Langs grubben en groeven

Neem de tijd voor het diepe Zuiden
Langs grubben en groeven
Laat nou de wandeling ’Savelsbos’ een paar weken geleden als derde te zijn geëindigd in de verkiezing meest favoriete NS-wandeling
(winnaar ’Veluwezoom’)!
De tijd is dus overrijp om eens naar het Maasdal af te reizen. Want dáár, zo’n vijf kilometer onder de Limburgse hoofdstad, ligt dit prachtige driehonderd hectare grote hellingbos.
Zuiden
Omdat reizen naar het zuiden voor de randstedeling al tijden een crime is door de vele wegopbrekingen is dit keer gekozen voor een bed and breakfast-overnachting bij Lotty.
Nadat haar man en zij na jaren van keihard werken beiden een zware ziekte overleefden, gooiden ze het een paar jaar geleden over een heel andere boeg.
De veel te lange werkdagen zijn inmiddels verleden tijd, maar Lotty is nog veel te actief om achter de geraniums te gaan zitten.
Het voormalige vleesbedrijf is omgebouwd tot meerdere appartementen en nadat we de bagage in één van de gezellige verblijven hebben achtergelaten, gaan we samen op weg voor een drieje (Gronsvelds dialect voor een ommetje).
Daarvoor lopen we eerst naar Rijckholt, waarna we de eerste hellingen van het Savelsbos beklimmen.
Fruit
Onderweg veel fruitteelt (peren, kersen, maar vooral appels) die langzamerhand met subsidie weer wordt omgeturnd naar de oorspronkelijke hoogstamboomgaarden.
Vanaf de hellingen hebben we een fantastisch uitzicht over de Maasvallei. Recht voor ons zien we het fort van Eben-Emael, een voormalig Belgisch militair verdedigingsfort dat werd gebouwd tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Het werd beschouwd als het sterkste fort ter wereld, maar de Duitsers wisten in 1940 de afweer van het fort binnen vijftien minuten (!) met behulp van zweefvliegtuigen uit te schakelen. Belgen zijn gewoon veel beter in diplomatie…
Op de glooiende weiden grazen Mergellandschapen en koeien die tot voor kort, zo vertelt Lotty, gezelschap hadden van een jong reetje dat bij de gastvrije runderen de dorst mocht lessen.
Via draaihekjes lopen we het Savelsbos in dat meerdere grubben heeft. Deze droogdalen zijn ontstaan door erosie, veroorzaakt doordat hierlangs al eeuwenlang het regen- en smeltwater naar de Maas wordt afgevoerd.
Zo zijn ook de holle wegen ontstaan. Want de mensen gebruikten de slijtgroeven vroeger om over te reizen, waardoor de weggetjes steeds verder insleten en het nu soms lijkt of je door een steeg loopt.
Verderop passeren we een aantal mergelgroeven die al in de 15e eeuw werden geëxploiteerd om de Dom van Utrecht te kunnen bouwen. In de laatste oorlog werden de grotten nog gebruikt om auto’s en vee voor de bezetter te verbergen, maar nu zijn ze afgesloten vanwege instortingsgevaar.
We komen langs de voormalige boswachterswoning ’De Beuk’, die tot in de jaren vijftig werd bewoond door twee kinderrijke gezinnen. De woning had geen elektriciteit en water, waardoor de kinderen elke dag met emmers van beneden naar boven moesten klimmen.
Bovengekomen lopen we langs met wintertarwe ingezaaide akkers richting Cadier en Keer. Vlak voordat we het plaatsje binnenlopen, zien we rechts het witte monument van de erebegraafplaats Margraten.
Op weg terug komen we door Eckelrade waar we een Mei-den boven de huizen zien uitsteken. Deze dennen worden traditiegetrouw elk jaar tussen Pasen en Pinksteren vervangen door een vers omgehakt exemplaar die met paarden naar de plantplaats worden gesleept.
Volgens eeuwenoud bijgeloof vergroot het de vruchtbaarheid van het vee en de akkers.
Via opnieuw het Savelsbos zakken we af naar Gronsveld, vanwaar we ’s avonds het in kersttooi nóg gezelliger Vrijthof in Maastricht bezoeken. Voor Limburg moet je even de tijd nemen.
Joop Duijs bron; telegraaf.nl


















