NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Foto

Lees mijn Geraardsbergse gedichten en gedachten via een klik op bovenstaande foto of klik op de foto hieronder voor een reeks fotogedichten.

Foto
Klik op onderstaande foto en lees enkele persberichten.
Het is niet veel maar toch iets, dus meer dan niets.
Foto
Kom effe bij je zitten

Ik koos bewust voor geen gastenboek. Je kan reageren onder elk gedicht via de reageerknop of via E-mail.

Inhoud blog
  • Poezie tijdens retrospectieve van Daniel Janssens
  • Ode aan de mattentaart
  • Woordje vooraf
  • Voorleesmoment van Marleen De Smet
  • Spiegels
  • Spiegels
  • Spiegels
  • Gedichtendag 2013 te Geraardsbergen - Thema muziek
  • Muzikale gedichtendag 2013 te Geraardsbergen: Wat zingt, klinkt.
  • Gemis in een roodblozende herinnering
  • Poëzie langsheen de biZARroute van Zarlardinge (Geraardsbergen)
  • Marleen in dichtbundel: Zalig in de strandstoel van haar adem (samengesteld door Thierry Deleu)
  • De biZARroute
  • Kopzorg bij een schilderij van Peggy Wauters
  • Gaby Desmyter en Marleen De Smet in levende lijve
  • Galmaarden
  • Annie M.G. Schmidt - Een dichter
  • Bestendiging dorpsgedicht op de tuinmuur van het Galmaardse Baljuwhuis
  • kruisje
  • Marleen op Meander
  • Stromen en stormen
  • Herfst
  • Rozentuin, klavierklanken & Spiegels, bakens
  • Tweede jaarboek van de Vlaams-Nederlandse Dichtergenootschap 'De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee'
  • Marleen op Meander
  • Marleen De Smet en Willie Verhegghe in 'Dichter bij mijn stad'
  • Dichter bij mijn stad
  • Avondluchten in Diepenbeek door Hannie Rouweler
  • Inleiding bij voorstelling 7de roman van Thierry Deleu
  • vanzelfsprekend
  • "Vanzelfsprekend" in De Vallei
  • Viviane Burssens veert met de veerman
  • Van alles 1 + 1 (nieuwe verzamelbundel Demer Uitgeverij)
  • Twee dorpsdichters en een stadsdichter verzamelden bij Marnixring
  • Ebbe en vloed - nieuwe dichtbundel van Thierry Deleu
  • De drie stadsdichters - poëzie uit de Denderstreek
  • De drie stadsdichters
  • Gedichtendag te Geraardsbergen
  • Galmaardse Dorpsdichter 2011
  • Dichters dromen Lucide (2de druk) door Thierry Deleu
  • Puppie
  • Poëzie is overal gelijk - Gesprek met Thierry Deleu
  • Die Liebe in Holland und Flandern (Liefde in Holland en Vlaanderen)
  • Klein festival van de Europese dichtkunst te Antwerpen
  • Gewoon lekker
  • Tussen schaduw en schittering (Magazine Info Geraardsbergen - september)
  • Klein festival van de Europese dichtkunst
  • Tussen schaduw en schittering
  • Vleesbrochette en een wesp (door Eddy Keyaerts)
  • Vlaamse poëzie na 1975 - Een andere bedding?
  • Ik ben grote fan van Nicole Van Overstraeten
  • Dichterlijk Vlaanderen (door Thierry Deleu)
  • Postergedichten t.g.v. Curieuse kunstroute Geraardsbergen 'Home Art'
  • Een bewogen gebaar: Zacht (door Thierry Deleu)
  • Bellen Blazen
  • Hond en kat en andere beestjes
  • Op de schommel met Didier De Deken
  • 'Klaprozen en Kamermuziek' & 'Poppies and Chamber Music'
  • De zee, het water (Hannie Rouweler)
  • Verslag 'Poorten van de avondzon - Pforten der Abendsonne
  • insomnia
  • Rue Haute
  • zelfportret
  • Rietje rijmt (nieuw boek van Viviane Burssens)
  • Mijn muze is hij die voor mij zong
  • Hagelanddichter Ina Stabergh
  • zuivering (met Duitse vertaling door Fred Schywek)
  • spiegelbeeld
  • winterwandel (met papa)
  • De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee
  • schaduwlopen
  • Camellia Japonica
  • Marie-Thérèse
  • Wat maakt je groot in letterenland?
  • Zintuiglijk avontuur
  • applaus (met dank aan Steven en Ben)
  • Dat wie zich poëet noemt, het eerste woord werpe.
  • land zonder ooievaars
  • Viviane Burssens laait in sterrenstof
    © Niets mag overgenomen of verveelvoudigd worden op eender welke wijze zonder de schriftelijke toestemming van de auteur.
    Mailinglijst

    Geef je e-mail adres op en klik op onderstaande knop om je in te schrijven voor de mailinglist.


    Onderweg met Marleen De Smet

    19-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woordje vooraf

    NIEUWE DICHTBUNDEL 'SPIEGELS' . Volg de link voor meer informatie https://www.facebook.com/events/356652624462942/?fref=ts


    Galmaardse dorpsdichteres 2011



    Woordje vooraf

     



    Hey hallo, wees welkom!


     

    Je bent onderweg? Heb je een minuutje of zo? Fijn! Weer of geen weer, ik maak tijd vrij. Moet je luisteren. Laatst vroeg iemand of ik wilde vertellen wie me heel dierbaar is. Wellicht bekeek ik de vraagsteller met een blik die alle kleur ontnam. Zonder twijfel noch zonder blozen antwoordde ik: van mezelf. Ik hou van mezelf.

     

    Of ik van mijn medemens hou? Natuurlijk doe ik dat. Maar dat kan enkel als ik mezelf accepteer als een onvolmaaktheid. Jij en ik bestaan niet toevallig. We maken deel uit van een geheel die het bestaan nodig heeft. Maar niet alles wordt door zonneschijn gedrapeerd. Meer dan ons lief is duiken we in de schaduw en dokkeren we in een zwart gat zonder houvast, zonder gevoel van richting, zonder het flauwste besef welke keuzes of mogelijkheden er ons te wachten staan.

     

    Ach, wij zijn altijd onderweg van de ene plek naar de andere, vallend van de ene emotie in de andere. Zo ook in de tijd gaande van nu naar later haperen we in vroeger. Maar weten wij of we al dan niet over een dwaalweg lopen of een zwerftocht afblazen?

     

    Ik vond een oplossing. Als ik doordrenkt ben van toorn en storm -want niemand is vlekkeloos- laat ik me vallen in de stilte die ik mijn 'thuis' noem. Het is geen tastbare plek maar een plaatsje waar ik zoek naar innerlijke rust en aanvaarding. Het pulseert onder andere de gedachten: hoe kan ik anderen iets geven of iets laten delen en met wat neem ik genoegen? Wat wij liefde noemen behelst eigenlijk alle toonaarden van het leven. Naarmate we verder stappen kunnen we door talloze obstakels die liefde ervaren die recht doet aan goedheid én dat is nu net de kunst om iemand meer lief te hebben dan hij/zij verdient. Verwacht niets terug, zei mijn grootvader, dan wordt weinig veel. 

     

    Allemaal goed en wel, dat klinkt heel mooi maar het loopt soms vierkant. Wij leven nu eenmaal in een carrousel van menselijke bezigheden. Dus, vroeg of laat lopen we ook tegen die ellendige dwarsbalken. En toch, bij elk geluks- of scharniermoment of bij elk onverzoenlijk ogenblik zijn we nog steeds onderweg. Geen wegen zonder hindernissen, geen paden zonder steenslag.

     

    Onderweg liggen kiezels. Het is de kwestie het spoor te vinden dat ons gidst langs die te nemen bochten en die te overbruggen wegversperringen.

    Lees ook Geraardsbergse gedichten door Geraardsbergenaars/Lierdenaars en mezelf op Geraardsbergen gaandeweg via een klik op de foto bovenaan in de linkermarge.


    Liefs voor wie het liefheeft.

     

    MarLeen




    Laatst toegevoegd:

    - Spiegels

    19-07-2014 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (34)
    17-10-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Poezie tijdens retrospectieve van Daniel Janssens

    iframe src="https://www.facebook.com/plugins/video.php?href=https%3A%2F%2Fwww.facebook.com%2FNetwerkGeraardsbergen%2Fvideos%2F777405159102935%2F&show_text=0&width=560" width="560" height="315" style="border:none;overflow:hidden" scrolling="no" frameborder="0" allowTransparency="true" allowFullScreen="true"></iframe>

    17-10-2016 om 21:36 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    19-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ode aan de mattentaart

    Ode aan de mattentaart.

    Mijn dank gaat uit naar Bob De Hertog voor de samenstelling en de realisatie van de video.

     

    19-07-2014 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:mattentaart, Geraardsbergen, Bob De Hertog, Marleen De Smet
    >> Reageer (1)
    13-04-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Voorleesmoment van Marleen De Smet

     

     

    13-04-2014 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Marleen De Smet, mijnwerkspad
    >> Reageer (0)
    30-10-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Spiegels

      
     

    30-10-2013 om 09:29 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Spiegels, Marleen De Smet, poëzie bij schilderijen
    >> Reageer (2)
    01-09-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Spiegels

     
    https://www.facebook.com/events/356652624462942/?fref=ts

     

    01-09-2013 om 11:21 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Marleen De Smet, Spiegels, vierde dichtbundel, BiZARevenement
    >> Reageer (0)
    24-07-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Spiegels

    Nieuwe dichtbundel op komst. Volg de link voor meer info. https://www.facebook.com/events/356652624462942/?fref=ts

    24-07-2013 om 20:42 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Spiegels, Marleen De Smet, Uitgeverij De Draak vzw
    >> Reageer (0)
    09-02-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gedichtendag 2013 te Geraardsbergen - Thema muziek

     
     

    09-02-2013 om 21:24 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Lucsomar, Marleen De Smet, Luc Haelterman, Sofie Vander Heyden
    >> Reageer (0)
    15-01-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Muzikale gedichtendag 2013 te Geraardsbergen: Wat zingt, klinkt.


     
     

    Muzikale Gedichtendag in Geraardsbergen

     

     

    Gedichtendag is ieder jaar het poëziefeest van Nederland en Vlaanderen.

     

    Waar je ook gaat, overal kom je gedichten tegen: op school, in de bibliotheek, in winkels, theaters en musea, op het werk of gewoon op straat. Ook in kranten, op de radio en de televisie en het internet wordt gedichtendag in de poëtische bloemen gezet.

     

    Het thema voor gedichtendag 2013 is: MUZIEK.

     

    Poëzie en muziek zijn altijd nauw met elkaar verbonden geweest. Al in de klassieke oudheid werden gedichten met instrumenten begeleid. Nog steeds maken zowel de dichter als de muzikant dankbaar gebruik van harmonische klankkleuren, meerstemmige melodieën, opzwepende ritmes en verrassende contrapunten in strofes en refreinen om hun verhaal te vertellen. Sterker nog, poëzie swingt en springt, ontroert en vervoert, rapt en rockt als nooit tevoren. Muziek troost, verblijdt, verstrooit, zweept op, mobiliseert, destabiliseert, exalteert, dwarrelt door gedichten, kortom, over zit muziek in.

     

    Ook in Geraardsbergen wordt sinds 2005 door Curieus Geraardsbergen ruime aandacht geschonken aan de gedichtendag dat dit jaar doorgaat in samenwerking met De Bib-Route 42, Het Soetekoor”, de plaatselijke dichters, de plaatselijke scholen en het trio met brio onder de titel “Wat zingt, klinkt”.

     

    De lokale woordkunstenaars krijgen door de muzikale gedichtendag een forum aangeboden om hun creaties aan het publiek voor te stellen. Voor de derde maal krijgen ook de kinderen van het 6de leerjaar van het basisonderwijs de gelegenheid om hun talenten naar voor te brengen tijdens de interscholenwedstrijd.

     

    Programma

     

    Woensdag 30 januari 2013 om 14 uur

     

    Proclamatie van de geselecteerde gedichten en de nominatie van de 5 eindlaureaten van de “Interscholenwedstrijd” naar aanleiding van de gedichtendag.

     

    De deelnemende scholen zijn:

     

    Sint Lutgardis - Zandbergen

    Sint Franciscus - Ophasselt

    BSGO-Centrum en BSGO Dender.

     

     

    Donderdag 31 januari 2013  Gedichtendag “Poëzie en muziek” om 19.30 uur (in willekeurige volgorde)

     

    De Geraardsbergse woordkunstenaars:

     

      Arlette Breynaert-Delvoye

    -  Francine De Saeger

    -  Annie De Vos

    -  Jacqueline Gruloos

    -  Wivina Steenput

    -  Erlijn Van den Stee

    -  Arlette Vanderstocken,

     

    -  Karel De Pelsemaeker en Maurice Geeroms brengen hun creaties met als thema “Muziek”

     

    -  De 5 laureaten van de “Interscholenwedstrijd” dragen hun gedichten voor gevolgd door de proclamatie en huldiging van de eindlaureaat

     

    “Wat zingt, klinkt”

     

    Alternerend worden gedichten van en door Marleen De Smet (auteur) voorgedragen en gezongen door Sofie Vander Heyden (mezzosopraan) onder muzikale begeleiding van Luc Haelterman (pianist)

     

    Het Soetekoor uit Waarbeke zorgt voor de omkadering.

     

     

    Afspraak voor beide activiteiten in het Koetshuis van de Sint-Adriaansabdij, Abdijstraat 10 te Geraardsbergen op donderdag 31 januari om 19u.30.

     

    Toegang: gratis. Iedereen is hartelijk welkom.

     

    Medewerkers


    Marleen De Smet

    schreef drie poëziebundels Groeipijnen – van veertien tot eenenveertig (2002), Vreemd hoe het gaat (2005), Tussen schaduw en schittering (Demer Uitgeverij 2010) en de historische roman De verborgen oorlogsliefde (2002). Verschillende gedichten werden opgenomen in bloemlezingen, verzamelbundels en diverse magazines. Ook illustreerde zij met poëzie talrijke tentoonstellingen.

    Haar gedichten zijn permanent te lezen in de poëtische steegjesroute van Geraardsbergen en de biZARroute van de Geraardsbergse deelgemeente Zarlardinge. Marleen De Smet maakt deel uit van de Vlaams-Nederlandse dichtersgenootschap ‘De 50 meesterdichters van de Lage landen bij de zee’ en werd in 2011 aangesteld als Galmaardse dorpsdichter.

     

    Sofie Vander Heyden (°1976)

    mezzosopraan, begon haar muziekstudies aan de muziekacademie te Geraardsbergen en beëindigde ze aan de Hogeschool Gent waar zij het diploma "Meester in de muziek, zangkunst" behaalde. Ze nam deel aan verschillende internationale Masterclasses.

    Sofie werkt als zangeres, stemcoach, zangdocent. Als productieleidster heeft ze meerdere concerten en evenementen georganiseerd. 

     

    Luc Haelterman (°1960)

    is Meester in de muziektheorie en schriftuur. Hij is leraar muzikale opvoeding en esthetica aan het Sint Jozefsinstituut te Geraardsbergen en het Sint Aloysiuscollege te Ninove. Hij is begeleider van een aantal koren en solisten. Als organist is hij tevens verbonden aan een aantal parochies in de streek.

     

    Het Soetekoor

    Sedert 1995 is het Soetekoor actief in de deelgemeenten Zandbergen, Waarbeke, Grimminge en Nieuwenhove, met een sterke parochiale verbondenheid door de regelmatige opluistering van misvieringen.

    De naam van het koor werd ontleend aan de voornaam van Soetkin Baptist (o.a. ex-Ishtar, altzangeres bij Encantar), die in haar prille jeugd het koor dirigeerde.

    Qua muziekkeuze legt het Soetekoor de nadruk op samenzang.

    Liederen met een grote toegankelijkheid genieten de voorkeur en daarbij wordt graag geput uit diverse muziekgenres.

    Samenwerking met andere verenigingen is eveneens een van de prioriteiten, waardoor in het verleden tal van succesvolle socioculturele evenementen tot stand kwamen.

    Tijdens de poëzieavond naar aanleiding van Gedichtendag 2013 brengt het Soetekoor enkele liederen die speciaal voor deze gelegenheid werden voorzien van een nieuwe Nederlandstalige tekst in het thema ‘Muziek’, aangevuld met koorgezang uit het eigen repertoire.

     

     

    15-01-2013 om 20:45 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Marleen De Smet, gedichtendag 2013, muziek, wat zingt klinkt
    >> Reageer (0)
    31-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gemis in een roodblozende herinnering



    Poëzie biZARroute aan de Zarlardingse (Geraardsbergen) kerkhofmuur.
    Foto: Chantal De Vos

     

    31-10-2012 om 20:50 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Marleen De Smet, Gemis, biZARroute, Zarlardinge, Geraardsbergen
    >> Reageer (0)
    02-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Poëzie langsheen de biZARroute van Zarlardinge (Geraardsbergen)




    De biZARroute

     

    Zarlardinge, genesteld in de zuidwestelijke flank van Geraardsbergen, is een deelgemeente die langzaam ontwaakt en geruisloos de luiken sluit. Overdag opent het landschap zijn charmes waarbij de landelijke rust wandelaars en kunstenaars aantrekt.

     

     

     

    Hoe biZAR kan een dorp zijn?

     

    Het project “Kunstintegratie in Zarlardinge” maakt daarvan deel uit en kwam tot stand dankzij de medewerking van de Zarlardingse dorpsraad en het stadsbestuur van Geraardsbergen. Met de opzet kunst in het dorp te integreren, ontstond het idee om kunstwerken op pleisterplaatsen in het daglicht te stellen en ze met elkaar te verbinden door middel van een wandelroute.

     

    Door hun verbondenheid met het dorp en hun gelijklopende visie met de cultuurdienst van de stad Geraardsbergen en de lokale dorpsraad werden drie kunstenaars van eigen bodem aangesproken:

    Lieve De Pessemier, letterkappen, kalligrafie en lettertekenen

    Marleen De Smet, poëzie en proza

    Roland Durieux, pottenbakken.

     

    Tijdens een interactieve en brainstormende startbijeenkomst, onder leiding van projectleider Sven Van Der Meulen (aangesteld door de dorpsraad), werden met de drie Zarlardingse kunstenaars, samen met Johan Norga die zorgde voor de technische ondersteuning en met Michel Demil die het wandelparcours uittekende, de eerste grote lijnen uitgezet voor het kunstzinnig wandelparcours.

     

     

    Geef het kind een naam

     

    Na een slapeloze nacht kwam Marleen De Smet tot de benaming De biZARroute.

    De naamgeving werd afgeleid van het woord ‘bizar’ waarbij ‘bi’ verwijst naar ‘bis’ wat staat voor zowel de kunst- als de wandelroute. De letters ‘Z A R’ zijn de beginletters van Zarlardinge.

     

    Zarlardinge wordt gekenmerkt door een kleine dorpskom met daaromheen een agrarisch landschap omheind door populieren en knotwilgen. Prachtige panorama’s bieden een zicht op de vierkantige toren met zijn achthoekige spits van de dorpskerk.

    In dat decor loopt het volledige, bewegwijzerde wandelparcours van ongeveer 8,8 km, opgesplitst in een kunstroute van 5,7 km en een bijkomende lus van ongeveer 3,1 km.

     

    De combinatie van kunst op verschillende locaties, landelijke (onverharde) paden, veldwegels en verrassende vergezichten van Zarlardinge zorgt voor een unieke wandelervaring.

    Hieronder de gedichten langsheen de route.

















    02-10-2012 om 10:50 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:biZARroute, Zarlardinge, Geraardsbergen, poëzie, Marleen De Smet
    >> Reageer (0)
    15-09-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Marleen in dichtbundel: Zalig in de strandstoel van haar adem (samengesteld door Thierry Deleu)

    DE GELETTERDE MENS UITGEVERS

     

    OOSTDUINKERKENAAR EN LITERAIRE DUIZENDPOOT THIERRY DELEU BUNDELT 

    BEKENDE DICHTERS UIT NEDERLAND EN VLAANDEREN IN

     

    ZALIG IN DE STRANDSTOEL VAN HAAR ADEM

     

    De geselecteerde dichters waren eerder ‘gastdichter’ op De Geletterde Mens, het internettijdschrift waarvan Thierry Deleu sinds 2007 de eindredactie verzorgt. De Geletterde Mens wordt zowel bij ons als in Nederland frequent gelezen.

     

    De 22 dichters stuurden allen tien gedichten in. Deleu koos van elke dichter vier gedichten. De bundel telt dus 84 gedichten. Elke gastdichter wordt voorgesteld met foto en cv.

    Het boek telt 150 bladzijden.

     

    In overleg werd gekozen voor het ebook

    E-boeken hebben veel voordelen. Je kunt de bundel 24 uur per dag, 7 dagen per week binnen enkele minuten lezen en/of afdrukken. Op deze manier hoef je er je huis niet voor uit. 

    E-boeken hebben een langere levensduur: zij kunnen altijd opnieuw elektronisch geüpdatet worden en altijd opnieuw afgedrukt (geprint). 

     

    Normaal betaalt de lezer voor het downloaden enkele euro’s, die de ‘uitgever’ in rekening brengt, maar ZALIG IN DE STRANDSTOEL VAN HAAR ADEM is gratis als dank aan het trouw lezerspubliek.

     

    De geselecteerde dichters zijn: 

    Claude Aendenboom, Gerdy Bollaert, Hervé J.Casier, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Hervé Deleu, Marleen De Smet, Staf De Wilde, Maularia Fist (N), Fernand Florizoone, Paula Hagenaars (N), Monika Macken, Luc C. Martens, Mark Meekers, Edith Oeyen, Ruud Poppelaars (N), Ina Stabergh, Katelijn Vijncke, Nathalie Vilain, Frans Vlinderman, Lisette Waterschoot.

    Gastheer: Thierry Deleu

     

    De bundel ZALIG IN DE STRANDSTOEL VAN HAAR ADEM kan worden verkregen door hier te klikken of op  http://www.knightsrazor.be/xDocs/eboekgastdichters.pdf

     

     

    Zie ook  Korte berichten op onze website:

    www.letterkundigen-vvl.be

    15-09-2012 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Zalig in de strandstoel van haar adem
    >> Reageer (0)
    06-09-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De biZARroute

     

     

    06-09-2012 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    03-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kopzorg bij een schilderij van Peggy Wauters

     
     

    03-06-2012 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    03-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gaby Desmyter en Marleen De Smet in levende lijve
    Met dank aan uitgeverij De Draak Boekmaker

    Voorstelling dichtbundel 'Laaiend Licht' van Gaby Desmyter


    03-05-2012 om 21:29 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    30-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Galmaarden


    Voor meer info, ga naar http://blog.seniorennet.be/marleen_de_smet_galmaardse_dorpsdichteres_2011/

     

    30-04-2012 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Marleen De Smet, Pajotternijen 2012, Galmaarden
    >> Reageer (0)
    28-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Annie M.G. Schmidt - Een dichter

     

    28-04-2012 om 12:37 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    27-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bestendiging dorpsgedicht op de tuinmuur van het Galmaardse Baljuwhuis



    Dorpsgedicht Galmaarden

     

     

    Op zondag 29 april wordt in de tuin van het Baljuwhuis, een gedicht van Marleen De Smet, de dorpsdichter van 2011, plechtig onthuld. Sinds enkele jaren worden van alle dorpsdichters van Galmaarden één gedicht vereeuwigd op de geklasseerde tuinmuur van het Baljuwhuis. Op zondag om 13.30 uur is het de beurt aan Marleen De Smet, de dorpsdichter van vorig jaar, om haar gedicht in aanwezigheid van tal van bezoekers, te onthullen.

     

    Aansluitend zal op de binnenkoer van het Baljuwhuis het gedicht dat Karel De Pelsemaeker de huidige dorpsdichter van de gemeente Galmaarden, geschreven heeft ter gelegenheid van de Pajotternijen, toegelicht worden

     

    (Uit Editiepajot).



    27-04-2012 om 13:22 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    03-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.kruisje



    kruisje

      

    wat zich niet laat zeggen

    noch baadt in gebeden

    laat zich schrijven op je voorhoofd

    een kruisje gaf ik jou

    een hoekje hemelblauw

    tussen flarden ochtenddauw

     

    door insijpeling verrast

    vloeit de gloed door je bloed

    wijkt wee van weemoed

    een kruisje geef ik jou

    en tranen wellen dankbaar

    om het gebaar voor elkaar

     

    je plukt het teken

    en in het raakpunt glanst goud

    liefde, redding en kracht

    een kruisje zal ik je geven

    met in de fluistering heel zacht

    God zegene en beware je vannacht

     

    © Marleen De Smet

    03-04-2012 om 18:02 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    11-03-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Marleen op Meander





    Drie gedichten van Marleen op Meander (literaire e-zine)






    11-03-2012 om 14:03 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    23-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Stromen en stormen

           Stromen en stormen

     

     

    Eicel, zaadcel, embryo.

    Je bent foetus.

    Je drijft uit, je glijdt in

    wit licht zo wit maar log stroomt

    het leven door je longen.

     

    Adem.

     

    Je blaast de kaarsen uit, jaar na jaar.

    Gezwicht voor schone schijn

    staar je verbaast naar de hoogste bomen

    die als bloemen de kelken keren

    naar het zoemend zonlicht.

     

    Je ademt jachtig. Je jaagt. Je raakt

    opgewonden van onweer

    omdat bliksem je nog niet treft,

    van de hitsige blik van de zon

    omdat je nog niet op de blaren zit.

     

    Je weet alles. Je liegt niet,

    oh nee, niet jij. Het eerste woord

    was het zaad van de leugen.

    Jij bent waarheid en

    niets dan de waarheid.

     

    Maar de stroom haalt je in.

    Hij klopt je op de borst. Ja,

    je raast en rent in rondjes

    je staart achterna.

     

    Ik heb geen tijd, is al wat de klok slaat.

    Er is nooit tijd. Er is altijd tijd.

    Er komt een tijd dat tijd

    adem is.

     

    Je wordt als de wolken

    hooghartig en luchtdun,

    maar week en wenensklaar

    wervel je in stroom neer.

    Hoor hoe het stort en stoot

    en onstuimig slingert.

     

    Storm + storm = stromen.

    Het begint bij een druppel

    en geen mens staat er bij stil dat

    wie regen trotseert, nat wordt.

     

    Geen mens weet nog hoe de avond,

    rood als een gestoofde appel,

    de voetnoten van de dag inkorft,

    of hoe alles gebeurt als

    men het niet verwacht.


    De nacht sluit je slaap in

    zoals je mond het gemurmel

    van je eigen stormen

    anagram van stromen.

     

    Adem.

     

    De pot van inzicht

    wordt opengedraaid,

    je lichaam weigert en luwt

    en ik, ik frons je voorhoofd,

    ik lees je lippen,

    ik trek je na elke regel

    dichterbij het besef

    dat als het einde nadert

    je zal denken dat het begint.

     

    Stormen of stromen,

    van leven ga je sowieso dood.

    Een infuus als laatste zegen.

    Nog een zalvend ogenblik.

    Iemand zucht, iemand snikt.

    Je drijft uit, je glijdt in

    wit licht zo wit zo licht.

     

    © Marleen De Smet

     

     

    23-01-2012 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Marleen De Smet, Stromen en stormen
    >> Reageer (0)
    25-11-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Herfst

    herfst

     

     

    vliegjes zwermen in

    een windballade een luchtballet,

    ik strek de armen, hef een hiel

    en wentel in cirkels

    van een pirouette

     

    lage zon legt koperlagen

    in kruinen, ik krijg vleugels

    en in het wieken camoufleert

    het volleerde goud

    het grijs van de dagen

     

    het spreekt voor zich

    herfst legt niets uit

    als zomer napraat

    hij schakeert onkruid

    tot stoepbloemen van de straat

     

    © Marleen De Smet

    25-11-2011 om 19:01 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Marleen De Smet, Herfst, Dichten
    >> Reageer (0)
    24-11-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rozentuin, klavierklanken & Spiegels, bakens

    TWEE NIEUWE DICHTBUNDELS

    van Demer Uitgeverij

     

    officiële publicatiedatum: januari 2012

     

    “Rozentuin, klavierklanken”

     

    (6 dichteressen)

    Pocketboek, 64 pagina's

     


     
     

     

    Prijs:

    €14.00

     

    Acht ongepubliceerde gedichten van zes dichteressen: Christina Guirlande, Marleen De Smet, Hannie Rouweler, Nicole Van Overstraeten, Catharina Boer en Rozemarijn van Leeuwen.

     

    Voorwoord door de dichter/vertaler Joris Iven.

     

    Fragment: "...Maar zo is deze bundel niet gestructureerd. Hierin maak ik kennis met dichteressen die elkaar afwisselen met één gedicht. //..//Wat is de bedoeling van deze structuur?, vraag ik me dan af. Het zou de bedoeling kunnen zijn om een soort gemeenschappelijkheid onder deze vrouwelijke dichteressen te accentueren. Allemaal vrouwen, allemaal eenzelfde poëtische stijl en thematiek. Maar dat is helemaal niet het geval. Hoewel de vrouwen afwisselend aan de beurt komen met één gedicht, wordt daarmee niet de gemeenschappelijkheid benadrukt, maar wel de verscheidenheid. En wat een verscheidenheid krijgen we hier onder ogen!"

