Conclusies en Aanbevelingen
26 maart 2003
De UNO aanvaardt 47 aanklachten van foltering van Baskische arrestanten door de Guardia Civil (39), de Spaanse Politie (4) en de Baskische politie, Ertzaintza (4), alleen al voor het jaar 2001. Dit werd op 27 februari 2003 bekend gemaakt door de speciale UNO-rapporteur, Theo van Boven en aan de Spaanse pers doorgespeeld door de vertegenwoordigers van TAT, Izaskun González en Iñigo Elkoro.
Theo van Boven gaf als voorbeeld o.a. de arrestatie van Ibai Aiensa die kort voordien een chirurgische ingreep aan het trommelvlies had ondergaan.
In zijn “Conclusies en Aanbevelingen” wijst van Boven erop dat ondervragingen enkel in officiële centra mogen doorgaan en dat bekentenissen van arrestanten bij afwezigheid van een rechter of advocaat geen waarde hebben voor een rechtszaak. Een speciale paragraaf is er voor de Spaanse streekspecialiteit in deze, het isolement (het incomunicadoregime), dat door van Boven illegaal genoemd wordt. Ook moet vóór aanvang van een verhoor de identiteit van alle aanwezigen bekend gemaakt worden en zijn blinddoeken en kappen verboden. De ondervragingen moeten bovendien geregistreerd worden, bij voorkeur op video. De arrestanten mogen niet onder toezicht van de ondervragers staan gedurende een tijd die volgens de voorgeschreven wet nodig is om tot een preventieve aanhouding over te gaan en deze periode mag nooit langer dan 48 uur duren. Er mogen geen burgers uitgewezen of uitgeleverd worden aan staten indien er gefundeerde redenen aanwezig zijn om te vrezen dat er gefolterd wordt. Gevangenenruil is evenmin toegestaan.

