Polemiek over archieven


Algemeen Archief
van de Burgeroorlog
Documenten terug “naar huis”
20 en 21 januari 2006
Vanaf het begin van “La Transición” (overgang naar “democratie”) ijveren Catalunya en Euskadi voor de teruggave van hun archieven. Het zou gaan om meer dan 300.000 documenten en meer dan 1.000 foto’s, die door de troepen van dictator Franco gestolen werden.
Het archief bevat: persoonlijke brieven, anti-Franco propaganda, documenten behorende tot de republikeinse en nationalistische instellingen, etc.
Die documenten werden gebruikt met repressieve doeleinden voor ogen, om de vijanden van Franco te kunnen veroordelen (terechtstellen, opsluiten, verbannen). Besef goed dat de vijand van Franco de wettige regering was.
Na de Burgeroorlog waren de overwinnaars er niet enkel op uit de identiteit van de Basken en de Catalanen te stelen, ze roofden ook de archieven van de autonome Baskische en van de Catalaanse regering, de “Generalitat”. De archieven werden ondergebracht in het “Algemeen Archief van de Burgeroorlog” in de Spaanse universiteitstad Salamanca.
De Regering Zapatero ging er nu mee akkoord dat de 500 dozen, vol documenten, terug “naar huis” zouden keerden. Eerst zou alles in Madrid geselecteerd worden (de meest bezwarende documenten doen verdwijnen?) en deze operatie ging op 20 en 21 januari 2006 van start. Maar het transport naar de bestelwagens werd al meteen verhinderd door de stadspolitie van Salamanca onder het bestuur van … twéé keer raden… de PP! Toch had men meer dan die enkele tientallen “Salmantinos” verwacht die kwamen protesteren tegen de “diefstal” (zoals zij dit zagen). Maar terwijl de verhuis bezig was, ging Salamanca in beroep en werd de bestelwagen in Madrid geïmmobiliseerd!
Tot op het ogenblik dat er sprake was van teruggave, waren maar een handvol salmantinos op de hoogte van het bestaan van het “Algemeen Archief van de Burgeroorlog”. De druk uitgeoefend door Catalunya deed de potjes van het door de PP geregeerde Salamanca overlopen. Die partij deed er alles aan om de rechtmatige teruggave voor te stellen als een roof. De eenheid van het land werd er zelfs bij gesleurd.
Catalonië reageerde met tact en Josep Andoni Duran i Lleida zei dat het “geen overwinning was, maar een morele restitutie.” De Catalaanse republikein, Carod-Rovira, noemde het “een rechtvaardige daad”.
Angel Acebes, ex-PP-minister, verweet regeringspresident Zapatero politie-eenheden in te zetten om de “breuk” in het archief te garanderen, maar niet hetzelfde te doen om acties van Batasuna te beletten.” (Wat dit met elkaar te maken heeft, is een raadsel, net als de persoon die de uitspraak deed.) “Zapatero liet niet na Salamanca, Castilla-León en de hele natie te vernederen”, aldus Acebes.
Een gedeelte van het archief kwam dan uiteindelijk in de lente van 2006 toch terecht waar het behoorde, in Catalunya. Als reactie hierop liet het stadsbestuur van Salamanca de naam van de straat waar het algemene archief gevestigd werd, veranderen: Calle Gibraltar werd opeens Calle El Expolio, wat zoveel wil zeggen als straat van de beroving, van de plundering. Aan dit staaltje van “performance” kunnen onze “stand-up comedians” nog een puntje zuigen.
Wat opvalt, is dat er ook nog duizenden documenten uit Baskenland in Salamanca liggen. Daarover werd tot op dit ogenblik in Spanje met geen woord gerept! De Baskische nationalisten van de ANV zeggen dat men zich in Europa niet kan voorstellen dat in een “democratisch” land de grootste oppositiepartij openlijk een roof goedkeurt, die gepleegd werd door een criminele, fascistische “regering” als die van Franco. ANV vergelijkt deze daad met een Duitse oppositiepartij die nu nog de roof van de eigendommen van Joden zou verdedigen…




















