Geef je e-mail adres op en klik op onderstaande knop om je in te schrijven voor de mailinglist.
28-02-2010
Woordje vooraf
Woordje vooraf
Hey hallo, wees welkom!
Je bent onderweg? Heb je een minuutje of zo? Fijn! Weer of geen weer, ik maak tijd vrij. Moet je luisteren. Laatst vroeg iemand of ik wilde vertellen wie me heel dierbaar is. Wellicht bekeek ik de vraagsteller met een blik die alle kleur ontnam. Zonder twijfel noch zonder blozen antwoordde ik: van mezelf. Ik hou van mezelf.
Of ik van mijn medemens hou? Natuurlijk doe ik dat. Maar dat kan enkel als ik mezelf accepteer als een onvolmaaktheid. Jij en ik bestaan niet toevallig. We maken deel uit van een geheel die het bestaan nodig heeft. Maar niet alles wordt door zonneschijn gedrapeerd. Meer dan ons lief is duiken we in de schaduw en dokkeren we in een zwart gat zonder houvast, zonder gevoel van richting, zonder het flauwste besef welke keuzes of mogelijkheden er ons te wachten staan.
Ach, wij zijn altijd onderweg van de ene plek naar de andere, vallend van de ene emotie in de andere. Zo ook in de tijd gaande van nu naar later haperen we in vroeger. Maar weten wij of we al dan niet over een dwaalweg lopen of een zwerftocht afblazen?
Ik vond een oplossing. Als ik doordrenkt ben van toorn en storm -want niemand is vlekkeloos- laat ik me vallen in de stilte die ik mijn 'thuis' noem. Het is geen tastbare plek maar een plaatsje waar ik zoek naar innerlijke rust en aanvaarding. Het pulseert onder andere de gedachten: hoe kan ik anderen iets geven of iets laten delen en met wat neem ik genoegen? Wat wij liefde noemen behelst eigenlijk alle toonaarden van het leven. Naarmate we verder stappen kunnen we door talloze obstakels die liefde ervaren die recht doet aan goedheid én dat is nu net de kunst om iemand meer lief te hebben dan hij/zij verdient. Verwacht niets terug, zei mijn grootvader, dan wordt weinig veel.
Allemaal goed en wel, dat klinkt heel mooi maar het loopt soms vierkant. Wij leven nu eenmaal in een carrousel van menselijke bezigheden. Dus, vroeg of laat lopen we ook tegen die ellendige dwarsbalken. En toch, bij elk geluks- of scharniermoment of bij elk onverzoenlijk ogenblik zijn we nog steeds onderweg. Geen wegen zonder hindernissen, geen paden zonder steenslag.
Onderweg liggen kiezels. Het is de kwestie het spoor te vinden dat ons gidst langs die te nemen bochten en die te overbruggen wegversperringen.
Lees ook Geraardsbergse gedichten door Geraardsbergenaars/Lierdenaars en mezelf op Geraardsbergen gaandeweg via een klik op de foto bovenaan in de linkermarge.
Liefs voor wie het liefheeft.
MarLeen
Laatst toegevoegd:
- Op de schommel met Didier De Deken - Retrospectieve tentoonstelling voor Thierry Deleu - Hond en kat en andere beestjes (Demerij Uitgeverij) - Dichters dromen lucide (door Thierry Deleu) - 2 nieuwe uitgaven bij Demer Uitgeverij: 'Klaprozen en Kamermuziek' & 'Poppies and Chamber Music' - De zee, het water (Hannie Rouweler)
Didier De Deken werd geboren te Antwerpen in april 1963 en woont te Mortsel.
Hij is onderwijzer in het buitengewoon onderwijs en fiere vader van drie kinderen. Gedichten schrijven en schilderen zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. Wat hij niet kan schilderen, verklaart hij met woorden. Wanneer woorden tekort schieten, schildert hij zijn emoties.
Op de schommel van schilderen en dichten
Permanent schommelend tussen schilderen en dichten, pendelend van de schildersezel naar de schrijftafel is Didier De Deken steeds op zoek naar het soberste woord en naar een manier om zijn schilderijen zo strak mogelijk te houden. Zijn gedichten zijn als impressies zonder dwang voor de lezer, de doeken prikkelen de kijker en sporen aan tot ontdekken.
Didier is een autodidact die een permanente queeste heeft: zichzelf herontdekkend doorheen woorden en penseelstreken, soms twijfelend maar mateloos en onbegrensd gedreven.
De laatste 4 jaar verliet hij het figuratieve rustgevende aquarellen en de te beperkende acryltechnieken. Hij zocht vrijheid en diepte, textuur en beweging én rust, maar voor vooral de essentie van details om hem heen: een barst in een muur, een romp van een vergeten boot, een momentopname van verouderd stucwerk. Warmte en tastbaarheid doorheen details die op het eerste zicht een abstract geheel lijken.
“Gedichten horen weggegeven te worden,” zegt Didier, “schilderijen behoren de huiskamers toe.”.
Herhaaldelijk nam Didier deel aan groepstentoonstellingen waarna onverwachts naar zijn werken werd gevraagd. Sommige doeken staan permanent in een kunstwinkel te Mortsel. Andere werken worden gekozen door mensen die een nageltje teveel hebben aan de muur.
“Kunst is doen,” vervolgt Didier, “en geen verzuchting naar erkenning of aanvaarding. De mooiste bevestiging is te weten dat mijn doeken een 60 tal gezinnen her en der gelukkig maken."
Tags:Didier De Deken, schilderkunst, dichter, woordenvol
25-02-2010
Retrospectieve tentoonstelling voor Thierry Deleu
Retrospectieve tentoonstelling voor 70-jarige Thierry Deleu in de stad waar hij het grootste deel van zijn leven doorbracht: Harelbeke
De Vlaamse auteur Thierry Deleu werd ter ere van zijn zeventigste verjaardag gehuldigd in de bibliotheek van Harelbeke.
“Ik ben natuurlijk heel blij met deze retrospectieve tentoonstelling,” zegt de schrijver die dertig jaar in Harelbeke heeft gewoond. Jan Van Herreweghe, bibliothecaris “van stand”, bracht met deze tentoonstelling zijn waardering uit voor de auteur.
"Thierry Deleu is natuurlijk een schrijver zoals er zoveel schrijvers zijn. Maar ik denk dat er maar één auteur is die op zoveel paarden tegelijk heeft gewed (om het in zijn taal te zeggen: Thierry is verzot op paarden; op zijn zestigste leerde hij nog paardrijden en kocht een appaloosa)", zegt de bibliothecaris.
"Hij was vooral bekend als dichter, maar toen hij op pensioen ging, verraste hij iedereen met een roman. Ondertussen schrijft hij aan de zevende. Zoals ik daarnet zei, is hij een bezige bij: dichter, romancier, essayist, biograaf, bloemlezer, auteur van enkele leerboeken, schooldirecteur, kabinetsattaché, uitgever, redacteur van vele tijdschriften en online magazines. Te veel om op te noemen. O ja, Harelbeke kent hem ook als historicus en als parlementair medewerker van oud-burgemeester Pinoie.”
De schrijver reageert verheugd: "Ik vind het goed, ik geniet ervan. Het zou pretentieus zijn om te zeggen dat het mij niet kan schelen.”
Ter gelegenheid van de verjaardag van de schrijver werd ook in Koksijde, waar hij sinds 2002 woont, hulde gebracht op het gemeentehuis door eerste schepen Jan Loones (op de voorstelling van Wie kwam komt altijd weer, een bibliofiele uitgave van de gemeente van de hand van zijn cultureel ambassadeur Fernand Florizoone).
Recent verscheen van Thierry Deleu zijn roman, Liefde en dood op Sint-André. In voorbereiding: Meeuwen in bloot onderlijf (Oostduinkerkse gedichten). (Razor’s Edge Editions)
Onlangs verscheen bij Demer Uitgeverij een eerste uitgave “Dierengedichten”. Inmiddels werd een tweede, uitgebreide uitgave “Hond en kat en andere beestjes” gerealiseerd.
Deelnemende dichters:
Annmarie Sauer, Catharina Boer, Chris Van Buggenhout, Christina Guirlande, Erik Verstraete, Floris Brown, Hannie Rouweler, Henk van Zuiden, Herman Rohaert, Herwig Verleyen, Jenny Dejager, Joris Iven, Kristel D'Huysser, Leo Vroman, Lucienne Stassaert, Mark Meekers, Marleen De Smet, Miller Caldwell, Patty Scholten, Roger Nupie, Rose Vandewalle, Rozemarijn van Leeuwen, Tanya van der Wacht, Theo van der Wacht, Thierry Deleu, Tjarda Eskes, Wim van Til.
De bundel telt 40 bladzijden.
Prijs: 14 euro (excl. verzendkosten)
(hiervan is, per exemplaar, 3 euro bestemd voor de Dierenbescherming).
Vanaf half maart verkrijgbaar via de uitgeverij of rechtstreeks via:
Het Prieeltje Diest brengt nieuw e-book uit van Thierry Deleu
DICHTERS DROMEN LUCIDE
10 JAAR NEDERLANDSTALIGE POËZIE - EEN EIGENGEREIDE KEUZE
Thierry Deleu schreef een gefundeerd essay over het laatste decennium Nederlandstalige poëzie. Zelf noemt hij het een eigengereide keuze. Hij bespreekt de poëzie van Bert Bevers, Philippe Cailliau, Job Degenaar, Jenny Dejager, Frans Depeuter, Christine D'haen, Lies Van Gasse, Bärbel Geijsen, Tine Hertmans, Joris Iven, Frans Kuipers, Jan Lauwereyns, Bert Lema, Mark Meekers, Edith Oeyen, Francis de Preter, Eric Rosseel, Xavier Roelens, Hannie Rouweler, Ina Stabergh, Peter Theunynck, Joris Maurits Vanhaelewyn en François Vermeulen
Thierry Deleu is naast dichter en romancier ook een gewaardeerd recensent van poëzie. Hij publiceerde onder andere de essays Een literaire ontmoeting met André Velghe (1998), Ik zou liegen als ik het anders zei (2001), Guy van Hoof, dichter zonder kroon (2002). Hij is (was) recensent bij de tijdschriften en e-zines: 8Weekly (N), Ambrozijn, Boulevard, Curtricke, De Geletterde Mens, De Verfpot, Evocatief, Gierik-NVT, Het muzenkoeriertje, Het Prieeltje, Kreatief, Leestafel (N), Leespunt, Mandragora, Meander (N), OpSpraak (N), Persoon & Gemeenschap, Schoon Schip (N), Ticket Noord, Verlaine (N), Weirdo's en Writers Block magazine (N). In zijn "Ten geleide." schrijft hij (ik citeer):
"Nog altijd zoeken de dichters het dicht bij huis, het navelstaren wordt wel eleganter opgediend. Algemeen is schrijven is voor de meeste schrijvers en dichters ontsnappen uit de rauwe werkelijkheid, ver weg van desillusies, agressie en domheid. Schrijven is ook afrekenen met clichés, (waan)beelden, foute interpretaties, verkeerd imago, opdringerigheid, overregulering. Therapeutisch? Ja, zeker? Schrijven is afreageren. Schrijven is ook een nieuwe werkelijkheid creëren waar het aangenaam is om te vertoeven, waar personages opduiken die je anders nooit zou ontmoeten, waar je van twee, drie mensen uit je omgeving één nieuwe mens maakt, met ofwel alle deugden ofwel alle ondeugden van hen. Schrijven is ook taboes doorbreken, jezelf de kans gunnen om in de fout te gaan, om dagelijkse tot doodzonden te verheffen, om aan je verbeelding macht te delegeren om er een personage mee onderuit te halen. Schrijven is dichten, vertellen, overtuigen, wenen, uitbundig leven, anderen beoordelen, loven, kritisch bijsturen, te boek stellen. In dit essay beperk ik mij echter tot de poëzie. Een recensie heeft twee doelen: enerzijds consumentenvoorlichting en anderzijds duiding. In een goede recensie gaan die twee samen. Door de bundel historisch, maatschappelijk en cultureel een plaats te geven, maakt de recensent zich tot een consumentenvoorlichter. Als recensent schrijf ik in de eerste plaats voor de lezers. Niet voor de dichter, de uitgever, de subsidieverstrekker. Of mijn recensies enige invloed hebben op de dichter of op het cultuurbeleid in zijn land, vind ik minder belangrijk. Daaruit volgt dat ik, als recensent, buiten uitgever en overheid moet blijven staan. Ik mag mij niet laten annexeren door de een of de ander. Wie dit principe niet deelt, ruikt naar ballotage. De lezer heeft, hoe dan ook, het laatste woord.
