In de riolen van de Staat


Arrestatie
Sandra Barrenetxea
24 april 2006
Sandra Barrenetxea, opgepakt op 24 april 2006 na een verklaring onder foltering van Ibon Menika (zie artikel “Wie zijn nek uitsteekt…” van 22 april), een woordvoerder van de Baskische jongerenorganisatie SEGI, werd 3 dagen lang gefolterd. Geblinddoekt werd ze doorlopend op haar hoofd geslagen, ze werd bedreigd met verkrachting en sterilisatie, ze kreeg de beruchte plastic zak over het hoofd, werd natgespoten en er werd gedreigd met stroomstoten. Maar op 4 mei wordt ze vrijgelaten. De rechter vindt opmerkelijk genoeg een verklaring aan de politie door een derde onvoldoende om Sandra Barrenetxea in de gevangenis te houden. Normaal gesproken was dit (verklaring van derden) de afgelopen jaren voor honderden gearresteerde Basken voldoende om tot lange gevangenisstraffen veroordeeld te worden, of simpelweg 4 jaar in voorarrest te blijven zitten. Velen zijn veroordeeld vanwege deze ‘zelfbeschuldiging’. Overigens wordt de in verband met de arrestatie van Menika doorzochte Herriko Taberna, een Baskische volkskroeg, voor 2 jaar gesloten na het verzoek van 2 mantelorganisaties van de Partido Popular, Slachtoffers van het Terrorisme en Waardigheid en Justitie.
Enkele dagen na haar vrijlating verklaart Sandra Barrenetxea hoe ze in een cafetaria in Bilbao door vijf mannen van de Guardia Civil werd overmeesterd en geblinddoekt in een auto werd meegevoerd. “Na een aantal uren werd ik geblinddoekt meegenomen naar mijn huis. Het geroep van vrienden en kennissen bracht me enigszins tot rust en verschafte me moed. Nadat het huis doorzocht was en nog vóór de reis naar Madrid werd aangevat, werd ik onderzocht door een wetsdokter. Op dat ogenblik werd ik héél nerveus omdat ik wist wat me te wachten stond. Daar aangekomen zei één van de agenten ‘je moet niet denken dat we hier een Coca Cola gaan drinken en daarna gaan slapen, nu begint het goede.’ Ik kreeg weer een blinddoek om en iemand die commissaris leek te zijn stelde voortdurend vragen. Toen ik daarop niet antwoordde, zei hij dat we dan maar verder gingen waar de gekken zijn. Ik kwam bij een vijftal Guardias terecht. Als verwelkoming kreeg ik te horen: ‘Je bent hier in de riolen van de Staat en hier gaat de foltering zijn gang. We zullen je hier verbrijzelen’. Vanaf dat ogenblik zou ik drie dagen aan één stuk blijven wenen. Ik kreeg tussendoor zenuwaanvallen, en begon ik te hyperventileren. Ze bleven aan één stuk tegen me schreeuwen, denigrerende beledigingen te uiten en ononderbroken op mijn hoofd te slaan. Ik kwam bij verschillende groepjes agenten terecht die elk hun eigen verschillende methodes van mishandelen gebruikten. De ene dreigde met seksuele vernederingen en maakte aanstalten daartoe, de andere stelde enkel vragen terwijl een derde deed alsof hij me ging vermoorden. Ik werd helemaal naakt in een slaapzak gerold en kreeg ik opnieuw de plastic zak over het hoofd getrokken. Ik werd als een speelbal in de kring rondgeslingerd tot ik neerviel. Dan dreigden ze de elektroden aan te sluiten. Ze gooiden water over me heen en gaven me een stroomkabel in de hand. Ik kon niet zien wat ze gingen doen en ze bleven schreeuwen. Ik werd hysterisch! Ze dreigden me te zullen verkrachten. Daarvoor zou een kerel van twee meter groot komen. Ze vroegen of ik nog ooit kinderen wilde krijgen en ze lieten horen dat ze latexhandschoenen aantrokken. Dat was “omdat ze me gingen steriliseren”. Ze wilden me breken en ik verloor elk benul van tijd. Toen magistraat Ismael Moreno mijn opsluiting in de gevangenis van Soto del Real beval leek dat voor mij op een verlossing. Ik kwam er tussen mensen die me moed inspraken en die alles voor me deden.”
















