Welkom op de blog van Natuurvereniging DEN BUNT. Onze vereniging is gestart in 1981 en bestaat nu dus meer dan 40 jaar en telt ruim 200 leden in de Kempense regio. Alles wat te maken heeft met milieu, natuur en natuurfotografie, activiteiten van onze vereniging...enz. vind je terug op deze blog. En deze blog is er voor en door de leden. Wil je een bericht plaatsen, dan kan dat door mij een mailtje te sturen met de te plaatsen tekst en foto's. Volg ons ook op onze Facebookpagina.
Vrijdag 9 oktober 2026
DWARSSCHUUR
Bezoek aan de historische Kempische dwarsschuur
“De Luyckenaar” – Zaterdag 3 oktober 2026
In ’t Sluis te Mol duiken we even terug in de Kempen van weleer! Een vergeten oude dwarsschuur is ontdekt, afgebroken en weer opgebouwd tot een “lemen juweel”. Via Google AI hebben we een persbericht van de Gemeente Mol gevonden waarin de geschiednis van de heropbouw en restauratie nauwkeurig wordt uitgelegd.
Klik op onderstaande afbeelding om dit document te downloaden en lezen.
Bezoek aan de historische Kempische dwarsschuur“De Luyckenaar” Zaterdag 3 oktober 2026
In ’t Sluis te Mol duiken we even terug in de Kempen van weleer! Een vergeten oude dwarsschuur is ontdekt, afgebroken en weer opgebouwd tot een “lemen juweel”. Jonas en zijn vader hebben deze klus geklaard. Waar het hart van vol is, loopt de mond van over! Met de nodige beelden een indrukwekkend verhaal. Jonas maakt ook een wandeling door het “coulisselandschap” van ’t Sluis; nog maar pas werd hij er opgeschrikt door een ever.
Klik op de "play-knop" om het filmpje te starten (MP4) Klik daarna op de twee pijltjes onderaan rechts om beeldvullend te bekijken. Fotografie: Roger DAMEN - Jef ADRIAENSEN - Karel VERBRUGGEN
Europese bidsprinkhaan (VTM-Nieuws – Dinsdag 15 september 2026)
De Europese bidsprinkhaan komt nu aanzienlijk vaker voor in ons land. Tot voor kort was het insect een absolute zeldzaamheid in België, maar door de opwarming van het klimaat heeft de soort zich in snel tempo naar het noorden uitgebreid.
De combinatie van steeds warmere zomers en mildere winters creëert een ideaal leefgebied. Hierdoor kunnen de eitjes de winter goed overleven en kunnen volwassen exemplaren op warme zomerdagen tientallen kilometers vliegen om nieuw terrein te ontdekken.
Oorspronkelijk leefde de bidsprinkhaan alleen in het uiterste, warmste zuiden van het land (rond de Viroin). Inmiddels heeft het insect zich stevig gevestigd, met name in Limburg (zoals op de Mechelse Heide en Ten Haagdoornheide). Tegenwoordig duiken ze zelfs op in stedelijke gebieden en gewone achtertuinen.
De vuurlibel is een opvallende, felrode libel die behoort tot de familie van de korenbouten. Oorspronkelijk is dit een zuidelijke soort, maar door de klimaatopwarming is hij inmiddels vrij algemeen geworden in België en Nederland. Het is een middelgrote libel met een lengte tussen de 36 en 45 millimeter. Ze is nog te zien tot begin oktober.
De mannetjes zijn direct te herkennen aan hun intense, felrode kleur. Niet alleen het brede, afgeplatte achterlijf is rood, maar ook de ogen, de borst en zelfs de poten zijn vuurrood. De basis van de achtervleugels heeft een grote saffraangele vlek. De vrouwtjes zijn een stuk minder opvallend en hebben een bruingele kleur met een donkere rugstreep. Ze hebben bruine ogen en een opvallende lichte streep op het rugschild.
Kleine vuurvlinder - Lycaena phlaeas – Small copper
De kleine vuurvlinder, een vrij kleine vlinder zoals de naam al aangeeft, vliegt hier in drie generaties. Vliegend is hij moeilijk te herkennen, maar van zodra hij gaat zitten, opent hij zijn vleugels en maakt de warme oranje kleur snel duidelijk om wie het hier gaat.
De kleine vuurvlinder vliegt van april tot begin november, dit in 2 of 3 generaties. Van april tot midden juni vliegt de eerste generatie, van begin juli tot begin oktober krijgen we de tweede generatie te zien. Wanneer het erg warm is, kan er ook nog een derde generatie vliegen vanaf eind augustus tot begin november.
Kleine vuurvlinder (Alle foto's: Karel VERBRUGGEN)
Kaasjeskruid en tuinkaasjeskruid zijn in de basis biologisch gezien dezelfde plantensoort, namelijk Malva sylvestris (Groot kaasjeskruid). De term 'tuinkaasjeskruid' wordt in de praktijk gebruikt om gekweekte varianten en siervormen (cultivars) van deze plant aan te duiden, terwijl 'kaasjeskruid' meestal verwijst naar de wilde, inheemse plant.
