Naar de inhoud

mijnhebbedingetjes

akke.beakke.be

Archief

om wat nog komen zal










Om wat nog komen zou

 

Om wat nooit gezegd kan worden

laat ons samen komen

Om wat nooit genomen zal worden

laat ons samen knielen

Om wat nooit betast kan worden

laat ons samen bidden

 

Om al het leed wat voorbij marcheert

als een uitgelaten stoet

van dronken matrozen

laat ons daarom in stilte samen

dat ene woord herhalen

wat ons werd aangeleerd

 

Om wat nooit bekent zal worden

Om wat nooit gecreëerd zal worden

Om wat nooit vergeten mag worden

laat ons daarom nu even onze handen vouwen

en vragen aan de Heer

 

Heer mogen wij nog een laatste

bloem beminnen

Mogen wij nog een roos een tulp

bemesten

Mogen wij elkeen wie ons nabij is

nog een hand toereiken

met de wetenschap dat het met uw toevertrouwende

medewerking zal zijn

 

Heer mogen wij nog een lach aanschouwen

mogen wij nog een traan zien overgaan in blijdschap

Heer mogen wij nog een groet ontvangen

een wees welkom in ons midden

Heer mogen wij nog wel gelukkig wezen

nu ik besef heb van mijn zondige daden.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door sleeples2 om 13:53 Reageer op dit bericht

levenslessen





 

‘k voel de aanwezigheid van God

Door een zuchtje wind wat langs mij heen strijkt, door een regendruppel wat op mijn wang zich een weg baant naar beneden, door het kriebelen van een grassprietje aan mijn neus. ‘k voel de aanwezigheid van God, door een aanraking van een bloem, door het voelen van warmde en koude, door gewoon een hand wat op mijn schouder word neergelegd. ‘k voel de aanwezigheid van God doorheen het spiegelglas, in het deinende water van die rivier, bij het neer dwarrelen van een bruin geworden blad. ‘k voel zijn aanwezigheid elke seconde van de dag, wanneer ik buiten loop in de snijdende koude van een gure herfstwind, wanneer ik languit liggen mag in het deinende akkerland van mijn peetovergroot vader, wat hij ooit jaren terug met veel liefde had aangelegd, wanneer ik zomaar even mezelf aanraak met mijn vingertoppen. Ik voel dat hij bestaat, bij het krieken van de dag, bij het striemen van een snijdend halmblad, bij het aanraken van een boomschors. ‘k voel de aanwezigheid van God, wanneer ik mijn eigen bekijk in het faal geworden spiegelbeeld, wanneer ik een vreemde een hand heef zomaar om even dank u wel de zeggen, wanneer ik een vleugelloos vogeltje tracht de verzorgen zodat het wederom vliegen kan. ‘k voel de aanwezigheid van God in het betasten van een kromgetrokken aanbeeld van een of andere oude krijger, bij het aanraken van een vlinder zijn schaduw, bij het betasten van iets in het duister. Ik voel dat God alom aanwezig is, want elk deeltje van dit bestaan straalt Goddelijke krachten uit. En zit ik dan ‘s avond voor het tv scherm en ik moet al die afschuwelijke beelden een na een naar binnen zien komen in dit zo vredige huis dan voel ik mij opeens zo klein en nietig, want al is mijn wil nog zo groot, ik kan geen leed afwerpen van die honderdduizend onschuldige slachtoffers hun schouders. Maar ik weet dat God aanwezig is, dat hij die taak op zijn schouders nemen zal, ‘k vraag me alleen soms af, God wanneer neem jij weg van aarde al die onnodige leedverdragen? Wanneer laat jij het gedonder ophouden met kinderen ouderloos maken? Maar dan besef ik opeens, het is niet aan Hem om dit kwaad van de aarde uit de roeien, want Hij haf ons ooit een eigen wil, dus zijn wij het die moeten inzien en aanvoelen wat God nu in werkelijkheid bedoelde met, “daal niet af naar Egypte. Verblijf in het land dat ik u aanwijs. Vertoef als vreemdeling in dit land, en ik zal met u blijven en u zegenen, want aan u en aan uw zaad zal ik al deze landen geven, en ik wil de beëdigde verklaring die ik aan uw vader Abraham heb gezworen”  en ik voel de aanwezigheid van God als een verkwikkende levensbron diep in mij. Mijn hart dat slaat, mijn lichaam wat tintelt, mijn haren die rechtop gaan staan. Ja, God is aanwezig, zelfs dichterbij dan enig mens ooit beseffen zal, want Hij zit in elk van ons. En buiten snijd de wind nog een stukje van de tijd, het snijd zo hard dat niet een restje overblijven zal. Buiten hoor ik een late passant langslopen bij de buren, hoor ik een lach, een vriendelijk woord, een afscheidsgroet, en dan besef ik hoe nabij Hij in wezen is. ‘k neem nog een laatste slok een laatste hap en duik onder het deken waar mijn geliefde vredig ligt de slapen. Heb de dag alweer gehad.

