en oh, alsjeblief, hou je schoenen aan, er wordt regelmatig gepoetst.
Dat een deel van mijn roots in hartje Vlaamse Ardennen ligt valt niet te betwisten, althans niet langs moeders zijde. Langs vaders zijde daarentegen reikten grootmoeders wortels tot net boven en onder de Nederlandse grens en langs grootvaders kant zouden de losgeslagen verhalen leiden naar een Spaanse soldaat uit Alva’s leger dat in België op meedogenloze wijze orde op zaken wilde stellen. Ze maakten brokken maar blijkbaar ook kindjes.
Vertellingen en/of overleveringen lach ik weg met de redenering als zou het gaan over talloze toespelingen die na verloop van tijd een eigen leven leiden tot men niet meer weet wat een verzinsel of een waarheid is.
Maar zeker is: mijn naam staat genoteerd op bladzijde 1980 van het Geraardsbergse inwonersregister.
Waarom Geraardsbergen? Ik weet nog precies hoe ik als tienjarige aan moeders hand de stad inhuppelde en hoe het 3,5 meter hoge H. Hartbeeld temidden het Gruppelopark de verblindende stralen van de herfstzon weerkaatste over het centrum. Sindsdien wist ik dat ik ooit een Geraardsbergenaar zou worden. Inderdaad, ik zal als laatste beweren dat een kind niet weet wat het wil.
Hieronder vind je niet alles maar een greep uit mijn gedichten over Geraardsbergen. Bovendien ga ik nog een stapje verder: je vindt hier ook interessante weetjes over Geraardsbergen en haar taalknobbels van toen en nu van zowel Piet met de pet als Jan met de hoed met tussenin een muzikant(e) van eigen bodem.
Persoonlijk reageren kan via e-mail in de linkermarge. Je kan ook je mening kwijt via de reactietoets onder elke gedachte of gedicht, eneuh... maak een rondrit in dat pittoreske stadje via de links in de rechtermarge of lees meer van mijn gedichten bij o.a. werken van enkele Geraardsbergse kunstenaars op de blog 'onderweg met Marleen De Smet' via een klik op de linkerfoto.
Liefs voor wie het liefheeft.
MarLeen
Laatst toegevoegd:
- Publicatie 'Hond en kat en andere beestjes' - Jolien De Neef is een engeltje - Winterlicht (door Rik Van Damme) - Sneeuw (door Dirk) - Publicatie 'Klaprozen en Kamermuziek'
- Voorbij de einder met Gaby Desmyter - Hechtingen (Ann Tuypens)
Binnenkort:
- Geraardsbergse gedichtendag verlegt zijn grenzen
Onlangs verscheen bij Demer Uitgeverij een eerste uitgave “Dierengedichten”. Inmiddels werd een tweede, uitgebreide uitgave “Hond en kat en andere beestjes” gerealiseerd.
Deelnemende dichters:
Annmarie Sauer, Catharina Boer, Chris Van Buggenhout, Christina Guirlande, Erik Verstraete, Floris Brown, Hannie Rouweler, Henk van Zuiden, Herman Rohaert, Herwig Verleyen, Jenny Dejager, Joris Iven, Kristel D'Huysser, Leo Vroman, Lucienne Stassaert, Mark Meekers, Marleen De Smet, Miller Caldwell, Patty Scholten, Roger Nupie, Rose Vandewalle, Rozemarijn van Leeuwen, Tanya van der Wacht, Theo van der Wacht, Thierry Deleu, Tjarda Eskes, Wim van Til.
De bundel telt 40 bladzijden.
Prijs: 14 euro (excl. verzendkosten)
(hiervan is, per exemplaar, 3 euro bestemd voor de Dierenbescherming).
Vanaf half maart verkrijgbaar via de uitgeverij of rechtstreeks via:
In de nacht van zaterdag op zondag is Jolien De Neef overleden. Het meisje uit Moerbeke kwam het afgelopen jaar regelmatig in de pers door haar strijd tegen kanker.
Vooral haar oneindige weerbaarheid viel daarbij op. Jolien bleef steeds het zonnetje in huis en gaf zo iedereen in haar omgeving een wijze les in hoe je zaken dient te relativeren.
Eind november straalde Jolien nog tijdens de overhandiging van 3000 euro aan het Kinderkanderfonds. Verschillende leerlingen uit het Koninklijk Atheneum van Geraardsbergen, de school waar Jolien leerling was, hadden het geld ingezameld. Volgende week vrijdag en zaterdag wordt er een benefiet georganiseerd in Viane. De opbrengst gaat naar het Kinderkankerfonds
Jolien werd ook verrast door het programma 'Hart voor mekaar'. Daardoor mocht ze een stemmetje spelen in een animatiefilm. De opnames vonden tijdens de zomervakantie plaats. Toen was Jolien ook aan het werk als monitor bij de jeugddienst van Geraardsbergen. De uitzending was midden januari te zien op vtm.
Jolien kreeg op 9 november 2005 te horen dat zij een tumor in haar been had. Ondanks ze genas, kreeg ze in september 2008 opnieuw te horen dat ze een kwaadaardige tumor had en een uitzaaiing gevonden was. Jolien herstelde, ging terug naar school, legde haar examens af en slaagde. De hoop groeide, maar het mocht niet baten. Eind augustus 2009 sloeg het noodlot opnieuw toe, terug een tumor. Doordat de tumor niet reageerde op chemo werd er onmiddellijk geopereerd. Eén week later stortte de wereld opnieuw in voor Jolien, de oncoloog bracht het slechte nieuws dat zij niets meer voor Jolien konden doen.
Jolien De Neef stierf thuis. Ze werd 17 jaar. Ze wordt in intieme kring gecremeerd.
Bron (radio MIG)
Geraardsbergen Gaandeweg betuigt zijn medeleven aan de familie, vrienden en kennissen van Jolien, en wensen hen veel sterkte toe.
Jolien De Neef, een vrolijke levenslustige meid, kreeg op 9 november 2005 te horen dat zij een tumor in haar been had. Op één slag was haar onbezorgde tienertijd voorbij. Het was het begin van een leven van hopen en wanhopen. Jolien volgt alle klassieke en alternatieve behandelingen. Jolien is lid van jeugdhuis De Ressort en zette zich vorige zomer ook in als vrijwilliger voor de speelpleinwerking. Het jeugdhuis leeft mee met Jolien en haar familie en wil ook zijn steentje bijdragen. In teken van liefde voor elkaar en voor de medemens, organiseert het jeugdhuis op zaterdagavond 13 februari (Valentijnsavond) de 'Love Night'. Een kleinschalige fuif met TOP100 Love Songs. De opbrengst van deze activiteit gaat integraal naar 'Benefiet Jolien'. De inkom bedraagt slechts € 1 en vrije bijdragen komen in een collectebus. Op 12 en 13 februari 2010 organiseren familie, vrienden en sympathisanten een spaghettifestijn ten voordele van Jolien in de parochiezaal van Viane. Kaarten en inlichtingen zijn te bekomen bij Sabrina (0476/43.39.67) of Joeri (0476 32 32 70). Vrije bijdragen kunnen ook gestort worden op rekeningnummer: 979-4370552-28 met vermelding ‘Fonds Jolien’.
Publi!catie bloemlezing 'Klaprozen en Kamermuziek'
Klaprozen en Kamermuziek
NOTEER NU IN JOUW AGENDA
UITNODIGING
JE BENT HARTELIJK WELKOM OP DE VOOSTELLING VAN 10 VLAAMSE EN NEDERLANDSE DICHTERS GEBUNDELD IN
KLAPROZEN EN KAMERMUZIEK
10 Vlaamse en 10 Nederlandse dichters werden geselecteerd door Hannie Rouweler en Thierry Deleu voor de Vlaamse Demer Uitgeverij. Een prestigieuze bundel met gedichten van Fernand Florizoone, Jenny Dejager, Paul Gellings, Thierry Deleu, Marleen De Smet, Joris Iven, Bert Bevers, Floor Deroo, Guy van Hoof en Hannie Rouweler.
VOORSTELLING:
Op zaterdag 20 maart 2010 in de Kok-pit van het nieuwe gemeentehuis in Koksijde, Zeelaan 333, om 11 u.
* Welkom pr cultuur, Ilse Chamon. * Welkomstgroet burgemeester & parlementslid Marc Vanden Bussche. * Overhandiging eerste ex. aan de burgemeester door Thierry Deleu. * Thierry Deleu leidt de 10 dichters kort in. * Dichters Fernand Florizoone, Joris Iven, Marleen De Smet en Bert Bevers en Paul Gellings lezen elk één gedicht. * Voordrachtkunstenares, Ilse Chamon, leest van de dichters uit de Westhoek Jenny Dejager, Thierry Deleu, Floor Deroo en Fernand Florizoone (nogmaals) één gedicht voor. * Thierry Deleu geeft korte uitleg over afhalen/verkoop boeken * Ilse Chamon nodigt uit tot de receptie * Receptie
De 10 dichters zijn een voor een gelauwerde poëten in binnen- en buitenland. We stellen ze even aan jou voor: Fernand Florizoone werd in 1925 geboren te Veurne in de Westhoek, waar de grote Florizoone-familie al woont van in de 16de eeuw. Hij studeerde aan het Klein Seminarie van Roeselare en was bijna 40 jaar lang opvoeder-bibliothecaris aan het Koninklijk Atheneum van Veurne. Hij debuteerde als dichter in 1955 met In de branding. Florizoones werk werd vertaald in vele talen, opgenomen in bloemlezingen en meermaals bekroond met o.a. de J.L. De Belderprijs voor Poëzie (1977), de Poëzieprijs Stad Blankenberge (1986) en de vijfjaarlijkse Guido Gezelleprijs 1982 - 1986 van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en letterkunde (1987).
Jenny Dejager publiceerde vier gedichtenbundels: De smaak van stilte, In vlindervlucht naar de regenboog, Twee voetstappen later, Naast de liefde. Gedichten en verhalen van haar werden opgenomen in verschillende literaire tijdschriften, bloemlezingen en op het internet. Roman en vijfde bundel zijn in opmaak.
Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953) is een Nederlands dichter, schrijver en vertaler. In 1999 promoveerde hij aan de Rijksuniversiteit Leiden op het proefschrift Le fardeau du nomade: poésie et mythe dans l'œuvre de Patrick Modiano. Hij publiceert regelmatig poëzie, novellen, artikelen in literaire tijdschriften als Hollands Maandblad, De Gids, Bzzletin en Tirade. Daarnaast is hij werkzaam als literatuurrecensent bij De Stentor en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Gebloemleesd werk o.m. in Meulenhoffs Dagkalender en “De dikke Komrij”. In 2004 werd Gellings voor een periode van twee jaar benoemd tot eerste stadsdichter van Zwolle.
Thierry Deleu is eredirecteur secundair onderwijs - gewezen kabinetsattaché op Onderwijs. Auteur leerboeken Nederlands ten behoeve van het beroepsonderwijs, onder de titel Ons Taalboek (1968-1972). Thierry Deleu is vooral bekend als dichter, romancier, essayist en biograaf. Hij is voorzitter van het Vlaams-Nederlands dichtersgenootschap “De 50 Meesterdichters van de Lage landen bij de zee”. Op 3 december 2008 werd het eerste jaarboek, Hoe de dichter zich een weg geselt tegen wind…, voorgesteld in het gemeentehuis van Koksijde. In voorbereiding: Schoon volk in de hemel (essay), Meeuwen in bloot onderlijf (De Oostduinkerkse gedichten) en de roman Het bewogen leven van Riet Dupon (2011).
Van Marleen De Smet (Geraardsbergen) wordt gezegd: “Zit er een deuk in haar gedachten, dan geeft zij er een poëtische bonk op.” Sinds haar veertiende kwam zij in aanraking met poëzie en schreef haar eerste vers voor de verzamelbundel Groepijnen - van veertien tot eenenveertig. Later volgde de roman, De verborgen oorlogsliefde. Eind 2005 zag de tweede bundel vreemd hoe het gaat het daglicht. Ook werden een aantal gedichten opgenomen in verzamelbundels en tijdschriften.
Joris Iven (°25 januari 1954 in Diepenbeek) studeerde toegepaste economische wetenschappen en sociologie. Volgde cursussen Spaans en scenarioschrijven. Was poëzierecensent voor Het Belang van Limburg (1978-1991) en redacteur van de literaire tijdschriften Letters (1992-1995) en Deus ex Machina (1998-2004). Professioneel is hij ziekenhuisdirecteur.
Bert Bevers (˚ 1954, Bergen op Zoom) is dichter en beeldend kunstenaar. Woont en werkt in Antwerpen. Gedichten van zijn hand verschenen in vele bloemlezingen en in literaire tijdschriften in binnen- en buitenland, waaronder Archipel - Cahier internationale de littérature, Het Brakke Verslag, Bzzlletin, DW&B, Digther, Hollands Maandblad, Krakatau, Poetry Monthly, Revolver en Stroom. Hij gaf De Houten Gong - tijdschrift voor poëzie uit, en stelde diverse bloemlezingen samen. Bert Bevers is medewerker van Poëziekrant. Zijn meest recente bundel is Lambertus van Sint-Omaars beschrijft de wereld.
Floor Deroo (Ieper, 01/03/1986) werd geboren tijdens een winterse zaterdagnacht. Dat bezorgde haar de bijnaam Sneeuwwitje en een bijzonder poëtisch begin. Op zevenjarige leeftijd was er het eerste literaire hoogtepunt op de schoot van Sint-Maarten. Floor las voor uit een gelegenheidsgedicht dat de zeer verrassende titel voor de sint droeg. De daaropvolgende jaren ontwikkelde zich een fanbasis die hoofdzakelijk bestond uit haar ouders, twee zussen en een leerkracht. Hun trouwe aanhang werd beloond toen Floor in 1998 in de prijzen viel bij de Soetendaele- wedstrijd van Jeugd en Poëzie. Dat was het begin van een poëtische groeiweg. Ze compenseerde haar absoluut-niet-literaire studierichting (economie-wiskunde) met het volgen van toneel, voordracht en welsprekendheid. Momenteel houdt Floor zich fulltime bezig met haar woordverslaving. Ze studeert Nederlands en Engels in Leuven. Jeugd en Poëzie heeft - met behulp van een genereuze sponsor - Floor de kans gegeven om een bundel samen te stellen en uit te geven. Half oktober verschijnt Stille Plek.
Guy van Hoof (Borgerhout, 23 juli 1943) is dichter en literair criticus en inleider van vernissages van tentoonstellingen van plastische kunstenaars.
Hannie Rouweler (Goor, 13 juni 1951) is een Nederlandse dichter. Zij werd geboren in een rooms-katholieke familie in het overwegend protestantse Goor. Haar eerste dichtpogingen gaan terug tot haar vijftiende levensjaar, maar ze was al een eind in de dertig toen haar debuutbundel Regendruppels op het water verscheen in 1988. Daarna volgden de bundels elkaar snel op. Bovendien stelde Rouweler enkele poëziebloemlezingen samen. Haar werk werd vertaald in verschillende Europese talen. Zij woonde lange tijd in het Groningse Usquert, tot ze neerstreek in Diepenbeek in Vlaams Limburg. Hannie Rouweler is hoofd Demer Uitgeverij.
