
Als in de Baskische scholen
het nationaalkatholicisme heerst
Op 29 juli 2006 verschijnt van de hand van Hilario Murua, licentiaat pedagogie en doctor in de Opvoedkunde aan de Baskische universiteit, een werk van 800 pagina’s over het onderwijs tijdens de Francodictatuur: “El magisterio y la enseñanza primaria en Gipuzkoa, 1935-1975”
Met de staatsgreep van Franco werden de dorpsscholen plots Nationale Scholen waar het nationaalkatholicisme de richtlijn was (Escuelas Rurales werden Escuelas Nacionales). De eerste maatregel die Franco doorvoerde was de nieuwe economische schikking in de Baskische provincies Araba, Bizkaia en Gipuzkoa, de zogenoemde “verradersprovincies”. Hierdoor boetten de deputaties geweldig in aan economische macht (de Conciertos Económicos werden afgeschaft) en daarvan was het onderwijs het eerste slachtoffer. Maar op de eerste plaats diende het Euskara uitgeroeid te worden. Kinderen die betrapt werden op het spreken van Baskisch kregen een ring (‘el anillo’) die moest doorgegeven worden als iemand anders werd betrapt.
Wie de ring op het einde van de dag of op het einde van de week in zijn bezit had, kreeg zweepslagen of stokslagen in de handpalmen, soms een geldboete of een andere sanctie, zoals het poetsen van de klas! Het gaat hier over kinderen jonger dan 11 jaar!
Het merendeel van de Republikeinse onderwijzers en leraren werd gefusilleerd. De “depuración” of uitzuivering was één van de obsessies van de Franquisten.
Pastoors liepen soms openlijk met een revolver rond en meer dan eens namen ze deel aan de fusillades. Wie hieraan ontsnapte werd “uitgezuiverd” (gefusilleerd) of, degenen die meer geluk hadden, werden het land uitgewezen. Meteen na de oorlog werd Baskenland overspoeld door militairen die amper gestudeerd hadden. Het onderwijzende personeel dat vanuit Burgos, Logroño, Valladolid of Zaragoza kwam, was boven de 50 jaar en had van onderwijspedagogie niet veel kaas gegeten. Om de baan te krijgen was het voldoende “tijdens de Rode Dictatuur” (de 2de Republiek van 1931 tot 1936) vastgezeten te hebben, weduwe of weduwnaar te zijn van een “door de Roden gefusilleerde”, vrijwilliger geweest te zijn in het Legioen of “gedeserteerd te zijn naar de overkant” of “ouder van een groot gezin te zijn”, eerder dan iets af te weten van pedagogie of onderwijs. Ze werden erg slecht betaald en gemiddeld kreeg een Guardia Civil, een politieman of een andere ambtenaar een derde méér betaald. In 1965 kreeg een onderwijzer 303 peseta’s terwijl voor de huur van een woning 2.500 peseta’s moest betaald worden. Tot hun verbijstering stelden ze vast dat de kinderen in de Baskische dorpen geen Spaans spraken! Een verordening van 7 december 1936 verplichtte binnen de 48 uren alle berichten, aankondigingen of affiches met de letters “k”, “tx” of “b” (in plaats van de als “b” uitgesproken letter “v”) te verwijderen op boete van 500 peseta’s. De 3 kleuren van de Ikurriña mochten niet gecombineerd worden en Baskische voornamen bestonden niet meer. Tot de nieuwe vakken hoorde de “vorming in de nationale burgerzin”. In de klassen moesten naast het schoolbord foto’s van Franco, van José Antonio Primo de Rivera (oprichter van de fascistische Falange), van de Maagd Maria en de nodige kruisbeelden hangen. En op een goed zichtbare plaats mocht uiteraard de Spaanse vlag niet ontbreken.
Toen een aantal priesters een manifest schreef ten voordele van de Baskische Taal werden ze gestraft (gevangenis van Zamora). Dit gebeurde in … 1970!
Ook voor de vrouwen had het nationaalkatholicisme wat in petto: “Dios, patria, hogar”, God, vaderland en haard! Vrouwen aan de haard. Wie toch wilde studeren, moest het grootste deel van de tijd ten dienste staan van de “Servicio Social”, een soort sociale dienst die alleen de “goeden” ter hulp snelde. Zoniet mochten de studies vergeten worden, werd geen rijbewijs afgeleverd en mocht er in geen enkel centrum gewerkt worden.
Verhelderend is ook de verklaring van José Permatín, één van de ideologen van het nieuwe regime en aureur van het in 1938 verschenen werk: “Qué es lo nuevo…”.
Zegt Permatín: ”De Spaanse nationaliteit is gebaseerd op het katholieke ideaal en het fascisme is de fusie tussen Staat en Natie; als gevolg hiervan moet Spanje, als het nationaal wil zijn, ook fascistisch zijn”. Commentaar overbodig!
Bron: blog “gernika.wordpress.com”