oesterschelpenborstjes
moe & leeggegeven
schrompelen
ongestreeld
onder de eeltlaag van
reeds lang gestolde lava
waar vergeten parels
huivertartend
naar kelkhanden hunkeren
het stekelige bolster
versteend nu & vergroeid
onlosmakelijk
met wat elfenborstjes waren
ooit
in verbittering
verschrompeld & verlept
maar bovenal verloochend
niet meer het trotse uithangbord
lang niet langer
angels
uitdaging voor de prooi
het jachtseizoen
onherroepelijk voorbij
tenzij
met strijklicht mild
mijn lens 1 sprookje mag penselen
andermaal
1 laatste maal
& als zij dan
ontheiligend brutaal
elke man vervloekt
het troosteloze slagveld toont
waar alle groen verschroeide
tot grauwe rimpelhuid
& enkel nog de gruwel rest
van de verloren oorlog
kan huiverend slechts
vingertoppenpowezie
uit fluisterwoordjes behoedzaam
ragfijn 1 sluier weven
wazig de pijn in nevels hullen
hopend op
1 vage glimlach
& mogelijk toch weer
1 nieuwe tweede huid
die zij dan hunkerend af moet leggen
voor ik haar bereiken kan
toch nog