Naar de inhoud

Geraardsbergen gaandeweg met Marleen De Smet

Geraardsbergse gedachten en gedichten
akke.beakke.be
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Laaiend succes voor nieuwe dichtbundel van Gaby Desmyter

 

 

Laaiend succes voor nieuwe dichtbundel

van Gaby Desmyter, dorpsdichter van Lierde

 


1144965-f5cd66e925f501f533b150ec9758e2b4.jpg


Kaftontwerp door Gaby’s kleindochter Lieze De Middeleir

 

In het fraaie ontmoetingscentrum De Lier te Sint-Maria-Lierde werd de dichtbundel Laaiend Licht van Gaby Desmyter voorgesteld.

 

Gaby Desmyter is dorpsdichter van de gemeente Lierde, die de locatie en de receptie achteraf aanbood. Voorafgaand aan de voorstelling hadden enkele tientallen enthousiastelingen het poëziepad in Deftinge (deelgemeente waar de dichter woont) ingewandeld onder deskundige begeleiding van cultuurschepen Rudy Mortier.

 

Gaby Desmyter had al aangekondigd de twaalf borden met gedichten langs de ‘lange processieweg’ te zullen bekostigen met zijn opbrengst van de dichtbundel. Zijn verwachtingen worden ingelost, want die avond rond middernacht bleken er bijna 200 exemplaren te zijn verkocht – allesbehalve onaardig voor een poëziebundel!

 

De gedichten van Gaby Desmyter, die ook een verdienstelijk amateurfotograaf is (wat in zijn verzen doorwerkt) zijn dan ook tegelijk heel toegankelijk en dankzij het inventieve woordgebruik niet oppervlakkig.

De taal is fris, ontdaan van elk overbodig woord. Vaak zetten de wendingen die de dichter gebruikt de lezer op het verkeerde been.

 

Geschreven door Marleen De Smet om 18:41 Reageer op dit bericht

Vervolg Laaiend Licht van Gaby Desmyter

en dan dit nog en verder

 

 

Het was zeven jaar geleden dat Gaby Desmyter (Geluwe, 1945) nog een dichtbundel publiceerde, en de liefhebbers van zijn verzen begonnen stilaan ongedurig te schuifelen. Aan inspiratiegebrek lag het niet, integendeel: uit zowat 800 gedichten selecteerde hij (of vooral zijn vrouw Rosanne!) er 109. Stuk voor stuk kleine parels aan een ketting die hij gretig om de hals van zijn lezer hangt.

 

“Gaby’s gedichten lijken vanzelfsprekend”, aldus dichteres Marleen De Smet in het voorwoord, “maar zijn het niet. Ik geloof dat zijn talent hem noopt tot het neerzetten van poëzie die sober en zuiver is tot ze klatert als een beek. Geen rijmelarij, geen stoerdoenerij, maar gedichten die authentiek en eerlijk zijn en de werkelijkheid pretentieloos sublimeren.”

 

Dat fotografie een van zijn andere hobby’s is, spreekt eveneens uit zijn verzen. Marleen De Smet: “Zijn taal is een camera die registreert wat hem intrigeert. De meeste fotografen hebben slechts gevoel voor het poëtisch klikmoment, niet voor het woord. Gaby heeft ze allebei. Hij beschikt over de gave details te observeren door de lens van zijn hart en drukt af op het moment dat de woorden zich feilloos in zijn hoofd aandienen, waarna hij ze even subtiel als broos neerzet.”

 

Gaby Desmyter eindigde zijn loopbaan in het welzijnswerk en is nu onder meer actief binnen de Marnixring, waar hij de drijvende kracht is achter het project De Vergeten Dichters. In Deftinge, het dorp waar hij woont, maakte hij van de lange processieweg een poëziepad met een dozijn gedichten en foto’s tegen muren die men onderweg tegenkomt.

 

Voor meer info: uitgeverij De Draak boekmaker 1144941-3301f39cced9dc08b015c1a321192a87.jpg


1144941-6e42af08e48eb516e9e218ee49b6b654.JPG

 

Eerste Schepen Rudy Mortier opent de avond.

 

 

1144941-05381fa1c25ebc381d81b58b73c7e341.JPG 


Jan Heyvaert redacteur uitgeverij De Draak boekmaker leidt de bundel in.


 

1144941-5cf0aa283543084a24f4e632370e4431.JPG 


De auteur, dorpsdichter Gaby Desmyter doet zijn zegje.

 

 

 

1144941-78b6956190f0a5f09118fefd1d180f48.JPG 


Marleen De Smet steekt een stemmetje toe tijdens het voordragen van de gedichten.


 

 

1144941-7366d07e09e547a0c91b9386e982af88.JPG 


Kleindochter Heide Vercruysse zorgde voor een voortreffelijke muzikale omkadering.

 

 

1144941-ade1f1830d7068f32ee078a8938c9a34.JPG 

1144941-f7d20cb8bebdf54b9530743c8bac879c.JPG


Het gedicht ‘De Lier’ ziet het licht.

 

 

1144941-7e2ebe8fd5e6746b1e88e1cd6c198783.JPG

V.l.n.r.: Lieze De Middeleir, Heide Vercruysse, Gaby Desmyter en zijn Rosanneke en Marleen De Smet.