***********************************************************************

Klein lief wezentje  

 O gij klein lief schepsel wat gebogen loopt door striemende regen, wat trotseren zal het snijden van de winden, jou wil ik bij mij nemen om de verzorgen en je wonden af de likken. O gij nietig klein schepsel met die vleugels van papier, waarheen zul jij dan vliegen wanneer ik mijn deur achter mij sluit? Hoever van mij ben jij verwijderd, als de nacht zijn kleed uitspreid op aarde, en er enkel nog straatverlichting zal overblijven zodat wij niet in het donker moeten tasten? Waarheen ga jij wanneer ik mijn ogen sluit voor het duister van de nacht, want al schijnen nog zoveel lichten langs te straten, duister blijft het rondom ons. Toe gij kleine schepsel met uw veelkleurige gewaad waarheen vlieg jij wanneer de dag den einde zal zijn? Slaap jij ook, zoals wij, rust jij ook uit van een dag hardlabeur? Of vlieg jij het licht achterna om zo niet de moeten verdwalen in het donker zijn gewaad?  Zeg mij lieve kleine waterjuffer, waar kan ik jou vinden mocht ik vannacht niet slapen gaan?

                ******************************************************      

we weten dat we bij de dood alles moeten

achterlaten, hoe meer we ons aan alles hechten,

des te pijnlijker zal dit achterlaten zijn.

Wees vrij als de tijd

Wij moeten leren loslaten wat wij bezitten, geen gehechtheid voelen aanwakkeren wanneer wij iets krijgen, niet die drang voelen opkomen naar meer wanneer het blijkt om een of ander onbenulligheid te gaan. Maar aanvaard het met een hoedanigheid van liefde dat jij even alles rondom u vergeet. En wie weet, wanneer jij dan alles loslaten zal wacht er jou nog een veel mooier geschenk. Wij weten dat wij ooit moeten sterven, en wij weten dat wij niets van onze vergaarde rijkdommen zullen kunnen meenemen naar te plaats waar wij dan heen zullen gaan. Waarom jou dan zodanig aan iets hechten dat jij er geen afstand meer van nemen kan. Hecht u aan de liefde in uw hart, hecht u aan het leven wat jij hebt gekregen, niet om uw eigen leven de leren waarderen maar om de waarderen hoe een ander leeft. Hecht u aan een vergankelijkheid, aan de tijd wat nooit stil zal blijven staan, aan elke seconde apart wat jij geschonken word, want het mooiste geschenk wat jij als mens ooit werd aangeboden was het eerste levenlicht de zien stralen in uw ogen. Het eerste vlindertje wat neer kwam de zitten op uw voetjes, de eerste sneeuw wat jij als kind mocht bewonderen, misschien zelfs die eerste vogel wat zich kwam nestelen voor uw kinderkamers vensterraam. Dit en nog miljoenen andere voorbelden zij er om u te laten inzien dat niet het tastbare alleen als een geschenk moet aankeken worden.  Wie dit kan zal beseffen dat het leven een schatkamer van pronkstukken bezit. Wij behoren ooit afstand de doen van dit leven, en wij weten dus dat wij niets kunnen meenemen van die tastbare rijkdommen op aarde en wie dit beseft zal met een veel grotere vreugdegevoel kunnen afstand nemen van dit leven op aarde, want hij zal reeds op voorhand beseffen, van al de rijkdommen wat ik ooit mocht aanschouwen zit de grootste en meest waardevolste rijkdom diep in mijn eigen hart en dat draag ik mee waarheen ik ook zal mogen gaan. Dus leef als een tijd, bezit een seconde om dan die ene seconde alweer los te laten, want na die ene seconde ligt er alweer een nieuwe seconde op u de wachten. Doe dit uw complete leven en u zult vrij zijn wanneer u afstand nemen zal van dit aardse lichaam, jij zult u niet gehecht voelen aan iets wat jij niet meenemen kunt, jij zult u niet als een gevangene gaan voelen van dit lichaam wat jij nu achterlaten moest, maar jij zult vrij zijn, vrij als de wind, vrij als de tijd want komt en gaat en nooit maar dan ook nooit omziet naar iets wat het achterlaten moet.   

