Voorakkoord?


De onderhandelingen tussen PNV en PSE met Batasuna aan de ene kant, en de indirecte contacten tussen regering en ETA aan de andere kant, zouden volgens bepaalde bronnen een voorakkoord hebben opgeleverd. Ik blijf in de voorwaardelijke wijs spreken, omdat een uitschuiver onmiddellijk weer het vuur aan de lont kan steken, en omdat bepaalde bronnen (regimepers) er een politiek spelletje willen van maken.
En toch. De mogelijke vooropgestelde oplossing is absoluut het bespreken waard, alhoewel de eis betreffende de territorialiteit (Zazpiak, Bat! - 7 provincies, 1 Euskal Herria) van ETA (nog) niet wordt ingewilligd.
Als ETA een verklaring verspreidt waarin het definitief het wapengebruik afzweert (dus een stap verder dan het staakt-het-vuren) en als Batasuna gelegaliseerd wordt (dat moet trouwens vόόr maart 2007 om aan de verkiezingen van mei 2007 te kunnen deelnemen), kan de politieke onderhandelingstafel onmiddellijk van start gaan. De twee voornaamste onderwerpen van die onderhandelingen zouden de volgende zijn:
-
Het recht om zelf te beslissen zou in een nieuw politiek statuut voor Baskenland (onderworpen aan een referendum) opgenomen worden.
-
De territorialiteitseis, door ETA en de abertzales gesteld, zou omzeild worden door de toekenning van een soort statuut van “euroregio” die de 3 provincies van Euskadi, Navarra en de 3 Franse provincies zou omvatten. (Hier moet Frankrijk akkoord gaan en voor Navarra moeten de komende verkiezingen afgewacht worden. Als de socialisten er winnen, zijn zij akkoord de formule goed te keuren).
Er wordt gerekend op Arnaldo Otegi om dit bij Batasuna te verdedigen en op Josu Ternera om dit bij ETA te verdedigen. Otegi en alle andere abertzaleleiders willen voorafgaandelijk de garanties dat beschuldigingen (ze zijn op borgtocht vrij) die tegen hen lopende zijn, in geen geval kunnen uitmonden in gevangenisstraffen.
Wat met nog meer omzichtigheid moet benaderd worden, is de opening die gemaakt wordt om de “Parot-doctrine” (afschaffing van de voorwaarden die leiden tot vervroegde invrijheidstelling, dus langere straf) door het Tribunal Constitucional (Grondwettelijk Hof) nietig te laten verklaren. Ook zou de regering er bij de magistratuur op aangestuurd hebben om de strafmaat “meer aan de werkelijkheid” aan te passen en om bij twijfel de vrijspraak te vorderen.
De penibele zaak van de Baskische gevangen (foltering, spreiding…) zou geen onderwerp vormen van de onderhandelingen, maar afhangen van formele en directe contacten tussen ETA en de regeringsafgevaardigden. ‘Conditio sine qua non’ is ook hier het neerleggen van de wapens. Wat wel opvalt, is dat er niet meer gesproken wordt over de “ontbinding” van ETA.
Tot slot wil ik toch nogmaals wijzen op de “voorwaardelijke wijs” waarop dit artikel opgesteld werd.




















