Het einde

Hij wilde een tekening van zijn vader maken. Als laatste eerbewijs. Niet met zoveel woorden uitgesproken, maar toch. Zijn moeder gaf hem een foto, die hij de volgende dag al meenam naar de kunstacademie. Die middag kwam hij met een pracht van een tekening thuis: het portret van zijn vader. Zoals wij hem altijd gekend hebben. De volgende dag gaf hij het stukje kunst aan het onderwerp van zijn inspiratie. Met trillende handen rolde de oude man het blad uit en bekeek de creatie van zijn jongste. Zonder een woord te zeggen gaf hij het terug. Duidelijk aangedaan. Duidelijk voor diegenen hem kenden. Zijn zoon ging naast hem zitten. Af en toe gaf de man kritiek op de nieuwsbeelden. Zijn manier om zijn dankbaarheid te tonen. Vader en zoon zaten zwijgend naast elkaar. Meer hadden ze niet nodig. Praten wordt zwaar overschat...
De volgende dag, telefoon. De oude man is in allerijl in het ziekenhuis opgenomen. We rijden er naartoe. Beiden in de wetenschap dat het zover is.Daar aangekomen zit de hele famile huilend in de wachtkamer. Behalve die ene. Die ene broer die de laatste drie weken zijn vader niet meer wilde zien door een misverstand met zijn moeder. Een dom misverstand waar de oorzaak eerder bij zijn vrouw te vinden is.Ook nu weigerde hij aan het sterfbed van zijn vader te verschijnen. Het duurt niet lang of een vrouw in groen gekleed vraagt ons apart in een kamertje. Moeder is helemaal overstuur. Zij heeft hem die namiddag zieltogend op de grond gevonden. Ze had haar rug amper vijf minuten gedraaid. In pure wanhoop heeft ze één van haar zoons verwittigd die de ziekenwagen heeft gebeld.
De vrouw in het groen meldt ons zonder omwegen dat meneer om drie na zeven gestorven is. Voor ons geen verrassing. Voor de familie wel. Maar toch pakt het je nog onverwacht. Ik sta te daveren op mijn benen, maar probeer eerst de huilende weduwe te troosten. Ik voel de woede in mij opborrelen. Hij had hier moeten zijn. Hij, die tot zijn veertig onder moeders vleugels heeft gewoond en hen nu voor de eerste de beste vrouw heeft laten vallen. Ik verlaat de afdeling en begeef me in het kleine binnentuintje, waar ik hem bel. Zijn vrouw neemt op. Ik vraag om haar man te spreken, heel dringend. Tegen haar zin geeft ze de telefoon door. Een ongeïnteresseerde stem klinkt in mijn oorschelp. Mijn woede ontsteekt. Alle frustraties van de afgelopen week die hij iedereen, en vooral zijn vader, heeft bezorgd, steekt de kop op en ik spuw ze uit als vergif.
"Je vader is net gestorven. Je bent de grootste lul die er bestaat voor wat je hem en je moeder de laatste drie weken hebt aangedaan. Als je niet maakt dat je hier bent, heb je er voor ons allemaal gelegen...."
Daarna heb ik ingehaakt. Ongevoelig? Misschien. Maar wel de enige manier om hem daar te krijgen waar hij behoorde, bij zijn familie. En als ik in ruil nu de toorn van zijn vrouw over me heenkrijg, dan is dat maar zo. Maar niet nu, niet morgen... Misschien volgende maand, als de gemoederen bekoeld zijn. Ook al probeerde ze me in het ziekenhuis al aan te pakken. Maar de dokter en mijn vriend staken er een stokje voor. Het was de plaats en het moment niet.
Zij heeft haar man achtergelaten in het ziekenhuis. Alleen met zijn verdriet, zonder vervoer naar huis....
Wordt ongetwijfeld vervolgd.














1 reactie op dit bericht
*
Groetjes van huismusje/troubadoerke