
Het ontwerp “gevangenenspreiding”
van 15 mei 1989
wordt door de regering González
officieel bekrachtigd op
22 mei 1989
Situatieschets
De overgang van de fascistische dictatuur van Franco naar een "democratische rechtsstaat" maakte in wezen weinig verschil uit: de repressie bleef ongemeen hard, en de gevangenissen bleven overvol. De strijd om de bevrijding van de politieke gevangenen was begonnen.
In 1977 breekt in de gevangenissen een rebellie uit over heel het land, met 35 muiterijen en een veelheid van protestacties. Nadat een honderdtal jongeren wordt afgeslagen in een verbeteringsgesticht en drie gedetineerden worden neergestoken, breekt een bloedige opstand uit; 26 gevangenen snijden zichzelf de buik open als de politie binnenstormt, anderen slikken verschillende objecten in. Eén van de gevangenen die naar het hospitaal wordt vervoerd, slaagt erin te ontsnappen. De dag daarop worden 98 gedetineerden overgeplaatst naar verschillende gevangenissen en 40 zelfverminkers verdwijnen in de strafcel. Vanaf dan en tot 1979 volgen de opstanden, hongerstakingen, werkstakingen, etc. elkaar zonder ophouden op, over heel het land. Het antwoord van de staat was, zoals steeds, dubbel: enerzijds onderhandelingen, anderzijds brutale repressie. Veel gevangenen werden opgesloten in de nieuw gebouwde speciale gevangenis van Herrera de la Mancha. Het is de eerste van een reeks gevangenissen speciaal geconstrueerd om de gevangenen te observeren, te verdelen en te isoleren, waar lichamelijke en psychische terreur systematisch wordt toegepast, en waar we al de kenmerken terugvinden van een gevangenis in de gevangenis, van wat later de F.I.E.S. (*) zullen worden. In deze gevangenissen worden, in de woorden van de toenmalige Algemene Directeur van de gevangenissen, Carlos Garcia Valdès, de "onaangepasten" opgesloten, of de als meest gevaarlijk beschouwde gedetineerden. Het beheer van deze gevangenissen werd ook verzekerd door de Guardia Civil, niet door gewone bewakers. Aangekomen in Herrera de la Mancha wordt de gevangene in observatie 1ste graad (volledig isolement) geplaatst. Als hij na een periode van 3 maanden geen inbreuken heeft gepleegd, gaat hij over naar 2de graad, waar de verschillen in behandeling minimaal zijn (een beetje langer "luchten", met enkele andere gevangenen). Als de gevangene alle graden heeft doorlopen zonder inbreuken, wordt hij overgeplaatst naar een andere gevangenis.
Ondanks de zeer repressieve omstandigheden breken ook in deze speciale gevangenissen opstanden uit. Zo ondermeer in Alcalá Meco (Madrid), in het begin van de jaren '80.
Als antwoord op deze revoltes installeert de Staat de F.I.E.S, en velen zitten al 10, 15 of zelfs 20 jaar in de donkerste krochten van het Spaanse gevangenissysteem.
(*) F.I.E.S.
De F.I.E.S. werd ingevoerd via een simpele circulaire onder de verantwoordelijkheid van de toenmalige Algemene Directeur van de gevangenissen Antonio Asunción. Hoewel het Grondwettelijk Hof in 1994 het F.I.E.S. regime tijdelijk opheft, na een klacht van twee gevangenen, blijft het tot op de dag van vandaag bestaan. Het nieuw penitentiaire reglement voorziet, onder artikel 93, een regime dat bestaat uit:
1. ISOLATIE: luchten in een individuele kooi gedurende max. 3 uur met maximum één andere persoon.
2. ONBEPERKT IN DE TIJD: normaal wordt het statuut iedere 3 maand herzien, maar in realiteit wordt het steeds verlengd zodat de isolatie jaren, zelfs decennia kan duren...
3. LEVENSOMSTANDIGHEDEN: volledig overgeleverd aan de grillen van het penitentiaire centrum. Men kan censuur invoeren en de briefwisseling limiteren, bezoek weigeren, enkel luchten in een kooi, volledige fouilles met arbitrair gebruik van X- stralen, continue fysische en psychologische foltering, ...
De volgende maanden blijven de acties in en buiten de gevangenis voortduren. De reactie van de Staat blijft uiteraard niet uit. Enerzijds is er keiharde repressie: massale overplaatsingen, censuur, afranselingen, folteringen..., de communiqués van de gevangenen zijn alarmerend, er vallen zelfs enkele doden. Anderzijds is er een leugenachtige mediacampagne: de gevangenen worden als gevaarlijke misdadigers voorgesteld. Op 24 april 2000 wordt een bombrief gestuurd naar de "journalist" J.M. Zuloaga van de krant 'La Razón', zeer actief in het verspreiden van leugenachtige artikelen over de strijd.