     

     

    ”Spiegels, bakens”

     

    (6 dichters)

    Pocketboek, 64 pagina's

     


     

     

    Prijs:

    €14.00

     

    Zes dichters: Mark Meekers, Frank Decerf, Guy van Hoof, Maarten van den Elzen, Joris Iven en Frank Despriet. Met ieder acht nieuwe gedichten.

     

    Voorwoord door de dichter/vertaler Christina Guirlande.

     

    Een fragment: "De titel van deze bundel gedichten Spiegels, bakens, met werk van Mark Meekers, Frank Decerf, Guy van Hoof, Maarten van den Elzen, Joris Iven en Frank Despriet, deed mij spontaan denken aan enkele versregels uit Klein boek om het licht heen van Hans Andreus: ‘Ik grens aan twee kanten van het licht/…/ een spiegel kijkt in een spiegel’. Hoewel de zes dichters niet doelbewust naar deze titel toe hebben geschreven, houden zij ons een spiegel voor waarin ze naar zichzelf, naar hun omgeving, naar de samenleving kijken. Ze schetsen soms, net als in een spiegelpaleis, een niet altijd zo fraai beeld van mens en wereld. Gelukkig geeft de spiegel ook meermaals een ‘spervuur’ van kleuren weer (M.v.d.E.) en schrijven we ‘alle dagen in een andere taal’ (G.v.H.)."

     

    Dichtbundel kan vanaf heden besteld en verzonden worden:

    Demer Uitgeverij (p. bundel: € 16, incl. € 2 verzendkosten):

     

    info@demerpress.be

    Hannie Rouweler,

    uitgever

     



    24-11-2011 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Marleen De Smet, Rozentuin, klavierklanken, Spiegels, bakens, Demer Uitgeverij, Hannie Rouweler
    >> Reageer (0)
    09-11-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tweede jaarboek van de Vlaams-Nederlandse Dichtergenootschap 'De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee'

    BELANGRIJK PERSBERICHT

     

     

    Thierry Deleu

     

    VOORSTELLING VAN HET

     

     

    TWEEDE JAARBOEK VAN

    VLAAMS-NEDERLANDS DICHTERSGENOOTSCHAP

    “De 50 Meester-dichters

    van de Lage Landen

    bij de zee”

     

     

    IN DE RAADZAAL VAN HET

    GEMEENTEHUIS VAN KOKSIJDE,

    Zeelaan 303,

    op woensdag 7 december

    om 16.30 u.

     

     

    Programma:

    16.30 u.        Verwelkoming door burgemeester Marc Vanden Bussche

    16.45 u.        Voordracht gedichten door Ilse Chamon, woordkunstenares

    17.20 u.       Kort referaat over “Gelijkwaardigheid en discriminatie in de wereld van de (Nederlandstalige) literatuur” door Thierry Deleu, auteur

    17.35 u.        Overhandiging eerste exemplaar aan de burgemeester

    17.45 u.        Overhandiging van de jaarboeken

    + receptie aangeboden door het gemeentebestuur van Koksijde

    18.30-19 u.  Banket in Hotelschool Ter Duinen Koksijde

     

     

    Voor de gegadigden is er mogelijkheid om tegen een bescheiden bijdrage te tafelen in de gerenommeerde Hotelschool Ter Duinen Koksijde

    30 € all-in

    (aperitief, voor- en hoofdgerecht, dessert, koffie, water en wijn)

     

     

    Thierry Deleu, eerste voorzitter van het internationaal dichtersgenootschap, schrijft in de inleiding: “Toen ik de chef hoorde zeggen dat hij bij “De 33 Meester-koks van België” behoorde, - en zag hoe zijn ogen straalden -, kreeg ik ineens een inval die tot dit boek zou leiden. Ik zou een club van “De 33 Meester-dichters van Vlaanderen” stichten! De kogel was door de kerk; er was geen ontkomen aan: de gastronomie en de kunst van het dichten vonden elkaar en het was liefde op het eerste gezicht! Het aantal “Meester-dichters” werd tot 50 uitgebreid.

     

    Het initiatief kwam onder de ridderlijke bescherming van “De Orde van de Scheermesjes”, de eerste online ridderorde in de Lage Landen bij de zee die op een ludieke wijze haar boodschap uitdraagt. Waar kon het initiatief zich beter thuis voelen? Bovendien is het toekennen van de eretitel “Meester-dichter” té arrogant om niet het relativerende adjectief “ludiek” mee te krijgen.

     

    Toen echter ook dichters uit Nederland belangstelling toonden voor het initiatief, werden er gesprekken gevoerd over de wenselijkheid van een uitbreiding tot “de Lage Landen bij de zee”. Na overleg werd deze optie genomen. “De 50 Meester-dichters van de Lage Landen bij de zee” was een feit.

     

    Een “Meester-dichter” is iemand die uit bescheidenheid het woord nooit zelf in de mond neemt. Hij of zij beschouwt zichzelf veeleer als de “allerbeste tweederangsdichter”. Het initiatief is een te boek gestaafd pleidooi voor tweederangsdichters, niet omdat zij geen mooie poëzie schrijven, wel omdat ze te weinig aandacht krijgen.”

     

     

    DE 50 MEESTER-DICHTERS

    VAN DE LAGE LANDEN BIJ DE ZEE

     

     

    Het aantal werkende leden “Meester-dichters” is vastgelegd op maximum 50 leden. Om tot “Meester-dichter” te kunnen worden benoemd dient er onherroepelijk een periode als “solliciterende Meesterdichter” te worden doorgemaakt. Deze periode omhelst één jaar.

    Dichters die minstens drie gedichten hebben gepubliceerd in een tijdschrift/e-zine of bloemlezing, ofwel gelauwerd of geprijsd werden in de Lage Landen, kunnen in aanmerking komen voor selectie en de titel van “solliciterende Meester-dichter” verwerven.

     

    50 Nederlandstalige dichters werden geselecteerd. Vanaf heden voeren zij de eretitel van meester-dichter van het dichtersgenootschap “De 50 Meester-dichters van de Lage landen bij de zee”.

     

    Het zijn (in alfabetische volgorde en niet volgens de datum van hun selectie):

     

     

    Hilde Boulanger, Marc Bungeneers, Viviane Burssens, Gunnar Callebaut, Martin Carrette, Greta Casier, Hervé J. Casier, Lidy De Brouwer, Leni De Goeyse, Jenny Dejager, Thierry Deleu, Ferre Denis, Didi De Paris, Gwen Deprez, Marleen De Smet, Lieve Desmet, Lieve Devijver, Astrid Dewancker, Fernand Florizoone, Trijntje Gosker (N), Wim de Groot (N), Paula Hagenaars (N), Tine Hertmans, Jan Huyghe, Alexander Konovaloff, Patricia Lasoen, Paul van Leeuwenkamp (N), Cathy Mara, Luc C. Martens, Mark Meekers, Peter Motte, Peter le Nobel (N), Edith Oeyen, Ruud Poppelaars (N), Leonie Robroek (N), Eric Rosseel, Gerard Scharn (N),  Ina Stabergh, Annemie Steenbergen (N), Maurits Sterkenburg (N), Egied Steylaerts, Pien Storm van Leeuwen (N), Henri Thijs, Ingrid Vandepaer, Jozef Vandromme, Herwig Verleyen, Monique Verplancke, Katelijn Vijncke, Nathalie Vilain, Martin Wings (N) 

     

    38 Vlamingen (onder wie de Koksijdenaren Thierry Deleu, Fernand Florizoone, Jan Huyghe en Monique Verplancke) en 12 Nederlanders.

     

     

    Een jaarboek

    Op het einde van de proefperiode van de 50ste “Meester-dichter” wordt een jaarboek op de markt gebracht door Razor’s Edge Edition Gent, ingeleid door Thierry Deleu.

    Vermits de “solliciterende Meester-dichters” pas na één jaar “Meester-dichter” worden”, kan deze bundel ten vroegste één jaar na de geselecteerde 50ste “solliciterende Meester-dichter” verschijnen.

    HET TWEEDE JAARBOEK IS ER! HET IS ZO VER!


    Een derde aanpassing van “De 50 Meester-dichters” komt er aan voor de periode 2011-2012-2013. Alleen bij overlijden, ontslag of klacht wordt een naam geschrapt en door een andere “Meester-dichter” vervangen.

     

    Alle “Meester-dichters” moeten een goede reputatie hebben als mens en als dichter. Zij zijn de toekomst van het poëtisch patrimonium van de Lage Landen bij de zee.

     

    Je kunt mij bereiken op 058/514120 of 0475/811763

    Of via thierry.deleu2@telenet.be

    Indien je wenst te blijven tafelen, bel mij op of stuur een mailbericht aan thierry.deleu2@telenet.be!

     

    Ook familie, vrienden en kennissen van de meester-dichters zijn op beide activiteiten hartelijk welkom!

     

     

    09-11-2011 om 20:17 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    15-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Marleen op Meander



    Drie gedichten van Marleen op Meander (literaire e-zine)

     

    15-10-2011 om 09:41 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Meander, literaire e-zine
    >> Reageer (0)
    14-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Marleen De Smet en Willie Verhegghe in 'Dichter bij mijn stad'

     
     

    14-10-2011 om 11:49 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Stadsdichter, dorpsdichter, Marleen De Smet, Willie Verhegghe, Dichter bij mijn stad
    >> Reageer (0)
    06-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dichter bij mijn stad

     

    Dichter bij mijn stad

     




    Stadsdichters bijeengebracht door Gerard Beense

     

    van stadsdichters en junior stadsdichters uit Nederland en Vlaanderen, ter gelegenheid van de 7e Nationale Stadsdichterschap in Lelystad 2011.

     

    Drie van mijn Galmaardse dorpsgedichten werden opgenomen:

     

    1. De Mark bij de Galmaardse beek de Mark

    2. Nectar en ambrozijn

    3. Onze Pauwel.

     

     

    ISBN 978-94-90834-15-9

    NUR 306

     

    06-10-2011 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Marleen De Smet, Dichter bij mijn stad, Stadsdichters, Gerard Beense
    >> Reageer (0)
    03-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Avondluchten in Diepenbeek door Hannie Rouweler

    Aankondiging nieuwe dichtbundel Hannie Rouweler

     

    “Avondluchten in Diepenbeek”

    (64 blz)

     

    door Hannie Rouweler

     

    www.lulu.com/content/11678038

     

    Pocketboek, 64 pagina's 

     

     

     

     

     

    Prijs:

    €15.00


    Nieuwe gedichtenbundel van Hannie Rouweler. Najaarsuitgave 2011.


    ALLE GEDICHTEN ZIJN GESCHREVEN IN BELGISCH LIMBURG.


    Productdetails

    ISBN nummer

    978-1-4709-3327-2

    Auteursrecht

    Hannie Rouweler (Standaard Copyright Licentie)

    Uitgave

    2011

    Uitgever

    Demer Uitgeverij

    Taal

    Nederlands

    Pagina's

    64

     

    Bindwijze

    Perfect Gebonden Paperback

    Inkt binnenkant

    Zwart-wit

    Afmetingen (cm)

    19.1 breed × 19.1 hoog

     


    Bundel is te bestellen vanaf november a.s. € 15 (incl. verzendkosten binnen Nederland en België).

     

    info@demerpress.be

     

     

    03-10-2011 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Hannie Rouweler, Avondluchten in Diepenbeek, Uitgeverij Demer
    >> Reageer (0)
    03-09-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Inleiding bij voorstelling 7de roman van Thierry Deleu


     

    Inleiding bij voorstelling 7de roman van Thierry Deleu

    (3 september 2011)






     


    Niets is wat het lijkt

     

     


    Mijnheer de eerste schepen,

    Dames en heren,

    Beste Thierry,

     

    Wij vangen aan met een boek zoals we in een koud bed stappen. Wij vinden er slechts genoegen in wanneer wij er de goede sfeer in hebben geschapen: de onze. En als je een boek hebt uitgelezen, vouw je het doorgaans dicht en leg je het opzij. Met het nieuwe boek van Thierry Deleu: Niets is wat het lijkt is dat niet anders, met dat ene verschil: het blijft op de nachtkast nazinderen.

     

    Op een kladje schreef ik: Thierry Deleu = gedichtenbundels, romans, essays, recensies, biografieën, bloemlezingen, leerboeken, schrijver, leraar, directeur, kabinetsattaché, uitgever, redacteur, ridder. Het werd meermaals en terecht herhaald: niets is Thierry Deleu vreemd.

     

    Is het een hobby, een passie, een obsessie? Thierry is een schrijver. Een veelschrijver, zegt hij zelf. Ik noem hem een deelzame waarnemer van het hectische in de schrijversmetropool, m.a.w. als eerste voorzitter van de Meester-dichters van de Lage Landen bij de zee verenigt hij een gezelschap van bekende en minder bekende schrijvers aan wie hij kansen en een platform biedt.

     

    In 2002 verscheen in de Creuse Trilogie de eerste roman van Thierry Deleu, met als titel Eindterm. Vandaag, 3 september 2011, is hij aan zijn zevende roman toe.

     

    Niets is wat het lijkt telt 115 bladzijden en is het resultaat van 6 maanden schrijven. Het is geen klassieke maar een psychologische roman, omdat de nadruk wordt gelegd op het innerlijk van de karakters, op de motieven, de omstandigheden en de handelingen en gedachten van zijn personages.

     

    De titel Niets is wat het lijkt legt -in de moraliteitsgeest van vandaag- een werkelijkheid bloot die jaren terug met de mantel van de liefde werd toegedekt. “Toen” dat waren andere tijden, andere zeden, andere gewaarwordingen en verklaringen en andere temperamenten. Mag u zich verwachten aan een volgend schandaal dat wordt blootgelegd? Ja en neen. Twee hoofd-  en enkele bijpersonages worden met begrip belicht. Geen vooroordelen, maar een bevestiging van de hypocrisie uit het verleden die u meneer en u mevrouw al jaren vermoedt. Het verhaal van de mensen samen en de mensen afzonderlijk, innerlijk en uiterlijk, hun gemoed, hun last en lust, hun seksuele honger en hunkering, hun boetedoening.

     


    Het verhaal in een notendop

     

    Riet en Dirk zijn de hoofdpersonages waarmee de auteur niet alleen verwarring zaait, maar verwondering oogst.

     

    Dirk is geobsedeerd door Riet, zijn eerste lief. Om haar te benaderen gaat hij naar het schoolbal waar zij fladdert als een vlinder. Zo ook zoekt hij haar op in het klooster, waar zij als Zuster Rita zal uittreden (heel doordacht van de auteur want de H. Rita is de beschermheilige der onmogelijke zaken). Vervolgens bezoekt Dirk haar in haar flatje in Kraainem, de uitvalsbasis voor haar luxe escortewerk.

     

    Riet is ongewoon nieuwsgierig naar het leven en maakt na een jeugdtrauma een constante stand van zaken op. Eens om de zoveel tijd valt zij ten prooi aan wat haar lichaam en geest dicteren. Vluchtend voor wie zij liefheeft gaat zij een gevecht aan met de demonen, haar boze engelen. Tijdens haar zoek- of ontdekkingstocht is zij zowel hartstochtelijk als destructief, tot zij het hoofd moet buigen voor de werkelijkheid.

     

    Dirk is gefascineerd door de mysterieuze Riet, over wie hij zich ongedwongen ontfermt. Thierry Deleu bedient zich van Dirk om Riet voor te stellen en haar te laten zien zoals hij haar ziet: als een speelvogel, stoeipoes, non, hoer, echtgenote. Beiden, Dirk en de auteur, laten de lezer toe haar te ontdekken. Riet wordt centrum en onderwerp.

     

    Niet is wat het lijkt zorgt ervoor dat je soms met dichtgeknepen keel de bladzijden omslaat. Misbruik, kloosterleven en prostitutie zijn de kapstokken waaraan de auteur zijn verhaal ophangt. Met verve slaagt Thierry erin de tijdsgeest accuraat te schetsen. Het taboe dat toen heerste, doorbreekt hij en laat de tijdloze ervaringen van jonge volwassenen zien.

    Een grote troef is dat Thierry Deleu gaandeweg, maar zuinig, kruimeltjes rondstrooit die naar het antwoord leiden.

    Naarmate je verder leest worden de karakters van de personages volledig geportretteerd in hun acties en dialogen. De korte hoofdstukken en de vlotte afwisseling tussen de dialogen zorgen ervoor dat het strakke tempo van begin tot het eind wonderwel gehandhaafd blijft.

     

    Niets is wat het lijkt is geen lange tirade maar leest vlot, mede omdat bepaalde passages bewust vaag worden gehouden terwijl andere uitgediept worden zonder te vervallen in psychoanalyses of gezeur.

    Met het aantrekken en het afstand houden tussen de personages Riet en Dirk, houdt Thierry het verhaal in constante spanning.

     

    Het boek is gestructureerd in een verspringend perspectief wat voor sommigen het lezen bemoeilijkt, maar met een kleine moeite vindt iedere lezer zijn verhaal.

    De auteur overkoepelt de hoofdpersonages en staat als het ware 'boven' het verhaal. Hij is diegene die neerziet op alles wat gebeurt. Tegelijker tijd speelt de auteur met de twee perspectieven. Dat is naar evenwicht zoeken tussen twee of meer invalshoeken, dat is een moeilijk te hanteren structuur. Toch slaagt Thierry erin op schouderhoogte te blijven en zo met de personages mee te kijken. Daardoor wordt een filmisch effect gecreëerd. Door het mozaïek van verschillende camerastandpunten ontstaat een beeld van het hele verhaal, dat tegelijker tijd intiem en universeel is.

     

    Zij ruikt naar pas gemaaid gras / haar lippen beginnende dauw / dauwdraden waaraan vlinders zinderen. Ik voel hun vleugels trillen/ als zij kreunend openbarst / haar schoot mijn bloeiende dood.

     

    Origineel -en ook functioneel- laat Thierry zich zien als een poëet. Bij de aanvang van elk hoofdstuk, biedt hij een kortgedicht aan. Daarmee gunt hij de lezer de tijd om zich onder te dompelen om vervolgens ontspannend verder te lezen. Want vrij snel weet u dat u niet moet afrekenen met ellenlange afgejakkerde hoofdstukken maar bondige, heldere en klare taal. Hij maakt de lezer nieuwsgierig en vergrendelt hem – wars van omringende geluiden - met de verhaallijn.

     


    Is het boek autobiografisch?

     

    Een schrijver verplaatst zich gemakkelijk in zijn personages, in die mate zelfs dat –als ik de auteur niet zou kennen- me zou afvragen welke figuur hem het meeste op het lijf is geschreven. We mogen niet vergeten dat schrijvers beschikken over een sterk inlevingsvermogen. Er zitten inderdaad autobiografische bouwstenen in het boek: dat zijn elementen die elke schrijver in zijn laboratorium verwerkt. Een boek is een cocktail, waarin altijd brandstof van de schrijver zal zitten, alleen weet de lezer niet dewelke.

     


    Cover

     

    De cover is een ontwerp van Peter Deleu, met als trekpleister een schilderij van de bekende Antwerpse kunstenares Mia Govaerts: een engelachtig en hermafrodiet archetype die de lezer gevoelig en indringend, aankijkt. Die blik zet meteen de toon voor de drie hoofdfiguren: Dirk en Riet in harmonie met elkaar verbonden. De auteur is de duif. Maar is het wel zoals het lijkt?

     


    Waarom dit boek lezen?

     

    Vanaf het begint grijpt het verhaal u bij de lurven en sleept u moeiteloos mee naar de slotpagina.

    In Niets is wat het lijkt wordt niet oneindig gemoraliseerd maar wordt geformuleerd hoe het verder kan.

     

    Met dit boek draagt Thierry een boodschap uit.

    Is er enige overeenkomst tussen een hoer en een non? Tja, het zijn eigenlijk twee zijden van dezelfde munt. In de ene baan wordt de seksuele energie onderdrukt, in de andere baan springt zij eruit. Ik denk dat ieder mens, naast de vele andere archetypes een non en hoer in zich heeft. Het zijn oerkenmerken die we allen in ons dragen… van vóór de tijd dat Adam in de appeltjes van Eva beet.

     

    Wacht niet te lang, het boek verdient het te worden gelezen. Thierry’s nieuwe roman is een venster op een maatschappelijk probleem dat meer en meer het daglicht ziet. Niets is wat het lijkt is zoals niets is wat het lijkt.

     

    Thierry, ik hoop dat zowel jong als oud de weg naar je nieuwe boek zullen vinden en zoals Friedrich Nietzsche schreef: wil je iets wezenlijks bereiken: twee punten en een rechte lijn volgen… blijf uw ding doen. Van ganser harte gefeliciteerd.

    Marleen De Smet

     

     

     

    03-09-2011 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Thierry Deleu, niets is wat het lijkt, Marleen De Smet
    >> Reageer (0)
    01-08-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vanzelfsprekend

     




    01-08-2011 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Marleen De Smet, vanzelfsprekend, Pauline Niks, De Vallei
    >> Reageer (1)
    13-06-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."Vanzelfsprekend" in De Vallei


    De Vallei

     

    (blogmaster François Vermeulen)

     

     

    Het gedicht “Vanzelfsprekend” werd opgenomen in “De Vallei V” bij een kunstwerk van Pauline Niks.

     

    http://devallei.skynetblogs.be/

     

     

    13-06-2011 om 10:11 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Marleen De Smet, François Vermeulen, De Vallei, Vanzelfsprekend
    >> Reageer (0)
    11-06-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Viviane Burssens veert met de veerman

    Viviane Burssens veert met de veerman



     
     

     

    April 2011. De nieuwe veerdam van Schellebelle werd plechtig geopend.

    Ook het nieuw gebrouwde 'Schellebellebier' werd bij de inhuldiging voor het eerst geschonken.

    Een gedicht van Viviane Burssens hing tussen de vele foto's en enkele gedichten van lokale (Achiel Janssens, Willy Van Doorselaer) en bekende (Hanny Michaëlis) schrijvers.



      

     


    Sinds november 2009 werd de veerdienst op zijn vertrouwde plek stilgelegd en tijdelijk –vervangen door een drijvend ponton. Intussen werden grootschalige werken  opgestart die anderhalf jaar en anderhalf miljoen later ter beschikking staan van de bevolking. De veerdam in Schellebelle zorgde in 2009 voor liefst 85.000 overzetten, maar was eigenlijk moeilijk toegankelijk. Om aan dat euvel iets te verhelpen werd beslist om een drijvend ponton in de Schelde aan te brengen dat enkel op en neer kan bewegen met de stand van de Schelde tussen twee vaste peilers. Een 30-meterlange loopbrug zorgt voor de toegankelijkheid waardoor voortaan ook mindervaliden probleemloos tot aan de veerboot kunnen raken.

     


    11-06-2011 om 09:52 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Viviane Burssens, Schellebelle, poëzie
    >> Reageer (1)
    12-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Van alles 1 + 1 (nieuwe verzamelbundel Demer Uitgeverij)


    Jubileum uitgave Demer Uitgeverij

    (gedichten van dichters uit Nederland en Vlaanderen)

     

    Van alles 1 + 1

     

     

      

    Preview

     

     

    Ieder met twee reeds eerder gepubliceerde gedichten. Keuze a.d.h.v. eigen bundels (publicaties) bij Demer Uitgeverij, en/of deelname aan diverse groepsbundels.

     

    Catharina Boer, Piet Brak, Frans August Brocatus, Bernard de Coen, Frank Decerf, Jenny Dejager, Thierry Deleu, Maarten van den Elzen, Gijs Gellings, Paul Gellings, Julie Goderis, Christina Guirlande, Albert Hagenaars, Paula Hagenaars, Tine Hertmans, Guy van Hoof, Joris Iven, Roger Nupie, Francis De Preter, Hannie Rouweler, Marleen De Smet, Rose Vandewalle, Willie Verhegghe, Lief Vleugels.

    MET EEN NAWOORD van THIERRY DELEU.

     


    Editie: 2012 (vanwege driejarig bestaan)

    ISBN nummer 978-1-4476-2894-1
    Pocketboek, 64 pagina's


    LEVERBAAR VANAF HEDEN
    : € 14,00 (INCLUSIEF verzendkosten binnen BE en NL)

     

    Demer Uitgeverij

    Hannie Rouweler

    info@demerpress.be

    Boek website www.lulu.com/content/10479421

    12-05-2011 om 19:38 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Van alles 1 + 1, Demer Uitgeverij, jubileum dichtbundel
    >> Reageer (0)
    29-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Twee dorpsdichters en een stadsdichter verzamelden bij Marnixring



    Afgelopen woensdag verzamelden niet minder dan drie stads- en dorpsdichters uit de regio in de Kalvaar in Voorde. Willie Verhegghe, de Ninoofse stadsdichter, Gaby Desmyter, de dorpsdichter uit Lierde en Marleen De Smet, de Zarlardingse die dorpsdichter is in Galmaarden lazen er voor uit eigen werk. Dat gebeurde tijdens een gezellige avond op uitnodiging van de Marnixring Ninove, de serviceclub die cultuur hoog in het vaandel draagt.

    Foto en tekst: Marino Verbeken

     
    XML:NAMESPACE PREFIX = O />

    29-04-2011 om 13:56 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:stadsdichter, dorpsdichter, Willie Verhegghe, Gaby Desmyter, Marleen De Smet
    >> Reageer (0)
    23-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ebbe en vloed - nieuwe dichtbundel van Thierry Deleu



    Gesprek met Thierry Deleu naar aanleiding van zijn zoveelste nieuwe bundel

     

    Ebbe en vloed

     

     

    We beginnen met een biografisch overzicht van Thierry Deleu. De auteur woonde tot 1976 in Wevelgem. In 1966 richtte hij met Lionel Deflo het tijdschrift Kreatief op. Daarna leerde hij de kunstschilder Marcel Coolsaet kennen, met wie hij het tijdschrift Boulevard oprichtte in 1970. Vanaf 1976 was Deleu woonachtig in Harelbeke, aan de Vlaanderenlaan, en bij zijn oppensioenstelling in 2000 verhuisde hij naar Oostduinkerke. Deleu stond beroepshalve in het onderwijs, respectievelijk als leerkracht, directeur en kabinetsattaché. Als auteur publiceerde hij gedichtenbundels, essays, romans, biografieën, bloemlezingen en leerboeken Nederlands. Thierry Deleu stond aan de wieg van meerdere literaire en culturele activiteiten. Hij organiseerde tentoonstellingen en belichtte uitvoerig de Harelbeekse burgemeester, wijlen Marc Bourry, de dichter André Velghe en de Antwerpse auteur Guy van Hoof. Met deze laatste begon hij de kleinschalige uitgeverij Het Schaap, als een uitloper van het tijdschrift Boulevard, waarin hij samenwerkte met beeldend kunstenaar Marcel Coolsaet. Hij publiceerde bijdragen in de belangrijkste tijdschriften van de Lage Landen bij de zee. De evolutie van zijn werk is terug te vinden in de twee essays die Guy van Hoof over hem schreef: Aan wat overblijft heb ik genoeg (1986), en Thierry Deleu, jager in zijn grondgebied (2000).

    Ebbe  en vloed is je laatste gedichtenbundel. Ik merk dat je af en toe bundels publiceert als netbook. Waarom?

    Internet is een uitstekend medium om velen te bereiken. Maar ik beschouw deze wijze van publiceren ook als een soort van dankbaarheid aan mijn vele lezers. Een gratis cadeau uit erkentelijkheid. Maar dit is zeker geen signaal dat het boek in papiervorm zou zijn afgedaan, zeker niet, ik blijf het boek in zijn verpakte vorm koesteren. Eb en vloed zijn gedichten over reizen en thuiskomen, weggaan en terugkeren, ook in gedachten. De bundel kan als netbook worden gelezen op
    http://www.knightsrazor.be/xDocs/EvEnVloed.pdf

    Geen heimwee naar Harelbeke?

    Neen, wij wonen nu een kleine tien jaar aan zee in Oostduinkerke, op enkele stappen van de duinen, het strand en het water. Op het einde van een rustige, doodlopende laan. In een klein appartementsgebouw met slechts vijf gezinnen. Allen gepensioneerd, de meesten komen uit het onderwijs.
    Natuurlijk volg ik nog een beetje de politiek in Harelbeke. Ten slotte heb ik er veertien jaar een actieve rol gespeeld, vooral echter achter de coulissen, als tekstschrijver en campagneleider. Tot 2006 stelde ik hier ook altijd mijn boeken voor in de stadsbibliotheek.
    Bovendien heb ik er tweeëntwintig jaar les gegeven. In 1988 werd ik directeur secundair onderwijs in Tielt.

    Wat denk je van het huidige politieke landschap in je oude gemeente?

    Ik heb de coalitie CD&V en SP.a helpen op de rails zetten. Maar waar ik bijzonder trots op ben, is de verjonging van de lokale SP.a. Ik heb uitgevoerd wat ik altijd beloofd had: mijn generatie een stap opzij doen zetten voor een jonge, ambitieuze nieuwe generatie.