Ik toets poëzie aan mijn persoonlijke poëzieopvatting. De poëzie laboreert voort, hoewel dient gezegd dat ook de gedichten een retrobeweging maken tot kort voor de opkomst van het nieuw-realisme. De dichters hebben het cool gedoe ingeruild voor een nieuw-romantisch, bijna metaforisch engagement. Maar ook in de poëzie staat het persoonlijke Een groot aantal dichters profileren zich onvoldoende. Omdat ze dit ook niet wensen, of omdat zij niet publiceren bij gevestigde uitgeverijen. Dit laatste heeft grote nadelen: als dichter kom je niet in bij grote uitgeverijen gepubliceerde bloemlezingen, je krijgt heel wat minder aandacht in de media, je wordt minder gevraagd voor lezingen op scholen of in verenigingen. In één woord: je verwerft geen status. Soms heb ik de indruk dat "je boek uitgeven" een vieze onderneming is. Dat de publishing-on-demand uitgeverijen deze leemte willen invullen, heeft deze indruk (dit gevoelen) niet verminderd. Grote uitgeverijen willen het liefst van hun literaire boeken af. Zeker van hun poëzie, omdat deze maar enkele procenten opbrengt.
Bovendien zijn literaire tijdschriften - dé mogelijkheid bij uitstek voor aankomende auteurs die vaak zelf aan het roer staan - aan het uitdoven. Een schrijver/dichter die nu iets interessants te melden heeft, doet dit nu via het internet.
Volgens smaak, perceptie en voorkeur, of je nu zelf dichter bent, of jou herhaaldelijk uitspreekt over (de waarde van) poëzie, of als gewone lezer, sommige gedichten zullen jou aanspreken en andere zullen jou niets zeggen, sommige dichters zullen jou verrassen of bekoren, of jou de bevestiging brengen van een (eeuwige) belofte of een vaste waarde. Eigenlijk maakt dit niet veel uit. Belangrijker is de aandacht die dit essay wil vestigen op de literaire ongelijkheid waardoor "alle dichters niet gelijk zijn voor de wet". Het kan niet dat elementen zoals leeftijd (debuterende dichter of outsider, favoriet of verguisde), uitgeverij (in welke vorm ook: van eigen beheer over printing-on-demand tot erkende uitgeverij), mediabelangstelling, vriendendienst, meespelen bij de beoordeling van het werk. "Niet alle dichters zijn gelijkwaardig" is een beter statement, op strikte voorwaarde dat de parameter hier de kwaliteit is. We weten echter hoe vaak de subjectiviteit een rol speelt. Het is moeilijk, maar we geraken er wel uit. De perfectie is (nog) niet van deze wereld.
De dichters die ik eigengereid gekozen heb, hebben mij aangenaam verrast of de bevestiging gebracht van hun talent."
In zijn nieuw essay besteedt Thierry Deleu ook aandacht aan dichters die (nog) niet uitgeven bij erkende (gevestigde) uitgeverijen en zodoende verstoken blijven van subsidie of andere vormen van overheidssteun. Een discriminatie die ook zijn weerslag vindt in een niet evenwaardige behandeling door de media en de (meeste) bibliotheken. Als 70- jarige is het voor Deleu (nog altijd) een strijdpunt dat hem jong houdt!
(De uitgever)
Je kunt het essay lezen op de digitale bibliotheek van Het Prieeltje Online als nummer 63 De uitgever heeft gekozen voor het PDF-formaat dat zich beter leent voor dit soort werk.
'Klaprozen en Kamermuziek' & 'Poppies and Chamber Music'
AANKONDIGING TWEE NIEUWE DICHTBUNDELS - TIEN DICHTERS
Klaprozen en Kamermuziek
samengesteld door Hannie Rouweler en Thierry Deleu
In maart zal bij Demer Uitgeverij een nieuwe groepsbundel verschijnen:
Tien dichters uit Vlaanderen (Westhoek, Antwerpen, Limburg) en Nederland (Zwolle) met nieuwe gedichten. Over de natuur, de zee, liefde, vergankelijkheid, afscheid, steden (reizen), de schone kunsten, taal, en nog meer.
De dichters (in alfabetische volgorde):
- Bert Bevers
- Jenny Dejager
- Thierry Deleu
- Floor Deroo
- Marleen De Smet
- Fernand Florizoone
- Paul Gellings
- Joris Iven
- Guy van Hoof
- Hannie Rouweler.
De voorstelling van de bundel gaat door op zaterdag 20 maart 2010 om 11.00 uur in de Kok-pit van het nieuwe gemeentehuis van Koksijde.
Ook in maart verschijnt bij Demer Press de Engelse dichtbundel “Poppies and Chamber Music”,tien dichters, vertaald door John Irons.
De volgende dichters leverden hieraan een bijdrage, ieder met 6 gedichten: Fernand Florizoone, Jenny Dejager, Paul Gellings, Thierry Deleu, Marleen De Smet, Joris Iven, Bert Bevers, Roger Nupie, Albert Hagenaars en Hannie Rouweler.
Prijs: 15 €
SAMENSTELLERS: Thierry Deleu en Hannie Rouweler.
U kunt alvast vooraf een exemplaar bestellen via de uitgeverij.
Elke bundel bedraagt 17 € (incl. verzendkosten, naar Nederland en binnen België).
Het boek kan in april (of eventueel eind maart) naar u verzonden worden.
Verslag 'Poorten van de avondzon - Pforten der Abendsonne
Literair Salon 12b en Docks (Dichkunst zur Zeit) - Antwerpen op 12 december 2009
POORTEN VAN DE AVONDZON
PFORTEN DER ABENDSONNE
De dichters Annmarie Sauer en Fred Schywek en moderator Roger Dupie zorgden voor een warm onthaal. Er heerste een rustige en gezellige sfeer tijdens de presentatie van het onafhankelijk literair vertaalproject in het kader van Ruhrgebied Culturele Hoofdstad van Europa 2010, nl. de trilogie ‘Flußschiffahrt/Binnenvaart’ en de bloemlezing ‘De liefde in Holland en Vlaanderen’.
Annmarie Sauer en Fred Schywek zorgen voor een warm onthaal
Als spetterende entree bracht Peter Holvoet Hansen, de aanstormende en welverdiende Antwerpse stadsdichter 2010, gedichten naar eigen keuze. Job Degenaar, voorzitter van het Writers in Prison Committee PEN Nederland, stelde zijn pas verschenen boek ‘Handkussen van de tijd’ voor.
Peter Holvoet Hansen
Onderstaande dichters werkten mee en waren te beluisteren:
Catharina Boer
Lief Vleugels
Marleen de Smet
Job Degenaar
Roger Nupie
Lucienne Stassaert
Rose Vandewalle
Hilde Pinnoo
Vervolgens werd een hommage gebracht met woord en muziek aan de Europese Belg Jacques Brel en aan de grandioze muzikant Pete Seeger, bij wie de vakbeweging en de vrede nauw aan het hart lagen.
Zang: Patricia Van Nunen
Annemarie Sauer en Fred Schywek brachten een reeks gedichten tegen de oorlog. De titel ‘Duizend raketten in Antwerpen’ herinnerde aan de 567 mensen die 65 jaar geleden in Cinema Rex omkwamen en überhaupt aan de V1 en V2 raketaanvallen op Antwerpen door de Nazi’s.
NIEUWE GEDICHTENBUNDEL VAN THIERRY DELEU ALS GESCHENK AAN ZIJN LEZERS UIT VLAANDEREN EN NEDERLAND
HELVETIAANSE VERZEN Gedichten
Uitgeverij Het Prieeltje Online Diest
De uitgever aan het woord
“Hoe goed herken ik jou en je eeuwige thema's daar weer in terug. Vooral de natuur en de liefde die weer overheersen. Genieten en nog eens genieten is het devies van deze verzen. Hoe kan het anders ook in zo’n verbluffend mooi land. Het NetBook zal het nummer 62 dragen en een welgekomen aanwinst zijn voor onze mooie uitgebouwde digitale bibliotheek waarop wij trots zijn.” (Henri Thijs, verantwoordelijke voor de digitale uitgeverij Het Prieeltje Online vzw)
De auteur
Vanaf de jaren ‘60 beweegt Thierry Deleu zich op een breed literair vlak. Hij schreef leerboeken Nederlands voor het beroepsonderwijs, is auteur van de biografie Marc Bourry, man van het volk en van ettelijke essays over schrijvers en actuele letterkundige onderwerpen. In de jaren 2002 tot 2004 verscheen de Creuse Trilogie (drie romans met als background de Franse Creuse), in 2006 de roman Klamme handen en in 2008 de politieroman De doden zwijgen niet. Thierry Deleu geniet bekendheid als hoofdredacteur van het tijdschrift "Boulevard" (1970-1980), als uitgever van de reeks Schaap Boeken (1981-1987) en als samensteller van enkele bloemlezingen voor het kunstonderwijs. Sinds kort is hij de eerste voorzitter van “De 50 Meesterdichters van de Lage landen bij de zee”. Liefde, dood, erotiek en natuur zijn de voornaamste thema’s van zijn poëzie.
Helvetiaanse verzen
De gedichten voor Helvetiaanse verzen werden geschreven na zijn recente reis over de bergen in Zwitserland. Specifiek aan deze bundel zijn de verrassende sfeerbeelden. “Om het dichtwerk van Thierry Deleu nu in zijn geheel te definiëren ben ik geneigd tot de volgende uitspraak: ‘Poëzie tussen Eros en Thanatos, een natuurlijke daad van bevestiging’, waarbij het tweede deel van de zin alludeert op de bekende uitspraak van de Vlaamse dichter Eddy Van Vliet.” (Jan Van Herreweghe) De natuur is medeplichtig aan ons Zijn, is een factor die onze gemoedsgesteldheid kan beheersen. Zo kan de dichter zich onrustig, troosteloos voelen of veiliger en geborgen binnen de contouren van het landschap. De natuur past perfect in de nieuwe werkelijkheden die de dichter steeds voor ogen heeft.