Op verzoek van Demer Uitgeverij stelden Thierry Deleu en Hannie Rouweler deze bundel samen. Zij selecteerden op kwaliteit en originaliteit. Leeftijd, man/vrouw, afkomst speelden hierbij geen rol. Uit de geselecteerde namen kun je opmaken dat naast bekende (lees: gelauwerde) dichters ook opkomend talent werd opgenomen.
Wie de vele (verzamel)bundels die verschijnen overziet, kan het niet ontgaan dat de meeste van deze bundels hun keuzes maken aan de hand van andere criteria dan poëticale. Zo zijn er die pretenderen niet op stijl of programma te selecteren maar alleen op een meestal niet nader omschreven begrip van “kwaliteit”, bundels die vooral selecteren op leeftijd, bundels die een overzicht geven van de poëzieproductie van een bepaald jaar, en een eindeloze stroom themabundels die selecteren op buitenpoëtische thema's en ga zo maar door. Wij hebben gekozen, maar we hadden geen strategische bedoeling. Klaprozen en kamermuziek heeft gegrasduind in een poëtisch veld dat zich uitstrekt over Vlaanderen en Nederland.
(De samenstellers)
Het boek kost 15 €. Je kunt bestellen bij Thierry Deleu of via Hannie Rouweler: - 000-0900214-54 van Thierry Deleu, Zandzeggelaan 18-102, 8670 Oostduinkerke - 001-4253999-43 t.n.v. J.R.M. Rouweler, Diepenbeek (voor België) - 3424272 t.n.v. J.R.M. Rouweler Diepenbeek, België (voor Nederland) - Op de voorstelling wordt het boek jou overhandigd (je bespaart de portokosten).
‘Een kind duurt eeuwig,’ schrijft Ann in één van haar teksten. Dat is het sterkte gedachtegoed dat ik las in 2009. Deze vier woorden zijn gedicht/een verhaal op zich.
Maar wat als een moeder haar zoon verliest. Dat drama overkwam Ann Tuypens van het ene moment op het andere.
‘Dit wekt vragen op rond zin en betekenis,’ schrijft Ann verder. Poëzie heelt, stemt tot nadenken en verdeelt de pijn. Ann en de tijd nemen je mee in onderstaande proza.
De tijd neemt me mee
De tijd neemt me mee. Ik leef de spankracht tussen de actieve en de beschouwende mens die ik ben.
Dit wekt vragen op rond zin en betekenis.Verwondering ook, alsof het wonder van het leven zich slechts laat bewonderen door kwetsbaarheid en enthousiasme heen.
Niet eenmalig zijn de dingen die me openbreken maar uniek en verschillend in hun herhaling.
Op momenten waarop ik dicht bij mijn innerlijke kracht ben, nestelt zich een tijdloze vreugde in mijn hart. Het lijkt wel of de pijn om de verslagenheid en het verdriet om het afscheid, alleen in mijn droombewustzijn bestaan.
Toch blijven de littekens van het gemis voelbaar.Ik draag symptomen van pijn in mijn lichaam. Er zijn kerven in mijn ziel, alsof ik door jouw dood ook slachtoffer werd van een ongeval. In een klap, werd mijn leven, een gelittekend bestaan.Ik ben drager van onzichtbare littekens, waarvan de draadjes van de hechtingen op de meest onverwachte momenten pijn doen.
Maar wat zijn hechtingen en wat betekent onzichtbaar?
Wat is de betekenis van tijd en wat is de inhoud van eeuwigheid?
En wat houdt één ogenblik in? Wat heb ik nodig om een kraal te rijgen die de draad van het tijdloze in zich draagt.
Meer dan ooit, wordt mijn leven een vragend en beschouwend bestaan.
Verbaasd, verdwaald, gegrepen
door nevels van verlangen
spreekt de tafel over tijd en eenzaamheid.
Gedachten zijn schaduwen,
die komen en gaan.
En tot slot een fragment uit “zo dicht bij de grens”, waaruit ik besluit dat Ann heel dicht bij Glenn stond.
Verslag 'Poorten van de avondzon - Pforten der Abendsonne
Literair Salon 12b en Docks (Dichkunst zur Zeit) - Antwerpen op 12 december 2009
POORTEN VAN DE AVONDZON
PFORTEN DER ABENDSONNE
De dichters Annmarie Sauer en Fred Schywek en moderator Roger Dupie zorgden voor een warm onthaal. Er heerste een rustige en gezellige sfeer tijdens de presentatie van het onafhankelijk literair vertaalproject in het kader van Ruhrgebied Culturele Hoofdstad van Europa 2010, nl. de trilogie ‘Flußschiffahrt/Binnenvaart’ en de bloemlezing ‘De liefde in Holland en Vlaanderen’.
Annmarie Sauer en Fred Schywek zorgen voor een warm onthaal
Als spetterende entree bracht Peter Holvoet Hansen, de aanstormende en welverdiende Antwerpse stadsdichter 2010, gedichten naar eigen keuze. Job Degenaar, voorzitter van het Writers in Prison Committee PEN Nederland, stelde zijn pas verschenen boek ‘Handkussen van de tijd’ voor.
Peter Holvoet Hansen
Onderstaande dichters werkten mee en waren te beluisteren:
Catharina Boer
Lief Vleugels
Marleen de Smet
Job Degenaar
Roger Nupie
Lucienne Stassaert
Rose Vandewalle
Hilde Pinnoo
Vervolgens werd een hommage gebracht met woord en muziek aan de Europese Belg Jacques Brel en aan de grandioze muzikant Pete Seeger, bij wie de vakbeweging en de vrede nauw aan het hart lagen.
Zang: Patricia Van Nunen
Annemarie Sauer en Fred Schywek brachten een reeks gedichten tegen de oorlog. De titel ‘Duizend raketten in Antwerpen’ herinnerde aan de 567 mensen die 65 jaar geleden in Cinema Rex omkwamen en überhaupt aan de V1 en V2 raketaanvallen op Antwerpen door de Nazi’s.
Jan Van Raemdonck schrijft misdaadnovelle waarin het paneel 'Rechtvaardige Rechters' rol speelt
Geraardsbergse Deken wordt speurneus met de
Retour van de Rechtvaardige Rechters
De diefstal van 'De Rechtvaardige Rechters' inspireerde deken Jan Van Raemdonck tot het schrijven van een detectiveroman met aandacht voor autisme.
Deken Van Raemdonck schreef eerder al een politieroman, een theologisch werk en een studie over de invloed van de Franse missionaris Charles de Foucauld. Een veelzijdig auteur dus, die nu met Rechtvaardige Rechters in retour een ongewone politieroman schrijft.
Ongewoon omdat de hoofdfiguur een jongeman is die priester wil worden. De kerel is autistisch en de roeping gaat niet door. De jongen wil toch bewijzen dat hij, ondanks zijn handicap, best wel tot heel wat in staat is.
Hij is een begenadigd schilder. Door een samenloop van omstandigheden komt de man in het bezit van de in 1934 verdwenen Rechtvaardige Rechters, een zijpaneel van het Lam Gods. Hij slaagt erin om in de Sint-Baafskathedraal in Gent de kopie van het meesterwerk, daar geplaatst na de diefstal, te vervangen door het door hem teruggevonden origineel. Het begin van een speurtocht van agent Verplaetse naar de waarheid.
'Het boek is onder meer een aanklacht tegen het onbegrip tegenover een psychische handicap zoals autisme', legt de auteur uit. 'Maar het is ook wat autobiografisch: ik beschrijf er de leefwereld van het seminarie, zoals ik dat heb ervaren. En ik verwerk in het boek ook bestaande figuren.'
De deken is in de ban van het mysterie van de Rechtvaardige Rechters. Hij is geboeid door de weergaloze techniek waarmee de gebroeders Van Eyck het Lam Gods schilderden. 'En er is natuurlijk de diefstal van het befaamde paneel die mij, net als zoveel anderen, enorm boeit. Velen denken dat de waarheid over de diefstal bekend is maar dat men die bewust niet kenbaar wil maken.'
Met De Rechtvaardige Rechters in retour wil de deken niet de zoveelste poging wagen om de geheime bergplaats van het gestolen schilderij te situeren. Het gaat hem meer om de mystiek van de Rechtvaardige Rechters. Van Raemdonck denkt al aan een vervolg op deze roman. Intussen broedt hij nog op een ander schrijfproject. 'Ik plan een boek dat een dialoog wordt tussen Anne Frank, Rembrandt en Van Gogh. Dat zijn drie figuren die mij heel erg aanspreken en die ik nu in boekvorm wil samenbrengen.'
Te koop in de Standaard Boekhandel in Geraardsbergen en te bestellen in elke andere boekhandel.
Categorie:Van Raemdonck Jan Tags:Jan Van Raemdonck, de Retour van de Rechtvaardige Rechters, Deken Geraardsbergen, autisme
Handboek burgerparticipatie door Eric Lancksweerdt
Erik Lancksweerdt biedt u een vernieuwend en opmerkelijk boek aan
Handboek burgerparticipatie
Beschrijving
Vernieuwend omdat in dit proefschrift voor het eerst een algemene theorievorming wordt uitgewerkt rond burgerparticipatie.
Opmerkelijk omdat participatie wordt onderzocht vanuit diverse invalshoeken. Enerzijds vanuit een juridische invalshoek, waarbij zowel een bestuursrechtelijke als een staatsrechtelijke analyse wordt gemaakt van participatie. Anderzijds een metajuridische invalshoek, waarbij de auteur via de analyse van de geschriften van een aantal rechtsfilosofen komt tot een heel persoonlijke visie op mens en maatschappij en aldus een draagvlak creëert voor zijn ideaal van het participatief burgerschap.
De theorieën ontwikkeld in dit werk zullen ongetwijfeld een leidraad en inspiratiebron zijn voor al wie begaan is met participatie: regelgevers, besturen, burgers, belangengroeperingen en juristen. Niets is immers zo praktisch als een goede theorie.
Beknopte inhoudstafel
DEEL 1. AFBAKENING, ONDERZOEKSVRAGEN, METHODIEK DEEL 2. BEGRIP PARTICIPATIE, KENMERKEN EN INDELINGEN DEEL 3. PARTICIPATIE GEKADERD IN EEN AANTAL GROTE EVOLUTIES DEEL 4.JURIDISCH-TECHNISCHE ANALYSE VAN DE REGELGEVING INZAKE PARTICIPATIE OP LOKAAL VLAK DEEL 5.NAAR EEN ALGEMENE JURIDISCHE THEORIEVORMING INZAKE PARTICIPATIE OP HET NIVEAU VAN DE LOKALE BESTUREN
DEEL 6. PARTICIPATIE STAATSRECHTELIJK BEKEKEN DEEL 7. NAAR ONTWIKKELINGSGERICHTE PARTICIPATIE DEEL 8. SLOTCONCLUSIES EN STELLINGEN
Geraardsbergenaar Jim Cole heeft dinsdagavond 31 maart 2009 de cultuurprijs van de provincie Oost-Vlaanderen gewonnen. Coleman, die deze maand 30 wordt, ontving de prijs voor popmuziek. Dit naar aanleiding van zijn cd ‘Soul in two’. De jaarlijkse uitreiking van de cultuurprijzen is een initiatief van de provincie Oost-Vlaanderen.
(bron: Radio M.I.G.)
“Beste Jim,” schreef ik, “uw stem & uw muziek ontroerde mij tijdens het duidingsprogramma 'De zevende dag' van 24 februari 2008 op VRT, enz...”
“Zo’n talent en zo’n bescheidenheid, dat kan niet misgaan” dacht ik ’s anderendaags toen ik zijn antwoord las.
Veel succes, Jim!
˜*™
Jimmy Colman of Jim Cole is afkomstig uit Geraardsbergen maar verliet sinds zijn studies de stad Gent niet meer. Jim dankt zijn talent grotendeels aan zijn Zuid-Amerikaanse vader, die hem er op jonge leeftijd toe aanspoorde aan de stedelijke muziekacademie zijn creativiteit te laten botvieren. Als jonge dreumes zat hij dan ook vaak tussen Latijns-Amerikaanse muzikanten en hield hij er een bepaalde liefde op na voor gitaar. Zijn jeugdjaren versleet hij achter de platenspeler van zijn Geraardsbergse moeder en putte uit haar collectie waaronder The Beatles, Stevie Wonder en Queen.
Onlangs verwees Uw Dienaar nog in een andere recensie naar een Belgische band die hij jaren geleden al eens als bij toeval had leren kennen. Dat er nu, zoveel jaren later, uiteindelijk een volwassen album onder zijn neus werd geschoven en dat hij daar niet meteen zwaar van onder de indruk was, dát schreef hij er ook nog bij.
Welnu: de blauwdruk van dat verhaal kan eigenlijk grotendeels worden toegepast op Jim Cole. Ook al Belgisch, ook jaren geleden al eens aangeklopt toen ondergetekende nog wat optredens organiseerde in een klein en bescheiden jeugdhuis. We hielden de boot toen af omdat het allemaal nog te pril en te onzeker klonk. En kijk nu: Jim Cole is gegroeid, ouder geworden en komt ook al met een volledig debuutalbum aandraven. Wat meer is: hier vertellen de mannen van het inlandse platenlabel Evil Penguin geen prietpraat als ze hun poulain omschrijven als 'bijzonder internationaal klinkend' en 'bulkend van de ambitie'. Laat dit debuut horen aan gelijk welke toevallige luisteraar en slechts weinigen zullen hier 'een kleine Vlaming' in horen.
Op 'Soul in 2' opent de mens uit Geraardsbergen bijvoorbeeld met 'Things', een kruising tussen Justin Timberlake en Pharell Williams. We kid you not! Weinig later krijgen we al 'Goodbye' tegen onze aambeien gekegeld en ook die single is er niet naast. Een volle poppy sound, goeie arrangementen, excellente stem, sterk uitgebalanceerd nummer: niks op aan te merken eigenlijk, en zo staan er nog wel enkele pareltjes op 'Soul in 2'. Denk aan Lenny Kravitz onder anderen, maar denk vooral ook heel vaak aan Ben Folds. Of als we het toch Vlaams moeten gaan zoeken: Soapstarter, Lalalover, that should do the trick.
Weinig debuutalbums staan van begin tot eind als een huis, en ook op de eerste worp van Jim Cole is dat niet anders. Alle songs klinken dan wel behoorlijk en in se gaan ze nérgens of nooit uit de bocht, maar toch missen we hier en daar wat kruiden op wat de man serveert. Af en toe mag het nog ietsje ruwer, ietsje steviger, ietsje meer gedurfd, ietsje catchier ook. Wie weet klinken alle tracks na twintig luisterbeurten wél allemaal herkenbaar in ons hoofd, maar een drietal songs die je al van bij de eerste keer bij het nekvel grijpen: dat zou niet te veel gevraagd mogen zijn. Als je dan toch de lyrics in het boekje toevoegt en als een volleerd tieneridool voor de foto poseert, kan je die bakvissen maar beter 'servicen' met een no-nonsensedansvloer-killah. Doe het voor de meisjes, Jim, voor ons hoeft het niet per se. En voor je pensioen!
