Naar de inhoud

mijnhebbedingetjes

seniorennet.beseniorennet.be

levenslessen





 

‘k voel de aanwezigheid van God

Door een zuchtje wind wat langs mij heen strijkt, door een regendruppel wat op mijn wang zich een weg baant naar beneden, door het kriebelen van een grassprietje aan mijn neus. ‘k voel de aanwezigheid van God, door een aanraking van een bloem, door het voelen van warmde en koude, door gewoon een hand wat op mijn schouder word neergelegd. ‘k voel de aanwezigheid van God doorheen het spiegelglas, in het deinende water van die rivier, bij het neer dwarrelen van een bruin geworden blad. ‘k voel zijn aanwezigheid elke seconde van de dag, wanneer ik buiten loop in de snijdende koude van een gure herfstwind, wanneer ik languit liggen mag in het deinende akkerland van mijn peetovergroot vader, wat hij ooit jaren terug met veel liefde had aangelegd, wanneer ik zomaar even mezelf aanraak met mijn vingertoppen. Ik voel dat hij bestaat, bij het krieken van de dag, bij het striemen van een snijdend halmblad, bij het aanraken van een boomschors. ‘k voel de aanwezigheid van God, wanneer ik mijn eigen bekijk in het faal geworden spiegelbeeld, wanneer ik een vreemde een hand heef zomaar om even dank u wel de zeggen, wanneer ik een vleugelloos vogeltje tracht de verzorgen zodat het wederom vliegen kan. ‘k voel de aanwezigheid van God in het betasten van een kromgetrokken aanbeeld van een of andere oude krijger, bij het aanraken van een vlinder zijn schaduw, bij het betasten van iets in het duister. Ik voel dat God alom aanwezig is, want elk deeltje van dit bestaan straalt Goddelijke krachten uit. En zit ik dan ‘s avond voor het tv scherm en ik moet al die afschuwelijke beelden een na een naar binnen zien komen in dit zo vredige huis dan voel ik mij opeens zo klein en nietig, want al is mijn wil nog zo groot, ik kan geen leed afwerpen van die honderdduizend onschuldige slachtoffers hun schouders. Maar ik weet dat God aanwezig is, dat hij die taak op zijn schouders nemen zal, ‘k vraag me alleen soms af, God wanneer neem jij weg van aarde al die onnodige leedverdragen? Wanneer laat jij het gedonder ophouden met kinderen ouderloos maken? Maar dan besef ik opeens, het is niet aan Hem om dit kwaad van de aarde uit de roeien, want Hij haf ons ooit een eigen wil, dus zijn wij het die moeten inzien en aanvoelen wat God nu in werkelijkheid bedoelde met, “daal niet af naar Egypte. Verblijf in het land dat ik u aanwijs. Vertoef als vreemdeling in dit land, en ik zal met u blijven en u zegenen, want aan u en aan uw zaad zal ik al deze landen geven, en ik wil de beëdigde verklaring die ik aan uw vader Abraham heb gezworen”  en ik voel de aanwezigheid van God als een verkwikkende levensbron diep in mij. Mijn hart dat slaat, mijn lichaam wat tintelt, mijn haren die rechtop gaan staan. Ja, God is aanwezig, zelfs dichterbij dan enig mens ooit beseffen zal, want Hij zit in elk van ons. En buiten snijd de wind nog een stukje van de tijd, het snijd zo hard dat niet een restje overblijven zal. Buiten hoor ik een late passant langslopen bij de buren, hoor ik een lach, een vriendelijk woord, een afscheidsgroet, en dan besef ik hoe nabij Hij in wezen is. ‘k neem nog een laatste slok een laatste hap en duik onder het deken waar mijn geliefde vredig ligt de slapen. Heb de dag alweer gehad.

***********************************************************************

Klein lief wezentje  

 O gij klein lief schepsel wat gebogen loopt door striemende regen, wat trotseren zal het snijden van de winden, jou wil ik bij mij nemen om de verzorgen en je wonden af de likken. O gij nietig klein schepsel met die vleugels van papier, waarheen zul jij dan vliegen wanneer ik mijn deur achter mij sluit? Hoever van mij ben jij verwijderd, als de nacht zijn kleed uitspreid op aarde, en er enkel nog straatverlichting zal overblijven zodat wij niet in het donker moeten tasten? Waarheen ga jij wanneer ik mijn ogen sluit voor het duister van de nacht, want al schijnen nog zoveel lichten langs te straten, duister blijft het rondom ons. Toe gij kleine schepsel met uw veelkleurige gewaad waarheen vlieg jij wanneer de dag den einde zal zijn? Slaap jij ook, zoals wij, rust jij ook uit van een dag hardlabeur? Of vlieg jij het licht achterna om zo niet de moeten verdwalen in het donker zijn gewaad?  Zeg mij lieve kleine waterjuffer, waar kan ik jou vinden mocht ik vannacht niet slapen gaan?

                ******************************************************      

we weten dat we bij de dood alles moeten

achterlaten, hoe meer we ons aan alles hechten,

des te pijnlijker zal dit achterlaten zijn.

Wees vrij als de tijd

Wij moeten leren loslaten wat wij bezitten, geen gehechtheid voelen aanwakkeren wanneer wij iets krijgen, niet die drang voelen opkomen naar meer wanneer het blijkt om een of ander onbenulligheid te gaan. Maar aanvaard het met een hoedanigheid van liefde dat jij even alles rondom u vergeet. En wie weet, wanneer jij dan alles loslaten zal wacht er jou nog een veel mooier geschenk. Wij weten dat wij ooit moeten sterven, en wij weten dat wij niets van onze vergaarde rijkdommen zullen kunnen meenemen naar te plaats waar wij dan heen zullen gaan. Waarom jou dan zodanig aan iets hechten dat jij er geen afstand meer van nemen kan. Hecht u aan de liefde in uw hart, hecht u aan het leven wat jij hebt gekregen, niet om uw eigen leven de leren waarderen maar om de waarderen hoe een ander leeft. Hecht u aan een vergankelijkheid, aan de tijd wat nooit stil zal blijven staan, aan elke seconde apart wat jij geschonken word, want het mooiste geschenk wat jij als mens ooit werd aangeboden was het eerste levenlicht de zien stralen in uw ogen. Het eerste vlindertje wat neer kwam de zitten op uw voetjes, de eerste sneeuw wat jij als kind mocht bewonderen, misschien zelfs die eerste vogel wat zich kwam nestelen voor uw kinderkamers vensterraam. Dit en nog miljoenen andere voorbelden zij er om u te laten inzien dat niet het tastbare alleen als een geschenk moet aankeken worden.  Wie dit kan zal beseffen dat het leven een schatkamer van pronkstukken bezit. Wij behoren ooit afstand de doen van dit leven, en wij weten dus dat wij niets kunnen meenemen van die tastbare rijkdommen op aarde en wie dit beseft zal met een veel grotere vreugdegevoel kunnen afstand nemen van dit leven op aarde, want hij zal reeds op voorhand beseffen, van al de rijkdommen wat ik ooit mocht aanschouwen zit de grootste en meest waardevolste rijkdom diep in mijn eigen hart en dat draag ik mee waarheen ik ook zal mogen gaan. Dus leef als een tijd, bezit een seconde om dan die ene seconde alweer los te laten, want na die ene seconde ligt er alweer een nieuwe seconde op u de wachten. Doe dit uw complete leven en u zult vrij zijn wanneer u afstand nemen zal van dit aardse lichaam, jij zult u niet gehecht voelen aan iets wat jij niet meenemen kunt, jij zult u niet als een gevangene gaan voelen van dit lichaam wat jij nu achterlaten moest, maar jij zult vrij zijn, vrij als de wind, vrij als de tijd want komt en gaat en nooit maar dan ook nooit omziet naar iets wat het achterlaten moet.   

