De laatste jaren van zijn leven woonde Pieter Bruegel de Oude in de Hoogstraat in Brussel, waar hij in 1569 stierf en in de Kapellekerk begraven ligt. Vaak trok hij te voet naar de Pedevallei in Dilbeek. Hij schilderde er meesterwerken die we ons alleen al bij het horen van de titel zo voor de geest kunnen halen. Maar om 'De Parabel van de blinden' te zien, moeten we naar het Museo di Capodimonte in Napels. 'Landschap met ekster op de galg' hangt dan weer in het Hessische Landesmuseum in Darmstadt, het Kunsthistorisches Museum in Wenen is talrijke Bruegels rijk en, op enkele doeken in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel na, is ook de rest van zijn oeuvre verspreid over beroemde musea in wereldsteden.
Het Bruegelmuseum in Dilbeek kan niet anders dan pronken met reproducties, maar het leuke is dat ze in openlucht staan opgesteld en wel op de plaatsen waar ze lijken vastgelegd. In het decor zien we vaak vandaag nog gebouwen, kerktorenspitsen of horizonfragmenten die we ook op de schilderijen herkennen. Op een acht kilometer lange wandeling, die aan het kerkje van Sint-Anna-Pede vertrekt, vinden we negentien replica's op weerbestendige geëmailleerde staalplaten. Het traject kan uitgebreid worden tot een fietsroute van 45 kilometer. Zeven werken illustreren gewoon de veelzijdigheid van Bruegels talent, twaalf andere werden uitgekozen omdat ze herkenbare landschapelementen uit het Pajottenland bevatten.
De tocht
Aan de kerk van Sint-Anna-Pede laten we de auto achter op een braakliggend lapje tegenover estaminet De Ster. Het gebouw, in vakwerk met leem, is een mooi voorbeeld van de traditionele architectuur die ooit de streek bepaalde en misschien wel aan de oorsprong van de benaming Pajottenland ligt. 'Paillottes' zijn namelijk stropoppen die in dergelijke panden tussen de dakpannen werden gelegd. De drankgelegenheid is gesloten, een andere doet pas vanavond open, maar gelukkig is er nog een derde café waar we de brochure en kaart (3 euro) van de Bruegelwandeling kunnen kopen. De vriendelijke waardin overhandigt ons ook een plannetje met de wegens wegenwerken gewijzigde route.
Het begint al goed. Het eerste schilderij dat we in de schaduw van een bomenrij tegenkomen, is volgens de brochure van de vzw Dilbeeks Erfgoed zeker niet van Pieter Bruegel de Oude, maar van een van zijn nakomelingen. En of de windmolen die 'De bruidsstoet' domineert hier ooit heeft gestaan, is helemaal niet zeker. Wel zouden we het torentje dat boven een bos priemt, moeten opmerken, maar dat lukt ons zelfs met een verrekijker niet.
Blinden
Als we echter voor de reproductie van 'De parabel van de blinden staan', kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat Bruegel op precies dezelfde plaats zijn schildersezel had neergeplant. We herkennen duidelijk de Sint-Annakerk (1), ondanks de verbouwingen die ze in de loop der jaren heeft ondergaan. Het decor, ja zelfs de sfeer onder het gebladerte, is perfect gevat in sobere kleuren. In werkelijkheid stroomt de Pedebeek wel wat dichter bij het kerkje, maar zulke ingrepen waren het handelsmerk van de kunstenaar. Hij zette de landschappen naar zijn hand, gebruikte hetgeen hij zag als basis en voegde vreemde elementen toe. Een vergezicht uit het Pajottenland vulde hij aan met een rotspartij uit de Alpen, die hij op zijn Italiaanse reizen had gezien. Hoe natuurgetrouw ook, het schilderij barst van de symboliek. Als de ene blinde de andere leidt, belanden ze allebei in de gracht. Het was –één jaar voor zijn dood– Bruegels visie op de dolende mens in een zinloze wereld. Maar de kwalen van de afgebeelde protagonisten zijn zo klinisch nauwkeurig gepenseeld, dat oogartsen vandaag nog een diagnose kunnen stellen. De schilder heeft hier ongetwijfeld blinden gezien, want in die tijd was er in de omgeving een hospitaal.
Spiegelbeeld
'De boerenbruiloft', die van 'breugeliaans' een synoniem van overvloedig eten maakte, zou ontstaan zijn in een schuur aan de Kroonweg (2), waar ooit de herberg 'In de Kroon' was gevestigd. Op 'De hooioogst', een typische compositie van bestaande en gefantaseerde landschappen, prijkt een kerkje dat sprekend lijkt op de Sint-Ambrosiuskerk van Dilbeek zoals ze er in de zestiende eeuw uitzag. Op 'De korenoogst' zien we de Sint-Pieterskerk van Itterbeek (3) en de toren in de verte zou wel eens de Sint-Alenatoren van het oude kasteel van Dilbeek kunnen zijn. Voor de watermolen op 'De terugkeer van de kudde' stond die van Sint-Gertrudis-Pedemodel. Op hetzelfde kunstwerk zien we, half verborgen achter bomen, het 'Klein Kasteeltje' dat nog tegenover het Sint-Annakerkje staat en waarin Bruegel ooit verbleef. Soms is het op de grote werken in kleine hoekjes zoeken naar de gedetailleerde minischilderijtjes die in de brochure worden beschreven. Op 'Landschap met ekster op de galg' staat rechtsonder wel heel goed zichtbaar de watermolen van Sint-Gertrudis-Pede. Omwille van de compositie heeft de artiest de Pedemolen wel in spiegelbeeld neergezet.
Info, brochure en kaart: Cultuurdienst, Gemeenteplein 1, Groot-Bijgaarden, www.toerismedilbeek.be, www.dilbeekserfgoed.be
Tekst André Grosemans, foto's Bart Dewaele bron;nieuwsblad.be


Chinees dobbert tussen duizenden eenden

















