Kolonel in het Spaanse Leger!


Een lezersbrief
10 april 2002
"In dit land, zoals in elke andere democratie, is elke burger vrij te denken en te zeggen wat hij wil. Zeker op politiek gebied. Daarom heb ik zin om dit te zeggen en zeg ik het nu: "Gora Euskadi Ta Askatasuna" (Leve Baskenland en de Vrijheid). Dit schrijft in een lezersbrief Amadeo Martínez Inglés, auteur van de brief en ... kolonel in het Spaanse Leger! Op 23 februari 2002, 21 jaar na de mislukte staatsgreep schreef diezelfde kolonel in "Gara" een artikel over de koning die achter deze staatsgreep zou gestaan hebben. Hij noemt Juan Carlos "Un Rey golpista".
Un Rey golpista
Zovele jaren na de dood van dictator Franco wordt koning Juan Carlos door de Spaanse gemeenschap nog altijd beschouwd als de garantie voor de instituten en de verdediger van de democratie. Hij is bijna onaantastbaar geworden. Zijn prestige als monarch is aanzienlijk gegroeid sinds 23 februari 1981, toen luitenant-kolonel Antonio Tejero van de Guardia Civil en de generaals Milans del Bosch en Alfonso Armada een staatsgreep pleegden. De mislukking wordt toegeschreven aan Juan Carlos die manifest zijn afwijzing voor de onbezonnen poging liet blijken.
Twintig jaar na de mislukte staatsgreep rezen twijfels over wie werkelijk achter de staatsgreep zat. Kolonel Amadeo Martínez Inglés (*), auteur van het boek: “23-F. El golpe que nunca existió” (Editorial Foca), houdt ons de volgende thesis voor: “Het gaat hier om een politiek-militaire operatie van de Borbons, geleid door koning Juan Carlos, die op de hoogte was over het feit dat een groep ultrarechtse militairen een beweging aan het voorbereiden waren om hem (de koning) af te zetten.”
(*) Kolonel Martínez Inglés was professor Militaire Geschiedenis en Strategie aan de Militaire School van de Generale Staf, en directe getuige van de duistere kanten van het leger tijdens de periode van de “La Transición”. Hij was toen chef Mobilisatie van de Generale Staf en chef van de Infanteriebrigade in Zaragoza.
Tijdens een interview (2003) verklaart hij dat er de laatste 20 jaar geen staatsgrepen waren in Spanje. Militaire staatsgrepen richten zich altijd in de eerste plaatst op de hoogste machtskoepel, in dit geval de koning. Maar op 23-F werd er niet aan de koning geraakt. De Guardia Civiles die, onder leiding van Tejero, binnendrongen in het parlement ageerden niet tegen de koning. Integendeel, zoals op TV te zien was, riepen zij slagzinnen ten gunste van de monarch. De staatsgreep, tussen haakjes, richtte zich ook niet tegen het politieke systeem, want generaal Armada had in zijn binnenzak een document met de namen van een nieuwe regering, onder zijn voorzitterschap. Namen met “democraten” uit de voornaamste politieke partijen. Het was opgezet spel, een politiek, militair en institutioneel manoeuvre, geleid vanuit de Kroon om de echte staatsgreep, voorzien voor 2 mei 1981, te dwarsbomen. Die staatsgreep (pseudo-staatsgreep) was gepland door de meest radicale krachten van het extreemrechtse Spanje en uitgedokterd in kringen van extreemrechtse militairen, om de koning af te zetten en de terugkeer naar een totalitair regime à la Franco voor te bereiden.



