Niettemin geven we ruiterlijk toe dat dát al aardig richting detailkritiek gaat, net zoals het ook muggenziften is als we in de intro van 'Stop!' plots de geest van Axelle Red en 'Le monde tourne mal' horen ronddwalen. Op de keper beschouwd is 'Soul in 2' immers een bijzonder knap en soulvol debuut van een man die goeie muzikanten rond zich wist te scharen en na jaren in de schaduw klaar lijkt om voorgoed op het voorplan te treden. Vergeet Günther Neefs en diens krampachtige maar oubollige poging om Motown te klinken: Jim Cole is ook niet zwart, maar zo klinkt hij wel.
Je weet wel: zoals de klepperende kare kare kiet kiet
stijgend uit het wa-wa-waanzinnige riet, en
-verdomd, er hangt muziek in de lucht en in een poging te componeren krijg ik geen noot op papier, dus pingpong ik met de plingplong en dwing drip te kletsen tegen drop in een zwepende regenzucht vragend aan het venster of het binnensijpelen, laat staan alles wegschrobben mag want na regen komt regenachtig, vertelt Van Dale en dan is er nog het regengordijn dat een refrein woedt met woe-woorden als op woensdag klettert het woeste ouwe wijven-
zijn vingers lenigen haar onstuimige lenden.
Sterren verlichten en verdichten
laag tikkende takken tot een wiegend herfstbed.
Onder het defilé van wolkenrokken last hij een kus
'Klaprozen en Kamermuziek' & 'Poppies and Chamber Music'
Klaprozen en Kamermuziek
&
Poppies and Chamber Music
samengesteld door Hannie Rouweler en Thierry Deleu
Demer Uitgeverij / E Publisher
Tien dichters uit Vlaanderen (Westhoek, Antwerpen, Limburg) en Nederland (Zwolle) met nieuwe gedichten. Over de natuur, de zee, liefde, vergankelijkheid, afscheid, steden (reizen), de schone kunsten, taal, en nog meer.
De dichters (in alfabetische volgorde):
- Bert Bevers
- Jenny Dejager
- Thierry Deleu
- Floor Deroo
- Marleen De Smet
- Fernand Florizoone
- Paul Gellings
- Joris Iven
- Guy van Hoof
- Hannie Rouweler.
De voorstelling van de bundel gaat door op zaterdag 20 maart 2010 om 11.00 uur in de Kok-pit van het nieuwe gemeentehuis van Koksijde.
In november 2010 ziet wellicht ‘Poppies en Chamber Music’, een Engelstalige uitgave, vertaald door John Irons het daglicht.
Gino Franceus schrijft hit voor muzieklegende Merrill Osmond
Gino Franceus schrijft hit voor muzieklegende Merrill Osmond
Geraardsbergenaar componeert samen met Garry Hagger 'Hard to say goodbye'
De Amerikaanse band The Osmonds was in de jaren zeventig de absolute wereldtop. Gino Franceus van muziekshop Cam Cole heeft nu een song klaar voor Merril Osmond, de frontman van de groep.
Merrill Osmond is een van de oprichters van The Osmonds. In de jaren zeventig werd de groep erg populair met wereldhits als Crazy Horses en Down by the Lazy River. De band had een hoog knuffelbeergehalte door de inbreng van de jongere generatie Osmonds vertegenwoordigd door Jimmy, Donny en zus Marie. In hun smetteloze witte glitterpakjes en met hun hoge stemmetjes pakten ze de wereld in.
Intussen werd het heel wat stiller rond de Osmonds, maar de band treedt nog steeds op. Het zijn dan vooral de broers Wayne, Jay en frontman Merrill. Diezelfde Merrill pakt nu uit met een nieuwe song, geschreven door Gino Franceus. Gino 'Cam Cole' Franceus is een professioneel toetsenist, hij speelt piano, synthesizer en Hammondorgel. Gino Franceus schrijft zelf muziek en zorgt voor de arrangementen. Hij componeerde al liedjes voor Garry Hagger en de filmmuziek van 'Blinker'.
Het is samen met Garry Hagger, die de tekst schreef, dat Gino het nummer Hard to say goodbye componeerde. Garry Hagger bracht het nummer in het voorprogramma van de Osmonds bij een optreden in Nederland. De song viel meteen in de smaak bij Merrill Osmond, die in de wolken was over tekst, muziek en arrangement. Merrill heeft het nummer nu al uitgebracht in de Verenigde Staten en brengt het uit op de nieuwe cd van de Osmonds. Die wordt in het najaar gelanceerd in Europa.
'Voor mij is het uiteraard een hele eer dat een muzieklegende als Merrill Osmond een nummer van mij overneemt', zegt Gino Franceus. 'Dit is een absoluut hoogtepunt in mijn muziekcarrière. Ik was al een fan van de Osmonds en nu ben ik dat nog meer. Ze spelen een muziekgenre dat mij goed ligt.'
Osmond en Franceus hebben elkaar duidelijk gevonden. 'We spraken meteen af dat ik nog andere nummers ga schrijven voor hem. Ik heb inspiratie genoeg en heb binnenkort een eigen studio. Zo maak ik een oude droom waar: liedjes componeren, inspelen en arrangeren in mijn eigen muziekstudio.'
Jan Lion
Bron: Jan Lion (Het Nieuwsblad – regio Geraardsbergen)
De wereldburger van Geraardsbergen (auteur: Marc Van Trimpont)
De wereldburger van Geraardsbergen
Uit de merkwaardige geschiedenis van 550 jaar Manneken-Pis
Auteur: Marc Van Trimpont
Dit is de titel van het jubileumboek dat op vrijdag 5 juni 2009 door de Broederschap van het Geraardsbergse Manneken-Pis aan het publiek wordt voorgesteld om 20 uur op het Geraardsbergs stadhuis. Het boek is van de hand van Marc Van Trimpont, de voorzitter van Gerardimontium dit is de Geraardsbergse vereniging voor lokale geschiedenis.
Met dit boek wil de auteur vooral een beeld ophangen van wat links en rechts en in gespreide slagorde is verschenen in de pers en in andere publicaties; dit werk steunt met andere woorden in mindere mate, maar toch nog ook, op nieuw ontdekte en onuitgegeven bronnen.
Diegenen die niet vertrouwd zijn met het reilen en zeilen van het Geraardsbergse Manneken-Pis zullen er vernemen wat ze precies dienen te weten om zich met voldoende kennis van zaken een correct beeld te kunnen vormen van de leefwereld van het ventje zowel in lang vervlogen dagen als nu. En aan de ingewijden wil het een soort refreshment bieden. Zo zal worden uit de doeken gedaan wat zo allemaal verteld wordt en is over of in verband met de ontstaansgeschiedenis van het ventje inclusief de verhalen die de toets van de geschiedkundige kritiek (vooralsnog) niet hebben (kunnen) doorstaan. En vanzelfsprekend zal het koren worden gescheiden van het kaf door uitsluitend aan volstrekte zekerheden het label van geloofwaardigheid toe te kennen.
Eeuwelingen hebben tijdens hun lang leven heel wat meegemaakt, ruchtbare wederwaardigheden zowel als faits divers van minder belang en conflicten, ja zelfs ruzies met een of andere verwant; allemaal samen hebben deze belevenissen hun aards bestaan gevuld en getekend. Dit geldt ook voor het Geraardsbergse Manneken-Pis en dus komen al deze aspecten ter tafel.
Vanzelfsprekend mogen ook de pleegouders en de ijverige familieclan van het ventje niet worden over het hoofd gezien en evenmin mag worden voorbijgegaan aan het heiligdom, doorgaans museum genoemd waar het manneken honderden keren te pronk staat in een of ander pakje uit zijn indrukwekkende garderobe.
En indien Manneken-Pis heel wat dramatische gebeurtenissen heeft beleefd dan werd en wordt hij overladen met eerbetoon en blijken van genegenheid. Weinigen werden en worden tijdens hun leven geprezen en bezongen als hij. Dichterlijke ontboezemingen vormen derhalve het sluitstuk van dit boek.
De auteur brengt een vlot leesbare, journalistiekgetinte tekst waarbij voetnoten bewust achterwege zijn gelaten. De bronnen die het draagvlak vormen voor het werk staan evenwel allemaal achteraan vermeld, wat het om het even wie mogelijk zal maken en dit zonder werkelijk al te veel moeite zijn of haar weg te vinden om desgewenst een of ander gegeven na te trekken
De wereldburger van Geraardsbergen. Uit de merkwaardge geschiedenis van 550 jaar Manneken-Pis is een boek dat ongetwijfeld een groot aantal Geraardsbergenaars al aanspreken maar beslist ook nieuwsgierigen van buiten de stadsgrenzen.
Het zal zowat 130 bladzijden (210 mm x 210 mm) tellen.
Het is te verkrijgen tegen de voordelige voorintekenprijs van 15 euro (vanaf 6 juni: 20 euro), te betalen op rekening 443-1630781-26 van Broederschap van het Geraardsbergse Manneken-Pis.
Categorie:Van Trimpont Marc Tags:De wereldburger van Geraardsbergen, Manneken Pis
Geraardsbergen viert 550 jaar Manneken-Pis
GERAARDSBERGEN
1459 - 2009
Viering 550 jaar Manneken-Pis
25 jaar Broederschap van het Geraardsbergse Manneken-Pis
17de kapitteldag
zondag 14 juni 2009
Markt Geraardsbergen
11.30uBeiaardrecital
14.30uOptocht van Stationsplein naar Brugstraat van de Broederschap van het Geraardsbergse Manneken-Pis, vzw Keizer Karel-Gent en bevriende confrérieën in vol ornaat
15.00uOfficiële opening met reconstructie van de Manneken-Pisfontein uit 1459 op de Markt
16.00uOpvoering middeleeuwse dansen door vzw Keizer Karel-Gent
16.30uOnthulling Manneken-Pis in 15de eeuwse kledij
17.00uGouden Manneken-Pisworp
Muziek en animatie door de Funkystreet Band en presentatie streekproducten
Kanselier secretaris: Marcel Nevraumont
Schepen-grootmeester: Eric Spitaels
Prince-protocolleider : Olav Geerts
i.s.m. stad Geraardsbergen en vzw “Geraardsbergse Musea”
Koenraad & Marie-Ange samen mijmerend op moederdag
Moeder, mère, mother, Mutter, madre, mater... moedertaal is de taal der liefde die met warmte en dankbaarheid heen en weer geworpen wordt in de ogen van een moeder voor haar kind, van een kind voor de moeder. Het besef groeit naarmate de tijd vordert, zo ook de impact van verlies en de leegte die het nalaat. Liefdevolle herinneringen bieden soelaas en zetten er ons toe aan om door te gaan.
MarLeen
Koenraad Rosier samen met echtgenote Marie-Ange Cornet en kleinkinderen
(Marie-Ange overleed op 6 april 2009)
Koenraad & Marie-Ange
samen
mijmerend op moederdag
“Samen,
steeds samen, dat was onze levensstijl.
Samen kenden we mooie jaren.
Samen in de trein naar het werk.
Samen bij de ouders en de schoonouders op de boerderij in het mooie Pajottenland of op de Cocanne te Overboelare in de vallei tussen de Mark en de Dender waar kunst een beleving was.
Maar ook
samen in goede en slechte momenten tijdens de petroleumcrisis van ‘74 toen we aan ons huisje bouwden tot de huidige financiële crisis die nu vele mensen treft.
Steeds was dit een uitdaging om samen verder te gaan in eenvoud en het geluk om samen te zijn en dat verder uit te bouwen.
“Geluk is als een vleugje wind, snel genomen door de tijd.”
Samen in het veld en de bossen op een zelfgemaakte boot op de Dender of in de lucht met een ultralicht vliegtuigje. Daarin lag ons geluk.
Samen met de vrienden de lessen volgen over de kunst van het zwevenen het vliegen als een vrije vogel in de lucht.
Samen werden we lid van het jaarmarktcomité in ’78. Voor Maria-Ange werd de taak weggelegd voor de opvang van de nieuwkomers en voor een bloemetje voor de zieke leden. Bij het ronselen van advertenties kreeg zij de stad Edingen toebedeeld, omdat de Franse taal haar vertrouwd was door haar studies als verpleegster in de stad Doornik.
“Geluk is als een vleugje wind, snel genomen door de tijd.”
Samen hebben we het lijden gedragen van haar moeder, vader en haarzelf.
Samen legden we onze lange lijdensweg af en bleven wij geloven in de genezing. We gaven elkaar moed. Maar ook stond zij andere zieken nabij met de nodige raad en moed bij het verwerken van de nietsontziende ziekte: kanker.
Tot de laatste maanden waar de pijn een kwelling de overhand nam bleef ze zorgen voor haar kleinkinderen en was geen natte broek te veel.
Ze was
de moeder voor haar kinderen en kleinkinderen.
Ze was
de toeverlaat voor vrienden in de club en tijdens de jaarmarkt.
Zelfs als het moeilijk werd kon men nog het geluk van haar gezicht aflezen… zij bleef genieten van de vrienden en de genodigden als ze zich als een helpende hand nuttig voelde.
De strijd om te overleven droeg zij moedig en alleen, zonder klagen, zonder tranen noch vragen.
En toch droegen we in stilzwijgen in elkaar begrijpende blik alles samen.
Zo spaarde ze iedereen die ze liefhad. Zo een vrouw mocht geen droefheid noch pijn kennen.
Samen geloven wij in de wederopstanding van ons geluk en de kracht van het leven.
Wij hopen dat onze kinderen, schoondochters en hun kinderen onze wereld mochten ontdekken en de weg mogen bewandelen die we samen hadden uitgestippeld.
De vier maanden uitstel tot haar dood werden vier mooie en intense jaren. Wij waren altijd samen om dat beetje geluk te delen. Zelfs nu blijven wij in gedachten samen in de tuin van onze dromen, samen in den hof, samen wandelend met de kinderen en kleinkinderen of samen rond de tafel. Zo was ons leven en zo zal het blijven in gedachten.
Samen vouwen we nu de handen,
voor een gebed ter nagedachtenis van ons Ma, Oma en Vrouw.
Dat zij in vrede mag rusten.”
“Geluk is als een vleugje wind, snel genomen door de tijd.”
Ann Dhaenens bezocht de tentoonstelling WielerSportCultuur
Beknopte fotoreportage van Ann Dhaenens
Ann Dhaenens bezocht de tentoonstelling WielerSportCultuur waar gedichten van enkele Geraardsbergse potloodbijters zijn te lezen. De tentoonstelling loopt nog tot 22 maart 2009 (openinguren: maandag tot vrijdag van 10 tot 17 uur en op zondag van 14 tot 17.30 uur)
in het huis van Kina, Sint-Pietersabdij Gent, Sint-Pietersplein 9, 9000 Gent en verhuist daarna naar Brugge (zie berichtgeving verder op de blog).