*******************************************

Ik wil vrij zijn

 

Vrij als een blad

Vrij als het water

Vrij als een dauwdruppel

Vrij als de tijd wat alles meeneemt om dan ook los te laten

Zo vrij wil ik wezen

Zo vrij wil ik zijn

Want ooit komt er een dag waar ik dit hier allemaal achterlaten zal

En dan wil ik niet gebonden zijn aan dit aardse lichaam

Wil ik niet als een vluchteling zijn op zoek naar zijn aardse bezittingen

Wil ik niet mezelf zien treuren om iets wat toch niet echt bestaat

Dus ik wil vrij zijn

Vrij in elk moment

Vrij op elk pad wat ik beloop

Vrij van mijn eerste tot mijn laatste dag op aard

Want alleen zo zal ik vrij zijn nadat ik verlost zal zijn van dit

Wat toch slecht een illusie blijkt de zijn     

****************************************

Ik wil nog even kind zijn

Ik wil als een kind dwalen door het bos, door het landschap wat deinend zich een weg baant overheen het uitgestrekte van weilanden en akkers. Ik wil geïnspireerd worden door een simpele waterplas, door een doodgewone krekel, een alledaags tafereel. Ik verlang om te laten groeien wat een ander als onkruid aanziet, om te laten stromen dat blauwe water doorheen de dakgoot van mijn eigen droomkasteel.  Ik wil terug kunnen lachen als een peuter van vier spelen als een kleuter van zes en stoeien als een tiener van vijftien. Verlang nogmaals die interesses te voelen opkomen als lang geleden, nogmaals geïnterresseerd zijn in iets kleins iets onnozels. Ik verlang nogmaals geboeid de kunnen zijn door het eerste meiklokje wat omhoog schiet, door een eerste meikevertje wat neerkomt gestreken in mijn heg in mijn achtertuin. Nog even wil ik gewoon niets hoeven maar alles krijgen. Ik wil nogmaals op ontdekkingstocht gaan in onze tuin waar die reuzengrote eik trots voor zich uit stond te staren, o god was me dat een belevenis, die eerste hazelnoten zien vallen, die eerste herfst zien de zomerse kleuren inkleuren. Was me dat een wonder die eerste ijskegel wat aan die eik zijn takken hing de bengelen, die eerste kikker wat vrolijk kwaakte. ‘k zou dit toch zograag nog allemaal eens mogen meemaken. Die eerste schram, dat eerste builtje op mijn achterhooft, die eerste pijn na het vallen van mijn veel te kleine fietsje. Zou het willen omdat ik groot zijn  niet steeds als een ervaring meer kan aankijken. Groot zijn is een vaste routine volgen, is een gestaag in de zelfde richting lopen “en dat zonder even halt de houden bij iets wonderbaarlijks” groot zijn is steeds maar kijken naar het kind wat iets van kattenkwaad uithaalt, en snel schreeuwen, nee doe dat niet, men zouden beter even terug kijken naar ons eigen kind wat in ons verloren is gelopen, en daardoor niet meer zo gemakkelijk de weg naar buiten weet terug te vinden.  Ik wil nogmaals die basisinteresses gewaarworden waarmee elk kind geboren word, geïnspireerd zijn in dagdagelijkse gebeurtenissen alsof het allemaal een wonder is wat geschiet. Kinderen zijn geneigd om de leren, om voorwaard de lopen in dit leven, om wijsheden de verharen. Kinderen verlangen van de oudere mens dat zij een pasklaar antwoord weten op elke gebeurtenis wat er zich afspeelt rond zijn mega grote leefwereld. Waren wij dit na het kind zijn nog steeds dan zoude wij inzien hoe onwijs wij in wezen zijn. Dan zouden wij inzicht krijgen in het werkelijke leven rondom ons . maar wij denken dat bij achttien de schoolpoorten zich voorgoed sluiten en wij niet meer behoeven meer wijsheden de verharen. Ik wil nog even dat kind zijn wat nu begraven ligt ergens onderaan dit opgetrokken standbeeld waar ik ooit zat de spelen met mijn autootjes, en mijn memoblokjes, waar ik ooit een tunnel groef waardoor ik “zo dacht ik” aan de andere kant van die globe uit de komen. Ik wil nog even verwonderd staan kijken bij het eerste meiklokje wat omhoogschiet, bij het eerst sneeuwvlokje wat naar omlaag dwarrelt. ik  wil gewoon nog eens kind zijn, zoals ik dat ooit was. Nog even wil ik in die belevingswereld binnentreden van dat belhameltje wat ik toen wel zal zijn geweest. En waarvan ik weet dat er nog steeds een stukje achterbleef diep in dit nu grote lichaam.                                         

                

 

 

                              

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 00:48 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

jouw naam








Jouw naam

 

Ik zal jouw naam nooit doorstrepen

Maar hem in tederheid dragen;

Soms droevig, soms blij,

Doorheen al de dagen van dit leven,

Tot we in ’t grote Licht staan;

Jij en ik, zij aan zij.

 

Martin vanhee

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 14:33 Reageer op dit bericht

de zwakheid van de mens







Zwakheid van de mens

 

Ik creëer een woord

Zal een daad verrichten

Met mijn handen zal ik geven

En mijn mond zal zwijgen

Want wie gehoorzaamd aan het wettelijke gezag

Zal vroeger dan eender wie dan ook

De waarheid mogen aanschouwen

 

Neem het goud

Het zilver

En draag het tot de armen der mensheden

Om morgen meer rijkdom de kunnen

Verharen dan eender wie dan ook

Want de grootste rijkdom wat een mens bezitten kan

Zit in het hart

 

Leg een onevenwichtig woord van leugens

Neer en spreek de waarheid

Werp met geen steen

Wanneer jij geen kiezelsteentje

Kunt verdragen

En eerder dan wie dan ook zul jij de kracht bezitten

Om een berg opzij de schuiven

Want wie een steen laat liggen

En een kiezelsteen aanziet als een rijkdom

Zal meer macht verharen dan om het even wie dan ook

 

Neem uzelf niet als meerwaardiger

Maar aanzie de arme

De minderbedeelde als uw meerdere

En een koningsgewaad zal uw lichaam bekleden

Waar een ander zal mogen lopen in naaktheid

Want wie het woord van de kleine mens aanvaard

Zal bekleed worden met wijsheden

 

Om dan morgen

Een volwaardig mens de zijn

Moet jij vandaag uw zondige lijf ontdoen

Van elke zonde

Wees niet bang om ze de openbaren

Want God weet dat een mens zwak is

 

 

  

 


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 14:45 Reageer op dit bericht

ik ben een boom








Ik ben een boom

 

Ik voel me bemind

wanneer een vlinder voorbij mij

komt gevlogen,

en even snel een hap uit mijn korst wegkaapt.

