Naar de inhoud

mijnhebbedingetjes

akke.beakke.be

Archief

tot u kom ik







Tot U kom ik

 

U zoek ik in het zwart

Van de duisternis

Op u wil ik bouwen het huis

Waarin ik schuilen kan

 

U zoek ik onder een steen

Aan het water

In u wil ik mijn voedsel vinden

Voor mijn hongerige ziel

 

U streel ik als het vacht van een hermelijn

Onder het waken aan de zijde van mijn

Dode lichaam

Bij U wil ik ontwaken

Wanneer mijn leven den einde zal zijn

 

U vraag ik nu nederig

Mag ik uw kind zijn

Om elke nacht in vrede de kunnen slapen

En in vrede de kunnen ontwaken

 

Zegen mij

O Heer

Doop mij met het water

Waarin UW lichaam zich reinigen zal

Laat mij drinken van UW bron

En eten van UW brood

Om zo de kunnen heropleven

In een gloednieuw bestaan op aard

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door sleeples2 om 12:32 Reageer op dit bericht

alsof het zo moet zijn









Dit zijn mijn gedachten wat ik loslaat zonder erbij stil te staan of het goed of slecht zal wezen, ik laat gewoon mijn handen vloeiende bewegingen maken over het toetsenbord, en vraag me niet af wat ze aan het verwezenlijken zijn. Word het aanvaard? Word het gelezen? Wat maakt het uit, het is een moment opname van vandaag, een moment wat ik morgen alweer kwijt zou zijn mocht ik dit moment niet vastleggen op dit scherm. Zo creëer ik vele schrijfsels, zo laat ik vele verhalen tot stand komen. Aan jullie nu om de oordelen “niet veroordelen” wat jullie er van vinden.

Geschreven op 5menuutjes

 

 

Alsof het zo moest zijn.

 

 

Sluipend doorheen het sluikgewas

van het verleden

en ontdekken de veelvuldige schoonheid van

iets wat zo gewoon is

Loeren met kinderogen doorheen het kruingewas

van menig tornenstruik

en toch steeds weer die ene bloem zien bloeien

in het drassige moerasgrond

Spreken met onschuldige uitspraken

om zo het kwaad te laten verdwijnen

En ergens zit er een kikker wezenloos voor zich

uit te staren naar het opkomende licht

 

Onderaan de balustrade hangt nog een restje nacht

Op het raam kleeft een eerste vonkelende lichtstraal

En ergens achter die muur schreeuwt het eerste leven van die dag

Het lijkt allemaal zo gewoon

zo buitengewoon gewoon dat geen mens erbij stil blijft staan

dat dit allemaal ooit door een hand geschapen werd

Dat er ooit een stem sprak

en er zal licht zijn

Er was licht

 

Wij draaien aan de schakelaar

duwen op een knopje

en denken dat het zo moet zijn

Wij luisteren naar vreemde stemmen

kijken naar ver van ons bed beelden

en nemen nog een hap van onze boterham

besmeerd met de vruchten der aarde

en denken dat het zo moet zijn

 

Horen wij wel nog de lokroep van een

spotvogel

Zien wij nog wel het uitkomen van een

eendagsvlieg haar eitje

Voelen wij nog wel de winden

van het zuiderse landschap

Of zijn wij nu echt zo afstotend en doen wij alsof

wij hier heer en meester zijn

op dit stukje land wat als naam aarde meekreeg

 

Wij kijken naar het beeld achter matglas

aanbeslagen door veelvuldig vergeten boenen

Bewust of onbewust?

Werden wij niet bang om de werkelijkheid onder ogen de komen

Zijn wij niet ons aan het bewust worden van ons klein en nietig lijfje

wat wij elke dag meedragen als een last

 

En buiten schreeuwt alweer een nieuw leven

het schreeuwt om een beetje aandacht

om een beetje begrip

Maar dat woord vergeten wij nu toch zo snel

als het niet om eigen begrip gaat

 

En ik,

ik sluip doorheen het sluikgewas

bloeder in het drassige van mijn verleden

en ontdek zoveel schoonheid

wat zovele anderen niet meer kunnen zien

Komt het door het te snel opgroeien

Door het kind de zien verdwijnen

in een oude houden koffer

op zolder achtergelaten

Of komt het omdat wij denken dat alles zo gewoon is

dat het allemaal zo moest wezen.