Ann is een kunstenares en documenteert haar werken met eigen gedichten. In 1986 vestigde ze zich te Geraardsbergen om uiteindelijk te verhuizen naar Lierde… naar juist die straat die ik jaren terug verliet maar levenslang meedraag, naar juist dat huis waar ik als kind speelde met de kinderen des huize. Haar atelier dat het imago van Ann en haar echtgenoot Geert uitstraalt in het landelijke Lierde is het verlengde van… haarzelf.
In de Galerie Engelen-Marx (Muntstraat 10 in Leuven) stelt Kurt van Eeghem op woensdag 18 maart om 20 uur de jongste dichtbundel "De Vorstelijke gedichten" van oud-Geraardsbergenaar Johan Van Cauwenberge (°1949) voor.
Bernard de Coen zorgde voor de Franse vertaling onder de titel "Les Poèmes Souverains" in dezelfde publicatie.
Buiten zijn geboortestad geniet Van Cauwenberge faam als Klaramedewerker, presentator, plastisch kunstenaar, publicist en dichter. Verscheidene van zijn dichtwerken werden vertaald in het Engels, het Frans, het Italiaans, het Catalaans, het Arabisch...
Uit de hele reeks dichtwerken die hij sinds 1971 publiceerde vermelden we slechts zijn welbekende "Dantologie" waarvan de Engelse vertaling in Dublin werd voorgesteld in aanwezigheid van Seamus Heany, Nobelprijs Literatuur (1995).
Van Cauwenberge wordt bij ons beschouwd als een van de grootste kenners van de Italiaanse Dante Alighierie (1265-1321). Toen Johan in mei 2007 in het Paleis der Academiën in Brussel een causerie over Dante hield werd hij voorgesteld door Marc Eyskens. Vorige jaar konden de leden van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en een aantal genodigden in het kasteel van Beauvoorde genieten van zijn declamatorisch talent in zijn bloemlezing van Anton Van Wilderode.
Op woensdag 18 maart leidt Kurt van Eeghem in Leuven de Geraardsbergse dichter in waarna Van Cauwenberge voorleest. Floris de Rycker luistert het gebeuren op (luit) en uitgever Leo Peeraer overhandigt de eerste exemplaren waarna een receptie volgt.
Geïnteresseerden kunnen "De Vorstelijke Gedichten" van Johan Van Cauwenberge bestellen door storting van 13€ op rek. 431-0529081-13 van Uitgeverij P in Leuven.
Wie de bundel thuis wil ontvangen gelieve daar 3€ voor de verzendkosten aan toe te voegen.
Albert Schrever
Inschrijven voor de voorstelling van de bundel kan via info@uitgeverij-p.be.
werd in 1921 geboren in Mechelen waar hij Grieks-Latijnse humaniora volgde. Zijn vader was leraar en zijn moeder had er een atelier voor de productie van wandtapijten.
Tijdens de oorlog studeerde hij Germaanse filologie aan de Gentse Rijksuniversiteit. Een van zijn medestudenten was iemand over wie hij ons met grote bewondering vaak vertelde, de latere doctor Maurits Gysseling (1919-1997), een Europese autoriteit inzake Naamkunde en vooral bekend om zijn tweedelig "Toponymisch Woordenboek van België..." (1960).
Voor zijn scriptie koos Maes echter een andere richting. Bij prof. Paul De Keyser wijdde hij zijn licentiaatsverandering aan "Koning Ermerics wonderbare schat in Reinaerts Historie" (1943).
Na enkele omzwermingen vestigde hij zich in Geraardsbergen waar hij huwde en waar hij van 1948 tot 1982 hoofdzakelijk Nederlands en Duits doceerde in de hoogste humanioraklassen van het Koninklijk Atheneum.
Theo gaf er les aan Kalligraaf Albert Godfroid, aan de latere echtgenote van wijlen Ben Cami (bekend dichter, wiens werk regelmatig wordt uitgegeven), Jo Van Damme (tv-man)...
Wie Maes kent bewondert zijn onvoorstelbare belezenheid zowel wat proza als wat poëzie betreft. Dat zijn kennis van en voorliefde voor de poëzie immens zijn hebben we al dikwijls ervaren.
Sinds het verlies van zijn echtgenote zowat tien jaar geleden brengt Theo het grootste deel van de dag door in zijn studeerkamer waar hij, ondanks zijn leeftijd, actief met onze taal en letterkunde bezig is. Met de regelmaat van een klok schrijft hij ook niet-onverdienstelijke poëtische stukken. Zie hieronder.
De korte versie (twee strofes) heet "Ode aan Gheraardsbergen".
Uitvoeriger behandelt hij de aantrekkelijkheid van onze stad in "Verheerlijckt Gheertsberghe" (vijf strofes).
Vijf Geraardsbergse dichters te lezen tijdens tentoonstelling WielerSportCultuur
WielerSportCultuur: unieke Flandrien-foto’s en prachtige hedendaagse poëzie
maandag 23 februari 2009
WielerSportCultuur: unieke Flandrien-foto’s van Stephan Vanfleteren gecombineerd met prachtige hedendaagse poëzie
Onder de vlag "WielerSportCultuur" maakte gewezen VRT-sportjournalist Louis De Pelsmaeker een fototentoonstelling over het fenomeen van de “Flandrien in de wielersport”. De tentoonstelling combineert de originele fotocollectie van Stephan Vanfleteren met eerder uitgegeven en nieuw werk van bekende Nederlandstalige dichters. Minister Anciaux opent "WielerSportCultuur" op 28 februari in de Gentse Sint-Pietersabdij, net voor de start van de eerste Vlaamse klassieker van het wielerseizoen, de Omloop Het Nieuwsblad. De tentoonstelling loopt er van 28 februari tot 22 maart 2009 in "De wereld van Kina: het Huis (Sint-Pietersplein 14 9000 Gent). In Brugge staat de collectie tijdens de Ronde van Vlaanderen vanaf 3 april tot en met 13 april in het Provinciaal Hof, Grote Markt te Brugge. En van 3 tot 13 september staat alles in het Nederlandse Goes tijden de Internationale Senior Games. De toegang is altijd gratis en er is een begeleidende cataloog. Op onze pagina Topsporters in Beeld plaatsten we een filmpje over de expo WielerSportCultuur.
De collectie omvat 61 foto's van topfotograaf Stephan Vanfleteren en poëzie van 25 dichters. Stephan Vanfleteren belicht met zijn camera alle aspecten van het Vlaamse wielerleven en vereeuwigde onze grootste wielericonen: Rik Van Steenbergen, Briek Schotte, Rik Van Looy, Eddy Merckx, Freddy Maertens, Herman Van Springel, Roger De Vlaeminck, Johan Museeuw, Sven Nys… Ook de wielerfans, die alles doen om hun verbondenheid met hun idool te tonen, komen aan bod. Het decor voor de meeste foto’s zijn de overbekende plekjes in de Vlaamse Ardennen, waar de mooiste verhalen uit onze wielergeschiedenis zijn geschreven.
Verbazend veel auteurs bespelen in hun werk het thema “wielrennen en de fietser”. Louis De Pelsmaeker selecteerde eerder gepubliceerde en nieuwe gedichten van Vlaamse, Nederlandse en Zuid-Afrikaanse auteurs die naadloos aansluiten bij de visie van Stephan Vanfleteren op de Flandrien en zelfs een nieuwe dimensie geven aan elke foto.
Van de volgende auteurs werden gedichten opgennomen: Frans Babylon, Jan Boerstoel, Hugo Claus, TT Cloete, Patrick Cornillie, Freek de Jonge, Rick De Leeuw, Karel de Pelsemaeker, Marleen De Smet, Ann Dhaenens, Maurice Geeroms, Herman Gorter, Gerrit Komrij, Tom Lanoye, Patricia Lasoen, Hugo Matthysen, Bart Moeyaert, Peter Nijmeijer, Wivina Steenput, Julien Vangansbeke, Ernst van Heerden, Guy van Hoof, Bart Vanreusel, Willie Verheghe, Dimitri Verhulst en Hans Warren.
Data:
Van 28 februari tot 22 maart 2009: Huis van Kina, Sint-Pietersabdij Gent, Sint-Pietersplein 9, 9000 Gent maandag tot vrijdag van 10 tot 17 uur zondag van 14 tot 17.30 uur.
Van 4 tot 6 april 2009: Provinciaal Hof, Brugge, Grote Markt 2, 8000 Brugge zaterdag 4 en maandag 6 april 2009: publiek toegankelijk van 10 tot 18 uur. zondag 5 april 2009: publiek toegankelijk van 12 tot 18 uur.
Krakelingse proza van de bovenste plank (Louis Bert-de l'Arbre over Krakelingenfeest in 1879)
Met bijzondere dank aan Steven De Schuiteneer voor bovenstaande foto uit het blad Le Patriote Illustrée van 4 maart 1928 en Albert Schrever voor de onderstaande tekst.
Zelden wist me iets zo te bekoren dan bovenstaande foto en onderstaande proza. Neem je tijd en geniet van elke poëtische sprankel die Louis Bert in 1879 voor elke Geraardsbergenaar en voor jou neerschreef.
Louis Bert-de l'Arbre over Krakelingenfeest in 1879
130 jaar geleden
Toen we in 1988 ons eerste boekje over "L. Bert-de l'Arbre en de Neogotiek in Geraardsbergen" voorbereidden stelden we vast dat Bert (1835-1903) een reeks cultuurhistorische bijdragen publiceerde in "Rond den Heerd", het West-Vlaams weekblad dat in 1865 was gesticht door Guido Gezelle.
In 1879, 130 jaar geleden, verscheen daarin het artikel over "De Feeste van Tonnekenbrand te Geerardsbergen" (blz.166-168), waaruit we de belangrijkste passage citeren naar aanleiding van het Krakelingenfeest 2009. We citeren letterlijk met de vaak ingewikkelde en overbodige interpunctie, de soms vreemde zins- en woordstructuur en in de soms inconsequente of foute spelling van L. Bert.
Op de eerste zondag van den Vasten
"Wij zijn op den eerste zondag van den vasten.
"De winter is wel met zijne gure vorst jaarlijks op dit tijdstip verdwenen, maar toch doorgaans loeit de noorderwind, zweept soms de sneeuwvlok nog snerpend het aangezicht, en klettert de slagregen op de modderige voetpaden.
"Maar blinke, zooals dees jaar, de heldere warme lentezon aan den hemeltrans, de feest is volkomen, onbeschrijvelijk de vreugde, en ontelbaar de samengekomen menigte.
"Op de grenzen van drie provintiën gelegen, is het uitzicht van Geerardsbergen op dien dag wonder schilderachtig: zoo verschillig van kleedij, taal en gebaren is de wemelende volkzwerm die de bergachtige straten der stad doorkruist.
"De knappe Brabandsche boerin met jufferssmaak opgetooid, schijnt als een fiere pauw hare pluimen in het zonnelicht te doen blinken, en eenieders bewondering af te smeeken; zediger van houding en manieren, maar toch met de winkende kleuren van den regenboog overdekt, trekt ons Vlaamsch dorpsmeisje stilzamer haren weg voort, en zendt hare stem zoo schetterend niet lijk de Brabandster de wijde lucht in. En de rondborstige waal ? o, deze spant de kroone voor de lente! Schietig maar toch hartelijk en vriendelijk van houding, blinkt zijne stem hooge in vrijmoedig gekout en vroolijk lied; in een woord: hij is 't haantje van 't kot, 't poeder in 't vuur, de vreugde in persoon, en 't lawijt in vacantie.
"Een ure komt aan. De straten slikken meer om meer van ontelbare scharen vreemdelingen. Oud en jong, man en vrouw, knaap en meisje, ja zelfs arme zuigelingskens op den arm, zijn toegekomen; allen zijn gretig den steilen Oudenberg met den stoet te mogen opklimmen, om er een rijken oogst van lekker te gaan inzamelen.
Gothiek Stadhuis
"Eindelijk slaat het twee ure op den kerktoren. De nationale vlag verschijnt op het balkoen van ons gothiek Stadhuis, de beiaard vangt zijne vroolijkste arias aan, de machtige stem van onze groote gemeenteklok bromt over stad en heuvel, terwijl, vooraf gegaan door onze spelende toonmaatschappij, de geestelijke en burgerlijke overheden, de stadsbedienden, gods-huis en armbureel, de voornaamste inwoners, politieagenten en gendarmen vooruitstappen, en gevolgd door een twaalftal groote manden tot proppens toe met krakelingen (drij duizend) en haringen opgevuld, de steile Abdijstraat naar den Oudenberg optrekken.
"Bovengekomen, boort de stoet zich door de haardichte scharen eenen weg naar de kapel, tot aan den voet van het miraculeus beeld der H. Moeder Gods, troosteresse der bedrukten. Nauwelijks heeft de Heer Deken tusschen de geknielde menigte Maria's litaniën met luider stemme gelezen, of het muziek treft weder aan; de stoet verlaat het heiligdom, trekt den hoogsten top van den heuvel op, en treedt den voorbereiden omkring binnen.
Met dank aan Philippe Haegeman voor bovenstaande foto.
Zestiende eeuw
"De wijn van eer is ontstopt; en frischgeurend en parelend stort het lekkere druivensap in de honderdjarige zilveren drinkschaal met stadswapenschild versierd; terwijl getrouw aan de aloude gewoonte men een levendig vischje in het voor hem zoo zonderlinge nat, te spartelen werpt.
"De drinkschaal gaat in 't ronde; en, schoon bewijs der oude en heden verloren eerbiedige en vriendelijke betrekkingen der beide stedelijke overheden, biedt men ze vooreerst plechtig het geestelijk hoofd der stad aan.
"Op een pink, muziek en handgeklap dreunt over de menigte heen, en alle oogen staan nieuwsgierig gevestigd... Hoep!... met een teuge drank en vischtje zijn verdwenen, en, de schaal hervuld en reeds voort in de handen van den heere Burgemeester over.
"Min tijd als wij noodig hebben om het te vertellen, is, even lijk te vooren, drank en vischje in de duistere gewelven van 's menschens kronkelende ingewanden verdwenen, terwijl schepenen, raadsleden en stadsbedienden de zelfde operatie met min of meer behendigheid ten uitvoer pogen te brengen.
"De wijn van eere is nu gedronken; de vischjes zijn opgeslokt. Is hiermede Tonnekenbrandfeeste ten einde? Zeker niet!
"Ziet! Ziet! Eensklaps, welke beweging in het volk! Het wemelt, het wiegelt lijk de koornhalmen onder het geblaas van het zoele zomerwindje. Gejouw, gelach stijgen vroolijk ten hemel op, en honderde en honderde armen gaan op en reiken vooruit.
"Waarom zoo plotseling die vreugd? Waarom zoo plotseling die woelige gebaren?... Waarom?