    Van jou wordt gezegd dat je geen socialist was in hart en nieren. Is dat zo?

    Dit moet ik toch even nuanceren. Indien je bedoelt dat ik enerzijds voor een links-liberale koers kies en anderzijds een Vlaming ben in hart en nieren, dan heb je gelijk. Radicaal links ben ik nooit geweest, maar wel sociaalvoelend en een fervente verdediger van de belangen van de kleine man. Op voorwaarde dat hij zich gedraagt en er niet op uit is om te profiteren van de sociale zekerheid. Laat ons zeggen dat deze houding mijn persoonlijk socialisme is. Bovendien heb ik nooit de ambitie gekoesterd om op een lijst te staan, wat gezien mijn plaats in de partij had gekund. Ik ben geen modale politicus.

    Mag ik weten welke stem je nu uitbrengt?

    Dat is privé. Maar laat mij het zo stellen: ik wil een doordacht confederaal België. Een land met vier deelstaten: Vlaanderen, Wallonië, Brussel en het Duitstalig landsgedeelte. België hoeft niet op te houden te bestaan, maar de gemeenschappen moeten bijna alle bevoegdheden in handen krijgen. Ook de koning mag blijven, maar dan met een bevoegdheid die nauwelijks indruk maakt en met een koninklijke familie die geen dotatie meer krijgt. Wie steenrijk is, hoeft geen beroep te doen op de kleine man, dit is immoreel.

    Nu een eerste vraag over de aanleiding tot dit gesprek: je schrijft je te pletter.

    Ja, ik geef toe: ik ben een veelschrijver. Ik schrijf gepassioneerd. Schrijven is geen hobby, maar een passie geworden sinds ik met pensioen ben. Vijf uur per dag. Drie dingen overheersen mijn laatste winter: reizen, schrijven en de kleinkinderen. Schrijven dus. Sinds ik met pensioen ben, schreef ik zes gedichtenbundels en zeven romans. Ook een paar essays waarvan er een al aan zijn tweede druk is.

    Waarom zoveel gedrevenheid?

    Of bedoel je: moet dit nog? Waarom niet? Ik zou kunnen antwoorden met een cliché: ‘om mij te bevestigen’, maar er is meer: schrijven is een nieuwe wereld creëren, een middel om je af te reageren, een extra kans om te overleven.

    Een nieuwe wereld, zeg je. Je gedichten en je romans zijn pure fantasie?

    Ik wist dat je dit zou vragen. Mijn boeken zijn deels autobiografisch, onder andere omdat ik kapstokken nodig heb om mijn verhaal aan op te hangen. Vele personages zijn deels fictief, deels niet-fictief. Vele situaties en personages zijn echt, maar met kleine wijzigingen om niemand te kwetsen. Vaak versmelt ik twee bekenden tot één fictief personage. Maar altijd heb ik bekende mensen in mijn blikveld. Tussen alle fictie ontwaart een aandachtige lezer veel herkenningspunten en dat maakt het lezen ook zoveel boeiender.

    Dat je een goede schrijver bent, daar is iedereen het erover eens. Dat je veel schrijft, ook. Als dichter heb je je literaire sporen verdiend, je bent zonder meer een van de betere liefdespoëten van de Lage Landen bij de zee. Ook als essayist en biograaf ben je niet meer aan je proefstuk. Ik wil het echter hebben over Deleu als romanschrijver.

    In 2002 verscheen je eerste roman, Eindterm, het eerste deel van een trilogie.
    Die eerste roman ging in hoofdzaak over de tijd dat je op het kabinet Onderwijs werkte van 1995 tot 1999. Na dit eerste deel van de Creuse Trilogie verscheen in 2003 Amélie Laforêt en in 2004 de historische roman Arsène du Frêne, heer van La Vallade.
    In Amélie Laforêt is het decor de Creuse, spec. de streek rond Confolent en La Vallade. Ook de historische roman Arsène du Frêne, heer van La Vallade speelt zich daar af, in de jaren na de opheffing van de Orde van de Tempeliers.

    In Arsène du Frêne, heer van La Vallade onthul je ook inwijdingsrituelen, waarbij opvalt dat zij verwant zijn met die van de Loge. Is dit fictie?

    Ik ben een niet meer actief lid van de Vrijmetselarij, maar ik zie ook wel de realiteit achter de boodschap. Ook hier, zoals in elke vereniging of genootschap, heb je met mensen te doen. Ik moet je niet uitleggen hoe mensen zijn. Of toch? Mensen hebben goede en slechte eigenschappen, deugden en ondeugden.
    Mensen creëren complexe sociale structuren, die bestaan uit talrijke samenwerkende en concurrerende groepen. In dezelfde groep verschillen mensen opnieuw van elkaar vanwege onverenigbare ideeën. In dezelfde groep vind je tolerante mensen en fanatici. Ik heb de waarheid altijd gezocht tussen deze twee extremen.

    Terug naar je romans. Na de Creuse trilogie kwam er een roman over psychiatrie en schizofrenie. Ook autobiografisch?

    Klamme handen verscheen in 2006. Het is het verhaal van een zachtmoedige, enigszins eigenzinnige psychiater. Ik heb mij hiervoor grondig gedocumenteerd en ook met bevriende dokters gepraat. Ik kan niet verhelen dat ik de toestanden in een psychiatrische instelling goed ken. Ik heb mij vlot kunnen inleven in de wereld van de schizofrenie.

    De vraag echter naar de verhouding tussen feit en fictie is een vraag die door de lezer vaak wordt gesteld en die ook nooit naar complete voldoening beantwoord wordt. Is dit niet zo?

    Ja, dat is juist. Een roman zegt veel over de schrijver.

    Na Klamme handen waag je je aan een politieroman, De doden zwijgen niet uit 2008.

    Moord en wedermoord is de rode draad in het verhaal. Het is een literaire politieroman, waarbij ik probeer het onderzoek te beschrijven zoals dat het in de werkelijkheid zou plaatsvinden. Het wordt echter ingebed in een homofiele relatie en in de spielerei van een vrouwelijke rechercheur.

    Ook “Wie schrijft, die blijft” breng je dikwijls te berde.

    Ik besef dat ook mijn eigen leven voorbijgaat. Met mijn werk wil ik sporen laten in de tijd en zo een vorm van “onsterfelijkheid” bereiken.
    Daarnaast probeer ik ook greep te houden op de werkelijkheid die mij omringt. Naar mijn overtuiging zijn mens en werkelijkheid heel complex. De mens is een mysterie en steeds is hij op zoek naar het eigen “ik”. Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Waar ga ik naar toe?
    Schrijven is voor mij een zoektocht naar de eigen identiteit. Daarom heb ik het in mijn boeken - vooral in de romans, maar ook wel in mijn poëzie - over mijn eigen afkomst en over machten en machthebbers die mijn leven mee hebben bepaald. Macht staat niet los van personen, instanties en stelsels.

    Je zesde roman, Liefde en dood op Sint-André, wordt door critici de beste tot op heden genoemd.

    Voor mij zijn Eindterm en Liefde en dood op Sint-André de betere romans van de zes. In Liefde en dood op Sint-André richt ik een virtuoos vergrootglas op de gapende wonden die de liefde kan opleveren. Ik probeer aan te tonen dat het thema nog even vers is als in de tijd van de Grieken.
    Het verhaal breng ik met zoveel ironische distantie, humor, liefde en intelligent gemopper dat de lezer er zich in herkent.
    Behalve over de liefde, gaat dit boek ook over de schaamte, de wroeging, de spijt.

    Fictie toch?

    Ik stoei met het autobio-genre dat zich toelegt op de adem van het onechte. Op een wonderlijke manier lijken het heerlijke leugens, verzonnen verhalen.

    Is Liefde en Dood op Sint-André een therapeutisch sprookje? Wordt hier de verbeelding ingezet om een diepere werkelijkheid te verdoezelen?

    Ik heb al eerder semi-autobiografische romans geschreven, maar deze keer lijkt de noodzaak voor deze roman urgenter te zijn dan voorheen. Pijn is een terugkerend element in het boek: de pijn om achtergelaten te worden. Deze pijn moet ongedaan worden gemaakt en dat kan alleen door na te denken over wie je bent en waar je vandaan komt en door onder woorden te brengen waardoor de relatie zou kunnen zijn stukgelopen.
    Liefde en dood op Sint-André gaat echter niet alleen over de liefde, maar ook en misschien vooral over eenzaamheid, ontgoocheling, zelfonderzoek, verraad, verlies, verbittering, negatieve gevoelens die even rap weer omkeren in nieuwe liefde.

    Vindt je werk, zowel je poëzie als je romans, een breder publiek?

    Nu nog meer dan vroeger. Dat zal - hoop ik - te maken hebben met de kwaliteit van mijn werk zelf, maar ook met de verbreding van mijn actieradius. Een tafelspringer word ik echter nooit.
    Ik probeer de regie over mijn leven te behouden zodat ik niet hulpeloos rondzwerf, maar mijn leven nu verschilt echter hemelsbreed met het leven voordien. Ik sluit mij minder af van de literaire wereld. Ik durf de lat hoger leggen.
    Liefde en dood zijn thema’s van alle tijden. Niet voor niets is dood het laatste woord in de titel, want na liefde volgt onherroepelijk de dood.

    Ik zou het niet beter kunnen zeggen.

    Liefde is altijd binnen handbereik en vormt meestal het thema, al loert onvermijdelijk de dood om de hoek en daar moet nog mee worden afgerekend. Liefde geeft mij een nieuw elan, een andere visie, terwijl onrust om de dood wordt omgezet in vitaliteit.

    Wat staat er in 2011 op het getouw?

    Binnenkort komt een biografie uit over een bekend politicus aan de Westkust. In mei geeft Demer Uitgeverij mijn nieuwe verzamelbundel Strandjutter uit. In september verschijnt een nieuwe roman, Niets is wat het lijkt en einde jaar redigeer ik het 2de jaarboek van “De 50 Meester-dichters van de Lage Landen bij de zee”. Deze drie uitgaven worden voorgesteld op het gemeentehuis van Koksijde.

    Dank voor dit gesprek.

    Georges de Courmayeur

     

    Zie ook op De Geletterde Mens 

    23-04-2011 om 20:37 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Thierry Deleu, Ebbe en vloed, dichtbundel
    >> Reageer (0)
    14-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De drie stadsdichters - poëzie uit de Denderstreek

     

    Bijlagen:
    dNB_april_2011.pdf (139.4 KB)   

    14-04-2011 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De drie stadsdichters
       
     
     

    14-04-2011 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Marleen De Smet, Gaby Desmyter, Willie Verhegghe, Marnixring, stadsdichter, dorpsdichter, Kalvaar
    >> Reageer (0)
    28-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gedichtendag te Geraardsbergen



    Muzikale begeleid door 'Smet à porter’ (Stefan De Smet) uit Geraardsbergen

      


    Insomnia

     


    Die avond liet de maan

    haar kraters zelfs de achterkant

    van haar tong zien. De nacht

    wordt lang, sprak ze zelfvoldaan,

    wie niets afwerpt is gezien.

     

    De onrust wild hield niets

    voor bekeken en wolken

    rafelend tot lippen

    hebben zich hoogweg

    verzoenend afgewend.

     

    Een duif in de nok

    van de kerk sloeg

    haar vleugels rond haar nek

    voor de nacht zo lang,

    zo bang.  

     

     

     

     

    Nacht

     


    De nacht breekt open. Hoor hoe

    duister zich vergaapt aan het afwentelen

    van de dag. In een boomkruin sikkelt

    de maan een hangmat tussen

    kale takken. Ik lig

     

    in de gloedholte, goudgeel.

     

    Aan elke uiteinde wiegen dromen van

    oost naar west. Ik verlies het noorden,

    word het wakker zijn moe en zink

    dieper en dieper naar  morgen

    is vandaag een herinnering

     

    © Marleen De Smet

     

     

    28-01-2011 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Gedichtendag 2011, Smet à Porter, Marleen De Smet, Nacht, country
    >> Reageer (0)
    24-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    Galmaarden: de uitreiking van de Bronzen Urbanus 2010 en bekendmaking Dorpsdichter 2011.

    (Opname video: Interactiefbosmans)

    24-01-2011 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    23-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Galmaardse Dorpsdichter 2011





    Dorpsdichter Galmaarden 2011

     

     

     

    Tijdens de uitreiking van de Bronzen Urbanus aan Luc Ooghe voor zijn terechte muzikale verdienstelijkheden werd ik officiëel aangesteld als dorpsdichter Galmaarden 2011. Hiermee treed ik in de voetsporen van mijn grote broers Roland Bourguignon, Albert Schrever, Jan Heyvaert en Rik Wouters. De avond was tot in de puntjes verzorgd. Galmaarden weet van wanten!



     


    De Galmaardse beek

     

    De Mark

     

     

    Gewiekst soms wulps soms wispelturig

    slingert de markiezin in de greep van

    haar oevers. Heerlijk hoe de lage zon

    haar beloop verzilvert en goudlagen

    legt in de kruinen. Een knotwilg kruist

    de knokige takken voor de nesteling.

     

    Luister, het land galmt waar water

    stoeit zoals het stoeien moet met

    de spiegeling van een wolkenstoet.

    De aarzeling de razernij nabij klotst

    en kringelt de ruigte tot lispelen.

    En als een pianist bespeelt regen haar

    golvende dijen. Welke slagvaardige waagt

    de dans? De watermolen -van malen

    moe- walst het troebele tot bruidsbruis.

    Alles goed en wel, maar geradbraakt

    blaast een vis een laatste bel. Rietkragen

    buigen door de deining aangeslagen.

     

    Tot wie dit leest:

    water is drachtig van komen en gaan.

    En wij, wij zijn of worden weer kinderen

    starend naar later, naar waar het maanlicht

    glinstert in haar nachtelijk geklater, naar

    waar alle sterren op haar zijn gericht.

     

    Marleen De Smet





    Rik Wouters geeft het dorpsdichterschap door.



    Alle Galmaardse dorpsdichters op een rij (van links naar rechts: Albert Schrever,
    Roland Bourgoignie, ikzelf, Rik Wouters en Jan Heyvaert).



    Luc Ooghe neemt de Bronzen Urbanus in ontvangst.

    23-01-2011 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Marleen De Smet, dorpsdichteres Galmaarden, Albert Schrever, Roland Bourguignon, Rik Wouters, Jan Heyvaert
    >> Reageer (0)
    20-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dichters dromen Lucide (2de druk) door Thierry Deleu

    Essay DICHTERS DROMEN LUCIDE

     

    van Oostduinkerkenaar Thierry Deleu krijgt 2de druk!

     


     

     

    Demer Uitgeverij stelt herziene druk in het vooruitzicht voor 2011

     

    DICHTERS DROMEN LUCIDE

    10 JAAR NEDERLANDSTALIGE POËZIE -

    EEN EIGENGEREIDE KEUZE

    ESSAYS

     

    Thierry Deleu bespreekt uitvoerig gedichtenbundels van François Vermeulen, Edith Oeyen, Bert Bevers, Jenny Dejager, Eric Rosseel, Peter Theunynck, Francis De Preter, Frans Depeuter, Christine D’haen, Bärbel Geijsen (N), Frans Kuipers (N), Jan Lauwereyns, Bert Lema, Xavier Roelens, Lies Van Gasse, Ina Stabergh, Philippe Cailliau, Job Degenaar (N), Mark Meekers, Tine Hertmans, Hannie Rouweler, Joris Iven, Joris Maurits Vanhaelewyn, Gerry van der Linden (N), Fernand Florizoone, Catharina Boer (N), Marleen De Smet en Julie Goderis.

     

    In zijn Ten Geleide schrijft Deleu:

    “Algemeen is schrijven voor de meeste schrijvers en dichters ontsnappen uit de rauwe werkelijkheid, ver weg van desillusies, agressie en domheid. Schrijven is ook afrekenen met clichés, (waan)beelden, foute interpretaties, verkeerd imago, opdringerigheid, overregulering. Therapeutisch? Ja, zeker! Schrijven is afreageren. Schrijven is ook een nieuwe werkelijkheid creëren waar het aangenaam is om te vertoeven, waar personages opduiken die je anders nooit zou ontmoeten, waar je van twee, drie mensen uit je omgeving één nieuwe mens maakt, met ofwel alle deugden ofwel alle ondeugden van hen. Schrijven is ook taboes doorbreken, jezelf de kans gunnen om in de fout te gaan, om dagelijkse tot doodzonden te verheffen, om aan je verbeelding macht te delegeren om er een personage mee onderuit te halen. Schrijven is dichten, vertellen, overtuigen, wenen, uitbundig leven, anderen beoordelen, loven, kritisch bijsturen, te boek stellen.

    In dit essay beperk ik mij echter tot de poëzie. Een recensie heeft twee doelen: enerzijds consumentenvoorlichting en anderzijds duiding. In een goede recensie gaan die twee samen. Door de bundel historisch, maatschappelijk en cultureel een plaats te geven, maakt de recensent zich tot een consumentenvoorlichter.

    Volgens smaak, perceptie en voorkeur, of je nu zelf dichter bent, of je herhaaldelijk uitspreekt over (de waarde van) poëzie, of als gewone lezer, sommige gedichten zullen jou aanspreken en andere zullen jou niets zeggen, sommige dichters zullen jou verrassen of bekoren, of jou de bevestiging brengen van een (eeuwige) belofte of een vaste waarde. Eigenlijk maakt dit niet veel uit. Belangrijker is de aandacht die dit essay wil vestigen op de literaire ongelijkheid waardoor “alle dichters niet gelijk zijn voor de wet”. Het kan niet zijn dat elementen zoals leeftijd (debuterende dichter of outsider, favoriet of verguisde), uitgeverij (in welke vorm ook: van eigen beheer, printing-on-demand tot erkende uitgeverij), mediabelangstelling, vriendendienst, meespelen bij de beoordeling van het werk. “Niet alle dichters zijn gelijkwaardig” is een beter statement, op strikte voorwaarde dat de parameter hier de kwaliteit is. We weten echter hoe vaak de subjectiviteit een rol speelt.

    Het is moeilijk, maar we geraken er wel uit. De perfectie is (nog) niet van deze wereld.

    De dichters die ik eigengereid gekozen heb, hebben mij aangenaam verrast of de bevestiging gebracht van hun talent.”

     

    Achteraan het essay werpt Deleu zich nog eens op als de advocaat van de gediscrimineerde auteurs in zijn pleidooi voor gelijkwaardige behandeling.

    “Geconfronteerd met de malaise in de literaire wereld durf ik nogmaals stellen dat vooral de overheid verantwoordelijk is.

    Niet het distributiesysteem stel ik in vraag, maar wel de afwezigheid in de rotatie van debutanten en auteurs die geen “gevestigde” uitgeverij vonden of die niet bij een “commerciële” uitgever wensen te publiceren, vind ik discriminerend.

    Uitgevers voelen zich bedreigd door de overschotten, door de terugval van het aantal lezers (hun klanten), door de concurrentie op het Internet en vragen een verhoging van de overheidssteun. Indien hun analyse de juiste zou zijn, dan is hun diagnose zeker fout.

    Ik bied nogmaals een oplossing aan: start het “Plan Boek” op en vertrek vanuit drie prioriteiten. Primo: een collegiale en transparante procedure tot aankoop van boeken, en/of subsidiëring van de auteur, secundo: een overheidscommissie die de ingestuurde boeken beoordeelt en afhankelijk van dit oordeel een aantal boeken aankoopt en/of de auteur bijkomende steun verleent, tertio: de creatie van een label van “Onafhankelijke Auteurs” (dit kunnen debutanten zijn, maar zeker degenen die in eigen beheer, onder welke vorm ook, uitgeven).

    Deze drie prioriteiten kunnen enkel efficiënt werken mits het aanwenden van drie werktuigen. Eén: de samenwerking (juister: de inspanningsverplichting) tussen overheid, uitgevers, auteurs en bibliotheken. Twéé: de coöptatie van auteurs in alle overheidscommissies die (ook) boekenbevoegdheid hebben; alle auteurs betekent hier: gekazerneerde én dakloze auteurs. Drie: een overheidsdistributiesysteem voor de uitvoering van prioriteit twee.

    Wat is de positie van de uitgever in dit voorstel? Nergens. De uitgever hoort thuis bij de commerciële ondernemers. Overheidssteun aan bedrijven hoort niet thuis in dit pleidooi voor gelijkwaardigheid. Daarom stel ik meteen ook voor om een nieuw decreet te schrijven, waarin de rol van elke overheidscommissie, die boeken onder haar bevoegdheid heeft, wordt beschreven en waarin de auteur op de eerste plaats komt.

    Een officiële recensiedienst wordt in het leven geroepen die korte recensieberichtjes doorstuurt en/of doormailt naar alle bibliotheken. Deze dienst zorgt ook voor de informatie naar de boekhandel die daardoor niet alleen wordt gestuurd vanuit de uitgeverijen, maar ook geïnformeerd wordt over de publicaties die het label “Onafhankelijke Auteurs” dragen.

    Samengevat: De prijs van de boeken is geen zaak van de overheid. De uitgever bepaalt de prijs en zodoende ook de winst. In slechte tijden, wanneer zijn winst vermindert of niet meet vergroot, moet hij zich bezinnen over zijn winstmarge, de productiekosten, de distributiekosten, het aantal titels.

    Hij moet overleg plegen met de boekhandel, zijn rechtstreekse afnemer. De uitgever drijft handel in ideeën en brengt hem winst op. Ook hij moet een strategie ontwikkelen om zijn producten aan de man te brengen. Dit is een puur economische realiteit.

    De bibliothecaris is niet langer (ongewild) de handlanger van de uitgever en de boekhandel, maar hij treedt, in overleg met de gemeentelijke overheid, ongebonden op. Dat kan hij door beide kanalen van informatie te raadplegen, die van de uitgever en die van de overheid (recensiedienst).”

     

    2e editie maart/april a.s.

    Boekprijs € 18

    Website boek: www.lulu.com/content/8345598

    Editie: 2010, herziene druk 2011

    ISBN: 978-1-4452-9469-8

     

    20-01-2011 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Thierry Deleu, dichters dromen lucide, essay
    >> Reageer (0)
    02-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Puppie




    Puppie

    Jayda's ogen keffen
    het niet beseffen wat het is
    het niet weten wat het wordt.

    mds

    02-01-2011 om 21:04 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Puppie, kind, Marleen De Smet
    >> Reageer (0)
    20-11-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Poëzie is overal gelijk - Gesprek met Thierry Deleu

     

    Poëzie is overal gelijk

     

    Gesprek met auteur Thierry Deleu in ‘vrij Maldegem’ van 5 en 12 november 2010

     

    Door Iris Van De Casteele

     

     

     

    In je zogenaamde fictie-autobiografische roman Liefde en dood op Sint-André, in het hoofdstukOngeposte brieven’, psalmodieert de auteur (jij dus), als een weeklacht, zijn verdriet en zijn verzuchtingen om de geliefde weggelopen vrouw. Kun jij je ermee verzoenen dat er ‘soms in enkele passages een melodramatische ondertoon doorschemert.’ Zou het niet kunnen dat de lezer dezelfde weg moet afleggen om in de huid van de auteur te kunnen kruipen?

     

    Ik heb deze opmerking over een melodramatische ondertoon ook gelezen. Niet terecht  Ik vind geen melodramatische passages. Ook niet in het eerste deel. Of is het melodramatisch, als ik schrijf dat het hoofdpersonage (Dirk), door zijn vrouw (Marie) in de steek gelaten, verdrietig is en hartenleed voelt ? Hij zag zijn vrouw dolgraag. Nooit had hij signalen opgevangen van mentale of lichamelijke ontrouw. Is de partner niet vaak de laatste die het hoort ? Dirk was overrompeld, uit zijn lood, gepakt, hij kon het niet plaatsen, ook niet na de eerste maanden na haar vertrek. Melodramatisch?

    Patricia De Landtsheer schrijft: « Het eerste deel ‘Ongeposte brieven’ beantwoordt aan een soort van lange lamentatie waarin Dirk Vandezande zijn verdriet, gemis en verlangen om de weggelopen vrouw, die hij nog steeds liefheeft, als het ware uitschreeuwt. Verschillende delen grijpen werkelijk naar de keel omdat ze van een diepe melancholie doordrongen zijn. Deleu beschrijft dit gemis, dat eigenlijk al twee jaar aan de gang is, op een zo eenvoudige maar indringende manier, gewoon zoals de mens is, dat het je niet onberoerd kàn laten.

    Vele lezers zullen zich hierin trouwens herkennen omdat het verhaal zo sterk aanleunt bij de belevenissen des levens, de eb en de vloed, de gelukkige en de ongelukkige periodes in een mensenleven.”

    Hervé Casier schrijft in VKH-info van januari 2010: “In de 20 bladzijden lange of korte epiloog vernemen we wat er aan drama is gebeurd, eerder vaststellend, afstandelijk bijna soms, zonder al te veel vraagstelling... De auteur leeft zich duidelijk in zijn personages in. De fragmentarische opbouw van het eerste deel, gevolgd door de meer chronologische opbouw in het tweede deel en de afronding in de epiloog, lijkt mij een goede keuze. Graag gelezen.”

     

     

    In dezelfde beschouwing krijg je een minpuntje voor het gebruik van sommige typische Vlaamse woorden, ‘al stoort mij dit als Vlaams auteur niet echt,’ schrijft dezelfde beschouwster. Dat typische Vlaamse woorden haar ‘niet echt storen’, doet me huiveren. Daaraan herkent men meteen de ja-knikker; de kuddegeest. Ons prachtig lijster- en nachtegaalgezang, met Tijl Uilenspiegel als pittige kern, is Vlaams, hoeveel etiketten er ook mogen opgeplakt worden, zo denk ik erover. Hoe denk jij daarover, Thierry?

     

    Ik gebruik graag typische Vlaamse woorden en bovendien ben ik een Vlaamse auteur. Zei men dat van Claus ook niet en van Louis-Paul Boon? Ik stoor mij toch ook niet aan het AN van de Nederlandse schrijvers.

    Ik ben geen purist en houd mij niet altijd aan het AN. Dialectwoorden geven kleur aan de taal. In Nederland doet men altijd net alsof in Vlaanderen een soort Nederlands wordt gebezigd dat ‘achterloopt’ (altijd diezelfde paternalistische houding). Taal draagt de sporen van zijn gebruiker. Al generaties woon ik in Vlaanderen. Ik ben niet bereid om mij onderdanig op te stellen.

    Bovendien wil ik geen geïdealiseerd beeld van Nederland in stand gehouden. Ik wens mij niet aan de Nederlanders te spiegelen door hun taal, stijl en culturele gewoonten over te nemen.

    Dat wij, Vlamingen, geen fijnheid hebben, in alles even grof zijn, is larie en apekool. Wij spreken geen brabbeltaaltje, maar een taalvariant van het Nederlands.

    Ik hou niet van taalzuiveraars die het onkruid tussen de tarwe wieden.

     

     

    In jouw essay ‘Een andere bedding?’ Vlaamse poëzie na 1975, schrijf je: “Met dit essay wil ik geen overzichtswerk schrijven, maar ik heb toch gezocht naar voldoende samenhang, naar maatschappelijke inbedding”. Ik stel vast dat je daarmee uitstekend werk hebt geleverd. Kun je naar schatting zeggen hoeveel tijd en energie je in je opzoekingen, en het essay zelf, hebt gestoken?

     

    Een moeilijke vraag, maar ik vermoed dat je van mij niet verlangt dat ik het aantal uren of dagen opgeef, dat ik aan dit essay bezig was. Ik ben een gepensioneerde auteur en deze status biedt vele voordelen: ik maak tijd, ik ben gedreven (voor sommigen klinkt dit negatief) en bijna al mijn korte essays  hebben als kerngedachte “de discriminatie van de auteur”. De auteur wordt in Vlaanderen niet gelijkwaardig behandeld. Dus ook als ik met literatuurgeschiednis bezig ben , gaat mijn aandacht (glijdt mijn aandacht af) naar dit strijdpunt.

     

    Ik wil voorop zetten dat het literaire product in de eerste plaats een menselijk product is. Het wordt in een bepaalde tijdruimtelijke situatie door een persoon van vlees en bloed op papier gesteld, krijgt door bemiddeling van uitgever en drukker een commerciële vorm, wordt door de boekhandelaar in de handel gebracht, totdat het eindelijk naar de lezer doorgespeeld wordt, die het in een bepaalde tijdruimtelijke en existentiële context ontvangt. Het fenomeen literatuur is met andere woorden een sociale relatie, een intermenselijk communicatieproces.

    De auteur is uiteraard de eerste schakel in het interactieproces. Welke plaats neemt de auteur in de maatschappij in?

    Mijn (kleine) essays, - zij die geen boek vormen, - nemen een groot deel van mijn literair werk in beslag. Ik schrijf veel recensies, inleidingen tot gedichtenbundels, voor- en nawoorden, literaire bijdragen, artikels over literaire fenomenen. Daarnaast schrijf ik poëzie en publiceer romans (volgend jaar verschijnt de zevende). Ik ben een veelschrijver, maar dit etiket stoort mij niet, ik maak tijd, alles kan, niets moet (nog), maar mijn dagtaak is schrijven, werk en hobby zijn één. Hobby? Passie, obsessie, zegt mijn vrouw. 

