Arbitrair


Zwarte Lijsten
24 januari 2008
De parlementsleden van de Raad van Europa (PACE) hebben in Straatsburg de fundamentele kritieken van rapporteur Dick Marty betreffende het gebruik van ‘zwarte lijsten’ onderschreven. PACE oordeelde dat er in hoofdzaak twee grote problemen zijn met het gebruik van dergelijke lijsten.
Enerzijds zijn de procedures die worden gehanteerd door de VN-Veiligheidsraad en de Europese Unie bij het evalueren van individuen en groepen die verdacht worden van banden met terrorisme volkomen arbitrair.
Anderzijds zijn deze procedures in strijd met tal van fundamentele basisrechten en vrijheden.
Het gebruik van zogenaamde ‘zwarte lijsten’ neemt in onze samenleving hand over hand toe in allerlei sectoren (cfr. lijsten m.b.t. wanbetalers op de huurmarkt, in de kredietsector, de verzekeringssector e.a.), maar het rapport van Dick Marty behandelt specifiek het gebruik van zwarte lijsten door de Verenigde Naties en de Europese Unie inzake terreurverdachten.
Net zoals rapporteur Dick Marty oordeelde PACE dat er in hoofdzaak twee grote problemen zijn met het gebruik van dergelijke lijsten. Enerzijds zijn de procedures die worden gehanteerd door de VN Veiligheidsraad en de Europese Unie bij het evalueren van individuen en groepen die verdacht worden van banden met terrorisme volkomen arbitrair. Anderzijds zijn deze procedures in strijd met tal van fundamentele basisrechten en vrijheden.
Zo zijn het de individuele regeringen die bepalen wie er op de zwarte lijsten moet komen, maar zij doen dit momenteel zonder het recht op een eerlijk proces te eerbiedigen. Zelfs de leden van het comité dat finaal beslist over de inhoud van de zwarte lijsten worden volgens Dick Marty niet op de hoogte gebracht van alle redenen voor het plaatsen van een individu of groep op de zwarte lijst.
Vaak worden deze individuen of groepen ook zelf niet gewaarschuwd over het feit dat er een procedure loopt om hen op de zwarte lijst te zetten. Zij worden dan ook niet gehoord en in sommige gevallen zelfs niet op de hoogte gebracht van de uiteindelijke beslissing. Zo gebeurt het dan ook dat sommige mensen totaal onwetend zijn betreffende de verdenking die tegen hen loopt. Totdat zij een grens willen oversteken of hun bankrekening wensen te gebruiken. Bovendien is er geen enkele bepaling voorzien die een onafhankelijke beoordeling van de beslissing tot het toevoegen van iemand aan de zwarte lijst mogelijk maakt. Het recht om je te kunnen verdedigen en het vermoeden van onschuld zijn nochtans fundamentele rechten. De gevolgen van een dergelijke maatregel kunnen zwaar zijn. Zo kan men je vermogen bevriezen, en kan men je een reisverbod opleggen, enkel en alleen omdat je naam op een zwarte lijst terecht is gekomen. Men moet echter steeds in het achterhoofd houden dat het hier gaat om lijsten van ‘verdachten’, niet van ‘veroordeelden’.
Rapporteur Dick Marty pleit er dan ook voor om individuen of groepen die gescreend worden en die men op de zwarte lijst wil zetten hiervan op de hoogte te brengen opdat zij zich zouden kunnen verdedigen. Anderzijds pleit hij ervoor om individuen of groepen die op de zwarte lijst staan, maar waartegen na een strafrechtelijk onderzoek geen enkel bezwarend materiaal is gevonden te compenseren voor de geleden schade. Op dit moment is het zelfs vaak niet eens mogelijk om een correctie aan te vragen en je naam te laten schrappen van de lijst. Individuen en groepen blijven soms jaren op dergelijke lijsten staan zonder te weten waarom en dit beïnvloedt hun leven in grote mate.
Momenteel staan er volgens het rapport ongeveer 370 mensen en 130 groeperingen of organisaties vermeld op de zwarte lijst van de Verenigde Naties en ongeveer 60 mensen of groeperingen op de zwarte lijst van de Europese Unie.
De Raad van Europa concludeerde op basis van dit rapport dat “dergelijke procedure onwaardig is voor internationale instellingen zoals de VN en de EU”. De parlementsleden van deze Raad benadrukken dan ook dat dit systeem van zwarte lijsten herzien moet worden “om de geloofwaardigheid van de internationale strijd tegen terreur te vrijwaren”. Bovendien schenden lidstaten die verzocht worden de handhaving van dergelijke sancties te verzekeren hun verplichtingen onder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
http://assembly.coe.int/ASP/Press/StopPressView.asp?ID=1999.
Op 16 december 2008 heeft de Europese Unie de politieke partijen ANV en EHAK toegevoegd aan de “zwarte lijst”, op dringend verzoek van de Spaanse regering. Ook Juan María Olano, voorvechter van Gestoras pro-Amnistia kreeg een plaatsje op die lijst, samen met alle organisaties die aanleunen bij de onafhankelijksheidsgedachte, van jongerenorganisaties, over culturele tot organisaties die ijver voor de rechten van politieke gevangenen.


