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door sleeples2 om 19:04 Reageer op dit bericht

laat ons samen de stilte delen

                        






              Laat ons samen de stilte delen

 

 

Wanneer de avond valt, en het geluid sterft langzaam af, dan laat de aarde zich omhullen met een stoffige wolk van duisternis.

Wij kunnen de kracht voelen neerdalen wat de nacht met zich meedraagt, een bijna niet de beschrijven kracht word als een stalen harnas neergeworpen op de aardse gronden en laat alles verdwijnen in het niets.

Het haalt zijn kracht uit de stilte wat tweemaal zoveel kracht in zich heeft en dat geen enkel geluid door laat sijpelen.    

Het zoekt zijn kracht in de verkwikkende afkoeling, in het gestaag neerplenzen van dauwdruppels.

Hetzelfde gebeurt er met ons, wij putten kracht uit de duisternis, uit de stilte , en uit het naar binnen sijpelende dauwdruppel geluid.

Daar vinden wij onze rust terug, vinden wij datgene wat de dag ons steeds ontneemt terug en dan sluiten wij ons luiken, onze deuren worden op slot gedaan, want niet een laat de nacht dichterbij komen dan nodig.

Ieder van ons schuwt die stoffige donkere duisternis, bang zijn ze dat zij er in zouden verdwalen, dat zij de weg naar de dag niet meer zouden terug vinden.

En ergens blaft er een hond, hij denkt dat de nacht zich geen meester kan maken van hem, een poes miauwt, een kikker kwaakt, krekels krevelen in het kreupelhout, en ergens zit er een kletsmeier onzin uit de krammen, en zo is zelfs het allerstilste moment nog vervult van geluiden.      

 

En wij sluiten ons af, doen afstand van dit mooie, “mooiste” moment wat een dag in aanbieding heeft.

Wij trekken ons terug achter het raamkozijn, achter aanbeslagen ramen, waardoor geen stipje nachtkoelte doorheen sijpelen kan, wij sluiten buiten werkelijk buiten, en vergeten voor even de aarde rondom ons. Wij vergeten elk ander menselijk wezen, denken niet meer aan het leed wat geleden word twee straten verder, horen het nieuws aan als een monotone herhaling van woorden, woorden die gisteren zo waren, de dag ervoor, en die dag nog eens daarvoor. Wij zitten daar maar als levenlozen elke avond opnieuw voor die sneltreinbeelden, en niet een kan ’s morgens daadwerkelijk herhalen wat de avond voordien de zien was of de horen. Ze trekken een lijn tussen werkelijkheid en non-werkelijkheid, maar ze leggen allen die lijn op de plek waar dat dit voor hen het beste uitkomt.

Maar als de avond zijn stoffige wolk van duisternis laat zakken dan is ieder gelijk voor de ander, wij bidden allen voor onze eigen God, bidden elk ons eigen gebed, prevelen, fluisteren, denken het, en hier en daar misschien iemand die het uitschreeuwt, maar elk in hun eigen taal, met hun eigen woorden.

 

Om dan na het wezenloos zitten staren naar die sneltreinbeelden ons terug de trekken en afstand de nemen van het drukke bestaan daar achter de gesloten ramen. Wij trekken ons terug uit de actie van het alledaagse tafereel, verlaten het podium, zetten onze maskers af “want voor de nacht kan niemand zijn ware gelaat verbergen. het ware wezen ontwaakt wanneer de slaap zich nestelt in hun geesten, in de vorm van dromen komen hun werkelijke personages naar de oppervlakte drijven. En ergens schreeuwt een vrouw om genade, een slapende ontwaakte middenin zijn droom en liet zijn ware gedaante zegen vierend doorheen de straten dwalen. Een schot word gelost, sirenes loeien, nog is het kwaad aanwezig.

 

Men staan er niet vaak bij stil, maar een mens herbergt vaak meer kwaad dan liefde in zich dan dat men zouden toegeven. Men zien het niet, want het kwaad is sluw en verbergt zich achter een sluier van leugens. ’t Is maar zo af en toe dat dit gestadige ritme zich openbaart.

Wanneer dit gebeurt dan is dit het moment waarop velen schreeuwen en tieren van woede, van onmacht, van weet ik wat nog veel meer, want het menselijk denken is ondoorgrondelijk.              

 

In die overgang van traag bewust zijn verloopt deze stoornis vaak uitbundiger dan van een doorsnee mens, die persoonlijkheidverwisseling is er niet zomaar opeens het zit er al lang.