 

Ik voel me gestreeld

wanneer de wind aan mij voorbij komt gewaaid,

en meeneemt een stukje van mijn kruin.

 

Ik voel me gebonden

wanneer een hand rondom mijn stam

zich een weg baant naar de hoogste

toppen van mijn groengewaad.

 

Ik voel me verbonden

met de mens wat onder mij schuilt,

wanneer de regen naar omlaag valt,

en een donderslag de stilte

middendoor splijt.

 

Maar ik voel me ontroerd

als een geliefde zijn hart in tweeën

ziet scheuren wat zij ooit in mijn robuuste lijf had gekerfd,

wanneer ik voel hoe tranen van eenzaamheid

zich vermengen met mijn wortelen.

 

Ben een boom, een oeroude boom

wat leed trotseerde,

wat koude moest doorstaan.

Ben een boom van duizend jaren,

maar geen jaar was ooit een

jaar zonder een enkele traan.

 

Ik voel me sterk,

groots.

Ik voel me onovertroffen,

Stoer.

Maar zie ik een mens voorbij waden

dan besef ik hoe klein ik in wezen ben,

 

want al ben ik nog zo groot,

nog zo sterk,

mijn honderd armen kunnen niet een enkele

pijn voor altijd uitblussen.

 

 

 

 

 

 

’t was in een droom

In een droom was het, zie er staat een wijnstok stram en stijf door vele vruchten dragen, en moe van jaren aan en uitgekleed de worden. Zie daar staat een man van honderd jaren, zomaar wat niets de zien, want blind waren zijn ogen, moe zijn vergezicht, maar onverschrokken bleef hij staan waar een ander heen zal gaan. Hij taste in het duister, luisterde naar het onhoorbare, en liep omwonden als een tijger op de vlucht. Waar het einde naderbij kwam, waar geen einde meer zou zijn, daar is het waar hij heen zou gaan wanneer de wijnstok zijn vruchten verliezen zou. En hij dronk, hij dronk van de wijn, hij dronk totdat hij niet meer rechtop bleef staan. Een nieuw seizoen was den einde, een nieuwe rank werd gedronken. Maar wanneer het jaar voorbij zou zijn zouden de ranken nieuwe vruchten dragen, nieuwe bloesems zouden ontstaan, om daarna de druivenplukker opnieuw verse druiven te laten oogsten. Elk seizoen kent zijn vruchtbaarheid, elk seizoen zijn dood, maar niet een seizoen zal ooit voor altijd blijven stilstaan. En de man neemt nog een vrucht, een nieuwe wijnstok werd geoogst.

Gebogen blijft hij staan leeg geroofd zijn trots, zijn groots gewaad. ’t Was in een droom, zie er staat een els een bedelaar, en ergens gieren banden de nacht heeft zichzelf opnieuw leeggeroofd.

 

     

 

   

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 00:00 Reageer op dit bericht

de dichter












De dichter

 

Een dichter maakt mooi

wat lelijk is

Hij weeft met letters een woord aaneen

om zo tranen van blijdschap

van vreugde te laten stromen

 

Een dichter is een poëet van het

kwaad zich niets aantrekkend

want hij dwaalt door het land van woorden

om zo te allermooiste zinnen te verwerven

 

Een dichter is een alchimist

van staalgrijs maakt hij blinkende edelmetalen

van koud ijzer maakt hij

gloeiende sieraden

waar menig oog in verstrikt raakt

 

Hij is een eenzaat

hoeft geen mens rondom zich

want zijn woord is hem alles

daar slaapt hij mee

daar waakt hij mee

en iedere gebeurtenis dracht hij met een gevoelige

snede aan elkaar de weven

 

Zonder allure komt hij op

Zonder snoeven leest hij zijn verhaal

voor menig slapende

want een dichter word toch zo hou vergeten en misprezen

Maar de dichter laat het aan zijn hart komen

en schrijft gestaag verder aan zijn nieuw verhaal

 

Hij volgt zijn eigen ritme

zijn eigen algoritme

en begeeft zich op vaarwateren waar anderen

drenkelingen werden

Hij houd zijn hooft rechtop

en loopt eens als een nar

dan weer als een harlekijn

om dan als een koning de worden ontvangen

 

En elke dag opnieuw laat hij nieuwe woorden

tevoorschijn komen uit zijn magische pen

op het maagdelijk wit van zijn blad

om zo dan morgen misschien een erfenis achter te laten

waar nog menig mens bij stil zal blijven staan.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 19:47 Reageer op dit bericht

Om shakti Om shakti Om shakti Om









Om shakti Om shakti Om shakti Om

Pitra shakti Putra shakti Para shakti Om  3x[1]

De kracht van God in de Vader,

de Zoon en de Heilige Geest

 

*********************************************************

Hoe kleiner het aangebodene hoe groter het zal zijn wanneer het met liefde word gegeven

 

Ooit werd ik geboren in het diepste duister der onwetendheid maar       mijn geestelijk leraar opende mijn ogen met de fakkel der kennis. Ik boog me    eerbiedig voor hem neer en sprak sereen de woorden uit.

Ooit werd ik blind geboren, dwaalde ik ontziend door het land waar ooit mijn meester had gebeden en gezwegen dagen aan een stuk, en ik sprak sereen de woorden uit.

Ooit liep ik naakt overheen de plaveisels van wildgroei en stak mij menig keer een toornen in het oog, want onwetend, blind en naakt was ik toen ik daar overheen mijn meester zijn landerijen liep, en dus sprak ik de woorden uit.

Ooit was ik doof, hoorde ik geen geween, nog gekerm van menig omstander wat aan mij voorbij liep, en dus moest ik wel de woorden uitspreken.

Maar daar ik onwetend was, blind en naakt, en daar bovenop ook nog doof wist ik niet waar ik die wijsheid verharen kon, want hoe onwijs ik ook wezen mocht, ik sprak nooit de woorden uit zoals het behoorde.

Dat ontdekte ik na dagen weken en zelfs maanden van dwalen doorheen het woeste landschap waar ooit mijn meester had gezeten, en bad sereen, meester laat mij een steen waarop ik rusten kan, laat mij een waterplas waarin ik mijn gelaat reinigen kan, meester heef mij een kleed zodat ik mij kan ontdoen van mijn naaktheid. Maar er gebeurde niets.

 

Ik kwam aan bij een grote olijfboom, voelde de aanwezigheid van een oude man, taste in het rond, en raakte zijn gewaad aan, hij sprak, wat kom jij hier zoeken, hier in dit godvergeten land? Waar nog geen schaap zijn kudde volgen kan, waar nog geen herder zijn helhond intomen kan. Wat zoek jij hier tussen het braamgestuikte, en wilde korenroos? Hier vind jij niet het antwoord op je vraag.