 



Geschreven door Marleen De Smet om 18:34 Reageer op dit bericht

Woorden stromen (door Johan Janssens)

 1082783-244e3d82f39134b73c36a77f66a1a188.JPG 

 

 

woorden stromen

 

 

woorden stromen,

als dromen,

symptomen

tussen de bomen

in mijn hoofd,

 

ritselend de bladeren,

bloedend

door mijn aderen,

als vijanden naderend

tussen het loof

 

op zoek naar de zin,

naar de oorsprong,

een begin;

 

bron van een zijn

dat verwordt tot inkt

en straks als door ogen,

in kleuren omgebogen,

 

vervlogen,

de wereld

die ik wou betogen

 

Johan Janssens

Geschreven door Marleen De Smet om 09:48 Reageer op dit bericht

Welzo - een pilaargedicht door Gaby Desmyter


1067348-8f840aedd6486b9b7184a27437abb095.jpg


Welzo

 

 

Het fladderblad dat kerend draait

in nukken van wind.

Zoals het rotelen in het hoofd

dat nimmer stopt, desondanks.

 

Misschien moet ik leren

je tot streelwind te zijn,

een tweede huid zoals

in een kinderpamper, warm.

 

 

*

 

 

Pilaargedicht

 

 

Al opgekruld de dagen

gespikkeld met mazzelen

in het wanhopig licht.

Mijn kastanjes verworden tot voer.

 

Maar straks zing ik jou vooruit

in het zweeflicht dat

ik als donsaaideken zacht

over jouw wilde winter wil draperen.

 

Gaby Desmyter, Dorpsdichter Lierde 2011

Geschreven door Marleen De Smet om 08:48 Reageer op dit bericht

Winterbomen van Rik Van Damme


1067346-47e46e4012ee9b4e309d93aa04e843f1.jpg


Winterbomen

 

 

Hoge winterbomen kraken

in de strakke noordenwind

als zwarte skeletten

tot  op het bot gevild

en van alle kleur ontdaan.

Straks komt er sneeuw

en breien malse vlokken

er warme wanten aan.

Ik krijg het koud,

kap grote blokken hout,

laat de kachel branden

en voel gelukkig…

reeds wat lente…

in mijn winterhanden…

 

Rik Van Damme

 

Geschreven door Marleen De Smet om 08:37 Reageer op dit bericht

Boek brengt baronnen van Boelare samen (auteur: Marc Van Trimpont)

Boek brengt baronnen van Boelare samen


Auteur: Marc Van Trimpont



1049747-6e591032add7d53ee675b9820fff34a8.jpg


Marc Van Trimpont stopt na vijftien jaar als voorzitter van Gerardimontium. vg



GERAARDSBERGEN - Marc Van Trimpont zwaait af als voorzitter van de kring Gerardimontium. Hij laat een portrettenboek van de baronnen van Boelare achter als afscheidsgeschenk.


In 1996 stond Marc Van Trimpont mee aan de wieg van Gerardimontium, de vereniging voor lokale geschiedenis. Gerardimontium vierde zopas haar vijftiende verjaardag en voor Van Trimpont werd dat een terugblik op een succesvol verleden als voorzitter. Zijn neef Filip Van Trimpont volgt hem op. 'We gingen van start met 150 leden, we tellen er intussen meer dan 500. Een forse stijging die onder meer te danken is aan de hoge kwaliteitsnormen die we ons hebben opgelegd. Elk artikel in ons tijdschrift of elk boek dat we publiceren moet een duidelijke meerwaarde bieden. Het mag geen louter herkauwen zijn van eerder gepubliceerd materiaal. We streven naar perfectie, dat is moeilijk maar dat is ons ultieme doel.'

Van Trimpont kan als uithangbord dienen voor dat nobele streven. Met de boeken De Geraardsbergse Garde Civique of Burgerwacht en Het land en de baronie Boelare legde hij de lat heel hoog en dat resulteerde in standaardwerken die als voorbeeld kunnen dienen voor moderne lokale geschiedschrijving. Ook met de vele artikels die Van Trimpont in het tijdschrift Gerardimontium publiceerde, zorgde hij voor heel waardevolle bijdragen voor de kennis en verspreiding van het Geraardsbergse verleden.

Titanenwerk

Van Trimpont neemt nu afscheid als voorzitter maar blijft gepassioneerd door de lokale geschiedenis. In zijn afscheidsjaar als voorzitter voegt hij zelfs nog een belangrijk hoofdstuk toe aan zijn indrukwekkende palmares. Met het boek De baronnen van Boelare in beeld stelde hij een rijk gedocumenteerd portrettenalbum samen over de familie Cassina die van 1601 tot 1794 de plak zwaaide in het kasteel van de baronie. Voor het eerst worden de schilderijen van de adellijke heren en dames van het geslacht, die destijds te kijk hingen in de baronie zelf, in één boek samengebracht. Het werd voor Van Trimpont een titanenwerk want de portretten waren erg verspreid.

