
Eustakio Mendizábal Benito
“Txikia”
+19 april 1973
Foto (ter beschikking gesteld door W. Hensgen): oude persfoto van de herdenkingsmis door Piarres Lárzabal in het witte kerkje van Sokoa.
Eustakio Mendizábal Benito “Txikia” was van zijn 10de tot zijn 23ste levensjaar woonachtig in het klooster van de Benedictijnen in Lazkao. Het klooster had faam omdat er in de jaren 60 een aantal samenkomsten van ETA plaatsvonden. Als seminarist leerde Txikia de Baskische taal onder de knie te krijgen omdat hij er alles kon lezen wat er in Baskenland voor handen was. Maar hij leerde er ook de bergen kennen die hem later vaak het leven zouden redden bij achtervolgingen. Toen de tijd aanbrak om het priesterkleed aan te trekken (1966), vroeg hij een jaar uitstel. Hij bleef zijn studies voortzetten, maar ging tevens werken in een fabriek in Beasain. In die periode weigerde hij een boete te betalen die hij had opgelopen wegens deelname aan een manifestatie en kwam daarom enige tijd in de gevangenis terecht. Na de arrestaties van een aantal jongeren nam hij de benen. Eerst vond hij een veilig onderkomen in de abdij van Belloc, maar al spoedig dook hij onder in Baiona waar hij twee keer gearresteerd werd en ten slotte “binnenlands” verbannen naar Poitiers. Hij keerde echter meteen terug om in het zuiden “liberado” (vrijgestelde en bij politie bekend) van ETA te worden voor Gipuzkoa en Nafarroa. Txikia klom op tot verantwoordelijke van de militaire vleugel van ETA. Het aantal acties steeg in deze periode tot een ongekende hoogte. De eerste ETA-actie onder zijn leiding was de ontvoering van de Duitse ereconsul Beihl, in Donostia. Vaak wist Txikia op spectaculaire wijze te ontkomen aan politieomsingelingen. Later werd de industrieel Huarte ontvoerd. Hij werd vrijgelaten nadat hij de arbeidsvoorwaarden in zijn bedrijf verbeterde.
Op 19 april 1973 (Witte Donderdag) nam hij de trein Bilbao-Placensia, richting Algorta. Was de politie ingelicht? In elk station, hoe klein ook, stonden ze verdekt op wacht. Txikia had in het station van Algorta een afspraak met zijn strijdmakker, José Manuel Pagoaga, “Peixoto”. Meteen probeerden ze hun achtervolgers af te schudden. Hierop ontstond een vuurgevecht en omdat het paasvakantie is lopen er veel kinderen op straat. "Scheer je weg", roept Txikia, tussen de schoten door, “Ik word achtervolgd”. Het aantal politiemannen wordt steeds groter. Als Peixoto een andere richting kiest, laat de politie hém lopen. Na twee kilometer rennen, houdt Txikia een auto staande. Omdat de chauffeur slechts drie dagen een rijbewijs heeft (en wegens de schrik) krijgt hij zijn vehikel niet meer aan de praat. De eerste politieman die vóór de auto komt, heeft geen munitie meer! Van de tweede krijgt Txikia een kogel in de rechterslaap. Zonder nog een woord te zeggen, zal hij in een ziekenhuis in Bilbao sterven, met een pistool in de hand, één in de zak van zijn regenjas en met een patronengordel rond zijn middel. 28 jaar oud, vader van 2 zonen betaalde hij zijn idealisme met zijn leven, zoals anderen het betaalden met de cel of met verbanning. ETA zit zonder leider, maar een mythe is geboren. Op 21 april wordt hij in zijn geboortedorp, Itsasondo, begraven. Omdat de volgende dag Aberri Eguna (Dag van het Baskische Vaderland) gevierd zal worden en om manifestaties te vermijden wordt het overlijdensbericht niet uitgehangen. Daardoor zijn slechts 30 personen op de begrafenis aanwezig, politie en Guardia Civil inbegrepen! In het witte kerkje van Sokoa, in Noord-Baskenland, werd later een zieledienst gehouden. Piarres Lárzabal, “Zoro de Sokoa”, Pastoor van Sokoa en secretaris van Anai Artea (*) spreekt in zijn homilie vriendelijke woorden: “Eustakio was niet het model van een klassieke held. Hij was een poëet, een bertsolari. De afwezigheid van persoonlijke ambitie, z’n eenvoud, z’n oprechte en totale toewijding bezorgde hem vele vrienden waaronder niet weinig priesters. Maar … Mendizábal stierf met een pistool in de hand. Hij leidde aanslagen en ontvoeringen. Ze noemden hem een “Baskische Guerrillero”. We weten dat het Christendom geweld veroordeelt. Maar laten we “geweld” niet verwarren met “antwoorden op geweld.”
(*) Anai Artea (wij broeders) opgericht, een beweging die humanitaire steun verleende en nog steeds verleent aan Baskische politieke gevangenen en vluchtelingen
Meteen na de dood van Txikia werd de vraag gesteld of er verraad in het spel kon zijn. Een ETA-woordvoerder in Noord-Baskenland ontkende dit ten stelligste: “We kunnen wel eens een geschil hebben, een onenigheid, maar ons geschil met de politie is groter dan alle oceanen samen.” Betaalde Txikia zijn treinticket met “vuil geld”, afkomstig van ETA-acties en werd dit zijn dood?
Eustakio Mendizábal was boven alles een Baskische nationalist, een plattelandsrevolutionair. In hem konden zich zowel de fabrieksarbeider als de boerenjeugd terugvinden. “Om revolutionair te zijn moet je poëet wezen”, was één van zijn stellingen. De Baskische taal was een obsessie voor hem.
De politie-inspecteur die Txikia Mendizabal een kogel door het hoofd schoot, José Ramón Morán, verloor twee jaar later het leven. In een ETA-actie in … Algorta!!!
Txikia was, na Etxeberriata, de tweede dode die binnen de gewapende organisatie te betreuren viel.