 

En ik liep verder het pad af, wat mij bracht bij een waterrivier van stilstaande beelden, taste en voelde een kilde mijn huid beroeren, en wist dat ik er niet alleen was. Wie is daar, vroeg ik, wie staat mij de begluren? Ik ben het, ik de vlinder wat fladdert van bloem naar bloem, wat zich een weg baant doorheen het struikgewas om nieuwe bloemen de oogsten. Kom volg mij en ik breng jou waar het antwoord op jou zal liggen wachten. Ik volgde gedwee en voelde een snijdende pijn in mijn wang, maar liep gestaag verder het kreupelbos is. Toen hoorde ik, wie bracht jij met je mee? Het was een zware stem maar toch ook vriendelijk wat dit vroeg. Wie ben jij, vroeg die stem, zacht maar op een gebiedende toon. Ik……… ik weet niet wie ik ben, ‘k weet evenmin van waar ik kom, of waarheen ik heenga, ik weet alleen dat ik opzoek ben naar DE woorden die mij zullen laten zien, laten horen, mij zullen kleden en mij wijsheid bijbrengen zal. Maar kind toch, hoe onwijs is dit, om dit de denken, weet je, de wijsheid waar jij naar op zoek bent dat zit in jou. Wees een met uzelf, een met uw geest en ziel en jij vind het antwoord op al je vragen. En spreek dan de woorden uit wat u brengen zal wat u verlangt.

 

Even bleef ik staan, verbaast en verwonderd, maar niet teleurgesteld, want wat als die stem nu eens gelijk zou hebben, zou dit echt het antwoord zijn op mijn vragen?

En ik knielde neer bij een klein kiezelsteentje, en sprak,

Heer van dit magisch wonder, laat dit steentje een rustplaats zijn waarop ik mijn hoofd neer kan vlijen, en dit ene kleine kiezelsteentje veranderde in een rots waarin ik schuilen kon. Toen knielde ik neer bij een waterplas en sprak de woorden uit,

Heer laat dit waterplasje een beekje zijn waar ik mijn gelaat in reinigen kan, en dit kleine waterplasje veranderde in een rivier waarin ik zwemmen kon en mijn complete lichaam in reinigen kan.

Toen knielde ik bij een klein en broos plantje en sprak,

Heer laat dit ene platje mijn honger stillen, en dit ene plantje werd een geuze boom waaraan honderden vruchten groeiden.

En na elke stap wat ik nam kreeg ik langzaam mijn zicht terug, begon ik langzaam aan de horen, en ik wist, nu krijg ik de wijsheid van mijn meester toegereikt.

 

Waarom zoeken achter datgene wat in jou zit aan de buitenzijde.

Waarom drachten de horen naar de geluiden die slechts een illusie zijn.

Waarom zoeken achter beelden die toch maar een oase zijn in het vlakke land van menig uitgestorven droomwereld.

Zoek niet buitenshuis wat binnenshuis vindbaar is, geluk is namelijk nog zo groot als het in het klein word aangeboden.

 

 

 

 

 



[1]             Een gebed voor het eten in de ashram "Shantivanam" in Zuid India waar de dialoog tussen christendom  en hindoeïsme door Bede Griffiths (†1993) in praktijk werd gebracht.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 19:43 Reageer op dit bericht

't was mooi








’t Was mooi

 

Nog even speel ik het lied

Nog een strofe brij ik aan het voorafgaande

om dan mijn stil geween te laten

zweven overheen het aardse

 

Nog een laatste snaar beroer ik

Een laatste zinsnede breng ik aan

om dan voor altijd de verdwijnen

middenin een zee van onbeminde

filosofen en poëten

 

Nog even laat ik gelden wat ik zogoed kan

Een woord een zin een compleet verhaal

naar voren brengen

Wie weet zal er nog een iemand

staan toekijken, en zeggen met een lach…………..

 

Hoe mooi dat het wel niet was

Hoeveel stralen er verschenen

toen mijn handen het blad beroerden

en een nieuw lied naar boven wist te slepen

 

Met vermoeide handen

pijnlijke bewegingen

zo komt nu mijn allerlaatste zinsnede

op dit papier neer de liggen

om morgen bij het ontwaken

de ontdekken

dat ook dit niet van blijvende

aard kon wezen

 

Vaarwel het gaat je goed

Vaarwel

’t was goed om hier de verblijven

tussen mensen groot en klein

’t was goed om even de horen

al die mooie woorden van respect en

meedogendheid

maar ‘k laat nu achter mij

wat gisteren nog niet bestond

 

Nog even speel ik het lied

wat gisteren zweeg

Nog even schrijf ik een strofe

na de strofe van lang gelee

Maar daarna zal ik zwijgen

en hopen dat morgen nog een kind zal

mogen weten hoeveel liefde

ik neerschreef op ieder blad steeds weer.

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 19:38 Reageer op dit bericht

        




                 
            requiem

 

Vanavond kom ik nog even bij jou

Daar vierhoog

Nog even zullen mijn handen

jouw handen aanraken

zullen wij als licht en duisternis

zichtbaar maar onaantastbaar zijn

nog even zal ik jou brengen hoog in de lucht

nog even maar zoveel rustiger

 

t zijn de jaren die van een uitbundige

een rustig iemand maken

t zijn jaren van leven

van zien

t zijn de jaren die verstrijken

die van het leven een zacht wiegend

windvlaagje maken

 

het zal mooi zijn

liefdevol

het zal tederheid uitstralen

hoopvol zullen wij

nog even de nacht kunnen inkijken

en weten

als morgen komen zal

zal leven groeien in het hart

 

toch zal ik bij jou de rust der jaren

voelen stromen

want het zijn de jaren die van een uitbundige

een rustig iemand maken

het zijn de jaren die waren

die laten zien

t zijn de jaren die verstrijken

die van het leven een zacht wiegend

windvlaagje maken

 

dat leven zoveel meer inhoud in zich

meedraagt dan een stormwind

dat leven als een requiem is dat leeft

in ieders mensenhart

dat zijn de jaren van leven

die dit laten zien

en nog even zal ik bij jou komen

daar vierhoog

maar zoveel rustiger zal ons samenzijn zijn

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door sleeples2 om 12:39 1 reactie Reageer op dit bericht

laat liefde bloeien








laat liefde bloeien

 

Hij sprak met een serene stem

laat elk kind tot mij komen

en wees licht

laat het kind in Mijn armen rusten

zodat er hen geen leed word aangedaan

want geen kind is geschapen om menselijke dwalingen

de moeten aanvaarden

 

Hij sprak met een glasheldere stem

waar menig regendruppel door bevroor

en geen zonestraal meer kon breken de duisternis

wat er onder de mensheid heerste

en Hij zei

laat ons samen knielen

aan de olijfboom

laat ons samen bidden tot mijn Vader

en vragen om vergiffenis

 

Hij zal jou van elke zonde ontdoen

als jij uw medemens hun kleed afwerpen zal

wat duisternis herbergt

en jij geen kwaad meer zaaien zal

waar ooit liefde bloeide

en als bij wonder zal het kruid verdwijnen

om plaats te maken voor miljoenen liefdesplanten

 