'Het begon in het jaar 2000 toen ik de graaf de Lichtervelde, een nazaat van de Cassina's, ontmoette. Een spoor dat onder meer leidde naar Parijs waar heel wat schilderijen van de Cassina's hangen. Ik heb zo enkele jaren noodgedwongen in adellijke kringen vertoeft. Het bleek overigens aartsmoeilijk om via de eigenaars een afdruk van die portretten te pakken te krijgen.'

www.gerardimontium.be

(Uit
Het Nieuwsblad – regionaal Geraardsbergen)

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Vanuit de beuk bewonderen eksters de stokrozen

Gedichten van Rik Van Damme




1043998-f3084195170604d9d176df452dcfebeb.jpg 

 


De beuk

 

 

Een eeuwenoude bonte beuk

nog door een witte abt geplant,

werd plots te groot.te schoon

en beet genadeloos in het zand.

Zijn bloedrode blaren op de grond

vormen het krakend bed

waarop zijn gekliefd skelet,

zonder gebed werd neergelegd.

De herfst kleurt het palet,

de klokken kleppen over dood,

een trein wordt op de sporen gezet

 

 

 

Stokrozen

 

 

Een lichte bries wiegt onze stokrozen

In het grijze niemandsland

tussen  herfst en winter…

Een mistgordijn weeft een wazig deken

over de klamme huid van gele blaren

en gedempte geluiden in het rond.

Een boomklevertje vlucht weg,

nu er te veel merels komen…

De zon kijkt als bevroren

uit een zilveren bal,

lichtjaren ver geboren

uit de gouden snaren

van een fonkelend heelal.

 

 

 

Eksters

 

Twee eksters,duidelijk man en vrouw

dartelen behoedzaam onder de bomen;

om beurten rapen ze noten…,

vliegen er mee weg….

Ik hou ze in het oog,

vol bewondering kijkend

naar dit heroïsch gevecht

voor een brok dagelijks brood

en ergens een veilig warm nest..

De kerselaars kleuren rood,

bladeren trillen, vallen…,

meten mijn tijd…,

zonder genade of enig respijt.



Rik Van Damme


Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Albert Schrever sprak Frans Minnaert openlijk toe

 

 

Albert Schrever sprak Frans Minnaert openlijk toe op 18 oktober 2011


1020355-9d4920af319a3e325a629d75899f236c.jpg  

 

Tekst van Albert Schrever als eerbetoon bij de voorstelling van het boek over

 

Frans Minnaert

 

 

In december vorig jaar exposeerde kunstschilder Frans Minnaert hier in het Koetshuis van zijn geboortestad waar hij als jonge kunste­naar ook zijn eerste tentoonstel­ling had gehouden. Hij wist niet dat dit ook zijn zwanen­zang was. De cirkel was rond: een maand later, in januari jongstleden, verliet hij ons. En toch blijft Frans leven in het hart en de geest van wie hem ken­de.

 

Graag zou ik iets vertellen over vier andere Geraardsber­genaars die in het verleden en extra muros, net als Frans, een waardi­ge ambassadeur van onze stad waren en nog blijven ver­derleven.

 

Willem van Moerbeke (Moerbeke ca. 1215 - Corinthe 1286)

 

Voor de eerste gaan we terug naar de dertiende eeuw toen Willem van Moerbeke omstreeks 1215 werd geboren in de gelijk­namige deelgemeente. Dat hij een grote betekenis had voor het Westers Avondland moge blijken uit het feit dat een team specialisten uit Europa, Groot-Brittanië en de Verenigde Staten eind september 1986 gedu­rende drie dagen in Leuven de figuur en de betekenis van Van Moerbeke bestudeerden op zijn 700ste over­lijdensver­jaardag. In de lijvige studie over Guillaume de Moerbeke, uitgegeven in de University Press, behandelden internationale specialisten de vele facetten uit het rijkge­vulde leven van Willem van Moerbeke. Hij trad in bij de domi­nicanen in Leuven vanwaar hij als missionaris naar Griekenland trok. Rond 1260 verbleef hij in Thebe, tien jaar later ver­bleef hij aan het pauselijk hof in Viterbo waarna hij kapelaan en penitentiarius (biechtvader) was van de paus. Op het Concilie van Lyon (1274) streefde hij naar een hereniging met de Griek­se Kerk en van 1278 tot zijn dood in 1286 was hij aartsbis­schop van Corinthe.

 

Zijn grootste verdienste echter bestaat erin dat hij, gedu­rende meer dan 20 jaar, de punctuele Latijnse verta­ling maakte van grote Griekse schrijvers: Aristotheles, Archi­medes, Pla­to... van wie vele originele handschriften intussen verlo­ren zijn gegaan. Door dit vertaalwerk fungeerde Willem van Moerbeke als door­geefluik van meer ruim 300 originele Griekse werken die zonder hem nooit in het Westen zouden zijn doorge­drongen.

 

Vermelden we nog dat hij één oorspronkelijk werk schreef: de Geomantia wat neerkomt op toekomsvoorspellin­gen uit de aarde, een zg. "wetenschap" uit zijn tijd.

 

Ten slotte wijzen we erop dat er op zowat 60 km van Corinthe een dorpje ligt met een kerk die van Moerbeke liet optrekken. Het heet Merbakas welke naam misschien wel ver­wijst naar de geboorteplaats van Willem van Moerbeke.

 

 

Pieter van Gent (Idegem ca. 1480 - Mexico 1572)

 

Recent onderzoek heeft bewezen dat de Vlaamse missiona­ris-franciskaan Pieter van Gent, die een standbeeld heeft in de Arteveldestad, niet werd geboren in Gent maar afkomstig is uit de Geraards­bergse deelgemeente Idegem, destijds afhanke­lijk van de ba­ronie Boelare.

