Berichten van 1 februari 2012 tot 29 februari 2012
de dawah project in suriname
Moslimmeiden zetten daw’ahproject ‘ar-rahmah’ in Suriname op!
voor alle duidelijkheid als jullie de foto's willen bekijken van het project moet je me even mailen,
dan stuur ik je de foto's van begin tot eind.
Ik ben bekeerde in 1986 via Surinaamse moslims tot de islaam en ben in 2009 voor het eerst naar Suriname gegaan en was diep onder de indruk van de overweldigende natuur en de kennis die mensen hebben van de planten en kruiden en hoe men dit toepast als geneeswijze. Een andere zaak die indruk op me maakte, is het feit dat er wel moskeeën zijn, maar geen krachtige lezingen, da’wah, weinig boeken en veel verdeeldheid. Soms zijn moskeeën dicht of vrijwel leeg omdat er geen iemaam is of djamaa’ah. In augustus 2010 besloot ik samen met een groep moslimmeiden uit Amsterdam een daw’ah centrum in Suriname op te richten in het dorp ‘Lelydorp’. Het idee ontstond omdat men in Suriname ook de Nederlandse taal spreekt en er dus in de Nederlandse taal onderwezen kan worden en de Nederlandstalige boeken met islamitische kennis ook bruikbaar zijn. Mijn intentie was om de meisjes het belang van ‘sadaqah-djaariyah’ te laten inzien, aangezien de meeste jongeren veel tijd aan het wereldse geven en weinig voorbereiden als sadaqah-djaariayah. Abu Hurairah heeft overgeleverd dat de Profeet heeft gezegd: “De goede daden die een gelovige na zijn dood zullen bereiken zijn: Kennis welke hij leerde en vervolgens verspreidde, een vroom kind dat hij achter laat, een kopie van de Qur’aan welke hij als erfenis achter laat, een moskee die hij bouwt, een huis dat hij voor reizigers bouwt, een kanaal dat hij graaft, of sadaqah welke hij tijdens zijn leven gaf toen hij nog gezond was. Deze daden zullen hem na zijn dood bereiken.”
Hadieth Hasan volgens al-Albaanie in: Sahieh Ibn Maadjah
Wij verzamelden 4500 euro waarvan ik slechts betrouwbare boeken kocht en naar Suriname verscheepte.
Vervolgens verzamelden wij 5000 euro in, waarvan verf, cement, hout voor kozijnen en deuren, ramen, verf, airco, tafels en stoelen, een zithoek etc. zijn gekocht om het centrum af te maken. De mannen die het stort; timmer en stukadoorswerk hebben gedaan zijn ook betaald, het verfwerk heb ik allemaal zelf gedaan. Het centrum wordt ‘Ar-rahmah’ genoemd vanwege de vele overleveringen die gaan over rahmah (compassie, genade) en omdat wij rahmah als basis van het samen zijn en werken met de mensen willen hanteren. Het bestaat nu uit een klaslokaal/ bibliotheek en ontmoeting/zitruimte ernaast.
Sinds 2011 storten meerdere mensen maandelijks geld om lessen te kunnen verwezenlijken waarin kinderen de Qur’aan uit hun hoofd leren. Dit is zodoende het salaris van de Qur’aanleraar.
Het doel van het project is: Het geven van Qur’aanlessen en betrouwbare islamitische kennis gebaseerd op de Qur’aan en de soennah en het begrip van de metgezellen, het begeleiden en steunen van nieuwe moslims, een bibliotheek in het centrum waaruit men kan lenen, het werven van sadaqah voor deze daw’ah vanuit Europa en andere landen. Het in het bijzonder onderwijzen van kinderen en jongeren om hen een ruim begrip van de islaam te geven
Wij willen graag op het erf (zie linker twee foto’s) een paar huisjes zoals op de foto’s rechts laten bouwen. (400 per hut/huisje) Wij hebben nog geld nodig voor het storten van de grond en dak van de gebedsruimte (4000 euro), afbouwen van het terras, (1500) afbouwen van de bovenverdieping (5000). We hebben jullie hulp hard nodig. Alle verdere gegevens staan op mijn site: www.compassion-in-islam.com. Ook het rekeningnummer staat bij: ‘projecten.’
Dja’far bin Muhammad adviseerde Sufyaan Ath-Thawrie: “Daden van vrijgevigheid worden perfect door drie kwaliteiten; het sneller weggeven, het als iets kleins zien (hoe groot de hoeveelheid ook is), en het in het geheim weggeven.” (‘Sifatus-Safwah’ deel 2. P. 169. En: ‘Hilyatul-Awliyaa’. deel 3. P. 198)
En Al-Hasan radjia allahoe 3anhoe zei:
“In dit leven is een gelovige net als iemand in een gevangenis. Hij probeert
zichzelf vrij te kopen en zelfs dan voelt hij zich nog niet veilig (of zijn
daden wel of niet van hem geaccepteerd zullen worden) totdat hij Allaah de
Verhevene en Meest Geëerde zal ontmoeten.”
‘Djaamie’ ul-‘Uluum wal-Hikam’ p. 269
het witr gebed
Het witr-gebed
Het witr-gebed is soennah moe’akkadah (zie Hoofdstuk 2). De Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) heeft het sterk aangeraden. Hij sloeg dit gebed nooit over, zelfs niet op reis of rijdend op een kameel.
Er ligt zoveel nadruk op het verrichten van het witr-gebed, dat sommige moslimgeleerden daaruit opmaken dat het 'waadjib' (verplicht) is. Echter, na nauwkeurige hadietsstudie wordt duidelijk, dat het niet waadjib is, maar sterk aangeraden.
Vaak denken moslims dat het witr-gebed onderdeel is van het 'Isjaa'- gebed. Dit is niet zo. Het witr-gebed is een op zichzelf staand gebed en kan gebeden worden vanaf na het 'Isjaa'-gebed helemaal tot het aanbreken van de tijd voor het Fadjr-gebed. Voor het gemak van de moslims heeft de Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) toegestaan dat het witr-gebed direkt na het 'Isjaa'-gebed gebeden kan worden. 'Witr' betekent in het Arabisch 'oneven'.
In een hadiets zei de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn): "Allah is Oneven en Hij houdt van het aantal oneven." (Moeslim)
Allah houdt ook van oneven nummers, als ze door twee gedeeld worden, blijft er altijd één over. Daarom gaf de Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) de voorkeur aan oneven getallen. Hij hield ervan om in zijn dagelijks leven dingen in oneven aantallen te doen, zoals: het verrichten van gebeden, het zeggen van doe’a's, het eten van dadels etc. Daarom vroeg de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) aan zijn metgezellen om witr te bidden aan het eind van het nachtgebed, zodat het aantal raka’aat van het nachtgebed oneven wordt.
‘Abdoellah ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Het nachtgebed bid je in groepjes van twee raka’aat. Als iemand van jullie voelt dat de dageraad nabij is, bidt hij nog één raka’ah om heel het nachtgebed oneven maken." (Boekharie, Moeslim)
Het aantal raka’aat van het witr-gebed
‘Abdoellah ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Het witr-gebed is één raka’ah aan het einde van het nafl-gebed van de nacht." (Moeslim)
Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Elke moslim hoort het witr-gebed te bidden. Wie vijf raka’aat witr wil bidden, laat hij het doen, wie drie raka’aat witr wil bidden, laat hij het doen en wie één raka’ah witr wil bidden, laat hij het doen." (Aboe Dawoed, An-Nasaa’i, Ibn Maadjah)
Uit de bovengenoemde ahadiets begrijpen we dat het witr-gebed eigenlijk uit één raka’ah bestaat en dat iemand ook 1,3,5,7 of 9 raka’ah witr kan bidden. Al deze aantallen zijn goedgekeurd door de Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) in de authentieke ahadiets.
