Europees aanhoudingsmandaat


Opinietekst in "De Tijd"
8 april 2004.
Kort na de goedkeuring door de Belgische Kamer (op 12 december 2003) van het “Europees aanhoudingsmandaat” probeerde de Spaanse justitie (op basis van inbeschuldigingstelling) opnieuw de uitlevering te verkrijgen (hoewel er voldoende argumenten tegen zijn) van het Baskisch echtpaar Moreno-García, dat al twaalf jaar in ons land verblijft. De onderzoeksrechter en het Hof van Beroep wezen het Spaanse verzoek af, omdat het eigenlijk om een 'oud' dossier gaat. Toch tekende het Openbaar Ministerie Cassatieberoep aan. Het gaat hier nochtans om een zeer zwak dossier: de aantijgingen tegen Moreno-García zijn gebaseerd op verklaringen die door foltering zijn verkregen. De Spaanse autoriteiten moesten in 1996 al toegeven dat ze de Bijzondere Verslaggever van de Verenigde Naties, de heer Kooijmans, daarover hadden voorgelogen. Bekentenissen afgelegd na foltering zijn volgens internationale rechtsnormen van geen enkele waarde. Ook los van de beslissing betreffende het lot van Moreno-García zijn ondergetekenden van mening dat het Europese aanhoudingsbevel een onwenselijke maatregel is waardoor totalitaire praktijken uit landen die het niet te nauw nemen met de mensenrechten bij ons geïmporteerd worden. Ook Belgische staatsburgers kunnen hiervan het slachtoffer worden. Het is nodig om de situatie in Spanje onder de loep te nemen. Het Baskenlandbeleid van Madrid roept herinneringen op aan de praktijken van Inquisitie en Bloedraad, die ons ook hier te lande zijn vertrouwd.
In de zestiende eeuw kenden de Lage Landen een bewogen geschiedenis. Door de economische crisis en door onrechtvaardige misstanden in de kerk, die onder meer in Erasmus' Lof der Zotheid aangeklaagd werden, groeide een klimaat waarin nieuwe opvattingen over religieuze kwesties en politieke verhoudingen ontstonden. Mede door de opkomende boekdrukkunst vond het protestantisme een breed publiek. Plaatselijke vorsten (zoals de graven van Egmont en Hoorn) bleven de katholieke leer getrouw, maar toonden zich tolerant ten opzichte van de andersdenkenden. Zij drongen aan op matiging van de Inquisitie die Karel V in 1529 nog had verscherpt (In de Zuidelijke Nederlanden zouden bijna 3.000 mensen voor godsdienstzaken ter dood gebracht worden). Het brak hen zuur op want de Spaanse koning Filips II liet hen ter dood brengen wegens 'hoogverraad'. Daarvoor werd een speciale rechtbank opgericht, de 'Raad van Beroerten', in de volksmond de 'Bloedraad' geheten (Hij zou 18.000 mensen ter dood brengen). Op 5 juni 1568 werden Egmont en Hoorn op de Brusselse Grote Markt onthoofd.
Ongelofelijk maar waar: in het hedendaagse Spanje zijn foltering, ideologische en politieke vervolging, eens het waarmerk van de Spaanse Inquisitie en de Bloedraad van Filips II, nog steeds aan de orde. Dat blijkt nog uit het zeer recente rapport (6 februari) van de Bijzondere Verslaggever van de Verenigde Naties, Theo van Boven. De Spaanse autoriteiten legitimeren hun beleid door te verwijzen naar de 'strijd tegen het terrorisme'. Nochtans stelt Van Boven dat het verbod op foltering "absoluut en dwingend is, en onder geen enkele omstandigheid mag wijken of ondergeschikt gemaakt worden aan andere belangen, beleidsdoelen of praktijken, met inbegrip van de legitieme nood om terroristische aanslagen te voorkomen en zij die dergelijke aanslagen financierden, planden, steunden of pleegden voor het gerecht te brengen."
Geconfronteerd met veelvuldige getuigenissen van "geloofwaardige gesprekspartners uit de gerechtelijke en academische wereld en uit het middenveld" in Baskenland noteert de Bijzondere Verslaggever de mening dat "veiligheidsmensen en politieagenten, in het bijzonder bij hun antiterrorismeactiviteiten, meer dan sporadisch folterpraktijken en andere onmenselijke of vernederende behandeling aanwenden. Deze mening werd gedeeld door een aanzienlijk aantal niet-gouvernementele organisaties en werd bevestigd door getuigenissen van personen die gearresteerd werden en ondervraagd door de staatsveiligheid en politiemacht. Deze verklaringen gingen over behandeling als slagen, gedwongen uitputtende fysieke arbeid, verstikking met een plasticzak, en vernederende seksuele intimidatie. Gezien de interne consistentie van de informatie en de nauwgezetheid van de feitelijke details, is het de overtuiging van de Bijzondere Verslaggever dat het niet kan gaan om valse verklaringen", aldus het rapport.



















