. De overgrote meerderheid (>95%) van de waarnemingen betreft Noord-Amerikaanse soorten:
- Roodwangschildpad: De bekendste en meest voorkomende exoot, herkenbaar aan de rode vlek achter het oog.
- Geelwangschildpad: Heeft gele vlekken en strepen op de kop.
- Zaagrugschildpadden: Deze worden ook regelmatig in de vrije natuur gespot en danken hun naam aan de zaagachtige uitsteeksels (kielen) op het midden van hun rugschild.
Wat eet een eekhoorn…. en waar vindt hij zijn eten?
Een eekhoorn eet voornamelijk plantaardig voedsel (noten, kegels, knoppen en bessen), maar vult dit soms aan met dierlijke eiwitten( rupsen, kevers en larven). Hij vindt zijn voedsel hoofdzakelijk in bomen en op de bosbodem.
Dat was het antwoord van Google AI, maar toen ik het even later aan Chat GPT vroeg, stuurde die mij onderstaande foto. Wie moet ik nu geloven?
Op vrijdag 29 augustus had ik een trekkershut gehuurd voor één nacht in Provinciaal Domein De Gavers in Harelbeke. Een deel van de plas is natuurreservaat en broedgebied van o.a. de zeldzame wouwaap, die ook waargenomen werd tijdens onze meerdaagse 2026 in Luxemburg. Ik kon een jong exemplaar en een volwassen exemplaar waarnemen al vliegend….. maar het is me niet gelukt om ze te fotograferen. Vogels die wel konden gefotografeerd worden zijn waterhoen (volwassen en jonge vogel), jonge meerkoet, kleine zilverreiger, aalscholver en ijsvogel.
De eigen ontworpen ‘kar’, geprezen door Jef tijdens de excursie volgend op ons ontbijt in Port Aventura kwam goed van pas. De trekkershut gelegen op zo’n 500 meter van de zijparking is verboden voor auto’s. Gelukkig was de omgebouwde Bosch Rotak 34 grasmachine, compact om mee te nemen in de auto, hét perfecte vervoermiddel voor onze bagage.
De twee trekkershutten zijn verscholen gelegen in een open plek van het bos …. een aanrader!
Roger DAMEN
Klik op de play-knop om het filmpje te starten (Geluid aan - MP4) Klik daarna op de 2 pijltjes onderaan rechts om beeldvullend te kijken.
Wandeling Buitengoor-Meergoor - Zondag 06 september 2026
Graag willen we U nog eens herinneren aan onze eerstvolgende activiteit.
Laarzen zijn nuttig ! Gids: Danny VAN DER VEKEN Duurtijd: van 09:00 tot 12:00 uur Samenkomst: Ecocentrum De Goren, Postelsesteenweg 71, MOL Buitengoor - Ecocentrum De Goren (Foto's: Karel VERBRUGGEN)
De wegmier, ook wel de zwarte wegmier genoemd, is de meest voorkomende mierensoort in Nederland en België. Je vindt ze vrijwel overal: in tuinen, onder stoeptegels en soms ook binnenshuis op zoek naar zoetigheid. Ze zijn zwartbruin tot zwart van kleur. Werksters zijn klein (3–5 mm), terwijl de koningin tot wel 1 cm groot kan worden. Het zijn sociale insecten die in kolonies leven met een strikte taakverdeling. Een koningin kan wel 15 jaar oud worden, terwijl werksters meestal 1 tot 3 jaar leven. In de zomer (juli/augustus) kun je op warme, drukkere dagen "vliegende mieren" zien. Dit zijn de vruchtbare mannetjes en jonge koninginnen die uitvliegen om te paren en nieuwe kolonies te stichten.