Het wakende blijft strijden die innerlijke strijd tegen het kwaad wat woont diep in dat lichaam.

Een mens heeft niet graag toe dat er kwaad schuilt in zijn gedachten kamertje, een mens verbergt het zoveel liever, tot dat het hek van de dam is en zijn geest explodeert, en dan is het te laat.   

Het goede blijft aanwezig tot op het laatste moment, het blijft zich naar de voorkant schuiven, en duwt het kwaad achteruit, maar het kwaad is als de duisternis , het haalt ook zijn krachten uit andere bronnen.

 

Het natuurlijke ritmisch verloop van leven is een gestaag eentonig en monotone klankschaal wat steeds op het zelfde ritme blijft verder slaan, het kwaad daarentegen is de bakermat wat een symbolische kracht uitstraalt, want symbolisch is het omdat geen mens met dit kwaad geboren is, een mens is uit liefde ontstaan, en met liefde vervuld bij het betreden van de aarde.

Maar laat mij besluiten bij wat ik begon, de nacht, bij het stoffige gewaad wat op aarde komt neer de liggen, en men allen onze eigen soort van dagafsluiting beoefenen. Is dit dan geen mooi moment om eens samen de kijken naar de dag wat is voorbij gegaan en onszelf een af de vragen, was elke stap wat ik nam vandaag wel gerechtvaardig, was elke daad een daad uit medemens liefde, of waren ze meer gericht naar mijn ikzuchtige. Word het dan eens niet de tijd dat wij de ware bron van het leven blootleggen, en zich gaan keren in het Goddelijke wezen wat in ons allen aanwezig is vanaf de eerste dag van ons bestaan.

Zouden wij niet beter wanneer de avond zijn opwachting maakt inplaats van voor de buis de zitten starren naar die sneltreinbeelden eens opzoek gaan naar het Goddelijke mysterie, zouden wij dan niet ontdekken dat veel kwaad ontstond door eigen toedoen? 

*************************************************************

 

Ik sliep en droomde dat het leven vreugde was.

Ik ontwaakte en ontdekte het leven als een belangeloze dienst.

Ik maakte mij dienstbaar

en ervaar het als waar geluk.

 

 

Rabindranath Tagore

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 02:09 Reageer op dit bericht

spatje vreugde


Laat een spatje vreugde neerdalen op aarde

 

He menneer,

mag ik papa zeggen tegen jou,

want ik lig nu toch in uw armen,

en kindjes liggen toch in papa’s armen he?

 

He menneer mag dat,

want weet je ‘k zou je iets willen vragen.

 

Papa, nu ik hier bij jou ben

zou jij voor mijn mama en mijn papa daar beneden

willen zorgen,

zou je hun verdriet om mijn nu leeg staand bedje

een beetje willen op uw schouders nemen?

 

Want ze zijn zo klein,

zo breekbaar,

ben bang dat ze het niet alleen aan

zullen kunnen.

 

Om nooit meer mijn lieve lach te horen.

Om nooit meer de moeten opstaan

midden in de nacht,

wanneer mijn maagje knorde van de honger.

Om nooit meer mijn kleine handjes rond hun vinger

geklemd de voelen.

Om nooit meer mijn traantjes te moeten afdrogen.

 

Daarom vraag ik u menneer,

wil jij vanavond hun eens een verhaaltje voorlezen

zoals zij dat steeds deden voor mij.

Wil jij even hun knuffel zijn in de nacht

wanneer zij rusteloos liggen de draaien en de woelen

omdat zij hun verdriet niet kunnen verwerken.

 

Toe menneer,

mag ik papa zeggen,

laat mijn traantje

van vreugde een zegen zijn

voor mijn mama en papa daar op aard,

zodat hun traantjes van verdriet ook snel een traantje

van vreugde zou kunnen worden.

 

Dat is al wat ik jou vraag

papa hier in de hemel,

dat zij eveneens mogen gelukkig zijn

net zoals ik nu.

Want  ’t is goed vertoeven hier op die zachte

wind zijn adem,

’t is goed verblijven in uw huisje klein,

maar dat weten zij niet,

dus laat hen een teken van mijn vreugde

zien bij het ontwaken

morgen vroeg.



 

 



234318-13c631a7544ddb3440eedd71eb6246bf.gif

234318-177b1e96a350128a3ed72e33e56155d9.gif
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door sleeples2 om 18:01 Reageer op dit bericht

stil verdriet







Het verdriet van de aarde

 

Gisteren keken wij nog in jouw twee helder

blauwe oogjes,

gisteren hoorden wij nog jouw lieve lach weergalmen

doorheen de vroege ochtenduren,

onvermoeibaar leek jij wel de wezen.

