
Een gedicht over het verleden en al eerder geschreven
De roos van Saron
Een roos, een roos!
Hij groeiede zachtjes naar zijn top
Hij was prachtig van vorm, die roos
Deze roos was het waar ik voor koos
Hij had ook doornen, maar daar boven!
Een prachtige knop!
Blaadjes, zo mooi groen!
Hij was om te stelen, voor een zoen!
De knop ging zachtjes open
De blaadjes bogen zich naar buiten
Zoals lippen zich voor een zoen tuiten
Zo'n roos opent het menselijk hart
Deze roos zo prachtig rood
Deed mij groeien en maakte mij groot!
Wie en wat is deze roos?
De roos van Saron waar ik voor koos!
Deze was het die in mij zong
Deze roos groeide in de woestijn
Deze roos zou in een ieder mens moeten zijn
Deze roos was doordrenkt van bloed!
Dit is de juiste drank
Drank voor een menselijk gemoed!
En hieruit volgt de menselijke dank
En zo vergaat in een mens de walgelijke stank!
De stank van de zonde en eigengerechtigheid
Deze roos geeft het leven tot in eeuwigheid
En maakt de mens geheel weer nieuw
Deze roos was het waar ik voor viel
Deze roos daar zou een ieder mens voor moeten knielen
Deze roos moest worden geknakt
Ja, het liefst in de pan gehakt
Dan kan de mens verder met het overblijfsel van de doornen
En steeds een ander over zich laten toornen!
O, hoe is de mens tegen zichzelf
Houdt praats voor elf
Vecht tegen goed en bloed
En verlangt nimmer naar een nieuw gemoed!
De roos blijft druipen van verdriet
En er is niemand die het ziet
Ze schuwen allen om het ware te lieven
En leven lekker verder naar eigen believen!
Dit is het toppunt van de zonde!
Die dat nederig hart steeds verwonde!
Het nederig hart van de roos
De roos van Saron waar ik voor koos!
Lucas 10 in het bijzonder vanaf 25 t/m 37
Amos 3