Voor Thierry Deleu als dichter zijn dat geen nieuwe elementen. Zijn vroegere gedichten baadden al in dergelijke sfeer, waren al ondergedompeld in hetzelfde bad. Alleen is de dichter geëvolueerd, heeft hij zijn taal uitgezuiverd, heeft hij nog meer aandacht besteed aan vorm, ritmiek en structuur. Kenmerkend voor de schrijfstijl van de dichter zijn de vierregelige strofen die weliswaar niet afsluiten met een punt, meestal doorlopen, maar door hun lay-out en beeldvorming een zelfvertrouwen uitstralen.
Sinds zijn bundel Val der Engelen valt op hoe de mystieke sfeer de meeste reisgedichten kleurt. De liefde is nog steeds het uitgangspunt, maar dat tikkeltje godsdienstigheid symboliseert een gevoel van ingetogenheid. Anderzijds wordt dat mystieke gevoel dan weer met opzet doorbroken door erotiek. (Jan Van Herreweghe en Guy van Hoof).
Praktisch
Hoe verkrijgen? De gedichten zijn verschenen als NetBook 62 bij Het Prieeltje Online Diest. Dit zijn E-Books van een speciale soort die daardoor worden gekenmerkt dat ze niet hoeven te worden gedownload of geprint maar op het net kunnen worden gelezen. Dit houdt in dat deze publicaties een aangepaste lay-out en esthetische vormgeving meedragen volledig in harmonie met de mogelijkheden van het net. Maak kennis met deze bundel op www.hetprieeltje.net (NetBook nr. 62).
UITERAARD KUN JE DE BUNDEL OOK DOWNLOADEN EN PRINTEN. Helvetiaanse verzen kun je zo verkrijgen:
1) ofwel surf je naar www.hetprieeltje.net, je kiest voor Netbooks en je scrolt naar beneden tot nummer 62;
2) ofwel klik je rechtstreeks door op de volgende URL : http://www.hetprieeltje.net/netbook62/index.html
3) ofwel ga je rechtstreeks naar de PDF-versie door te klikken op pdf.
Adobe Acrobotreader is op de meeste computersystemen aanwezig.
Colofon
HELVETIAANSE VERZEN van Thierry DELEU verscheen als tweeënzestigste NetBook van Het Prieeltje Online in de maand september 2009. Lay-out: Henri Thijs Copyright design:Het Prieeltje Online Diest.
Muziek van hier en ver weg, gedreven door de noordenwind, in het zog van de geur van mensen van de straat, daar waar het toeval soms kiest om de klank met de stilte te vermengen zoals een gedachte op zoek naar onze eigen wortels...
Tags:Bert Bevers, Frans Budé, Hans Claus, Annemarie Estor, Joke van Leeuwen, Mark Meekers, Y. Né, Lucienne Stassaert, Frank De Vos
04-08-2009
Vega
Wega (ook wel Vega -alpha Lyrae) is de helderste ster in het sterrenbeeld Lier (Lyra) en een van de helderste van de noordelijke hemel.
De ster staat ook bekend als Fidis en "de harpster". Door de Arabieren werd Wega Al Nasr al Waki, de Vallende Adelaar van de woestijn genoemd, in bronnen van 4000 jaar oud komt de ster al voor als Ma'at.
In 1983 werd door de IRAS satelliet ontdekt dat de ster omgeven wordt door een schijf van stof waaruit in de toekomst misschien planeten kunnen ontstaan.
Vega
met halvemaanslippen zoent hij haar uit het duister licht als de sprankel van Vega spreiden wolken voor het helder wentelen
alles is eindig, zelfs de bruidsvlucht van mieren dat weet hij, maar tijdloos is haar nabijheid hij graaft in
de gloed, bewaart het in zijn armen tot zij schittert, knipoogt en nooit verdwijnt
Theatervoorstelling 'Achter de woorden - echo's van een cello'
Theatervoorstelling
"Achter de woorden - echo's van een cello"
Met gedichten van Hannie Rouweler
Cello: Maaike Organe
Hannie Rouweler (geboren in Nederland, Goor, 13 juni 1951) publiceerde haar debuut in 1988. Daarna verschenen bijna jaarlijks nieuwe dichtbundels, waarvan enkele in vertaling. Haar toegankelijke schrijfstijl bereikt een groot publiek. Ze woont sinds 2004 te Diepenbeek. Lees meer over Hannie Rouweler op deze blog... scrollen dus.
(Dank voor je gedicht, Hannie. Wist ik veel dat mijn jaarlijkse poetswoede je inspireerde. Ik blijf jouw woorden indachtig voor het geval het te gortig wordt. Leen)
™˜
Maaike Organe (geboren op 11 oktober 1979) is docente cello aan de Hagelandse Academie voor Muziek en Woord te Diest. Ze speelt regelmatig op de Proms en is verbonden aan meerdere internationale ensembles.
Maaike Organe had haar eerste cellolessen aan de Hagelandse Academie voor muziek en woord bij Koen Hellemond en studeerde er af met grootste onderscheiding. Ze vervolgde haar cellostudies aan het Imep te Namur bij Marie Hallynck en Alain Denis, aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium bij Ilja Laporev en het Conservatoire de Bruxelles bij Didier Poskin.
Ze studeerde af in 2005 als "meester in de muziek" voor cello en kamermuziek. Intussen vervolmaakte ze zich op internationale meestercursussen bij Edmond Carlier, Julius Stenzel, Bernard Woltèche (barokcello), Francois Guy en Jeroen Reuling. Tijdens haar studies deed ze orkestervaring op olv Ivo Venkov, Robert Groslot, Norbert Nozy en vele andere.
Sinds enkele jaren is ze leerkracht cello en kamermuziek aan de Hagelandse Academie en de Academie van Hemiksem, is actief als freelancemuzikant in binnen-en buitenland (lid van il novecento, contract aan de VRT) en treed ze regelmatig op in kamermuziekverband (o.a. muziek- en woordprogramma in de culturele centra van Vlaanderen "Muziek Vrouwen en Verhalen", "The Bruxelles celli ensemble" en sinds 2008 lid van AiA-strings). Maaike is ook actief als klassieke zangeres (mezzo). ze vatte haar zangstudies aan in 2000 bij Patricia Van Heuckolom en vervolgde haar zangstudies aan het Lemmensinstituut bij Lieve Jansen. Maaike kreeg in zomer 2008 masterclass van Ian Patridge.
Het stuk kan gespeeld worden vanaf najaar 2010.
Duur van de voorstelling: 1.15 uur (zonder pauze)
Voor boekingen en verdere inlichtingen (honorarium, e.d.m.):
Schrijven is van kindsbeen af mijn passie. Mijn poëzie verscheen in diverse literaire tijdschriften. Ook mijn prozastukjes werden gepubliceerd. In 2001 publiceerde ik de gedichtenbundel Sterrenstof en ik won tweemaal de 'Michel Casteelsprijs voor cursiefjes' van de stad Gent. Het krijgen van kleinkinderen inspireerde me tot het schrijven van een kinderboek.”
Viviane Burssens
Rietje rijmt
Nieuw boek verschenen van Viviane Burssens uit Wichelen
Met trots meldt boekscout.nl dat het boek met als titel Rietje rijmt van Viviane Burssens sinds kort te koop werd aangeboden. Een kinderboek dat ongetwijfeld de belangstelling wekt.
Viviane Burssens is van harte bereid om haar werk bij u te presenteren. Zij kan zich binnenkort per email, telefoon of d.m.v. een bezoekje bij u melden.
In het kort:
Rietje heeft een heel bijzondere oma. Ze spreekt namelijk in rijmwoorden. Als het nare kereltje Stijn haar hoort praten, vindt hij het maar gek. Hij kent niemand die in rijmwoorden spreekt en hij pest Rietje hiermee. Rietje voelt zich ongelukkig en zegt tegen haar oma dat ze moet ophouden met dat stomme rijmen. Oma doet erg haar best om te stoppen. Rietje voelt zich schuldig. Het lijkt wel of ze een andere oma heeft. De volgende dag komt ze Stijn tegen op de speelplaats. Wat moet ze tegen hem zeggen?
Een stukje uit het boek:
Rietje kijkt door het raam. Ze ziet hoe het rode wagentje van oma de straat uitrijdt. Rietje wuift haar oma uit. De volgende dag gaat Rietje welgezind naar school. Ze vertelt haar vriendjes hoe lekker de pannenkoeken van oma waren. Ze zegt ook hoe jammer ze het vindt, dat ze oma niet elke dag kan zien. Maar wat een verrassing! Om vier uur haalt oma haar af aan de schoolpoort.
"Dag mijn lieve, kleine meid, schrik maar niet omdat je mij en niet je mama ziet. Mama moest dringend ergens heen. Ze belde me en ik kwam meteen."?
Van kindsbeen zag ik hem halfgebogen over tafel schrijven aan zijn gedichten en biografie. Tijdens het krassen van pen over gelijnd papier verscheen soms een lach over zijn gelaat. Dan weer streek een schijn van ernst neer dat langzaam plaats ruimde voor bleke droefheid. Soms daalde traag een traan in de diepte van een lachplooi. Waar de rimpel overging in een plekje gladde huid, droogde het verdriet in een glinstering als de zon kwistig door het venster haar stralen strooide. Zijn lippende trilden ietwat uit elkaar.
Herinneringen schitteren, weet ik nu.
‘Pepé, waarom huil jij?’ vroeg ik op een dag. ‘Mijn meiske,' antwoordde hij, 'luister goed naar wat ik je ga vertellen en vergeet het nooit.’ Er hing een zachte glans over zijn gezicht, de huidplooien werden milder. ‘In het leven loopt niet alles naar wens', vervolgde hij, 'ik was heel jong toen ik met memé trouwde. Er was een kind op komst. De plicht riep, ik moest naar het leger. Ondanks de armoede bleek Irma sterk genoeg om voor zichzelf en mijn kind te zorgen. Voor mijn vertrek vroeg ze of we nog eens mijn zelfverzonnen liedje zouden zingen dat ik haar leerde toen we als tortelduiven door de kouters wandelden. Ze beloofde me dat ze elke dag voor het slapengaan dat liedje zou zingen.'
Pepé zong streelzacht:
Kom bij mij, mijn kleine lieve kom bij mij, hier aan mijn zij kom bij mij ten aller tijde kom bij mij, blijf bij mij je bent van mij.
Er viel een stilte waarna pepé met een schokkende zucht een zakdoek bij de punt uit zijn broekzak trok.
‘En weet je, Marleentje, wat memé vroeg en zong voor ze stierf?’ vroeg hij plots. Zijn stem haperde en zijn ogen keken mij oneindig aan. Hij merkte dat ik zowel verstomd als aangeslagen op het antwoord wachtte en ging meteen verder:
‘Zij vroeg... (het werd drie tellen stil)... zij zong (hij zong):
Kom bij mij, mijn kleine lieve kom bij mij, hier aan mijn zij kom bij mij ten aller tijde kom bij mij, blijf bij mij je bent van mij.‘
Toen kroop ik heel dicht tegen hem aan. Hij glimlachte, stak zijn waarschuwende wijsvinger in de lucht en voegde eraan toe: "Wie dàt voor jou zingt of wie jou dàt vertelt in een simpel mensengebaar of in ogentaal, wordt jouw grote liefde."