Hij sprak dit uit met een stem

van een engel

zo zuiver

zo puur

dat menig rivier bevroor

en er in elk menselijk hart een tuin

ontstond van

zomerse rozen

 

laat het kind tot Mij komen

leg een bed van rozenblaadjes neer

waarop zij hun onschuldig lijfje op de rusten kunnen leggen

en zing elk hun eigen lied

want morgen zijn ze groot

en moeten zij voor hun eigen kinderen

een wereld weten de creëren

waar haat en nijd geen plekje word toegediend

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 12:34 Reageer op dit bericht

tot u kom ik







Tot U kom ik

 

U zoek ik in het zwart

Van de duisternis

Op u wil ik bouwen het huis

Waarin ik schuilen kan

 

U zoek ik onder een steen

Aan het water

In u wil ik mijn voedsel vinden

Voor mijn hongerige ziel

 

U streel ik als het vacht van een hermelijn

Onder het waken aan de zijde van mijn

Dode lichaam

Bij U wil ik ontwaken

Wanneer mijn leven den einde zal zijn

 

U vraag ik nu nederig

Mag ik uw kind zijn

Om elke nacht in vrede de kunnen slapen

En in vrede de kunnen ontwaken

 

Zegen mij

O Heer

Doop mij met het water

Waarin UW lichaam zich reinigen zal

Laat mij drinken van UW bron

En eten van UW brood

Om zo de kunnen heropleven

In een gloednieuw bestaan op aard

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door sleeples2 om 12:32 Reageer op dit bericht

alsof het zo moet zijn









Dit zijn mijn gedachten wat ik loslaat zonder erbij stil te staan of het goed of slecht zal wezen, ik laat gewoon mijn handen vloeiende bewegingen maken over het toetsenbord, en vraag me niet af wat ze aan het verwezenlijken zijn. Word het aanvaard? Word het gelezen? Wat maakt het uit, het is een moment opname van vandaag, een moment wat ik morgen alweer kwijt zou zijn mocht ik dit moment niet vastleggen op dit scherm. Zo creëer ik vele schrijfsels, zo laat ik vele verhalen tot stand komen. Aan jullie nu om de oordelen “niet veroordelen” wat jullie er van vinden.

Geschreven op 5menuutjes

 

 

Alsof het zo moest zijn.

 

 

Sluipend doorheen het sluikgewas

van het verleden

en ontdekken de veelvuldige schoonheid van

iets wat zo gewoon is

Loeren met kinderogen doorheen het kruingewas

van menig tornenstruik

en toch steeds weer die ene bloem zien bloeien

in het drassige moerasgrond

Spreken met onschuldige uitspraken

om zo het kwaad te laten verdwijnen

En ergens zit er een kikker wezenloos voor zich

uit te staren naar het opkomende licht

 

Onderaan de balustrade hangt nog een restje nacht

Op het raam kleeft een eerste vonkelende lichtstraal

En ergens achter die muur schreeuwt het eerste leven van die dag

Het lijkt allemaal zo gewoon

zo buitengewoon gewoon dat geen mens erbij stil blijft staan

dat dit allemaal ooit door een hand geschapen werd

Dat er ooit een stem sprak

en er zal licht zijn

Er was licht

 

Wij draaien aan de schakelaar

duwen op een knopje

en denken dat het zo moet zijn

Wij luisteren naar vreemde stemmen

kijken naar ver van ons bed beelden

en nemen nog een hap van onze boterham

besmeerd met de vruchten der aarde

en denken dat het zo moet zijn

 

Horen wij wel nog de lokroep van een

spotvogel

Zien wij nog wel het uitkomen van een

eendagsvlieg haar eitje

Voelen wij nog wel de winden

van het zuiderse landschap

Of zijn wij nu echt zo afstotend en doen wij alsof

wij hier heer en meester zijn

op dit stukje land wat als naam aarde meekreeg

 

Wij kijken naar het beeld achter matglas

aanbeslagen door veelvuldig vergeten boenen

Bewust of onbewust?

Werden wij niet bang om de werkelijkheid onder ogen de komen

Zijn wij niet ons aan het bewust worden van ons klein en nietig lijfje

wat wij elke dag meedragen als een last

 

En buiten schreeuwt alweer een nieuw leven

het schreeuwt om een beetje aandacht

om een beetje begrip

Maar dat woord vergeten wij nu toch zo snel

als het niet om eigen begrip gaat

 

En ik,

ik sluip doorheen het sluikgewas

bloeder in het drassige van mijn verleden

en ontdek zoveel schoonheid

wat zovele anderen niet meer kunnen zien

Komt het door het te snel opgroeien

Door het kind de zien verdwijnen

in een oude houden koffer

op zolder achtergelaten

Of komt het omdat wij denken dat alles zo gewoon is

dat het allemaal zo moest wezen.

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door sleeples2 om 19:04 Reageer op dit bericht

laat ons samen de stilte delen

                        






              Laat ons samen de stilte delen

 

 

Wanneer de avond valt, en het geluid sterft langzaam af, dan laat de aarde zich omhullen met een stoffige wolk van duisternis.

Wij kunnen de kracht voelen neerdalen wat de nacht met zich meedraagt, een bijna niet de beschrijven kracht word als een stalen harnas neergeworpen op de aardse gronden en laat alles verdwijnen in het niets.

Het haalt zijn kracht uit de stilte wat tweemaal zoveel kracht in zich heeft en dat geen enkel geluid door laat sijpelen.    

Het zoekt zijn kracht in de verkwikkende afkoeling, in het gestaag neerplenzen van dauwdruppels.

Hetzelfde gebeurt er met ons, wij putten kracht uit de duisternis, uit de stilte , en uit het naar binnen sijpelende dauwdruppel geluid.

Daar vinden wij onze rust terug, vinden wij datgene wat de dag ons steeds ontneemt terug en dan sluiten wij ons luiken, onze deuren worden op slot gedaan, want niet een laat de nacht dichterbij komen dan nodig.

Ieder van ons schuwt die stoffige donkere duisternis, bang zijn ze dat zij er in zouden verdwalen, dat zij de weg naar de dag niet meer zouden terug vinden.

En ergens blaft er een hond, hij denkt dat de nacht zich geen meester kan maken van hem, een poes miauwt, een kikker kwaakt, krekels krevelen in het kreupelhout, en ergens zit er een kletsmeier onzin uit de krammen, en zo is zelfs het allerstilste moment nog vervult van geluiden.      

 

En wij sluiten ons af, doen afstand van dit mooie, “mooiste” moment wat een dag in aanbieding heeft.

Wij trekken ons terug achter het raamkozijn, achter aanbeslagen ramen, waardoor geen stipje nachtkoelte doorheen sijpelen kan, wij sluiten buiten werkelijk buiten, en vergeten voor even de aarde rondom ons. Wij vergeten elk ander menselijk wezen, denken niet meer aan het leed wat geleden word twee straten verder, horen het nieuws aan als een monotone herhaling van woorden, woorden die gisteren zo waren, de dag ervoor, en die dag nog eens daarvoor. Wij zitten daar maar als levenlozen elke avond opnieuw voor die sneltreinbeelden, en niet een kan ’s morgens daadwerkelijk herhalen wat de avond voordien de zien was of de horen. Ze trekken een lijn tussen werkelijkheid en non-werkelijkheid, maar ze leggen allen die lijn op de plek waar dat dit voor hen het beste uitkomt.

