Woensdag 23 februari 2011
De droom die me leidde.
De droom die me leidde.
“ Wassallaam Uhalaikum allemaal,
Ik wil een prachtig verhaal met jullie delen, Insha' Allaah zullen jullie het
tot aan de laatste woorden lezen;
Al vanaf mijn jeugd kreeg ik het benauwd in krappe ruimtes en ik
verliet schreeuwend zulke plaatsen. Op latere leeftijd kwam ik erachter
dat dit een ziekte was, maar ik kwam er jammer genoeg niet van af.
Helaas moest ik of ik het nu wilde of niet eindelijk in zo'n krappe ruimte
komen.....
Ze hadden mij helemaal ingepakt met doeken en me geplaatst in een
lange doodskist. De stemmen van de mensen om me heen kon ik heel
goed horen en ondanks het feit dat mijn ogen gesloten waren kon ik ze
op de een of andere manier zien. Hij is gestorven op jonge leeftijd,
zeiden ze. Terwijl hij nog zoveel wilde doen. Ik wilde inderdaad nog heel
veel doen. Ik had bijvoorbeeld nog geen eigen zaak voor mijn zoon
kunnen beginnen, het geld van de t.v. en de auto had ik nog niet
afbetaald.Een groot bedrijf beginnen en al mijn vrienden uitnodigen was
nu slechts een droom. Bovendien had ik nog geen kolen en hout kunnen
kopen voor de naderende winter en ik had de lekkende plaatsen op de
zolder nog niet kunnen repareren. Toen ik bezig was met het op een
rijtje zetten van alles wat ik niet had afgekregen schrok ik van een
luidruchtige stem. Alsof deze door een microfoon kwam weergalmde het
in mijn hoofd. Het is voorbij, zei de stem.
Was het maar nog niet voorbij, dacht ik bij mezelf. Hoe heeft zo'n
ongeluk mij kunnen treffen? Terwijl ik zo goed auto kon rijden. Ik
probeerde te herinneren wat er was gebeurd; mijn vrienden waren om
me heen en probeerde de deksel van mijn doodskist te sluiten. Om ze te
stoppen wilde ik zo hard mogelijk schreeuwen maar ik kon me niet
bewegen nog iets fluisteren. Een poosje later bevond ik me in het
donker en keek naar een lichtstraal, die door de planken van de kist
scheen. Paniekerig zei ik: Mijn god, wat zal er nu van mij terecht komen?
Ik kon niet nadenken uit angst.
Ondertussen bevond ik me op de schouders van mijn vrienden en al
schommelend werd ik voort gedragen. Door de geluiden die van buitenaf
kwamen kon ik opmaken dat het regende. Het geluid van de druppels
verenigde zich met het gekraak van mijn doodskist. We gingen
hoogstwaarschijnlijk maar de moskee voor het Djanazagebed. Moskee ,
dat deed me aan iets denken, Hoewel het dichtbij huis was en ik vijf
maal per dag werd uitgenodigd voor het gebed, maar steeds had ik
geen tijd kunnen vinden om er heen te gaan. Zoals ik altijd al had
gezegd zou ik na mijn vijftigste beginnen met bidden en al mijn slechte
eigenschappen waar iedereen zich over ergerde verlaten. Inderdaad, als
dit ongeluk niet was gebeurd zou ik in de toekomst een perfecte moslim
zijn geweest.
De stem die ik voor de tweede keer hoorde (maar niet wist waar hij
vandaan kwam) zei weer: Het is voorbij. Alles is afgelopen. Iets later
werd mijn gebed gebeden en ik werd weer op schouders gedragen. We
kwamen langs het caf? waar we voorheen met vrienden dagelijks
kaarten en ik hoorde ze vrolijk lachen en dacht: Waarschijnlijk hebben
ze niet gehoord dat ik gestorven ben. Toen de stemmen bijna niet meer
te horen waren, voelde ik dat ik op een schuine manier gedragen werd.
Zo wist ik dat we de helling af gingen naar de begraafplaats. De
druppels van de regen, die met bakken uit de hemel vielen druipten door
de gaten van mijn doodskist en maakten de doek waarmee ik bedekt
was nat.
Ondanks dit luisterde ik naar de stemmen die van buiten kwamen.