Koekuitdeeling
"Ha, Heeren Deken en Burgemeester hebben het sein der koekuitdeeling gegeven, de eerste krakelingen, de eerste ha-ringen zijn lijk eene kletterende hagelbui tusschen de menigte nedergeworpen, en de eerste worsteling voor de brokken is aangevangen.
"Onbeschrijvelijk is het oogenblik toen dozijnen handen, honderde haringen, krakelingen, oranjeappels, vijgen en gansch gevulde korven over hoofd en arm den berg afroeien; toen honderde mannen, honderde vrouwen aan 't worstelen vallen, honderde smeekende handen in de hoogte klimmen, honderde smeekende stemmen rondklinken, en menige sukkelaar in den vijver die op den berg gedolven is, een ijskoude bad onvergist gaat nemen.
"Maar de stadsgiften uitgeput, toch is de feest nog niet ten einde. Daar ook op den top van den berg heeft mevrouw Exploitatie sluw en baatzuchtig hare tente geslagen. Dozijnen en dozijnen stadskramers zijn lijk dorstige eggels aan de omstaanders vastgeklampt, die smeeken om hunne waren aan goudwaarde af te koopen.
"En toch hoe hoog die prijs ook zij, hier lijk elders, maakt alweder de gelegenheid den dief. De eene volgt het verleidend voorbeeld van den anderen na, en welhaast vliegen op nieuw honderde krakelingen, hondere oranjeappels, meesterlijk naar een uitverkozen doel gericht, de wijde wereld snorrend door, tot dat de laaste mande geledigd, de laatste korf de lucht in, de trommel den aftocht slaat, en de stoet geschikt zoo hij opkwam, den berg aftrekt, en zijn afscheid in de eerezale van het stadhuis gaat nemen.
"Een vroolijk eetmaal ten koste der stadskas, aan stadsraad en hooge stadsbedienden gegeven, sloot des avonds, tot in 1852, deze heugelijke vriendenfeest; terwijl, sedert eeuwen en eeuwen, en, tot heden toe nog, op het toppunt van den Oudenberg, het oude pektonnetje of Tonnekenbrand in vuur wordt gestoken, om aan den naburigen landman die het van allen kant met eene vlammende strooien toorts begroet, het einde der aloude stadsfeest te gaan afkondigen".
Zestiende eeuw
Hoewel Bert spreekt over de slechts "honderdjarige" zilveren drinkschaal is die beslist veel ouder. In hun fraaie studie over de Krakelingenworp en de Tonnekensbrand (1994) schrijven Geert Van Bockstaele c.s. dat dit kunstwerk uit de zestiende eeuw dateert wat heel wat aannemelijker lijkt.
De vermoedelijk oudste foto waarop die beker voorkomt dateert van het einde van de 19de eeuw en hij is van de hand van de Geraardsbergse notaris-amateur-fotograaf Désiré Declercq (1842-1923). De prent staat afgebeeld in het boek "notaris-fotograaf Désiré Declercq pictorialist - documentarist" (pag. 45) van Marc Van Gysegem en Albert Schrever. Declercq geniet een grote reputatie in het buitenland. In de studie "Kunst-photographie um 1900. Die Sammlung Ernst Juhl" uitgegeven door het Museum für Kunst und Gewerbe in Hamburg (1989) staan, naast zijn biografie, twee van zijn welbekende werken afgebeeld: "Schwache Augen" (1893) en "Die Netzflickerin" (1896). In hetzelfde werk lezen we dat de Geraardsbergse D. Declercq van 1893 tot 1899 in Hamburg bijna jaarlijks deelnam aan de internationale fototentoonstellingen met minimum vier en maximum tien inzendingen. In verscheidene Europese museahangen zijn kunstfoto's te kijk.
Louis Bert-de l'arbre Neogotische schilder uit Geraardsbergen, geboren in 1835 en overleden in 1903. Als voorzitter van de kerkfabriek was hij één van de stuwende krachten naar de neogotiek in Geraardsbergen.
Wie was Louis Bert-de l'Arbre?
‘Niet onbelangrijk,’ zegt Albert Schrever,
‘vergeet niet dat de vader van de Neogotiek in Geraardsbergen hem 130 jaar geleden schreef. Vergeet ook niet dat deze rijke Ninoofse notariszoon zijn exemplarische opleiding in het Frans kreeg bij de jezuieten in Aalst, dat hij hier trouwde met Justine de l'Arbre uit een rijke Geraardsbergse Franstalige doktersfamilie. Eigenlijk moest Louis Bert hier een aanhanger worden van de Franse cultuur van de rijke burgerij. Niets van. In 1876 stichtte hij te Geraardsbergen het Davidsfonds dat de Vlaamse cultuur verdedigde. Louis Bert werd voorzitter van de Kerkfabriek en van het Genootschap van Vincentius à Paulo. In beide Franstalige christelijke genootschappen slaagde hij erin het Frans door het Vlaams te vervangen.
Hij vereerde ook Gezelle in wiens "Rond den Heerd" hij onderstaand artikel schreef.Zoals Gezelle propageerde hij de Neogotiek: in onze stad wist Bert aan het interieur van niet minder dan vijf (nu als monument beschemde) gebouwen een neogotisch uitzicht te geven: de hoofdkerk, de kapel van Hunnegem, de bisschopszaal van het hospitaal, het pand van het college en zijn woning, het hotel Geeraard, eigendom van Willy Naessens die het laat restaureren.
Louis Bert is een van de figuren aan wie we het te danken hebben dat we vandaag in Geraardsbergen Nederlands spreken en schrijven. Ik beschouw hem als een van de grootste 19de-eeuwse Geraardsbergenaars.
Om de vijf jaar moet ik van mijn werkgever een medisch onderzoek ondergaan en vandaag was de eerste afspraak bij de oogarts.
Omdat ook mijn lief wat met haar ogen sukkelt besloten we maar de afspraak samen te nemen.
Als de ogen beginnen achteruit te gaan hoort men vaak zeggen dat het aan “den ouderdom” ligt.
Ja, het zou wel kunnen en dus zat ik met mijnen ouderdom in de wachtzaal naast mijn lief.
Na vijf minuten ging de deur open en riep een vriendelijke juffrouw ons naar binnen.
-Meneer chauffeurke en Mevrouw Yitse?
-Ja, dat zijn wij.
-Jullie mogen mij volgen.
Omdat het de eerste keer was dat we daar met onze ogen gingen vulde ze nog vlug het administratieve gedeelte in en mochten we elk op toer onzen uitleg doen.
Mijn lief liet haar ogen controleren om te zien of er geen correctie nodig was om mij goed te zien staan en ik was verplicht van naar mijn ogen te laten kijken omdat mijnen baas het wou.
De laatste jaren moet ik wel zeggen dat mijn zicht wat lezen betreft enorm achteruit ging en dat ik de kleine lettertjes niet meer kan lezen.
Ja, die mannen van de bank wrijven steeds in hun handen als ik daar iets onderteken en dus was het best om ook daar eens op te wijzen hé.
-U komt voor een oogtest voor uw rijbewijs?
-Ja madam
-rijdt u met een vrachtwagen?
-Euh… nee met gene camion hoor.
-Doet u aan personenvervoer?
-Euh… ja zo kunt ge dat noemen.
-Buschauffeur of taxichauffeur?
-Euh… geen van beiden ik zit dikwijls met nen boer op mijnen achterzetel.
-U zit in de landbouwsector dan?
-Euh… neenee, in de politiek.
-Ja, ik versta u al, natuurlijk moeten uw ogen goed zijn om met die mannen rond te rijden.
-Och… ik weet niet want ik moet nogal veel mijn ogen toedoen.
Allé na al mijnen uitleg hadden ze mijn lief al apart genomen om haar ogen te testen en kon ik beginnen aan mijn onderzoek.
Mijn zijzicht, hoogtezicht, laagtezicht en hoe gevoelig mijn ogen wel waren in het donker en in het licht.
Volgens haar had ik in het duister de ogen van een uil.
Euh… ge ziet dat mijn studies toch voor iets goed waren hé.
Daarna moest de druk op de ogen gecontroleerd worden en dat doen ze door in uw oog te blazen hé.
Ik moet zeggen dat het nu veel beter is.
Nu blazen ze met een toestel in uw oog, daar waar ze vroeger zo tussen hun lippen in uw oog bliezen en dat uw wenkbrauwen dan steeds vol look of andere kruiden hingen.
Toen al het oogblazen was afgelopen mochten we naar een ander lokaal waar ik letters en cijfers moest lezen.
-Lees eens de bovenste rij chauffeurke.
-Euh… een 0
-Nee het is een O
-En dan zie ik een 1
-Nee het is een t, maar lees eens de volgende letters
-Een a
-Nee een e
-Euh… de volgende dat is zeker een n
-Nee een m
-Ha ge ziet dat ik er nooit ver naast ben hé.
Potverdekke mijn zicht was ferm achteruit gegaan de laatste jaren.
Nadat alle testen afgelopen waren kregen we ons papier en vond de oogarts het beter dat we zouden gaan kijken om alle twee een bril te dragen.
In feite hadden we nog geluk en stapten we de eerste de beste winkel binnen waar het nog solden waren.
-Dag mevrouw en meneer kan ik jullie helpen?
-Euh… verkoopt uw brillen?
-Euh… we verkopen niets anders meneer!
-Amai, ge ziet hoe slecht ik zie hé.
-Kijk maar gerust rond als u een montuur wilt kiezen, daar staan deze voor de dames en ginder deze voor de heren.
Potverdekke zeg azo een pak brillen dat daar hingen.
In feite moest ge al goeie ogen hebben om het juiste model te vinden.
-Euh… uffraake, dienen bril is dat hier min 70%
-Ja min 70% op uw montuur hé.
-Euh… dat is dan zonder glazen in?
-Ja, de glazen zijn apart meneer.
Ik keek even naar mijn lief… wat denkt ge zouden we nu de montuur kopen en binnen een paar maand de glazen?
-Zeg kieken, wat kunt ge nu doen met een bril zonder glazen?
-Euh… awel da spel gewoon worden op uwe neus en zonder glazen is dat makkelijker om in uw oog te wrijven hé.
Bijna een uur hebben we daar lopen zoeken achter een montuur en nadat mijn lief haar montuur bij deze van de mannen had gevonden vond ik toevallig mijn montuur tussen deze van de vrouwen.
Opgelet na het kiezen komt nog al het gedoe van de brilglazen hé.
Verkiezen jullie glazen of plastiek?
-Euh… door wat kunt ge het beste kijken?
-Dat blijft hetzelfde hoor maar glas breekt en de anderen zijn onbreekbaar, maar plastiek krast dan weer meer als u het droog reinigt.
-Euh… geef ons maar glas.
-En moeten ze geslepen zijn tegen het zonlicht?
-Euh… nee maar als ge er antivriesfolie en ruitenwissers kunt opzetten is het goed.
-Euh…
-’t Is maar om te lachen hoor.
Na een paar uur mochten we achter onze bril gaan en elk apart pasten we onze bril op onze neus.
Potverdekke zeg… na al dat passen keken we ineens naar elkaar en ’t was den eerste keer dat we elkaar zo goed zagen staan.
-Euh… wie zijt gij?
-Ha ik ben Yitse kieken ge ziet dat toch?
-Euh… maar ’t is den eerste keer dat ik u door een bril zie en nu zie ik pas hoe…
-Ja, nu ge het zegt ’t is ook den eerste keer dat ik u door een paar glazen zie en ik had mij u ook anders voorgesteld.
-Euh… amai azo schoon.
-Wie ikke?
-Euh… nee uwen bril… euh… maar gij ook hoor want nu zie ik u veel beter.
Potverdekke zeg dat was nogal een verandering.
Nu mijn lief mij achter glas zag zitten was ze ook wreed content.
Al een ganse dag zien we de dingen anders met een bril op en ik denk zelfs dat we straks gaan slapen met onzen bril op.
De oogarts had gelijk, het is beter een bril te dragen om onze ogen niet te vermoeien en met een bril wordt alles een beetje uitvergroot hé.
Allé, we zijn weer gesteld voor enige tijd en binnen een paar jaar moeten we even terug om een correctie te laten uitvoeren.
Ondertussen heb ik al een paar glazen wijn gedronken en ik moet zeggen dat wat ik nu dubbel zie veel zuiverder zie dan vroeger.
Arlette Vanderstocken schrijft de ziekte van haar dochter van zich af
Arlette Vanderstocken, Moerbeke
Arlette Vanderstocken uit Moerbeke ging poëzie schrijven toen ze vernam dat haar dochter kanker had. Met verzen probeert Arlette haar gevoelens over deze vreselijke ziekte van zich af te schrijven. En dat lukt haar heel aardig.
Het verdict kwam heel hard aan, maar Arlette bleef niet bij de pakken zitten. Ze probeerde haar heftige gevoelens over de ziekte te kanaliseren. En poëzie bleek haar ideale uitlaatklep. 'Ik schrijf het van mij af.'
Het bleef bovendien niet bij gelegenheidsgedichten. Arlette bundelde haar verzen en die werden gepubliceerd, onder meer in het blad 'Raakpunt', een uitgave van het Kinderkankerfonds.
Onderstaand gedicht schreef Arlette toen ze op weg was naar de begrafenis van een kindje dat aan kanker overleed. 'In een opwelling', zegt ze zelf.
witte Roos
roos witte roos lieflijke witte roos, zo rank zo broos je schoonheid zo puur pas ontloken in volle pracht geknakt, gebroken, gevochten tegen de regen meewiegend op het ritme van de wind door ziekte geveld dauwdruppend bezielde tranen beroeren de aarde verwelkte bloemblaadjes zoetgeurende herinneringen dwarrelen omhoog mijn hart door doornen omprangd
GERAARDSBERGEN - Francine 'Fran' De Saeger uit Geraardsbergen publiceerde in 1992 haar eerste dichtbundel 'Koken met minne', een bijzondere combinatie van haar culinaire en poëtische interesses. Fran zette haar favoriete recepten toen op rijm. Intussen schreef ze een vervolg en zette ze haar ervaringen als stervensbegeleider om in verzen onder de titel 'Sterven met minne'.
De 'minne' of liefde, het staat heel centraal in de poëzie van Fran. Dus ook de liefde voor lekker eten. En daar rekent Fran zeker de mattentaart bij, het inmiddels met een Europees label bekroonde streekgebakje. Fran schrijft jaarlijks een ode aan de goudgele lekkernij, en draagt dat voor tijdens de kapittelzitting van de Broederschap van de Geraardsbergse Mattentaart.
Mattentaart
Och mattentaart! Ge stond gij daar toch niet alleen om te pronken omdat wij altijd al voor jou in bewondering stonden zelfs lang voor Marleen ons op je 'tepelhofken' wees!
Ik heb nu weer lang naar jou staan kijken en mij al dat moois laten welgevallen en... je bent sexy...toegegeven!
Maar dat kijken alleen kon mijn verlangen naar jou niet stillen. Ik wou je strelen met mijn tong, proeven! dat zou ik willen!!!