*******************************************

Ik wil vrij zijn

 

Vrij als een blad

Vrij als het water

Vrij als een dauwdruppel

Vrij als de tijd wat alles meeneemt om dan ook los te laten

Zo vrij wil ik wezen

Zo vrij wil ik zijn

Want ooit komt er een dag waar ik dit hier allemaal achterlaten zal

En dan wil ik niet gebonden zijn aan dit aardse lichaam

Wil ik niet als een vluchteling zijn op zoek naar zijn aardse bezittingen

Wil ik niet mezelf zien treuren om iets wat toch niet echt bestaat

Dus ik wil vrij zijn

Vrij in elk moment

Vrij op elk pad wat ik beloop

Vrij van mijn eerste tot mijn laatste dag op aard

Want alleen zo zal ik vrij zijn nadat ik verlost zal zijn van dit

Wat toch slecht een illusie blijkt de zijn     

****************************************

Ik wil nog even kind zijn

Ik wil als een kind dwalen door het bos, door het landschap wat deinend zich een weg baant overheen het uitgestrekte van weilanden en akkers. Ik wil geïnspireerd worden door een simpele waterplas, door een doodgewone krekel, een alledaags tafereel. Ik verlang om te laten groeien wat een ander als onkruid aanziet, om te laten stromen dat blauwe water doorheen de dakgoot van mijn eigen droomkasteel.  Ik wil terug kunnen lachen als een peuter van vier spelen als een kleuter van zes en stoeien als een tiener van vijftien. Verlang nogmaals die interesses te voelen opkomen als lang geleden, nogmaals geïnterresseerd zijn in iets kleins iets onnozels. Ik verlang nogmaals geboeid de kunnen zijn door het eerste meiklokje wat omhoog schiet, door een eerste meikevertje wat neerkomt gestreken in mijn heg in mijn achtertuin. Nog even wil ik gewoon niets hoeven maar alles krijgen. Ik wil nogmaals op ontdekkingstocht gaan in onze tuin waar die reuzengrote eik trots voor zich uit stond te staren, o god was me dat een belevenis, die eerste hazelnoten zien vallen, die eerste herfst zien de zomerse kleuren inkleuren. Was me dat een wonder die eerste ijskegel wat aan die eik zijn takken hing de bengelen, die eerste kikker wat vrolijk kwaakte. ‘k zou dit toch zograag nog allemaal eens mogen meemaken. Die eerste schram, dat eerste builtje op mijn achterhooft, die eerste pijn na het vallen van mijn veel te kleine fietsje. Zou het willen omdat ik groot zijn  niet steeds als een ervaring meer kan aankijken. Groot zijn is een vaste routine volgen, is een gestaag in de zelfde richting lopen “en dat zonder even halt de houden bij iets wonderbaarlijks” groot zijn is steeds maar kijken naar het kind wat iets van kattenkwaad uithaalt, en snel schreeuwen, nee doe dat niet, men zouden beter even terug kijken naar ons eigen kind wat in ons verloren is gelopen, en daardoor niet meer zo gemakkelijk de weg naar buiten weet terug te vinden.  Ik wil nogmaals die basisinteresses gewaarworden waarmee elk kind geboren word, geïnspireerd zijn in dagdagelijkse gebeurtenissen alsof het allemaal een wonder is wat geschiet. Kinderen zijn geneigd om de leren, om voorwaard de lopen in dit leven, om wijsheden de verharen. Kinderen verlangen van de oudere mens dat zij een pasklaar antwoord weten op elke gebeurtenis wat er zich afspeelt rond zijn mega grote leefwereld. Waren wij dit na het kind zijn nog steeds dan zoude wij inzien hoe onwijs wij in wezen zijn. Dan zouden wij inzicht krijgen in het werkelijke leven rondom ons . maar wij denken dat bij achttien de schoolpoorten zich voorgoed sluiten en wij niet meer behoeven meer wijsheden de verharen. Ik wil nog even dat kind zijn wat nu begraven ligt ergens onderaan dit opgetrokken standbeeld waar ik ooit zat de spelen met mijn autootjes, en mijn memoblokjes, waar ik ooit een tunnel groef waardoor ik “zo dacht ik” aan de andere kant van die globe uit de komen. Ik wil nog even verwonderd staan kijken bij het eerste meiklokje wat omhoogschiet, bij het eerst sneeuwvlokje wat naar omlaag dwarrelt. ik  wil gewoon nog eens kind zijn, zoals ik dat ooit was. Nog even wil ik in die belevingswereld binnentreden van dat belhameltje wat ik toen wel zal zijn geweest. En waarvan ik weet dat er nog steeds een stukje achterbleef diep in dit nu grote lichaam.                                         