Maar als de avond zijn stoffige wolk van duisternis laat zakken dan is ieder gelijk voor de ander, wij bidden allen voor onze eigen God, bidden elk ons eigen gebed, prevelen, fluisteren, denken het, en hier en daar misschien iemand die het uitschreeuwt, maar elk in hun eigen taal, met hun eigen woorden.

 

Om dan na het wezenloos zitten staren naar die sneltreinbeelden ons terug de trekken en afstand de nemen van het drukke bestaan daar achter de gesloten ramen. Wij trekken ons terug uit de actie van het alledaagse tafereel, verlaten het podium, zetten onze maskers af “want voor de nacht kan niemand zijn ware gelaat verbergen. het ware wezen ontwaakt wanneer de slaap zich nestelt in hun geesten, in de vorm van dromen komen hun werkelijke personages naar de oppervlakte drijven. En ergens schreeuwt een vrouw om genade, een slapende ontwaakte middenin zijn droom en liet zijn ware gedaante zegen vierend doorheen de straten dwalen. Een schot word gelost, sirenes loeien, nog is het kwaad aanwezig.

 

Men staan er niet vaak bij stil, maar een mens herbergt vaak meer kwaad dan liefde in zich dan dat men zouden toegeven. Men zien het niet, want het kwaad is sluw en verbergt zich achter een sluier van leugens. ’t Is maar zo af en toe dat dit gestadige ritme zich openbaart.

Wanneer dit gebeurt dan is dit het moment waarop velen schreeuwen en tieren van woede, van onmacht, van weet ik wat nog veel meer, want het menselijk denken is ondoorgrondelijk.              

 

In die overgang van traag bewust zijn verloopt deze stoornis vaak uitbundiger dan van een doorsnee mens, die persoonlijkheidverwisseling is er niet zomaar opeens het zit er al lang.

Het wakende blijft strijden die innerlijke strijd tegen het kwaad wat woont diep in dat lichaam.

Een mens heeft niet graag toe dat er kwaad schuilt in zijn gedachten kamertje, een mens verbergt het zoveel liever, tot dat het hek van de dam is en zijn geest explodeert, en dan is het te laat.   

Het goede blijft aanwezig tot op het laatste moment, het blijft zich naar de voorkant schuiven, en duwt het kwaad achteruit, maar het kwaad is als de duisternis , het haalt ook zijn krachten uit andere bronnen.

 

Het natuurlijke ritmisch verloop van leven is een gestaag eentonig en monotone klankschaal wat steeds op het zelfde ritme blijft verder slaan, het kwaad daarentegen is de bakermat wat een symbolische kracht uitstraalt, want symbolisch is het omdat geen mens met dit kwaad geboren is, een mens is uit liefde ontstaan, en met liefde vervuld bij het betreden van de aarde.

Maar laat mij besluiten bij wat ik begon, de nacht, bij het stoffige gewaad wat op aarde komt neer de liggen, en men allen onze eigen soort van dagafsluiting beoefenen. Is dit dan geen mooi moment om eens samen de kijken naar de dag wat is voorbij gegaan en onszelf een af de vragen, was elke stap wat ik nam vandaag wel gerechtvaardig, was elke daad een daad uit medemens liefde, of waren ze meer gericht naar mijn ikzuchtige. Word het dan eens niet de tijd dat wij de ware bron van het leven blootleggen, en zich gaan keren in het Goddelijke wezen wat in ons allen aanwezig is vanaf de eerste dag van ons bestaan.

Zouden wij niet beter wanneer de avond zijn opwachting maakt inplaats van voor de buis de zitten starren naar die sneltreinbeelden eens opzoek gaan naar het Goddelijke mysterie, zouden wij dan niet ontdekken dat veel kwaad ontstond door eigen toedoen? 

*************************************************************

 

Ik sliep en droomde dat het leven vreugde was.

Ik ontwaakte en ontdekte het leven als een belangeloze dienst.

Ik maakte mij dienstbaar

en ervaar het als waar geluk.

 

 

Rabindranath Tagore

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 02:09 Reageer op dit bericht

spatje vreugde


Laat een spatje vreugde neerdalen op aarde

 

He menneer,

mag ik papa zeggen tegen jou,

want ik lig nu toch in uw armen,

en kindjes liggen toch in papa’s armen he?

 

He menneer mag dat,

want weet je ‘k zou je iets willen vragen.

 

Papa, nu ik hier bij jou ben

zou jij voor mijn mama en mijn papa daar beneden

willen zorgen,

zou je hun verdriet om mijn nu leeg staand bedje

een beetje willen op uw schouders nemen?

 

Want ze zijn zo klein,

zo breekbaar,

ben bang dat ze het niet alleen aan

zullen kunnen.

 

Om nooit meer mijn lieve lach te horen.

Om nooit meer de moeten opstaan

midden in de nacht,

wanneer mijn maagje knorde van de honger.

Om nooit meer mijn kleine handjes rond hun vinger

geklemd de voelen.

Om nooit meer mijn traantjes te moeten afdrogen.

 

Daarom vraag ik u menneer,

wil jij vanavond hun eens een verhaaltje voorlezen

zoals zij dat steeds deden voor mij.

Wil jij even hun knuffel zijn in de nacht

wanneer zij rusteloos liggen de draaien en de woelen

omdat zij hun verdriet niet kunnen verwerken.

 

Toe menneer,

mag ik papa zeggen,

laat mijn traantje

van vreugde een zegen zijn

voor mijn mama en papa daar op aard,

zodat hun traantjes van verdriet ook snel een traantje

van vreugde zou kunnen worden.

 

Dat is al wat ik jou vraag

papa hier in de hemel,

dat zij eveneens mogen gelukkig zijn

net zoals ik nu.

Want  ’t is goed vertoeven hier op die zachte

wind zijn adem,

’t is goed verblijven in uw huisje klein,

maar dat weten zij niet,

dus laat hen een teken van mijn vreugde

zien bij het ontwaken

morgen vroeg.



 

 



234318-13c631a7544ddb3440eedd71eb6246bf.gif

234318-177b1e96a350128a3ed72e33e56155d9.gif
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door sleeples2 om 18:01 Reageer op dit bericht

stil verdriet







Het verdriet van de aarde

 

Gisteren keken wij nog in jouw twee helder

blauwe oogjes,

gisteren hoorden wij nog jouw lieve lach weergalmen

doorheen de vroege ochtenduren,

onvermoeibaar leek jij wel de wezen.

 

Gisteren spraken wij nog over dromen

waar jij als flinke meid jouw eerste stapjes zou gaan

nemen in de grote mensenwereld.

Gisteren fantaseerden wij nog over jouw eerste schooldag,

waar jij dan als een grote meid zou staan zwaaien aan

de schoolpoort waar wij jou dan zouden achterlaten

voor heel even.

