Yoyes
10 september 1986
Op 10 september 1986 wandelde ze met haar zoontje Akaitz door het feestvierende Ordizia, waar ze werd geboren op 14 mei 1954. Zij werd beroemd omdat zij de eerste vrouwelijke dirigente van ETA werd en één van de meest gezochte Etarras.
Yoyes trad toe tot ETA in de jaren 70. Na de moord in 1978 op José Miguel Beñarán Ordeña “Argala”, door de doodseskaders van het BVE-Batallón Vasco Español, nam zij langzamerhand afstand van zijn erfenis: "la línea dura", de harde lijn. Zij verliet ETA in 1980 en ging in ballingschap naar Mexico, waar zij werkzaam was voor de UNO. Op 17 oktober 1985, toen er geen enkele klacht meer tegen haar liep, overwoog zij om naar Euskadi terug te keren. Het is tot op vandaag nog niet helemaal duidelijk waarom Yoyes wilde terugkeren. Bepaalde bronnen spreken van een pact met Txomin Iturbe. Ik wil daarover niet verder uitweiden, omdat deze zaak heel duister is en het niet eens zeker is of dit waarheidsgetrouw is. Wat wel vaststaat, is dat zij ingegaan is op de mogelijkheden van het “Plan de Reinserción Social” (reclassering van spijtoptanten).
ETA-m had onmiddellijk op die mogelijkheid gereageerd: “De ‘arrepentimiento’ karakteriseert zich als een modaliteit van politieke collaboratie met de vijand…”
Yoyes was voor veel nationalisten een stap te ver gegaan en ze werd openlijk beschuldigd van verraad (Yoyes traidora).
Op 10 september 1986 wandelde ze met haar zoontje Akaitz door het feestvierende Ordizia. Een paar schoten weerklonken en Yoyes was niet meer. Volgens de processen-verbaal opgesteld t.b.v. het proces werd Antonio López Ruiz “Kubati” aangewezen als dader en Francisco Mujika Garmendia “Pakito” als opdrachtgever.
Op het familiegraf te Ordizia staat op het familiegraf volgende tekst: “Callaron tu voz, no apagarán tu luz. Yoyes maitea” (Ze deden je zwijgen, maar zullen je licht niet doven. Geliefde Yoyes).
Communiqué van ETA
“[…] De zaak Yoyes is illustratief. Terwijl de hachelijke situatie van de vluchtelingen stilaan de pijngrens overschrijdt, terwijl de levenomstandigheden in Iparralde onhoudbaar worden, terwijl GAL frequent onze beste militanten uitmoordt, terwijl arrestaties aan de lopende band gebeuren, terwijl deportaties en uitlevering aan het vijandige Spanje schering en inslag zijn, besluit Yoyes, die een goedbetaald burgerlijk leven leidt in Mexico en een wettelijke verblijfsplaats heeft, in te gaan op het vernederende plan van minister Barrionuevo.
Het contrast tussen haar persoonlijke situatie en de rest van de vluchtelingen toont duidelijk haar positie tegenover haar vroegere strijdmakkers aan en haar voorkeur voor de Spaanse machthebbers. Iedereen heeft het recht vrijwillig de organisatie te verlaten, zonder probleem, de enige voorwaarde is dat er niet samengeheuld wordt met de bezetter. Haar houding getuigt van een bewust misprijzen voor hen, in ballingschap, die meer dan ooit en heviger dan ooit moeten lijden […]”
Uittreksel uit: “Zutabe”, nr. 44, november 1986. Opgesteld door “Colectivos Presos de ETA”.