                

 

 

                              

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 00:48 Reageer op dit bericht

jouw naam








Jouw naam

 

Ik zal jouw naam nooit doorstrepen

Maar hem in tederheid dragen;

Soms droevig, soms blij,

Doorheen al de dagen van dit leven,

Tot we in ’t grote Licht staan;

Jij en ik, zij aan zij.

 

Martin vanhee

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 14:33 Reageer op dit bericht

de zwakheid van de mens







Zwakheid van de mens

 

Ik creëer een woord

Zal een daad verrichten

Met mijn handen zal ik geven

En mijn mond zal zwijgen

Want wie gehoorzaamd aan het wettelijke gezag

Zal vroeger dan eender wie dan ook

De waarheid mogen aanschouwen

 

Neem het goud

Het zilver

En draag het tot de armen der mensheden

Om morgen meer rijkdom de kunnen

Verharen dan eender wie dan ook

Want de grootste rijkdom wat een mens bezitten kan

Zit in het hart

 

Leg een onevenwichtig woord van leugens

Neer en spreek de waarheid

Werp met geen steen

Wanneer jij geen kiezelsteentje

Kunt verdragen

En eerder dan wie dan ook zul jij de kracht bezitten

Om een berg opzij de schuiven

Want wie een steen laat liggen

En een kiezelsteen aanziet als een rijkdom

Zal meer macht verharen dan om het even wie dan ook

 

Neem uzelf niet als meerwaardiger

Maar aanzie de arme

De minderbedeelde als uw meerdere

En een koningsgewaad zal uw lichaam bekleden

Waar een ander zal mogen lopen in naaktheid

Want wie het woord van de kleine mens aanvaard

Zal bekleed worden met wijsheden

 

Om dan morgen

Een volwaardig mens de zijn

Moet jij vandaag uw zondige lijf ontdoen

Van elke zonde

Wees niet bang om ze de openbaren

Want God weet dat een mens zwak is

 

 

  

 


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 14:45 Reageer op dit bericht

ik ben een boom








Ik ben een boom

 

Ik voel me bemind

wanneer een vlinder voorbij mij

komt gevlogen,

en even snel een hap uit mijn korst wegkaapt.

 

Ik voel me gestreeld

wanneer de wind aan mij voorbij komt gewaaid,

en meeneemt een stukje van mijn kruin.

 

Ik voel me gebonden

wanneer een hand rondom mijn stam

zich een weg baant naar de hoogste

toppen van mijn groengewaad.

 

Ik voel me verbonden

met de mens wat onder mij schuilt,

wanneer de regen naar omlaag valt,

en een donderslag de stilte

middendoor splijt.

 

Maar ik voel me ontroerd

als een geliefde zijn hart in tweeën

ziet scheuren wat zij ooit in mijn robuuste lijf had gekerfd,

wanneer ik voel hoe tranen van eenzaamheid

zich vermengen met mijn wortelen.

 

Ben een boom, een oeroude boom

wat leed trotseerde,

wat koude moest doorstaan.

Ben een boom van duizend jaren,

maar geen jaar was ooit een

jaar zonder een enkele traan.

 

Ik voel me sterk,

groots.

Ik voel me onovertroffen,

Stoer.

Maar zie ik een mens voorbij waden

dan besef ik hoe klein ik in wezen ben,

 

want al ben ik nog zo groot,

nog zo sterk,

mijn honderd armen kunnen niet een enkele

pijn voor altijd uitblussen.