Hij legde zijn arm om me heen en samen zongen we:
‘Kom bij mij, mijn kleine lieve kom bij mij, hier aan mijn zij kom bij mij ten aller tijde kom bij mij, blijf bij mij je bent van mij.‘
Een open brief aan de Eerbiedwaardige vertegenwoordigers van het ‘Middenveld’, de Eerbiedwaardige opiniemakers van onze ‘vrije’ pers, de Eerbiedwaardige literatoren met symfonieën van mooie woorden.
Eerbiedwaardige mevrouw, mijnheer,
Met ontbloot, gebogen hoofd kom ik even langs, nederig met de polderpet in mijn hand. De aarde heb ik van mijn broekspijpen geklopt.
Zo hoort het, nog steeds, zoals vroeger. Toen wist de vader van het ‘Gezin Van Paemel’, een eenvoudige boer, hoe hij de pastoor, de baron, de notaris, de notabelen van zijn dorp hoorde te groeten. Tot het bittere einde zelfs, toen zijn woonrecht verliep en hij uit zijn huis werd gezet. In Doel herhaalt deze geschiedenis zich. Op het einde van augustus vervalt het woonrecht in onze woonzone. Doelloos gaat dit dorp weg. Zomaar met de metalen vingerknip van kraan en bulldozer.
‘De minimis non curat praetor’ schreven de Romeinen. Vertegenwoordigers enhandlangers van het gezag hoeven zich van het kleine niets aan te trekken. Zij hoeven zelfs hun eigen spelregels niet te volgen. Het is een karakterstoornis van de politiek.
Zo was het toen, zo is het nu.
Maar waar zijn jullie?
Eerbiedwaardigen, op enkele uitzonderingen na hebben wij tot nu toe jullie verheven stem niet gehoord noch jullie kritische pen mogen lezen. Nergens schrijven of roepen jullie waarom de dijken opnieuw worden doorbroken, waarom dit Dorp moet onderlopen. Niet alleen met water maar met slib uit de Schelde of met lege containers.
Eerbiedwaardigen, weerom enkele uitzonderingen daargelaten, ik lees in geen enkele “kwaliteitskrant” of op een blog van respectabele magazines, een gescherpt wederwoord tegen de waanzin van de verkwisting, de vernietiging van een erfgoed dat doorheen de eeuwen in osmose met zijn omgeving is gegroeid. In een krant, die zich als maatstaf ziet, las ik wel de opgetrokken schouders.
Eerbiedwaardigen van het middenveld, jullie kijken weg, platgeslagen door letters op de schitterende octaven van economie en werkgelegenheid. Welvaart, zei U? Inderdaad de al jaren uitgebakken biefstuk van Edward Anseele blijft de lichtbak voor tamme konijnen.Welzijn hebben jullie uit Van Daele geschrapt, de staalblauwe logica van ‘andere’ en ‘hogere’ belangen gevolgd.
In Doel betwisten wij de kansen voor Antwerpen niet, noch de welvaart voor Vlaanderen. Want mocht de haven uit haar voegen barsten, dan geven wij graag ons dorp uit handen. Met het Doeldok dat men opnieuw met baggerzand vult, met het Deurganckdok dat nog niet is afgewerkt en amper op 10 procent van haar capaciteit draait, valt elke dag de waanzin in onze ogen, de kostbare overheidsmiddelen die in de Schelde vloeien.Bovendien ligt er nog 2000 hectaren industriegrond braak.
De haven van Antwerpen kan nog decennia lang groeien.
Eerbiedwaardigen, waar blijven jullie? Want jullie kunnen het verschil maken.
Jullie woord wordt in ministeriële kabinetten uit magazines en kranten geknipt, jullie blogs worden gelezen, jullie pen in literaire tijdschriften, tijdens kanselredes of hagenpreken, op poëziepodia met mooie prijzen geprezen.
Het bevelschrift om Doel te verlaten hangt nu bij de inwoners tegen de muur.
Ik zet mijn pet terug op. Als dorpsdichter groet ik jullie in naam van alle Doelenaars, vanaf 1 september zijn het sans-papiers.
Wat nu? Misschien in kranen kruipen, hongerstakingen organiseren?
Je wilt je boek (gedichten, verhalen, roman, essay) uitgeven (in eigen beheer of welke vorm ook).
Wij maken promotie voor je publicatie.
Denk erom: wij geven je boek niet uit, wij prijzen het aan!
VERRASSEND NIEUW INITIATIEF VAN
Razor's Edge Editions
De Geletterde Mens - The Razor
Thierry Deleu
EEN PROMOBOEK VOOR AUTEURS
onder auspiciën van The Knights of the Razorblades,
online ridderorde
15 auteurs stellen hun nieuwste boek voor
in een promoboek
DEDICATIES
Talrijke nieuwe boeken zijn op komst om hun rentree te maken in het literaire 2010. Het lijkt wel een grote zee waarin de lezer moet duiken om zijn selectie te maken. Niet te doen, niet alleen omdat er zoveel vissen rondzwemmen, maar omdat de lezer de kleine vissen niet eens opmerkt of vindt, ze vallen niet op of ze schuilen voor de grote.
Op initiatief van de auteurs/dichters die lid zijn van "De Orde van de Scheermesjes" (zij die ook aan de wieg stonden van "De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee") zoek ik 15 auteurs die hun nieuw boek (gedichten, verhalen, roman of essay) willen voorstellen in een promoboekdat de naam Dedicatieskrijgt.
Eén voorwaarde: de auteur geeft zijn boek niet uit bij een "officiële uitgeverij" (omdat het manuscript niet werd aangenomen of omdat hij/zij de regels van de commercie niet wenst te volgen).
Het nieuwe boek wordt niet geselecteerd op grond van thema, stijl, visie, maar uitsluitend op kwaliteit. Dit is geen gemakkelijke opdracht voor selectie, maar moeilijk gaat ook.
Wat komt er in Dedicaties?
De auteur stuurt via e-mail een fragment op uit zijn nieuw boek, max. 6 blz. A4din. Bovendien stelt hij/zij het boek voor in 20 regels (+ vermelding prijs en rekeningnummer, zijn/haar (e-mail)adres). Hierin legt hij/zij uit waarom hij/zij dit thema koos, deze constructie, deze uitwerking, welke emoties en reflecties hij bij de lezer wil opwekken. Kortom: de auteur dedicaceert zijn/haar boek aan de lezer! Hij/zij mailt ook een beknopte bibliografie door en een foto van hem/haar (kleur of zwart-wit).
Dit is een originele manier om contact te krijgen met de lezer, om toch als kleine vis in de grote zee waarvan sprake gezien te worden. Dedicaties is een uitnodiging om het (te verschijnen) boek te lezen en aan te kopen.
In opdracht van "De Orde van de Scheermesjes" en in navolging van het succesvolle initiatief "De 50 Meesterdichters" hoop ik 15 auteurs te kunnen voorstellen die niet over de commerciële kanalen (uitgeverijen) en overheidssteun (subsidiëring) beschikken om hun werk te promoten.
"Razor's Edge Editions" verzorgt de uitgave en brengt het promoboek in de pers en bij de potentiële lezer via persberichten en activiteiten. Hierdoor maakt de uitgeverij het nieuwe boek van de auteur (dat in 2010 verschijnt) bekend bij duizenden lezers. Via de info in het promoboek kunnen zij het nieuwe boek bij de auteur zelf aankopen!
qDe auteur verbindt er zich toe geen honorarium te eisen en verzaakt aan zijn/haar auteursrecht voor het geselecteerde fragment.
qZijn/haar bijdrage in de productiekosten en de publiciteit beperkt zich tot de aankoop van drie exemplaren tegen 15 € per ex. Hij/zij schrijft 45 € over op rekening 000-0900214-54 van Thierry Deleu, B-8670 Oostduinkerke.
qWanneer zijn/haar boek verschijnt, kan hij een recensie-exemplaar sturen aan Thierry Deleu.
De kopij en de dedicatie worden per e-mail gestuurd aan thierry.deleu@skynet.be.
Het promoboek verschijnt einde 2009.
Samengevat:
De grote respons en de vele vragen over dit initiatief nopen mij enkele verhelderingen te maken.
Het promoboek plaatst een fragment + info over auteur en je boek dat op komst is.
Jouw boek (gedichten, verhalen, roman, essay) verschijnt in 2010 bij een niet-commerciële uitgeverij (d.w.z. in eigen beheer, print-on-demand, kleine uitgeverij). Denk erom: wij geven niet je boek uit!
Dit betekent niet dat je nieuw boek per se moet zijn geschreven in 2009. Het kan al in je lade liggen.
Via dit promoboek maak je dus publiciteit (ruchtbaarheid) voor je nieuw boek: het promoboek is te koop en het wordt op grote schaal bekend gemaakt.
Jijzelf koopt min. 3 ex. aan van het promoboek. De promoboeken in jouw bezit geven je de kans om mee het nieuwe boek bekend te maken.
Na inzage van het opgestuurde fragment en de gevraagde info beslissen de initiatiefnemers of het fragment wordt geplaatst.
De aankoop van min. 3 ex. van het promoboek gebeurt na een oproep door Thierry Deleu.
Het promoboek verschijnt ten vroegste einde 2009 en wordt voorgesteld op het gemeentehuis van Koksijde.
Ook gedichtenbundels komen in aanmerking voor het promoboek (met 6 gedichten uit de nieuwe te verschijnen bundel).
Suggesties zijn altijd welkom indien ze in de geest liggen van het initiatief. Alle correspondentie gebeurt via e-mail aan thierry.deleu@skynet.be.
Bourgondische suite (nieuwe gedichtenbundel van Thierry DeLeu)
NIEUWE GEDICHTENBUNDEL VAN
THIERRY DELEU
HIERONDER EEN VIJFTAL GEDICHTEN ALS GESCHENK AAN ZIJN LEZERS
BOURGONDISCHE SUITE
1
Onderweg Cressy-sur-Somme aan Joris
van Severen denken doodzonde aanslag
tegen de natuur de gastvrijheid van het
land en zijn bewoners ik hervat mij en
kijk met grote ogen links en rechts hoe
glooiend de weg ineens schromig beheuveld
de natuur zich blootgeeft de zon heeft haar
entree gemaakt schuchter nog om ons niet
te verrassen mijn vrouw schikt zich op voor
de ontmoeting met de gelukzaligheid
tot wanneer als uit een onooglijk groot zwart gat
een grote vogel zijn mest over de
voorruit achterlaat het mestplan werkt niet
wij lachen naar elkaar de wissers slaan
hopeloos om zich heen onze bestemming
heeft een extra dimensie we rijden naar
een stek waar Tom “onze Tom” wordt genoemd
vreemd gevoel van thuiskomen in een vreemd huis.