 

Gisteren spraken wij nog over dromen

waar jij als flinke meid jouw eerste stapjes zou gaan

nemen in de grote mensenwereld.

Gisteren fantaseerden wij nog over jouw eerste schooldag,

waar jij dan als een grote meid zou staan zwaaien aan

de schoolpoort waar wij jou dan zouden achterlaten

voor heel even.

 

Maar ’t zou maar voor even zijn,

voor slechte een kort moment,

want wanneer de schoolbel rinkkelen zou

zouden wij jou weer mogen omarmen,

en zou jij dan trots kunnen vertelen

over jouw eerste schooldag

 

Maar iets besliste daar anders over,

was het God, de duivel,

of was het de zwakheid van een mens,

niemand kan daar een antwoord op geven,

maar dat wij jou nu,

nu wij jou moesten achterlaten

daar in dat kinderdagverblijf

nooit meer in onze armen zouden kunnen sluiten

dat sijpelt nu langzaam als een snijdend

mes bij ons naar binnen.

 

Wij hopen dat jij  slechts een fractie van een seconde

uit dit toch wel korte leven

het ware kwaad hebt moeten in de ogen kijken,

dat jij niet teveel hebt moeten lijden.

Wij hopen dat jij al lachend bent heengegaan,

want geen enkel kind zou het verdriet

van de aarde mogen de zien krijgen.

 

Gisteren droomden wij met een glimlach

aan jouw eerste stapjes,

jouw eerste schooldag,

vandaag lijkt elke droom van toen

slechts op een oase.

Want nooit meer zullen wij jou achterlaten

voor even,

vanaf vandaag moesten wij jou afstaan

voor altijd en eeuwig.

Maar wij zullen nooit vergeten

jouw lieve lach,

en jouw twee strakblauwe oogjes.

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door sleeples2 om 03:43 Reageer op dit bericht

houden van het leven








Drieënveertig jaren

 

Ik hou van die merel zijn lied

Van dat kinderlijke stemmetje

Ik hou van een reiger zijn vlucht

Van de spanwijde van een adelaar zijn vleugels

Ik hou van het levende

Van het ritmische geluid der stille waterlopen

 

Ik hou van kijken naar een zwaluw

Hoog boven mij in de blauwe lucht

Ik hou van het zien spelen

Het babypoesje in het hoge gras

Ik hou gewoon van datgene wat

Een doodgewone betekenis uitstraalt

 

Van een mus

Een spin

Van een vlieg

Een bij

Van een bloem

Een rozenstruik

Ik geniet het kunnen zien

Van wat ooit bloeide tussen

Hemel en aarde

 

Hoor het lied der madelieven

Het lied der krekels in het korengewas

Hoor het kriebelende

Het ritselende gras

Hoor het ruizen

Het suizen van de wind zijn zucht

 

Ik hou van het meer

En zijn miljoenen regentranen

Die drijven een na een aan mij voorbij

Waar ik mijn handen naar uitreik

Waar ik mijn gelaat mee reinigen zal

Waar ik mijn dorst mee lessen zal

 

Ik hou van het beeld dat bleef hangen

Achter een aangeslagen spiegelglas

Achter een ochtendgloren

Gevangen in een dauwdruppelgestaag

neervallend uitzicht

ik hou van het leven dat mij werd geschonken

nu drieënveertig jaren geleden

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 16:49 Reageer op dit bericht

masker

                                            Met het masker op

 







Men kijken en wachten, en doen niets meer uit eigenbelang, maar kijken wat de ander van ons verwacht en doen dan datgene waardoor wij zijn aandacht zullen krijgen, want wij zijn bang om alleen te staan. En om erbij de horen laten wij onze eigen interesses opzij liggen,  men zijn bang dat de ander zou zeggen, sorry maar dat is niet mijn ding.

 

Steeds lopen wij in het spoor wat de ander aanlegde, zodat wij zeker zouden zijn dat op het einde van de tocht er iemand met openarmen ons staat op de wachten. Steeds laten wij een ander beslissen over ons uiterlijk, ons manier van spreken, hetgeen wat men doen en laten word zelf door anderen beslist “en dat gebeurt meestal onbewust” want wat de ander doet zal wel correct zijn, zo is ons dat ingefluisterd toen wij nog jong en onervaren waren in dit leven.   