De havik is een van de meest efficiënte en krachtige roofvogels in onze bossen en open velden. Hij staat bekend om zijn explosieve jachtstijl, brede menukeuze en specifieke gedrag zodra hij een prooi heeft gevangen.
Haviken zijn opportunistische jagers die prooien kunnen overmeesteren die net zo groot of zelfs groter zijn dan zijzelf. Populaire prooien zijn houtduiven, stadsduiven, kraaiachtigen (zoals kauwen, eksters en zwarte kraaien), lijsters en spreeuwen. Ook grotere watervogels zoals eenden en zelfs ganzen (zoals de brandgans) worden door haviken gepakt.
De verrassingsaanval (Bos): Vanuit een verborgen uitkijkpost tussen de bomen loert hij op zijn prooi. Dankzij zijn korte, brede vleugels en lange staart is hij extreem wendbaar en kan hij met een enorme acceleratie rakelings langs takken vliegen om een prooi te overrompelen.
De stootduik (Open veld): Vanaf grote hoogte laat de havik zich als een steen naar beneden vallen om een prooi in de lucht of op de grond te slaan.
Een havik eet zijn prooi bijna nooit met veren of haar en al op. Hij brengt het dier naar een beschutte plek op de bosbodem of een dikke tak (een 'plukplaats'). Daar plukt hij systematisch alle grote slag- en staartpennen en de borstveren uit het karkas. In het bos kun je deze plukplaatsen makkelijk terugvinden.
Deze prachtige filmfragmenten zijn gefilmd door Wim MARTENS. Klik op de "play-knop" om het filmpje te starten (MP4) Klik daarna op de twee pijltjes onderaan rechts om beeldvullend te bekijken.
't Burreken is een van de meest schilderachtige en biologisch waardevolle natuurgebieden in de Vlaamse Ardennen. Dit glooiende reservaat van 35 hectare ligt verspreid over de gemeenten Brakel, Maarkedal en Horebeke. Het gebied wordt beheerd door Natuurpunt en biedt een unieke afwisseling van holle wegen, kleinschalige weitjes met knotwilgen en dichte bossen. Het is bovendien een van de weinige plekken in Vlaanderen waar de zeldzame en bedreigde vuursalamander leeft.
Het Kasteel van Lilare is een historisch kasteel in Sint-Maria-Oudenhove, een deelgemeente van de Oost-Vlaamse gemeente Brakel. Het domein kent een rijke geschiedenis die teruggaat tot de middeleeuwen.
In 1933 kwam het domein in handen van de Zusters van Sint-Franciscus van Opbrakel en sinds 1938 wordt het kasteel gebruikt als school, internaat, klooster en kapel. Het park is dan ook privégebied wegens de schoolwerking, maar via de Kasteeldreef kun je het poortgebouw van buitenaf bewonderen.
Roger DAMEN ging er eind september op wandel en bezorgde ons een reeks mooie foto’s. Klik op de "play-knop" om het filmpje te starten.
Klik daarna op de twee pijltjes onderaan rechts om beeldvullend te kijken.
Kolibrievlinder geniet van de laatste warme dagen….
Een paar dagen geleden kon je op onze blog een bericht vinden waaruit bleek dat alle trekvlinders omstreeks deze tijd terug zuidwaarts trekken waaronder ook de kolibrievlinder.
Maar dinsdag 29 september kon Marleen VAN WOLPUTTE in haar tuin er nog eentje fotograferen (misschien de laatste?) en dat kan natuurlijk want de temperaturen waren de voorbije dagen nog uitzonderlijk hoog voor deze tijd van het jaar.
Kolibrievlinder (Alle foto's: Marleen VAN WOLPUTTE)
De segrijnslak is een van de meest voorkomende huisjesslakken in ons land. Hoewel hij oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied komt, is hij hier inmiddels volledig ingeburgerd en een bekende verschijning in tuinen en parken. Het huisje is bruinachtig met een ruw, "gekreukeld" oppervlak (vandaar de naam "segrijn", wat een type leer betekent). Het heeft vaak donkere vlekken of onregelmatige banden. Het huisje is meestal 2,5 tot 4 cm groot. Ze zijn vooral 's nachts en bij vochtig weer actief. In de winter kruipen ze diep weg voor een winterslaap. Het zijn herbivoren die dol zijn op jonge groene planten, wat ze soms minder geliefd maakt bij tuiniers.
Er zijn verschillende soorten varens die op muren groeien. De muurvaren (Asplenium ruta-muraria) is een kleine, wintergroene varen die je in de stad vooral tegenkomt in de voegen van oude, kalkrijke muren. Oorspronkelijk komt de plant uit kalkrijke berggebieden, maar hij heeft zich perfect aangepast aan het leven op bakstenen en mortel. Ook de schubvaren en de steenbreekvaren (geen echte soort muurvaren) groeien op muren.