2
In Bourgondië is het perfect mogelijk
zegt zij dat je het leven aan de lichte
kant bekijkt ook al is de dood nabij geweest
de angst bedwongen met een kracht die niet
des mensen is en opnieuw dwalen mijn
gedachten af naar Karel de Stoute die
ik voor vader had gewenst in mijn strijd
tegen het gezag van grote mensen met
veel wetenschap en zo weinig geloof in
het mysterie van de natuur ik noem het
liever de kosmos het heelal het “hele Al”
dat mij niet langer bang maakt maar hoop geeft
op eeuwigheid in leven eeuwigheid in dood.
3
Aan de kleine Somme die klotsend
ander deuntje zingt dan Grote Zus
met wie het nooit vereend zal worden
staan drie vissers kaarsrecht in hun hand
pers en vislijn dobberend voor zich uit
zij spreken Vlaams des Hollandais zegt een
ingezetene vanuit zijn wagen
het onderscheid niet duidelijk
ik doe geen moeite meer om hun fout
in kaart te brengen verderop merk ik
de gastvrouw van Le Moulin donkere
blik werpen op het licht dat bovenop
de heuvels ligt het wordt goed vandaag
prevelt zij hardop wij lopen in
haar richting zij wacht lacht haar gave
tanden bloot in haar ogen twinkeling
van een boodschapper met goed nieuws.
4
Cressy-sur-Somme apegapend aan
de horizon wij rijden erheen
sightseeing de huizen geteld de kerk
gemonsterd geen luis op straat alleen de
curé heeft zijn schapen geteld en zit
vastgenageld op de bank voor de
pastorij hij wenkt ons Belgen zijn hier
welkom sinds Tom de klokken luidt
hij hangt in het gemeentehuis naast Sarko
en Carla die sluiks hem monstert de pastoor
nodigt ons uit in de sacristie voor
het voorgebed dat hier in Cressy zelden
weerklank vindt mijn vrouw en ik beloven
elkaar eeuwige trouw als wij de kerk
uitgaan regent het pijpenstelen en
springt zijn hondje tegen ons op.
5
In haar donkere ogen opglanzend
antraciet lees ik verbetenheid ook
twijfel drive minutieus aftasten
van mogelijkheden haar glimlach
houdt zij niet altijd vast soms glijdt die
een wijle weg in het ijle van een
oogopslag wij kennen haar verleden
haar strijd overwinning betekent
geen eeuwige roem einde van zorgen
wie wil nu anoniem zijn leven leven
zeker Greet niet die zo flamboyant zich
kan opvleien aan mensen om haar heen
en ja ik weet het al speelt zij haar deel
wie een hoge prijs heeft betaald mag
kwaliteit verwachten woorden waarmee
zij wikt afweegt haar nieuwe gasten
De uitgever aan het woord:
“Hoe goed herken ik jou en je eeuwige thema's daar weer in terug. Vooral de natuur en de liefde die weer overheersen. Ik ken Bourgondië en heb daarom met des te meer genoegen van de lectuur van jouw bundel genoten. Want genieten en nog eens genieten is het devies van deze verzen. Hoe kan het anders ook in zo’n verbluffend mooie streek. Dit om je te zeggen dat we aan de confectie van het NetBook zullen gaan beginnen. Het zal het nummer 60 dragen en een welgekomen aanwinst zijn voor onze mooie uitgebouwde digitale bibliotheek waarop wij trots zijn. In elk geval proficiat voor de nieuwe bundel.”
(Henri Thijs, verantwoordelijke voor de digitale uitgeverij Het Prieeltje Online vzw)
De auteur
Vanaf de jaren ‘60 beweegt Thierry Deleu zich op een breed literair vlak. Hij schreef leerboeken Nederlands voor het beroepsonderwijs, is auteur van de biografie Marc Bourry, man van het volk en van ettelijke essays over schrijvers en actuele letterkundige onderwerpen.
In de jaren 2002 tot 2004 verscheen de Creuse Trilogie (drie romans met als background de Franse Creuse), in 2006 de roman Klamme handen en in 2008 de politieroman De doden zwijgen niet.
Thierry Deleu geniet bekendheid als hoofdredacteur van het tijdschrift "Boulevard" (1970-1980), als uitgever van de reeks Schaap Boeken (1981-1987) enals samensteller van enkele bloemlezingen voor het kunstonderwijs. Sinds kort is hij de eerste voorzitter van “De 50 Meesterdichters van de Lage landen bij de zee”.
Liefde, dood, erotiek en natuur zijn de voornaamste thema’s van zijn poëzie.
Bourgondische suite
De gedichten voor Bourgondische suite werden geschreven na zijn reizen naar de Bourgogne (recent ook weer in 2009). Specifiek aan deze bundel zijn de gedichten in de leefsfeer van Greet en Eddy, tante en oom van Tom Boonen.
“Om het dichtwerk van Thierry Deleu nu in zijn geheel te definiëren ben ik geneigd tot de volgende uitspraak: ‘Poëzie tussen Eros en Thanatos, een natuurlijke daad van bevestiging’, waarbij het tweede deel van de zin alludeert op de bekende uitspraak van de Vlaamse dichter Eddy Van Vliet.” (Jan Van Herreweghe)
De natuur is medeplichtig aan ons Zijn, is een factor die onze gemoedsgesteldheid kan beheersen. Zo kan de dichter zich onrustig, troosteloos voelen of veiliger en geborgen binnen de contouren van het landschap. De natuur past perfect in de nieuwe werkelijkheden die de dichter steeds voor ogen heeft.
Voor Thierry Deleu als dichter zijn dat geen nieuwe elementen. Zijn vroegere gedichten baadden al in dergelijke sfeer, waren al ondergedompeld in hetzelfde bad. Alleen is de dichter geëvolueerd, heeft hij zijn taal uitgezuiverd, heeft hij nog meer aandacht besteed aan vorm, ritmiek en structuur. Kenmerkend voor de schrijfstijl van de dichter zijn de vierregelige strofen die weliswaar niet afsluiten met een punt, meestal doorlopen, maar door hun lay-out en beeldvorming een zelfvertrouwen uitstralen.
Sinds zijn bundel Val der Engelen valt op hoe de mystieke sfeer de meeste reisgedichten kleurt, vooral dan in de reisgedichten met als decorum de Bourgogne. De liefde is nog steeds het uitgangspunt, maar dat tikkeltje godsdienstigheid symboliseert een gevoel van ingetogenheid. Anderzijds wordt dat mystieke gevoel dan weer met opzet doorbroken door erotiek.
(Jan Van Herreweghe en Guy van Hoof).
Praktisch
Hoe verkrijgen?
De gedichten zijn verschenen als NetBook 60 bij Het Prieeltje Online Diest.
Dit zijn E-Books van een speciale soort die daardoor worden gekenmerkt dat ze niet hoeven te worden gedownload of geprint maar op het net kunnen worden gelezen.
Dit houdt in dat deze publicaties een aangepaste lay-out en esthetische vormgeving meedragen volledig in harmonie met de mogelijkheden van het net. Maak kennis met deze bundel op www.hetprieeltje.net (NetBook nr. 60).
Uiteraard kun je de bundel ook downloaden en printen.
Bourgondische suite kun je zo verkrijgen:
1) ofwel surf je naar www.hetprieeltje.net , je kiest voor Netbooks en je scrolt naar beneden tot nummer 60;
2) ofwel klik je rechtstreeks door op de volgende URL:
Mark Meekers, de eerste DorpsDichter van Doel heeft twee jaar lang actief, strijdlustig en gewapendertaal strijd gevoerd voor het behoud van het dorp.
In het ontmoetingscentrum De Doolen feliciteerde hij onder ruime belangstelling zijn opvolger Frank De Vos. Deze historicus uit Antwerpen is een artistieke duizendpoot. Hij schrijft poëzie en proza, schildert en musiceert. Hij won de DorpsDichterDoelwedstrijd met het sterke gedicht HABEAS CORPUS’.
In zijn aanstellingsspeech vergeleek Frank De Vos Doel met een dorp waar nog vrije burgers, echte Galliërs, rondlopen, zeer tegen de zin van ‘Caesar’ Peeters. Hij besloot met een dringende oproep aan Kris Peeters om een moratorium af te kondigen op de afbraak van de huizen in Doel. Nu het lang niet zeker is dat het Saeftinghedok er zal komen, is er geen enkele dringende reden om Doel verder te ontruimen.
Frank de Vos lanceerde een oproep voor zijn eerste project: de bedichting van Doel.
Het gedicht
Habeas Corpus
12 juni 2008
Wij hebben een lijf, omdat we geen stad zijn, geen samengedreven vee, geen blauwe r die aanrolt op het betonrot van een havendok omdat we taarten eten, smoutebollen bakken, er joelende kinderen spelen, omdat de boer zijn boerin hier kust, er nog een molen staat, er geen metaalmoeheid raast omdat we geen klaplong zijn, geen palliatief verhaal, geen geslepen gebit van een baggerkraan omdat we hier ’s avonds de soep uitscheppen, bij elkaar op de stoep, om ons gezicht een laatste praatje slaan Wij hebben een lijf, omdat we geen stad zijn, en "zie je" zeggen, en "ook zo", we ons Doel noemen, niet Guantanamo Bay
Frank De Vos
Het juryverslag:
“Habeas corpus” is een actueel, nostalgisch en toch ook strijdvaardig gedicht waarin een vergelijking wordt gemaakt tussen de rechtenlozen in Doel en de gevangenen van Guantanamo Bay. Het staat sterk door zijn ritmiek en het contrast van poëtische en volkse taal. Het is een gedicht op niveau met een universele titel en krachtige beelden: “omdat de boer zijn boerin hier kust”, “omdat we hier ’s avonds de soep uitscheppen, bij elkaar op de stoep zitten…”.
De jury besliste dan ook unaniem om de eerste prijs toe te kennen aan dit gedicht. De nieuwe dorpsdichter van Doel wordt dus Frank De Vos. Mark Meekers, juryvoorzitter.
Na haar aanstelling tot eerste stadsdichter van Diest én eerste stadsdichteres van Vlaanderen (2006-2008) werd Ina Stabergh op 26 april 2009 in Boutersem, tijdens de Hagelanddag, officieel aangesteld tot eerste Hagelanddichter.
Het is de bedoeling dat zij, gedurende één jaar lang, via haar gedichten diverse facetten van toeristisch-recreatief Hageland belicht. Deze unieke streek in de provincie Vlaams-Brabant heeft een opvallend rijke geschiedenis. Overigens is Ina geboren, opgegroeid én woonachtig in hartje Hageland. Wellicht zal het de dichteres niet aan inspiratie ontbreken…
Jaren geleden. Op een rustige zaterdagnamiddag schreef ik, na een lange periode van stilzwijgen, een eerste en nieuw gedichtje voor mijn beide kinderen. Die zaterdagnamiddag lag één van hen als baby'tje te slapen op mijn buik en borst. En zie, ik zie hetzelfde beeld bij mijn dochter en kleinkind. Het enige verschil, een detail:op een bijzettafeltje in mijn buurt lag pen & papier in aanslag.
De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee
Het is zo ver!
De voorstelling van het eerste jaarboek van het Vlaams-Nederlands dichtersgenootschap "De 50 Meesterdichters van de lage Landen bij de zee" was een groot succes tijdens de voorstelling in de 'kok-pit' van het gemeentehuis te Koksijde.
