Meikever

Meikever
Meikever. illustratie Hans Kolvoort
De familie Raymann woont op zeven hoog bij Jonkersbos in Nijmegen. Op 23 april zaten er ’s avonds drie dikke kevers op het balkon en de volgende morgen nog één.
Met deze laatste bij de hand beschreef mevrouw mij door de telefoon het insect: ‘Twee kwastjes voor op de donkergrijze kop; lijf donkerbruin met lengteribbels; het lichaam eindigt puntig’.
Ongetwijfeld een man meikever. In mei verlaten de mannetjes en de vrouwtjes de ‘poppenwieg’, een cocon waarin zij al in september geboren zijn. De hele winter blijft de kever als volwassen dier in zijn wieg onder de grond.
Omdat het uitvliegen zo massaal gebeurt, hoeft er niet lang naar een partner gezocht te worden.
Grootte: 20-30 mm. Kleur: zie illustratie. De 'kwastjes' het bladvormig einde van de antennen, zijn hèt kenmerk van de bladsprietkevers. De familie waartoe ook mestkever, rozenkever en neushoornkever behoren. Voedsel: larven, de engerlingen, leven in de grond en voeden zich met de wortels van grassen en granen. De volwassen kevers eten bladeren van loofbomen. Voortplanting: de ontwikkeling van engerling tot volwassen kever duurt drie jaar. Voorkomen: vroeger zeer algemeen: met recht een plaagdier. Daarna zeldzaam, maar de laatste jaren neemt het aantal weer flink toebron; deGelderlander.nl



