Karel De Pelsemaeker is altijd met poëzie beziggeweest
Karel De Pelsemaeker, Goeferdinge
Karel De Pelsemaeker uit Goeferdinge houdt van de natuur in het grensgebied van de Vlaamse Ardennen en het Pays des Collines. Hij schreef met 'Tussen de Vlaamse Ardennen en le Pays des Collines' een taalgrensoverschrijdende ode aan de natuur.
'Ik ben altijd al met poëzie bezig geweest. Als tiener stond mijn belangstelling voor de dichtkunst even op een laag pitje, maar ik ben nu weer helemaal ondergedompeld in de poëzie. Ik draag vooral graag verzen voor. Dat doe ik ook als ik bezoekers rondleid als stadsgids. Tijdens die gidsroute lees ik hier en daar een gedicht voor. Maar niet enkel de stad trekt mij aan, ik voel mij ook heel verbonden met de natuur.'
Tussen de Vlaamse Ardennen en le Pays des Collines
Lichtgebogen over mijn stuur, fiets ik de seizoenen door, langs wegen tussen Geraardsbergen, Lessines en Ronse ou Renaix: af en toe in de Vlaamse Ardennen af en toe in le Pays des Collines
Soms valt er regen, soms schijnt de zon, over beide streken, waar landelijke taferelen, heuvelig in groen en bruin, langs grijze kasseien aaneenweven.
Schilderijen van Valerius De Saedeleer hanger hier zomaar aan het wolkenzwerk.
Marleen De Smet uit Zarlardinge noemt zichzelf een gevoelsmens. De liefde voor het geschreven woord kreeg ze van haar grootvader Charles De Clercq, de bekende Brakelse volksdichter. Kleindochter Marleen stapt in de voetsporen van opa Charles.
'Ik won als meisje heel regelmatig opstelwedstrijden en dat zette er mij toe aan om net als grootvader Charles te gaan schrijven. Ik noem mezelf een gevoelsmens. Daarom is poëzie voor mij het uiten van je diepste gevoelens en dat met heel weinig woorden. Het is het kunstzinnig benoemen van wat je zeggen wil, daar gaat het voor mij om. In mijn gedichten draag ik ook vaak een boodschap uit.'
Met onderstaand gedicht 'El Mariachi' roept Marleen vooral een broeierige zuiderse sfeer op en beschrijft ze de romantische gevoelens van een filmheld voor zijn geliefde Maria. Marleen schreef deze verzen na het zien van de film 'El Mariachi', een Mexicaanse cultklassieker.
Wivina Steenput is geïnteresseerd in rand van de samenleving
Wivina Steenput, Geraardsbergen
Wivina Steenput uit Geraardsbergen was altijd al geboeid door poezië, maar het was pas na haar scheiding en verhuis naar Geraardsbergen dat ze zelf ging dichten. De maatschappij en haar eigen leven zijn inspiratiebronnen.
Wivina geeft lessen Nederlands in een school in Ternat. Jongeren wegwijs maken in de wereld van de poëzie, ligt haar heel nauw aan het hart. Ze schrijft vaak gedichten over jongeren en hun leefwereld. 'Vooral wat zich aan de rand van de samenleving afspeelt spreekt mij aan. En ook Geraardsbergen.'
In het gedicht 'Generatie Wij?' schrijft Wivina over de tv-generatie die weinig sociale contacten heeft.
Generatie Wij?
Om 19 uur
komt door een platte rechthoek de wereld binnen en daarna nog enkele soaps
de handleiding zit niet in het bakje
en buiten kan je ook niet uitschakelen
Zullen we dan zelf draagvlakken maken
netwerken haken
zintuigen ombuigen
om beter te zien en scherper te horen…
geschreeuw, geroep, rake klappen in een hoek:
waarom is dit kind geboren…
als normen vervormen
zijn wij verantwoordelijk, met z’n allen
en anders laag gevallen
als er digitaal soms niet veel meer door
de ruimte zweeft dan seks en bloot
gaat de liefde toch een beetje dood
en zelfs de gevangen aap nog degelijk groepsgedrag vertoont
waar zijn wij dan van gekloond?
Doe mee en zet weer stoeltjes tegen de muur
laat die voordeur nu eens open en praat met je buur, ga niet lopen
Ga onze kinderen voor en vul hun lege handen
met tederheid, warmte, respect en hoop
wat zij zoeken is niet te koop
Maak de toekomst met wat de aarde nog biedt maar doe het samen, alleen lukt het niet
Ware broederschap heerst enkel daar waar men zonder voorwaarden
Naar aanleiding van de Gedichtendag 2009 heeft "PARLANDO - meer sprekend dan zingend poëzie in vlaanderen" de Dichters des Vaderland in kaart gebracht. Ruim honderd gedichten van Vlamingen verzameld in één blog. Voor onze regio zijn dat Albert Schrever uit Geraardsbergen over Geraardsbergen, Marleen De Smet uit Geraardsbergen met een gedicht over Brakel, Willie Verhegghe uit Ninove over Ninove en Jan Heyvaert, dorpsdichter van Galmaarden 2009 over zijn gemeente Galmaarden.
'Weer is een nieuw jaar aangebroken’, een clichéopeningszin voor de ontelbare nieuwjaarsbrieven van weleer. Allicht zijn het nu andere zinnen, andere rijmpjes. Het zijn ook andere meters, andere peters, soms zelfs twee meters of twee peters. Sommige meters en peters moeten het stellen met een sms’je of een mailtje waarin het doopkindje als voetnoot het nummer van de pamperrekening nog eens herhaalt.
Andere tijden, andere gewoontes.
Toen internet nog geen gemeengoed was, kregen we vele kaartjes met gewoon ‘gelukkig nieuwjaar’ of ‘prettige feestdagen’. Nu de meeste mensen hun weg vinden op het wereldwijde web mogen we veel, stuk voor stuk prachtig geformuleerde wensen ontvangen. Dank daarvoor, want ik lees ze met genoegen en denk, neen, ik weet dat ze van harte zijn.
Ze ontnemen me wel de inspiratie om zelf creatief met woorden aan de slag te gaan. Met andere woorden; ze maken me een beetje lui.
Bovendien brengt mijn leeftijd me de wijsheid bij dat we elkaar niet slechts ‘geluk’ moeten toewensen. Want wat is geluk?? We hoeven niet het opperste geluk na te streven. Het feit dat we in het Westelijk halfrond geboren zijn, zou reeds moeten volstaan om ons gelukkig te achten. Een goede gezondheid, dat is eigenlijk het bijzonderste wat we mekaar moeten toewensen want voor het geluk van al die medemensen wie we geluk in het komende jaar toewensen, zijn we daar zelf niet een beetje verantwoordelijk voor? Als wij onze slechte karaktertrekken zoveel mogelijk trachten te onderdrukken, als we onszelf dienstbaar, liefdevol en verdraagzaam opstellen, zorgen we dan al niet voor een groot percentage van het geluksgehalte van onze naasten?
Ja toch?
Dus wens ik jullie toe dat u dit jaar omringd mag worden door heel veel goede en lieve mensen en de kracht hebben om er zelf een te zijn voor anderen.
In alle eenvoud genieten van een kerstgedicht. Genieten omdat het aanzet tot nadenken. En winter 2008 is zalig zacht als de geruisloze val van sneeuw. Dank je, beste Rik, voor de romantiek!
Twee Geraardsbergenaars bij de 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee
Het is zo ver!
De voorstelling van het eerste jaarboek van het Vlaams-Nederlands dichtersgenootschap "De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee” was een groot succes tijdens de voorstelling in de kok-pit van het gemeentehuis te Koksijde.
HOE DE DICHTER ZICH EEN WEG GESELT TEGEN WIND
onder het voorzitterschap van dichter/schrijver Thierry Deleu
“De 50 Meesterdichters van Vlaanderen” werd gesticht begin 2000 op initiatief van “The Order of the Razorblades” (“De Orde van de Scheermesjes”), de eerste online ridderorde in Vlaanderen en Nederland. Het idee kwam van enkele “geridderde” dichters.
Het initiatief beantwoordt aan de wens van talrijke dichters, die de essentiële waarden van hun creativiteit willen veilig stellen: de kwaliteit van hun gedichten, het respect voor elkaar en een welkome promotie van hun poëzie.
Daarna
Toen echter ook dichters uit Nederland belangstelling toonden voor het initiatief, werden er gesprekken gevoerd over de wenselijkheid van een uitbreiding tot “de Lage Landen bij de zee”. Na overleg werd deze optie genomen.
Wie zijn de 50 Meesterdichters en wat zijn de modaliteiten
Het aantal werkende leden “Meesterdichters” werd vastgesteld op maximum 50 leden.
Het zijn (in alfabetische volgorde en niet volgens de datum van hun selectie):
Marcella Baete
Bert Bevers
John Brookhouse
Marc Bungeneers
Gunnar Callebaut
Martin Carrette
Greta Casier
Frans Claus
Jeannine Debbaut
Frans de Birk
Lidy De Brouwer
Pierre Declerck
Leni De Goeyse
Jenny Dejager
Marleen De Smet
Thierry Deleu
Luc Demiddele
Ferre Denis
Gwen Deprez
Astrid Dewancker
Germain Droogenbroodt
Fernand Florizoone
Ludo Geloen
Hejatomsma
Patricia Lasoen
Paul van Leeuwenkamp
Frédéric Leroy
Cathy Mara
Mark Meekers
Peter Motte
Edith Oeyen
Ruud Poppelaars
Eric Rosseel
Annmarie Sauer
Maurits Sterkenburg
Pien Storm van Leeuwen
Ina Stabergh
Annemieke Steenbergen
Jet van Swieten
Henri Thijs
Annette van den Bosch
Guy Vandendriessche
Yerna Van Den Driessche
Eric Vandenwyngaerden
Jozef Vandromme
Jan Van Loy
Dirk Vekemans
Katelijn Vijncke
Pom Wolff
Peter Wullen
Om tot “Meesterdichter” te kunnen worden benoemd dient er onherroepelijk een periode als “solliciterende Meesterdichter” te worden doorgemaakt. Die periode omhelst één jaar.
De titel van “solliciterende Meesterdichter” wordt verleend aan dichters die minstens drie gedichten hebben gepubliceerd in een tijdschrift/e-zine of bloemlezing, ofwel gelauwerd of geprijsd werden in de Lage Landen.
“Razor’s Edge Editions” stelt een jaarboek in het vooruitzicht, met als ondertitel “De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee”. Vermits de “solliciterende Meesterdichters” pas en precies na één jaar “Meesterdichter” worden (de proefperiode), kon die bundel ten vroegste één jaar na de geselecteerde 50ste “solliciterende Meesterdichter” verschijnen, dus op 3 december 2008.
Een eerste aanpassing van "De 50 Meesterdichters" komt er aan voor de periode 2009-2010. Alleen bij overlijden, ontslag of klacht wordt een naam geschrapt en door een andere "Meesterdichter" vervangen.
Alle "Meesterdichters" moeten een goede reputatie hebben als mens en als dichter. Zij zijn de toekomst van het poëtich patrimonium van de Lage Landen bij de zee.
Burgemeester Freddy De Chou in het gezelschap van Marleen De Smet, Wivina Steenput en Karel De Pelsemaeker
Kiezen voor Kunst
curieus Geraardsbergen
presenteert
van 28 tot 30 november 2008
de groepstentoonstelling Kiezen voor Kunst
Op vrijdag 28 november 2008 werd de vernissage ingeleid door Francine Van der Maelen
voorzitster Kiezen voor Kunst Geraardsbergen.
Burgemeester Freddy De Chou opende de tentoonstelling terwijl Karel De Pelsemaeker, Wivina Steenput en Marleen De Smet zorgden voor de poëtische omkadering.
De tentoonstelling is nog toegankelijk op zaterdag 29 november en op zondag 30 november 2008 telkens van 14 tot 18 uur in het Koetshuis Sint-Adriaansabdij, Abdijstraat 10 te Geraardsbergen.
Sofie Vander Heyden is mezzosopraan en benadrukt dat er een duidelijk verschil bestaat tussen een sopraan en een mezzosopraan. Een mezzosopraan zingt even hoog als een sopraan maar heeft een warmere kleur en is minder fragiel én zo is Sofie.
Sofie is gepassioneerd door opera. Voor haar is opera niet enkel acteren en zingen. Als artiest en als luisteraar kan ze er ook haar gevoelens in kwijtraken of terugvinden. Dat doet me meteen denken aan de vibraties die zowel door het woord als door muziek worden opgewekt.
Het zangtalent van Sofie werd ontdekt in de Geraardsbergse muziekacademie waar zij klassieke zang volgde bij Angel Geerts en Bruno Dejonghe.
Vervolgens vatte ze haar studies aan bij Zeger Vandersteene aan de Hogeschool te Gent, Departement Muziek en dramatische kunst, waar zij het diploma “Meester in de muziek, instrument/zang, optie zang” behaalde. Ook neemt zij deel aan Masterclasses in o.a. Brugge, Parijs... Oostenrijk, Duitsland en Nederland bij Yva Barthélémi, en Zeger Vandersteene. In Nederland nam ze deel aan de opera “The death of Klinghoffer” van John Adams te Rotterdam en de opera “Der Zwerg” van Alexander Zemlinsky te Amsterdam. Zij staat op de lijst van zangers van de Vlaamse Opera en werkt momenteel als freelancerkorist bij het Vlaams Radio Koor.
Sofie toont met furore dat Geraardsbergen, naast bekendheden in het populaire genre, ook sterk klassiek talent bezit. En terecht mogen we trots zijn als haar prachtig galmende stem, warm van kleur, ons kippenvel bezorgt.
De stilte van Albert Schrever is een zeldzaam kruid valt voor een tweede keer in de prijzen
(Bovenstaande foto van Albert Schrever is eigendom van fotograaf Marc Colpaert en mag dus niet zonder toelating worden gedownload. Een klik op de foto leidt naar www.editiepajot.com waar vervolgens de aankondiging van de Galmaardse dorpsdichter kan worden gelezen via de knop ‘Galmaarden’.)
Het gedicht "Stilte" waarmee de gemeente Galmaarden eerder dit jaar de titel "Dorpsdichter Galmaarden" toekende aan Albert Schrever, viel voor een tweede keer in de prijzen. Lees verder.
"De ouderen onder ons herinneren zich pater Hilarion Thans (Maastricht 1884-Lanaken 1963) als een begenadigd literator die bij menige jongeling in de eerst helft van de vorige eeuw de belangstelling voor de schone letteren deed groeien.
De Hilarion Thansprijs is een tweejaarlijkse wedstrijd voor poëzie die de gemeente Lanaken organiseert en die openstaat voor drie leeftijdsgroepen: jongeren tot 12 jaar, jongeren tot 18 jaar en volwassenen. In totaal werden 192 gedichten ingezonden uit heel Vlaanderen o.m. uit Bottelare, Brakel, Deinze, De Pinte, Etikhove, Gent, Heule, Kortrijk, Lotenhulle, Sint-Niklaas, Westkerke... Een achtkoppige jury nomineerde eerst 53 inzendingen waarna ze op 4 september uit elk van de drie groepen de drie laureaten aanduidde.