HOE DE DICHTER ZICH EEN WEG GESELT TEGEN WIND
onder het voorzitterschap van dichter/schrijver Thierry Deleu
“De 50 Meesterdichters van Vlaanderen” werd gesticht begin 2000 op initiatief van “The Order of the Razorblades” (“De Orde van de Scheermesjes”), de eerste online ridderorde in Vlaanderen en Nederland. Het idee kwam van enkele “geridderde” dichters.
Het initiatief beantwoordt aan de wens van talrijke dichters, die de essentiële waarden van hun creativiteit willen veilig stellen: de kwaliteit van hun gedichten, het respect voor elkaar en een welkome promotie van hun poëzie.
Daarna
Toen echter ook dichters uit Nederland belangstelling toonden voor het initiatief, werden er gesprekken gevoerd over de wenselijkheid van een uitbreiding tot “de Lage Landen bij de zee”. Na overleg werd deze optie genomen.
Wie zijn de 50 Meesterdichters en wat zijn de modaliteiten
Het aantal werkende leden “Meesterdichters” werd vastgesteld op maximum 50 leden.
Het zijn (in alfabetische volgorde en niet volgens de datum van hun selectie):
Marcella Baete
Bert Bevers
John Brookhouse
Marc Bungeneers
Gunnar Callebaut
Martin Carrette
Greta Casier
Frans Claus
Jeannine Debbaut
Frans de Birk
Lidy De Brouwer
Pierre Declerck
Leni De Goeyse
Jenny Dejager
Marleen De Smet
Thierry Deleu
Luc Demiddele
Ferre Denis
Gwen Deprez
Astrid Dewancker
Germain Droogenbroodt
Fernand Florizoone
Ludo Geloen
Hejatomsma
Patricia Lasoen
Paul van Leeuwenkamp
Frédéric Leroy
Cathy Mara
Mark Meekers
Peter Motte
Edith Oeyen
Ruud Poppelaars
Eric Rosseel
Annmarie Sauer
Maurits Sterkenburg
Pien Storm van Leeuwen
Ina Stabergh
Annemieke Steenbergen
Jet van Swieten
Henri Thijs
Annette van den Bosch
Guy Vandendriessche
Yerna Van Den Driessche
Eric Vandenwyngaerden
Jozef Vandromme
Jan Van Loy
Dirk Vekemans
Katelijn Vijncke
Pom Wolff
Peter Wullen
Om tot “Meesterdichter” te kunnen worden benoemd dient er onherroepelijk een periode als “solliciterende Meesterdichter” te worden doorgemaakt. Die periode omhelst één jaar.
De titel van “solliciterende Meesterdichter” wordt verleend aan dichters die minstens drie gedichten hebben gepubliceerd in een tijdschrift/e-zine of bloemlezing, ofwel gelauwerd of geprijsd werden in de Lage Landen.
“Razor’s Edge Editions” stelt een jaarboek in het vooruitzicht, met als ondertitel “De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee”. Vermits de “solliciterende Meesterdichters” pas en precies na één jaar “Meesterdichter” worden (de proefperiode), kon die bundel ten vroegste één jaar na de geselecteerde 50ste “solliciterende Meesterdichter” verschijnen, dus op 3 december 2008.
Een eerste aanpassing van "De 50 Meesterdichters" komt er aan voor de periode 2009-2010. Alleen bij overlijden, ontslag of klacht wordt een naam geschrapt en door een andere "Meesterdichter" vervangen.
Alle "Meesterdichters" moeten een goede reputatie hebben als mens en als dichter. Zij zijn de toekomst van het poëtich patrimonium van de Lage Landen bij de zee.
“De 50 Meesterdichters van Vlaanderen” werd gesticht begin 2000 op initiatief van “The Order of the Razorblades” (“De Orde van de Scheermesjes”), de eerste online ridderorde in Vlaanderen en Nederland. Het idee kwam van enkele “geridderde” dichters.
Het initiatief beantwoordt aan de wens van talrijke dichters, die de essentiële waarden van hun creativiteit willen veilig stellen: de kwaliteit van hun gedichten, het respect voor elkaar en een welkome promotie van hun poëzie.
Nu
Toen echter ook dichters uit Nederland belangstelling toonden voor het initiatief, werden er gesprekken gevoerd over de wenselijkheid van een uitbreiding tot “de Lage Landen bij de zee”. Na overleg werd deze optie genomen.
“De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee” werd een feit.
Wie zijn zij en wat zijn de modaliteiten
Het aantal werkende leden “Meesterdichters” werd vastgesteld op maximum 50 leden.
Het zijn (in alfabetische volgorde en niet volgens de datum van hun selectie):
Marcella Baete
Bert Bevers
John Brookhouse
Marc Bungeneers
Gunnar Callebaut
Martin Carrette
Greta Casier
Frans Claus
Jeannine Debbaut
Frans de Birk
Lidy De Brouwer
Pierre Declerck
Leni De Goeyse
Jenny Dejager
Marleen De Smet
Thierry Deleu
Luc Demiddele
Ferre Denis
Gwen Deprez
Astrid Dewancker
Germain Droogenbroodt
Fernand Florizoone
Ludo Geloen
Hejatomsma
Patricia Lasoen
Paul van Leeuwenkamp
Frédéric Leroy
Cathy Mara
Mark Meekers
Peter Motte
Edith Oeyen
Ruud Poppelaars
Eric Rosseel
Annmarie Sauer
Maurits Sterkenburg
Pien Storm van Leeuwen
Ina Stabergh
Annemieke Steenbergen
Jet van Swieten
Henri Thijs
Annette van den Bosch
Guy Vandendriessche
Yerna Van Den Driessche
Eric Vandenwyngaerden
Jozef Vandromme
Jan Van Loy
Dirk Vekemans
Katelijn Vijncke
Pom Wolff
Peter Wullen
Om tot “Meesterdichter” te kunnen worden benoemd dient er onherroepelijk een periode als “solliciterende Meesterdichter” te worden doorgemaakt. Die periode omhelst één jaar.
De titel van “solliciterende Meesterdichter” wordt verleend aan dichters die minstens drie gedichten hebben gepubliceerd in een tijdschrift/e-zine of bloemlezing, ofwel gelauwerd of geprijsd werden in de Lage Landen.
“Razor’s Edge Editions” stelt een jaarboek in het vooruitzicht, met als ondertitel “De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee”. Vermits de “solliciterende Meesterdichters” pas en precies na één jaar “Meesterdichter” worden (de proefperiode), kan die bundel ten vroegste één jaar na de geselecteerde 50ste “solliciterende Meesterdichter” verschijnen.
Mijn eerste schooljuf was juffrouw Marie-Thérèse. Wist ik veel dat ik -als ukkepuk van 2,5- 46 jaar later samen met haar naar de lens zou glunderen. Groots was het weerzien toen ze me op mijn huwelijksdag een bos bloemen overhandigde. Onlangs ontmoette ik haar weer en gretig werd het verleden opgedist. Ik voelde me geborgen omdat ik nog steeds haar zachte blik waarnam, zo ook haar helende stem en troostende handen.
De eerste schooldag
“En nu zijt ge een groot meiske, zenne. Ge moogt naar ‘t scholeke gaan waar ge in de zandbak kunt spelen. In je boekentaske zit nen boterham, ne koek, nen appel en een propere onderbroek. En nu flink zijn, om vier uur kom ik je weer halen”
“Kom ik je weer halen? ~§#* ?” sloeg in als een whleiiiii mmammmaaa bij heldere hemel tijdens die eerste schooldag in 1962.
Ik overstijg de tijd en alsof het gisteren was zie ik mezelf in het witte jurkje en dito truitje. Verlatingsangst overvalt me als ik stilsta bij het moment dat mama me achterliet in het grote glazige huis met op de vensters mastodonte schilderingen. Juist, Sneeuwwitje en de zeven dwergen bezorgden me een huiveringwekkende gewaarwording: het waren schrikwekkende reuzen.
Die morgen begon wellicht normaal, want daarvan herinner ik me niets. Maar toen mama voor het schreeuwerige gebouw de fietsremmen dichtkneep en me handig van het kinderzitje zwaaide, wist ik meteen wat me te wachten stond. Dat zal mama hebben geweten. Elke poging die ze ondernam om me te sussen was tevergeefs, niets hielp.
Het was lente, het zonlicht flitste. Schreiend peddelde ik aan haar hand over de speelkoer waar ze me toevertrouwde aan juffrouw Marie-Thérèse.
“Ga maar, Simonne” zei de juf met hese stem, “eens je weg bent zal Marleentje wel stoppen met schreien”. De stem van juffrouw Marie-Thérèse klonk fluisterend hees. Niet dat ze door overmatige inspanning een onhelder stemgeluid voortbracht. Neen, zij klonk zoals ze was: zacht en teder.
Mama gaf me een zoen, een natte zilte zoen. Ze twijfelde minutenlang waarna ze als een wemelende stip in de verte verdween. In de verwarring krijste ik de pannen van het dak, stampte de tegels uit de vloer en zwaaide wild in het rond met alles wat kon bewegen. Tot op de dag van vandaag voel ik de drang mijn handen naar mama uit te steken, haar vast te grijpen, mijn armen te verankeren rond haar hals om haar uiteindelijk nooit meer los te laten.
En zucht, mama kwam terug, nam me nog één keer stevig vast en knuffelde en zoende me weer, maar euh… mama weende nog een keer en ik, ik wilde weg uit die lawaaierige keet.
Mams was bang, ik was bang, de hele wereld was bang. Maar de juf bleef rustig. De juf hield me in haar buurt terwijl ze met open armen de volgende niet te bedaren waterlanders verwelkomde.
“Ontmoet de juiste persoon op het juiste moment en op de juiste plaats”. Gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Ik schaar me achter onderstaand artikel van Thierry Deleu. Toegegeven dat ik op geen vijf plaatsen tegelijkertijd wil en kan aanwezig zijn en bovendien opteer voor bescheiden profileren.
Kwaliteit gaat boven kwantiteit… waar hoorde ik dat eerder?
Is succes verzekerd voor de durvers? Ik kan ze geen ongelijk geven. Maar het plaatje van elleboogwerkers en snakes is snel doorknipt?
Of geniet je van elk moment dat je tevreden bent met wat je presteerde, weliswaar zonder buitensporige belangstelling maar met bewondering voor dàt wat je doet met de vrijheid je eigen standpunten te verdedigen?
Ik ga voor het laatste omdat ik voornamelijk voor mezelf schrijf. Hoewel (en ik glimlach bedenkelijk), bloggen is een explosieve schrede in de richting van willen gelezen worden, een-bereid-zijn tot openbaring. De anonieme lezer staat het bovendien vrij te blijven of zich uit te klikken. Wat een comfort!
MarLeen
Thierry Deleu
Wat maakt je groot in letterenland?