De tijd voor het witr-gebed
Het witr-gebed kan gebeden worden direkt na het 'Isjaa'-gebed tot net voor de Fadjr (dageraad).
‘Aaisjah (moge Allah tevreden met haar zijn) vertelde: "Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) bad witr op alle tijden van de nacht. Soms bad hij witr in het eerste deel van de nacht, soms in het middelste deel van de nacht en soms in het laatste deel van de nacht; maar hij maakte zijn nachtgebed altijd af voordat de dageraad kwam." (Boekharie, Moeslim)
Dus iemand die denkt dat hij niet op kan staan om aan het eind van de nacht witr te bidden, kan het meteen na het 'Isjaa'-gebed bidden of voordat hij gaat slapen. Maar iemand die denkt dat hij 's nachts kan opstaan om nafl-gebeden (vrijwillige) te verrichten, hoort witr aan het einde van zijn nachtgebed te bidden.
Djaabir (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Iedereen die niet aan het eind van de nacht kan opstaan, moet witr bidden in het eerste deel van de nacht. En iedereen die denkt dat hij aan het eind van de nacht kan opstaan, moet het witr-gebed dan bidden, omdat de engelen klaar staan om te getuigen van de gebeden, die aan het einde van de nacht verricht worden." (Moeslim, Ahmad, At-Tirmidzi, Ibn Maadjah)
Hoe bid je witr-gebed?
Als je één raka’ah witr bidt, dan verricht je het net zoals het gewone gebed. Als je 3,5,7, of 9 raka’aat bidt, dan zijn er meerdere manieren waarop je deze verrichten kan. Bijvoorbeeld:
a) Iemand die drie raka’aat witr bidt, kan eerst twee raka’aat op de gewone wijze bidden. Na de tasliem, 'as-salaamoe ‘alaikoem wa Rahmatoe-Llaah' eerst naar rechts dan naar links, staat hij meteen op om de derde raka’ah te bidden. Deze manier van witr bidden wordt 'witr bil-fashl' genoemd.
b) Iemand die drie of vijf raka’aat witr bidt, hoeft niet te gaan zitten voor tasjahhoed tussen de raka’aat. Alleen in de laatste raka’ah zit hij en zegt hij tasjahhoed.
c) Iemand die drie, vijf of zeven raka’aat witr bidt, zit alleen voor de tasjahhoed in de één-na-laatste raka’ah, namelijk in de tweede raka’ah als hij drie raka’at witr bidt, in de vierde raka’ah als hij vijf raka’at witr bidt en in de zesde raka’ah als hij zeven raka’at witr bidt etc. Hij hoort dan tasjahhoed te zeggen en op te staan voor de laatste raka’ah en het gebed af te maken.
Alle drie de manieren zijn naar het voorbeeld van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) en worden gepraktiseerd door de grote geleerden. Moslims kunnen dus één van deze drie methoden kiezen voor het witr-gebed. Als je drie raka’aat witr bidt, dan is het beter om methode a) of b) te kiezen;
Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Maak je witr-gebed niet gelijk aan je Maghrib-gebed."
De doe’a qoenoet in het witr-gebed
Het is soennah om de doe’a qoenoet in de laatste raka’ah van het witr-gebed te zeggen. Je zegt het dan ofwel voor de roekoe’ ofwel na de roekoe’.
Hoemaid (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat hij Anas (moge Allah tevreden met hem zijn) over de doe’a qoenoet vroeg, namelijk of deze voor of na de roekoe’ gebeden hoort te worden. Anas (moge Allah tevreden emt hem zijn) antwoordde: "We waren gewend om hem voor en na de roekoe’ te zeggen." (Ibn Maadjah, Qijaamoel-lail of Mohammed ibn Nasaar al Marwaazie, Fathoel Baari)
Alhoewel de doe’a qoenoet voor de roekoe’ gezegd kan worden, is het meer volgens het voorbeeld van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) en beter om hem na de roekoe’ te zeggen.
a) Iemand die de doe’a qoenoet wil zeggen voor de roekoe’, kan hem beter zeggen nadat hij klaar is met het reciteren van Soeratoel-Faatihah en een hoofdstuk uit de Qoer-aan. Als je doe’a qoenoet opleest, mag je dat met opgeheven handen doen of je kunt ze gevouwen op je borst houden.
Enkele wetgeleerden staan erop dat het verplicht is om de doe’a qoenoet in de laatste raka’ah van het Fadjr-gebed te doen, maar als je de hadietsstudie bestudeert, dan vind je dat het noch in het witr-gebed noch in het Fadjr-gebed verplicht is. Dus als je in het witr geen doe’a qoenoet bidt, is je gebed wel gewoon volledig. En als je deze doe’a niet kent, hoef je ervoor in de plaats geen Qoer-aan of enige andere woorden te zeggen.
b) Iemand die de qoenoet na de roekoe’ wil zeggen, mag het met opgeheven handen doen voor zich of hij kan zijn handen langs zijn zij laten hangen.
Het is aangeraden en soennah om de doe’a qoenoet na de roekoe’ te zeggen en om je handen opgeheven te houden.
De doe’a qoenoet kan in elk gebed gezegd worden; het wordt ook soennah in het Fadjr-gebed gezegd. Qoenoet betekent dat men zich in overgave aan Allah stelt; er zijn verschillende soorten doe’a qoenoet. Hier volgt de tekst van de bekende doe’a die je in de dagelijkse gebeden leest.
De tekst van de doe’a qoenoet
Hasan ibn ‘Ali (moge Alah tevreden met hen zijn) vertelde: "De Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) onderwees mij de woorden die ik in de doe’a van het witr-gebed moet zeggen en ze luiden zo:
'Allaahoemma-dinie fieman hadait, wa ‘aafinie fieman ‘aafait, wa tawallanie fieman tawallait, wa baarik lie fiemaa a’thait, wa qinie sjarra maa qadhait, fa innaka taqdhie wa laa joeqdhaa ‘alaik, Innahoe laa jadzilloe man-waalait, wa laa ja’izzoe man ‘aadait, tabaarakta rabbanaa wa ta’aalait, nastaghfiroeka wa natoeboe ilaik, wa shal-Lallaahoe ‘alan nabijj.
Oh Allah, laat mij behoren tot degenen die U hebt geleid, En laat mij behoren tot degenen die U hebt gered, En laat mij behoren tot degenen die U hebt uitgekozen, En zegen alles wat U mij hebt gegeven, En bescherm mij tegen het kwaad dat U hebt geschapen, waarlijk U besluit alles en niemand kan tegen U een ander besluit nemen, waarlijk degene die U liefheeft kan niet onteerd worden en degene die U vernedert kan niet geëerd worden, U bent gezegend, oh Heer en hoog verheven, onze Heer, wij vragen U om Uw vergeving en keren ons tot U (in berouw) en moge Allah zegeningen en genade geven aan de Profeet. (Aboe Dawoed, An-Nasaa’i, Ibn Maadjah, At-Tirmidzi)
Nu volgt een andere doe’a die door sommige geleerden aanbevolen is voor het witr-gebed:
'Allaahoemma innaa nasta’ienoeka wa nastaghfiroeka wa noe'minoe bika wa natawakkaloe ‘alaika wa noetsnie ‘alaikal-khaira wa nasjkoeroeka wa laa nakfoeroeka wa nakhla’oe wa natroekoe mai-jafdjoeroeka. Allaahoemma ijjaaka na’boedoe wa ilaika noeshallie wa nasdjoedoe wa ilaika nas’aa wa nahfidoe wa nardjoe rahmataka wa nakhsjaa ‘adzaabaka inna ‘adzaabaka bil-koeffaari moelhiq.
