de vlieger
daar hoog aan het lijntje wrikt mijn vliegerdie puber wil wellicht de vrijheid liever
ik vier het touwtje nog maar een beetje
de vlieger
daar hoog aan het lijntje wrikt mijn vliegerdie puber wil wellicht de vrijheid liever
ik vier het touwtje nog maar een beetje
verliefd
zij fluistert
hij luistert
zij kijkt
hij kijkt
zij lacht
hij lacht
zij kust
hij kust
zij verliefd
hij verliefd
mij zien ze even niet
slaap
op blote voeten
onderaan de trap
stond hij te gapen
zijn vuistjes in de ogen‘mama ik kan niet slapen’
maar jongske toch !
nachtelijk
op stille tenen
loop ik door het huis
jij droomt in vrede
ik vind wel de kaas
als een hongerige muis
in de kast beneden
spiegel
spiegel aan de wand,
zo oud en wijs
wat is er toch vanmorgen
met mijn hoofd
weer aan de hand
met al die rimpels
en al dat grijs
vredesduif
Ik wou wel eens een wereld zien
zonder gruwel, zonder doden.
Er komt wel ooit een dag misschien
met z\'n allen , zonder groten.
in de auto
Links.
Nee, rechts !
Of toch...
Hier opzij.
Ze spelt
zijn kaart
luidop.Voorbij !
STOP !
toch kwamen ze er ,maar \'iets\' te laat
tederik heb lang op haar gewacht
wat onzeker
in bruidskleed
op de steel
een witte orchidee
mijn stroom
de stroom naar de zee
traag aan mij voorbij
neemt mijn onrust mee
spoelt de ziel weer vrij
de slag om
de deur slaat dicht
een vlaag van de wind
of is zij me slecht gezind
omdat ik openheid vraag