 

Maar ’t zou maar voor even zijn,

voor slechte een kort moment,

want wanneer de schoolbel rinkkelen zou

zouden wij jou weer mogen omarmen,

en zou jij dan trots kunnen vertelen

over jouw eerste schooldag

 

Maar iets besliste daar anders over,

was het God, de duivel,

of was het de zwakheid van een mens,

niemand kan daar een antwoord op geven,

maar dat wij jou nu,

nu wij jou moesten achterlaten

daar in dat kinderdagverblijf

nooit meer in onze armen zouden kunnen sluiten

dat sijpelt nu langzaam als een snijdend

mes bij ons naar binnen.

 

Wij hopen dat jij  slechts een fractie van een seconde

uit dit toch wel korte leven

het ware kwaad hebt moeten in de ogen kijken,

dat jij niet teveel hebt moeten lijden.

Wij hopen dat jij al lachend bent heengegaan,

want geen enkel kind zou het verdriet

van de aarde mogen de zien krijgen.

 

Gisteren droomden wij met een glimlach

aan jouw eerste stapjes,

jouw eerste schooldag,

vandaag lijkt elke droom van toen

slechts op een oase.

Want nooit meer zullen wij jou achterlaten

voor even,

vanaf vandaag moesten wij jou afstaan

voor altijd en eeuwig.

Maar wij zullen nooit vergeten

jouw lieve lach,

en jouw twee strakblauwe oogjes.

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door sleeples2 om 03:43 Reageer op dit bericht

houden van het leven








Drieënveertig jaren

 

Ik hou van die merel zijn lied

Van dat kinderlijke stemmetje

Ik hou van een reiger zijn vlucht

Van de spanwijde van een adelaar zijn vleugels

Ik hou van het levende

Van het ritmische geluid der stille waterlopen

 

Ik hou van kijken naar een zwaluw

Hoog boven mij in de blauwe lucht

Ik hou van het zien spelen

Het babypoesje in het hoge gras

Ik hou gewoon van datgene wat

Een doodgewone betekenis uitstraalt

 

Van een mus

Een spin

Van een vlieg

Een bij

Van een bloem

Een rozenstruik

Ik geniet het kunnen zien

Van wat ooit bloeide tussen

Hemel en aarde

 

Hoor het lied der madelieven

Het lied der krekels in het korengewas

Hoor het kriebelende

Het ritselende gras

Hoor het ruizen

Het suizen van de wind zijn zucht

 

Ik hou van het meer

En zijn miljoenen regentranen

Die drijven een na een aan mij voorbij

Waar ik mijn handen naar uitreik

Waar ik mijn gelaat mee reinigen zal

Waar ik mijn dorst mee lessen zal

 

Ik hou van het beeld dat bleef hangen

Achter een aangeslagen spiegelglas

Achter een ochtendgloren

Gevangen in een dauwdruppelgestaag

neervallend uitzicht

ik hou van het leven dat mij werd geschonken

nu drieënveertig jaren geleden

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 16:49 Reageer op dit bericht

masker

                                            Met het masker op

 







Men kijken en wachten, en doen niets meer uit eigenbelang, maar kijken wat de ander van ons verwacht en doen dan datgene waardoor wij zijn aandacht zullen krijgen, want wij zijn bang om alleen te staan. En om erbij de horen laten wij onze eigen interesses opzij liggen,  men zijn bang dat de ander zou zeggen, sorry maar dat is niet mijn ding.

 

Steeds lopen wij in het spoor wat de ander aanlegde, zodat wij zeker zouden zijn dat op het einde van de tocht er iemand met openarmen ons staat op de wachten. Steeds laten wij een ander beslissen over ons uiterlijk, ons manier van spreken, hetgeen wat men doen en laten word zelf door anderen beslist “en dat gebeurt meestal onbewust” want wat de ander doet zal wel correct zijn, zo is ons dat ingefluisterd toen wij nog jong en onervaren waren in dit leven.   

 

Wij zijn bang om een zelfbeeld te creëren, zodat wij na een tijdje ons eigen spiegelbeeld niet meer zullen of kunnen erkennen. Wij leven in een maatschappij waar men meer aan geestliften doen dan aan facetliften, want niet alleen ons uiterlijk verbouwen wij “Daar heeft niet iedereen het lef voor of het geld” maar men verbouwen onze eigen geestenkamer. Onze gedachten laten zich leiden door teveel invloed van buitenaf “reclame op tv is daar een van”

 

De mens werd een voertuig wat niet door zichzelf nog word bestuurt  maar door een ander, wij zijn marionetten in een marionettentheater en het spel word steeds door een ander bepaalt. Hoe het spel afloopt daar hebben wij sowieso al geen greep op want dat lot ligt in de handen van onze schepper maar nu is er ook nog de mens die steeds vaker voor God speelt. Het is tevens steeds gemakkelijker om de bekritiseren dan openlijk toe de geven dat wij verkeerd zijn.

 

Wij leven nochtans in een tijdperk waar er geen oorzaak meer bestaat, er is nog enkel een nu moment. Nu leven wij, niet gisteren niet morgen maar vandaag, en zelfs dat is niet totaal correct, want het is wij leven nu, nu zit ik hier dit neer de schrijven, niet binnen een half uur, want wat ik dan zal doen dat weet ik nog niet. 

 

Toch zijn er steeds die zeggen, dat en dat deed jij niet naar behoren. Het lijkt nu alsof ik afdwaal maar niets is minder waar. dit is de reden waarom wij steeds kijken en wachten, zo kan er niemand zeggen, dat en dat deed jij verkeerd, en daarom hoor jij hier niet thuis.

 

Wij lopen met het masker op ons zelf voorbij, zonder dat wij het in de gaden hebben, want wij zijn zo in de weer met het kijken naar hoe een ander zich voord beweegt, hoe een ander zich kleed, wat en ander doet of niet doet, of wat die ander zegt, over met wat is hij bezig? Waar gaat dit gesprek over? Over wie hebben zij het? En ga zo maar verder. En bij elke nieuwe beweging zakt dit masker iets wat dieper overheen ons ware gelaat.

 

Zouden wij niet beter elk ons eigen gelaat laten zien, en zorgen dat iedereen weet wie hij voor zich heeft staan? Zou het niet beter zijn om uw eigen individueel wezen naar voren te laten komen, zodat niet een mens nog voor onvertogen feiten komen te staan? Zou het niet beter zijn om elk op zijn eigen ritme zichzelf voort de bewegen, zonder dat er daar een of andere competitie moet aan vast hangen? Want zover is het nu reeds gekomen, het spel word niet alleen op het veld gespeelt.              

    

    

       

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 14:40 Reageer op dit bericht

heer van licht en duisternis












Heer van leven en dood

 

Heer van licht en duisternis,

tot jou went ik mij, nu dit leven

geen tweestemmig koor meer vormen kan.

Tot Jou wil ik nu mijn gebeden richten

om zo tot jou de kunnen komen

met en rein hart en een zuiver geweten.

 

Niet een vervult van aardse rijkdommen.

Niet een vervult van aardse lusten.

Maar dat van jou Heer.

 

Ik zal de zeeën doorkruisen.

Waden doorheen het oerwoud.

‘k zal als het moet

blootsvoets lopen over de drassige ondergronden

van het regenwoud,

vraag me wat je wilt

ik doe het.