    Ik kom terug op je vraag:hoeveel tijd besteedde je aan dat essay? Veel tijd, weinig dagen. Ik schrijf gedisciplineerd vier à vijf uur per dag.

     

     

    In ditzelfde essay lees ik (..) Een mooie illustratie daarvan is de samenwerking tussen dichters en schilders, zoals Hugo Claus, Roger Raveel en Antoon De Clerck.(…) Had Paul Snoek er als schilder en dichter ook bij gekund?

     

    Ja, natuurlijk, maar Snoek vormde met zichzelf een tandem. Snoek was een androgyne mens.

    In dit essay heb ik het in eerste instantie over de vraag: “Wat is groot? En hoe word je groot?”

    De collegialiteit onder de auteurs is niet voorbeeldig. Het zijn individualisten. Ze beconcurreren elkaar graag, maar ze verenigen zich niet graag. Nochtans “eendracht maakt macht”: macht in de vorm van inspraak, controle, medebeheer, beleid.

    Ik ben geen ‘groot’ schrijver geworden. (Of ik een ‘goed’ schrijver ben, laat ik aan anderen over om hierover te oordelen.) Ik heb niet (hard) aangeklopt bij bekende (erkende) uitgeverijen, met als gevolg: over mij wordt nauwelijks geschreven en gepraat in de nationale media, ik krijg geen ronkende recensies in vakbladen, ik word niet geldelijk gesteund door de overheid. Waarom is het mij niet gelukt? Ik had toch alles in handen om te slagen.

    Wat had ik niet? Een gunstige wind? Toeval? Toeval bestaat niet, maar ik kwam nooit terecht in “gunstige omstandigheden”. Hugo Claus kwam Henri Vandeputte tegen, enkele kleinkunstenaars vonden genade bij Johan Anthierens, Magritte en Delvaux liepen Gustave Nellens tegen het lijf, Paul Snoek had veel te danken aan Anton van Wilderode en schurkte zich tegen Hugues C. Pernath… Wat ik wil zeggen, is simpel: via via is de juiste weg naar succes. Op één voorwaarde: de persoon die jou wil helpt, mag zelf niet hulpbehoevend zijn! Bovendien blijven veel getalenteerde auteurs ter plaatse trappelen, omdat zij te lang en te gretig onder “zuchtigen” hebben geleefd enerzijds, of komedianten hebben opgezocht die veinsden en valse hoop creërden anderzijds.

    De wereld van auteurs is een komedie en een groot circus.

    Wat mij echter stoort, is te moeten aanzien hoe jonge debutanten en begaafde auteurs niet aan hun trekken komen, omdat ze niet behoren tot het establishment en/of het kleine kransje critici en academici en/of de literaire elite in Vlaanderen en Nederland.

    Alles in het literaire wereldje is perceptie. Een goed boek kan helpen, maar het is geen voorwaarde om in de belangstelling te komen. Mooi en mediageil zijn, is even belangrijk. En dit laatste is niet evident: je moet een vriend hebben die een vriend kent die bevriend is met…

     

     

    Nog een stuk verder kom ik de naam Fernand Florizoone tegen die voor mij ver van een onbekende is, tevens iemand die ik in het hart draag. Indien ik het niet mis heb, Thierry, heb jij deze dichter altijd een grote genegenheid betuigd. Mag ik zeggen een soort aanhankelijkheid?

     

    Fernand Florizoone is Koksijdes bekendste cultureel ambassadeur, hij is de dichter-nestor van de Westhoek, ik mag hem mijn vriend noemen, voor mij is hij de grootste levende dichter van de Lage Landen bij de zee.

    Zijn gedichten doen je vermoeden dat “de woorden over zijn lippen vloeien”, maar dit is maar schijn: Florizoone zwoegt, schrapt, twijfelt, vraagt raad, hij vecht met het woord, hij stelt zich niet kwetsbaar op, hij is kwetsbaar.

    Zijn gedichten zijn zo herkenbaar, zo identificeerbaar, enerzijds en zo verrassend, zo verrijkend anderzijds. De kernwoorden van zijn poëzie zijn gemakkelijk opspoorbaar, de dichter maakt het de lezer niet moeilijk: hij reikt hun de sleutels aan van alle kamers waar hij verblijft, hij is een open boek, een vervolgverhaal dat nooit verveelt, dat je doet meewiegen op het ritme van de natuur, de zee, de Westhoek. Kind, lente, wolken, wei, stilte, water, tijd, licht, een bos sleutels dat zijn poëzie toegankelijk maakt, maar niet alleen de dichter onthult, maar ook de mens Florizoone, de bewoner van het huis met de vele kamers.

    Ik heb Fernand beter leren kennen en waarderen sinds wij aan zee wonen, in Oostduinkerke, we ontmoeten elkaar meer, we zijn graag in elkaars gezelschap, wij genieten van dichterlijke (atmo)sfeer in onze gemeente, we weten wat wij aan elkaar hebben, wat wij in elkaar appreciëren, wij zijn geen “dikkenekken”. En nog veel meer dan ik blijft Fernand “de dingen onbevangen benoemen”. Hij vertikt het eelt op zijn ziel te kweken.

    Dit is de paradox van zijn poëzie: het economisch gebruik van woorden om de weelde van het landschap te evoceren. De synthese naast het detail.

    Dit is belijdenislyriek van eerste rang. Geen postmodernisme, geen hermetische poëzie, geen nieuw-realisme of neoromantisme, maar lyriek in een uitgepuurde vorm en een wijdse inhoud.

    Het dichterlijk woord is voor Fernand Florizoone het instrument waarmee hij zijn (droom)wereld gestalte geeft in klanken, beelden, in weemoed en bijna mystisch verlangen naar eenheid, één zijn met het Goddelijke, de natuur, de mensen, het land dat leeft en leven geeft, en opvallend hierbij is dat de dichter verwonderd blijft. Dit betekent niet dat hij zich nooit eenzaam voelt, of onbegrepen, maar meestal voelt hij zich gedragen door de mensen om zich heen, door zijn lieve Ida.

    Fernand Florizoone is niet de enige dichter in de Westhoek: ook anderen schrijven poëzie op een behoorlijk niveau. Soms denk ik dat dit iets te maken heeft met het gesloten gebied van de Westhoek, tussen de IJzer en de zee, twee sterke grenzen. De mens hier is minder expansief, veeleer bezit hij een ingesloten geest. Stilaan wordt het land opengegooid, maar dit kent een traag verloop. De dichter hier is nederig, bescheiden, de mens, zijn lezer, is gevoelig voor poëzie. Dit heeft niets te maken met valse bescheidenheid, de mensen hier, in de Westhoek, zijn eenvoudig in woord en daad, zij zetten zich af tegen het erudiete, zij willen als het ware een gat vinden om de poëzie in te duikelen. De dichter hier is niet elitair, hij is allergisch voor dit woord. Geen mens of  dichter springt hier op elke trein die voorbijrijdt.

    Dichten is voor Florizoone een trip, een reis, een tocht vanuit de buitenwereld naar de binnenkant van zichzelf en hij maakt van dit reisverhaal een ode aan zijn habitat in het algemeen en aan zijn vrouw in het bijzonder. De wijze waarop hij dit doet, onderscheidt zich van de overenthousiaste verteller: Florizoone probeert zijn gevoelens te beheersen, hij probeert vat te hebben op de emoties die hij (be)noemt.

    Wij zijn laat de beste vrienden geworden (ik ben zeventig, hij is vijfentachtig), maar onze vriendschap is eerlijk en inspirerend.

     

     

    De opsomming van namen valt altijd te vergelijken met een half gevuld glas; met teveel of te weinig. Zo mis ik in jouw essay de naam Dirk van Babylon tussen de dichters/schrijvers van na 1975. Het is me vooral opgevallen omdat ik hem persoonlijk ken. Las jij nooit één of méér van zijn honderden sonnetten?

     

    Ik geef toe dat ik ten onrechte Dirk Babylon ben vergeten in mijn ‘namenlijst’. Ik noem nog maar eens ‘mijn keuze’: Dirk Babylon, Dirk van Bastelaere, Bert Bevers, Lut de Block, Geert Buelens, Marc Bungeneers, Viviane Burssens, Gunnar Callebaut, Martin Carrette, Hervé J. Casier, Guy Commerman, Patrick Cornillie, Frank Decerf, Jenny Dejager, Patricia De Landtsheere, Thierry Deleu, Alain Delmotte, Ferre Denis, Joris Denoo, Didi De Paris, Frans Depeuter, Francis De Preter, Frans Deschoemaeker, Marleen De Smet, Astrid Dewancker, Bernard Dewulf, Charles Ducal, Fernand Florizoone, Peter Ghyssaert, Luuk Gruwez, Stefan Hertmans, Peter Holvoet-Hanssen, Guy van Hoof, Philip Hoorne, Joris Iven, Roland Jooris, Tom Lanoye, Patricia Lasoen, Ruth Lasters, Patrick Lateur, Jan Lauwereyns, Herman Leenders, Bert Lema, Frédéric Leroy, Roel Richelieu van Londerseele, Sylvie Marie, Luc C. Martens, Mark Meekers, Edith Oeyen, Paul Rigolle, Xavier Roelens, Willem M. Roggeman, Hedwig Speliers, Willy Spillebeen, Erik Spinoy, Ina Stabergh, Lucienne Stassaert, Achilles Surinckx, Peter Theunynck, Henri Thijs, Marc Tritsmans, David Troch, Yerna Vandendriessche, Roos Vandewalle, Eric Vandenwyngaerden, Jozef Vandromme, Iris Van de Casteele, Lies Van Gasse, Miriam Van hee, Jan Van Loy, Dirk Vekemans, Willie Verhegghe, Peter Verhelst, Dimitri Verhulst, Herwig Verleyen, François Vermeulen, Eriek Verpale, Hugo Verstraeten en Rik Wouters.

    Welke criteria heb ik aangelegd om deze dichters te kiezen? Mijn criteria? Moeilijke vraag, of beter het antwoord zal altijd controversieel zijn. De geselecteerden nemen gemakkelijk de kleur aan van de bloemlezer en andersom. Ik kan een dichter niet verkiezen, wanneer ik zijn/haar gedichten niet heb gelezen. Dit is nogal wiedes.

    Waarvoor val ik niet? Voor retorische gezwollenheid of sentimentaliteit. Waarvoor wel? Ik heb een voorkeur voor aansprekende, hartstochtelijke poëzie. Gedichten moeten een zeker ritme hebben, een metrum, ze moeten klinken en de woorden moeten esthetisch en inhoudelijk smaken en interpretatie toelaten. Opgelet, ik zoek niet naar metrum, strofenbouw en rijm, maar als die er zijn en ze hinderen niet, dan heb ik geen probleem. Poëzie mag zich niet reduceren tot betekenisloos brommen van klank en ritme. Poëzie kan zich wel laven aan de muziek, het muzikale ritme en de klankstructuur van de taal. Ik maak bij mijn keuze geen analyse die de vorm aanneemt van vivisectie (je maakt zo het gedicht dood). Als ik een gedicht meerdere keren moet lezen om het te begrijpen, dan hoeft het voor mij niet meer. Poëtisch taalgebruik is voor mij strikt genomen niet anders dan normaal taalgebruik, maar dit neemt niet weg dat het lezen van een gedicht een andere houding vereist: de lezer moet zich durven open te stellen voor twijfel, ambiguïteit en onbeslistheid. De grote kracht van een goede dichter is zijn empathie. Poëzie is woordkunst, een in het metafysische geankerd spel. Poëzie is zeggingskracht. Poëzie moet zich tevreden stellen met de plaats die ze toebedeeld krijgt: moraal, consumptie, politiek zijn vreemde domeinen. In poëzie wordt onderzocht wat elders “voortdurend aan het zicht onttrokken wordt”. In poëzie primeert de betekenaar op de betekenis, maar de betekenis is nooit afwezig. Van belang zijn het taalgebruik, het gedicht moet verrassend zijn, zowel op woordniveau als op het niveau van de syntaxis. Indien de dichter een meer hermetische weg inslaat, dan nog moet hij narratief te karakteriseren zijn.

     

     

    Ik vind jouw uitgebreid essay ‘Een andere bedding?’ één volwaardig geschrift. Niet omdat er voor elk wat wils inzit, maar vooral omdat je niet schuwt talent en minder talent naast elkaar te plaatsen. Ook omdat je er een gedurfde maar eerlijke mening op nahoudt. Er zal wel veel oprechte Westvlaamse inborst mee gemoeid zijn?

     

    Zijn West-Vlamingen oprechte mensen? De West-Vlamingen zijn de andalusiërs van Vlaanderen. De West-Vlaamse tram pendelt heen en weer tussen De Panne en Knokke zonder een duimbreed af te wijken van de kust en draagt zo bij tot het isolement van de Westfluten.

    De West-Vlaming ziet zichzelf in de eerste plaats als een 'harde werker'; de Antwerpenaar ziet de West-Vlaming vooral als 'arrogant' en 'koppig'.

     

    En nu terug naar je appreciatie van het essay ‘Een andere bedding’.

    Hoe stelde ik een blauwdruk samen van het poëtisch landschap in Vlaanderen?

    Ik wilde geen schoolvos, waanwijze, betweterige bloemlezers zijn. Ik wenste geen nieuwe Michelingids van de beste dichters samen te stellen. Ik wou alleen een kleurrijk beeld schetsen van de Vlaamse poëzie en daarbij de verrekijker niet omgekeerd voor mijn ogen houden.

    Ik wilde geen afrekening maken, geen soort van pamflet, polemiek of kritisch opstel.

    Poëzie is overal gelijk. Gedichten zeggen iets over de cultuur van een land of een regio, maar de spraakverwarring ontstaat bij de vraag: wat verstaat men onder poëzie en welke plek neemt zij in de cultuur in?

    Vermoedelijk, neen, zeker, zal het buitenland - ik bedoel onze bovenburen en enkele Zuid-Afrikanen - dichters vinden die overduidelijk waan-zin-nig bekend zijn in Vlaanderen, maar waar zij in het beste geval met moeite één weetje over kunnen bedenken.

    Het punt is: valt dit nog te begrijpen? Ja. Denk eens aan het feit dat het centrum overal traditioneel weinig aandacht heeft voor de periferie. Ver gezocht, helemaal niet, denk er nog eens over na. Hoe kunnen wij dit veranderen? Door harder te werken, dat is een wet van alle tijden. 

    Wij hebben ons al te lang vol beate bewondering blindgestaard hebben op Nederland. Er bestaat maar één remedie tegen deze ziekte: de Vlamingen mogen best wat meer zelfvertrouwen hebben.

    Ik ambieer niet dat dit essay en de keuze van de dichters een zicht geeft op het poëtische veld in Vlaanderen. Dichters horen te beseffen dat er geen fatwa over je is uitgesproken wanneer je naam niet of te weinig voorkomt. Misschien moeten de niet-aanwezigen zich laten horen (lezen) en hun gedichten laten circuleren in een beter gekozen circuit. Opgelet, aan doodzwijgen ergeren wij ons ook! En ijdelheid kruipt waar talent niet komen kan.

    Ik heb gedichten getoetst aan mijn persoonlijke poëzieopvatting. De poëzie laboreert voort, hoewel dient gezegd dat ook de gedichten een retrobeweging maken tot kort voor de opkomst van het nieuw-realisme. De dichters hebben het cool gedoe ingeruild voor een nieuw-romantisch, bijna metaforisch engagement. Maar ook in de poëzie staat het persoonlijke drama het vaakst centraal. Nog altijd zoeken de dichters het dicht bij huis, het navelstaren wordt wel eleganter opgediend.

    Algemeen is schrijven is voor de meeste dichters ontsnappen uit de rauwe werkelijkheid, ver weg van desillusies, agressie en domheid. Dichten is ook afrekenen met clichés, (waan)beelden, foute interpretaties, verkeerd imago, opdringerigheid, overregulering. Therapeutisch? Ja, zeker? Gedichten schrijven is afreageren, vaak een nieuwe werkelijkheid creëren waar het aangenaam is om te vertoeven, taboes doorbreken, aan je verbeelding macht delegeren.

    Volgens smaak, perceptie en voorkeur, of je nu zelf dichter bent, of jou herhaaldelijk uitspreekt over (de waarde van) poëzie, of als gewone lezer, sommige gedichten zullen jou aanspreken en andere zullen jou niets zeggen, sommige dichters zullen jou verrassen of bekoren, of jou de bevestiging brengen van een (eeuwige) belofte of een vaste waarde. Eigenlijk maakt dit niet veel uit. Belangrijker is de aandacht die deze bloemlezing wil vestigen op de literaire ongelijkheid waardoor “alle dichters niet gelijk zijn voor de wet”. Het kan niet dat elementen zoals leeftijd (debuterende dichter of outsider, favoriet of verguisde), uitgeverij (in welke vorm ook: van eigen beheer over printing-on-demand tot erkende uitgeverij), mediabelangstelling, vriendendienst, meespelen bij de beoordeling van het werk. “Niet alle dichters zijn gelijkwaardig” is een beter statement, op strikte voorwaarde dat de parameter hier de kwaliteit is. We weten echter hoe vaak de subjectiviteit een rol speelt. Het is moeilijk, maar we geraken er wel uit. De perfectie is (nog) niet van deze wereld.

     

     

    Wat betekent voor jou status verwerven? Bekend worden omwille van de grootheid (of veelheid) van je geschriften? Of zie je dat als een blok aan het been van de auteur waarvan verwacht wordt dat hij met de regelmaat van de klok nieuw werk aflevert. Gevestigde uitgeverijen, die vaak als bloedzuigers tewerk gaan, en de auteur in de koude laten staan van zodra zijn inspiratie het voor een stuk laat afweten. Wat kan hij dan nog met zijn status aanvangen?

     

    Een groot aantal dichters profileren zich onvoldoende. Omdat ze dit ook niet wensen, of omdat zij niet publiceren bij gevestigde uitgeverijen. Dit laatste heeft grote nadelen: als dichter kom je niet in bij grote uitgeverijen gepubliceerde bloemlezingen, je krijgt heel wat minder aandacht in de media, je wordt minder gevraagd voor lezingen op scholen of in verenigingen. In één woord: je verwerft geen status.

    Bovendien zijn literaire tijdschriften - dé mogelijkheid bij uitstek voor aankomende auteurs die vaak zelf aan het roer staan - aan het uitdoven. Een dichter kiest meestal en frequenter voor het internet.

     

     

    We kennen je niet alleen als waardevol schrijver, Thierry, maar insgelijks als talentvol dichter. Vind jij dat het oeuvre zelf méérwaarde krijgt wanneer de auteur een zekere status heeft verworven?

     

    De kwaliteit verbetert niet omdat je een “erkende” schrijver bent. Erkend = uitgegeven door erkende (gevestigde uitgeverijen die door de Overheid worden gesubsidieerd). De meerwaarde zit hem in de bekendheid waardoor organisatoren, boekhandels, bibliotheken, culturele centra hun deuren openen.

    Status is aanzien, mee tellen, niet gediscrimineerd worden.

    Geconfronteerd met de malaise in de literaire wereld durf ik nogmaals stellen dat vooral de overheid verantwoordelijk is. Niet het distributiesysteem in se stel ik in vraag, maar wel de afwezigheid in de rotatie van debutanten en auteurs die geen “gevestigde” uitgeverij vonden of die niet bij een “commerciële” uitgever wensen te publiceren, vind ik discriminerend.

    Uitgevers voelen zich bedreigd door de overschotten, door de terugval van het aantal lezers (hun klanten), door de concurrentie op het Internet en vragen een verhoging van de overheidssteun. Indien hun analyse de juiste zou zijn, dan is hun diagnose zeker fout.

    Ik bied nogmaals een oplossing aan: start het “Plan Boek” op en vertrek vanuit drie prioriteiten. Primo: een collegiale en transparante procedure tot aankoop van boeken, en/of subsidiëring van de auteur, secundo: een overheidscommissie die de ingestuurde boeken beoordeelt en afhankelijk van dit oordeel een aantal boeken aankoopt en./of de auteur bijkomende steun verleent, tertio: de creatie van een label van “Onafhankelijke Auteurs” (dit kunnen debutanten zijn, maar zeker degenen die in eigen beheer, in welke vorm ook, uitgeven).

    Deze drie prioriteiten kunnen enkel efficiënt werken mits het aanwenden van drie werktuigen. Eén: de samenwerking (juister: de inspanningsverplichting)) tussen overheid, uitgevers, auteurs en bibliotheken. Twéé: de coöptatie van auteurs in alle overheidscommissies die (ook) boekenbevoegdheid hebben; alle auteurs betekent hier: gekazerneerde én dakloze auteurs. Drie: een overheidsdistributiesysteem voor de uitvoering van prioriteit twee.

    Het resultaat van “Plan Boek” moet leiden tot een aangenaam retrogevoel: de tijd van administrateur-generaal Walter Debrock (de jaren ’70), toen boeken werden aangekocht van elke auteur en verdeeld over scholen en bibliotheken.

    Wat is de positie van de uitgever in dit voorstel? Nergens. De uitgever hoort thuis bij de commerciële ondernemers. Overheidssteun aan bedrijven hoort niet thuis in dit pleidooi voor gelijkwaardigheid. Daarom stel ik meteen ook voor om een nieuw decreet te schrijven, waarin de rol van elke overheidscommissie, die boeken onder haar bevoegdheid heeft, wordt beschreven en waarin de auteur op de eerste plaats komt.

    Ik besef dat criteria aanleggen waarmee de aankoop van boeken en de steun aan de auteur worden gemeten heel moeilijk is. Geen enkel meetinstrument kan honderd percent objectiviteit of beoordelingscorrectheid garanderen. Daarom opteer ik om de lat niet te hoog te leggen en de marge breed te houden.

    Een officiële recensiedienst wordt in het leven geroepen die korte recensieberichtjes doorstuurt en/of doormailt naar alle bibliotheken. Deze dienst zorgt ook voor de informatie naar de boekhandel die daardoor niet alleen wordt gestuurd vanuit de uitgeverijen, maar ook geïnformeerd wordt over de publicaties die het label “Onafhankelijke Auteurs” dragen.

    Ik besef dat er nooit zekerheid zal bestaan over hert onthaal van een boek bij de lezer. Dat is ook afhankelijk van de stijl, de impact van het onderwerp op de lezer, van de publiciteit, van de kritiek, de vakpers.

    Samengevat: de dominantie van de “gevestigde” uitgeverijen wordt met het nieuwe decreet en het “Plan Boek” in de kiem gesmoord. De prijs van de boeken is geen zaak van de overheid. De uitgever bepaalt de prijs en zodoende ook de winst. In slechte tijden, wanneer zijn winst vermindert of niet meet vergroot, moet hij zich bezinnen over zijn winstmarge, de productiekosten, de distributiekosten, het aantal titels. Hij moet overleg plegen met de boekhandel, zijn rechtstreekse afnemer. De uitgever drijft handel in ideeën en brengt hem winst op. Ook hij moet een strategie ontwikkelen om zijn producten aan de man te brengen. Dit is een puur economische realiteit.

    De bibliothecaris is niet langer (ongewild) de handlanger van de uitgever en de boekhandel, maar hij treedt, in overleg met de gemeentelijke overheid, ongebonden op. Dat kan hij door beide kanalen van informatie te raadplegen, die van de uitgever en die van de overheid.

    Ik wil een oproep doen tot de media om meer aandacht te besteden aan het boek, aan de auteur, aan de literatuur in het algemeen. Deze fel verminderde interesse is bovendien mede oorzaak van de malaise in onze literaire wereld.

    Ik behoor tot de generatie die 1968 heeft beleefd en hoopvol gestemd was om de verbeelding de macht te gunnen die haar toekwam. Na ’68 werd de kapitalist echter een neo-kapitalist en de liberaal een neoliberaal. Dat betekende dat zij opteerden voor een vrije markt, maar nu met groeiende overheidssteun. En bizarre interpretatie van “sociale markt”.

     

     

    Sinds iedereen vrij kan publiceren op Internet klinkt het woord “status” bijna belachelijk. Jij zult er wellicht ook al prachtige gedichten (en andere geschriften) gelezen hebben van totaal onbekende auteurs, of navigeer je weinig op Internet en verkies je te snuffelen in boeken?

     

    Natuurlijk navigeer ik op internet en bezoek ik de literaire e-zines. Bovendien heb ik al vier gedichtenbundels gepubliceerd als e-book, respectievelijk bij Het Prieeltje Online Diest en bij De Geletterde Mens Oostduinkerke. Zo bied ik de lezer de kans mijn gedichten te lezen zonder (alweer) beroep te moeten doen op hun “vrijgevigheid”.

    Als ridder bij het online riddergenootschap “The Knights of the Razorblades” www.knightsrazor.be zoek ik naar de Ultieme Verbinding.

    Beide mogelijkheden bieden meer kansen: in boekvorm of als netbook. In beide is status te verwerven. Nogmaals, hiermee bedoel ik niet dat er een maatschappelijke ladder moet zijn: gelijkwaardigheid is staus.

     

     

    Indien ik mij niet vergis heb je in 2007 uitgeverij Demer opgericht. Gaat het erom alleen dichtbundels uit te geven? of ook novelle, roman, etc.? Kun je mij daar iets meer over vertellen?

     

    Ik heb Demer Uitgeverij niet opgericht. Dit is het initiatief van Hannie Rouweler. Met haar heb ik een verzamelbundel gepubliceerd, die ook in het Engels werd vertaald, Klaprozen en Kamermuziek. Daarnaast gaf Demer Uitgeverij mijn essay Dichters dromen lucede uit.

    Van 1981 tot 1987 was ik, samen met de Antwerpenaar Guy van Hoof, verantwoordelijk voor uitgeverij Het Schaap die zich vooral heeft gefocust op gedichtenbundels.

    Mijn boeken verschijnen (verschenen) bij Boulevard-Uitgaven, Het Schaap, Pablo Neruda Fonds, Paradox Pers, De Gebeten Hond, Razor’s Edge Editions en demer Uitgeverij.

     

     

    In je essay onder ‘Mijn keuze’ vermeld je zowel dichters die papieren bundels bij reguliere en niet-erkende uitgeverijen uitgaven, als dichters die voor eigen beheer kozen, evenals dichters die gedichten plaatsten in tijdschriften en magazines. Je noemt 89 dichters bij naam. Het duizelde mij voor de ogen, niet alleen omwille van het aantal (dat ik tot drie keer toe moest hertellen) maar ook omwille van jouw smaak en jouw gevoel voor het gedicht. Kun je jouw keuze misschien wat nader toelichten?

     

    Het is nooit mijn bedoeling geweest als een alweter en een geschifte poëziepaus de beste dichters van Vlaanderen aan te duiden. Ik heb gewikt en gewogen, mijn lijst gewijzigd na overleg met dichters en recensenten. Deze lijst zal nooit volledig zijn, noch in aantal noch in juiste keuze. Dit kun je bovendien zeggen van elke bloemlezing of die nu namen of gedichten selecteert.

    Poëzie is overal gelijk. Gedichten zeggen iets over de cultuur van een land of een regio, maar de spraakverwarring ontstaat bij de vraag: wat verstaat men onder poëzie en welke plek neemt zij in de cultuur in?
    Het soort opwinding bij het “lezen” van “Mijn keuze” en de commentaren achteraf zijn welkom. De ervaring leert dat de meeste energie gestoken wordt in de poging de tegenstellingen zo te arrangeren (of ze nu daadwerkelijk bestaan of niet) dat het publiek denkt dat er nog iets anders aan de hand is dan de publicatie van het essay.

    Ik hoop dat de criticaster dan verder komen dan hun “ironische” benadering en beter doen dan het verspreiden van lijkenlucht.

    Ik wil ruimte scheppen voor alle (goede) poëzie en mij niet laten verstikken in een poëtisch canon. Ik wil geen dominantie, geen impact van invloed, gezag en zichtbaarheid. Het gaat voor mij niet om het verwerven van fondsen of honorering in welke vorm ook, maar uitsluitend om respect voor elke dichter die voor zichzelf opkomt. Het is geen bloemlezing van gedichten maar van namen waardoor ik mijn persoonlijke voorkeur uitdruk.

    En ja, ik heb mijn dichters getoetst aan mijn persoonlijke poëzieopvatting. De poëzie laboreert voort, hoewel dient gezegd dat ook de gedichten een retrobeweging maken tot kort voor de opkomst van het nieuw-realisme. De dichters hebben het cool gedoe ingeruild voor een nieuw-romantisch, bijna metaforisch engagement. Maar ook in de poëzie staat het persoonlijke drama het vaakst centraal. Nog altijd zoeken de dichters het dicht bij huis, het navelstaren wordt wel eleganter opgediend.