 

 

 

 

 

 

’t was in een droom

In een droom was het, zie er staat een wijnstok stram en stijf door vele vruchten dragen, en moe van jaren aan en uitgekleed de worden. Zie daar staat een man van honderd jaren, zomaar wat niets de zien, want blind waren zijn ogen, moe zijn vergezicht, maar onverschrokken bleef hij staan waar een ander heen zal gaan. Hij taste in het duister, luisterde naar het onhoorbare, en liep omwonden als een tijger op de vlucht. Waar het einde naderbij kwam, waar geen einde meer zou zijn, daar is het waar hij heen zou gaan wanneer de wijnstok zijn vruchten verliezen zou. En hij dronk, hij dronk van de wijn, hij dronk totdat hij niet meer rechtop bleef staan. Een nieuw seizoen was den einde, een nieuwe rank werd gedronken. Maar wanneer het jaar voorbij zou zijn zouden de ranken nieuwe vruchten dragen, nieuwe bloesems zouden ontstaan, om daarna de druivenplukker opnieuw verse druiven te laten oogsten. Elk seizoen kent zijn vruchtbaarheid, elk seizoen zijn dood, maar niet een seizoen zal ooit voor altijd blijven stilstaan. En de man neemt nog een vrucht, een nieuwe wijnstok werd geoogst.

Gebogen blijft hij staan leeg geroofd zijn trots, zijn groots gewaad. ’t Was in een droom, zie er staat een els een bedelaar, en ergens gieren banden de nacht heeft zichzelf opnieuw leeggeroofd.

 

     

 

   

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 00:00 Reageer op dit bericht

de dichter












De dichter

 

Een dichter maakt mooi

wat lelijk is

Hij weeft met letters een woord aaneen

om zo tranen van blijdschap

van vreugde te laten stromen

 

Een dichter is een poëet van het

kwaad zich niets aantrekkend

want hij dwaalt door het land van woorden

om zo te allermooiste zinnen te verwerven

 

Een dichter is een alchimist

van staalgrijs maakt hij blinkende edelmetalen

van koud ijzer maakt hij

gloeiende sieraden

waar menig oog in verstrikt raakt

 

Hij is een eenzaat

hoeft geen mens rondom zich

want zijn woord is hem alles

daar slaapt hij mee

daar waakt hij mee

en iedere gebeurtenis dracht hij met een gevoelige

snede aan elkaar de weven

 

Zonder allure komt hij op

Zonder snoeven leest hij zijn verhaal

voor menig slapende

want een dichter word toch zo hou vergeten en misprezen

Maar de dichter laat het aan zijn hart komen

en schrijft gestaag verder aan zijn nieuw verhaal

 

Hij volgt zijn eigen ritme

zijn eigen algoritme

en begeeft zich op vaarwateren waar anderen

drenkelingen werden

Hij houd zijn hooft rechtop

en loopt eens als een nar

dan weer als een harlekijn

om dan als een koning de worden ontvangen

 

En elke dag opnieuw laat hij nieuwe woorden

tevoorschijn komen uit zijn magische pen

op het maagdelijk wit van zijn blad

om zo dan morgen misschien een erfenis achter te laten

waar nog menig mens bij stil zal blijven staan.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 19:47 Reageer op dit bericht

Om shakti Om shakti Om shakti Om









Om shakti Om shakti Om shakti Om

Pitra shakti Putra shakti Para shakti Om  3x[1]

De kracht van God in de Vader,

de Zoon en de Heilige Geest

 

*********************************************************

Hoe kleiner het aangebodene hoe groter het zal zijn wanneer het met liefde word gegeven

 

Ooit werd ik geboren in het diepste duister der onwetendheid maar       mijn geestelijk leraar opende mijn ogen met de fakkel der kennis. Ik boog me    eerbiedig voor hem neer en sprak sereen de woorden uit.

Ooit werd ik blind geboren, dwaalde ik ontziend door het land waar ooit mijn meester had gebeden en gezwegen dagen aan een stuk, en ik sprak sereen de woorden uit.

Ooit liep ik naakt overheen de plaveisels van wildgroei en stak mij menig keer een toornen in het oog, want onwetend, blind en naakt was ik toen ik daar overheen mijn meester zijn landerijen liep, en dus sprak ik de woorden uit.

Ooit was ik doof, hoorde ik geen geween, nog gekerm van menig omstander wat aan mij voorbij liep, en dus moest ik wel de woorden uitspreken.

Maar daar ik onwetend was, blind en naakt, en daar bovenop ook nog doof wist ik niet waar ik die wijsheid verharen kon, want hoe onwijs ik ook wezen mocht, ik sprak nooit de woorden uit zoals het behoorde.