Hij werd omstreeks 1480 geboren en was een ver­want van Keizer Karel die hem meermaals finan­cieel steunde tij­dens zijn missie in Mexico waar hij in 1528 voet aan land zette. Naast zijn missioneringswerk realiseerde hij een aan­zienlijk aantal projecten.

 

Zo bouwde hij in Mexico meer dan 100 kerken en zieken­huizen.

Hij stichtte er diverse scholen, ge­ïnspireerd op Europe­se leest waar niet allen technisch maar ook kunst- en muziek­onderwijs werd gegeven.

Hij was de Amerikaanse Gutenberg omdat hij de eerste drukkerij in de Nieuwe Wereld introduceerde.

Hij werd de vader van de Amerikanistiek omdat hij de eerst was die een tekst publiceerde in het Nahuatl, de taal van de Indianen.

Hij voerde Nieuwe Wetten in waardoor hij een einde poogde te stellen aan de slavernij.

Hij weigerde de bisschopsmijter en gaf er de voorkeur aan gewoon minderbroeder te blijven.

 

Specialisten als prof. John Everaert en de Mexicokenner Paul Ghijsels, die een lijvige studie over Pieter in de maak hebben, sluiten niet uit dat hij ook aan de basis zou kunnen liggen van het Mariaal bedevaartsoord van Guadeloupe wat zou kunnen zijn geïnspireerd door het heiligdom op de Oudenberg.

 

Vanuit Mexico correspondeerde Pieter regelmatig met Europa, niet alleen met zijn moederklooster in Gent maar ook met Keizer Karel die hij zijn bloedverwant noemde en die hem geld toestopte, telkens als hij erom vroeg.

Toen missionaris Pieter van Gent in 1572 stierf rouwde heel Mexico.

 

Gabriel Grupello (Geraardsbergen 1644 - Kerkrade 1730)

 

In het Duitse Düsseldorf liep in 1971 een internationale tentoonstelling over de Europese Barok­beeldhouwkunst onder de titel "Grupello und seine Zeit", een huldebetoon aan de beeld­houwer die in 1644 in Geraardsbergen werd geboren en er wel­licht zijn eerste vorming kreeg in de kollege van de benedik­tijnen. Volgens prof. Christian Theuer­kauff, die de organisa­tie van de tentoonstelling in handen had, was Grupello "eine der bedeutendsten Bildhauerpersönlich­keiten im Deutschland um 1700". Een muurplaats wijst erop dat hij werd geboren in de Penitentenstraat: zijn vader Bernardo, een telg uit de Milane­se adel, was kapitein bij de ruiterij en ridder van het Roomse Keizerrijk, een titel die zijn zoon overerfde. Zijn moeder Cornelia Delinck had een oudere zus die kloosterlinge was in de priorij van de benedictinessen in Hunne­gem. Grupello, die hier lid was van het toneelgezelschap St.-Pieter-Vreugd-en-Deugd, verhuisde naar Antwerpen waar hij in de leer ging bij beeldhouwer Arthus Quillin waarna hij zich verder als beeld­houwer ging bekwa­men in Den Haag en Amsterdam. Van 1668 tot 1670 leerde hij brons­gie­ten in Parijs.

 

In 1674 ontving hij als dertigjarige de erkenning als meester-beeldhouwer. Hij werkte voor keurvorst Friedrich III van Brandenburg en trad in dienst van Johann-Wilhelm von der Pfalz in Düsseldorf. Hij werd er vereerd met een vorstelijke woning, een rijk jaarloon, diver­se ateliers en talrijke opdrach­ten. Karel VI, koninklijke maje­steit der Nederlanden, verleen­de hem in 1719 de titel "Opper­beeldsnijder van Syne Majesteit".

 

Van Grupello zijn ruim 120 kunstwerken bekend o.m. in Brussel, Kerkrade, Aken, Berlijn, Mannheim, Düsselforf, Wenen en... Geraardsber­gen.

 

Van zijn zeven kinderen overleden er drie op jeugdige leeftijd. Zijn zoon werd jezuiet, twee dochters werd kloos­terlinge en de derde huwde met een edelman met wie ze zich vestigde in het Slot Erenstein in het Nederlandse Kerkrade. Daar overleed Grupello in 1730. In Kerkrade werd een straat naar hem werd ge­noemd.

 

Frans Rens (Geraardsbergen 1805- Gent 1874)

 

Dat we vandaag nog onze moedertaal gebrui­ken hebben we te danken aan een groep "taelminnaren" die zich, sinds onze Onafhankelijkheid, hebben ingezet voor de ontvoog­ding van ons volk en onze taal die in onze Franstalige staat in hun voort­bestaan ernstig waren bedreigd. Eén van de voor­mannen in de Vlaamse wederopstanding is François Rens die in niet gerin­ge mate heeft meegewerkt aan de overle­ving en de weder­geboorte van onze taal en onze cultuur.

 

Hij werd hier geboren in 1805 als telg uit de literaire zijtak van de huidige Ge­raards­bergse notarisfamilie. Na lager onderwijs in zijn geboorte­stad verhuisde hij naar Gent waar hij zijn voornaam wijzigde: François werd Frans wat beter paste in de kringen waartoe hij ging behoren, een veelzeggende naamsverandering.