     

     

    Omtrent het verschil tussen Nederlandse en Vlaamse dichters stel jij je zelfs de vraag of wij - Vlaamse dichters - minder degelijk, minder intellectueel, minder beschaafd zijn. Je stelt vast dat wij muzikaler zijn, met meer mystieke overgave, elan en spontaniteit dichten. (Het Vlaamse gevoel versus het Hollandse verstand (Paul van Ostaijen). Ik denk dat van Ostaijen er volledig naast zit, alsof wij minder verstand zouden hebben dan de Nederlander, en de Nederlander minder gevoel dan wij. Ja, dat verwenste minderwaardigheidsgevoel waar ik een onbeschrijflijke hekel aan heb. Jij schijnt er ook ten dele mee behept te zijn, of vergis ik mij?

     

    Ik ben er van overtuigd dat Vlaamse dichters een andere bedding hebben dan onze bovenburen, ja. Dit heeft niets met arrogantie te maken, maar, zeg nu zelf, Vlamingen dichten met meer charme, de problematiek is herkenbaarder, soms zijn ze stereotiep, maar de ondertoon is minder moraliserend. Zijn Vlaamse dichters minder degelijk, minder intellectueel, minder beschaafd? Ik stel vast dat zij muzikaler zijn, met meer mystieke ove

    20-11-2010 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Thierry Deleu
    >> Reageer (0)
    24-09-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Die Liebe in Holland und Flandern (Liefde in Holland en Vlaanderen)

     

    Het gedicht zuivering werd door Fred Schywek naar het Duits vertaald en opgenomen in de verzamelbundel “Die Liebe in Holland und Flandern”. De voorstelling gebeurde tijdens het Klein festival van de Europese dichtkunst te Antwerpen.

     




     

    zuivering

     

     

    het was de sprong in het water

    het uitstervend geklater dat haar denken

    deed aan het verdwijnpunt, de serene lichtstip

     

    de beek sloeg met zachte heupslagen

    de wildgroei langs haar oevers weg

     

    en toen in vlinderslag haar lichaam

    weelde werd, bleek de beek in de zon

    haar spiegelpaleis, haar bron

     

    © Marleen De Smet

     

     

     

    Reinigung

    es war der Sprung ins Wasser

    das sterbende Plätschern das sie denken

    ließ an den Fernpunkt, den heiteren Lichtklecks

     

    der Bach schlug mit sachten Hüftschwüngen

    den Wildwuchs an ihren Ufern weg


    und einst im Schmetterlingsgeflatter ihr Körper

    üppig wird, bleich der Bach in der Sonne

    ihr Spiegelpalais, ihre Quelle

     

    (vertaling: Fred Schywek)

     

     

    24-09-2010 om 20:25 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    19-09-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Klein festival van de Europese dichtkunst te Antwerpen



    Marleen De Smet



    werd muzikaal begeleid door Sofie Vander Heyden



    KLEIN FESTIVAL VAN DE EUROPESE DICHTKUNST  


    met dichters uit Duitsland, Nederland, Bretagne & Vlaanderen.

    Deze voorstelling kaderde in een internationaal  vertaalproject van Fred Schywek i.s.m. Cultuurhoofstad Europa, Ruhrgebiet 2010 (Duitsland). 


    Auditorium Permeke Bibliotheek, De Coninckplein 25, 2060 Antwerpen. 

    Dichters

    Wilfried Bienek, Catharina Boer, Olivier Cousin, Marleen de Crée, Job Degenaar, Marleen De Smet, Frank De Vos, Paul Gellings, Peter Holvoet-Hanssen, Charles Kléber, Roger Nupie, Willem Persoon, Hilde Pinnoo, Annie Reniers, Tony Rombouts, Annmarie Sauer, Fred Schywek, Lucienne Stassaert, Bart Stouten, Rose Vandewalle & Lief Vleugels.


    m.m.v. Patricia Van Nunen (zang), Jean Demey (muzikale omlijsting) & Lynn Peeterson (dans) en Sofie Vander Heyden (zang). 


    Presentatie: Roger Nupie. 


    Voor meer info en foto's zie: http://www.hetstillepand.be/seppion_dichtkunst_festival.htm

    19-09-2010 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (2)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gewoon lekker


    Demer Uitgeverij heeft het blijde genoegen een fraaie en boeiende nieuwe verzamel - poëziebundel aan te kondigen, met als thema liefde en erotiek:

     

     

    Gewoon lekker

     

    Want de liefde schept een band

    en (on)rust.

    (HR)






    Samenstellers: Roger Nupie en Hannie Rouweler.

     

    Publicatiedatum: oktober 2010.

    Boekwebsite: www.lulu.com/content/8598478

    by Hannie Rouweler en andere dichters

     

    Dichters:

    Thierry Deleu, Mark Meekers, Roger Nupie, Theo van der Wacht, Ina Stabergh, Joris Iven, Marleen De Smet, Johan Van Cauwenberge, Job Degenaar, Rik Wouters, Hannie Rouweler, Guy van Hoof, Maria Sesselle, Erik Verstraete, Paul Gellings, Hilde Pinnoo, Tjarda Eskes, Lisette Waterschoot, Boudewijn Knevels, Tine Hertmans, Michiel van Kempen, Francis De Preter, Lupo Barca, Lief Vleugels, Frank Despriet, Patty Scholten en Bert Deben.

     

     

    Preview

    Price:

    €16.00

    Ships in 3–5 business days

    Liefdespoëzie. Enkele illustraties zijn opgenomen. Dichters: Thierry Deleu, Mark Meekers, Roger Nupie, Theo van der Wacht, Ina Stabergh, Joris Iven, Marleen De Smet, Johan Van Cauwenberge, Job Degenaar, Rik Wouters, Hannie Rouweler, Guy van Hoof, Maria Sesselle, Erik Verstraete, Paul Gellings, Hilde Pinnoo, Tjarda Eskes, Lisette Waterschoot, Boudewijn Knevels, Tine Hertmans, Michiel van Kempen, Francis De Preter, Lupo Barca, Lief Vleugels, Frank Despriet, Patty Scholten en Bert Deben.

     

    Product Details

    ISBN

    978-1-4461-6487-7

    Copyright

    all poets / alle dichters (Standard Copyright License)

    Edition

    2010

    Publisher

    Demer Uitgeverij

    Language

    Dutch

    Pages

    72

     

    Binding

    Perfect-bound Paperback

    Interior Ink

    Black & white

    Weight

    0.34 lbs.

    Dimensions (inches)

    6.1 wide × 9.2 tall

     

     

    De uitgave is direct leverbaar via boekwebsite. Drukkerij Lulu, Londen.

     

    Te bestellen bij Demer Uitgeverij en leverbaar v.a. december a.s.

     

    € 18, (incl. e 2 verzendkosten)

     

     

    Met vriendelijke groeten,

     

    Roger Nupie en Hannie Rouweler

    (samenstellers)

     

     

    19-09-2010 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Gewoon lekker, Marleen De Smet, Hannie Rouweler, Demer Uitgeverij, dichtbundel
    >> Reageer (0)
    13-09-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tussen schaduw en schittering (Magazine Info Geraardsbergen - september)


     

    13-09-2010 om 19:59 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Marleen De Smet, Schaduw en Schittering, Rudy Baeten, Info Geraardsbergen
    >> Reageer (0)
    03-09-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Klein festival van de Europese dichtkunst


    KLEIN FESTIVAL VAN DE EUROPESE DICHTKUNST  


    met dichters uit Duitsland, Nederland, Bretagne & Vlaanderen.

    Deze voorstelling kadert in een internationaal  vertaalproject van Fred Schywek i.s.m. Cultuurhoofstad Europa, Ruhrgebiet 2010 (Duitsland). 

    18 september 2010, 19u.
    Auditorium Permeke Bibliotheek, De Coninckplein 25, 2060 Antwerpen. 

    Dichters

    Wilfried Bienek, Catharina Boer, Olivier Cousin, Marleen de Crée, Job Degenaar, Marleen De Smet, Frank De Vos, Paul Gellings, Peter Holvoet-Hanssen, Charles Kléber, Roger Nupie, Willem Persoon, Hilde Pinnoo, Annie Reniers, Tony Rombouts, Annmarie Sauer, Fred Schywek, Lucienne Stassaert, Bart Stouten, Rose Vandewalle & Lief Vleugels.


    m.m.v. Patricia Van Nunen (zang), Jean Demey (muzikale omlijsting) & Lynn Peeterson (dans) en Sofie Vander Heyden (zang). 


    Presentatie: Roger Nupie. 


    Gratis, maar wel reserveren! 03 260 38 00. 

    www.dichtkunst.eu (vanaf 1 september 2010).

     

    03-09-2010 om 22:42 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    18-07-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tussen schaduw en schittering



    xml:namespace prefix = o />foto: Marino Verbeken


    Het is  zover! Mijn 3de dichtbundel is een feit.


    Tussen schaduw en schittering

    een uitgave van Demer Uitgeverij

     

     

    Door Mark Eyskens,
    Minister van Staat
     

    Marleen beseft ten volle dat poëzie nooit af is en dat de poëzielezer verondersteld is het gedicht ‘mee te maken’, in de dubbele betekenis die dit werkwoord in het Nederlands heeft. Aldus ontstaat een creatieve intimiteit tussen de dichter en de poëzieminnaar. De bundel ‘Tussen schaduw en schittering’ getuigt van een uitzonderlijke fijngevoeligheid. …

     

    ~~~

     

    Fragment van Thierry Deleu (uit het nawoord)

     

    “Marleen De Smet slaagt erin om het heel persoonlijke toch in universele gedichten te verwerken. Door middel van taal schept zij een eigen universum, waarin je (bijna moeiteloos) kunt doordringen tot onbekende gebieden, die verrassen. Woorden zijn de handvatten die toegang geven tot een niet-eindigend leven. Haar poëzie is zo rijk aan beelden, vergelijkingen dat je spontaan bij de gedachte komt dat de dichter een picturale geest heeft. Schrijven is eigenlijk het lezen van beelden, die voortdurend om je heen veranderen. Van deze overweging zijn de gedichten in Tussen schaduw en schittering een bijzonder geslaagd voorbeeld.”

     

      

    De cover is een ontwerp van Geraardsbergse kunstschilder Rudy Baeten.


    Er zijn twee uitvoeringen:


    Hardcover, hardcover formaat 20 x 27 cm - 48 pages - €18.00 (exlusief verzendingskosten)

    www.lulu.com/content/8283963

     

       

     


     

    Paperback, gebonden uitgave formaat 19 x 19 - 48 blz. - €12.95 (exclusief verzendingskosten)

    www.lulu.com/content/8453383


     

    U kunt een exemplaar bestellen via een mailtje naar desmet.marleen@telenet.be

    of via:

    www.lulu.com/content/8453383

    voor de uitvoering paperback - formaat: 19 x 19 cm, gebonden uitgave. 
    Boekprijs via website: €12,95 (exlusief verzendingskosten)

     

    www.lulu.com/content/8283963

    voor de uitvoering hardcover - formaat: 20 x 27 cm

    of via
    info@demerpress.be

    hannierouweler@telenet.be

    www.demerpress.be

     

    18-07-2010 om 19:06 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Marleen De Smet, Tussen schaduw en schittering, Demer Uitgeverij
    >> Reageer (2)
    17-07-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vleesbrochette en een wesp (door Eddy Keyaerts)

     

    Vleesbrochette en een wesp

     

     

    Eddy Keyaerts

     

     

    Twee vleesbrochettes, een potje tartaar en zigeunersaus'.

    'Inpakken mijnheer?'

    'Ja graag.'

    De frietkotman heeft een brede rug en halflang vettig haar. Een frietvetvakman.

    Op mijn schaduwbank in het park zit een man rond de dertig.

    'Mag ik erbij?' vraag ik hem.

    'Ja doe maar' antwoordt hij.

    Hij heeft vriendelijke ogen. Zijn haar is met een purperen elastiek in een staart gebonden.

    Ik heb honger en geen geld.' zegt hij.

    'Een brochette met zigeunersaus of tartaar?'

    Er kruipt iets in mijn flodderbroek. Wanneer ik uit nieuwsgierigheid mijn broekspijp naar boven trek steekt ze mij. Het was een wesp.

    De jongeling kan erom lachen. Dan gaat hij weg. Ik had nooit verwacht dat hij dankjewel zou zeggen. Zoiets doet een straatloper niet.

    De bank is nu van mij voor een gedesoriënteerde middagrust.

     

    17-07-2010 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Eddy Keyaert
    >> Reageer (0)
    16-07-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vlaamse poëzie na 1975 - Een andere bedding?



    VLAAMSE POËZIE NA 1975

     

    EEN ANDERE BEDDING?

     

     

    Thierry Deleu

     

     

     

     

    Na de oorlog

     

    Met dit essay wil ik geen overzichtswerk schrijven, maar ik heb toch gezocht naar voldoende samenhang, naar maatschappelijke inbedding. Ik wil niet vervallen in een opsomming van stromingen die elkaar aflossen met als cesuur het publicatiejaar van een bundel. Ik heb vermeden om te veel nadruk te leggen op scholen en -ismen.

     

    De gedichten die tijdens de oorlog (1940-1945) werden geschreven, hebben veeleer een cultuurhistorische dan een literaire waarde.

    Aanvankelijk leek het erop dat de poëzie verder zou bouwen op de vooroorlogse stromingen. De gedichten van Hubert van Herreweghen, Christine D’haen en Anton van Wilderode sloten aan bij de poëzie van vlak vóór de oorlog.

    Ook in de volgende decennia blijft deze traditionele poëzie aanwezig, onafhankelijk van de heersende tendensen (Fernand Florizoone).

     

    Andere dichters breken met alle wetten van de traditionele kunst. Zij passen niet in de chaos van een verwoeste wereld. Zij grijpen terug naar de avant-gardestromingen uit de jaren twintig: expressionisme, dadaïsme en surrealisme. Deze invloeden komen niet alleen in de literatuur, maar ook in de schilderkunst tot uiting. Een mooie illustratie daarvan is de samenwerking tussen dichters en schilders, zoals Hugo Claus, Roger Raveel en Antoon De Clerck.

     

    In Nederland verzamelen jonge dichters zich rond het tijdschrift Podium en noemen zich vijftigers (met een duidelijke allusie op de Tachtigers, die ook een totale breuk met het verleden beoogden). Ze verwerpen het verloederde, gemanipuleerde taalgebruik en de dichtvormen van de traditionele poëzie. Ze ontwikkelen een dichtkunst die het woord, het gedicht als taaluiting, centraal stelt.

    De vijftigers stellen, al experimenterend met taal, de spontane creativiteit voorop.

     

    In Vlaanderen breekt vanaf 1955 het poëtische modernisme door in het tijdschrift Tijd en Mens (Hugo Claus, Ben Cami). Vanaf 1955 in experimentele tijdschriften, zoals Gard Sivik (Hugues C. Pernath, Paul Snoek, Gust Gils) en De Tafelronde (Paul de Vree).

     

    De experimentelen vertolken een sociaal engagement, maar klinken niet moraliserend. Ze exploreren nieuwe gebieden van het onbewuste en het onderbewuste.

    De experimentele dichter kiest voor een nieuwe vorm. Hert woord wordt autonoom en staat niet meer in een logisch zinsverband. Deze grammaticale en syntactische onlogica verhoogt de interpretatiemogelijkheid voor de lezer. Beelden en klanken staan niet in dienst van de inhoud. Ze zijn zelfstandig en essentieel: ze maken de inhoud uit van het gedicht. Experimentele poëzie wil de lezer aanzetten tot nadenken en hem verplichten zelf creatief te zijn en, afhankelijk van zijn eigen kennis en ervaringen, het gedicht zelf te interpreteren.

    De experimentele poëzie legt ook nadruk op de klank (assonantie, alliteratie) en de vorm van woorden.

     

    Tot kort na 1975 zijn het vooral de neo-experimentelen (Willy Spillebeen, Hedwig Speliers, Marcel Van Maele, Thierry Deleu, Walter Haesaert, Guy van Hoof, Willy Verhegghe) die het poëzielandschap in Vlaanderen beheersen.

     

     

    De jaren 60

     

    In de jaren zestig verdwijnen stilaan de gevoelens van angst en onlust die de oorlog had gebracht. In deze sfeer van ontspanning en materiële zekerheid kijken dichters om zich heen en reageren tegen onrecht. Zij willen het publiek laten meeleven met de poëzie. Zij herontdekken het directe contact met de toehoorders. Poëtische manifestaties, readings, happenings en “Nachten van de Poëzie” zijn in.

    De jaren zestig staan voor de “Verbeelding aan de macht”, voor provo, voor democratisering, voor verruiming van alles wat kan.

     

    Ook in de poëzie zelf treffen wij uitingen van maatschappelijke onvrede. Deze dichters behoren tot een nieuwe generatie dichters, die zich ook afzetten tegen de steeds meer ontoegankelijke poëzie van de postexperimentelen. Zij stellen zich tot doel de vervreemding tussen de poëzie en de lezer op te heffen en de dichtkunst te democratiseren. De alledaagse werkelijkheid wordt hun onderwerp, en wat ze te zeggen hebben, willen ze direct, eenvoudig en herkenbaar weergeven. Zij worden getypeerd als de nieuw realisten. Vooral Herman de Coninck, Roland Jooris en Patricia Lasoen getuigen van een speelse omgang met de werkelijkheid.

     

    De nieuw-realisten gebruiken geen ingewikkelde beeldspraak, geen exuberante associaties, geen sentimentele lyriek, maar heldere formuleringen, alledaagse ervaringen in gewone taal.

     

    Rond de jaren zestig is er in Vlaanderen echter ook sprake van een nieuwe belangstelling voor het maniërisme. Als een constant verschijnsel in de literatuur, dat opduikt wanneer er sprake is van classicisme. Kenmerkend zijn een overladen stijl (als tegenhanger voor het klassieke), ingewikkelde en gezochte woorden en woordvormingen en een berekenend verrassingseffect. Dit fenomeen sluit nauw aan bij de nieuwe romantiek.

    Er treedt daarbij een nieuw levensgevoel op de voorgrond, dat sterk afwijkt van dat wat eraan voorafgaat. Sommige maniëristen evolueren naar de parlandopoëzie, de pop-art en het neorealisme, en gaan op deze manier aansluiten bij de Nederlandse Gard Sivik-groep.

     

    In 1965 verschijnt een maniërismebijdrage van de Tafelronde, waarin o.a. gedichten van Patrick Conrad en Franse vertalingen van Henri-Floris Jespers en Freddy de Vree zijn geplaatst. Ook Werner Cranshoffs bloemlezing Pijn en Puin Verdwenen uit 1966 geeft al in de ondertitel (jonge Vlaamse esthetische poëzie) aan dat het om een nieuw soort poëzie gaat.

    De poëzie van de in zijn bloemlezing opgenomen jongeren (naast Nic Van Bruggen, Patrick Conrad, Werner Spillemaeckers, ook Tony Rombouts, Werner Cranshoff zelf en Herman De Coninck) ziet Cranshoff als een objectpoëzie: het object duidt, met zijn moeilijk verborgen autonoom karakter, in het gedicht uiterst nauwkeurig en zonder enige restrictie de plaats aan waar de dichter zich gevoelsmatig bevindt en brengt daardoor praktisch de hele poëtische transpositie tot stand.

     

     

    In hun Proeve tot een Impuls-manifest uit 1974 verwijzen ook Wilfried Adams en Michel Bartosik (beiden uit de academische sfeer) naar een maniëristische traditie. De poëzie beoogt een ritueel te zijn: magische en tegelijkertijd (en juist daarom) scherp uitgekiende bezwering van het toeval, integratie van het disparate en tegenstrijdige en de versmelting van alle tegengestelden.

    Deze maniëristische tendens is een overwegend Antwerps verschijnsel (Jan de Roeck, Hugues C. Pernath, Henri-Floris Jespers, Gust Gils). De meesten van hen waren lid van het artistieke genootschap Pink Poets.

     

    Sommigen onder de maniëristen werden aanvankelijk beïnvloed door de tweede generatie experimentelen: de zogenaamde 55'ers. Gaandeweg is hun poëzie esthetischer geworden, weelderiger en barok, maar ook verziekt decadent. Centraal in hun poëzie staat de bijna tijdloze cultus van de schoonheid, meerbepaald de artificiële schoonheid als zelfverweer tegen de massificatie, lelijkheid en banaliteit van het gewone.

     

    De zestigers verhouden zich m.a.w. anders tegenover de werkelijkheid dan hun voorgangers. Na de na­oorlogse malaise stellen zij enerzijds een esthetische poëzie en anderzijds het nieuw-realisme voorop.

    Je zou ook kunnen stellen dat de poëzie van de jaren 60 de tijd is van de bekentenispoëzie. De ervaringen van de oorlog en een slechte jeugd zijn een goudmijn voor de dichters en schrijvers.

    Aan het eind van de jaren zestig wordt de poëzie in Vlaanderen nog altijd gedomineerd door enerzijds de traditionele dichters en anderzijds de erfgenamen van het experiment, verspreid over tal van kleine tijdschriften. Daartussen tref je, enigszins verloren in de marge (Yang, Ruimten, Kreatief), echter ook sporen aan van en nieuw type van poëzie, waarin de nadruk veeleer ligt op de directe werkelijkheid en op de communicatie met de lezer dan op de subjectiviteit van de dichter en de taal als en autonome structuur.

     

     

    Na 1970 

     

    De jaren zeventig luiden een nieuwe periode in. Enerzijds bleek de tijd van de studentenrevoltes en de zachte generatie van de “flower power” achteraf maar en periode van illusie en schijnwerkelijkheid geweest te zijn. Anderzijds heeft de verwondering om de alledaagse werkelijkheid afgedaan. Sommige dichters keren terug naar de emotie in de poëzie. De intieme band tussen de emoties van de dichter en zijn poëzie is hier kenmerkend.

     

    De golf van nieuwe romantiek die vanaf 1975 ontstond, richtte zich tegen de banaliteit van de nieuw-realisten en tegen het formalisme van de neo-experimentelen. Deze stroming betekent een terugkeer naar een traditionele poëzie en een plechtig taalgebruik.

     

    De nieuwe romantische dichters in Vlaanderen (Luuk Gruwez, Miriam Van hee) vormen echter geen hechte groep (omwille van hun uitgesproken individualisme).

     

    Rond 1975 deed zich het verschijnsel van het zogenaamde academisme voor: gedichten schrijven op een bestudeerde manier. Niet alleen in taal maar ook in opzet, compositie. Gestileerde beeldspraak, gezochte metaforen.

     

    In de jaren zeventig kiezen veel dichters - naast de neoromantische poëzie - voor een persoonlijker getinte vertellende poëzie (Mark Dangin). Zij zijn vooral geïnteresseerd in psychische observatie. De gevoelens van de dichter zelf zijn weer onderwerp van hun poëzie. De toon van hun gedichten is vaak licht ironisch en vertellend.

     

    Daarnaast heb je de taalgerichte poëzie. Deze poëzie is veel onpersoonlijker en geconstrueerder dan die van de vorige groep dichters (Mark Insingel).

     

    De jaren zeventig zijn voor wat de poëzie betreft, rijk aan diversiteit. Het kenmerk van de zoekende mens, hij staat voor keuzes. Kiest hij voor de (neo)romantiek, voor de epische poëzie of de taalgerichte?

    Of kunnen wij analoog aan het proza ook gewagen van modernisme en postmodernisme in de poëzie? Dichters twijfelen aan de macht van de taal om de wereld af te beelden. Kunnen zij alleen een persoonlijk universum beschrijven? Of zijn zij getuige van het feit dat er geen onderscheid bestaat tussen waarheid en fictie, tussen heden en verleden?

    De Vlaamse poëzie is als een fluctuatie, een opeenvolging van stromingen. Het experiment van de jaren 50 werd afgewisseld door het neorealisme van de jaren 60 en de romantiek van de jaren 70. De postmoderne poëzie in de jaren 80 vormt het laatste moment van een uitdrukkelijk geëxpliciteerde poëzie (Philip Hoorne, Bernard Dewulf, Charles Ducal, Erik Spinoy). De periode daarna wordt gekenmerkt door een naast elkaar bestaan van verschillende soorten van poëzie.

     

    Moet literatuur, en hier specifiek de poëzie, het dagelijks leven beschrijven, realistisch en anekdotisch zijn? Of gaat het er in de eerste plaats over taal en de (on)mogelijkheden daarvan, is poëzie talig en autonoom?

     

    De belangrijkste dichters die ook na 1975 nog publiceren zijn ongetwijfeld: Paul Snoek (1933-1981), Roel Richelieu van Londersele (1952), Willie Verhegghe (1947), Hugo Claus (1929-2008), Gust Gils (1924-2002), Lut de Block (1952), Miriam Van hee (1952), Stefan Hertmans (1951), Marcel van Maele (1931-2009), Roland Jooris (1936).

     

    Recente Vlaamse dichters als Erik Spinoy, Stefan Hertmans, Dirk van Batselaere, Charles Ducal, Bernard Dewulf benadrukken opnieuw het esthetisch-stilistische karakter in hun poëzie. Ze creëren zelf een werkelijkheid, via een taal die verschillende stijlen door elkaar haalt en vaak ironisch is, afstandelijk en sceptisch.

     

     

    Nu

     

    “Hoe stel ik een blauwdruk samen van het poëtisch landschap in Vlaanderen nu?”

    Vooreerst en voor alle duidelijkheid: deze blauwdruk is niet afhankelijk van voorwaarden die niets (of weinig) te maken hebben met de kwaliteit van de gedichten.

    Ik wil ook geen waanwijze, betweterige “bloemlezer” zijn. Ik wil enkel een kleurrijk beeld schetsen van de Vlaamse poëzie en wil daarbij de verrekijker niet omgekeerd voor mijn ogen houden.

     

    Het is niet mijn bedoeling om te proberen een agenda te realiseren. Zeker niet als dat ten koste van een aantal dichters moet gaan.  

     

    Poëziegeschiedenis wordt geschreven vanuit een visie op literatuur. De essayist wordt bloemlezer. Mijn missie - hoe goed bedoeld ook – zal leiden tot commotie. Een dichter kan zich gepasseerd voelen of zich onvoldoende naar waarde geschat. Ik ben geen beëdigde landmeter, maar toch kun je geen “selectie” maken zonder visie op de literatuur.

     

    Deze “bloemlezing” ambieert dat zij een zicht geeft op het poëtische veld in Vlaanderen. Dit lukt echter nooit ten volle, omdat sommige dichters niet ingedeeld willen worden bij anderen die minder status hebben verworven. Debutanten, dichters in eigen beheer, gebruikers van printing-on-demand, zij die (nog) niet hebben uitgegeven bij gevestigde uitgeverijen en daardoor niet zijn geplaatst in officiële bloemlezingen. Sommige dichters zullen ofwel om die reden hun selectie aanvechten, ofwel andere geselecteerde dichters uitspuwen.

     

    Ik wil in dit overzicht ruimte creëren voor alle (goede) poëzie en mij niet laten verstikken in een poëtisch canon. Ik wil geen dominantie, geen impact van invloed, gezag en zichtbaarheid. Het gaat voor mij niet om het verwerven van fondsen of honorering in welke vorm ook, maar uitsluitend om respect voor elke dichter die voor zichzelf opkomt. Ik maak geen bloemlezing van gedichten maar van namen.

     

    De poëzie laboreert voort, hoewel dient gezegd dat ook de gedichten een retrobeweging maken tot kort voor de opkomst van het nieuw-realisme. De dichters hebben het cool gedoe ingeruild voor een nieuw-romantisch, bijna metaforisch engagement. Het persoonlijke drama staat het vaakst centraal. Nog altijd zoeken de dichters het dicht bij huis, het navelstaren wordt wel eleganter opgediend.

     

    Een groot aantal dichters profileren zich onvoldoende. Omdat ze dit ook niet wensen, of omdat zij niet publiceren bij gevestigde uitgeverijen. Dit laatste heeft grote nadelen: als dichter kom je niet in bij grote uitgeverijen gepubliceerde bloemlezingen, je krijgt heel wat minder aandacht in de media, je wordt minder gevraagd voor lezingen op scholen of in verenigingen. In één woord: je verwerft geen status.

    Bovendien zijn literaire tijdschriften - dé mogelijkheid bij uitstek voor aankomende auteurs die vaak zelf aan het roer staan - aan het uitdoven. Een dichter kiest meestal en frequenter voor het internet.

     

    Volgens smaak, perceptie en voorkeur, of je nu zelf dichter bent, of jou herhaaldelijk uitspreekt over (de waarde van) poëzie, of als gewone lezer, sommige dichters zullen jou aanspreken en andere zullen jou niets zeggen, sommige dichters zullen jou verrassen of bekoren, of jou de bevestiging brengen van een (eeuwige) belofte of een vaste waarde. Eigenlijk maakt dit niet veel uit.

     

    Welke criteria heb ik aangelegd om ‘mijn’ dichters te kiezen? Moeilijke vraag, of beter: het antwoord zal altijd controversieel zijn.

     

    Waarvoor val ik niet? Voor retorische gezwollenheid of sentimentaliteit.

    Ik heb een voorkeur voor aansprekende, hartstochtelijke poëzie. Gedichten moeten een zeker ritme hebben, een metrum, ze moeten klinken en de woorden moeten esthetisch en inhoudelijk smaken en interpretatie toelaten. Poëzie mag zich niet reduceren tot betekenisloos brommen van klank en ritme. Poëzie kan zich wel laven aan de muziek, het muzikale ritme en de klankstructuur van de taal.