(met dank aan en door Thierry Deleu)
Deze vraag wordt mij meestal gesteld door vrienden en ex-collega’s, die geen flauw benul hebben van hoe groot GROOT is. Wanneer zij het MIJ vragen, wil het ook zeggen dat zij het over een “GROTE auteur” hebben. Ik heb het al zo dikwijls uitgelegd en geargumenteerd, maar zij blijven het mij vragen. Laten wij aannemen dat het niet is om mij een pleziertje te doen en even met mij mee te lopen in het smalle literaire weggetje, dat grillig door de Lage Landen bij de zee kringelt. Dit is een opportuniteit en ik heb geleerd in opportuniteiten te denken.
Jij die mij deze vraag stelt, je moet natuurlijk willen lezen, daarom niet eens een boek (indien je mijn boeken kóópt, ben ik al tevreden), maar toch moet je bereid zijn om met gretigheid te bladeren in kranten, weekbladen en tijdschriften of op internet te surfen naar literaire oneline magazines. Daar vind je mijn antwoord. Daar vind je welk advies ik geef aan de overheid en aan uitgevers en bibliothecarissen.
In het Vlaamse letterenland moet een mens op zijn woorden letten, zeker als het gaat over macht en centen. De machthebbers (die zich verstoppen achter structuren) zijn niet gediend met pottenkijkers zoals ik. Maar op mijn 68ste kan ik tegen discriminatie en verbanning indien het mijzelf betreft. Ook de collegialiteit onder de auteurs is niet voorbeeldig. Het zijn individualisten. Ze beconcurreren elkaar graag, maar ze verenigen zich niet graag. Nochtans “eendracht maakt macht”: macht in de vorm van inspraak, controle, medebeheer, beleid.
Erger: auteurs laten zich opnemen in vermelde structuren waar ze worden opgehemeld (mentaal als financieel), maar waar ze eigenlijk worden ingekapseld en geneutraliseerd. “Je kunt maar beter goede maatjes zijn met de bazen!” is hun argument.
Opnieuw zullen velen zeggen: die krasse knar is daar weer! Soit! Ik voel mij niet zo, maar ik ben ook geen jonge hemelbestormer meer!
Hoe word je GROOT? Onze ouders (die van mij toch, in de jaren ’50) zouden zeggen: door naar het bord te kijken! Zij bedoelden: door hard te studeren om later “voor de staat” te kunnen werken, dit biedt zekerheid!
Opleiding en werkzekerheid zijn zeker sterke troeven. “Plus kwaliteit,” hoor ik je met nadruk zeggen. Je maakt grote kans om een GROOT auteur te worden indien je geen imbeciel bent, goed je brood verdient en vast werk hebt.
Ik ben geen imbeciel, ik heb mijn boterham verdiend en ik “stond rotsvast in het onderwijs”. En toch ben ik geen GROOT schrijver geworden. (Of ik een goed schrijver ben, laat ik in het midden.) Neen, ik geef niet uit bij bekende (erkende) uitgeverijen, over mij wordt nauwelijks geschreven en gepraat in de nationale media, ik krijg geen ronkende recensies in vakbladen, ik word niet geldelijk gesteund door de overheid. In termen van maatschappelijke status: ik ben niet GROOT. Waarom is het mij niet gelukt? Ik had toch alles in handen om te slagen.
Wat had ik niet dat véél belangrijker is? Een gunstige wind! Toeval? Toeval bestaat niet, maar ik kwam nooit terecht in “gunstige omstandigheden”. Hugo Claus kwam Henri Vandeputte tegen, enkele kleinkunstenaars vonden genade bij Johan Anthierens, Magritte en Delvaux liepen Gustave Nellens tegen het lijf, Paul Snoek had veel te danken aan Anton van Wilderode en schurkte zich tegen Hugues C. Pernath… Wat ik wil zeggen, is simpel: via via is de juiste weg naar succes. Op één voorwaarde: de persoon die jou wil helpt, mag zelf niet hulpbehoevend zijn! Vele getalenteerde auteurs blijven ter plaatse trappelen, omdat zij een netwerk hebben opgebouwd van enerzijds “zuchtigen” - en daar is niets van te verkrijgen - en anderzijds komedianten die veinzen en valse hoop creëren.
Het is mooi als je met de nodige huisvlijt en vooral veel liefde aan je boek vijlt, maar het helpt je niet vooruit. Toch niet wat je naambekendheid betreft. En je weet: geen naam, geen faam, geen uitgever, geen subsidie, geen aankoop door de bibs.
Wat betekent dit in de praktijk? Hopen op een gunstige wind? Op een mecenas? Op een “gearriveerde” die het met jou wel ziet zitten? Op een vriend die een vriend kent die bevriend is met?
Deze wereld is een komedie en een groot circus. Het leven is een spel, soms wreed, soms aangenaam, maar we spelen allemaal naar best vermogen. Ik word dit spelletje moe. Ik kan het niet langer aanzien hoe jonge debutanten en begaafde auteurs niet aan hun trekken komen, omdat ze niet behoren tot het establishment en/of het kleine kransje critici en academici en/of de literaire elite in Vlaanderen en Nederland. Waar zijn onze waarden? Waarom deze normenvervaging? Waarom geen transparant beleid? Waarom geen objectieve criteria? Waarom geen gelijkwaardige behandeling?
Het geld moet worden verdeeld over meer schrijvers, over alle schrijvers die kwaliteit leveren. Alles in het literaire wereldje is perceptie. Een goed boek kan helpen, maar het is geen voorwaarde om in de belangstelling te komen. Mooi en mediageil zijn, is even belangrijk. En dit laatste is niet evident: je moet een vriend hebben die een vriend kent die bevriend is met… En zo ontstaan er literaire fabrieken, zoals de fabriek Lanoye, de fabriek Brusselmans, de fabriek Moeyaert…
Ik voel mij geen loser van het zuiverste water, helemaal niet. Ik voel mij geen eeuwige belofte die maar niet echt doorbreekt in de literatuur. Ik ben al lang voorbij alle dromen en schaamte. Ik heb niets te verliezen. Ik hoef niet te vervallen in loos gebabbel of opgesmukte deftigheid om te behagen.
Zijn stompzinnigheid, egoïsme en een goede gezondheid de sterkste troeven om te slagen? Heeft Flaubert gelijk? Ik zou er ook grofheid bij vermelden. Spelbederf.
Samengepakt in rechtover elkaar staande duozitjes worden de reizigers door de verzengende hitte gespoord. Er hangt een broeierige hitte in de wagon waardoor de tocht beslist niet zonder bezwaren verloopt. En toch lijken de passagiers windstille levens beschoren. De trein zwiept pijlsnel door het Vlaamse landschap waar verschroeide graskanten als een bruin lint voorbijglijden. Een onweerstaanbare neiging naar het scheppen van een luchtje onder de blauwe hemel voert me naar exotische oorden. Maar twijgentakken met daarin het hinderlijk spelend licht brengen me terug naar waar ik me bevind.
Door het monotoon maar vertrouwd cadansen over de rails gapen enkele slaperigen als koeien naar elkaar. Mijn overbuur naast het raam -een boom van een vent- doch ietwat te kort afgezaagd, is inmiddels ingeslapen. Het zweet parelt langs zijn neus in zijn snor en kwijl sijpelt in zijn baard die als een sjaaltje om een laagje halsvet ligt. Met gekruiste armen zakt hij onderdoor. Naast hem zit een lezende dame, blootsbeens met melkwitte borsten. Na elke bladzijde die zij omslaat, wipneust zij haar afzakkend kettingbrilletje op de juiste plaats. Ik slaap niet, ik lees niet, maar observeer en noteer alles wat zich rondom mij afspeelt met een innerlijke wanhoopskreet een passend woord te vinden. Een briesje door het halfopen venstertje hindert een donkerharige furie met een middelvinger. Uitgebroed op de zonnebank verzoekt zij met een spervuur van woorden het venster te sluiten. Een sirene op poten zo lijkt het mij.
“Rails worden stevig door de dwarsliggers,” mompel ik naar de lezende dame, terwijl ze bedenkelijk in mijn richting staart.
Snerpend ritsen de wagons door de wissels. Mijn overbuur ontwaakt en met een oogopslag als van een roofdier loenst hij naar mijn boezem. Hij rekt zich, buigt voorover en leunt op het tafeltje dat ons scheidt. Ongeremd probeert hij mijn geschrift ondersteboven te lezen. Geraffineerd trek ik mijn bloesje wat hoger en schrijf verder: “hij moest eens weten… de gluiperd geeuwt luidruchtig. Zijn opengesperde bek blaast een zilte zeelucht in mijn gezicht. Help, het venster is dicht!”
Als hij tenslotte houterig rechtveert, merk ik dat zijn buik zich een weg naar buiten vreet. Luttele seconden later stopt de trein bruusk en met heel zijn reutemeteut wordt de overbuur weer in zijn hoek geworpen. De lezende dame wipt een standje hoger en knipoogt. Hij verontschuldigt zich niet als hij de trein verlaat, maar bromt binnensmonds in de overtuiging dat mijn oren alleen maar mijn gezicht omlijsten.
Het geschal van een binnenrijdende trein aan de andere kant van het perron boort door de lucht en trekt mijn aandacht. Ik kijk naar buiten. De lichtsterkte drukt mijn ogen dicht en turend schuift mijn blik over het perron dat door drommen mensen een benepen sfeer uitademt. In de hoop door een toeval of een verdwaalde passant te worden geïnspireerd, kijk ik roerloos door het venster in de tegenoverstaande trein. Ik observeer weer en het peinsparcours begint.
Ogen priemen op mijn voorhoofd, ik voel me bekeken. Een man aan het venster? Of is het een vrouw? Ik geef me het voordeel van de twijfel en kies voor haar.
Ik knipper met mijn ogen. Zij lijkt wel versteend, een standbeeld, gesculpteerd met strakke lijnen, haast vormeloos. Ik blijf star in haar richting kijken. Zij verpinkt niet, ik evenmin. Haar hand ondersteunt onmiskenbaar haar zware hoofd. Waaraan denkt zij?
Aan de overkant van het perron ziet ook zij een gedaante als een beeldhouwwerk zonder contouren. Zij staart strak naar de trein aan de overkant. Zij beweegt niet, de andere evenmin. Haar hand torst duidelijk de hele aardbol. Waaraan denkt zij dan?
Behoedzaam etaleer ik mijn pen op het tafeltje en vraag me af of zij een schim is. Misschien is zij een creatie van de zakkende zon. Zal ik toetsen naar een teken van leven, stiekem mijn wijsvinger opsteken of toch maar een paar vingers bewegen, een handzwaai? Nee, niet doen. Zoiets doe je niet naar een onbekende. Wat als zij dan toch een schim is, wat dan? Ik schuif mijn terughoudendheid aan de kant en maak toch maar een hoekig gebaar, terzelfdertijd doet de vrouw dat ook. Onverschrokken recht ik mijn rug, mijn houding staat niet in verhouding met wat ik wil bereiken. Mijn gebaar is zo doorzichtig dat de drang naar dominantie er zo doorheen schijnt. Ik vertrek geen spier meer. Zou zij aan de overkant er ook zo over denken?
Het heeft er alle schijn van dat ook zij met haar schaamteloosheid koketteert. Pfff, ja ze wuift en dan! Voor de rest beweegt ze geen krimp. Het is haar aan te zien, met een blik vol onbestemde zorgelijkheid, een beetje zoals je iemand aankijkt die na een lange periode van rouw of ziekte weer in het openbaar verschijnt. Wat wil zij? Ik zou ik niet zijn, ik wuif terug.