Oh Allah, wij vragen U om hulp en om Uw vergeving en wij geloven in U en stellen ons vertrouwen op U en wij loven U op de beste manier en danken U en wij zijn U niet ondankbaar en wij verlaten en nemen afstand van hem die U niet gehoorzaamt.
Oh Allah, wij aanbidden U alleen en bidden tot U en buigen helemaal tot op de grond voor U en wij snellen naar U en dienen U en wij hopen op Uw genade en wij vrezen Uw straf. Waarlijk de ongelovigen zullen Uw straf krijgen.'
Deze doe’a' kan gelezen worden, want het is een mooie doe’a', maar hij behoort niet tot de doe’a'-s die de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) in zijn qoenoet zei.
Er zijn enkele andere doe’a's die de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) gewoonlijk zei in zijn qoenoet in het witr-gebed of in andere gebeden. Je kunt al deze doe’a'-s samen lezen of één van hen of één van deze doe’a'-s met anderen combineren.
Het vrijdaggebed
Het belang van het bijwonen van het vrijdaggebed
"O, jullie die geloven! Wanneer de oproep voor het gebed op de vrijdag wordt gedaan, kom dan voor de overdenking van Allah en laat je zaken, dat is beter voor jullie als jullie het maar weten!”
(Qoer-aan Al-Djoemoe’ah: 9)
Het vrijdaggebed (djoemoe’ah-gebed) heeft een uiterst hoge waarde in de islam. Het heeft z’n eigen moreel, sociaal en politiek belang. Het is voor alle moslimmannen verplicht. Voor vrouwen en ernstig zieken, reizigers en slaven is het niet verplicht. Zij kunnen de djoemoe’ah bidden maar zijn er niet toe verplicht. De Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) heeft felle waarschuwingen gegeven aan degenen die zonder goede reden het djoemoe’ah-gebed overslaan.
In een hadiets van ‘Abdoellah ibn Mas’oed (moge Alah tevreden met hen zijn) vertelde hij wat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) eens had gezegd over de mensen die zonder geldige reden niet naar het djoemoe’ah-gebed komen. "Ik wou dat ik iemand kon aanstellen om het gebed te leiden, dan zou ik zelf naar de huizen gaan van degenen die het djoemoe’ahgebed zomaar overslaan en ik zou ze in brand steken met de bewoners erin." (Moeslim, Ahmad)
Een andere hadiets vertelt: "Iemand die drie opeenvolgende vrijdaggebeden overslaat, (bij hem) plaatst Allah een zegel op zijn hart (sluit Hij zijn hart af voor het geloof). (Ahmad, At-Tirmidzi, Aboe Dawoed)
Het belang van het reinigen voor het vrijdaggebed
Omdat bij het vrijdaggebed een tamelijk grote groep moslims samenkomt in een grote ruimte, hoort men zorg te dragen voor zijn lichamelijke reinheid. De islam legt nadruk op reinheid.
De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Iemand die een bad neemt op vrijdag, zichzelf goed wast, olie en parfum gebruikt; en dan vroeg in de middag naar de moskee gaat en rustig en zonder te duwen of de mensen te storen plaats neemt, dan vrijwillige gebeden bidt zoveel als hij kan; dan stil luistert naar de Khoetbah (les, preek door de imaam); al zijn zonden tussen deze en de komende vrijdag zullen vergeven worden!" (Boekharie)
Het is beter om vroeg naar het djoemoe’ah-gebed te gaan
Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Op vrijdag staan de engelen bij de deur van de moskee en schrijven de namen op van de mensen, die binnenkomen voor het djoemoe’ah-gebed, in volgorde van binnenkomst.
De eerste groep mensen die de moskee binnenkomt, krijgt een even grote beloning als voor het offeren van een kameel. De mensen die na hen binnenkomen, krijgen een beloning zoals voor het offeren van een koe. De mensen die na hen binnenkomen, krijgen een even grote beloning zoals voor het offeren van een schaap en de mensen die daarna binnenkomen, krijgen de even grote beloning zoals voor het offeren van een kip, een ei enz.
Er zijn verschillende beloningen voor mensen, wanneer zij binnenkomen. De engelen gaan door met het opschrijven van de namen van degenen die de moskee binnenkomen, tot de imaam gaat zitten om de Khoethbah te geven. Dan sluiten de engelen hun lijsten en gaan zitten om naar de Khoethbah te luisteren. (Boekharie, Moeslim)
Het gebed voor het vrijdaggebed
Als je in de moskee zit te wachten op het djoemoe’ah-gebed, kun je voordat de adzaan is gezegd zoveel nafl-gebeden verrichten als je wilt. Dit zijn twee raka’aat die je altijd hoort te bidden als je een moskee binnenkomt; het is een 'begroeting voor de moskee'.
Terwijl het gewoonlijk afgeraden is om net voor het Zdoehr-gebed te bidden, is het djoemoe’ah-gebed een uitzondering, omdat je voor de adzaan wel mag bidden. Deze regel is er, omdat de khoethbah meestal direkt na de adzaan begint en er dan dus geen gelegenheid meer is om extra te bidden vóór de khoethbah en het djoemoe’ah-gebed. Overigens verschillen de meningen over deze zaak per wetschool. In ieder geval hoor je de 'tahijjaa-toel-masdjied' (begroeting van de moskee) te bidden.
Het luisteren naar de goetbah (les, preek)
Zodra de goetba begonnen is, zitten alle aanwezigen in volkomen stilte te luisteren, zonder ook maar door één woord hun beloning voor het luisteren te verliezen. Als iemand binnenkomt wanneer de khutba al begonnen is, bidt hij eerst twee raka’aat voordat hij gaat zitten luisteren.
Djaabir (moge Alah tevreden met hen zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei, terwijl hij een goetba aan het geven was: "Als iemand van jullie naar het vrijdaggebed komt terwijl de imaam met de Khoethbah bezig is, hoort hij twee raka’aat te bidden en ze niet te lang te maken." (Moeslim)
Er is een andere hadiets. Djaabir (moge Alah tevreden met hen zijn) vertelde dat er een keer een man naar het vrijdaggebed kwam toen de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) een Khoethbah aan het geven was. De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei hem: "Heb jij gebeden?" "Nee", antwoordde de man. Toen zei de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) "Sta op en bid!" (Boekharie, Moeslim, Aboe Dawoed, At-Tirmidzi)
Als de imam met zijn khutba klaar is, geeft hij de laatkomers de gelegenheid om 2 of 4 raka’at soennah te bidden, daarna geeft de imam nog een korte toespraak in het Arabisch waarna hij het djoemoe’ah-gebed leidt.
Sommige mensen vinden het ongepast als ze zien dat de laatkomers de soennah bidden terwijl de imam spreekt. Ze vinden dat de imam dan niet gerespecteerd wordt. Dit is onjuist en wordt niet door de gebruiken van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) ondersteund. Het is ook tegenstrijdig aan de ahadiets die hierboven genoemd zijn en de volgende hadiets.
Aboe Qataadah (moge Allah tevrden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei:
"Wanneer iemand van jullie de moskee binnenkomt, hoort hij niet te gaan zitten zonder twee raka’aat begroeting van de moskee te bidden."(Boekharie, Moeslim)
Deze ahadiets verklaren de punten van de foute praktijk die hierboven is genoemd. De imams en ‘oelaamaa die maar de minste vrees voor Allah hebben en respect voor de ahadiets en soennah van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) moeten dit gebruik niet tegenhouden en niet boos worden als een ander 2 raka’at bidt.