    De grote kracht van een goede dichter is zijn empathie. Poëzie is ook woordkunst, een in het metafysische geankerd spel.

     

    Ik ben - als essayist - nu het zoveelste voorbeeld van een eigenwijze bloemlezer. Ken jij er anderen? Omdat ik de dichter kies en niet één of meerdere gedichten van hem/haar bloemlees, is mijn aanpak gericht op de totale (kwaliteits)waarde, op het gezamenlijke werk.

     

    Elke namenbloemlezing kent zijn beperkingen. De eerste beperking is van geografische aard: louter Vlaamse dichters. Andere beperkingen: het engagement van de dichter en de persoonlijke voorkeur van de bloemlezer, een beter woord hier is de essayist. Geen beperking is het medium van publicatie: zowel dichters die al “papieren” bundels bij reguliere en niet-erkende uitgeverijen uitgaven, als dichters die voor eigen beheer kozen, als dichters die gedichten plaatsten in tijdschriften en magazines.

     

    Mijn keuze:

    Dirk van Batselaere, Bert Bevers, Lut de Block, Geert Buelens, Marc Bungeneers, Viviane Burssens, Gunnar Callebaut, Martin Carrette, Hervé J. Casier, Guy Commerman, Patrick Cornillie, Frank Decerf, Jenny Dejager, Thierry Deleu, Alain Delmotte, Ferre Denis, Joris Denoo, Didi De Paris, Frans Depeuter, Francis De Preter, Frans Deschoemaeker, Marleen De Smet, Astrid Dewancker, Bernard Dewulf, Charles Ducal, Fernand Florizoone, Peter Ghyssaert, Luuk Gruwez, Stefan Hertmans, Peter Holvoet-Hanssen, Guy van Hoof, Philip Hoorne, Joris Iven, Roland Jooris, Tom Lanoye, Patricia Lasoen, Ruth Lasters, Patrick Lateur, Jan Lauwereyns, Herman Leenders, Bert Lema, Frédéric Leroy, Roel Richelieu van Londerseele, Sylvie Marie, Luc C. Martens, Mark Meekers, Edith Oeyen, Eric Rosseel, Paul Rigolle, Willy Roggeman, Xavier Roelens, Willem M. Roggeman, Hedwig Speliers, Willy Spillebeen, Erik Spinoy, Ina Stabergh, Lucienne Stassaert, Peter Theunynck, Henri Thijs, Marc Tritsmans, David Troch, Yerna Vandendriessche, Roos Vandewalle, Eric Vandenwyngaerden, Jozef Vandromme, Lies Van Gasse, Miriam Van hee, Jan Van Loy, Dirk Vekemans, Willie Verhegghe, Peter Verhelst, Dimitri Verhulst, Herwig Verleyen, François Vermeulen, Eriek Verpale, Hugo Verstraeten en Rik Wouters.

     

    Dat er ook nu weer commotie zal zijn bij het verschijnen van deze selectie is onvermijdelijk. Van één zaak ben ik zeker: in deze “namenbloemlezing” staan geen “geweerde dichters”.

     

     

    Verschil tussen een Nederlandse en een Vlaamse dichter

     

    Ik ben er van overtuigd dat Vlaamse dichters een andere bedding hebben dan onze bovenburen. Dit heeft niets met arrogantie te maken, maar, zeg nu zelf, Vlamingen dichten met meer charme, de problematiek is herkenbaarder, soms zijn ze stereotiep, maar de ondertoon is minder moraliserend.

    Zijn Vlaamse dichters minder degelijk, minder intellectueel, minder beschaafd? Ik stel vast dat zij muzikaler zijn, met meer mystieke overgave, elan en spontaniteit. Het Vlaamse gevoel versus het Hollandse verstand (Paul van Ostaijen).

     

    Eigenlijk maakt dit niet veel uit: enerzijds stel ik een namenlijst samen met uitsluitend Vlaamse dichters en anderzijds schrijven deze dichters ook Nederlandse poëzie.

     

     

    Thierry Deleu

     

    16-07-2010 om 14:19 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    19-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ik ben grote fan van Nicole Van Overstraeten

    Als er iemand is waarvoor ik veel bewondering heb, is het wel voor Nicole Van Overstraeten. Met genoegen plaats ik twee gedichten uit de cyclus ‘De twaalf van Schirmer’, bij schilderijen van Edward Hopper. Vier gedichten uit deze reeks verschenen reeds in het internettijdschrift Stroom (nr 35).

     

     

     

    new york office

     

     

    marylin, dit is marylin monroe.

    het witte kraagje daargelaten, leest zij

    - tijdeloos en teder - bijna strapless

    een brief. de zon warmt gevelstenen,

    kleurt de vensterbank, de jurk, het haar.

    aan het plafond hangt schimmig licht.

    vreemd en beangstigend van binnenuit is

    zo’n gordijnloos raam. in het duister zweeft

    een masker, wijl een vrouw haar lichaam

    buigt en droomt van zwart. de avond

    lonkt, naar ginds staan straten stil.

    hoe bleek is het trottoir

     

     

     

     

    morning sun

     

     

    zij herinnert zich het was toen anders.

    haar gelaat verrukkelijker, haar lichaam

    soepel glanzend, als van een wild jong.

    ze was bang en ontvankelijk voor teveel licht.

    waren deze muren naakt, gloeide het gebouw

    aan de overkant als in een spannende droom?

    roerloos staart zij door het raam, haar benen

    wit van marmer. dringt de ochtendzon doorheen

    de kilte van haar lijf, de koelte van het laken?

    een zee van licht brandt een wit trapezium

    op de muur. haar ogen koolzwart,

    twee blinde gaten

     

    Nicole Van Overstraeten 

    19-06-2010 om 13:30 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Nicole Van Overstraeten, Halle
    >> Reageer (0)
    04-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dichterlijk Vlaanderen (door Thierry Deleu)


    DICHTERLIJK VLAANDEREN

     

    EIGENWIJZE BESCHOUWINGEN

     

     

     

    Thierry Deleu

     

     

     

    Dichterlijk Vlaanderen wordt gepromoot in het buitenland. Wij zijn goed bezig, denk je dan, maar altijd wordt de buitenlander een vertekend beeld van de werkelijkheid geoffreerd. Je wordt er hoorndol van! Ofwel verzuipen onze dichters in een bad met (te) veel Nederlanders, ofwel is het rokje dichter dan het hemdje en mogen enkel de vriendjes in het bubbelbad. Zou dit toch de juiste manier zijn om ons “schoongewassen” aan de buitenwereld te vertonen? Het gebeurt zo vaak en zo kort bij na elkaar dat ik twijfel aan mijn ergernis. Je zou erdoor gefrustreerd geraken.

     

    Neen, deze beschouwingen zijn niet ontstaan uit frustratie. Op je 70ste lijd je aan andere kwaaltjes en heb je geen last meer van opvliegers en jaloerse buien. Ik ben niet (meer) gevoelig voor desillusies. Ik ken de kneepjes van het vak of moet ik schrijven: de trucjes van de foor. Daarom geen aapjes uit de mouwen, maar een gefocust streven naar engagement en gezonde reflex.

     

    Hoe stel ik een blauwdruk samen van het poëtisch landschap in Vlaanderen?

    Vooreerst en voor alle duidelijkheid: deze blauwdruk is niet afhankelijk van voorwaarden die niets (of weinig) te maken hebben met de kwaliteit van de gedichten. De enige beperking die ik mij opleg, is mijn eigengereide de keuze.

    Ik wil geen schoolvos, waanwijze, betweterige “bloemlezer” zijn. Ik wens geen nieuwe Michelingids van de beste dichters samen te stellen. Ik wil wel een kleurrijk beeld schetsen van de Vlaamse poëzie en wil daarbij de verrekijker niet omgekeerd voor mijn ogen houden.

    Ik wil van deze beschouwingen geen afrekening maken, geen soort van pamflet, polemiek of kritisch opstel. Of deze beschouwingen een mijnenveld worden, kan ik niet voorspellen of voorkomen.

     

    Poëzie is overal gelijk. Gedichten zeggen iets over de cultuur van een land of een regio, maar de spraakverwarring ontstaat bij de vraag: wat verstaat men onder poëzie en welke plek neemt zij in de cultuur in?
    Het soort opwinding bij het “lezen” van dit essay en de commentaren achteraf zijn welkom. De ervaring leert dat de meeste energie gestoken wordt in de poging de tegenstellingen zo te arrangeren (of ze nu daadwerkelijk bestaan of niet) dat het publiek denkt dat er nog iets anders aan de hand is dan de publicatie van het essay.

    Ik hoop dat de criticaster dan verder komen dan hun “ironische” benadering en beter doen dan het verspreiden van lijkenlucht.

     

    Vermoedelijk, neen, zeker, zal het buitenland - ik bedoel onze bovenburen en enkele Zuid-Afrikanen - dichters vinden die overduidelijk waan-zin-nig bekend zijn in Vlaanderen, maar waar zij in het beste geval met moeite één weetje over kunnen bedenken.

    Het punt is: valt dit nog te begrijpen? Ja. Denk eens aan het feit dat het centrum overal traditioneel weinig aandacht heeft voor de periferie. Ver gezocht, helemaal niet, denk er nog eens over na. Hoe kunnen wij dit veranderen? Door harder te werken, dat is een wet van alle tijden.

     

    Wij hebben ons al te lang vol beate bewondering blindgestaard hebben op Nederland. Er bestaat maar één remedie tegen deze ziekte: de Vlamingen mogen best wat meer zelfvertrouwen hebben.

    Het is niet mijn bedoeling om te proberen een agenda te realiseren. En zeker niet als dat ten koste van andere dichters moet gaan. Deze beschouwingen hebben niet het karakter of het statuut van een schotschrift. Elk soortgelijk essay leent zich uitstekend voor een nieuwe poëtenstrijd. Ik kan deze strijd niet voorkomen, omdat elke selectie nooit helemaal objectief kan zijn. Kiezen is verliezen. Ik koester niet de pretentie representatief te zijn. Ik kies partij, dit is alles. Ik stel geen poëticale a priori’s.

    Poëziegeschiedenis wordt geschreven vanuit een visie op literatuur. De bloemlezer is een poëticale missionaris. Zijn missie - hoe goed bedoeld ook - leidt tot commotie. Een dichter kan zich gepasseerd voelen of zich onvoldoende naar waarde geschat weten. Ik ben geen beëdigde landmeter, maar toch kun je geen “selectie” maken zonder visie op de literatuur.

    Ook hier niet.

    Het lijkt mij logisch dat, indien iemand die zelf ook dichter is, een selectie maakt, het risico heel reëel is. Het voordeel van deze “bloemlezing” is juist dat dit risico niet wordt beperkt door niet-literaire factoren.

     

    Ik pretendeer niet dat ik uitspraken doe over de poëzie.
    Deze “bloemlezing” kan ambiëren dat zij een zicht geeft op het poëtische veld in Vlaanderen. Dit lukt echter nooit, omdat sommige dichters niet ingedeeld willen worden bij anderen die minder status hebben verworven. Deze laatsten zijn debuterend, of hebben (nog) niet uitgegeven bij gevestigde uitgeverijen en zijn daardoor niet opgenomen in officiële bloemlezingen. Sommige dichters zullen ofwel om die reden hun selectie aanvechten, ofwel andere geselecteerde dichters uitspuwen.

     

    Ik wens geen contrarevolutie. Ik kies enkel voor kwaliteit, die mij wordt aangeboden. Ik weet ook dat kwantiteit geen gezag verleent. Ik kom uit op 75 dichters.

    Ik roep mezelf niet uit tot “een van de grootste dichters uit de naoorlogse periode. Ik reken mij wel tot de honderd beste Vlaamse dichters van na 1940”. Is dit zelfoverschatting? Ik oordeel niet.

     

    Sorry voor deze zegening van ongevraagde reflectie, maar dichters horen te beseffen dat er geen fatwa over je is uitgesproken wanneer je naam niet of te weinig in een bloemlezing voorkomt. Misschien moeten de niet-aanwezigen zich laten horen (lezen) en hun gedichten laten circuleren in een beter gekozen circuit. Opgelet, aan doodzwijgen erger ik mij ook! En ijdelheid kruipt waar talent niet komen kan.

    Ik ben geen provocateur of een intellectuele branieschopper. Ik kan mij heel moeilijk defenderen. Verdediging heeft hier ook geen zin: je houdt van mijn keuze van de dichters of niet. De realiteit is ook dat elke dichter iets aparts te bieden heeft.

    “Begrijpelijkheid is niet alles in poëzie, verstaanbaarheid wel,” zei Jan Elburg zestig jaar geleden ook al in zijn bloemlezing, genaamd Atonaal.

    Ik wil ruimte scheppen voor alle (goede) poëzie en mij niet laten verstikken in een poëtisch canon. Ik wil geen dominantie, geen impact van invloed, gezag en zichtbaarheid. Het gaat voor mij niet om het verwerven van fondsen of honorering in welke vorm ook, maar uitsluitend om respect voor elke dichter die voor zichzelf opkomt. Het is geen bloemlezing van gedichten maar van namen waardoor ik mijn persoonlijke voorkeur uitdruk.

     

    En ja, ik heb mijn dichters getoetst aan mijn persoonlijke poëzieopvatting. De poëzie laboreert voort, hoewel dient gezegd dat ook de gedichten een retrobeweging maken tot kort voor de opkomst van het nieuw-realisme. De dichters hebben het cool gedoe ingeruild voor een nieuw-romantisch, bijna metaforisch engagement. Maar ook in de poëzie staat het persoonlijke drama het vaakst centraal. Nog altijd zoeken de dichters het dicht bij huis, het navelstaren wordt wel eleganter opgediend.

     

    Algemeen is schrijven is voor de meeste dichters ontsnappen uit de rauwe werkelijkheid, ver weg van desillusies, agressie en domheid. Dichten is ook afrekenen met clichés, (waan)beelden, foute interpretaties, verkeerd imago, opdringerigheid, overregulering. Therapeutisch? Ja, zeker? Gedichten schrijven is afreageren, vaak een nieuwe werkelijkheid creëren waar het aangenaam is om te vertoeven, taboes doorbreken, aan je verbeelding macht delegeren.


    Een selectie van dichters, zoals ik het zie, heeft een dubbel doel: enerzijds consumentenvoorlichting en anderzijds duiding. In een goede “bloemlezing” gaan deze twee samen. Door deze beschouwingen een plaats te geven, maak ik mij tot een consumentenvoorlichter.

    Ik heb geselecteerd voor de lezer. Niet voor de dichter, de uitgever, de subsidieverstrekker.

    Daaruit volgt dat ik buiten uitgever en overheid moet blijven staan. Ik mag mij niet laten annexeren door de een of de ander. Wie dit principe niet deelt, ruikt naar ballotage.

     

    Een groot aantal dichters profileren zich onvoldoende. Omdat ze dit ook niet wensen, of omdat zij niet publiceren bij gevestigde uitgeverijen. Dit laatste heeft grote nadelen: als dichter kom je niet in bij grote uitgeverijen gepubliceerde bloemlezingen, je krijgt heel wat minder aandacht in de media, je wordt minder gevraagd voor lezingen op scholen of in verenigingen. In één woord: je verwerft geen status.

     

    Bovendien zijn literaire tijdschriften - dé mogelijkheid bij uitstek voor aankomende auteurs die vaak zelf aan het roer staan - aan het uitdoven. Een dichter kiest meestal en frequenter voor het internet.

     

    Volgens smaak, perceptie en voorkeur, of je nu zelf dichter bent, of jou herhaaldelijk uitspreekt over (de waarde van) poëzie, of als gewone lezer, sommige dichters zullen jou aanspreken en andere zullen jou niets zeggen, sommige dichters zullen jou verrassen of bekoren, of jou de bevestiging brengen van een (eeuwige) belofte of een vaste waarde. Eigenlijk maakt dit niet veel uit. Belangrijker is de aandacht die ik wil vestigen op de literaire ongelijkheid waardoor “alle dichters niet gelijk zijn voor de wet”. Het kan niet dat elementen zoals leeftijd (debuterende dichter of outsider, favoriet of verguisde), uitgeverij (in welke vorm ook: van eigen beheer over printing-on-demand tot erkende uitgeverij), mediabelangstelling, vriendendienst, meespelen bij de beoordeling van het werk. “Niet alle dichters zijn gelijkwaardig” is een beter statement, op strikte voorwaarde dat de parameter hier de kwaliteit is. We weten echter hoe vaak de subjectiviteit een rol speelt. Het is moeilijk, maar we geraken er wel uit. De perfectie is (nog) niet van deze wereld.

     

    Welke criteria heb ik aangelegd om de 50 dichters te kiezen? Mijn criteria? Moeilijke vraag, of beter het antwoord zal altijd controversieel zijn. De geselecteerden nemen gemakkelijk de kleur aan van de bloemlezer en andersom. Ik kan een dichter niet verkiezen, wanneer ik zijn/haar gedichten niet heb gelezen. Dit is nogal wiedes.

    Waarvoor val ik niet? Voor retorische gezwollenheid of sentimentaliteit.

    Ik heb een voorkeur voor aansprekende, hartstochtelijke poëzie.

    Gedichten moeten een zeker ritme hebben, een metrum, ze moeten klinken en de woorden moeten esthetisch en inhoudelijk smaken en interpretatie toelaten.

    Opgelet, ik zoek niet naar metrum, strofenbouw en rijm, maar als die er zijn en ze hinderen niet, dan heb ik geen probleem. Poëzie mag zich niet reduceren tot betekenisloos brommen van klank en ritme. Poëzie kan zich wel laven aan de muziek, het muzikale ritme en de klankstructuur van de taal.

    Ik maak bij mijn keuze geen analyse die de vorm aanneemt van vivisectie (je maakt zo het gedicht dood).

    Als ik een gedicht meerdere keren moet lezen om het te begrijpen, dan hoeft het voor mij niet meer.

    Poëtisch taalgebruik is voor mij strikt genomen niet anders dan normaal taalgebruik, maar dit neemt niet weg dat het lezen van een gedicht een andere houding vereist: de lezer moet zich durven open te stellen voor twijfel, ambiguïteit en onbeslistheid.

    De grote kracht van een goede dichter is zijn empathie.

    Poëzie is woordkunst, een in het metafysische geankerd spel.

    Poëzie is zeggingskracht.

    Poëzie moet zich tevreden stellen met de plaats die ze toebedeeld krijgt: moraal, consumptie, politiek zijn vreemde domeinen. In poëzie wordt onderzocht wat elders “voortdurend aan het zicht onttrokken wordt”.

    In poëzie primeert de betekenaar op de betekenis, maar de betekenis is nooit afwezig.

    Van belang zijn het taalgebruik, het gedicht moet verrassend zijn, zowel op woordniveau als op het niveau van de syntaxis.

    Indien de dichter een meer hermetische weg inslaat, dan nog moet hij narratief te karakteriseren zijn.

     

    Ik ben het zoveelste voorbeeld van een eigenwijze bloemlezer. Ken jij er anderen? Omdat ik de dichter kies en niet één of meerdere gedichten van hem/haar bloemlees, is mijn aanpak gericht op de totale (kwaliteits)waarde, op het oeuvre.

     

    Zijn deze beschouwingen een manifest? Neen!

    Wil ik deze namenlijst met de bedoeling recht te doen aan de literaire situatie in Vlaanderen? Neen, want dergelijke selecties hebben altijd een hoog “Genesisgehalte”: ze verklaren zichzelf tot het beginpunt van een nieuwe poëzie-elite.
    Stel ik een namenlijst samen vanuit een duidelijk parti-pris, d.w.z. vanuit een voorkeur? Hoe kan het anders? Is mijn overzicht van dichters gekleurd en vertekend? De onderliggende gedachte leg je er zelf maar in.

     

    Deze “bloemlezing” van namen wil juist niet doorgaan als objectieve standaard op poëziegebied: de voorwaarden die tot op heden hiervoor zijn opgesteld, lijken mij te discriminerend. Ik ontken de macht niet van een bloemlezer. Maar hier is mijn “macht” toch heel beperkt gehouden.

    Eén ding is zeker: het gaat niet om zelfglorificatie; ik stel mij bescheiden op. Ook - en dit heb ik al toegegeven – wanneer ik regelmatig mijn persoonlijke smaak laat prevaleren. Elke namenbloemlezing kent zijn beperkingen. De eerste beperking is van geografische aard: louter Vlaamse dichters. Andere beperkingen: het engagement van de dichter en de persoonlijke voorkeur van de samensteller, een beter woord hier is de essayist. Geen beperking is het medium van publicatie: zowel dichters die al “papieren” bundels bij reguliere en niet-erkende uitgeverijen uitgaven, als dichters die voor eigen beheer kozen, als dichters die gedichten plaatsten in tijdschriften en magazines.

     

    Mijn selectie:

    Dirk van Bastelaere, Bert Bevers, Lut de Block, Geert Buelens, Marc Bungeneers, Viviane Burssens, Gunnar Callebaut, Martin Carrette, Hervé J. Casier, Guy Commerman, Patrick Cornillie, Frank Decerf, Jenny Dejager, Thierry Deleu, Alain Delmotte, Ferre Denis, Joris Denoo, Didi De Paris, Frans Depeuter, Francis De Preter, Frans Deschoemaeker, Marleen De Smet, Astrid Dewancker, Bernard Dewulf, Charles Ducal, Fernand Florizoone, Peter Ghyssaert, Luuk Gruwez, Stefan Hertmans, Peter Holvoet-Hanssen, Guy van Hoof, Philip Hoorne, Joris Iven, Roland Jooris, Tom Lanoye, Patricia Lasoen, Ruth Lasters, Patrick Lateur, Jan Lauwereyns, Herman Leenders, Bert Lema, Frédéric Leroy, Roel Richelieu van Londerseele, Sylvie Marie, Luc C. Martens, Mark Meekers, Edith Oeyen, Paul Rigolle, Xavier Roelens, Willem M. Roggeman, Hedwig Speliers, Willy Spillebeen, Erik Spinoy, Ina Stabergh, Lucienne Stassaert, Peter Theunynck, Henri Thijs, Marc Tritsmans, David Troch, Yerna Vandendriessche, Roos Vandewalle, Eric Vandenwyngaerden, Jozef Vandromme, Lies Van Gasse, Miriam Van hee, Jan Van Loy, Dirk Vekemans, Willie Verhegghe, Peter Verhelst, Dimitri Verhulst, Herwig Verleyen, François Vermeulen, Eriek Verpale, Hugo Verstraeten en Rik Wouters.

     

    Dat er ook nu weer commotie zal zijn bij het verschijnen van deze selectie is onvermijdelijk. Wij beloven onze critici niet met dedain en invectieven te bestoken. Dus doe maar rustig: erger je, lach, die de inkt vloeien, wees een tegenpool, maar weet dat wij geen invloed willen uitoefenen op het literaire klimaat.

    Van één zaak ben ik zeker: in deze “bloemlezing” staan geen “geweerde dichters”.

     

    Ik ben er van overtuigd dat Vlaamse dichters een andere bedding hebben dan onze bovenburen. Dit heeft niets met arrogantie te maken, maar, zeg nu zelf, Vlamingen dichten met meer charme, de problematiek is herkenbaarder, soms zijn ze stereotiep, maar de ondertoon is minder moraliserend. Zijn Vlaamse dichters minder degelijk, minder intellectueel, minder beschaafd? Ik stel vast dat zij muzikaler zijn, met meer mystieke overgave, elan en spontaniteit. Het Vlaamse gevoel versus het Hollandse verstand (Paul van Ostaijen).

     

    Eigenlijk maakt dit niet veel uit: enerzijds stel ik een namenlijst samen met uitsluitend Vlaamse dichters en anderzijds schrijven deze dichters ook Nederlandse poëzie.

     

     

    Thierry Deleu

    thierrry.deleu@skynet.be

    www.geletterdemens.blogspot.com

     

     

     

    04-06-2010 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Thierry Deleu
    >> Reageer (0)
    30-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Postergedichten t.g.v. Curieuse kunstroute Geraardsbergen 'Home Art'

     





    30-05-2010 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (2)
    27-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een bewogen gebaar: Zacht (door Thierry Deleu)


    Een heerlijk gedicht voor een vrouw zo prachtig als de titel. Je vindt en ziet haar in de slotregels...





    Zacht

    (voor Ginette)

      

     

    Zachtheid die zoveel woorden vergt

    zo teder zij mijn wonden zalft

    haar naakte hand satijn breekbaar

    elk gebaar

     

    wat zij aanraakt dauw gestreeld

    tranend in haar ogen zie ik

    het glanzen van de dag diepzee

    van mijn denken de ochtend

     

    in al zijn facetten nacht
    geslepen witte parels
    om haar hals

    kraalogen op mij gericht.

     

    Thierry Deleu


     

    27-05-2010 om 21:33 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Thierry Deleu, Ginette, Zacht, 50 Meesterdichters, liefde
    >> Reageer (0)
    10-04-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bellen Blazen


    Aankondiging dichtbundel

     

     

    Bellen blazen

     

    gedichten over vissen en zeedieren





    Met bijdragen van ruim 30 dichters, o.a. Pien Storm van Leeuwen, Henk van Zuiden,

    Patty Scholten, Joris Iven, Bert Bevers, Tsead Bruinja, Maarten van den Elzen,

    John Schoorl, Johan Van Cauwenberge, Y. Né, Paul Gellings, Christina Guirlande., Roger Nupie, Hilde Pinnoo, Mark Meekers, Tine Hertmans, Piet Brak, Tjarda Eskens, Fernand Florizoone, Marije Kos, Marleen De Smet, Paula Hagenaars, Jenny Dejager, Lief Vleugels, Maarten van den Elzen, Fred Papenhove, Ferre Denis, John Schoorl, Thierry Deleu, Hannie Rouweler, Herman Rohaert, Katrien Ryserhove, Maurits Van Vossole, Ina Stabergh, Floris Brown, Henk van Zuiden.

     

     
    Publicatiedatum: heden.

    Boekprijs: euro 14.

    Formaat: 19 x 19 cm - vierkant.

    Binnendruk: zeer lichtgeel papier.

     

    VOOR WIE BELANGSTELLING HEEFT VOOR DEZE UITGAVE:

     

    Bankrekening - voor België of Nederland

    1 ex. euro 16 (incl. euro 2 verzendkosten) 

    voor 2 ex van deze uitgave: euro 32.

    Nederland: (zonder Iban) ING 3424272 t.n.v. J.R.M. Rouweler, Belgie

    Belgie: BNP Parisbas Fortis 001-4253999-43 t.n.v. J.R.M. Rouweler, Diepenbeek

     

    Boek wordt in juni/juli a.s. naar u per post verzonden.

     

    ebsite boek BELLEN BLAZEN:

    http://www.lulu.com/content/8589356

    Hannie Rouweler

    Demer Uitgeverij, e Publisher

    info@demerpress.be

     

    www.demerpress.be

     

     

     

     

     

    10-04-2010 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    25-03-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hond en kat en andere beestjes


      

     


    HOND EN KAT EN ANDERE BEESTJES

     


    Onlangs verscheen bij Demer Uitgeverij een eerste uitgave “Dierengedichten”. Inmiddels werd een tweede, uitgebreide uitgave “Hond en kat en andere beestjes” gerealiseerd.

      

    Deelnemende dichters:

     

    Annmarie Sauer, Catharina Boer, Chris Van Buggenhout, Christina Guirlande, Erik Verstraete, Floris Brown, Hannie Rouweler, Henk van Zuiden, Herman Rohaert, Herwig Verleyen, Jenny Dejager, Joris Iven, Kristel D'Huysser, Leo Vroman, Lucienne Stassaert, Mark Meekers, Marleen De Smet, Miller Caldwell, Patty Scholten, Roger Nupie, Rose Vandewalle, Rozemarijn van Leeuwen, Tanya van der Wacht, Theo van der Wacht, Thierry Deleu, Tjarda Eskes, Wim van Til.

      

    De bundel telt 40 bladzijden.

    Prijs: 14 euro (excl. verzendkosten)

    (hiervan is, per exemplaar, 3 euro bestemd voor de Dierenbescherming).

    Vanaf half maart verkrijgbaar via de uitgeverij of rechtstreeks via:

    http://www.lulu.com/content/8327645

      

    25-03-2010 om 19:31 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    27-02-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Op de schommel met Didier De Deken

    Didier De Deken werd geboren te Antwerpen in april 1963 en woont te Mortsel.

    Hij is onderwijzer in het buitengewoon onderwijs en fiere vader van drie kinderen. Gedichten schrijven en schilderen zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. Wat hij niet kan schilderen, verklaart hij met woorden. Wanneer woorden tekort schieten, schildert hij zijn emoties.

     



     


    Op de schommel van schilderen en dichten

     

     

    Permanent schommelend tussen schilderen en dichten, pendelend van de schildersezel naar de schrijftafel is Didier De Deken steeds op zoek naar het soberste woord en naar een manier om zijn schilderijen zo strak mogelijk te houden. Zijn gedichten zijn als impressies zonder dwang voor de lezer, de doeken prikkelen de kijker en sporen aan tot ontdekken.