 

Hoewel Rens nooit tot onze grote dichters zou beho­ren haalde hij literaire onderschei­dingen in Deinze, Eeklo en Brug­ge... Zijn poëtische ontboe­zemin­gen kregen ge­stalte in en­kele bundels en werden ook opgeno­men in diverse tijd­schrif­ten. Grote poëzie kan dit echter bezwaarlijk worden genoemd. Van­daar dat we vadertje Rens best als een poeta minor beschouwen.

 

In Gent kwam hij in contact kwam met de voormannen in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd en ontplooide hij zich als een echte en volwaardige taalminnaer.

 

Zo stichtte hij in 1834 het Neder­duitsch Letterkun­dig Jaar­boekje dat hij tot zijn overlijden in 1874 leid­de en dat ook nu nog druk wordt bestudeerd en geraad­pleegd. Het was zijn jaar­lijkse bloemlezing van wie het jaar voordien van bete­kenis was geweest voor de Zuid-Neder­landse letterkunde. Zo treffen we er teksten in aan van o.m. Hendrik Conscience, Julius De Geyter, Frans De Potter, Karel Lodewijk Lede­ganck, Prudens Van Duyse, Hoffmann von Fallersle­ben, de gezus­ters Love­ling...

 

Hoewel hij zijn Jaarboekje bijna een halve eeuw lang zou leiden werkte Rens ook mee aan verscheidene andere literaire initiatieven. We vermelden enkel het "Belgisch Museum voor de Neder­duytsche Tael- en Letterkunde en de ge­schiedenis des Va­der­lands" van J.F. WIL­LEMS. In 1839 verscheen daarin zijn parabel van de verloren zoon in het Geraardsbergs dialect, het eerste dialectgeografisch document over de Oudenbergstad.

 

In 1862 werd Frans Rens voorzitter van het Wil­lems­fonds dat hij in 1851 had helpen stich­ten. Hij maakte deel uit van de Commissie voor Spellingshervorming die in 1864 de Spelling De Vries en Te Winkel als officieel zou aanvaar­den. Samen met Hendrik Conscience en kanunnik Jan David zetel­de hij in de Grie­vencommissie, die in 1856 het Vlaams eiste in het bestuur, het onderwijs en het gerecht.

 

In niet geringe mate droeg Rens ook bij tot de expansie van onze taal in Duitsland. Zo had hij o.m. contact met de Hoog­duitser Hoffmann von Fallersleben en met de Nederduitser Klaus Groth en  diens aldietse beweging. Nadat Der Löwe von Flan­dern van Hendrik Conscience in 1846 in Duitsland was ver­sche­nen heeft ook Frans Rens zijn steentje bijgedragen niet alleen tot de expansie maar ook tot de huidige invasie van het Neder­lands in Duitsland.

 

Toen hij in 1874 overleed spraken niet minder dan drie grote Vlamingen een lijkrede over Rens uit: de Gentse hoogle­raar Jacob Heremans namens de maatschappij De Tael is gansch het Volk, de Gentse advokaat Julius Vuylsteke namens het Wil­lemsfonds en ten slotte de vertegenwoordiger van de Zet­ter­namkring: drie verenigingen die Rens had helpen stichten en in wier bestuur hij ook had gezeteld.

 

Niemand twijfelt eraan dat Frans Rens een voorman van de Vlaamse ontvoogding was die daarom ook nu nog onze waardering verdient. Dat ons Nederlands de 19de eeuw heeft overleefd hebben we immers o.m. aan hem te danken.

 

Dames en heren, tot daar enkele figuren uit het Geraards­bergse Pantheon. Door hun verdiensten roepen ze onze erkentelijkheid op en blijven ze voortleven in ons hart en in onze geest.

 

Tot dit Pantheon hoort ook kunstschilder Frans Minnaert.

 

Zijn goede vriend Johan Van Cauwenberge, met wie hij enkele artistieke projecten uitwerkte, zal jullie meer vertellen over Frans Minnaert, een man op wie onze stad trots mag zijn.

 

  

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Albert Schrever ontving het Eremerk Graaf Boudewijn


 
1011587-fff653353a69057f0ce8d7663caf3c12.jpg 

 

 

 

 

Albert Schrever laureaat Eremerk Graaf Boudewijn

 

 

Dankwoord

 

Als lid van Gerardimontium woonde ik de eerste vier uitreikingen van het Eremerk Graaf Boudewijn bij.

 

Telkens was ik verheugd in de plaats van de gelauwerden. Ik moet eerlijk bekennen dat ik er in stilte van droomde dat die eer ook aan mij kon te beurt vallen. Het is steeds gebleven bij stille dagdromen waar niemand anders weet van kreeg.

Steeds was ik er ook trots op dat Gerardimontium het initiatief nam dit eremerk uit te reiken: een moeilijke taak die inhoudt dat telkens meer dan een potentiële kandidaat moest worden uitgesloten.

 

Nu het eremerk voor de vijfde maal wordt uitgereikt ben ik weer aanwezig, niet als gewoon lid maar als feestvarken... Ik geef toe dat die onderscheiding me fel raakte toen ik op die bewuste woensdagvoormiddag de brief ontving met de beslissing van het bestuur van Gerardimontium: een grote verrassing en een diepe ontroering. Voorzitter Marc Van Trimpont kan het getuigen.