Ik trotseer haar blik, vragend, vrezend, verzoekend en grinnik als antwoord op haar gebaar. Zij grinnikt ook. Zijn wij gelijkgestemden? Is een treinreis dan toch een beetje avontuur? In een voortdurende stroom van waarnemingen wacht ik in alle rust op wat komen gaat.
De trein ontkoppelt en verplaatst zich een meter. Door de schaduw die er overheen glijdt, valt het doek. Het verblindend zonlicht verdwijnt, de vrouw verschijnt. Ik buig me naar haar toe met een uitdrukking van inzicht, mijn neus platgedrukt tegen het venster. Zij doet mij na! Het is geen zicht. Wij kijken elkaar aan, schieten tegelijk in een lach, schrikken samen en plots… niets meer. Het niet meer bewegen, de stilstand…, iets flitst door mij heen en zoals in een ogenblik van verheldering besef ik dat ik naar mezelf keek als naar een protserig monument dat telkens werd teruggeworpen in een weerspiegeling van vensters, niet meer en niet minder dan dat.
Half mei 2008 vroeg Steven De Schuiteneer, webmeester van Spoorvreter (reizigersverhalen tussen Geraardsbergen en Antwerpen ), of ik een gedicht wilde schrijven bij een foto van Ben Lanoot.
Beeld en woord zijn soms onlosmakelijk met elkaar verbonden en zijn te vergelijken met een stomende relatie. Maar deze keer werd het een kunstzinnige driehoeksverhouding die omwille van de samenwerking een ‘U’ verdient.
De twee mannen werden deels getuige van hoe een gedicht ontstaat. Ik maakte een uitzondering en betrok hen vanaf de ruwe schets tot op het moment dat ik het spoorvaardig vond.
De dag nadat ik het gedicht aan beide treinfanaten bezorgde, ontmoette ik Steven aan het station van Geraardsbergen. Het was een aangenaam treffen waarbij we in een paar minuten heel wat wilden vertellen. Dacht Steven dat wat Ben me mailde? Ik citeer:
‘Een teken dat je toch een beetje gebeten bent door de diepwortelende spoorwegmicrobe waartegen geen enkel antibioticum helpt, of is het de onmetelijk grote drang om die oude dampende zuchtende kolenverslindende vuurvreter in die o zo rustige omgeving in een paar zinnen te verstenen? De woordcombinatie loco-motief is origineel. Je speelt meer in op de loc zelf en de hieraangekoppelde capaciteiten: sterk, betrouwbaar.
Bovendien vergeet je het menselijke aspect niet: één met de machinist, om zo een echte levensnoodzakelijke symbiose te bereiken, nuttig voor het spoorwegvervoer. Geen menselijke handelingen vormen deze machine om tot een roestige waterketel zonder macht.’
Ik zuchtte toen ik dat las en dacht: ‘Wat schrijft die man prachtig en hoe sterk weet hij een gedicht te ontleden!’
Ik citeer verder:
‘Applaus heeft een sterk functionele realistische inhoud meegekregen overgoten met een flinke scheut vertedering (vogels die applaudiseren; de bomen die wuiven etc.), wat erin gaat als een vers broodje met ambachtelijke hesp. Let wel, een plat overgeromantiseerd gedicht à la 'o zalige stoomloc, koningin der machines badende in uw heilig vuur dwepend met rijtuigen op een goudkleurige avond in een met rozengeur gevulde lucht' wordt bij mij direct van de rails geduwd en ontdaan van zijn wielen!
Stoerheid: ik ben wie ik WAS maakt het gedicht krachtig en geen rozenblaadje.Het hoort wel bij zo een stoomloc.’
‘Dat wie zich poëet noemt, het eerste woord werpe’
denk ik als ik een gedicht de w(ijde)w(ereld in)w(erp). Ik wil almaar beter worden en ben zelden tevreden. Daarom dank ik mijn strenge lezers om hun reacties en commentaren.
Bijna iedereen heeft poëzie in zich maar niet iedereen legt met dezelfde bevlogenheid dezelfde accenten waarmee uiting wordt gegeven aan wat door het hart of hoofd wordt waargenomen.
Wat levert brandstof voor een gedicht? Inspiratie? Meestal wel. Maar een ervaring die iemand ontroert of waar iemand voor openstaat kan eveneens aanzetten tot dichten. Zo zag ik laatst iemand huilen waardoor ik besefte dat tranen de zuiverste schrijfvlekken zijn. Ze laten vlekkeloos sporen na en verheffen na droogtijd het blad in spatjes pure poëzie. Zo ook in een lukrake lach ontdaan van alle remmingen heeft poëzie in vele opzichten vele gezichten.
Ik heb niet de pretentie te verklaren wat poëzie is. Toch meen ik dat poëten door taal zijn bezeten en dat ze met weinig woorden spreken van wat niet spreken doet. Bovendien schrijf ik zelden wat ik zeg of zeg ik zelden wat ik schrijf. Dat samen maakt poëzie tot een merkwaardig communicatiemiddel.
Poëzie beaamt en kleurt, onderlijnt of ademt sensitiviteit in & intensiviteit uit en is verder moeilijk te definiëren. Wat ik weet is dat een goed gedicht appel doet op de totale persoonlijkheid van de lezer.
Hoe krijgt een dichter dat voor elkaar? Door wakker te schudden, beelden te tonen, te overreden of te ontroeren en door het ritme de lezer te laten meezingen binnenin. Het is overigens ook aan de lezer om uit te maken of een gedicht recht voor de raap is of door de gelaagdheid vast te stellen dat hij op het verkeerde been werd gezet.
Dichters zijn niet enkel delvers maar ook durvers en denkers, soms doemdenkers die hun ervaringen sublimeren. Het is zoals met ongeluk worden geconfronteerd door diep in een ervaring of zichzelf te graven om van daaruit het geluk weer te verheffen, m.a.w. het ongeluk recht in de ogen kijken om te beseffen wat geluk is. Beroering en ontroering doen dichters dichten, lezers lezen.
Kortom, met het schrijven van poëzie tel ik op, trek ik af, ventileer en doe ik aan zelfheling. Daarna vermenigvuldig ik dat wat ik wil delen met wie er voor open staat.
Ik heb een vriendin. Ik heb twee vriendinnen. Ik heb drie vriendinnen en zo kan minutenlang doorgaan. Maar ik heb maar één dichtersvriendin waarmee ik met de regelmaat van de klok van gedachten wissel. Wat is daar zo bijzonder aan? Zij is me in alles stapje voor. Over leeftijden praten we niet. Het is moeilijk in te schatten want ze oogt bijzonder fris en jong. Viviane Burssens is me telkens een stapje voor? Zij publiceerde eerder en zij... en deed nog voor ik... . Over zielenkwaaltjes of -roerselen of een visie voor de dingen en het doen en het laten? Ik hinkel haar achterna en vind bevestiging. Door het toeval leerde ik Viviane Burssens kennen? Een gemeenschappelijke vriend -wijlen Dany Dehandschutter en in een eerder leven zanger Jerry Blondel- was van oordeel dat ik maar een zielsgenote en dichteres Viviane Burssens moest contacteren. De eerste stap werd gezet via telefoon. Het oor leende zich daartoe. De daaropvolgende telefoongesprekken van gemiddeld eentje per maand zijn uiterst interessant & vrouwelijk én doorgaans manvriendelijk. De intenties voor een ‘hey hallo, alles goed?’ mondt uit in een ‘overkwam jou dat ook dat als je iets wilt schrijven dat…; en ben jij ook van oordeel dat de laatste poëzietrend neigt naar...; én dat meno-gedoe wanneer begint en stopt die pauze?’ Ach, we hebben niets dwingend, het klinkt als schakels in een ketting. Viefke –zo spreek ik haar aan- schrijft parels. Haar cursiefjes zijn eenvoudig en subliem. Haar recente gedichten zijn zuiver en ontdaan van alle ballast waarbij de woorden zorgvuldig werden gewikt en gewogen. Haar poëzie bezorgt mij kippenvel.
U, als lezer, wil ik laten meegenieten. Ziehier haar gedicht dat werd genomineerd voor de Niewegijnse poëzieprijs:XML:NAMESPACE PREFIX = O />
Eigen publicaties. Klik op de respectievelijke afbeeldingen voor meer informatie.
Je kan me ook lezen bij Meander & Opspraak. Enkele spinsels werden opgenomen in de bundel bekroonde gedichten “Wat zoudt gij zonder ’t werkvolk zijn”, Bloemlezing “Vlaamse Feestgedichten”, bundel “Een gebloemde lezing” en “Vreemd” van Schrijversplaza, het Koerszakboekje en bloemlezing van de 52 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee 'Hoe de dichter zich een weg geselt tegen wind'. Voor meer info, klik op de respectievelijke afbeeldingen.
Ik schreef bij werken van onderstaande kunstenaars:
Hieronder samen met Rudy Baeten, kunstschilder, beeldhouwer en keramist.
Voor meer info, klik op onderstaand kunstwerk.
Samen met Jacky Duyck, kunstschilder Voor meer info, klik op onderstaand kunstwerk.
Yves Poelman, kunstschilder en beeldhouwer. Voor meer info, klik op onderstaand kunstwerk.
Samen met Remy Victor, kunstschilder Voor info, klik op onderstaand kunstwerk.
Samen met Rob DeLange, kunstschilder Voor info, klik op onderstaande kunstwerk.
Toon Torrekens, kunstschilder en bronssculpteur. Klik op de afbeelding voor meer info.
Keramiekatelier "Den Boelover" Marnic De Lange
Henri Victor, kunstschilder Klik op de afbeelding voor meer info.
Enkele dichters/schrijvers uit mijn kennissenkring. Viviane Burssens, dichteres Voor meer info, klik op de foto.
Welkom op de site van Lidy De Brouwer.
Thierry Deleu, dichter/schrijver Voor meer info, klik op de foto.
Frank De Vos, dichter. Klik op de afbeelding voor meer info.
Ruud Poppelaars, dichter. Voor meer info, klik op de foto.
Sabine Luypaert, verhalen en gedichten. Voor meer info, klik op de foto.
Paul Bernhard, poëzie en fotografie. Voor meer info, klik op de foto.
Marc Eyskens Voor meer info, klik op onderstaande foto.
Lin, dichteres. Klik op de afbeelding voor meer info.
Stater, dichter. Klik op de afbeelding voor meer info
Hannie Rouweler, dichteres Voor meer info, klik op de foto.
En nu de beurt aan enkele muzikanten: Rue Haute (Michel Kuijken: zang, gitaar Dounia De Poortere: zang David Legley: contrabas Laurent Bijnens: accordeon Núria Balcells i Santolària: viool) (foto: Serge Anton) Voor meer info, klik op de eerste foto. Verder twee sfeerbeelden van collega, Laurent en zangeres Dounia
Jan Oelbrandt, gitarist, componist, producer. Voor meer info, klik op de foto.
Ellen De Smet, ex miss STVV Sint-Truiden en andere kroontjes.
Mixart is een ondersteuningproject voor kunstenaars. Bezieler is Hugo Tanghe.