 

Maar ik weet,

Jij bent goedhartig

en laat geen mens nutteloos lijden,

Jij bezit meer liefde dan menig mens de samen,

want jij bent gezegend met het heilige water

van de zuiverste bron ooit op aarde.

 

Heer van klank en stilte,

Gij luistert vol aandacht,

voelt zich nooit de goed om onderding de zijn,

voelt zich nooit oppermachtiger dan al de machten

op aarde samen,

“Al ben jij dit wel”

 

Ik wil vandaag mijn oor schenken

aan de mens rondom mij.

Ik wil mijn stem lenen aan die spraakloze

daar op de hoek van de straat.

Ik wil de mens zijn handen vullen met al de weelde

wat ik vergaarde in dit bestaan hier op aarde.

En ik zal strijden voor iedereen

die geen strijd meer kunnen strijden.

 

Heer van verzadiging,

van de dorstlessende,

de hongerstillende,

aan jou zal ik naderbij komen

en vragen,  zorg voor de mens wat na mij zal leven.

Nee niet voor mij,

want ik delfde mijn eigen graf reeds

op de eerste dag op aarde.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 06:40 Reageer op dit bericht

waar komen wij vandaan kort verhaal









Waar komen wij vandaan?

 

Vandaag vroeg ik aan de wind,

waarvandaan kom jij?

Maar de wind antwoordde niet,

en blies zichzelf hier vandaan.

 

Toen vroeg ik aan de regen,

waarvandaan kom jij?

Maar eveneens antwoordde de regen

En viel gestaag op aarde neer.

 

Toen kwam ik bij een oude eik,

en opnieuw stelde ik diezelfde vraag,

maar ook die eik antwoordde niet,

en liet een blad naar omlaag vallen.

 

Toen kwam ik bij een beekje en zag ik een steen,

alweer stelde ik mijn vraag,

maar net zoals de wind, de regen, en die eik

zweeg hij, en deed hij alsof hij dood was.

 

Ik kwam langs een heg, een treurwilg,

een nachtschacht en steeds vroeg ik

waarvandaan komen jullie?

Maar niet een haf mij een antwoord.

 

Toen zag ik een mus zitten op de nok

van mijn huis en wederom vroeg ik

waarvandaan kom jij?

De mus keek me aan en sjilpte

waarom vraag jij me dat?

Ik vroeg het reeds aan de wind, de regen,

een oude eik, een steen,

en dan nog aan een heg, een treurwilg en aan die nachtschacht

maar niet een gaf mij een antwoord.

 

De mus keek me wat vreemd aan en sjilpte

hoe kun je nu zo stom zijn om dat aan de wind de vragen,

hij komt op zoveel plaatsen en word om de minuut veranderd,

en de regen, hij valt zo snel omlaag dat hij dat niet kan weten

want elke druppel leeft slechts enkele seconden,

en die eik verliest zovaak zijn kleed dat hij het reeds lang niet meer weten kan

welk kleed hij ooit als eerste aangeboden werd,

en die steen daar is reeds zoveel eeuwen versmeten dat hij zich niet meer

kan herinneren waarvandaan hij komt,

en die heg, die treurwilg, en die nachtschacht bloeien en verwelken

steeds maar weer.

 

En ik sjilpte het musje,

ik ga gewoon waar de seizoenen mij brengen zal,

ik weet geus niet meer waar ik ooit aan mijn eerste vlucht begon.

 

Maar mag ik jou eens een vraag stellen sjilpte het musje tegen mij,

Je mag dat, ja

waar kom jij eigenlijk vandaan?

En hier stopt nu mijn verhaal

want zelfs ik wist geen antwoord de geven.

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 04:51 Reageer op dit bericht

stukgeslagen aarde








De schroothoop van het heelal

 

‘k stel mij niet de vraag,

wie was het dat het licht ontstak

wie was het dat er regen liet neerdalen op aard?

‘k stel me niet de vraag,

wie zorgde voor dat eerste nestje

wie haf het eerste schaap op aarde zijn voedsel?

‘k vraag me zelfs niet af,

Wie zorgde er voor dat het dag en nacht werd

Wie zorgde ervoor dat er sterren schenen aan de hemel?

 

Maar ik vraag me af,

wie zijn wij om dit allemaal zomaar naar

onze eigen hand te plaatsen

wie zijn wij dat wij zomaar al het groen laten verbleken

en laten veranderen in grijs betonachtige tinten?

Wie zijn wij dat wij zomaar het recht in eigen handen nemen

over dit ooit zo wonderbaarlijke verschijning ooit?

 

Wie het eerste zaadje zaaide

wie die eerste boom plande

wie dat eerste rozenknopje liet open bloeien

wie het eerste onkruid vanuit het geelrood en baars haalde

wie het eerste leven liet eten van zijn ooit eerst gezaaide zaadje

daaromtrent stel ik nu geen vragen meer,

 

maar wel om de mens wat wij zelf creëerden

naar de daden die wij zelf verrichten,

daar heb ik zo mijn vragen omtrent,

want wie zijn wij

dat wij zomaar het recht in eigen handen nemen

en dat ooit zo wonderbaarlijke omtoveren in de

schroothoop van het heelal.

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 15:43 Reageer op dit bericht

wie zijn wij wat zijn wij








We zijn elk een deel van het complete netwerk

Van het spoor waarop onze trein rijden mag

Van de ene tot de andere halte

Waar wij dan mogen kijken door glazen wanden

Naar al het wonderbaarlijke wat  aan ons

Voorbij flitsen zal.

Want het leven duurt niet langer dan een enkele seconde

Van wat nadien een eeuwigheid zal duren

 

 

Wie of wat ben ik

 

Wie ben ik? Wat ben ik?

Weet je, er bestaat een heel mooie

Sage die dit zo mooi verwoord dat

Ik dit graag met jou zou willen delen

 

Het gaat over een oude man die aan de waterkant zit

en een vlinder

wie ben ik vraagt de man

aan de vlinder

waarop de vlinder antwoord

ben ik jij die denkt dat hij een vlinder is

of ben jij mij die denkt dat hij een mens is

 

wie zijn wij?

Hebben wij wel het vermogen om die

wetenschap mee de dragen?

Zijn wij niet iets kosmisch?

Iets bovennatuurlijks?

Zijn wij niet het ultraviolette licht

Of gewoon een bliksemschicht midden op een zomerdag

 

Wat zijn wij?

Zijn wij wel mensen?

Is een stoel wel een stoel en geen tafel?

Het boek misschien een flater

Want wie kan er ons ooit honderd % zekerheid

Geven van de waarheid wat ons word opgedrongen

 

Er is geen waarheid, geen leugen,

Want wat voor jou een waarheid is

Is voor een ander een leugen

En wat voor diegene een waarheid is

Is dan voor jou alweer en leugen

Het is maar wat jij gelooft of niet

 

Waarom zijn we hier

Heel eenvoudig

Om de cirkel van het leven niet de doorbreken

Want het leven

De dood maakt deel uit van het grote wonder

En dat is net wat wij alen zijn

Een groot wonder

Net zoals dat zaadje wat in veel te droge grond werd neergesmeten

En toch nog zijn weg naar de oppervlakte wist te vinden

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 02:20 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van mijnhebbedingetjes

↑ Terug naar de berichten