 

Wij zijn bang om een zelfbeeld te creëren, zodat wij na een tijdje ons eigen spiegelbeeld niet meer zullen of kunnen erkennen. Wij leven in een maatschappij waar men meer aan geestliften doen dan aan facetliften, want niet alleen ons uiterlijk verbouwen wij “Daar heeft niet iedereen het lef voor of het geld” maar men verbouwen onze eigen geestenkamer. Onze gedachten laten zich leiden door teveel invloed van buitenaf “reclame op tv is daar een van”

 

De mens werd een voertuig wat niet door zichzelf nog word bestuurt  maar door een ander, wij zijn marionetten in een marionettentheater en het spel word steeds door een ander bepaalt. Hoe het spel afloopt daar hebben wij sowieso al geen greep op want dat lot ligt in de handen van onze schepper maar nu is er ook nog de mens die steeds vaker voor God speelt. Het is tevens steeds gemakkelijker om de bekritiseren dan openlijk toe de geven dat wij verkeerd zijn.

 

Wij leven nochtans in een tijdperk waar er geen oorzaak meer bestaat, er is nog enkel een nu moment. Nu leven wij, niet gisteren niet morgen maar vandaag, en zelfs dat is niet totaal correct, want het is wij leven nu, nu zit ik hier dit neer de schrijven, niet binnen een half uur, want wat ik dan zal doen dat weet ik nog niet. 

 

Toch zijn er steeds die zeggen, dat en dat deed jij niet naar behoren. Het lijkt nu alsof ik afdwaal maar niets is minder waar. dit is de reden waarom wij steeds kijken en wachten, zo kan er niemand zeggen, dat en dat deed jij verkeerd, en daarom hoor jij hier niet thuis.

 

Wij lopen met het masker op ons zelf voorbij, zonder dat wij het in de gaden hebben, want wij zijn zo in de weer met het kijken naar hoe een ander zich voord beweegt, hoe een ander zich kleed, wat en ander doet of niet doet, of wat die ander zegt, over met wat is hij bezig? Waar gaat dit gesprek over? Over wie hebben zij het? En ga zo maar verder. En bij elke nieuwe beweging zakt dit masker iets wat dieper overheen ons ware gelaat.

 

Zouden wij niet beter elk ons eigen gelaat laten zien, en zorgen dat iedereen weet wie hij voor zich heeft staan? Zou het niet beter zijn om uw eigen individueel wezen naar voren te laten komen, zodat niet een mens nog voor onvertogen feiten komen te staan? Zou het niet beter zijn om elk op zijn eigen ritme zichzelf voort de bewegen, zonder dat er daar een of andere competitie moet aan vast hangen? Want zover is het nu reeds gekomen, het spel word niet alleen op het veld gespeelt.              

    

    

       

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 14:40 Reageer op dit bericht

heer van licht en duisternis












Heer van leven en dood

 

Heer van licht en duisternis,

tot jou went ik mij, nu dit leven

geen tweestemmig koor meer vormen kan.

Tot Jou wil ik nu mijn gebeden richten

om zo tot jou de kunnen komen

met en rein hart en een zuiver geweten.

 

Niet een vervult van aardse rijkdommen.

Niet een vervult van aardse lusten.

Maar dat van jou Heer.

 

Ik zal de zeeën doorkruisen.

Waden doorheen het oerwoud.

‘k zal als het moet

blootsvoets lopen over de drassige ondergronden

van het regenwoud,

vraag me wat je wilt

ik doe het.

 

Maar ik weet,

Jij bent goedhartig

en laat geen mens nutteloos lijden,

Jij bezit meer liefde dan menig mens de samen,

want jij bent gezegend met het heilige water

van de zuiverste bron ooit op aarde.

 

Heer van klank en stilte,

Gij luistert vol aandacht,

voelt zich nooit de goed om onderding de zijn,

voelt zich nooit oppermachtiger dan al de machten

op aarde samen,

“Al ben jij dit wel”

 

Ik wil vandaag mijn oor schenken

aan de mens rondom mij.

Ik wil mijn stem lenen aan die spraakloze

daar op de hoek van de straat.

Ik wil de mens zijn handen vullen met al de weelde

wat ik vergaarde in dit bestaan hier op aarde.

En ik zal strijden voor iedereen

die geen strijd meer kunnen strijden.