Penitentiaire politiek
Sinds begin 1978, toen de eerste Baskische politieke militant werd opgesloten, hebben tussen 4000 en 5000 Basken kennis gemaakt met Spaanse en Franse gevangenissen.
De penitentiaire politiek tegen de Baskische politieke gevangenen varieerde in de loop van vele jaren in functie van de strategie die de Spaanse staat onderhield t.o.v. Euskal Herria. Na het beroven van de collectieve en politieke rechten, maakten zij ook een einde aan het overduidelijke politieke karakter van hun inzet. Ze werden behandeld als gevangenen van gemeen recht, maar dan veel erger, en niet langer als politieke gevangenen.
1. Het militaire regime (1978-1981)
In 1978 werden alle Baskische politieke gevangenen verdreven uit de gevangenissen van Euskal Herria (het thuisland) en overgebracht naar de beruchte gevangenis van Soria. Hier werd hen een bijzonder hard gevangenisregime opgelegd. De controle over de politieke gevangen werd in handen gegeven van een speciaal departement van de Spaanse Guardia Civil, en niet zoals gebruikelijk in handen van penitentiaire bedienden. Uitlokkingen veroorzaakten afranselingen en de toestand was bijzonder ernstig. Maar de vastberadenheid van de politieke gevangenen was niet te breken, alle mishandelingen ten spijt. Er werd dan besloten een groot gedeelte van de politieke gevangenen over te brengen naar El Puerto de Santa Maria (1032 km verwijderd van Donostia-San Sebastián). En hoewel de controle hier wel door penitentiaire bedienden gebeurde, was de toestand even erg: repressie en het militariseren van de gevangenisomstandigheden: incomunicado-detentie, isolement, controle van alle communicatie, verbod om in het Euskara te praten…
2. Maximaal beveiligde gevangenissen (1982-1986)
In 1982 werden 100 politieke gevangenen vanuit Soria overgebracht naar Alcalá Meco, een beruchte en hoog beveiligde gevangenis van Madrid. Een jaar later wordt het grootste gedeelte van de politieke gevangenen overgebracht naar Herrera de la Mancha en de vrouwelijke gevangenen naar Carabanchel. Zij worden allemaal als “uiterst gevaarlijk” gecatalogeerd en de behandeling is dan ook navenant. De enige mogelijke die de politieke gevangenen voorgeschoteld krijgen is spijtoptant worden of de totale vernietiging. Maar de politieke gevangenen antwoordden op die sinistere strategie met ongehoorzaamheid en actief verzet. Door de langdurige acties, soms tot 10 maanden lang, werd de regering genoodzaakt af te zien van deze strategie en over te stappen op een ander middel.
3. De verspreiding of de “dispersión” (1987- )
Het besef door de Spaanse regering dat het Collectief van Baskische Politieke Gevangenen niet klein te krijgen was, en de mislukking van de vredesonderhandelingen met ETA (1986-1989) te Algiers, waren voor de regering de aanleiding om nog harder toe te slaan. In nauwelijks een paar dagen regende het van geruchten dat Baskische politieke gevangenen versleept werden naar gevangenissen over het hele land, zo ver van huis als maar enigszins kon. En inderdaad, op 15 mei 1989 bevestigde de toenmalige minister van Justitie, Enrique Múgica Herzog, de aanzet van een nieuw penitentiair beleid, genoemd “La Dispersión”. Op 22 mei 1989 werd deze strategie door de regering van Felipe González officieel bekrachtigd. Terwijl de PNV vandaag afstand doet van de verspreiding, waren ze toen in hun nopjes, want Herri Batasuna was een te duchten tegenstrever. Zo verklaarde Xabier Arzalluz, PNV-voorzitter, op 16 augustus 1989: “Deze politiek schendt de mensenrechten van de gevangenen niet”.
Zelfs in een en dezelfde gevangenis werden de Baskische politieke gevangenen, als ze met meer dan 2 waren, van elkaar gescheiden. Hierdoor werd de “controle” persoonlijk en de bedoeling bleef, ten koste van alles, het collectief te vernietigen. Tot op de dag van vandaag heeft de regering gefaald. Het EPPK-Collectief van Baskische Politieke Gevangenen (Euskal Preso Politikoen Kolektiboak) blijft even sterk en de steun van de bevolking wordt groter en groter.
Het EPPK zorgt ervoor dat het leven van de gevangenen minder zwaar wordt: een abonnement op de krant, een cadeautje, een advocaat, financiële steun voor onvermogende familieleden, georganiseerde busreizen naar de gevangenissen in het Zuiden, etc… Na 19 jaar blijkt dat de verspreidingspolitiek totaal mislukte.