Donderdag 1 december 2005
Aan de boorden van Dijle en Demer .
Oude spotnamen van gemeenten en gemeentenaren .
Niet alleen onder de kinderen , maar ook onder de volwassenen van de verschillende dorpen , bestond voorheen steeds een zeker naijver en jaloersheid , die bij gelegenheden als kermissen en markten soms hun hoogtepunt bereikten en dan ontaardden in scheldpartijen , het zingen van liedjes , of het declameren van stukjes , waarbij de inwoners van het naburige dorp beknibbeld of uitgelachen werden .
In het land van Dijle en Demer werden de streekbewoners soms met eigenaardige spreekgezegden bedacht en de enkele overblijfselen die ons uit de voorbije eeuwen nog zijn bijgebleven getuigen van de pittige geest , die eigen was aan onze voorouders .
Eén der meest gekende gezegden luidde als volgt :
Poef Haacht.
Rijk Werchter .
Rotselaar wat slechter .
Wezemaal nog wat min .
Zo trekken wij het Hageland in .
En daar is niets meer in .
Hiermede werd de vroegere welstand van de boeren en ook de waarde van de landerijen in de verschillende dorpen geschat . Dorpen met schrale gronden konden natuurlijk in het landbouwtijdvak moeilijk rijke of grote pachthoeven plaats bieden . De gemeenten of de inwoners werden dan met typiche namen aangeduid . Zo werd Gerode ( het strooien dorp ) genoemd .
De inwoners van Baal zijn de zandboeren en deze van Schoonderbuken de bezembinders.
( KLEIN GEEL )
Rotselaar wordt voor Klein Geel versleten en wordt de naam Klein Geel niet uitgesproken , dan zegt men schampend dat de regering besloten had een muur rond Rotselaar te bouwen , en dat betekende genoeg . De inwoners uit Rotselaar laten dit echter zo maar niet zeggen , zij antwoorden dat Rotselaar wel de naam heeft , maar dat zij elders de ( toeren ) ( gekke streken ) doen .
De inwoners van Wezemaal worden soms met het volgende liedje bedacht door die uit Rotselaar :
De Wezemaalse brekken ( grote mieren )
Lopen op stekken .
En komen te Rotselaar de teljoren ( borden ) uitlekken .
Niet alleen onder de kinderen , maar ook onder de volwassenen van de verschillende dorpen , bestond voorheen steeds een zeker naijver en jaloersheid , die bij gelegenheden als kermissen en markten soms hun hoogtepunt bereikten en dan ontaardden in scheldpartijen , het zingen van liedjes , of het declameren van stukjes , waarbij de inwoners van het naburige dorp beknibbeld of uitgelachen werden .
In het land van Dijle en Demer werden de streekbewoners soms met eigenaardige spreekgezegden bedacht en de enkele overblijfselen die ons uit de voorbije eeuwen nog zijn bijgebleven getuigen van de pittige geest , die eigen was aan onze voorouders .
Eén der meest gekende gezegden luidde als volgt :
Poef Haacht.
Rijk Werchter .
Rotselaar wat slechter .
Wezemaal nog wat min .
Zo trekken wij het Hageland in .
En daar is niets meer in .
Hiermede werd de vroegere welstand van de boeren en ook de waarde van de landerijen in de verschillende dorpen geschat . Dorpen met schrale gronden konden natuurlijk in het landbouwtijdvak moeilijk rijke of grote pachthoeven plaats bieden . De gemeenten of de inwoners werden dan met typiche namen aangeduid . Zo werd Gerode ( het strooien dorp ) genoemd .
De inwoners van Baal zijn de zandboeren en deze van Schoonderbuken de bezembinders.
( KLEIN GEEL )
Rotselaar wordt voor Klein Geel versleten en wordt de naam Klein Geel niet uitgesproken , dan zegt men schampend dat de regering besloten had een muur rond Rotselaar te bouwen , en dat betekende genoeg . De inwoners uit Rotselaar laten dit echter zo maar niet zeggen , zij antwoorden dat Rotselaar wel de naam heeft , maar dat zij elders de ( toeren ) ( gekke streken ) doen .
De inwoners van Wezemaal worden soms met het volgende liedje bedacht door die uit Rotselaar :
De Wezemaalse brekken ( grote mieren )
Lopen op stekken .
En komen te Rotselaar de teljoren ( borden ) uitlekken .
Geschreven door freddy om 13:01
















