Hoe verrichten we het vrijdaggebed?
Het djoemoe’ah-gebed bestaat uit slechts twee raka’aat. Dit geldt voor het gebed dat verplicht is voor de mannen om gezamenlijk op vrijdagmiddag (Zdoehr-tijd) in de moskee te bidden.
Vrouwen of zieken die thuis bidden, verrichten de volle vier raka’aat van het fard Zdoehr-gebed.
Als iemand laat in de moskee komt en nog maar één raka’ah met de djamaa’ah (groep) mee kan bidden, moet hij doorgaan met bidden wanneer de anderen de tasliem zeggen. Hij bidt dan nog een raka’ah en sluit dan het gebed af met de tasliem.
Als iemand helemaal te laat komt voor het gebed, verricht hij vier raka’aat Zhoehr-gebed. In het djoemoe’ah-gebed leest de imaam wel hardop de Qoer-aanverzen.
Het gebed na het vrijdaggebed
Het is soennah om na het djoemoe’ah-gebed twee raka’aat te bidden; sommige metgezellen van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) waren gewend om dan vier of zes raka’aat te bidden.
Ibn ‘Oemar (moge Allah tevrden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) niet bad na shalaa-toel-djoemoe’ah. Pas als hij naar huis ging, bad hij twee raka’aat thuis. (Boekharie, Moeslim)
Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Iedereen die na het vrijdaggebed gaat bidden, hoort vier raka’aat te bidden." (Moeslim)
Athaa zei: Telkens wanneer ‘Abdoellah ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden met hem zijn) het djoemoe’ah-gebed in Mekka bad, stapte hij na het djoemoe’ah-gebed een beetje naar voren en bad twee raka’aat, daarna bewoog hij weer wat naar voor en bad vier raka’aat. En wanneer hij in Medinah was, bad hij na het djoemoe’ah-gebed niet in de moskee; hij bad pas twee raka’aat als hij thuis kwam. Toen hem werd gevraagd waarom hij niet in de moskee bad na het djoemoe’ah-gebed, zei hij: "Dit was het gebruik van Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn)."
Vrouwen en het djoemoe’ah-gebed
Het is toegestaan dat vrouwen het djoemoe’ah-gebed bijwonen. Meestal is er een aparte ruimte en ingang in de moskee voor de vrouwen. De vrouwen zitten daar, luisteren naar de khutba en bidden mee. Ze horen de imaam meestal via een microfoon. In het algemeen, wanneer vrouwen in een onafgescheiden ruimte met mannen samen bidden, horen ze zover mogelijk naar achter te gaan staan, de achterste rijen zijn voor hen dan het beste.
Het Eid-gebed - Eid al-Adha en Eid ul-Fitr (feestgebed)
Er zijn elk islamitisch jaar twee feesten met elk een feestgebed: het Eid al-Adha (Ied oel-Adha) en het Eid ul-Fitr (Ied oel-Fitr). Het Eid ul-Adha is het offerfeest aan het einde van de Hadj (pelgrimstocht) en het Iedoel-Fithr is het feest van het verbreken van het vasten aan het einde van de vastenmaand Ramadhaan. Het Ied-gebed is een soennah moe'akkadah-gebed. Het is soenna dat zoveel mogelijk moslims, mannen en vrouwen, oud en jong het 'Ied-gebed verrichten. Hoe groter de groep, des te beter. Het is gebruikelijk dat meerdere moskeeën samen het Ied-gebed organiseren. Vrouwen die menstrueren kunnen het gebed bijwonen door aan de kant te gaan zitten. Op deze manier kunnen ze de sfeer van het gebed meemaken en de khutbah horen.
De plaats voor het Eid-gebed
Het is soennah om het Ied-gebed in de open lucht te verrichten: een park, veld, woestijn etc. Als het regent of als er geen geschikte plaats gevonden kan worden, dan kan het gebed in de moskee (Als de moskee groot genoeg is om iedereen te omvatten, dan is het gebed in de moskee beter. Want de zegeningen in de moskee zijn groter) of in een grote hal gebeden worden.
Het aantal raka’aat van het Ied-gebed
Het Ied-gebed bestaat uit twee raka’aat. Voor of na het Ied-gebed is er geen nafl-gebed. Ook is er geen adzaan of iqaamah voor het Ied-gebed.
Ibn ‘Abbaas t vertelde: "Het is zeker dat de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) gewend was om alleen maar twee raka’aat als Ied-gebed te bidden. Hij bad niets ervoor of erna." (Boekharie, Moeslim)
Hoe wordt het Ied-gebed gebeden?
De twee raka’aat van het Ied-gebed worden gedaan zoals twee raka’aat van het gewone gebed, met één uitzondering. Er zijn zeven takbiers in de eerste raka’ah en vijf takbiers in de tweede raka’ah. Na de takbieratoel ihraam van de eerste raka’ah worden nog zes takbiers gedaan: je heft nog zes maal de handen tot schouderhoogte op en zegt daarbij telkens hardop 'Allaahoe Akbar'.
Telkens gaan je handen terug naar op of onder je borst. De hele groep moslims zegt de imaam na, hardop, 'Allaahoe Akbar'. In de tweede raka’ah gebeurt dit dus vijf maal achter elkaar. De takbiers worden voor het lezen van soeratoel-Faatihah verricht.
De Koran recitatie wordt door de imaam hardop gedaan.
Katsier ibn ‘Abdoellah vertelde van zijn vader en zijn vader van zijn grootvader, dat de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zeven takbiers in de eerste raka’ah zei en vijf takbiers in de tweede raka’ah van het Ied-gebed, voordat hij de recitatie begon. (At-Tirmidzi, Ibn Maadjah, Ad-Darimi)
Het Ied-gebed wordt verricht voor de Ied-Khoetbah (les, preek)
Dja’faar ibn Mohammed (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde: "Er is geen twijfel over, Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn), Aboe Bakr (moge Allah tevreden met hem zijn) en ‘Oemar (moge Allah tevreden met hem zijn) zeiden zeven takbiers in de eerste raka’ah van het Ied-gebed en het regengebed en vijf takbiers in de tweede raka’ah van het Ied-gebed en het regengebed. De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) verrichte het gebed vóór de Khoethbah en hij reciteerde Qoer-aan in het gebed hardop." (Asj-Sjaafi’ie)
Het regengebed
Het regengebed is een speciaal gebed dat tijdens een droogteperiode wordt gebeden. De moslims wordt gevraagd om samen te komen voor een twee raka’aat tellend gebed in de buitenlucht. Na het gebed worden speciale smeekbedes voor regen gemaakt.
Het djanaazah-gebed (begrafenisgebed)
Een moslim heeft het recht, dat andere moslims na zijn of haar dood een djanaazah-gebed voor hem of haar verrichten. Het is een 'fardh kifaajah' -gebed: als een groep moslims het djanaazah-gebed verricht, vervullen ze daarmee de plicht van alle moslims om voor de overledene te bidden. Moslims die niet aanwezig konden zijn, hebben door deze regel hun plicht toch niet verzaakt. Als van heel de moslimgemeenschap niemand het djanaazah-gebed zou bidden, dan zou heel de gemeenschap schuldig zijn aan nalatigheid van de plichten. Door het djanaazah-gebed te verrichten, behoeden we ons voor de ontevredenheid van Allah, de Heilige en Allerhoogste. De beloning voor het gebed echter, komt alleen voor hen die het bidden. Uit de hadiets blijkt dat Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) sterk de nadruk heeft gelegd op de verrichting van het djanaazah-gebed en dat hij zijn metgezellen aanspoorde om begrafenisceremonies bij te wonen. Elke moslimman hoort zijn best te doen om zijn plicht jegens de overledenen te vervullen.