Dat ontdekte ik na dagen weken en zelfs maanden van dwalen doorheen het woeste landschap waar ooit mijn meester had gezeten, en bad sereen, meester laat mij een steen waarop ik rusten kan, laat mij een waterplas waarin ik mijn gelaat reinigen kan, meester heef mij een kleed zodat ik mij kan ontdoen van mijn naaktheid. Maar er gebeurde niets.

 

Ik kwam aan bij een grote olijfboom, voelde de aanwezigheid van een oude man, taste in het rond, en raakte zijn gewaad aan, hij sprak, wat kom jij hier zoeken, hier in dit godvergeten land? Waar nog geen schaap zijn kudde volgen kan, waar nog geen herder zijn helhond intomen kan. Wat zoek jij hier tussen het braamgestuikte, en wilde korenroos? Hier vind jij niet het antwoord op je vraag.

 

En ik liep verder het pad af, wat mij bracht bij een waterrivier van stilstaande beelden, taste en voelde een kilde mijn huid beroeren, en wist dat ik er niet alleen was. Wie is daar, vroeg ik, wie staat mij de begluren? Ik ben het, ik de vlinder wat fladdert van bloem naar bloem, wat zich een weg baant doorheen het struikgewas om nieuwe bloemen de oogsten. Kom volg mij en ik breng jou waar het antwoord op jou zal liggen wachten. Ik volgde gedwee en voelde een snijdende pijn in mijn wang, maar liep gestaag verder het kreupelbos is. Toen hoorde ik, wie bracht jij met je mee? Het was een zware stem maar toch ook vriendelijk wat dit vroeg. Wie ben jij, vroeg die stem, zacht maar op een gebiedende toon. Ik……… ik weet niet wie ik ben, ‘k weet evenmin van waar ik kom, of waarheen ik heenga, ik weet alleen dat ik opzoek ben naar DE woorden die mij zullen laten zien, laten horen, mij zullen kleden en mij wijsheid bijbrengen zal. Maar kind toch, hoe onwijs is dit, om dit de denken, weet je, de wijsheid waar jij naar op zoek bent dat zit in jou. Wees een met uzelf, een met uw geest en ziel en jij vind het antwoord op al je vragen. En spreek dan de woorden uit wat u brengen zal wat u verlangt.

 

Even bleef ik staan, verbaast en verwonderd, maar niet teleurgesteld, want wat als die stem nu eens gelijk zou hebben, zou dit echt het antwoord zijn op mijn vragen?

En ik knielde neer bij een klein kiezelsteentje, en sprak,

Heer van dit magisch wonder, laat dit steentje een rustplaats zijn waarop ik mijn hoofd neer kan vlijen, en dit ene kleine kiezelsteentje veranderde in een rots waarin ik schuilen kon. Toen knielde ik neer bij een waterplas en sprak de woorden uit,

Heer laat dit waterplasje een beekje zijn waar ik mijn gelaat in reinigen kan, en dit kleine waterplasje veranderde in een rivier waarin ik zwemmen kon en mijn complete lichaam in reinigen kan.

Toen knielde ik bij een klein en broos plantje en sprak,

Heer laat dit ene platje mijn honger stillen, en dit ene plantje werd een geuze boom waaraan honderden vruchten groeiden.

En na elke stap wat ik nam kreeg ik langzaam mijn zicht terug, begon ik langzaam aan de horen, en ik wist, nu krijg ik de wijsheid van mijn meester toegereikt.

 

Waarom zoeken achter datgene wat in jou zit aan de buitenzijde.

Waarom drachten de horen naar de geluiden die slechts een illusie zijn.

Waarom zoeken achter beelden die toch maar een oase zijn in het vlakke land van menig uitgestorven droomwereld.

Zoek niet buitenshuis wat binnenshuis vindbaar is, geluk is namelijk nog zo groot als het in het klein word aangeboden.

 

 

 

 

 



[1]             Een gebed voor het eten in de ashram "Shantivanam" in Zuid India waar de dialoog tussen christendom  en hindoeïsme door Bede Griffiths (†1993) in praktijk werd gebracht.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 19:43 Reageer op dit bericht

't was mooi








’t Was mooi

 

Nog even speel ik het lied

Nog een strofe brij ik aan het voorafgaande

om dan mijn stil geween te laten

zweven overheen het aardse

 

Nog een laatste snaar beroer ik

Een laatste zinsnede breng ik aan

om dan voor altijd de verdwijnen

middenin een zee van onbeminde

filosofen en poëten

 

Nog even laat ik gelden wat ik zogoed kan

Een woord een zin een compleet verhaal

naar voren brengen

Wie weet zal er nog een iemand

staan toekijken, en zeggen met een lach…………..

