'œLeve de Guardia Civil'


License to kill
De rechter laat vandaag, 8 augustus 2005, negen Guardia Civiles vrij die betrokken waren bij de “doodslag” in Roquetas de Mar “omdat de aanhouding niet meer nodig is voor het onderzoek en er geen vluchtrisico is.”
Buiten stonden familieleden en vrienden “Moordenaars!” te roepen, maar er stonden ook mensen met borden waarop te lezen stond: “Leve de Guardia Civil.” Toen die borden door de tegenbetogers werden afgetrokken haalde een oude “strijder” plots een revolver van achter zijn broeksriem en schoot één keer in de lucht. Omstanders konden hem zonder véél moeite ontwapenen. De betrokken agent had al eerder problemen met mensen die “agressief” werden.
In Roquetas de Mar (Almeria) kwam een tijdje geleden Juan Martínez Galdeano in de kazerne van de Guardia Civil hulp vragen na een verkeersaccident. Daar werd hij door de agenten doodgeslagen! “Hij zou agressief geworden zijn toen de agenten een alcoholtest wilden afnemen.” De verklaringen van de overste waren eigenlijk te belachelijk voor woorden. In “La Razón” kreeg de Guardia Civil steun: “De uitzondering bevestigt de regel.” “Bijna 100.000 mensen staan ten dienste van de gemeenschap en van de wet en worden daarvoor ook nog slecht betaald.” Maar mag je dan over het leven van anderen beschikken? En die “uitzondering”, daar weten heel wat Basken over mee te spreken. Lasa en Zabala, Mikel Zabalza, “omgekomen” bij “ondervragingen”. Unai Romano. Beursgeslagen. Allemaal uitzonderingen…
Zou dit een tweede “Zaak Almería” worden. In “El Caso Almería”, waarvan later nog een film werd gemaakt, raakten in mei 1981 drie jongeren uit de streek bij een wegcontrole in handen van de Guardia Civil van Roquetas de Mar. Het waren gastarbeiders in het Noorden (Santander) op weg naar een communiefeest van een broertje van één van hen “thuis”: Juan Mañas, Luis Montero en Luis Manuel Cobo. Plots meende iemand dat het wel eens om een ETA -commando zou kunnen gaan, op weg naar een aanslag. En de 3 werden dood gefolterd! Daarna vonden de agenten er niets beter op dan de drie lijken in hun auto te stoppen, die in brand te steken en naast de weg in een ravijn te duwen om een verkeersongeval te suggereren. De Guardia Civil verklaarde dat ze op de banden van de auto geschoten hadden, maar de lijken van het drietal vertoonden kogelinslagen over heel het lichaam. En er ontbraken benen en handen! Drie jaar later schreef een Guardia in gewetensnood (?) een anonieme brief naar de familie van Juan Mañas waarin hij het hele voorval vertelde en de Guardias die aan de actie hadden deelgenomen bij naam en toenaam noemde. Drie Guardia Civiles, waaronder een kolonel, werden veroordeeld tot respectievelijk 24, 15 en 1 jaar cel. De advocaat van de familie werd gepest en herhaaldelijk met de dood bedreigd.
In augustus 1976, negen maanden na de dood van Franco schoot de Guardia Civil van Almería een 19-jarige student dood die de slagzin “brood, werk en vrijheid” op een gevel schilderde. De Guardia verklaarde dat hij alleen had geschoten, omdat de “delinquent” niet stopte toen hij dat bevel gegeven had.




