Sommige vrienden hadden het over de effectenbeurs die gedaald was
en anderen verheerlijkten de laatst gespeelde wedstrijd van het
nationale voetbalelftal. Een van de personen die mijn kist droeg,
fluisterde in het oor van degene naast hem: Net iets voor hem om op
zo'n ongelukkige dag te sterven, we zijn kletsnat geworden. Het was
toch niet waar wat ik hoorde. Het waren toch mijn vrienden! Mijn reis
was na een tijdje afgelopen en mijn doodskist werd op de grond gelegd.
Een paar armen pakten mijn lichaam beet en legden mij in een kuil.
Liggend bekeek ik mijn omgeving. Oh, mijn god, was dit niet het graf?
Waarom had ik er nooit eerder bij stil gestaan dat ik hier ooit terecht zou
komen. Mijn stille hulpkreten kon ik niemand laten horen en ik voelde dat
mijn vrienden zich haastten met het bedekken van mijn graf.
Weer bevond ik me in het donker en ik begon hulpeloos te bidden. Mijn
god, krijg ik echt geen kans meer om te worden zoals u wilt en om mijn
graf te veranderen in een hemelse tuin. Weer herhaalde dezelfde stem,
nog luider dan eerst: Het is voorbij, alles is afgelopen. Met een laatste
poging kwam ik van mijn plaats en deed mijn ogen open.
Ik lag in mijn heerlijke warme bed. Ik had dus een vreselijke
nachtmerrie gehad. De dokter die een deur verder woonde probeerde
mij wakker te schudden. Het is voorbij, schreeuwde hij steeds. Kijk maar
het is voorbij. Je hebt niets meer. Ik probeerde langzaam rechtop te
zitten. Ik was nat van het zweten en het leek alsof ik twintig kilo was
afgevallen.
Het regende buiten pijpenstelen, de bliksem en onweer schudden als
het ware het hele huis. Ik probeerde tot mezelf te komen terwijl
verbaasde blikken me aankeken en zei: Mijn god, ik ben u dankbaar tot
in het diepste van mijn hart. Wat als u me nu geen nieuwe kans had
gegeven om een goed mens te worden....?
Wassallaam Uhalaikum,
Ik wil een prachtig verhaal met jullie delen, Insha' Allaah zullen jullie het
tot aan de laatste woorden lezen;
Al vanaf mijn jeugd kreeg ik het benauwd in krappe ruimtes en ik
verliet schreeuwend zulke plaatsen. Op latere leeftijd kwam ik erachter
dat dit een ziekte was, maar ik kwam er jammer genoeg niet van af.
Helaas moest ik of ik het nu wilde of niet eindelijk in zo'n krappe ruimte
komen.....
Ze hadden mij helemaal ingepakt met doeken en me geplaatst in een
lange doodskist. De stemmen van de mensen om me heen kon ik heel
goed horen en ondanks het feit dat mijn ogen gesloten waren kon ik ze
op de een of andere manier zien. Hij is gestorven op jonge leeftijd,
zeiden ze. Terwijl hij nog zoveel wilde doen. Ik wilde inderdaad nog heel
veel doen. Ik had bijvoorbeeld nog geen eigen zaak voor mijn zoon
kunnen beginnen, het geld van de t.v. en de auto had ik nog niet
afbetaald.Een groot bedrijf beginnen en al mijn vrienden uitnodigen was
nu slechts een droom. Bovendien had ik nog geen kolen en hout kunnen
kopen voor de naderende winter en ik had de lekkende plaatsen op de
zolder nog niet kunnen repareren. Toen ik bezig was met het op een
rijtje zetten van alles wat ik niet had afgekregen schrok ik van een
luidruchtige stem. Alsof deze door een microfoon kwam weergalmde het
in mijn hoofd. Het is voorbij, zei de stem.
Was het maar nog niet voorbij, dacht ik bij mezelf. Hoe heeft zo'n
ongeluk mij kunnen treffen? Terwijl ik zo goed auto kon rijden. Ik
probeerde te herinneren wat er was gebeurd; mijn vrienden waren om
me heen en probeerde de deksel van mijn doodskist te sluiten. Om ze te
stoppen wilde ik zo hard mogelijk schreeuwen maar ik kon me niet
bewegen nog iets fluisteren. Een poosje later bevond ik me in het
donker en keek naar een lichtstraal, die door de planken van de kist
scheen. Paniekerig zei ik: Mijn god, wat zal er nu van mij terecht komen?
Ik kon niet nadenken uit angst.
Ondertussen bevond ik me op de schouders van mijn vrienden en al
schommelend werd ik voort gedragen. Door de geluiden die van buitenaf
kwamen kon ik opmaken dat het regende. Het geluid van de druppels
verenigde zich met het gekraak van mijn doodskist. We gingen
hoogstwaarschijnlijk maar de moskee voor het Djanazagebed. Moskee ,
dat deed me aan iets denken, Hoewel het dichtbij huis was en ik vijf
maal per dag werd uitgenodigd voor het gebed, maar steeds had ik
geen tijd kunnen vinden om er heen te gaan. Zoals ik altijd al had
gezegd zou ik na mijn vijftigste beginnen met bidden en al mijn slechte
eigenschappen waar iedereen zich over ergerde verlaten. Inderdaad, als
dit ongeluk niet was gebeurd zou ik in de toekomst een perfecte moslim
zijn geweest.
De stem die ik voor de tweede keer hoorde (maar niet wist waar hij
vandaan kwam) zei weer: Het is voorbij. Alles is afgelopen. Iets later
werd mijn gebed gebeden en ik werd weer op schouders gedragen. We
kwamen langs het caf? waar we voorheen met vrienden dagelijks
kaarten en ik hoorde ze vrolijk lachen en dacht: Waarschijnlijk hebben
ze niet gehoord dat ik gestorven ben. Toen de stemmen bijna niet meer
te horen waren, voelde ik dat ik op een schuine manier gedragen werd.
Zo wist ik dat we de helling af gingen naar de begraafplaats. De
druppels van de regen, die met bakken uit de hemel vielen druipten door
de gaten van mijn doodskist en maakten de doek waarmee ik bedekt
was nat.
Ondanks dit luisterde ik naar de stemmen die van buiten kwamen.
Sommige vrienden hadden het over de effectenbeurs die gedaald was
en anderen verheerlijkten de laatst gespeelde wedstrijd van het
nationale voetbalelftal. Een van de personen die mijn kist droeg,
fluisterde in het oor van degene naast hem: Net iets voor hem om op
zo'n ongelukkige dag te sterven, we zijn kletsnat geworden. Het was
toch niet waar wat ik hoorde. Het waren toch mijn vrienden! Mijn reis
was na een tijdje afgelopen en mijn doodskist werd op de grond gelegd.
Een paar armen pakten mijn lichaam beet en legden mij in een kuil.
Liggend bekeek ik mijn omgeving. Oh, mijn god, was dit niet het graf?
Waarom had ik er nooit eerder bij stil gestaan dat ik hier ooit terecht zou
komen. Mijn stille hulpkreten kon ik niemand laten horen en ik voelde dat
mijn vrienden zich haastten met het bedekken van mijn graf.
Weer bevond ik me in het donker en ik begon hulpeloos te bidden. Mijn
god, krijg ik echt geen kans meer om te worden zoals u wilt en om mijn
graf te veranderen in een hemelse tuin. Weer herhaalde dezelfde stem,
nog luider dan eerst: Het is voorbij, alles is afgelopen. Met een laatste
poging kwam ik van mijn plaats en deed mijn ogen open.
Ik lag in mijn heerlijke warme bed. Ik had dus een vreselijke
nachtmerrie gehad. De dokter die een deur verder woonde probeerde
mij wakker te schudden. Het is voorbij, schreeuwde hij steeds. Kijk maar
het is voorbij. Je hebt niets meer. Ik probeerde langzaam rechtop te
zitten. Ik was nat van het zweten en het leek alsof ik twintig kilo was
afgevallen.
Het regende buiten pijpenstelen, de bliksem en onweer schudden als
het ware het hele huis. Ik probeerde tot mezelf te komen terwijl
verbaasde blikken me aankeken en zei: Mijn god, ik ben u dankbaar tot
in het diepste van mijn hart. Wat als u me nu geen nieuwe kans had
gegeven om een goed mens te worden....?
Wassallaam Uhalaikum,









