|
Sepsis is een klinisch syndroom dat gekenmerkt wordt door een algemene ontstekingsreactie van het hele lichaam op een infectie. Het is een zeer ernstige aandoening met een aanzienlijke kans dat de patiënt in korte tijd overlijdt. De sepsis-inducerende infectie kan veroorzaakt worden door bacteriën (meestal), maar ook virussen (influenza, RSV), parasieten (malaria) en gisten (candida) en schimmels. Sepsis ontstaat vaak als de infectie zich uitbreidt naar de bloedbaan. Het kan echter ook zijn dat de micro-organismen niet in het bloed komen, maar gelokaliseerd blijven in de infectiehaard. In dat geval produceren de micro-organismen toxinen of ontstekingsmediatoren (eiwitten), die in het bloed komen en de algemene ontstekingsreactie veroorzaken. Wanneer micro-organismen in het bloed worden gevonden, hanteert men de volgende terminologie:
- bacteriën in het bloed: bacteriemie
- virussen in het bloed: viremie
- parasieten in het bloed: parasitemie
- gisten in het bloed: candidemie
- schimmels in het bloed: fungemie
Het begrip sepsis werd begin jaren negentig beter gedefinieerd (Bone et al., 1992), met onderkenning van een continuum van ernst, toenemend van 'sepsis syndroom', 'ernstige sepsis' tot 'septische shock' (Bone et al., 1997). Een voorwaarde voor sepsis is de aanwezigheid van SIRS: systemic inflammatory response syndrome. Er is sprake van SIRS als aan meer dan twee van de volgende criteria wordt voldaan:
-
temperatuur hoger dan 38 graden celsius of lager dan 36 graden celsius;
- hartslag hoger dan 90 per minuut;
- ademhalingsfrequentie hoger dan 20 per minuut;
- witte bloedcellen: meer dan 12.000 of minder dan 4.000 per kubieke mm of meer dan 10% staafkernige witte bloedcellen.
Als in geval van SIRS een (lokale) infectie aanwezig is, wordt gesproken van "sepsis syndroom", als bovendien sprake is van orgaanfalen (van bijvoorbeeld de longen of nieren) wordt gesproken van "ernstige sepsis", als bovendien sprake is van aanhoudend lage bloeddruk wordt gesproken van "septische shock".
In zowel de ICD-9 als ICD-10 is sepsis onder diverse codes te vinden (zie tabel 1 ). In het Kompas wordt uit de ICD-9 alleen code 038 (sepsis en pyemie) gepresenteerd, en uit de ICD-10 alleen codes A40 en A41 (sepsis door streptokokken en overige sepsis). Enkele bijzondere infecties die met sepsis zijn geassocieerd, maar een andere code krijgen, vallen buiten het kader van deze beschrijving. Eén daarvan, meningokokkensepsis, wordt separaat beschreven in het kader van meningokokkenziekte (zie hersenvliesontsteking). De kwantitatieve bijdrage van de overige in de tabel genoemde vormen van sepsis is relatief klein in vergelijking met sepsisgevallen onder ICD codes 038/A40-A41.
De klassieke eerste symptomen van sepsis zijn een plotseling begin, met koude rillingen en hoge koorts, versnelde ademhaling, versnelde hartactie en een zekere mate van bewustzijnsdaling. Bij sterk verzwakte patiënten, pasgeborenen en oude patiënten kunnen de symptomen van sepsis zich geleidelijk ontwikkelen of minder uitgesproken zijn; koorts kan bijvoorbeeld ontbreken, of de lichaamstemperatuur is juist verlaagd (hypothermie). |
1 reactie op dit bericht
groetjes brengen
Groetjes YENTI