 

Hoe mooi dat het wel niet was

Hoeveel stralen er verschenen

toen mijn handen het blad beroerden

en een nieuw lied naar boven wist te slepen

 

Met vermoeide handen

pijnlijke bewegingen

zo komt nu mijn allerlaatste zinsnede

op dit papier neer de liggen

om morgen bij het ontwaken

de ontdekken

dat ook dit niet van blijvende

aard kon wezen

 

Vaarwel het gaat je goed

Vaarwel

’t was goed om hier de verblijven

tussen mensen groot en klein

’t was goed om even de horen

al die mooie woorden van respect en

meedogendheid

maar ‘k laat nu achter mij

wat gisteren nog niet bestond

 

Nog even speel ik het lied

wat gisteren zweeg

Nog even schrijf ik een strofe

na de strofe van lang gelee

Maar daarna zal ik zwijgen

en hopen dat morgen nog een kind zal

mogen weten hoeveel liefde

ik neerschreef op ieder blad steeds weer.

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 19:38 Reageer op dit bericht

        




                 
            requiem

 

Vanavond kom ik nog even bij jou

Daar vierhoog

Nog even zullen mijn handen

jouw handen aanraken

zullen wij als licht en duisternis

zichtbaar maar onaantastbaar zijn

nog even zal ik jou brengen hoog in de lucht

nog even maar zoveel rustiger

 

t zijn de jaren die van een uitbundige

een rustig iemand maken

t zijn jaren van leven

van zien

t zijn de jaren die verstrijken

die van het leven een zacht wiegend

windvlaagje maken

 

het zal mooi zijn

liefdevol

het zal tederheid uitstralen

hoopvol zullen wij

nog even de nacht kunnen inkijken

en weten

als morgen komen zal

zal leven groeien in het hart

 

toch zal ik bij jou de rust der jaren

voelen stromen

want het zijn de jaren die van een uitbundige

een rustig iemand maken

het zijn de jaren die waren

die laten zien

t zijn de jaren die verstrijken

die van het leven een zacht wiegend

windvlaagje maken

 

dat leven zoveel meer inhoud in zich

meedraagt dan een stormwind

dat leven als een requiem is dat leeft

in ieders mensenhart

dat zijn de jaren van leven

die dit laten zien

en nog even zal ik bij jou komen

daar vierhoog

maar zoveel rustiger zal ons samenzijn zijn

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door sleeples2 om 12:39 1 reactie Reageer op dit bericht

laat liefde bloeien








laat liefde bloeien

 

Hij sprak met een serene stem

laat elk kind tot mij komen

en wees licht

laat het kind in Mijn armen rusten

zodat er hen geen leed word aangedaan

want geen kind is geschapen om menselijke dwalingen

de moeten aanvaarden

 

Hij sprak met een glasheldere stem

waar menig regendruppel door bevroor

en geen zonestraal meer kon breken de duisternis

wat er onder de mensheid heerste

en Hij zei

laat ons samen knielen

aan de olijfboom

laat ons samen bidden tot mijn Vader

en vragen om vergiffenis

 

Hij zal jou van elke zonde ontdoen

als jij uw medemens hun kleed afwerpen zal

wat duisternis herbergt

en jij geen kwaad meer zaaien zal

waar ooit liefde bloeide

en als bij wonder zal het kruid verdwijnen

om plaats te maken voor miljoenen liefdesplanten

 

Hij sprak dit uit met een stem

van een engel

zo zuiver

zo puur

dat menig rivier bevroor

en er in elk menselijk hart een tuin

ontstond van

zomerse rozen

 

laat het kind tot Mij komen

leg een bed van rozenblaadjes neer

waarop zij hun onschuldig lijfje op de rusten kunnen leggen

en zing elk hun eigen lied

want morgen zijn ze groot

en moeten zij voor hun eigen kinderen

een wereld weten de creëren

waar haat en nijd geen plekje word toegediend

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door sleeples2 om 12:34 Reageer op dit bericht

Meer van mijnhebbedingetjes

↑ Terug naar de berichten