 

Het spreekt vanzelf dat ik in de eerste plaats met graagte mijn dankbaarheid betuig aan het bestuur van Gerardimontium dat me, drie dagen na mijn verjaardag, bedenkt met dit onvergetelijk verjaardagsgeschenk.

 

Voortgaand op de spreuk van Bond zonder Naam "Dankbaarheid is het geheugen van het hart" zou ik graag, aan de hand van enkele voorbeelden, tonen dat ik een beetje een geheugen en  ook een beetje een hart heb. Omdat historisch geïnteresseerden een geoefend geheugen moeten hebben mag ik dus het cerebraal aspect belichten. Een mens heeft echter niet alleen een animus maar ook een anima: het hart als zetel van de gevoelens.

 

Dat ik hier vandaag het Eremerk mag in ontvangst nemen dank ik in de eerste plaats aan mijn ouders: aan moeder die me mijn moedertaal aanleerde en aan vader die ons liefde en respect voor de taal bijbracht.

 

Dat ik hier vandaag het Eremerk mag in ontvangst nemen dank ik aan de leraren die me een hele reeks talen leerden bestuderen: het Nederlands, het Frans, het Latijn, het Grieks, het Engels en het Duits en later ook het Oud-Engels, het Oud-Hoogduits, het Gotisch, het Oud-Fries...

 

Dat ik hier vandaag het Eremerk mag in ontvangst nemen dank ik heel speciaal aan enkele eminente taalkundigen: professor Pauwels, dialectoloog en mederedacteur van het eerste Groene Woordenlijst (1954), oud-Geraardsbergenaar professor Frans Van Coetsem, specialist in het oud-Germaans en redacteur van enkele edities van het WNT, professor Guido Geerts die twee uitgaven van van Dale op zijn naam heeft, aan prof. Jan Goossens, een eminente  dialectoloog...

 

Dat ik hier vandaag het Eremerk mag in ontvangst nemen heb ik ook te danken aan mijnheer Octavus Willems die me, namens de VUM,  in 1977 kwam vragen lokaal correspondent te worden van Het Nieuwsblad en De Standaard. Ik ging niet alleen in op zijn verzoek maar ook op dat van dhr. Paul De Clercq die me in 1985 uitnodigde te schrijven voor De Beiaard, op de vraag van Hendrik Coleman die me in 1986 aanwierf als correspondent van radio twee Oost-Vlaanderen en ten slotte gaf ik een positief antwoord op het verzoek van Dirk Merckaert om te schrijven voor Het Spuwerke... Zij zijn het die me leerden mijn pen vast te houden.

 

Dat ik hier vandaag het Eremerk mag in ontvangst nemen dank ik aan de verenigingen en instanties die teksten van mij opnamen in hun tijdschrift of die een boek van mijn hand, al dan niet in samenwerking met specialisten, uitgaven.

 

 

Interludium

 

Aangezien ik de indruk heb dat tot nog toe niemand in slaap viel wil ik heel even een vraag beantwoorden die me regelmatig wordt gesteld: zijn er teksten waar je bijzonder trots op bent?

Wie zelf schrijft weet dat iedere tekst het resultaat is van een inspanning, de ene al wat groter dan de andere. Maar iedere tekst is een geesteskind dat wij verwekten.

Heel kort zou ik vier teksten willen aanhalen:

 

1. Onder de titel "de M van Geraardsbergen" publiceerde Het Nieuwsblad in oktober 1986 een tekst waarin ik het Manneken-Pis, de Mattentaart en de Muur als drie ambassadeurs van onze stad afschilderde. Kort nadien vroeg de VVV me daarover een tekst te schrijven en sindsdien is die "M van Geraardsbergen" een zelfstandig leven gaan leiden. We vinden ze terug op allerlei publicaties en toen ons vorstenpaar onze stad bezocht hebben ze ook met die merkwaardige letter uit het Geraardsbergs alfabet kennis gemaakt.

 

2. Na jaren onderzoek leverde ik op een volledige pagina van Het Nieuwsblad van 26 juni 1987 en in een rechtstreekste uitzending van radio 2 het bewijs dat de Vlaams missionaris Pieter van Gent niet werd geboren in Gent, waar hij een standbeeld en een gedenkplaat heeft, maar dat hij afkomstig was uit de deelgemeente Idegem die toen toebehoorde aan de baronie Boelare. Dit linguistisch bewijs kreeg de historische goedkeuring van Toon Vollemaere, dr. in de Amerikanistiek, prof. John Everaert, specialist Overzeese Geschiedenis aan de RUG, Paul Ghysels, Mexicospecialist en destijds bekend in "Van Pool tot Evenaar". Onder impuls van het plaatselijk Davidsfonds kwam er in 1992 een gedenkplaat voor Pieter van Gent tegen de kerkmuur van Idegem en op initiatief van Geert van Bockstaele, Annemarie Vanden Herrewegen en Louis De Cock stapte Pieter van Gent in 2006 mee op in de Krakelingenstoet. Door toedoen van senator De Padt werd een redactieploeg samengesteld die, onder leiding van prof. Everaert, een publicatie over Pieter van Gent/Idegem voorbereidt en worden ook plannen gemaakt om in Idegem een standbeeld op te richten, gewijd aan de wellicht grootste figuur uit de Geraardsbergse geschiedenis.

