Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
aanklager
De aanklager
Wie is de aanklager
Is dat een mensenbehager?
De aanklager is de duivel
Heeft hij daar in behagen
Om onschuldige mensen aan te klagen
Of heeft hij nog meer behagen
Om mensen te misbruiken
Zo gaan geestelijken in alle kerken vrijuit
En als je de lippen tuit
Om ze te wijzen op hun zonde
Dan ontvang je klappen
En dat zijn dan die ongegronde klappen
Je moet dan wel naar adem happen
Ze voeren een macht over je uit
Dat zijn weerga niet kent
En je ziet en weet dat iedere vent
Een bepaalde behoefte heeft
En dat het in ieder mens leeft
Men wordt er mee geboren
Maar toch wil men het niet horen
Waar het fout zit tussen de oren
Je kunt ook prachtige gewaden aantrekken
En je kunt vanaf je hoge plaats de zegen uitstrekken
Over alle mensen in de kerk
En ze verder laten verrekken
Het is mij altijd vreemd voorgekomen
Ook al als jong mens waar in een pastoraal
gesprek deze zaken zich gingen vertonen
Het kan ook een bepaalde nieuwsgierigheid zijn geweest
Vlees en geest hebben niets met elkaar gemeen
De kerk bezoek je om pastoraal geleid te worden
Om de zoektocht naar God te vinden
Maar niets is minder waar gebleken
In alle kerken zijn de preken
Zo gericht, dat het vaak niet meer sticht
Een stichtende preek spreekt de zondaar in zijn wezen aan
En dat doet deze dan in Gods naam
Dan dien je eerst wel van je eigen zonde te zijn bevrijd
Anders is het zo dat ieder mens van een berg zo de hel inglijdt
Dat is de inhoud van de kerken op aarde geworden
Of het nu Rooms katholiek is of Reformatorisch
En/of wat het ook voor naam mag dragen
Daarin ligt al een oordeel
Dit alles ligt nu dan zo onder een zwaar oordeel
En dat is waar men niet aan denkt
Dat men zonder enig geestelijk leven God onnoembaar krenkt
De kerk moet God op aarde vertegenwoordigen
En als het goed is dan ontvang je wederhorigen
En zo ontstaan de saamhorige
Dan is of komt er voor een nietig mens een nieuwe morgen
Maar zo is de kerk vol zondige zorgen
Hoe houd ik mijn zonde verborgen!
Dat is een hoogdravende wedloop
Men zet de kerk in al zijn vormen te koop
De duivel speelt er gretig op in
En weg is alle geestelijk gewin
Er zit overal dan een spin
Die trekt de draden door alles heen
En men heeft dan niets meer met elkaar gemeen
Wat is er dan vreselijk veel geween
Niemand weet meer waarheen?
Waarheen hij of zij vluchten moet
Want God bestaat kennelijk niet
En zo moet dan een onschuldige worden beboet
Omdat de kerk zo zwart is als roet!
vliegen
Macht
Zijn macht en kracht
Doen alle mensen verzinken
Het staat geschreven
Hij heeft alle macht in hemel en op aarde
Wij mensen zijn van nul of generlei waarde
Wij mogen alles gebruiken
Maar we mogen de aarde niet leegzuigen
En als het dan toch gebeurt
Dan worden we over de hele wereld zwaar bekeurd
Vele aardbevingen en geweld
Rookdampen en vuur
Het zijn de berichten van uur tot uur
Het doet ons naar het einde van deze wereld komen
Ook al denken we dat zulk een gevaar niet zal komen
Maar dat zijn valse dromen
Niemand zal aan Zijn macht en kracht ontkomen
Allen gaan nu door het stof
Ook aan het Koninklijk hof
Niemand kan snel even vliegen
Ja, dit zijn toch zaken die er niet om liegen
Prediker 10:4-15
Jesaja 40
vliegen
opnamen
Opnamen
Er zijn verschillende opname
Met speciaal licht kijk je anders
Het is hetzelfde gebeuren
Toch moet je ze van elkaar losscheuren
Wat anders belicht
Dat geeft net even dat andere gezicht
Het is net iets uit de oude doos
Het is toch in deze lente
Zo is te zien dat dit niet veranderlijk is
Maar de mensen zijn veranderlijk
Ze zijn soms net als het weer
Maar dit ouderwetse geeft toch altijd veel sfeer!
bloesem
falen
Falen
Het gerechtshof heeft ernstig gefaald
De staat van het gerechtshof is zwaar gedaald
Er zijn nu al drie zaken naar boven gehaald
Van mensen die onterecht hebben vast gezeten
Die jaren zijn niet meer te vergeten
Als ik het zo bekeek
En ik ben maar een leek
Maar de vrouw die het onderging
Die staat nu wel voor een nieuw begin
Maar er is geen gewin
Daar sta je dan weer in de maatschappij
Gerehabiliteerd en ogenschijnlijk ben je vrij
Maar je bent toch eigenlijk niet echt blij
Want die jaren zijn wel voorbij
Daarbij nog verliezen geleden van familieleden
Wat een drama speelt zich in een mensenleven af
Ja, ik voel diep met deze mensen mee
Want onterecht van misdaden beschuldigd te zijn
Dat doet je hele verdere leven pijn
Wie zou het niet beter kunnen weten dan ik
Ik ga over straat en je voelt je net als Jezus
Zoals Hij het zei, Ik ben de onwaardigste onder de mensen
Dat zou je toch geen mens toewensen
Ik werd ooit ook eens in een kleine kring gerehabiliteerd
Maar daarna werd ik ook nog lang bezeerd
Bij mij heeft het wel destijds een trauma gegeven
Maar in en door het leven met Hem
Kon ik de draad gewoon weer oppakken
Omdat je leeft vanuit het door Hem geschonken geluk
Maar anders is je leven toch wel stuk
Mensen doen net of je vies bent
Je hebt geen schoon hemd
Dus sta je niet in je hemd
Maar je gaat naakt door het leven
Terwijl de mantel der Gerechtigheid
al lang geleden was gegeven
En je ook de Levenskroon had gekregen
Ik hoop voor het slachtoffer
Dat ze dit alles te boven komt
Gelukkig is er goede aandacht voor haar
Maar ik ging heel alleen zonder weinig menselijk mededogen verder
En tot op de dag van vandaag zijn mensen vaak een plaag
Een plaag omdat ze voor hen eigen gelijk gaan
En de onschuldige zien ze dan niet staan
De maatschappij is van onder tot boven zo krom als een banaan
Je bent nog minder dan oud roest
Dat wordt nog wel eens bekeken
Onze kerk en maatschappij zijn van het juiste pad afgeweken
knoppen
De geopende magnoliaknoppen
Het is dan niet meer te stoppen
De boom staat dan in volle bloei
En komt er een reusachtige woei
Dat is het gedaan met de mooie bloemen
Maar het is nu een prachtig gezicht
kabouter
René
Hé…. pompelepé
Daar komt kabouter René
Hij draagt wat met zich mee
Oh, het is een ooievaar
Misschien was hij wel in gevaar
Of deze voelde zich een beetje naar
Dan moet hij mee met René
Met zijn rode muts en laarsjes
Ja, ze hebben daar in het dorp ook kaasjes
Misschien heeft hij wel honger
Zo gaat hij dan samen met ooievaar op pad
Gelukkig is het lente en niet meer glad
Dan kunnen ze samen ook weer terug
De ooievaar weer opgeknapt
En René z’n honger is gestild
Zo leven ze daar maar niet in het wild
Het is een keurig dorp
Er zijn mensen die daar goed voor ze zorgen
Zo zijn ze erg blij met elke nieuwe morgen
bloesem
Cora
Kabouter vrouw
Kabouters zijn niet alleen mannen
Er zijn ook vrouwenkabouters
En deze heet Cora
Zij zit daar te wachten
Tot ze kan gaan koken
Ze moet alleen het vuur warm stoken
Zonder vuur krijg je geen warme hap
Een koude maaltijd is echt geen grap
Daarna krijgen de kabouters meestal wat pap
En dat smaakt juist goed na een warme hap
Cora doet graag zulk werk
Daar bij het dorp is wel een paal en perk
Maar binnenin het dorp
Is iedereen een gelukkige kabouter
Ze hebben allen hun puntmutsen op
Zo zie je dan dat je wandelt in een klein dorp
Een dorp waar ooievaars hun nesten hebben staan
Ja, dat is heel voornaam
Voor een klein dorp
Het heet ook wel ooievaarsdorp!
knopjes
kabouter
Kabouter Aad
Daar hebben we Aad
Was of is hij soms een soldaat?
Nee, Aad is een kabouter
En weet niets van het leven van een soldaat
Aad is ook niet kwaad
Maar hij voert wel uit zijn daad
Hij is wachter in het dorp
Met z’n blauw puntmuts
Zoekt hij naar een klus
Maar er is niet veel te doen
Hij heeft ook geen wandelschoen
Hij heeft blauwe laarsjes aan
Daarom zien we kabouter Aad
Daar zo wachtend stilstaan
bloesem
vink
koolmees
Koolmees in de meidoorn met de nieuwe blaadjes
Dat is echt de lente...
Het wordt vandaag een mooie dag
Een echte lentedag!
ooievaar
Dit zijn pa en ma ooievaar
Ze zijn nog lang niet klaar
Ze werken aan de kraamkamer
Ma is een echte dame
Ze zit niet altijd voor de ramen
De kamer moet eerst in orde zijn
Dat is voor de kleintjes straks fijn
kabouter
Jos
Ik ben kabouter Jos
Sta niet in het bos
Maar voor een houten schuur
Het kan wel even duren
En wat duren die uren
Toch vreselijk lang
Maar Jos is niet bang
Want hij moet waken
En dan laat je, je niet bang maken
Soms gaat het van klepperdeklep
Dat doet de ooievaar met zijn bek
Of liever gezegd zijn of haar snavel
Zij hebben allen een woonkavel
Daar boven in de lucht
Ach ja, voor mij een lange zucht
Want ik ben kabouter
En dan is, je plaats louter
Een plaatsje op de grond
Ach, dan hou ik nu maar m’n mond
Ik ben gelukkig gezond
Ik ben van hout
En dan heb je het helemaal niet koud
Je staat waar je staat
En je werk je ook niet uit de naad
koolmees
Waar zal ik het halen, dacht koolmees
Hij hield in de perenboom zijn feest
Het lijkt eerst een grapje
Maar hij nam echt een hapje
Van de nieuwe aankomende blaadjes

