de wintersymphonie
ze hangen nu in de kast
de luchtige sopraantjes
tijd voor de bassen
de zware winterjassen
de wintersymphonie
ze hangen nu in de kast
de luchtige sopraantjes
tijd voor de bassen
de zware winterjassen
mijn oude vriend
dag boom,
je staat hier noggetuige van mijn jeugd
ons dorp is zó veranderd
dat jij er nog bent,
dat doet me nu eens deugd
het vogeltje
er zit een vogeltje
diep in mijn oor
het fluit en wil er uit
ik zet het kooitje open
en
geeuw
lang
en
uit
de engelbewaarderhet spijt me nog oma.
hij was van aarde
met stenen vleugels
stond wijs bij oma
in de glazen kast
haar engel en bewaarder
tot op die hemelse dagwaarop hij met me vliegen wou
en pardoes aan scherven lag
de neuswortel
wonderlijk is toch de natuur
er ligt hier een wortel
met de neus van nonkel Tuur
vergeef me nonkeltje .![]()
waar moet een mens zijn inspiratie blijven halen , ik heb dan maar even in de koeling gekeken .
zwangertje
zwangertje
er was iets dat ze miste
iets zoets, iets zuurs, een zoute beet
als wij het nu toch maar wisten
dan kregen we even rust wie weet

de zee
de zee.
het strand.
wit en blauw.
mensjes klein.
de zee
de mist
de stilte
bang geloei
de zee.
de man.
de hond.
kil october
de zee.
duister
einderloos
leeg
of toch .
daar !
‘een pinklichtje’
___________________________________.___________
oma
oma
stilletjes op de tenen
liep ze door het leven
alles ging haar immers
om het geven
het protest
de rij knotwilgenbalt kwaad de vuisten
nu ze kaalgeschoren is.
de vlieger
de vlieger
er zit een ventje in mijn vliegerdaar boven in de blauwe lucht
mijn fantasie doet niet liever
is weer even op de vlucht