Baskische topkoks


Allemaal 3 *** restaurants
18 oktober 2004
Op 18 oktober 2004 stonden de kranten er vol van: “Baskische topkoks: Werkten mee met ETA.”
Nergens is er een grotere concentratie van sterrenrestaurants te vinden dan in de “toeristische hoofdstad” van Euskalherria, Donostia-San Sebastián, of in de onmiddellijke buurt van deze stad (Donostialdea).
Pedro Subijana van het restaurant “Akelarre” in Igeldo kreeg al twee keer de Spaanse koning op bezoek. Subijana heeft een programma op de Baskische TV.
Juan Mari Arzak aan de andere kant van de stad, is een unieke vernieuwer door oude recepten te “moderniseren”. Bij het huwelijk van de Spaanse kroonprins, Felipe de Borbón y Grecia en Doña Letizia, op 22 mei 2004, verzorgde Arzak mee het banket voor de gekroonde en de gekozen hoofden.
Carlos Arguiñano is gevestigd in Zarautz en had jarenlang een TV-programma op de Spaanse zender dat zó goed was dat de groentewinkels, viswinkels en andere winkels van levensmiddelen de dag ná uitzending aan de verkoop merkten wat Arguiñano had klaargestoomd! Eerder dit jaar maakte hij een “slippertje” door, in het land van rivieren als Guadalajara en Guadalquivir, te vragen welke de langste rivier van Spanje was. Hij gaf zélf het antwoord: “De Guardia Civil! Het begint in het Zuiden en het eindigt in het Noorden.” (De meeste Guardia Civiles die in Baskenland gevestigd zijn, komen namelijk uit het arme zuiden.) ’s Anderendaags bood Arguiñano zijn verontschuldigingen aan…
Martin Berasategui baat, behalve zijn eigen zaak in Lasarte, ook nog het restaurant van het Kursaal in Donostia uit.
Al enkele dagen deed het gerucht de ronde dat “vier ondernemers” die later “vier Baskische topkoks” bleken te zijn, zonder ze bij naam te noemen, voor Magistraat Fernando Andreu dienden te verschijnen. Kort daarop werd al gewoon gezegd dat het om Subijana en Arzak ging en dat Argiñano en Berastegi als getuigen zouden opgeroepen worden. Beschuldiging: “Collaboratie met gewapende bende”! Hadden de koks ETA geholpen bij het laten verdwijnen van Guardia Civiles door ze in de préparé te verwerken?
Wie een beetje op de hoogte is van de gang van zaken weet dat ETA van industriëlen en anderen “die zich verrijken op de kap van de Basken” de zogenaamde “revolutionaire belastingen” eist om op die manier “bij te dragen tot de bevrijding van het Baskische Volk.” Al eerder werden personen gearresteerd omdat ze aan de eis voldaan zouden hadden, omdat Madrid het verboden had. Anderen kregen een aanslag te verduren of werden ontvoerd omdat ze “vergeten” waren te betalen. Nog anderen vertrokken met hun bedrijf uit Baskenland omdat ze dachten in het Zuiden “veilig” te zitten.
Na zijn arrestatie, op 7 oktober 2004 verscheen José Luis Beotegi (ETA) voor de onderzoeksrechter en daar zou hij verklaard hebben dat Arzak en Subijana “elk minstens 36.000 euro aan de organisatie betaald hadden.” Beotegi verklaarde eveneens gefolterd te zijn: “plastic zak” en veel slagen.
Het is gemakkelijk vanuit Madrid de wetten vast te leggen en meermaals maakten bekende personen, o.a. de Socialistische burgemeester van Donostia, Odón Elorza, hun beklag hierover.
De reacties waren “verdeeld”.
De ex-Staatssecretaris van Veiligheid, Ignacio Astarloa (PP) vroeg “absolute discretie” en “veel respect voor de restauranthouders”. (Astarloa, met zijn Baskische naam zal wel klant zijn…)
De krant « La Razón » is het medium bij uitstek voor alle lekken die kunnen bijdragen tot desinformatie in verband met het Baskisch Conflict. La Razón kan putten uit lekken vanuit de Guardia Civil, de Nationale Politie en zelfs Justitie. Zo wisten ze “precies” wat Beotegi voor magistraat Andreu verklaard had! Het ergst is wel Alfonso Ussia, die beweert dat “de meest populaire kok faam haalde door zijn programma’s op de openbare televisie.” “In Baskenland is de keuken fundamenteel. Een meester in het restaurantwezen bereikt er een hoge rang in de sociale achting. Hij heeft daardoor een voorbeeldfunctie. Er zijn er dan ook veel meer dan de vier die door de gangen van het Hooggerechtshof vliegen. Schrik is vrij. Maar andere Baskische restaurateurs weigerden aan de chantage toe te geven. “Men kan niet leven van Spanje en tegelijkertijd betalen aan diegenen die Spanje doden.”
Pedro J.Ramírez van El Mundo gaat zoals steeds nog een stap verder met zijn vuilspuiterij: “Het gevoel van morele plicht van de 4 Baskische koks is verschrompeld. Het sociale prestige en de populariteit waarvan ze genieten heeft van hen mediafiguren gemaakt met miljoenencontracten op TV en in de publiciteit. Nooit hebben ze hun stem verheven om de slachtoffers van het terrorisme te verdedigen. Nu weten we dat ze de beulen betaalden. Dit verdient de boycot van hun restaurant door alle burgers. Enkel dat brengt hen schade toe.”
Cándido Conde-Pumpido, Spaans Procureur Generaal, vraagt “begrip” voor de Baskische koks en zegt dat “beulen en slachtoffers uit elkaar gehouden moeten worden.”
Miren Azkarate, woordvoerster van de Baskische Regering toonde meteen haar “solidariteit” met de koks.
Maar de President van Cantabrië, Miguel Angel Revilla, die het nog altijd niet kan verkroppen dat er deze zomer enkele voetzoekers in zijn “keizerrijk” ontploften, gaat tegen het viertal in en noemt hen zelfs “koks van de dood” want “degene die betaalt, is even schuldig als degene die int”. “Als bewezen wordt dat ze aan ETA betaalden moet de wet met zijn hele gewicht over hen heen vallen.”
PNV - president Josu Jon Imaz herinnert eraan dat de Spaanse regering indertijd ETA betaalde om volksvertegenwoordiger, en later ambassadeur, Javier Rupérez vrij te krijgen…



