Toen Albert dit voorjaar het reglement van de wedstrijd op internet las besliste hij zijn gedicht "Stilte" in te zenden waarmee de gemeente Galmaarden hem eerder dit jaar de titel "Dorpsdichter Galmaarden" toekende.
De prijsuitreiking vond plaats dinsdagavond 28.10.08 in de welgevuldeMuseumkerk van Oud-Rekem (Lanaken).
Minister Marino Keulen reikte de prijzen uit aan de volwassenen: 3. Vera De Brauwer (Etikhove), 2. Tineke Vandebroucke (Westkerke) en 1. Albert Schrever (Geraardsbergen).
Twee van de drie laureaten komen dus uit onze provincie; de derde uit West-Vlaanderen.
Onder de 53 genomineerden komen er een behoorlijk aantal (overwegend dames) uit onze provincie: Yerna Van Den Driessche (Bottelare), Lut Maes (Brakel), Martine Carrette (Deinze), Wouter Steyaert (De Pinte), Erika De Stercke (Gent), Inge Schietecatte (Gent), Ann Langeraet (Lotenhulle), Ludo Colman (Sint-Niklaas) en Els Van Haute (Zwijndrecht).
Albert werd schriftelijk op de hoogte gebracht dat hij tot de drie laureaten behoorde maar het was pas tijdens de prijsuitreiking dinsdagavond in de fraaie Museumkerk dat hij te horen kreeg dat zijn gedicht de eerste prijs haalde. Een saxofoonensemble luisterde de plechtigheid op. Gastspreker minister Keulen sprak zijn tevredenheid uit over de grote belangstelling van onze Vlaamse provinces voor de Hilarion Thanspoëziewedstrijd."
Nogmaals gefeliciteerd, Albert!
De stilte van Albert Schrever is een zeldzaam kruid
“Taalkundige, Albert Schrever, uit Geraardsbergen werd verkozen tot dorpsdichter van Galmaarden.
Met zijn gedicht “Stilte is een zeldzaam kruid” liet hij elf mededingende poëten achter zich. De gemeente Galmaarden verwacht van haar dorpsdichter dat hij vier gedichten per jaar schrijft over impressies die hij opdoet tijdens zijn wandeling door deze mooi glooiende plek in het "soete Brabant" die net over de grens van de provincie Oost-Vlaanderen ligt.“ Dat meldt het weekblad van Zuid- Oost-Vlaanderen De Beiaard.
“Een gelegenheidsdichter ben ik,” antwoordde Albert Schrever, nadat ik hem feliciteerde, “ik beschouw me als een poeta-faber: een dichter die echte arbeid verricht, die iets maakt, schept, creëert. Wist je dat het Griekse woord "poeiteis" (poëet) afkomstig is van het werkwoord "poein = maken". En in het Middelengels is het werk "Lament for the makaris" bekend, klacht om de maker (= de dichter)?”
Dat is straffen toebak. Het verraste mij vooral omdat ik voorheen nooit stilstond bij de afkomst of de betekenis van het woord poëet.
Voor Albert Schrever is en blijft dichten een ambacht. Voor mij is Albert Schrever een stille, bescheiden dichter. Het gedachtegoed in zijn gedicht is het helend kruid dat door de zorgvuldig en toegankelijk gekozen woorden en met het ritme in de elegante eindrijm de lezers meteen aanspreekt.
De titel is origineel, zelfs prachtig. Stilte is een zeldzaam kruid als je bedenkt dat de meeste kruiden beschikken over geneeskrachtige eigenschappen.
Vanaf de beginregels neemt hij de lezer bij de lurven door een vraagstelling die tot nadenken stemt. Bestaat echte stilte (nog)? Zo ja, hoe luid is stilte? Is ze oorverdovend stil omdat je na heel wat poeha je eigen hart in je oren hoort bonzen? Of vereenzamend zwijgzaam of juist heel heilzaam? Stilte is een kruid dat voor elk individu en mits een aangepaste dosering voor opheldering zorgt in hoofd en hart en juist dat verduidelijkt Albert Schrever op een bescheiden manier in de slotregels. De allerlaatste regel is niet echt nodig, daar het enkel een herhaling is van wat in de laatste strofe wordt geschreven. Maar goed, hiermee werd een niet onbelangrijke klemtoon gelegd. En weer ben ik trots als een rots op een Geraardsbergenaar als hij.
Publicatie van Albert Schrever: “Geraardsbergen - zijn taalgebruik & taaleigen” - 2004.
Laatst schreef ik:
Wat is het geluid van stilte?
Elk geluid ontstaan uit stilte verdwijnt er weer in
zoals bij dageraad en avondstond vanuit de verte
het geluid wegsterft van een maanblaffer, een hond.
Geraardsbergse kunstenaar Rudy Baeten samen met burgemeesters tegen alle vormen van geweld
Rudy Baeten samen met burgemeesters tegen alle vormen van geweld
Op 23 september 2008 werd in het stadhuis van Geraardsbergen officieel een gipsafdruk van een hand, beschilderd door kunstenaar Rudy Baeten, aan burgemeester De Chou overhandigd. Deze overhandiging kadert in de actie “70 burgemeesters tegen alle vormen van geweld”. Inmiddels groeide het aantal burgemeester tot maar liefst 85.
Dit project, een idee van de Merelbeekse kunstenaar Enca Caen, wil een halt toeroepen aan het zinloos geweld waarmee we elke dag worden geconfronteerd. Alle burgemeesters die het project steunen, krijgen van Caen een hand in gips die ze vervolgens door een plaatselijke kunstenaar laten bewerken.
De eer viel dus te beurt aan de Geraardsbergse kunstschilder Rudy Baeten die me vervolgens uitnodigde daarover iets te schrijven. Na het observeren van het beeld puurde ik daaruit het thema ‘kindermishandeling’.
De bezieler, Enca Caen, wil naar de media toe echter op de achtergrond blijven. Daarom werd de internationaal gerenommeerde kunstenaar Martin Uvijn –geen onbekende voor zowel Rudy Baeten als voor mij- naar voor geschoven als ambassadeur van dit project. De eerste hand werd overigens door Martin Uvijn beschilderd voor de gemeente Merelbeke.
In april 2009 volgt er een grote tentoonstelling met ‘alle handen’ van de deelnemende gemeenten. Voorkomen dat de maatschappij zich niet meer druk maakt om geweld is het uitgangspunt voor het stadsbestuur van Ieper.
hoelang nog
ineengedoken
in een donkere hoek
zit een kind met armen
rond opgetrokken knieën
blauw
het wiegt zwellingen
uit de onderrug
het hoofd hamert tegen de muur
kaboem, kaboem
hier stopt
het afrossen en gegil
maar begint de wraakroep
stil in dezelfde koele hoek
huilen doet het niet
wil het niet meer
het vreest
de opgeheven hand
de stampende voet
die weer en meer
de wapens
trekken doet
steenrood
de val op de keldervloer
de dreunende deur
de fatale klik in het slot
het dovend licht en
neen, dat misselijk gevoel
van honger en haat
vergeet het niet
vergeet het nooit
hoelang nog
krijgt
het
geen naam
Geweld kwelt
U hebt twee handen, ik heb twee handen. Zij hebben rechten en plichten. Wat doen wij ermee?
Handen beminnen maar mishandelen evenzo en in het laatste geval groeit uit een onschuldige kinderhand een vuist, een hakbijl, een moordwapen. In sommige landen zijn kinderen geen kinderen meer, maar soldaten of wandelende bommen met de belofte dat ze de zevende hemel zullen zien. Oh jawel, ze zien het licht, maar dat is het explosieve vuur van de hel.
Andere kinderen sterven van ontbering of worden een slachtoffer in de klauwen van het prostitutienet. Er rijzen geen vragen meer rond rooddoorlopen ogen in vale gezichten. Ze kwijnen weg als straatvuil verdoken in een of andere gure buurt.
Er bestaat nochtans een verdrag dat handelt over de rechten van het kind. Daarin staat dat kinderen die in staat zijn hun eigen mening te vormen over zaken die hen aangaan, het recht hebben die mening te uiten zonder schrik of wantrouwen; dat elk kind recht heeft op zorg, op veiligheid en bescherming tegen uitbuiting en oorlogen.Door deel te nemen aan het project “zeventig handen voor vrede” helpt Rudy Baeten de verwaarlozing van kinderen onder de aandacht te brengen.
Laat ons daarom samen met Rudy de bontgekleurde aardbol aan de kinderen opdat zij er minstens voor een dag mee spelen. Laat ze zorgeloos schateren ver weg van wat hen kwelt. Geef hen de kans dat te vergeten wat hen heeft geveld. Onze handen zijn kelken waarin vingers als bloemblaadjes openbloeien. De strijd tegen elke vorm van geweld strijkt neer in onze handpalmen.
Wat doen wij ermee? Waarvoor beweegt een kinderhand zich?
De eerste hulpkreet viel al lang geleden maar het laatste wordt pas gehoord als het lijfje reeds is gebroken door de innerlijke schreeuw.
Die schreeuw moeten wij een stapje voor zijn. Dan hebben we een punt waarna een nieuwe zin begint: de zingeving aan de roep van een kind dat zich nu in de hemel bevindt.
(rij vooraan, van links naar rechts: voorzitter Daniël De Ron en de winnaars Mireille Berkenbosch, vertegenwoordiger van Christiane Desitter en Arlette Delvoy)
De Onkerzeelse kerkhofmuur
drie nieuwe gedichten sieren de kerkhofmuur van de Geraardsbergse deelgemeente Onkerzele
“De beroemde dichter Johann Wolfgang von Goethe zal nooit hebben geweten dat één van zijn gedichten ooit op de kerkhofmuur van Onkerzele zou prijken. Veel minder nog dat hij enkele jaren later daar het gezelschap zou krijgen van drie Oost-Vlaamse dichters,” schrijft Daniël De Ron (voorzitter van de Onkerzeelse kerkraad) in het voorwoord van de verzamelbundel van de deelnemende dichters. En hij gaat verder:
“Toen de kerkraad Sint-Martinus Onkerzele twee jaar geleden een gedichtenwedstrijd uitschreef, hadden wij geen flauw vermoeden hoeveel respons we zouden mogen verwachten. Groot was onze verbazing én tevredenheid dat we héél wat inzendingen mochten ontvangen.
De jurering was niet eenvoudig. De kerkraad liet zich daarom bijstaan door enkele mensen die zich beter thuis voelden in poëzie en Nederlandse taal. Uit hun selectie kozen we dan de drie gedichten die nauw verbonden waren met de onmiddellijke omgeving.”
De winnaars:
Christiane Desitter met “Rust”
Arlette Delvoy met “Stilte”
Mireille Berkenbosch met “Ode aan de lindebloom”.
Het is helaas niet mogelijk de gedichten zonder de toelating van de kerkfabriek op de blog te publiceren.
Urbain mag dan voor velen een onbekende zijn, voor mij is hij dat helemaal niet. 17 was ik toen ik voor het eerst de rustige man ontmoette. In zijn meubelzaak, die hij destijds runde aan de kerk te Deftinge, was iedereen welkom. Hij ontving je met een lach en bood je een pintje of een koffie aan.
Inmiddels verhuisde Urbain naar Geraardsbergen. Hij praat traag en graag en filosofeert. Geen mens die hem niet begrijpt. Hij geniet van elk moment en nog liefst van grappen en grollen. Nooit kon ik vermoeden dat achter zijn fruitige humor een portie dichterlijke ernst verscholen lag.
Urbain geniet van wat hij schrijft. Neen, voor hem geen hoogdravende woorden noch het forceren van gedachten. Hij blijft zijn eenvoud trouw en schrijft zoals hij het je zou willen vertellen. Zo ook zijn streektaal. Let op de Vlaamse ‘ge’.
‘Urbain, ge zij ne crack, ‘k wiste kik nie da ge zo veelzijdig waart. En ’t is waar: wie weinig spreekt, zal ni zeveren. Een onuitgesproken woord draagt sowieso de kracht van een veelzeggende blik.’
“Adembenemende verschijning” titelt De Beiaard, het weekblad van Zuid-Oost-Vlaanderen.
“Jaren geleden kwam ik terug van een voorstelling in ’t stad,” mailde Wim mij.
“Het was winter, februari, koud en regenachtig. Ik was helemaal alleen, keerde huiswaarts doorheen de binnenstad. Ik was een verkleumd, een beetje eenzaam, een beetje overmand door dichterlijke tristesse tot van achter de straathoek plotseling een adembenemend verrukkelijke verschijning opdook. Een jonge dame met lange blonde haren: een magisch moment. Onze passen vertraagden en stil en traag kruisten onze wegen en heel even was er dat moment van intens en veelzeggend oogcontact. Heel even stonden we stil: geen woord werd gewisseld, geen daad gesteld. We vervolgden beide onze wegen.”
Thuis gekomen vatte Wim dit unieke, magische moment in volgende woorden:
Tijdens een intens moment van schijnbare verlatenheid ontmoet poëzie haar zielsgenoten. Of is het: krijgt poëzie een ziel?
Freya was een vreemde en blijft een vreemd. Poëzie is vreemd en blijft vreemd. Freya werd poëzie.
Het gedicht is ritmisch en zingt door de alliteraties ‘kilte, stilte/tred, trieste straat, enz..., hoor de 'i' en de 't'.
Ik zou het op prijs stellen als je hierop reacties zou ontvangen. Ik werp een stok in het hoenderhok door me te wagen aan een pietluttige opmerking waardoor je gedicht geenszins aan kracht zal inboeten. In de eindregel van de eerste strofe wringt het ietwat: “want niemand op mij wacht”. Ik zou opteren voor:
want niemand die op mij wacht
of
want niemand wachtte op mij.
In het laatste geval blijft je eerste strofe in de verleden tijd (flashback) wat m.i. prima is.
De twee strofe mag heerlijk in de tegenwoordige tijd want die gedachte blijft hangen in het nu.
Vergeef me de opmerking. Wees verrast dat ik het doe want dat betekent dat ik hét de moeite waard is. Jij begrijpt het wel.
Arlette Vanderstocken werd geboren op 22 november 1960 en groeide op in Moerbeke. De lagere school volgde ze in het Sint-Catharinacollege dat toen nog naast het MPI te Viane gevestigd was. Daarna vertrok ze op internaat naar het Sint-Vincentiusinstituut te Deftinge, waar ze haar Sociaal-technisch diploma behaalde.
“Nederlands is altijd mijn beste vak geweest,” zegt ze, “en tijdens mijn jeugdjaren heb ik veel gelezen.Toen ik las vergat ik alles om mij heen. Op internaat werden de lichten om 22 uur gedoofd maar ik las dikwijls tot middernacht met zaklamp onder de lakens opdat de zusters niets zouden merken. Het gevolg was dat ik ’s ochtends hoofdpijn had.”
Toen Arlette bijna 20 jaar was ontmoette ze haar man Stefaan. 5 jaar later werd haar zoon Jeroen geboren en 6 jaar later haar dochter Jolien. Gedurende 25 jaar woonde ze in Viane tot ze 2006 verhuisde naar mijn oude roots, Moerbeke.