Vrouwen mogen een djanaazah-gebed meebidden, op voorwaarde dat zij uit het zicht van mannen kunnen staan (bijvoorbeeld in de vrouwenruimte van de moskee). Ze gaan echter niet mee naar de begrafenis zelf.
Het djanaazah-gebed is een gezamenlijk gebed
Opdat er meer beloning uit voortkomt. Het kan in meerdere groepen gebeden worden, maar dan door verschillende mensen.
Voorbereidingen voor het gebed
In het geval dat de overledene een man is, hoort de imaam ter hoogte van het hoofd en de schouders van de overledene te gaan staan; in het geval de overledene een vrouw is, gaat hij ter hoogte van het middel van haar lichaam staan.
Het verschil tussen het djanaazah-gebed en de gewone gebeden
Er is een duidelijk verschil met het gewone gebed, namelijk dat er geen roekoe’, geen sadjdah en geen tasjahhoed is in het djanaazah-gebed. Ook is er geen vastgestelde tijd voor dit gebed. Het wordt alleen maar in de staande positie gebeden. Aan de andere voorwaarden zoals het richten naar de qiblah, soetrah, kleding enz. hoort voldaan te worden zoals in de gewone gebeden.
Hoe verricht je het djanaazah-gebed?
1. Je gaat gericht naar de qiblah staan. De imaam vraagt de moslims om de rijen recht te maken. Er moeten zoveel mogelijk rijen gevormd worden, dat geeft meer beloning.
2. Je hoort de intentie te hebben om het djanaazah-gebed te verrichten. Dit doe je in je hart, zonder woorden, want dit was de gewoonte van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) of zijn metgezellen.
3. De eerste takbier van de takbieratoel ihraam.
Het djanaazah-gebed bestaat uit vier takbiers. De eerste takbier is de takbieratoel ihraam. De imaam zegt 'Allaahoe Akbar' en zet zijn handen aan zijn oren, zoals in hoofdstuk vier beschreven. De moslims doen hem na en leggen allen hun handen op hun borst.
Het opzeggen van al-Faatihah:
A’oedzoe bi-Llaahi minasj-sjaithaanir-radjiem.
en dan reciteer je hoofdstuk Al-Faatihah.
Bismillaahir-Rahmaanir-Rahiem Al-hamdoe li-Llaahi Rabbil-‘aalamien. Ar-Rahmaanir-Rahiem. Maaliki jawmid-dien. Ijjaaka na’boedoe wa ijjaaka nasta’ien. Ihdinash-shiraathal-moestaqiem. Shiraathal-ladziena an’amta ‘alaihim. Ghairil-maghdhoebi ‘alaihim wa ladh-dhaallien. Aamien
Sommige mensen zeggen geen Soeratoel-Faatihah in het djanaazah-gebed, maar het is noodzakelijk om het te lezen in elk soort gebed. De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) heeft gezegd dat een gebed zonder Faatiha geen waarde heeft.
Talhah ibn ‘Abdoellah ibn ‘Awf (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat hij het djanaazah-gebed achter ‘Abdoellah ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden met hem zijn) bad en Abdoellah ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden met hem zijn) las Soeratoel-Faatihah hardop. Daarna zei hij: "Ik heb het hardop gebeden zodat jullie zullen weten dat het de soennah van Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) is.” (Al-Boekharie)
Deze hadieth is een bewijs dat het reciteren van Soeratoel-Faatihah ook in het djanaazah-gebed noodzakelijk is.
De tweede takbier
Dan hoort de imam de tweede takbier te zeggen en de djamaa’ah (groep) zegt hem na. Het is niet noodzakelijk om de handen op te heffen maar als iemand het wel doet, is het ook goed. Beide manieren zijn aan de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) overgeleverd.
Na de tweede takbier
Na de tweede takbier hoor je zegeningen voor de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) te vragen, in stilte. Bij voorkeur zeg je de shalaawah, de woorden die je zegt na de tasjahhoed van het gewone gebed.
De derde takbier
Dan zegt de imaam de derde takbier en de djamaa’ah volgt hem. Nu bidt iedereen een persoonlijk gebed voor de overledene. Er kunnen verschillende doe’a's voor de zielerust van de overledene worden gezegd. Sommigen daarvan zijn hieronder genoemd.
De doe’a voor de overledene
1. Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) het djanaazah-gebed van een moslim bad en hij zei in zijn doe’a (de volgende woorden):
Allaahoemmaghfir lihajjinaa wa majjitinaa, wa sjaahidinaa wa ghaa'ibinaa, wa shaghierinaa wa kabierinaa, wa dzakarinaa wa oentsaanaa, Allaahoemma man ahjaitahoe minnaa, Fa-ahjihi ‘alal-islaami, wa man tawaffaitahoe minnaa, Fa-tawaffahoe ‘alal-iemaani, Allaahoemma laa tahrimnaa adjrahoe wa laa taftinnaa ba’dahoe
Oh Allah, vergeef onze mensen die nog leven en zij die gestorven zijn, vergeef degenen die aanwezig zijn en degenen die afwezig zijn, vergeef onze jongeren en onze ouderen, vergeef onze mannen en onze vrouwen.
Oh Allah, degenen van ons die U in leven wenst te houden, laat hem leven volgens de islam en wie U van ons wenst te laten sterven, laat hem sterven met een sterk geloof.
Oh Allah, ontneem ons niet zijn beloning en breng ons na zijn dood niet in beproeving
(Ahmad, Aboe Dawoed, At-Tirmidzi, Ibn Maadjah)
2. ‘Awf ibn Maalik (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) het djanaazah-gebed bad en ik hoorde hem de volgende doe’a zeggen en ik leerde het van buiten;
Allaahoemmaghfir lahoe warhamhoe wa‘foe ‘anhoe wa ‘aafihie wa akrim noezoelahoe wa wassi’ moedkhalahoe waghsilhoe bil-maa' i wats-tsaldji wal-baradi wa naqqihie minal-khathaajaa kamaa joenaqqats-tsawboel-abjadhoe minad-danasi wa abdilhoe daaran khairam-min daarihie wa ahlan khairam-min ahlihie wa zawdjan khairam-min zawdjihie wa adkhilhoel-djannata wa qihie fitnatal-qabri wa ‘adzaaban-naar.
'Oh Allah, vergeef hem, heb genade met hem, scheld hem kwijt en geef hem succes, geef hem een eerbare neerlating en een ruime verblijfplaats. Was (zijn zonden) van hem af met water, sneeuw en hagel, reinig hem van zijn zonden, zoals een wit kledingstuk gereinigd wordt van vuil.
Vervang zijn huidige verblijfplaats door een betere, vervang zijn huidige familie door een betere, vervang zijn huidige vrouw door een betere.
Laat hem het paradijs binnengaan en red hem van de martelingen van het graf en de straffen van de hel.
(Moeslim)
3. Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) bad en zei:
Allaahoemma Anta Rabboehaa, wa Anta khalaqtahaa, wa Anta razaqtahaa wa Anta hadaitahaa lil-islaam, wa Anta qabadhta roehahaa, wa Anta ‘alamoe bi-sirrihaa wa ‘alaanijjatihaa, dji'naa sjoefa’aa'a faghfir lahoe dzanbahoe.