     


     

    Didier is een autodidact die een permanente queeste heeft: zichzelf herontdekkend doorheen woorden en penseelstreken, soms twijfelend maar mateloos en onbegrensd gedreven.

     

    De laatste 4 jaar verliet hij het figuratieve rustgevende aquarellen en de te beperkende acryltechnieken. Hij zocht vrijheid en diepte, textuur en beweging én rust, maar voor vooral de essentie van details om hem heen: een barst in een muur, een romp van een vergeten boot, een momentopname van verouderd stucwerk. Warmte en tastbaarheid doorheen details die op het eerste zicht een abstract geheel lijken.

     

    “Gedichten horen weggegeven te worden,” zegt Didier, “schilderijen behoren de huiskamers toe.”.

    Herhaaldelijk nam Didier deel aan groepstentoonstellingen waarna onverwachts naar zijn werken werd gevraagd. Sommige doeken staan permanent in een kunstwinkel te Mortsel. Andere werken worden gekozen door mensen die een nageltje teveel hebben aan de muur.

     

    “Kunst is doen,” vervolgt Didier, “en geen verzuchting naar erkenning of aanvaarding. De mooiste bevestiging is te weten dat mijn doeken een 60 tal gezinnen her en der gelukkig maken."

     


    Dit schaduwland heb je doorkruist

    Springend over brokstukken

    Emoties als versnipperd

    Puzzelend over je bestaan

     

    Je vaders hand zo open

    Je ogen, blikkend, wakend

    Twijfelend, wroetend in je hoofd

    En dan weer rechtgestaan.

     

    We lijken zoveel op elkaar

    Ach, broer…

                        dezelfde woorden

    Dat aarzelend gebaar

    En die vraag of we rechtschapen zijn

     

    Tussen trachten en herinneren

    Zwoegen wij schoorvoetend

    Alles heeft nog een plaats

    En wat niet past?

    Tja, dat dragen we wel als latere last.

     

    ©Didier De Deken

     

     

    27-02-2010 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Didier De Deken, schilderkunst, dichter, woordenvol
    >> Reageer (0)
    03-02-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.'Klaprozen en Kamermuziek' & 'Poppies and Chamber Music'

    AANKONDIGING
    TWEE  NIEUWE DICHTBUNDELS - TIEN DICHTERS




    Klaprozen en Kamermuziek

     


    samengesteld door Hannie Rouweler en Thierry Deleu

    In maart zal bij Demer Uitgeverij een nieuwe groepsbundel verschijnen:

    Tien dichters uit Vlaanderen (Westhoek, Antwerpen, Limburg) en Nederland (Zwolle) met nieuwe gedichten. Over de natuur, de zee, liefde, vergankelijkheid, afscheid, steden (reizen), de schone kunsten, taal, en nog meer.

     

    De dichters (in alfabetische volgorde):

     

    - Bert Bevers

    - Jenny Dejager

    - Thierry Deleu

    - Floor Deroo

    - Marleen De Smet

    - Fernand Florizoone

    - Paul Gellings

    - Joris Iven

    - Guy van Hoof

    - Hannie Rouweler.

     

    De voorstelling van de bundel gaat door op zaterdag 20 maart 2010 om 11.00 uur in de Kok-pit van het nieuwe gemeentehuis van Koksijde.


    Prijs: 15 €

     

    Rechtstreeks te bestellen via deze website:

    http://www.lulu.com/content/5962506

     



    Poppies and Chamber Music


    (Engelse dichtbundel)

                        Vertaler: John Irons


     

    Ook in maart verschijnt bij Demer Press de Engelse dichtbundel “Poppies and Chamber Music”, tien dichters, vertaald door John Irons.

    De volgende dichters leverden hieraan een bijdrage, ieder met 6 gedichten: Fernand Florizoone, Jenny Dejager, Paul Gellings, Thierry Deleu, Marleen De Smet, Joris Iven, Bert Bevers, Roger Nupie, Albert Hagenaars en Hannie Rouweler.

     

    Prijs: 15 €

    SAMENSTELLERS: Thierry Deleu en Hannie Rouweler.

     

    U kunt alvast vooraf een exemplaar bestellen via de uitgeverij.

     

    Elke bundel bedraagt 17 € (incl. verzendkosten, naar Nederland en binnen België).

    Het boek kan in april (of eventueel eind maart) naar u verzonden worden.

     

    Met vriendelijke groeten,

    Poetry for All!

     

    Hannie Rouweler,

     

    Demer Uitgeverij/Demer Press, e publisher

     

    Voor de Engelstalige uitgave, zie http://www.lulu.com/content/6452614


     

     

    03-02-2010 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Bloemlezing, gedichten, klaprozen en kamermuziek, Thierry Deleu, Hannie Rouweler, Bert Bevers, Jenny Dejager, Floor Deroo, Marleen De Smet, Fernand Florizoone, Paul Gelling
    >> Reageer (0)
    22-01-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zee, het water (Hannie Rouweler)

     

    De zee, het water

     

    (Hannie Rouweler)

     

     
     

    22-01-2010 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    12-12-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verslag 'Poorten van de avondzon - Pforten der Abendsonne

    Literair Salon 12b en Docks (Dichkunst zur Zeit) - Antwerpen op 12 december 2009

     

     

    POORTEN VAN DE AVONDZON

    PFORTEN DER ABENDSONNE

     

     

    De dichters Annmarie Sauer en Fred Schywek en moderator Roger Dupie zorgden voor een warm onthaal. Er heerste een rustige en gezellige sfeer tijdens de presentatie van het onafhankelijk literair vertaalproject in het kader van Ruhrgebied Culturele Hoofdstad van Europa 2010, nl. de trilogie ‘Flußschiffahrt/Binnenvaart’ en de bloemlezing ‘De liefde in Holland en Vlaanderen’.



    Annmarie Sauer en Fred Schywek zorgen voor een warm onthaal


     


    Als spetterende entree bracht Peter Holvoet Hansen, de aanstormende en welverdiende Antwerpse stadsdichter 2010, gedichten naar eigen keuze. Job Degenaar, voorzitter van het Writers in Prison Committee PEN Nederland, stelde zijn pas verschenen boek ‘Handkussen van de tijd’ voor.



    Peter Holvoet Hansen





    Onderstaande dichters werkten mee en waren te beluisteren:

     


    Catharina Boer






    Lief Vleugels






    Marleen de Smet






    Job Degenaar






    Roger Nupie






    Lucienne Stassaert






    Rose Vandewalle
     





    Hilde Pinnoo


     

     

    Vervolgens werd een hommage gebracht met woord en muziek aan de Europese Belg Jacques Brel en aan de grandioze muzikant Pete Seeger, bij wie de vakbeweging en de vrede nauw aan het hart lagen.

     

     

    Zang: Patricia Van Nunen



     


    Annemarie Sauer en Fred Schywek brachten een reeks gedichten tegen de oorlog. De titel ‘Duizend raketten in Antwerpen’ herinnerde aan de 567 mensen die 65 jaar geleden in Cinema Rex omkwamen en überhaupt aan de V1 en V2 raketaanvallen op Antwerpen door de Nazi’s.

     

    Annemarie Sauer en Fred Schywek
     

     

     

    12-12-2009 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    20-10-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.insomnia





    insomnia

     

     

    nagenoeg waren we storm

    maar de wind hield de adem in

    zo ook de nacht

     

    het wordt een slechte zomer, zei ik

    weet je nog hoe bij heldere hemel

    plots de winter begon

     

    gevangen

    scheurden we

    verlangen

     

    een haan kraaide uit zijn bek

    ontzenuwd sliepen we in

    in waakstand

     

    © Marleen De Smet

    20-10-2009 om 21:06 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (2)
    10-09-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rue Haute



     

    Rue Haute

     

    Muziek van hier en ver weg, gedreven door de noordenwind, in het zog van de geur van mensen van de straat, daar waar het toeval soms kiest om de klank met de stilte te vermengen zoals een gedachte op zoek naar onze eigen wortels...

    (Rue Haute)


    Lees meer over de zangeres en de muzikanten op http://www.ruehaute.com
     


      

    (foto: Serge Anton)


    Rue Haute:

    - Dounia De Poortere: zang

    - Michel Kuijken: zang, gitaar
    - Laurent Bijnens: accordeon
    - David Legley: contrabas
    - Núria Balcells i Santolària: viool


     

    10-09-2009 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Rue Haute, Dounia Depoorter
    >> Reageer (0)
    03-08-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.zelfportret


      

     

     

    zelfportret

     

     

    mevrouw?

    hoe plechtig pretentieus

    mijn naam is mijn leus

    je schrikt! aan jou de keus

    ik draaihoofd niet voor

     

    vrouw,

    klinkt aantijgend alsof Adam

    zich Eva toe-eigent

    blijkt weer: mijn riobips

    van weleer doen het niet meer

     

    madame,

    mon Dieu, tout court

    te chique, te coquette,

    chouett’ étiquett’

    flaneert met te tere tred

     

    Marleen?

    ach, zeg maar Leen

    ik rijg je glimlach als parels aaneen

    en strooi speels een bries

    woorden over je heen

     

    © Marleen De Smet

     

    03-08-2009 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Marleen De Smet, Leen, zelfportret
    >> Reageer (1)
    20-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rietje rijmt (nieuw boek van Viviane Burssens)




    Schrijven is van kindsbeen af mijn passie. Mijn poëzie verscheen in diverse literaire tijdschriften. Ook mijn prozastukjes werden gepubliceerd. In 2001 publiceerde ik de gedichtenbundel Sterrenstof en ik won tweemaal de 'Michel Casteelsprijs voor cursiefjes' van de stad Gent. Het krijgen van kleinkinderen inspireerde me tot het schrijven van een kinderboek.”

     

    Viviane Burssens

     

      
     


    Rietje rijmt

     

    Nieuw boek verschenen van Viviane Burssens uit Wichelen

     

     

     

    Met trots meldt boekscout.nl dat het boek met als titel Rietje rijmt van Viviane Burssens sinds kort te koop werd aangeboden. Een kinderboek dat ongetwijfeld de belangstelling wekt.

    Viviane Burssens is van harte bereid om haar werk bij u te presenteren. Zij kan zich binnenkort per email, telefoon of d.m.v. een bezoekje bij u melden.

     

    In het kort:

     

    Rietje heeft een heel bijzondere oma. Ze spreekt namelijk in rijmwoorden. Als het nare kereltje Stijn haar hoort praten, vindt hij het maar gek. Hij kent niemand die in rijmwoorden spreekt en hij pest Rietje hiermee. Rietje voelt zich ongelukkig en zegt tegen haar oma dat ze moet ophouden met dat stomme rijmen. Oma doet erg haar best om te stoppen. Rietje voelt zich schuldig. Het lijkt wel of ze een andere oma heeft. De volgende dag komt ze Stijn tegen op de speelplaats. Wat moet ze tegen hem zeggen?



       

     

    Een stukje uit het boek:

     

     

    Rietje kijkt door het raam.
    Ze ziet hoe het rode wagentje van oma de straat uitrijdt.
    Rietje wuift haar oma uit.
    De volgende dag gaat Rietje welgezind naar school.
    Ze vertelt haar vriendjes
    hoe lekker de pannenkoeken van oma waren.
    Ze zegt ook hoe jammer ze het vindt,
    dat ze oma niet elke dag kan zien.
    Maar wat een verrassing!
    Om vier uur haalt oma haar af aan de schoolpoort.

    "Dag mijn lieve, kleine meid, schrik maar niet
    omdat je mij en niet je mama ziet.
    Mama moest dringend ergens heen.
    Ze belde me en ik kwam meteen."
    ?

     

     

     

    De gegevens:

     

    Titel: Rietje Rijmt

    Auteur: Viviane Burssens

    Aantal pagina’s: 34

    Illustraties: Agnes Vernimmen

    Uitvoering/formaat: paperback A5

    ISBN: 978-90-8834-905-8

    Prijs : 11,95 €

     

    Meer informatie: info@boekscout.nl. U kunt zich ook rechtstreeks tot de auteur wenden: vivianeburssens@versateladsl.be

    Zie ook: http://www.boekscout.nl/html/boek.asp?id=800

     

     

    Van ganser harte gefeliciteerd, Viefke!!

     

    20-06-2009 om 18:19 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    05-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijn muze is hij die voor mij zong





    Mijn muze is hij die voor me zong



    Mijn muze is wijlen mijn grootvader, mijne pepé.

    Van kindsbeen zag ik hem halfgebogen over tafel schrijven aan zijn gedichten en biografie. Tijdens het krassen van pen over gelijnd papier verscheen soms een lach over zijn gelaat. Dan weer streek een schijn van ernst neer dat langzaam plaats ruimde voor bleke droefheid. Soms daalde traag een traan in de diepte van een lachplooi. Waar de rimpel overging in een plekje gladde huid, droogde het verdriet in een glinstering als de zon kwistig door het venster haar stralen strooide. Zijn lippende trilden ietwat uit elkaar.

    Herinneringen schitteren, weet ik nu.

    ‘Pepé, waarom huil jij?’ vroeg ik op een dag.
    ‘Mijn meiske,' antwoordde hij, 'luister goed naar wat ik je ga vertellen en vergeet het nooit.’ 
    Er hing een zachte glans over zijn gezicht, de huidplooien werden milder.
    ‘In het leven loopt niet alles naar wens', vervolgde hij, 'ik was heel jong toen ik met memé trouwde. Er was een kind op komst. De plicht riep, ik moest naar het leger. Ondanks de armoede bleek Irma sterk genoeg om voor zichzelf en mijn kind te zorgen.
    Voor mijn vertrek vroeg ze of we nog eens mijn zelfverzonnen liedje zouden zingen dat ik haar leerde toen we als tortelduiven door de kouters wandelden. Ze beloofde me dat ze elke dag voor het slapengaan dat liedje zou zingen.'

    Pepé zong streelzacht:

    Kom bij mij, mijn kleine lieve
    kom bij mij, hier aan mijn zij
    kom bij mij ten aller tijde
    kom bij mij, blijf bij mij
    je bent van mij.

    Er viel een stilte waarna pepé met een schokkende zucht een zakdoek bij de punt uit zijn broekzak trok.

    ‘En weet je, Marleentje, wat memé vroeg en zong voor ze stierf?’ vroeg hij plots. Zijn stem haperde en zijn ogen keken mij oneindig aan. Hij merkte dat ik zowel verstomd als aangeslagen op het antwoord wachtte en ging meteen verder: 

    ‘Zij vroeg... (het werd drie tellen stil)... zij zong (hij zong):

    Kom bij mij, mijn kleine lieve
    kom bij mij, hier aan mijn zij
    kom bij mij ten aller tijde
    kom bij mij, blijf bij mij
    je bent van mij.

    Toen kroop ik heel dicht tegen hem aan. Hij glimlachte, stak zijn waarschuwende wijsvinger in de lucht en voegde eraan toe:
    "Wie dàt voor jou zingt of wie jou dàt vertelt in een simpel mensengebaar of in ogentaal, wordt jouw grote liefde."

    Hij legde zijn arm om me heen en samen zongen we:

    Kom bij mij, mijn kleine lieve
    kom bij mij, hier aan mijn zij
    kom bij mij ten aller tijde
    kom bij mij, blijf bij mij
    je bent van mij.



    © Marleen De Smet

    05-06-2009 om 20:57 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Charles De Clercq - Everloving
    >> Reageer (0)
    02-05-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hagelanddichter Ina Stabergh




    Ina Stabergh werd Hagelanddichter

     


    Na haar aanstelling tot eerste stadsdichter van Diest én eerste stadsdichteres van Vlaanderen (2006-2008) werd Ina Stabergh op 26 april 2009 in Boutersem, tijdens de Hagelanddag, officieel aangesteld tot eerste Hagelanddichter.

    Het is de bedoeling dat zij, gedurende één jaar lang, via haar gedichten diverse facetten van toeristisch-recreatief Hageland belicht. Deze unieke streek in de provincie Vlaams-Brabant heeft een opvallend rijke geschiedenis. Overigens is Ina geboren, opgegroeid én woonachtig in hartje Hageland. Wellicht zal het de dichteres niet aan inspiratie ontbreken…

    Voor het eerste gedicht, zie
    http://users.skynet.be/ina.stabergh
    http://users.skynet.be/ina.stabergh


    Voor nog meer informatie

    http://users.skynet.be/ina.stabergh/nl/frames/f_home.htm



    Gefeliciteerd, Ina!

    02-05-2009 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:Ina Stabergh, Hagelanddichter
    >> Reageer (0)
    25-04-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.zuivering (met Duitse vertaling door Fred Schywek)




    Het gedicht zuivering werd naar het Duits vertaald door Fred Schywek. Fred, ik dank u van ganser harte!

     

     

     

    zuivering

     

     

    het was de sprong in het water

    het uitstervend geklater dat haar denken

    deed aan het verdwijnpunt, de serene lichtstip

     

    de beek sloeg met zachte heupslagen

    de wildgroei langs haar oevers weg

     

    en toen in vlinderslag haar lichaam

    weelde werd, bleek de beek in de zon

    haar spiegelpaleis, haar bron

     

    © Marleen De Smet

     

     

     

    Reinigung

    es war der Sprung ins Wasser

    das sterbende Plätschern das sie denken

    ließ an den Fernpunkt, den heiteren Lichtklecks

     

    der Bach schlug mit sachten Hüftschwüngen

    den Wildwuchs an ihren Ufern weg


    und einst im Schmetterlingsgeflatter ihr Körper

    üppig wird, bleich der Bach in der Sonne

    ihr Spiegelpalais, ihre Quelle

     

    vertaling: Fred Schywek

     

     

    Meer info: www.epibreren.com/poeziemarathon/DICHTERS/schywek.html

     

    25-04-2009 om 09:28 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:zuivering, bron, verdwijnpunt, water
    >> Reageer (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.spiegelbeeld

    Uit de dichtbundel ‘groeipijnen – van veertien tot eenenveertig’  (2002)



    spiegelbeeld

     

     

    ik wilde de Parnassos

     bestijgen maar de

      spiegel huilde

                 hij vloeide

                   een rivier

                     bevaren door twijfels

                       scheurend over de klippen

                     van mijn gelaat

                 naar de monding

               van mijn lippen

     

                 's morgens zag ik

                   in haar condens

                      een gesluierd antwoord

                   in gedroogde bedding

                 van zoutsporen:

             sla je houweel

            en klim,

                 klim

     

    © Marleen De Smet

     

    25-04-2009 om 09:28 geschreven door Marleen De Smet


    Tags:spiegelbeeld
    >> Reageer (0)
    13-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.winterwandel (met papa)


     

    Je kan het gedicht beluisteren via http://marleendesmet.lierde.net

    De geluidsopname is ondermaats, m.a.w. het voordragen te snel door de beperkte opnametijd.

     

     


    winterwandeling

     

     

    nekstaren ontvlucht ik en verdwijn

    tussen zuilen van kale bomen,

    ze dicteren wat overleven is onder wolken

    als borsten door stuwing ontbloot

     

    huizen potdicht aaneengeregen

    ademen warmte binnenin,

    alleen vergeten pompoenen knikkebollen

    onder de stralen van winterlicht

     

    de stilte omhelst en boetseert weilanden

    waar dat ene blad wuift naar niet wijkende kou,

    kerktorens spietsen gedwee en weer voel ik

    de grote hand waaraan ik veilig liep

     

    beken klateren vaders melodie, zonder haast

    langs het gras dat als platgetrapt loof overleeft

    tot een schaap mekkert van onder de wol:

    wat doe jij in dit godvergeten boerenhol!


    verloren gewaande herinnering rapen, roep ik

    en stap over kasseien naar de dorpskern

    waar wagens elkaar weer kruisen,

    spreeuwen schreeuwen na

     

    © Marleen De Smet

    13-12-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (2)
    10-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee


    Het is zo ver!



    De voorstelling van het eerste jaarboek van het Vlaams-Nederlands dichtersgenootschap "De 50 Meesterdichters van de lage Landen bij de zee" was een groot succes tijdens de voorstelling in de 'kok-pit' van het gemeentehuis te Koksijde. 

     


    HOE DE DICHTER ZICH EEN WEG GESELT TEGEN WIND







     


    onder het voorzitterschap van dichter/schrijver Thierry Deleu

    Zandzeggelaan 18-102

    B-8670 Oostduinkerke (België)

    GSM: 0478/745498

    E-mail: thierry.deleu@skynet.be

    Zie link in de rechtermarge (klik op desbetreffende foto) en ook

    http://www.geletterdemens.blogspot.com 




    Toch even een overzicht

     


    Aanvankelijk

     

    “De 50 Meesterdichters van Vlaanderen” werd gesticht begin 2000 op initiatief van “The Order of the Razorblades” (“De Orde van de Scheermesjes”), de eerste online ridderorde in Vlaanderen en Nederland. Het idee kwam van enkele “geridderde” dichters.

    Het initiatief beantwoordt aan de wens van talrijke dichters, die de essentiële waarden van hun creativiteit willen veilig stellen: de kwaliteit van hun gedichten, het respect voor elkaar en een welkome promotie van hun poëzie.

     

    Daarna

     

    Toen echter ook dichters uit Nederland belangstelling toonden voor het initiatief, werden er gesprekken gevoerd over de wenselijkheid van een uitbreiding tot “de Lage Landen bij de zee”. Na overleg werd deze optie genomen.




     

     

    Wie zijn de 50 Meesterdichters en wat zijn de modaliteiten

     

    Het aantal werkende leden “Meesterdichters” werd vastgesteld op maximum 50 leden.

    Het zijn (in alfabetische volgorde en niet volgens de datum van hun selectie):

     

    Marcella Baete

    Bert Bevers

    John Brookhouse

    Marc Bungeneers

    Gunnar Callebaut

    Martin Carrette

    Greta Casier

    Frans Claus

    Jeannine Debbaut

    Frans de Birk

    Lidy De Brouwer

    Pierre Declerck

    Leni De Goeyse

    Jenny Dejager

    Marleen De Smet

    Thierry Deleu

    Luc Demiddele

    Ferre Denis

    Gwen Deprez

    Astrid Dewancker

    Germain Droogenbroodt

    Fernand Florizoone

    Ludo Geloen

    Hejatomsma

    Patricia Lasoen

    Paul van Leeuwenkamp

    Frédéric Leroy

    Cathy Mara

    Mark Meekers

    Peter Motte

    Edith Oeyen

    Ruud Poppelaars

    Eric Rosseel

    Annmarie Sauer

    Maurits Sterkenburg

    Pien Storm van Leeuwen

    Ina Stabergh

    Annemieke Steenbergen

    Jet van Swieten

    Henri Thijs

    Annette van den Bosch

    Guy Vandendriessche

    Yerna Van Den Driessche

    Eric Vandenwyngaerden

    Jozef Vandromme

    Jan Van Loy

    Dirk Vekemans

    Katelijn Vijncke

    Pom Wolff

    Peter Wullen

     

    Om tot “Meesterdichter” te kunnen worden benoemd dient er onherroepelijk een periode als “solliciterende Meesterdichter” te worden doorgemaakt. Die periode omhelst één jaar.

    De titel van “solliciterende Meesterdichter” wordt verleend aan dichters die minstens drie gedichten hebben gepubliceerd in een tijdschrift/e-zine of bloemlezing, ofwel gelauwerd of geprijsd werden in de Lage Landen.

    “Razor’s Edge Editions” stelt een jaarboek in het vooruitzicht, met als ondertitel “De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee”.
    Vermits de “solliciterende Meesterdichters” pas en precies na één jaar “Meesterdichter” worden (de proefperiode), kon die bundel ten vroegste één jaar na de geselecteerde 50ste “solliciterende Meesterdichter” verschijnen, dus op 3 december 2008.

    Een eerste aanpassing van "De 50 Meesterdichters" komt er aan voor de periode 2009-2010. Alleen bij overlijden, ontslag of klacht wordt een naam geschrapt en door een andere "Meesterdichter" vervangen.

    Alle "Meesterdichters" moeten een goede reputatie hebben als mens en als dichter. Zij zijn de toekomst van het poëtich patrimonium van de Lage Landen bij de zee.


     

     

    De kok-pit in het gemeentehuis van Koksijde.

     

    10-12-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (2)
    11-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.schaduwlopen





    schaduwlopen

     

     

    aan het hoofdpunt

    van mijn schaduw

    vraag ik in de lengte

    van de dagen

    of de uren lang duren

    er is zon, antwoordt de morgen

    uit mijn licht, schreeuwt de zon

     

    tegen de middag loop ik

    mezelf tegen het lijf

    waan me op de evenaar

    en zie bij een tros duiven

    de vergeten r

    r ruil ik voor huivering

    ik kroop er binnenin

     

    de avond fraseert

    me tot schuivende schim

    west werpt naar oost

    achtervolgingswaanzin

    verbolgen sta ik, ga ik, ren en

    breek mijn lijf tegen een muur

    ik geraak er niet meer in

     

    © Marleen De Smet 

    11-10-2008 om 23:34 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (4)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Camellia Japonica

     

     

      

     

     

     

    Camellia Japonica

     

     

    als een bloesemjapon

    met hemelparels besprenkeld

    draagt Camellia

    haar kinderen groengekranst

    zo bloei ik mijn woorden, roosblozend

     

    in slow motion groeten

    haar kelken flinterfleurig

    hoe broos is sentiment

    als storm haar stut neigt

    zo vorm ik mijn zinnen, bloemend

     

    tot welken gedoemd

    als uitgebotte proppen

    een kort leven beschoren

    tot de volgende groei

    zo worden mijn verzen geboren

     

    © Marleen De Smet

     

    11-10-2008 om 15:09 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    14-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Marie-Thérèse


     
    Augustus 2008. Samen met de eerste schooljuf.

     

     


    Mijn eerste schooljuf was juffrouw Marie-Thérèse. Wist ik veel dat ik -als ukkepuk van 2,5- 46 jaar later samen met haar naar de lens zou glunderen. Groots was het weerzien toen ze me op mijn huwelijksdag een bos bloemen overhandigde. Onlangs ontmoette ik haar weer en gretig werd het verleden opgedist. Ik voelde me geborgen omdat ik nog steeds haar zachte blik waarnam, zo ook haar helende stem en troostende handen.

     

     

    De eerste schooldag

     

     

    En nu zijt ge een groot meiske, zenne. Ge moogt naar ‘t scholeke gaan waar ge in de zandbak kunt spelen. In je boekentaske zit nen boterham, ne koek, nen appel en een propere onderbroek. En nu flink zijn, om vier uur kom ik je weer halen

     

    Kom ik je weer halen? ~§#* ?” sloeg in als een whleiiiii mmammmaaa bij heldere hemel tijdens die eerste schooldag in 1962.

     

    Ik overstijg de tijd en alsof het gisteren was zie ik mezelf in het witte jurkje en dito truitje. Verlatingsangst overvalt me als ik stilsta bij het moment dat mama me achterliet in het grote glazige huis met op de vensters mastodonte schilderingen. Juist, Sneeuwwitje en de zeven dwergen bezorgden me een huiveringwekkende gewaarwording: het waren schrikwekkende reuzen.

     

    Die morgen begon wellicht normaal, want daarvan herinner ik me niets. Maar toen mama voor het schreeuwerige gebouw de fietsremmen dichtkneep en me handig van het kinderzitje zwaaide, wist ik meteen wat me te wachten stond. Dat zal mama hebben geweten. Elke poging die ze ondernam om me te sussen was tevergeefs, niets hielp.

     

    Het was lente, het zonlicht flitste. Schreiend peddelde ik aan haar hand over de speelkoer waar ze me toevertrouwde aan juffrouw Marie-Thérèse.

    “Ga maar, Simonne” zei de juf met hese stem, “eens je weg bent zal Marleentje wel stoppen met schreien”.
    De stem van juffrouw Marie-Thérèse klonk fluisterend hees. Niet dat ze door overmatige inspanning een onhelder stemgeluid voortbracht. Neen, zij klonk zoals ze was: zacht en teder. 

    Mama gaf me een zoen, een natte zilte zoen. Ze twijfelde minutenlang waarna ze als een wemelende stip in de verte verdween. In de verwarring krijste ik de pannen van het dak, stampte de tegels uit de vloer en zwaaide wild in het rond met alles wat kon bewegen. Tot op de dag van vandaag voel ik de drang mijn handen naar mama uit te steken, haar vast te grijpen, mijn armen te verankeren rond haar hals om haar uiteindelijk nooit meer los te laten.

    En zucht, mama kwam terug, nam me nog één keer stevig vast en knuffelde en zoende me weer, maar euh… mama weende nog een keer en ik, ik wilde weg uit die lawaaierige keet.

     

    Mams was bang, ik was bang, de hele wereld was bang. Maar de juf bleef rustig. De juf hield me in haar buurt terwijl ze met open armen de volgende niet te bedaren waterlanders verwelkomde.

     
    MarLeen

    14-09-2008 om 21:35 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    13-07-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wat maakt je groot in letterenland?


    In het kielzog van 50 meesterdichters

     

     

    “Ontmoet de juiste persoon op het juiste moment en op de juiste plaats”. 
    Gemakkelijker gezegd dan gedaan.