Eind 2005 werd echter haar dochter zwaar ziek. Haar leven hing aan een zijden draad. Meer dan een jaar waren ze dag en nacht samen en kregen een hechte band. Nu gaat het gelukkig beter met haar en is zij fier op haar 2 kinderen die zich ontplooiden tot sociale en meevoelende jonge mensen.
Na de ziekte van Jolien schreef Arlette een gedicht en ging beseffen dat schrijven therapeutisch werkte. Door toedoen van een goede vriendin nam ze deel aan de poëzievoordracht op het werk en nam ook deel aan de gedichtendag georganiseerd 2008 in Geraardsbergen. Zo is de bal gaan rollen en kreeg ze de microbe stevig te pakken. Het werkte aanstekelijk want ook haar dochter kreeg de smaak te pakken.
Letters werken als een magneet. Tijd om haar te vervelen is er dus niet, temeer ze na de ziekte van haar dochter besefte dat het leven niet uit werken alleen bestaat. Ze leerde genieten van de kleine dingen die het leven zo mooi maken en hun bestemming vinden op papier.
“De 50 Meesterdichters van Vlaanderen” werd gesticht begin 2000 op initiatief van “The Order of the Razorblades” (“De Orde van de Scheermesjes”), de eerste online ridderorde in Vlaanderen en Nederland. Het idee kwam van enkele “geridderde” dichters.
Het initiatief beantwoordt aan de wens van talrijke dichters, die de essentiële waarden van hun creativiteit willen veilig stellen: de kwaliteit van hun gedichten, het respect voor elkaar en een welkome promotie van hun poëzie.
Nu
Toen echter ook dichters uit Nederland belangstelling toonden voor het initiatief, werden er gesprekken gevoerd over de wenselijkheid van een uitbreiding tot “de Lage Landen bij de zee”. Na overleg werd deze optie genomen.
“De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee” werd een feit.
Wie zijn zij en wat zijn de modaliteiten
Het aantal werkende leden “Meesterdichters” werd vastgesteld op maximum 50 leden.
Het zijn (in alfabetische volgorde en niet volgens de datum van hun selectie waarvan twee Geraardsbergenaars in vetgedrukte tekst):
Marcella Baete
Bert Bevers
John Brookhouse
Marc Bungeneers
Gunnar Callebaut
Martin Carrette
Greta Casier
Frans Claus
Jeannine Debbaut
Frans de Birk
Lidy De Brouwer
Pierre Declerck
Leni De Goeyse
Jenny Dejager
Marleen De Smet
Thierry Deleu
Luc Demiddele
Ferre Denis
Gwen Deprez
Astrid Dewancker
Germain Droogenbroodt
Fernand Florizoone
Ludo Geloen
Hejatomsma
Patricia Lasoen
Paul van Leeuwenkamp
Frédéric Leroy
Cathy Mara
Mark Meekers
Peter Motte
Edith Oeyen
Ruud Poppelaars
Eric Rosseel
Annmarie Sauer
Maurits Sterkenburg
Pien Storm van Leeuwen
Ina Stabergh
Annemieke Steenbergen
Jet van Swieten
Henri Thijs
Annette van den Bosch
Guy Vandendriessche
Yerna Van Den Driessche
Eric Vandenwyngaerden
Jozef Vandromme
Jan Van Loy
Dirk Vekemans
Katelijn Vijncke
Pom Wolff
Peter Wullen
Om tot “Meesterdichter” te kunnen worden benoemd dient er onherroepelijk een periode als “solliciterende Meesterdichter” te worden doorgemaakt. Die periode omhelst één jaar.
De titel van “solliciterende Meesterdichter” wordt verleend aan dichters die minstens drie gedichten hebben gepubliceerd in een tijdschrift/e-zine of bloemlezing, ofwel gelauwerd of geprijsd werden in de Lage Landen.
“Razor’s Edge Editions” stelt een jaarboek in het vooruitzicht, met als ondertitel “De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee”. Vermits de “solliciterende Meesterdichters” pas en precies na één jaar “Meesterdichter” worden (de proefperiode), kan die bundel ten vroegste één jaar na de geselecteerde 50ste “solliciterende Meesterdichter” verschijnen.
Toen ik op Pinkstermaandag op de radio hoorde dat de Sint-Pieterskerk de voorbije nacht volledig in de vlammen was opgegaan was ik er, zonder het goed te beseffen, een gedicht over aan 't schrijven.
Als dorpsdichter voel ik me nauw betrokken met wat in Galmaarden gebeurt en, uit onweerstaanbare drang, moest ik het drama verwoorden.
(Bovenstaande foto is eigendom van fotograaf Marc Colpaert.)
Samengepakt in rechtover elkaar staande duozitjes worden de reizigers door de verzengende hitte gespoord. Er hangt een broeierige hitte in de wagon waardoor de tocht beslist niet zonder bezwaren verloopt. En toch lijken de passagiers windstille levens beschoren. De trein zwiept pijlsnel door het Vlaamse landschap waar verschroeide graskanten als een bruin lint voorbijglijden. Een onweerstaanbare neiging naar het scheppen van een luchtje onder de blauwe hemel voert me naar exotische oorden. Maar twijgentakken met daarin het hinderlijk spelend licht brengen me terug naar waar ik me bevind.
Door het monotoon maar vertrouwd cadansen over de rails gapen enkele slaperigen als koeien naar elkaar. Mijn overbuur naast het raam -een boom van een vent- doch ietwat te kort afgezaagd, is inmiddels ingeslapen. Het zweet parelt langs zijn neus in zijn snor en kwijl sijpelt in zijn baard die als een sjaaltje om een laagje halsvet ligt. Met gekruiste armen zakt hij onderdoor. Naast hem zit een lezende dame, blootsbeens met melkwitte borsten. Na elke bladzijde die zij omslaat, wipneust zij haar afzakkend kettingbrilletje op de juiste plaats. Ik slaap niet, ik lees niet, maar observeer en noteer alles wat zich rondom mij afspeelt met een innerlijke wanhoopskreet een passend woord te vinden. Een briesje door het halfopen venstertje hindert een donkerharige furie met een middelvinger. Uitgebroed op de zonnebank verzoekt zij met een spervuur van woorden het venster te sluiten. Een sirene op poten zo lijkt het mij.
“Rails worden stevig door de dwarsliggers,” mompel ik naar de lezende dame, terwijl ze bedenkelijk in mijn richting staart.
Snerpend ritsen de wagons door de wissels. Mijn overbuur ontwaakt en met een oogopslag als van een roofdier loenst hij naar mijn boezem. Hij rekt zich, buigt voorover en leunt op het tafeltje dat ons scheidt. Ongeremd probeert hij mijn geschrift ondersteboven te lezen. Geraffineerd trek ik mijn bloesje wat hoger en schrijf verder: “hij moest eens weten… de gluiperd geeuwt luidruchtig. Zijn opengesperde bek blaast een zilte zeelucht in mijn gezicht. Help, het venster is dicht!”
Als hij tenslotte houterig rechtveert, merk ik dat zijn buik zich een weg naar buiten vreet. Luttele seconden later stopt de trein bruusk en met heel zijn reutemeteut wordt de overbuur weer in zijn hoek geworpen. De lezende dame wipt een standje hoger en knipoogt. Hij verontschuldigt zich niet als hij de trein verlaat, maar bromt binnensmonds in de overtuiging dat mijn oren alleen maar mijn gezicht omlijsten.
Het geschal van een binnenrijdende trein aan de andere kant van het perron boort door de lucht en trekt mijn aandacht. Ik kijk naar buiten. De lichtsterkte drukt mijn ogen dicht en turend schuift mijn blik over het perron dat door drommen mensen een benepen sfeer uitademt. In de hoop door een toeval of een verdwaalde passant te worden geïnspireerd, kijk ik roerloos door het venster in de tegenoverstaande trein. Ik observeer weer en het peinsparcours begint.
Ogen priemen op mijn voorhoofd, ik voel me bekeken. Een man aan het venster? Of is het een vrouw? Ik geef me het voordeel van de twijfel en kies voor haar.
Ik knipper met mijn ogen. Zij lijkt wel versteend, een standbeeld, gesculpteerd met strakke lijnen, haast vormeloos. Ik blijf star in haar richting kijken. Zij verpinkt niet, ik evenmin. Haar hand ondersteunt onmiskenbaar haar zware hoofd. Waaraan denkt zij?
Aan de overkant van het perron ziet ook zij een gedaante als een beeldhouwwerk zonder contouren. Zij staart strak naar de trein aan de overkant. Zij beweegt niet, de andere evenmin. Haar hand torst duidelijk de hele aardbol. Waaraan denkt zij dan?
Behoedzaam etaleer ik mijn pen op het tafeltje en vraag me af of zij een schim is. Misschien is zij een creatie van de zakkende zon. Zal ik toetsen naar een teken van leven, stiekem mijn wijsvinger opsteken of toch maar een paar vingers bewegen, een handzwaai? Nee, niet doen. Zoiets doe je niet naar een onbekende. Wat als zij dan toch een schim is, wat dan? Ik schuif mijn terughoudendheid aan de kant en maak toch maar een hoekig gebaar, terzelfdertijd doet de vrouw dat ook. Onverschrokken recht ik mijn rug, mijn houding staat niet in verhouding met wat ik wil bereiken. Mijn gebaar is zo doorzichtig dat de drang naar dominantie er zo doorheen schijnt. Ik vertrek geen spier meer. Zou zij aan de overkant er ook zo over denken?
Het heeft er alle schijn van dat ook zij met haar schaamteloosheid koketteert. Pfff, ja ze wuift en dan! Voor de rest beweegt ze geen krimp. Het is haar aan te zien, met een blik vol onbestemde zorgelijkheid, een beetje zoals je iemand aankijkt die na een lange periode van rouw of ziekte weer in het openbaar verschijnt. Wat wil zij? Ik zou ik niet zijn, ik wuif terug.
Ik trotseer haar blik, vragend, vrezend, verzoekend en grinnik als antwoord op haar gebaar. Zij grinnikt ook. Zijn wij gelijkgestemden? Is een treinreis dan toch een beetje avontuur? In een voortdurende stroom van waarnemingen wacht ik in alle rust op wat komen gaat.
De trein ontkoppelt en verplaatst zich een meter. Door de schaduw die er overheen glijdt, valt het doek. Het verblindend zonlicht verdwijnt, de vrouw verschijnt. Ik buig me naar haar toe met een uitdrukking van inzicht, mijn neus platgedrukt tegen het venster. Zij doet mij na! Het is geen zicht. Wij kijken elkaar aan, schieten tegelijk in een lach, schrikken samen en plots… niets meer. Het niet meer bewegen, de stilstand…, iets flitst door mij heen en zoals in een ogenblik van verheldering besef ik dat ik naar mezelf keek als naar een protserig monument dat telkens werd teruggeworpen in een weerspiegeling van vensters, niet meer en niet minder dan dat.
Als er een goed- of luidlachs dametje is waarvan ik denk: zij weet wat ze wilt, dan heb ik het over Ann Dhaenens.
Jaren terug leerde ik Ann kennen… en nu moet ik flink nadenken… tijdens een kunstenaarsvergadering van Home Art. Daarna deelden we een tijdje dezelfde trein in dezelfde wagon met bovendien de gedeelde rust. Zij oogt vriendelijk, spontaan, mooi ontspannen, toegankelijk en is ruimdenkend in de breedste betekenis van het woord.
Waarom ik haar bewonder? Omdat zij het gevoel geeft dat je rustig jezelf mag zijn. Maar niet alleen dat. Er is meer, zij heeft het hart op de juiste plaats en betuigt openlijk haar liefde voor mens, dier en kunst. Zij is een expressieve kunstenares in hart en nieren. Haar ideeën sprankelen en krijgen een plaatsje in haar ietwat excentrieke schilderijen of tekeningen die ze heel af en toe illustreert met gedichtjes van eigen hand.
Ann werd geboren op 17 mei 1963 te Beernem. Het was in 1986 dat ze zich vestigde in Geraardsbergen om uiteindelijk te verhuizen naar Lierde… naar juist die straat die ik jaren terug verliet maar levenslang meedraag, naar juist dat huis waar ik als kind speelde met de kinderen des huizes. Haar atelier dat het imago van Ann en haar echtgenoot Geert uitstraalt in het landelijke Lierde is het verlengde van… haarzelf.
Zin in een bezoekje aan haar atelier (doe eerst een belleke of mailtje) of haar website?
Half mei vroeg Steven De Schuiteneer, webmeester van Spoorvreter (reizigersverhalen tussen Geraardsbergen en Antwerpen ), of ik een gedicht wilde schrijven bij een foto van Ben Lanoot.
Beeld en woord zijn soms onlosmakelijk met elkaar verbonden en zijn te vergelijken met een stomende relatie. Maar deze keer werd het een kunstzinnige driehoeksverhouding die omwille van de samenwerking een ‘U’ verdient.
De twee mannen werden deels getuige van hoe een gedicht ontstaat. Ik maakte een uitzondering en betrok hen vanaf de ruwe schets tot op het moment dat ik het spoorvaardig vond.
De dag nadat ik het gedicht aan beide treinfanaten bezorgde, ontmoette ik Steven aan het station van Geraardsbergen. Het was een aangenaam treffen waarbij we in een paar minuten heel wat wilden vertellen. Dacht Steven dat wat Ben me mailde? Ik citeer:
‘Een teken dat je toch een beetje gebeten bent door de diepwortelende spoorwegmicrobe waartegen geen enkel antibioticum helpt, of is het de onmetelijk grote drang om die oude dampende zuchtende kolenverslindende vuurvreter in die o zo rustige omgeving in een paar zinnen te verstenen? De woordcombinatie loco-motief is origineel. Je speelt meer in op de loc zelf en de hieraangekoppelde capaciteiten: sterk, betrouwbaar.
Bovendien vergeet je het menselijke aspect niet: één met de machinist, om zo een echte levensnoodzakelijke symbiose te bereiken, nuttig voor het spoorwegvervoer. Geen menselijke handelingen vormen deze machine om tot een roestige waterketel zonder macht.’
Ik zuchtte toen ik dat las en dacht: ‘Wat schrijft die man prachtig en hoe sterk weet hij een gedicht te ontleden!’
Ik citeer verder:
‘Applaus heeft een sterk functionele realistische inhoud meegekregen overgoten met een flinke scheut vertedering (vogels die applaudiseren; de bomen die wuiven etc.), wat erin gaat als een vers broodje met ambachtelijke hesp. Let wel, een plat overgeromantiseerd gedicht à la 'o zalige stoomloc, koningin der machines badende in uw heilig vuur dwepend met rijtuigen op een goudkleurige avond in een met rozengeur gevulde lucht' wordt bij mij direct van de rails geduwd en ontdaan van zijn wielen!
Stoerheid: ik ben wie ik WAS maakt het gedicht krachtig en geen rozenblaadje.Het hoort wel bij zo een stoomloc.’