 

Heer van verzadiging,

van de dorstlessende,

de hongerstillende,

aan jou zal ik naderbij komen

en vragen,  zorg voor de mens wat na mij zal leven.

Nee niet voor mij,

want ik delfde mijn eigen graf reeds

op de eerste dag op aarde.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 06:40 Reageer op dit bericht

waar komen wij vandaan kort verhaal









Waar komen wij vandaan?

 

Vandaag vroeg ik aan de wind,

waarvandaan kom jij?

Maar de wind antwoordde niet,

en blies zichzelf hier vandaan.

 

Toen vroeg ik aan de regen,

waarvandaan kom jij?

Maar eveneens antwoordde de regen

En viel gestaag op aarde neer.

 

Toen kwam ik bij een oude eik,

en opnieuw stelde ik diezelfde vraag,

maar ook die eik antwoordde niet,

en liet een blad naar omlaag vallen.

 

Toen kwam ik bij een beekje en zag ik een steen,

alweer stelde ik mijn vraag,

maar net zoals de wind, de regen, en die eik

zweeg hij, en deed hij alsof hij dood was.

 

Ik kwam langs een heg, een treurwilg,

een nachtschacht en steeds vroeg ik

waarvandaan komen jullie?

Maar niet een haf mij een antwoord.

 

Toen zag ik een mus zitten op de nok

van mijn huis en wederom vroeg ik

waarvandaan kom jij?

De mus keek me aan en sjilpte

waarom vraag jij me dat?

Ik vroeg het reeds aan de wind, de regen,

een oude eik, een steen,

en dan nog aan een heg, een treurwilg en aan die nachtschacht

maar niet een gaf mij een antwoord.

 

De mus keek me wat vreemd aan en sjilpte

hoe kun je nu zo stom zijn om dat aan de wind de vragen,

hij komt op zoveel plaatsen en word om de minuut veranderd,

en de regen, hij valt zo snel omlaag dat hij dat niet kan weten

want elke druppel leeft slechts enkele seconden,

en die eik verliest zovaak zijn kleed dat hij het reeds lang niet meer weten kan

welk kleed hij ooit als eerste aangeboden werd,

en die steen daar is reeds zoveel eeuwen versmeten dat hij zich niet meer

kan herinneren waarvandaan hij komt,

en die heg, die treurwilg, en die nachtschacht bloeien en verwelken

steeds maar weer.

 

En ik sjilpte het musje,

ik ga gewoon waar de seizoenen mij brengen zal,

ik weet geus niet meer waar ik ooit aan mijn eerste vlucht begon.

 

Maar mag ik jou eens een vraag stellen sjilpte het musje tegen mij,

Je mag dat, ja

waar kom jij eigenlijk vandaan?

En hier stopt nu mijn verhaal

want zelfs ik wist geen antwoord de geven.

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 04:51 Reageer op dit bericht

stukgeslagen aarde








De schroothoop van het heelal

 

‘k stel mij niet de vraag,

wie was het dat het licht ontstak

wie was het dat er regen liet neerdalen op aard?

‘k stel me niet de vraag,

wie zorgde voor dat eerste nestje

wie haf het eerste schaap op aarde zijn voedsel?

‘k vraag me zelfs niet af,

Wie zorgde er voor dat het dag en nacht werd

Wie zorgde ervoor dat er sterren schenen aan de hemel?

 

Maar ik vraag me af,

wie zijn wij om dit allemaal zomaar naar

onze eigen hand te plaatsen

wie zijn wij dat wij zomaar al het groen laten verbleken

en laten veranderen in grijs betonachtige tinten?

Wie zijn wij dat wij zomaar het recht in eigen handen nemen

over dit ooit zo wonderbaarlijke verschijning ooit?

 

Wie het eerste zaadje zaaide

wie die eerste boom plande

wie dat eerste rozenknopje liet open bloeien

wie het eerste onkruid vanuit het geelrood en baars haalde

wie het eerste leven liet eten van zijn ooit eerst gezaaide zaadje

daaromtrent stel ik nu geen vragen meer,

 

maar wel om de mens wat wij zelf creëerden

naar de daden die wij zelf verrichten,

daar heb ik zo mijn vragen omtrent,

want wie zijn wij

dat wij zomaar het recht in eigen handen nemen

en dat ooit zo wonderbaarlijke omtoveren in de

schroothoop van het heelal.

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 15:43 Reageer op dit bericht

Meer van mijnhebbedingetjes

↑ Terug naar de berichten