In het nieuws van VTM is er recent bericht over een massale plaag van miljoenen coloradokevers die verschillende Kempense gemeenten, waaronder Kasterlee (specifiek de deelgemeente Tielen), overspoelt.
De kevers zijn massaal opgedoken in een woonwijk van Kasterlee en zijn vermoedelijk afkomstig van een nabijgelegen aardappelveld van zo'n 6 hectare nadat de landbouwer daar het loof heeft bespoten. Doordat hun natuurlijke voedselbron plots verdween, is de massa kevers richting de tuinen en woningen getrokken.
De atalanta maakt zich rond deze tijd klaar voor een behoorlijke trip naar het zuiden. Als je er nu nog eentje ziet rondfladderen, is de kans groot dat die richting Spanje of Zuid-Frankrijk vliegt. Het zijn namelijk echte trekvlinders die duizenden kilometers kunnen afleggen om de kou te ontvluchten. Maak ook kennis met onze andere trekvlinders: de atalanta, distelvlinder, oranje luzernevlinder, gamma-uil en kolibrievlinder.
Wim MARTENS bezorgde ons lang geleden (begin september 2020) onderstaande foto’s van het witgatje die gemaakt werden aan de “Kattesteertvijver” in het Prinsenpark te Retie.
Het witgatje is een steltloper die niet bij ons broedt, maar tijdens de trek na het broedseizoen wel hier langskomt. En dan niet aan zee, want het is een zoetwaterliefhebber en echt een vogel van het binnenland. In augustus/september heb je de beste kans om witgatjes te zien. Als enkeling of in kleine groepjes zijn ze te vinden in natte gebieden en zelfs bij de kleinste plasjes. Als er maar ondiep water en lekker zachte slikrandjes zijn, waar ze naar insecten pikken. Als je te dichtbij komt, vliegen ze al roepend op: tjuwiet-wjiet-wjiet! Hun donkere kleed contrasteert dan goed met de witte stuit: witgat dus.
Fietstocht - Zaterdag 19 september 2026 Gids: Nancy
Fotografie: Roger DAMEN Klik op de "play-knop" om het filmpje te starten. Klik daarna op de twee pijltjes onderaan rechts om beeldvullend te kijken. Klik eventueel op de "pauze-toets" om lange teksten te lezen.
De argusvlinder is een middelgrote dagvlinder uit de onderfamilie van de zandoogjes. Deze opvallende, oranjebruine vlinder dankt zijn naam aan de kenmerkende oogvlekken ('argusogen') op de vleugels, die dienen om vijanden te misleiden. Hoewel de soort voorheen zeer algemeen was in België, is de argusvlinder sinds 1990 ernstig achteruitgegaan. De populatie is inmiddels met maar liefst 98 procent afgenomen, waardoor de soort nu als 'bedreigd' op de Rode Lijst staat. Je kunt de argusvlinder aantreffen van april tot eind oktober …. en Roger heeft er alvast een gespot !
Argusvlinder op akkerdistel (Alle foto's: Roger DAMEN)
De steenuil is de kleinste uilensoort in Vlaanderen. Met een grootte van amper 21 tot 25 centimeter is hij niet veel groter dan een merel. Ondanks zijn compacte formaat heeft hij een opvallend, streng uiterlijk dankzij zijn brede, platte kop, felgele ogen en doordringende witte wenkbrauwstrepen.
In onze regio's is hij volledig aangepast aan het kleinschalige, halfopen landschap. Je vindt hem vooral aan dorpsranden en in agrarische gebieden. Houtwallen, heggen en knotwilgen zijn essentieel. Ze dienen als schuilplaats en als uitkijkpost om te jagen. Hij broedt bij voorkeur in holtes. Oude knotwilgen, hoogstamboomgaarden, kapschuren of speciale uilenkasten op rustige boerenerven zijn favoriet.De steenuil jaagt vaak op de grond. Hij heeft daarom nood aan kort gras, zoals in intensief begraasde weilanden, gazons of boomgaarden.
Steenuil in zijn biotoop (Fotografie: Roger DAMEN)
Klik op de "play-knop" om het filmpje te starten Klik daarna op de twee pijltjes onderaan rechts om beeldvullend te kijken.
Op veel plekken kan je er de afgelopen periode niet omheen: wolken wit pluis van uitgebloeide akkerdistels, die ook de andere vegetatie bedekken. Het pluis vormt het vervoersmiddel voor de vruchten (nootjes) van de plant. Voor zaad etende vogels als putters, groenlingen en mussen zijn de oliehoudende zaden een ware traktatie. Bloeiende akkerdistel vormt een belangrijke nectarbron voor allerlei insecten als vlinders, bijen en (zweef)vliegen. Andere soorten gebruiken de pioniersplant als waardplant voor hun eitjes, denk aan de distelvlinder. Hoewel het bekendstaat als een lastpak in akkers, is de akkerdistel een aanwinst voor onze inheemse natuur.