 

3. Zoals ik al zei is iedere tekst een creatie, een geesteskind van de auteur. Het kind waarop ik bijzonder trots ben is mijn boek "Geraardsbergen, zijn taalgebruiken zijn taaleigen" dat onze stad in 2004 uitgaf in een oplage van 500 exemplaren en dat twee jaar later volledig was uitverkocht. Korte tijd nadat het boek was verschenen kreeg ik een telefoontje van ene Piet Paardekooper waarop ik aan de man vroeg: professor Paardekooper? "Ja" antwoordde de man en voegde daar onmiddellijk aan toe "Zeg maar Piet". Sindsdien heeft Piet Paardekooper me regelmatig gebeld en hebben we ons hoofdzakelijk beziggehouden met het epenthetisch encliticon. Het AN zinnetje "Hij is groter dan je denk" luidt in ons dialect: "Aj es groter az daje en zutj paazen." Het tussengevoegd encliticon "en" dat soms ook de varianten kent als "wè" en "na" is vaak het onderwerp geworden van vele telefoongesprekken vanuit en naar Leiden en van een behoorlijk aantal mails. Professor Paardekooper die ik als jongeling plaatste naast taalzuiveraars als Joos Florquin, Marc Galle , Maarten Van Nierop en Heidbuchel heeft zich de jongste jaren ontpopt als een toonaangevend dialectoloog. Niemand zal me geloven dat de Taalzuiveraar van weleer nu bijzonder onderlegd is in ons dialect. Door de vele structuren in ons dialect die we met elkaar bespraken mogen we zeggen dat hij thuis is in de klank- en de vormleer van het Geraardsbergs dialect.

 

4.  In het najaar van 2007 las ik dat de gemeente Galmaarden een wedstrijd uitschreef op zoek naar een gedicht over stilte. De laureaat de met winnende inzending zou dorpsdichter Galmaarden 2008 worden. Zonder enige ervaring in het schrijven van poëzie besliste ik mijn kans te wagen. De eerste dag had ik al twee beginregels. Na een maand was mijn gedicht klaar. Dit gedicht bezorgde me niet alleen de titel "Dorpsdichter van Galmaarden 2008" maar ook de eerste prijs in de Hilarion Thanspoëziewedstrijd in Lanaken waar ik mijn prijs in ontvangst mocht nemen uit de handen van  minister Marino Keulen.

 

 
Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Bericht van Peter Motte, hoofdredactie van de voormalige Tijdlijn


Bericht van Peter Motte

 

 

Beste fantasy, sciencefiction en horrorliefhebber,

 

Vroeger gaf ik een tijdschrift uit dat zich in het begin sterk richtte op literatuur, maar gaandeweg altijd meer aandacht kreeg voor sciencefiction, fantasy en horror.

 

Het  blad heette De Tijdlijn, en ik heb eens gecontroleerd welke afleveringen er nog over zijn.

 

Ze hebben te veel werk gekost om ze zomaar in de vuilnisbak te kieperen, maar omdat ze toch plaats innemen, moeten ze weg.

Daarom verkoop ik de restanten aan 50% van de prijs aan wie meer dan één exemplaar neemt,

 

De linkerkolom vermeldt de aflevering, de middenkolom vermeldt hoeveel exemplaren er nog over zijn, en de rechterkolom vermeldt de prijs zonder verzendkosten.

 

 

Nr - aantal exemplaren - prijs in euro (verzendkosten niet inbegrepen) 20 - 25 - 5,00

29 - 01 - 5,00

30 - 05 - 5,00

35 - 02 - 5,00

36 - 03 - 5,00

37 - 04 - 5,00

38 - 01 - 5,00

39 - 13 - 5,00

41 - 02 - 5,00

44 - 01 - 5,00

45 - 06 - 6,00

48 - 06 - 10,00

49 - 22 - 8,00

50 - 01 - 15,00

51 - 25 - 10,00

52 - 29 - 10,00

 

In de bovenstaande lijst met beschikbare nummers is de vermelde prijs de oorspronkelijke prijs, dus nog zonder de korting van 50%.


Als u meer inlichtingen gewenst, mag u me altijd mailen via peter.motte@scarlet.be

 

 

Met vriendelijke groeten,

 

Peter Motte

hoofdredactie De voormalige Tijdlijn

Adijstraat 33

B-9500 Geraardsbergen

België

http://users.skynet.be/peter.motte/de.tijdlijn

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Chauffeurke vecht met vuur voor de muur


1001681-562bd5100d008615b053e98d01940fb5.jpg  

(v.l.n.r. Chauffeurke en Chris De Nooze)

 

Vecht voor de muur

 

 

We zullen vechten

tot de laatste steen

voor onze Muur

die ooit de Ronde was

 

tot de zonsopgang

terug lacht

naar iedere kassei

die de kuiten bijt

 

schreeuwend

met groot verzet

recht op de pedalen

naar ’t  Hemelryk

 

naar de kapelmuur

tussen ’t Heilig Hart

en Onze Lieve Vrouw

voor ’t Vlaamse land

 


1001681-1963cc8c32d1e7f632bd1848269e0ad1.jpg


 
1001681-38f6a8a79f8f303c2667b22e5f07374c.jpg

 


Tranen van blauwe steen

 

 