'Oh Allah, U bent zijn Heer, U hebt het geschapen, U hebt hem voorziening gegeven en U hebt hem naar de islam geleid en U hebt er zijn ziel uit genomen en U kent het beste zijn geheimen en zijn openlijke daden. Wij zijn gekomen om voorspraak te doen, daarom, vergeef hem.' (Aboe Dawoed, Ahmad)
Eén ding is duidelijk te zien aan deze drie ahadiets, namelijk, dat elke metgezel die een djanaazah-doe’a overleverde, zei dat hij de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) de woorden van de doe’a in het djanaazah-gebed had horen zeggen. Dit is een bewijs dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) gewend was om het djanaazah-gebed, of op z'n minst de doe’a in het djanaazah-gebed met hoorbare stem te zeggen. Daarom hoeft er geen twijfel over te bestaan of de imam het djanaazahgebed hoorbaar mag doen.
Er zijn nog andere doe’a's overgeleverd van de Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) en je kunt ze in de hadietsboeken vinden. Al deze doe’a's kun je samen of apart zeggen. Andere doe’a's kunnen gezegd worden samen met deze doe’a's, maar het is beter om vast te houden aan de doe’a's die de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zelf zei.
Het beëindigen van het djanaazah-gebed, (vierde takbier)
Daarna zegt de imaam de vierde takbier en de djamaa’ah volgt hem. Dan zegt de imaam twee keer 'As-salaamoe ‘alaikoem wa rahmatoe-Llaahi wa barakaatoehoe', de ene keer zijn gezicht naar rechts draaiend en de andere keer naar links. De gemeenschap hoort hetzelfde te doen.
Noot: Sommige mensen leggen er veel nadruk op om doe’a's te zeggen nadat het djanaazah-gebed afgelopen is, maar we konden geen enkele hadiets vinden die dit idee ondersteunt. Het djanaazah-gebed is zo bepaald, dat al de doe’a's die iemand voor de overledene wil zeggen na de derde takbier gezegd kunnen worden. Dit was het oorspronkelijke gebruik van de Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) en zijn metgezellen.
Het reizigersgebed
"En als jullie op de aarde rondtrekken, dan is het voor jullie geen zonde de shalaat te verkorten...."
(Qoer-aan An-Nisaa: 101)
De islam houdt een praktische manier van leven in. In Zijn Wijsheid beschouwt Allah, de Heilige, de Allerhoogste ook de omstandigheden die voor een moslim moeilijker zijn. Hij heeft de voorschriften in zulke situaties gemakkelijker gemaakt. Onder de mogelijkheden die Allah, de Heilige, de Allerhoogste ons gegeven heeft, valt de toestemming om tijdens een reis de dagelijkse gebeden te combineren en in te korten.
"...Allah wenst voor jullie het gemakkelijke en Hij wenst voor jullie niet het ongemak..."
(Qoer-aan Al-Baqarah: 185)
Het qashr-gebed (het verkorte gebed)
Als een moslim op reis is, bidt hij twee raka’aat fardh voor het Zhoehr-, 'Ashr- en 'Isjaa'-gebed. Het Fadjr- en Maghrib-gebed blijven zoals ze zijn.
Het is beter (in beloning) om het gebed in te korten.
Het geeft een grotere beloning wanneer je op reis het ingekorte gebed bidt. De Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Het is een geschenk van Allah dat Hij jullie heeft gegeven, neem het daarom aan." (Moeslim)
Het combineren van gebeden
Iemand die op reis is, kan het Zhoehr-gebed en het ‘Ashr-gebed samenvoegen en hen samen bidden op de tijd van Zhoehr of 'Ashr. Ook kan hij de Maghrib- en 'Isjaa'-gebeden samenvoegen en ze samen bidden op de tijd van het Maghrib- of 'Isjaa-gebed.
Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) gewoonlijk de Zhoehr- en ‘Ashr-gebeden samenvoegde wanneer hij op reis was en ook de Maghrib- en 'Isjaa- gebeden. (Al-Boekharie)
Moe’aadz (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) op reis was voor de slag bij Taboek. Als de zon al was gaan zakken op het moment dat hij verder wilde reizen - nadat hij ergens gekampeerd had - dan voegde hij het Zhoehr- en ‘Ashr-gebed samen en bad hen op de tijd van Zhoehr. Als hij besloot om verder te gaan voordat de zon was gaan zakken, dan stelde hij het Zhoehr-gebed uit en voegde het samen met het ‘Ashr-gebed en bad ze samen op de tijd van de 'Ashr.
Als de zon al onder was wanneer hij wilde vertrekken, bad hij het Maghrib- en 'Isjaa-gebed samen op de tijd van de Maghrib. En als de zon nog niet onder was gegaan en hij wilde verder reizen, dan stelde hij het Maghrib-gebed uit en bad het later op de tijd van ‘Isjaa samen met het 'Isjaa'-gebed. (Aboe Dawoed, At-Tirmidzi)
Deze ahadiets geven heel duidelijk de feiten weer over het combineren van de gebeden, zoals de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) het gewend was om te doen. Maar er zijn mensen die twijfelen om op reis de gebeden te combineren. Echter, het is een gift van Allah, die de moslims moeten aannemen en dankbaar moeten gebruiken. Een gift van Allah, de Heilige, de Allerhoogste en van Zijn boodschapper (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) hoor je nooit te verwerpen.
Wanneer verkort je en combineer je de gebeden?
En dan is er de vraag wanneer de reisafstand en de duur van de reis voldoende zijn om gebeden in te korten en te combineren.
1. Jahjaa ibn Jazied zei: "Ik vroeg Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden met hem zijn) wanneer je je gebeden mag inkorten? Anas (moge Allah tevreden met hem zijn) antwoordde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) verkort bad wanneer hij 5 km ver wegging. (Moeslim, Ahmad, Aboe Dawoed, Al-Baihaqie)
2. Aboe Sa’ied (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat telkens wanneer de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) ongeveer één farskh reisde, dit is ongeveer 5 km, hij het verkorte gebed zei. (Talkhiesh ibn Hadjr)
Op basis van deze ahadiets kan je qashr-gebed bidden en gebeden samenvoegen als de reisafstand vanaf huis 5 km is. Dit is de minimale grens voor het qashr-gebed. Er zijn echter toch veel verschillende meningen over de minimale maat van de afstand; bijvoorbeeld ongeveer 15 km, 110 km of één dag reizen. Naar onze mening is de juiste bepaling van wat een reis is, datgene wat een gemeenschap ziet als een reis, waarbij ze minimaal 5 km weg moet zijn.
De duur van de reis
Zolang iemand op reis is, al is het weken, maanden of jaren, kan hij zijn gebeden verkorten en samenvoegen. Zelfs als hij tijdens zijn reis een vastgesteld aantal dagen op een bepaalde plaats moet blijven, kan hij doorgaan met qashr-gebeden en samenvoeging van gebeden.
Als hij echter voorneemt om op één plaats een vast aantal dagen te blijven, dan verschillen de meningen over hoe lang hij met inkorten en samenvoegen mag doorgaan, bijvoorbeeld 4, 10, 17, 18 dagen etc.
Na nauwkeurige hadietsstudie kunnen we zeggen dat als iemand tijdelijk op een plaats verblijft, hij nog steeds een reiziger is en er is geen grens aan het aantal dagen dat hij qashr-gebed kan bidden en gebeden kan combineren.
Nafl-gebeden tijdens een reis
De Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) heeft op reis altijd het witr-gebed gebeden. Ook de twee raka’aat soennah van het Fadjr-gebed deed hij op reis altijd. Hij benadrukte het belang hiervan en spoorde zijn metgezellen aan om deze nafl te bidden. Dus moeten wij op reis deze beiden bidden.
Maar wat betreft enig ander nafl- en soennah-gebed? Hierop geeft de volgende hadiets het antwoord.
Hafs ibn ‘Aashim vertelde: "Ik was met ‘Abdoellah ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden met hem zijn) op reis naar Mekka. Onderweg naar Mekka leidde hij ons in het Zhoehr-gebed en bad twee raka’aat. Daarna ging hij weg en ging in zijn tent zitten. Hij zag enkele mensen bidden en vroeg mij wat die aan het doen waren. "Zij bidden nafl-gebeden.", zei ik. Toen zei hij: "Als ik nafl zou kunnen bidden, dan zou ik het volledige fardh-gebed (4 raka’aat) hebben gebeden." Verder zei hij: "Ik was met de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) op reis. Hij bad tijdens zijn reizen niet meer dan twee raka’aat. Daarna was ik met Aboe Bakr op reis, met ‘Oemar en met ‘Oetsman (moge Allah tevreden met hun zijn) en zij deden precies zoals de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn). Er is een goed voorbeeld voor jullie in de gebruiken van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn)." (Al-Boekharie)
Sommige ahadiets bewijzen dat de metgezellen gewend waren om nafl-gebeden onderweg te bidden. Het is beter om geen nafl-gebeden op reis te bidden, maar als je een tijdje ergens verblijft en je hebt er tijd voor, dan mag je nafl-gebeden verrichten.
De Sadjdah voor vergeetachtigheid

De Sadjdah voor vergeetachtigheid

Als je een fout maakt in je gebed, wat hoor je dan te doen?
De sadjdah sahwi is toegestaan wanneer je in het gebed de concentratie verliest of je vergeet hoeveel raka’aat je al hebt gebeden. Het kan ook gebeuren dat je na de tweede raka’ah vergeet om te zitten en direkt opstaat. In beide gevallen hoor je eerst het gebed te corrigeren, op basis van wat je zeker weet. Bovendien doe je aan het eind van het gebed, voor het opzeggen van de salaam, twee sadjdah's sahwi. De sadjdah's sahwi zijn een compensatie voor het maken van fouten in het gebed.
‘Abdoellah ibn Boedjainah (moge Allah tevreden zijn met hem) vertelde dat de Boodschapper van Allah (v.z.m.h.) het Zhoehr-gebed voor hen leidde. Hij stond op na de eerste twee raka’aat en ging niet zitten voor de tasjahhoed; en de mensen gingen dus ook opstaan. Toen hij klaar was met het gebed en de mensen erop wachtten dat hij 'salaam zou zeggen, zei hij Allaahoe Akbar, terwijl hij zat en deed twee sadjdah's voorafgaand aan de tasliem (salaam aan einde van het gebed). Toen zei hij de salaam rechts en links. (Boekharie en Moeslim)
Aboe Sa’ied al-Goedrie (moge Allah tevreden zijn met hem) vertelde dat de Boodschapper van Allah (v.z.m.h.) zei: "Als iemand van jullie tijdens zijn gebed in de war raakt en het aantal gedane raka’aat niet meer weet (3 of 4), dan hoort hij dat waar twijfel over is weg te laten en zijn gebed te vervolgen op basis van het aantal raka’aat waar hij zeker van is. Bovendien doet hij twee extra sadjdah's voor de tasliem. Als hij dan vijf raka’aat zou hebben gebeden, dan zullen deze twee sadjdah's zijn gebed tot zes raka’aat maken (twee ervan zijn dan nafl). En als hij het juiste aantal raka’aat (4) zou hebben gebeden, dan zullen deze twee sadjdah's als een belediging voor de duivel zijn." (Moeslim)
Deze ahadiets bewijzen dat de sadjdah's sahwi vóór de tasliem gedaan worden, maar er zijn ook ahadiets die bewijzen dat de Profeet (v.z.m.h.) twee sadjdah's sahwi deed na de tasliem.
‘Abdoellah ibn Dja’far (moge Allah tevreden zijn met hem) vertelde dat de Profeet (v.z.m.h.) zei: "Iemand die verward is geraakt en twijfelt over zijn gebed, hoort twee extra sadjdah's te doen na de tasliem." (Ahmad, Aboe Dawoed, An-Nasaa’i, Ibn Goezaima)
Deze twee ahadiets spreken elkaar niet tegen. Beide manieren werden door de Profeet (v.z.m.h.) goedgekeurd. Het hangt namelijk af van de situatie. Heeft men iets te weinig gedaan, dan moet men dat eerst aanvullen en de sadjdah vóór de salaam. Heeft men teveel gedaan: de sadjdah na de salaam.
Wanneer mag je de sadjdah sahwi doen?
1. Als iemand twijfelt over het aantal raka’aat dat hij al gebeden heeft;
2. Als hij vergeet te zitten bij de eerste tasjahhoed en meteen doorgaat met de derde raka’ah en
3. Als hij zijn gebed in vergeetachtigheid eindigt, zonder het aantal raka’aat, dat hij van plan was om te bidden, gebeden te hebben.
Het gezamenlijk gebed (Djamaa’ah)
Er zijn enkele andere gelegenheden waarbij gezamenlijk gebeden wordt, bijvoorbeeld de feestgebeden van de Ied-feesten, het taraawieh-gebed in Ramadhaan en het djanaazah-gebed (begrafenisgebed). Echter, het wordt aangeraden om de gebruikelijke vrijwillige-gebeden alleen te bidden.
Het is voor mannen verplicht om elk fardh-gebed gezamenlijk te bidden. De beloning van het gezamenlijke gebed is voor iedere deelnemer veel groter dan het gebed voor zich alleen. De Profeet (v.z.m.h.) heeft er bij zijn metgezellen ten zeerste op aangedrongen altijd hun uiterste best te doen om elk fardh-gebed in djamaa’ah, in de moskee, te bidden. Hij heeft degenen, die het djamaa’ah-gebed negeren beschuldigd van grote ongehoorzaamheid en erger. Regelmatig samen bidden brengt de mensen dicht bij elkaar en het houdt de onderlinge betrokkenheid en de algehele moraal van de gemeenschap hoog.
Ibn ‘Oemar (moge Alah tevreden zijn met hem) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (v.z.m.h.) zei: "Het gebed in djamaa’ah is zevenentwintig keer beter dan het gebed van het individu alleen." (Boekharie, Moeslim)
Vrouwen mogen djamaa’ah in de moskee meebidden. De Profeet (v.z.m.h.) heeft gezegd dat de mannen dit de vrouwen niet mogen verbieden. Echter, het is beter voor vrouwen om hun gebeden in hun huizen te bidden. Het wordt vrouwen zelfs aangeraden om in hun slaapkamers te bidden.
In het gezamenlijk gebed staan jong en oud, arm en rijk, de vorst en de onderdaan verzameld op een plaats, in gebed tot Allah.
Hoe wordt het gezamenlijke gebed verricht?
Als een groep mensen verzameld is en iedereen wil bidden, dan hoor je samen te bidden. Het gebed van twee personen, al is één van hen een kind of een vrouw, is een djamaa’ah -gebed. Hoe meer moslims meebidden, des te groter is de waarde van het gebed. Degene die het gebed gaat leiden (de imaam), is degene die het best Qoer-aan kan reciteren en het meest onderlegd is in de hadietsleer van de Profeet (v.z.m.h.), al is hij nog maar een jongen. Ook moet hij bekend zijn als een goed mens.
De Profeet (v.z.m.h.) heeft gezegd: "Laat jullie imaams diegenen zijn, die het beste zijn van jullie, want de imaam is jullie vertegenwoordiger bij Allah." (Ad-Daroe-Qoethnie). Als allen gelijk zijn, dan is het de oudste persoon.
De beste plaatsen in het djamaa’ah-gebed zijn de plaatsen in de eerste rijen. Als je met z'n tweeën bidt, staat de imaam links en de ander réchts naast hem. Als een man met zijn vrouw of zus bidt, staat zij achter hem. De imaam staat alleen, voor de eerste rij, ter hoogte van het midden van de rij. Nooit mag iemand alleen achter de groep gaan staan, anders wordt hij snel afgeleid door de Satan. Als de rij vol is en hij kan geen plaats meer vinden, trekt hij iemand naar achter naast zich, zodat ze samen een nieuwe rij vormen.
Voordat de imaam, vraagt hij de groep om de rijen recht te maken, de voeten allemaal op een rechte rij naast elkaar te zetten. De moslims moeten elkaar ook gedurende het hele gebed blijven aanraken, of alleen met de voeten; liefst ook met de schouders. Nadat de iqaamah is gezegd begint de imaam met de takbieratoel ihraam. Hij zegt elke 'Allaahoe Akbar' hardop, zodat de gemeenschap zijn bewegingen kan volgen. De Qoer-aanrecitatie wordt niet nagezegd; bij het Zhoehr en ‘Ashr-gebed zegt ieder voor zichzelf Al-Faatihah en een gedeelte van de Qoer-aan. In de andere gebeden zeg je zonder geluid Al-Faatihah mee en luister je naar de verdere Qoer-aanrecitatie. ‘Amien' zeg je hardop met de imaam. Je mag elkaar niet in de war brengen door hardop te reciteren. Elke beweging die de imaam maakt, doe je hem ná. Nooit mag je eerder dan de imaam een beweging maken en ook niet tegelijk met hem; de imaam is er om gevolgd te worden.
Als het verplichte gebed in djamaa’ah gebeden wordt, dan hoort de imaam Soeratoel-Faatihah in de volgende gevallen hardop te zeggen: in het Fadjr-, Maghrib- en 'Isjaa'-gebed. Alleen de eerste twee raka’aat worden hardop gebeden. Het Zhoehr- en ‘Ashr-gebed reciteert de imaam in stilte.
Eén raka’ah bidden met de imaam geeft reeds de beloning voor het bidden in jamaa’ah. Het is aangeraden voor de imaam om het djamaa’ah-gebed kort te houden, omdat zich onder de moslims ouderen en zieken en soms ook vrouwen met kinderen bevinden. Hij leest dan dus minder lange Qoer-aanverzen, maar doet het gebed wel rustig en correct.
tijd plaats kleding en soorten gebeden
De tijden van het gebed
Elk gebed moet verricht worden op of binnen de juiste tijd. Het gebed kan niet verricht worden vóór die tijd. Er zijn per dag vijf verplichte gebeden.
Het Fadjr-gebed (dageraadgebed)
De tijd voor de Fadjr of het ochtendgebed begint bij de eerste ochtendschemering en eindigt net voor zonsopgang.
Het Zhoehr-gebed (middaggebed)
De tijd voor Zhoehr, ofwel het vroege middaggebed, begint wanneer de zon gaat dalen na de hoogste stand te hebben bereikt. Het eindigt wanneer de schaduw van een voorwerp even groot is als het voorwerp zelf.
Djaabir ibn ‘Abdoellah (moge Allah tevreden zijn met hem) vertelde: “De engel Djibriel kwam bij de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) en zei hem: “Sta op en bid het Zhoehr-gebed.” Dus stond Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) op en bad de Zhoehr terwijl de zon voorbij haar hoogste stand was. Toen kwam de engel Djibriel weer met de tijd van het ‘Ashr-gebed en hij zei: 'Sta op en bid het ‘Ashr-gebed.’ En de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) bad het ‘Ashr-gebed terwijl de schaduw van alle dingen even groot was als de dingen zelf. De volgende dag kwam Djibriel bij de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) en zei: ‘Sta op en bid het Zhoehr-gebed.’ Daarop bad De Profeet Mohammed (v.z.m.h.) het Zhoehr-gebed terwijl de schaduw van elk voorwerp gelijk was aan het voorwerp zelf. Toen kwam Djibriel weer op de tijd van het ‘Ashr-gebed en zei: ‘Sta op en bid het ‘Ashr-gebed.’ Toen bad de Profeet (v.z.m.h.) het ‘Ashr-gebed en de schaduw van elk voorwerp was twee maal zo lang als het voorwerp zelf. Toen zei Djibriel nadat hij tienmaal met De Profeet Mohammed v.z.m.h. gebeden had (Waarin ook de uiterste tijden van de andere gebeden gegeven waren) ‘De tijd voor het gebed ligt tussen deze twee tijden.’
Ahmad, An-Nasaa’i, At-Tirmidzi en Boekharie merken op, dat dit de meest authentieke hadiets is waarin de tijden voor de gebeden worden gegeven.
In veel boeken over het gebed lezen we dat het Zhoehr-gebed eindigt en het ‘Ashr-gebed begint wanneer de schaduw van een voorwerp tweemaal zo lang is als het voorwerp zelf. Deze tijd wordt met name aangegeven in de boeken die zijn geschreven door de volgelingen van de Hanafi-school.
Dit is echter in tegenspraak met de genoemde hadiets waarin Djibriel op de eerste dag de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) gebiedt om het ‘Ashr-gebed te bidden op het moment dat het voorwerp en zijn de schaduw dezelfde lengte hadden. Dit moment is dus ook de eindtijd voor het Zhoehr-gebed. We stelden al, dat alle geleerden van de moslimgemeenschap het er eenduidig over eens zijn, dat een gebed nooit vóór haar tijd verricht kan worden.
Van Imaam Aboe Haniefah wordt gezegd, dat hij voor zijn dood van mening was veranderd en dat hij het ‘Ashr-gebed bad volgens de tijd genoemd in de bovenstaande hadiets. Zijn twee leerlingen Imaam Aboe Joesoef en Imaam Mohammed gaven ook fatwah’s (jurisprudenties van de islamitische wet) over de tijd voor het ‘Ashr-gebed, zoals die genoemd is in deze hadiets. (Fatawaa ‘Aziezah, Foetawaa Rasjiedah)
Het ‘Ashr-gebed (namiddaggebed)
De tijd voor de 'Ashr, het namiddaggebed, begint wanneer een voorwerp en zijn schaduw dezelfde lengte hebben. Het eindigt net voor zonsondergang.
Het is aan te bevelen om het ‘Ashr-gebed te verrichten vóórdat de zon geel wordt, want, al is het toegestaan om op dit moment het ‘Ashr-gebed te bidden, de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) hield er niet van wanneer de moslims het ‘Ashr-gebed tot deze tijd uitstelden. Hij vertelde dat de moenaafiqs (de schijnheiligen en hypocrieten) op deze tijd bidden.
Het Maghrib-gebed (zonsondergangsgebed)
De tijd voor het Maghrib, het zonsondergangsgebed, begint net na zonsondergang en eindigt wanneer de schemering verdwenen is.
Het 'Isjaa'-gebed (nachtgebed)
De tijd voor de 'Isjaa', het nachtgebed, begint vanaf de verdwijning van de schemering en eindigt net voor de ochtendschemering.
Het wordt aangeraden om dit gebed vóór middernacht te bidden, maar het kan de hele nacht gebeden worden tot aan de komst van de dageraad.
NB. In landen waar door de bewolking de zon niet steeds zichtbaar is, is het raadzaam om een voorgedrukte gebedskalender te volgen; deze geven de juiste tijden voor elk gebed weer.
Tijden waarop het verboden is om gebeden te verrichten
‘Oeqbah ibn Amir zei: “Er waren drie tijden waarop Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) ons verbood om te bidden of om onze doden te begraven”:
1. Wanneer de zon begon te rijzen, tot ze helemaal op was,
2. