De oorlogskardinaal


Dr. Isidro Gomá y Tomás
Aartsbisschop van Toledo, Primaat van España
El cardenal de la guerra – De oorlogskardinaal
20 mei 1939
Nadat de 2de Republiek was uitgeroeid door de troepen van Franco, met een sinistere balans van meer dan 500.000 doden en tienduizenden in de cel of verbannen, kreeg kardinaal Isidro Gomá y Tomás op 20 mei 1939 uit de handen van Franco het slagzwaard van de dictator zelf ten geschenke (voor bewezen diensten) en mocht hij zij aan zij met de Caudillo onder een baldakijn de Santa Bárbara-kerk van Madrid verlaten. Zij werden door verscheidene bisschoppen met de fascistengroep uitgeleide gedaan.
Isidro Gomá y Tomás werd te La Riba (Tarragona) geboren op 19 augustus 1869 en overleed te Toledo op 22 augustus 1940). Hij was primaat van Spanje tijdens de burgeroorlog en speelde een hoofdrol.
Hij was de redacteur van het “Herderlijke Schrijven” waarin de kerk de volledige steun toezegde aan de staatsgreep tegen het wettelijke gezag. Om geen twijfel over die steun te laten bestaan, legde Franco een maand later de eed af, in de handen van de primaat, als nieuw staatshoofd tijdens een plechtigheid van de “Consejo Nacional de Falange Española”, Nationale Raad van de (fascistische) Falange in het klooster “Las Huelgas” te Burgos.
Na zijn overlijden (1940) kreeg aartsbisschop Isidro Gomá y Tomás een staatsbegrafenis. Hij werd begraven met alle eer die een kapitein-generaal te beurt valt: “Voor de relevante diensten die hij aan het vaderland verleende, vooral tijdens de recente Cruzada (kruistocht)”.
Een paar uitspraken van de aartsbisschop
“Geen enkele pacificatie is mogelijk, als het geen pacificatie van de wapens is. Consciëntieus en zonder aarzelen, moeten allen die anders denken dan wij, geëlimineerd worden” (juli 1936).
“Dit is een oorlog van Spanje tegen anti-Spanje, van religie tegen atheïsme, van beschaving tegen barbarij” (juli 1936).
“Is de oorlog in Spanje een burgeroorlog? Neen, het is een strijd van hen zonder God (una lucha de los sin Dios) tegen het werkelijke Spanje, tegen de katholieke religie” (1936).
“Niemand kan ontkennen dat de “Deus ex machina” van deze oorlog God zelf is, Zijn religie, Zijn wetten, Zijn bestaan en Zijn invloed op onze geschiedenis” (juni 1937).


