’s Morgens liggen de kasseien er betraand bij

emotioneel stil

juist ontwakend uit een trieste droom

onder een deken van mos

 

denkend aan de band die er ooit was

sportief en fair

waar hij met ons speelde

in en ronde de Ronde

 

treurig speelt het Ave Maria

als het Heilig Hart de armen spreid

wanhopig naar Vlaamse hemel

waar de muur ons ooit droeg

 

chauffeurke

 
1001681-3e684dc8233bb95b0aa2d3a5305ba862.jpg

 

Geschreven door Marleen De Smet om 20:29 Reageer op dit bericht

De Muur mag niet meer meedoen

 

De Muur mag niet meer meedoen



1000942-042820f49587c3a1e22babfc19ce93da.jpg

Theo Maes (90), ere-leraar in het Geraardsbergs Koninklijk Atheneum,  schreef volgend veelzeggend gedicht:

 

 

Groeningeveld,

Waar zijn de dagen…?

 

Guido Gezelle

 


1000942-94b70aea72930c8a0db25c2496d3c882.JPG  

 

Muur gestolen

 

Grondeloze ontgoocheling in een rondeloze stad

                                                                                                                                    

Giezbaarg, o Giezbaarg,

waar zijn de dagen

toen op de kasseien

van die moordende Muur

onder luide kreten

van ontzag en blije,

haast sacrale admiratie,

wij wielergoden zagen,

getekend vaak door

zware alteratie,

krampachtig trek-

kend aan hun stuur,

doorheen regenvlagen,

tegenwind, fel en guur,

of, op hemelsblauwe dagen,

onder zalige zonneschijn.

 

O kleurrijke bende,

schijnbaar immuun voor pijn,

o jonge explosie van kracht,

gij wordt in Giezbaarg…

niet langer verwacht.

Begrijp me niet verkeerd

onz’ armen, en meer nog ons hart,

staan voor u immer open!

Maar door een smerige streek

kunnen of durven we

niet meer op een weerzien

hopen. Of toch? Misschien?

                       
Theo Maes

    

 

Het verdriet van België

 

1000942-a1cc31fdc41db4158098bb3fcb33cc19.JPG

 


Goede vrienden,

 

Recht uit het hart schreef ik onderstaande bedenkingen.

 

 

Het Verdriet van Geraardsbergen en van de -ooit zo- edele Wielersport

 


Hoewel ik nooit veel belangstelling voor welke sport ook heb gehad, meen ik me te herinneren dat de Ronde van Vlaanderen jaarlijks voorbijreed aan de voordeur van mijn geboortehuis dat ik al 65 jaar bewoon in het stadscentrum van Geraardsbergen.

 

Zowat tien jaar geleden leek de tv-reportage van de Ronde mijn echtgenote zodanig te fascineren en op te jagen dat ik mijn boeken neergooide om me van de ware toestand ter plekke te gaan vergewissen. Opgehitst door een massa enthousias­te wielerfans in de Grote- en de Brugstraat trok ik over de Markt en de Paardenmarkt naar de Vesten, de bloedige aanloop naar de Muur, de onverbiddelijke scherprechter. Nooit vergeet ik de laaiend enthousiaste menigte toen de eerste renners zichtbaar werden boven de Brugstraat en razendsnel de Paardenmarkt achter zich lieten en over de Vesten heen vlogen, richting Bosberg-Galmaarden en Meerbeke-Ninove.

 

Sinds die dag heb ik de Ronde door die "Hölle von Flandern" nooit meer gemist. En de fascinerende beelden van de joelende massa en de hijgende wielerhelden zijn me steeds bijgebleven.

 

Toen ik enkele jaren geleden hoorde dat ook de wielertoeristen de dag voor de wielerhoogdag het al dan niet ingekorte parcours van de Ronde konden afleggen besliste ik ook die “bedevaart op wielen” in mijn agenda op te nemen. Tussen de Kloosterstraat en de Kapelmuur heb ik sindsdien ieder jaar heroïsche uren van massa's pseudo-Flandriens mee beleefd. Iedere overwinning van de Muur, een profaan heiligdom en een gereputeerde kuitenbijter, riep ontroering op niet alleen bij de helden maar ook bij de haast dolle toeschouwers...

 

 

Arm Vlaanderen, verarmde wielersport, verweesde wielerliefhebbers

 

Dat de hoofdverantwoordelijken voor dit uniek sportgebeuren de Muur van Geraardsbergen en de Bosberg van Galmaarden uit het parcours van de Ronde van Vlaanderen gewetenloos amputeren vind ik beschamend, wraakroepend, hemeltergend en allesbehalve sportief.

 

Het Verdriet van Geraardsbergen roept bij mij dan ook afschuw op.

 

Maar eigenlijk heb ik ook medelijden met de huidige verantwoordelijken voor de edele Wielersport van weleer.

 

Blijkbaar hebben ze nu meer belangstelling voor de opbrengst dan voor de Sport:   Money makes the world go round!

 

Arm Vlaanderen, verarmde wielersport, verweesde sportliefhebbers!

 

Groeten uit het verweesde Geraardsbergen.

 


Albert Schrever

 

Geschreven door Marleen De Smet om 15:53 Reageer op dit bericht

Meer van Geraardsbergen gaandeweg met Marleen De Smet

↑ Terug naar de berichten