    Ik schaar me achter onderstaand artikel van Thierry Deleu. Toegegeven dat ik op geen vijf plaatsen tegelijkertijd wil en kan aanwezig zijn en bovendien opteer voor bescheiden profileren.

    Kwaliteit gaat boven kwantiteit… waar hoorde ik dat eerder?

    Is succes verzekerd voor de durvers? Ik kan ze geen ongelijk geven. Maar het plaatje van elleboogwerkers en snakes is snel doorknipt?

    Of geniet je van elk moment dat je tevreden bent met wat je presteerde, weliswaar zonder buitensporige belangstelling maar met bewondering voor dàt wat je doet met de vrijheid je eigen standpunten te verdedigen?

    Ik ga voor het laatste omdat ik voornamelijk voor mezelf schrijf. Hoewel (en ik glimlach bedenkelijk), bloggen is een explosieve schrede in de richting van willen gelezen worden, een-bereid-zijn tot openbaring. De anonieme lezer staat het bovendien vrij te blijven of zich uit te klikken. Wat een comfort!

    MarLeen




    Thierry Deleu


     

    Wat maakt je groot in letterenland?

    (met dank aan en door Thierry Deleu)

     

     

    Deze vraag wordt mij meestal gesteld door vrienden en ex-collega’s, die geen flauw benul hebben van hoe groot GROOT is. Wanneer zij het MIJ vragen, wil het ook zeggen dat zij het over een “GROTE auteur” hebben. Ik heb het al zo dikwijls uitgelegd en geargumenteerd, maar zij blijven het mij vragen. Laten wij aannemen dat het niet is om mij een pleziertje te doen en even met mij mee te lopen in het smalle literaire weggetje, dat grillig door de Lage Landen bij de zee kringelt. Dit is een opportuniteit en ik heb geleerd in opportuniteiten te denken.

     

    Jij die mij deze vraag stelt, je moet natuurlijk willen lezen, daarom niet eens een boek (indien je mijn boeken kóópt, ben ik al tevreden), maar toch moet je bereid zijn om met gretigheid te bladeren in kranten, weekbladen en tijdschriften of op internet te surfen naar literaire oneline magazines. Daar vind je mijn antwoord. Daar vind je welk advies ik geef aan de overheid en aan uitgevers en bibliothecarissen.

     

    In het Vlaamse letterenland moet een mens op zijn woorden letten, zeker als het gaat over macht en centen. De machthebbers (die zich verstoppen achter structuren) zijn niet gediend met pottenkijkers zoals ik. Maar op mijn 68ste kan ik tegen discriminatie en verbanning indien het mijzelf betreft. Ook de collegialiteit onder de auteurs is niet voorbeeldig. Het zijn individualisten. Ze beconcurreren elkaar graag, maar ze verenigen zich niet graag. Nochtans “eendracht maakt macht”: macht in de vorm van inspraak, controle, medebeheer, beleid.

    Erger: auteurs laten zich opnemen in vermelde structuren waar ze worden opgehemeld (mentaal als financieel), maar waar ze eigenlijk worden ingekapseld en geneutraliseerd. “Je kunt maar beter goede maatjes zijn met de bazen!” is hun argument.

     

    Opnieuw zullen velen zeggen: die krasse knar is daar weer! Soit! Ik voel mij niet zo, maar ik ben ook geen jonge hemelbestormer meer!

     

    Hoe word je GROOT? Onze ouders (die van mij toch, in de jaren ’50) zouden zeggen: door naar het bord te kijken! Zij bedoelden: door hard te studeren om later “voor de staat” te kunnen werken, dit biedt zekerheid!

    Opleiding en werkzekerheid zijn zeker sterke troeven. “Plus kwaliteit,” hoor ik je met nadruk zeggen. Je maakt grote kans om een GROOT auteur te worden indien je geen imbeciel bent, goed je brood verdient en vast werk hebt.

    Ik ben geen imbeciel, ik heb mijn boterham verdiend en ik “stond rotsvast in het onderwijs”. En toch ben ik geen GROOT schrijver geworden. (Of ik een goed schrijver ben, laat ik in het midden.) Neen, ik geef niet uit bij bekende (erkende) uitgeverijen, over mij wordt nauwelijks geschreven en gepraat in de nationale media, ik krijg geen ronkende recensies in vakbladen, ik word niet geldelijk gesteund door de overheid. In termen van maatschappelijke status: ik ben niet GROOT. Waarom is het mij niet gelukt? Ik had toch alles in handen om te slagen.

     

    Wat had ik niet dat véél belangrijker is? Een gunstige wind! Toeval? Toeval bestaat niet, maar ik kwam nooit terecht in “gunstige omstandigheden”. Hugo Claus kwam Henri Vandeputte tegen, enkele kleinkunstenaars vonden genade bij Johan Anthierens, Magritte en Delvaux liepen Gustave Nellens tegen het lijf, Paul Snoek had veel te danken aan Anton van Wilderode en schurkte zich tegen Hugues C. Pernath… Wat ik wil zeggen, is simpel: via via is de juiste weg naar succes. Op één voorwaarde: de persoon die jou wil helpt, mag zelf niet hulpbehoevend zijn! Vele getalenteerde auteurs blijven ter plaatse trappelen, omdat zij een netwerk hebben opgebouwd van enerzijds “zuchtigen” - en daar is niets van te verkrijgen - en anderzijds komedianten die veinzen en valse hoop creëren.

    Het is mooi als je met de nodige huisvlijt en vooral veel liefde aan je boek vijlt, maar het helpt je niet vooruit. Toch niet wat je naambekendheid betreft. En je weet: geen naam, geen faam, geen uitgever, geen subsidie, geen aankoop door de bibs.

     

    Wat betekent dit in de praktijk? Hopen op een gunstige wind? Op een mecenas? Op een “gearriveerde” die het met jou wel ziet zitten? Op een vriend die een vriend kent die bevriend is met?

     

    Deze wereld is een komedie en een groot circus. Het leven is een spel, soms wreed, soms aangenaam, maar we spelen allemaal naar best vermogen. Ik word dit spelletje moe. Ik kan het niet langer aanzien hoe jonge debutanten en begaafde auteurs niet aan hun trekken komen, omdat ze niet behoren tot het establishment en/of het kleine kransje critici en academici en/of de literaire elite in Vlaanderen en Nederland. Waar zijn onze waarden? Waarom deze normenvervaging? Waarom geen transparant beleid? Waarom geen objectieve criteria? Waarom geen gelijkwaardige behandeling?

     

    Het geld moet worden verdeeld over meer schrijvers, over alle schrijvers die kwaliteit leveren. Alles in het literaire wereldje is perceptie. Een goed boek kan helpen, maar het is geen voorwaarde om in de belangstelling te komen. Mooi en mediageil zijn, is even belangrijk. En dit laatste is niet evident: je moet een vriend hebben die een vriend kent die bevriend is met… En zo ontstaan er literaire fabrieken, zoals de fabriek Lanoye, de fabriek Brusselmans, de fabriek Moeyaert…

     

    Ik voel mij geen loser van het zuiverste water, helemaal niet. Ik voel mij geen eeuwige belofte die maar niet echt doorbreekt in de literatuur. Ik ben al lang voorbij alle dromen en schaamte. Ik heb niets te verliezen. Ik hoef niet te vervallen in loos gebabbel of opgesmukte deftigheid om te behagen. 

     

    Zijn stompzinnigheid, egoïsme en een goede gezondheid de sterkste troeven om te slagen? Heeft Flaubert gelijk? Ik zou er ook grofheid bij vermelden. Spelbederf.

     

    Thierry Deleu

    13-07-2008 om 13:51 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    04-07-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zintuiglijk avontuur

     



    Zintuiglijk avontuur



    Samengepakt in rechtover elkaar staande duozitjes worden de reizigers door de verzengende hitte gespoord. Er hangt een broeierige hitte in de wagon waardoor de tocht beslist niet zonder bezwaren verloopt. En toch lijken de passagiers windstille levens beschoren. De trein zwiept pijlsnel door het Vlaamse landschap waar verschroeide graskanten als een bruin lint voorbijglijden. Een onweerstaanbare neiging naar het scheppen van een luchtje onder de blauwe hemel voert me naar exotische oorden. Maar twijgentakken met daarin het hinderlijk spelend licht brengen me terug naar waar ik me bevind.

     

    Door het monotoon maar vertrouwd cadansen over de rails gapen enkele slaperigen als koeien naar elkaar. Mijn overbuur naast het raam -een boom van een vent- doch ietwat te kort afgezaagd, is inmiddels ingeslapen. Het zweet parelt langs zijn neus in zijn snor en kwijl sijpelt in zijn baard die als een sjaaltje om een laagje halsvet ligt. Met gekruiste armen zakt hij onderdoor. Naast hem zit een lezende dame, blootsbeens met melkwitte borsten. Na elke bladzijde die zij omslaat, wipneust zij haar afzakkend kettingbrilletje op de juiste plaats. Ik slaap niet, ik lees niet, maar observeer en noteer alles wat zich rondom mij afspeelt met een innerlijke wanhoopskreet een passend woord te vinden. Een briesje door het halfopen venstertje hindert een donkerharige furie met een middelvinger. Uitgebroed op de zonnebank verzoekt zij met een spervuur van woorden het venster te sluiten. Een sirene op poten zo lijkt het mij.

    “Rails worden stevig door de dwarsliggers,” mompel ik naar de lezende dame, terwijl ze bedenkelijk in mijn richting staart.


    Snerpend ritsen de wagons door de wissels. Mijn overbuur ontwaakt en met een oogopslag als van een roofdier loenst hij naar mijn boezem. Hij rekt zich, buigt voorover en leunt op het tafeltje dat ons scheidt. Ongeremd probeert hij mijn geschrift ondersteboven te lezen. Geraffineerd trek ik mijn bloesje wat hoger en schrijf verder: “hij moest eens weten… de gluiperd geeuwt luidruchtig. Zijn opengesperde bek blaast een zilte zeelucht in mijn gezicht. Help, het venster is dicht!”

     

    Als hij tenslotte houterig rechtveert, merk ik dat zijn buik zich een weg naar buiten vreet. Luttele seconden later stopt de trein bruusk en met heel zijn reutemeteut wordt de overbuur weer in zijn hoek geworpen. De lezende dame wipt een standje hoger en knipoogt. Hij verontschuldigt zich niet als hij de trein verlaat, maar bromt binnensmonds in de overtuiging dat mijn oren alleen maar mijn gezicht omlijsten.

     

    Het geschal van een binnenrijdende trein aan de andere kant van het perron boort door de lucht en trekt mijn aandacht. Ik kijk naar buiten. De lichtsterkte drukt mijn ogen dicht en turend schuift mijn blik over het perron dat door drommen mensen een benepen sfeer uitademt. In de hoop door een toeval of een verdwaalde passant te worden geïnspireerd, kijk ik roerloos door het venster in de tegenoverstaande trein. Ik observeer weer en het peinsparcours begint.

     

    Ogen priemen op mijn voorhoofd, ik voel me bekeken. Een man aan het venster? Of is het een vrouw? Ik geef me het voordeel van de twijfel en kies voor haar.

    Ik knipper met mijn ogen. Zij lijkt wel versteend, een standbeeld, gesculpteerd met strakke lijnen, haast vormeloos. Ik blijf star in haar richting kijken. Zij verpinkt niet, ik evenmin. Haar hand ondersteunt onmiskenbaar haar zware hoofd. Waaraan denkt zij?

     

    Aan de overkant van het perron ziet ook zij een gedaante als een beeldhouwwerk zonder contouren. Zij staart strak naar de trein aan de overkant. Zij beweegt niet, de andere evenmin. Haar hand torst duidelijk de hele aardbol. Waaraan denkt zij dan?

     

    Behoedzaam etaleer ik mijn pen op het tafeltje en vraag me af of zij een schim is. Misschien is zij een creatie van de zakkende zon. Zal ik toetsen naar een teken van leven, stiekem mijn wijsvinger opsteken of toch maar een paar vingers bewegen, een handzwaai? Nee, niet doen. Zoiets doe je niet naar een onbekende. Wat als zij dan toch een schim is, wat dan? Ik schuif mijn terughoudendheid aan de kant en maak toch maar een hoekig gebaar, terzelfdertijd doet de vrouw dat ook. Onverschrokken recht ik mijn rug, mijn houding staat niet in verhouding met wat ik wil bereiken. Mijn gebaar is zo doorzichtig dat de drang naar dominantie er zo doorheen schijnt. Ik vertrek geen spier meer. Zou zij aan de overkant er ook zo over denken?

     

    Het heeft er alle schijn van dat ook zij met haar schaamteloosheid koketteert. Pfff, ja ze wuift en dan! Voor de rest beweegt ze geen krimp. Het is haar aan te zien, met een blik vol onbestemde zorgelijkheid, een beetje zoals je iemand aankijkt die na een lange periode van rouw of ziekte weer in het openbaar verschijnt. Wat wil zij? Ik zou ik niet zijn, ik wuif terug.

      

    Ik trotseer haar blik, vragend, vrezend, verzoekend en grinnik als antwoord op haar gebaar. Zij grinnikt ook. Zijn wij gelijkgestemden? Is een treinreis dan toch een beetje avontuur? In een voortdurende stroom van waarnemingen wacht ik in alle rust op wat komen gaat.

     

    De trein ontkoppelt en verplaatst zich een meter. Door de schaduw die er overheen glijdt, valt het doek. Het verblindend zonlicht verdwijnt, de vrouw verschijnt. Ik buig me naar haar toe met een uitdrukking van inzicht, mijn neus platgedrukt tegen het venster. Zij doet mij na! Het is geen zicht. Wij kijken elkaar aan, schieten tegelijk in een lach, schrikken samen en plots… niets meer. Het niet meer bewegen, de stilstand…, iets flitst door mij heen en zoals in een ogenblik van verheldering besef ik dat ik naar mezelf keek als naar een protserig monument dat telkens werd teruggeworpen in een weerspiegeling van vensters, niet meer en niet minder dan dat.

     

    © Marleen De Smet

    04-07-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    30-05-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.applaus (met dank aan Steven en Ben)
     

    © Ben Lanoot

     

     


    applaus

     

     

    Half mei 2008 vroeg Steven De Schuiteneer, webmeester van Spoorvreter (reizigersverhalen tussen Geraardsbergen en Antwerpen ), of ik een gedicht wilde schrijven bij een foto van Ben Lanoot.

    Beeld en woord zijn soms onlosmakelijk met elkaar verbonden en zijn te vergelijken met een stomende relatie. Maar deze keer werd het een kunstzinnige driehoeksverhouding die omwille van de samenwerking een ‘U’ verdient.

     

    De twee mannen werden deels getuige van hoe een gedicht ontstaat. Ik maakte een uitzondering en betrok hen vanaf de ruwe schets tot op het moment dat ik het spoorvaardig vond.

     

    De dag nadat ik het gedicht aan beide treinfanaten bezorgde, ontmoette ik Steven aan het station van Geraardsbergen. Het was een aangenaam treffen waarbij we in een paar minuten heel wat wilden vertellen. Dacht Steven dat wat Ben me mailde? Ik citeer:

     

    ‘Een teken dat je toch een beetje gebeten bent door de diepwortelende spoorwegmicrobe waartegen geen enkel antibioticum helpt, of is het de onmetelijk grote drang om die oude dampende zuchtende kolenverslindende vuurvreter in die o zo rustige omgeving in een paar zinnen te verstenen? De woordcombinatie loco-motief is origineel.
    Je speelt meer in op de loc zelf en de hieraangekoppelde capaciteiten:  sterk, betrouwbaar.

    Bovendien vergeet je het menselijke aspect niet: één met de machinist, om zo een echte levensnoodzakelijke symbiose te bereiken, nuttig voor het spoorwegvervoer. Geen menselijke handelingen vormen deze machine om tot een roestige waterketel zonder macht.’

     

    Ik zuchtte toen ik dat las en dacht: ‘Wat schrijft die man prachtig en hoe sterk weet hij een gedicht te ontleden!’

     

    Ik citeer verder:

     

    ‘Applaus heeft een sterk functionele realistische inhoud meegekregen overgoten met een flinke scheut vertedering (vogels die applaudiseren; de bomen die wuiven etc.), wat erin
    gaat als een vers broodje met ambachtelijke hesp. Let wel, een plat overgeromantiseerd gedicht à la 'o zalige stoomloc, koningin der machines badende in uw heilig vuur dwepend met rijtuigen op een goudkleurige avond in een met rozengeur gevulde lucht' wordt bij mij direct van de rails geduwd en ontdaan van zijn wielen!

    Stoerheid: ik ben wie ik WAS maakt het gedicht krachtig en geen rozenblaadje.Het hoort wel bij zo een stoomloc.

     

    Dank je wel, Ben en Steven!

     

    Bekijk alvast de site van Ben Lanoot en Steven De Schuiteneer (http://spoorwegknooppuntfgra.be)


    En nu de rails op.

     

    applaus

     


    raspend roest de prikkeldraad

    in contrast de gladde vaart

    van het glimmend groen

    neen, niet het groen van de bomen

    de bomen, zij reiken elkaar

    de takken om de terugkeer,

    het weerzien, het weleer

     

    gebeiteld in het beeld

    schalt de loco zijn motief

    ik-ben-wie-ik-was

    nooit van het spoor afgeweken

    in beweging onherroepelijk

    geliefd en wezenlijk

     

    en als stro vat het stalen ros

    vuur in de strijd tegen tijd

    geen aarzeling die zich

    een moment van zwakte toemeet

    slechts rookpluimen rangeren

    in de verte het zwoegzweet

     

    van de machinist ’s nachts slipslapend

    in de bedding van het spoor

    hij labeurt overdag met lijf half ontbloot

    het niet ontkomen aan de volharding

    van de ijzeren weg

     

    hoor hoe snelheid boort

    door de geluidsmuur van stoom

    hoor hoe elke vogel applaudisseert

    hoog aan de hemelboog

     

    © Marleen De Smet

     

    30-05-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    05-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dat wie zich poëet noemt, het eerste woord werpe.


     

    ‘Dat wie zich poëet noemt, het eerste woord werpe’

     


    denk ik als ik een gedicht de w(ijde)w(ereld in)w(erp). Ik wil almaar beter worden en ben zelden tevreden. Daarom dank ik mijn strenge lezers om hun reacties en commentaren.

     

    Bijna iedereen heeft poëzie in zich maar niet iedereen legt met dezelfde bevlogenheid dezelfde accenten waarmee uiting wordt gegeven aan wat door het hart of hoofd wordt waargenomen.

     

    Wat levert brandstof voor een gedicht? Inspiratie? Meestal wel. Maar een ervaring die iemand ontroert of waar iemand voor openstaat kan eveneens aanzetten tot dichten. Zo zag ik laatst iemand huilen waardoor ik besefte dat tranen de zuiverste schrijfvlekken zijn. Ze laten vlekkeloos sporen na en verheffen na droogtijd het blad in spatjes pure poëzie. Zo ook in een lukrake lach ontdaan van alle remmingen heeft poëzie in vele opzichten vele gezichten.

     

    Ik heb niet de pretentie te verklaren wat poëzie is. Toch meen ik dat poëten door taal zijn bezeten en dat ze met weinig woorden spreken van wat niet spreken doet. Bovendien schrijf ik zelden wat ik zeg of zeg ik zelden wat ik schrijf. Dat samen maakt poëzie tot een merkwaardig communicatiemiddel.

     

    Poëzie beaamt en kleurt, onderlijnt of ademt sensitiviteit in & intensiviteit uit en is verder moeilijk te definiëren. Wat ik weet is dat een goed gedicht appel doet op de totale persoonlijkheid van de lezer.

    Hoe krijgt een dichter dat voor elkaar? Door wakker te schudden, beelden te tonen, te overreden of te ontroeren en door het ritme de lezer te laten meezingen binnenin. Het is overigens ook aan de lezer om uit te maken of een gedicht recht voor de raap is of door de gelaagdheid vast te stellen dat hij op het verkeerde been werd gezet.

     

    Dichters zijn niet enkel delvers maar ook durvers en denkers, soms doemdenkers die hun ervaringen sublimeren. Het is zoals met ongeluk worden geconfronteerd door diep in een ervaring of zichzelf te graven om van daaruit het geluk weer te verheffen, m.a.w. het ongeluk recht in de ogen kijken om te beseffen wat geluk is. Beroering en ontroering doen dichters dichten, lezers lezen.

     

    Kortom, met het schrijven van poëzie tel ik op, trek ik af, ventileer en doe ik aan zelfheling. Daarna vermenigvuldig ik dat wat ik wil delen met wie er voor open staat.

     

    Marleen De Smet

     

    05-03-2008 om 22:05 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (3)
    23-02-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.land zonder ooievaars

     


    land zonder ooievaars

     

     

    wat heb je aan kennis uit boekenkast-

    wanden als je niets leest uit schuddend

    hand noch naderend gezoen

     

    ooievaars zonder land

    wat heb je aan stormen als

    geen wind je richting waait

     

    wat blijft als ik gaten vul

    scheuren stop, breuken lijm

    en bramen slijp is een duik

     

    in wat heb je aan koele meren

    waarin geen hart te bezielen valt

    en alles verstijft met zoveel

    binnen handbereik

     

    © Marleen De Smet

    23-02-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (0)
    20-02-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Viviane Burssens laait in sterrenstof
    Klik op de afbeelding om de link te volgen








    Viviane Burssens laait in sterrenstof


     


    Ik heb een vriendin. Ik heb twee vriendinnen. Ik heb drie vriendinnen en zo kan minutenlang doorgaan. Maar ik heb maar één dichtersvriendin waarmee ik met de regelmaat van de klok van gedachten wissel.

    Wat is daar zo bijzonder aan? Zij is me in alles stapje voor. Over leeftijden praten we niet. Het is moeilijk in te schatten want ze oogt bijzonder fris en jong.

    Viviane Burssens is me telkens een stapje voor? Zij publiceerde eerder en zij... en deed nog voor ik... .
    Over zielenkwaaltjes of -roerselen of een visie voor de dingen en het doen en het laten? Ik hinkel haar achterna en vind bevestiging.

    Door het toeval leerde ik Viviane Burssens kennen? Een gemeenschappelijke vriend -wijlen Dany Dehandschutter en in een eerder leven zanger Jerry Blondel- was van oordeel dat ik maar een zielsgenote en dichteres Viviane Burssens moest contacteren. De eerste stap werd gezet via telefoon. Het oor leende zich daartoe. De daaropvolgende telefoongesprekken van gemiddeld eentje per maand zijn uiterst interessant & vrouwelijk én doorgaans manvriendelijk. De intenties voor een ‘hey hallo, alles goed?’ mondt uit in een ‘overkwam jou dat ook dat als je iets wilt schrijven dat…; en ben jij ook van oordeel dat de laatste poëzietrend neigt naar...; én dat meno-gedoe wanneer begint en stopt die pauze?’ Ach, we hebben niets dwingend, het klinkt als schakels in een ketting.

    Viefke –zo spreek ik haar aan- schrijft parels. Haar cursiefjes zijn eenvoudig en subliem. Haar recente gedichten zijn zuiver en ontdaan van alle ballast waarbij de woorden zorgvuldig werden gewikt en gewogen. Haar poëzie bezorgt mij kippenvel.

    U, als lezer, wil ik laten meegenieten. Ziehier haar gedicht dat werd genomineerd voor de Niewegijnse poëzieprijs:
    XML:NAMESPACE PREFIX = O /> 

     




    zen


    de dag trekt krom van woorden

    die zich stoten aan betekenis

    met ogen vol brakwater

    schemering onthult wat schrijnt

     

    ik laat me inpalmen door Massenet

    die de kamer vult

    -frêle loopbrug naar geluk-

    langzaam val ik samen met mezelf

    een rivier in haar trage bedding die zich niet

    spiegelt aan het stampen en dagen van de tijd

     

    op de bodem spoelt fijn zand mijn

    dromen in witgewassen water

    dansende druppels op mijn huid

    tranen uit het spaarbekken van mijn brein

    vragen verdampen tot ijs

    vloeibaar heden als tripelpunt

     

    de muziek verstilt

    buiten kapseist de dag

    lucht wordt zilt van zee

    ik drijf in een zee van tijd

     

     

    ©Viviane Burssens

    (september 2007)

     


    Viviane werd:

     

    -   laureate Michel Casteelsprijs voor cursiefjes met ‘Duivels Gent’(1998),

    -   laureate Michel Casteelsprijs voor cursiefjes met ‘Venus’ (1999),

    -   houder van eigen gedichtenbundel ‘Sterrenstof’ (2001),

    -   gepubliceerd in verschillende tijdschriften zoals Meander, Opspraak…

    -   gepubliceerd in ‘Schuinschrijverij’ en ‘Woordenvloed’

    -   houder van een eervolle vermelding voor gedicht ‘Ontwakend licht’ bij Mengmettaal te Herent (2005)

    -   genomineerd voor kortverhaal ‘De vrouw die at’ in Nieuwegeinse literatuurprijs Nederland (2006)

    -   genomineerd voor gedicht ‘Ankerplaats’ in Nieuwegeinse literatuurprijs Nederland (2007)

    20-02-2008 om 00:00 geschreven door Marleen De Smet


    >> Reageer (3)


    Eigen publicaties. Klik op de respectievelijke afbeeldingen voor meer informatie.


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Je kan me ook lezen bij Meander & Opspraak. Enkele spinsels werden  in de bundel bekroonde gedichten “Wat zoudt gij zonder ’t werkvolk zijn”, Bloemlezing “Vlaamse Feestgedichten”, bundel “Een gebloemde lezing” en “Vreemd” van Schrijversplaza, het Koerszakboekje, bloemlezing van de 52 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee 'Hoe de dichter zich een weg geselt tegen wind', verzamelbundel "Beestjes", "verzamelbundel "Klaprozen en Kamermuziek" en de Engelse vertaling "Poppies and Chambermusic", verzamelbundel "Bellen Blazen", verzamelbundel "Toekomst", verzamelbundel "Die Liebe in Holland und Flandern" (Duits en Nederlands) en verzamelbundel "Gewoon lekker", enzovoort... Voor meer info, klik op de respectievelijke afbeeldingen.


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Ik schreef bij werken van onderstaande kunstenaars:

    Hieronder samen met Rudy Baeten, kunstschilder, beeldhouwer en keramist.

    Voor meer info, klik op onderstaand kunstwerk.


    Foto

    Samen met Jacky Duyck, kunstschilder
    Voor meer info, klik op onderstaand kunstwerk.

    Foto

    Foto

    Yves Poelman, kunstschilder en beeldhouwer.
    Voor meer info, klik op onderstaand kunstwerk.


    Foto

    Foto

    Samen met Remy Victor, kunstschilder
    Voor info, klik op onderstaand kunstwerk.

    Foto

    Foto

    Samen met Rob DeLange, kunstschilder
    Voor info, klik op onderstaande kunstwerk.

    Foto

    Foto

    Toon Torrekens, kunstschilder en bronssculpteur.
    Klik op de afbeelding voor meer info.

    Foto

    Keramiekatelier "Den Boelover"
    Marnic De Lange

    Foto

    Henri Victor, kunstschilder
    Klik op de afbeelding voor meer info.

    Foto

    Enkele dichters/schrijvers uit mijn kennissenkring.
    Viviane Burssens, dichteres
    Voor meer info, klik op de foto.


    Foto

    Dichter Rik Wouters


    Foto


    Welkom op de site van
    Lidy De Brouwer.


    Foto

    Thierry Deleu, dichter/schrijver
    Voor meer info, klik op de foto.

    Foto

    Frank De Vos, dichter.
    Klik op de afbeelding voor meer info.

    Foto

    Ruud Poppelaars, dichter.
    Voor meer info, klik op de foto.


    Foto

    Bob van Laerhoven, schrijver
    Foto

    Nicole Van Overstraeten, dichteres


    Foto

    Paul Bernhard, poëzie en fotografie.
    Voor meer info, klik op de foto.

    Foto

    Sabine Luypaert, verhalen en gedichten.
    Voor meer info, klik op de foto.

    Foto

    Marc Eyskens
    Voor meer info, klik op onderstaande foto.


    Foto

    Lin, dichteres.
    Klik op de afbeelding voor meer info.

    Foto

    Stater, dichter.
    Klik op de afbeelding voor meer info

    Foto

    Hannie Rouweler, dichteres
    Voor meer info, klik op de foto.

    Foto

    Muzikanten:

    Michel Kuijken, bezieler van Rue Haute, een geweldig ensemble, sloot de partituren voor iets nieuw in ontwikkeling.
    Michel Kuijken: zang, gitaar speelt samen met Laurent Bynens (accordeon) nieuwe akkoorden. Later meer.
    Maak alvast kennis via een klik op de eerste foto.

    Foto

    Foto

    Jan Oelbrandt, gitarist, componist, producer.
    Voor meer info, klik op de foto.
     


    Foto

    Mixart is een ondersteuningproject voor kunstenaars.
    Bezieler is Hugo Tanghe.

    Foto

    Mijn overige links
  • Verbruikte toekomst van Warket
  • Vereniging van Vlaamse Letterkundigen


    View My Stats
    Site Meter
    Een interessant adres?


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!