Drie-asser 332 werd na een kort bestaan als rijtuig van de spoordienst in september 1980 verkocht aan tramhobbyist Freddy Coussens en overgebracht naar de stelplaats van Kalken tot voor de sloop van de oude gebouwen aldaar. Momenteel zijn er geen concrete plannen voor een restauratie. Het rijtuig is thans eigendom van de vzw TTO Noordzee en bevindt zich in een militaire loods in Weelde, Limburg.
De 332 met platte wagen, een restant van een gesloopte twee-asser, keert in de Cataloniëstraat terug naar de stelplaats, na op een werf spoorstaven te hebben afgezet. Bemerk de pantograaf die in de plaats van de sleepbeugel was geïnstalleerd. Links PCC 13, in dienst op de toenmalige lijn 1: Moscou - Van Beverenplein. (dia: Freddy Cousens)
Drie-asser 354, ex-accutram 150 (drie-asser 372, in 1948 hernummerd tot 354), werd in 1974 door Achiel Ryckaert aangekocht en door hem in de periode 1975-'79 op een privé-terrein in Sint-Amandsberg gesloopt en volledig heropgebouwd. Het rijtuig was in 1987 een opgemerkte verschijning in Henegouwen op de toeristische buurlijn Anderlues - Lobbes - Thuin en aan de kust, onder meer bij de jaarlijkse Trammelant-tweedaagse van de TTO in De Haan. Het rijtuig werd voorzien van motoren die het slepen van bijwagens mogelijk maakte en is nog steeds rijvaardig. Het bevindt zich thans in een VVMa-stelplaats aan de kust.
"La Belle et la Bête"... Links een glimmende 354 op het Henegouwe tramnet, rechts een behoorlijk besmeurd rijtuig van buurtlijn 81 Charleroi - Courcelles - Trazegnies. (eigen foto testrit 6 december 1986)
Drie-asser 339 werd in 1930 samengesteld uit de accutram 151, bouwjaar 1903, waarvan de elektrische uitrusting en het koetswerk zonder de platformen werden gerecupereerd. Na een dramatisch ongeval met een vrachtwagen in 1966 ter hoogte van het Duivelsteen werden de nog bruikbare onderdelen ingebouwd in rijtuig 362, dat vernummerd werd tot 339(II). Tusen 1980 en 1998 kwam de 339 af en toe buiten als museumtram (Floraliën 1985, Lentebeurs 1987, Ajuinmarkt Ledeberg 1987-'88...). In die hoedanigheid was het rijtuig op 20 juli 1989 andermaal betrokken bij een zware aanrijding met een vrachtwagen, deze maal aan de Sint-Lievensbrug, waarna het in 1992 volledig hersteld terug in omloop kwam. De voorlopig laatste verschijning geschiedde in de gedaante van bloementram tijdens de Floraliën van 2005, tot een motor het begaf. Thans staat de tram in de stelplaats gerangeerd op spoor 14, tussen een reeks afgeschreven, niet-gerenoveerde PCC's.
Na een aantal jaren met een pantograaf te hebben gereden, werd met het oog op de bijzondere ritten tijdens de Gentse Feesten van 1989 uiteindelijk terug een traditionele sleepbeugel op het rijtuig geplaatst (eigen foto - 8 juli 1989).
Drie-asser 378 werd na een verblijf sinds oktober 1971 op de binnenkoer van het trammuseum te Schepdaal naar een militaire loods in Weelde overgebracht. Door het lange verblijf in open lucht verkeert het rijtuig in een lamentabele toestand. Toch bestaan er op lange termijn plannen om het te herbouwen met de typische ramen, binnenverlichting en lijnaanduiding (met "disque") uit de jaren dertig en veertig.
De 378, in de stad vooral opgemerkt wegens het ingebouwde koplicht aan de ene en het vooruit springende aan de andere voorplaat, vertoefde vele jaren op de binnenkoer van het trammuseum in Schepdaal (foto: september 1972).
De twee-assige bijwagen 50, de enige die overgebleven is van de reeks 50-54 uit het tijdperk van de accutrams, werd oorspronkelijk geleverd in de groene N.M.V.B.-kleur en omstreeks 1913 in het "Empaingeel" van de E.T.G. gestoken. Het deed dienst op de buurtlijn Gent-Zuid - Merelbeke en bestond deels uit een pakgoedafdeling (fourgon-bagages"), deels uit een reizigerscompartiment. Het is sinds 1969 in dienst op de toeristische tramlijn van de TTAA in Erezée. De pakgoedafdeling werd staanruimte.
Het gemengde rijtuig voor pakgoed en reizigers, gedegradeerd tot werfwagen op de "spoorkoer" van de stelplaats omstreeks 1968.
De twee-assige bijwagen 55 vormde een onderdeel van de tiendelige reeks 55-64, in 1912 gebouwd door de Ateliers Métallurgiques de Nivelles, alle voorzien van langsbanken en kopdeuren. Ze werden ingezet op de lijnen naar Melle en Merelbeke. Na een modernisatie te hebben ondergaan in 1943 werd het rijtuig begin 1969 uit dienst genomen en door de zorgen van AMUTRA overgebracht naar Kalken. Daar werd het jaren later grondig gerestaureerd. Nadien verhuisde het naar het VlaTam in Berchem-Antwerpen, waar het na een kortstondig verblijf te Gent naar aanleiding van de viering "Honderd Jaar Elektrische Tram" terugkeerde. Een tramstel in het gedeelte van de Brabantdam tussen het "Rond Punt en het Van Arteveldeplein (Sint-Anna). Het betreft hier een combinatie van een motorrijtuig uit de reeks 316-330, een bijwagen van het type 65-72 en de bijwagen 55., in dienst op lijn 20 "Sint-Pietersstation - Arsenaal - Melle", de fameuze "studententram". (foto omstreeks 1967 genomen)
De twee-assige bijwagen 60 uit dezelfde reeks 55-64, beschreven in rubriek (80)., gerangeerd in de stelplaatsloods in Gentbrugge. Bemerk het stopcontact bovenaan en het snoer, diagonaal gespannen voor de kopdeur, dat de stroom leverde voor de verlichting binnenin. Het rijtuig werd eind juli 1971 eveneens overgebracht naar de toeristische lijn in Erezée. (foto: 1969)
De twee-assige bijwagen 70 behoorde tot de reeks 65-72 en werd gebouwd uit het voormalige motorrijtuig 187 van het half open type "Expo 1913", met gesloten platforms, zes ramen en een dak voorzien van een lichtkap of lanterneau. Het rijtuig werd voor het Vlaamse Gewest in 1986 teruggekocht van de Waalse vereniging TTA en eerst naar Kalken overgebracht. In 1999 belandde het in de stelplaats van Knokke-Heist om er volledig te worden gerestaureerd. In 2004 werd het rijtuig aan de kust ingeschakeld voor rondritten, georganiseerd door TTO Noordzee. In september kwam het even terug naar Gent voor deelname aan de historische tramstoet.
Bijwagen 70, samen met de 60, 67 en 72 op 31 juli 1972 verkocht aan de "Tramway Touristique de l'Aisne" (TTA). Foto genomen te Erezée in augustus 1973.
Tenslotte nog een beeld van rijtuig 72, een ex-motorrijtuig, tijdens de oorlogsjaren omgebouwd tot bijwagen. Op 26 juni 1972 had op het stadsnet de allerlaatste rit plaats met een aanhangwagen in reizigersdienst. Hij was gekoppeld aan drie-asser 321, voor een reis op het traject van lijn 20 tussen het Sint-Pietersstation, het Arsenaal en Melle.
Bijwagen 72 aan het tramperron op het Maria-Hendrikaplein. Bovenaan bemerken we de sleepbeugel van het motorrijtuig. (foto: Pierre de Meyer)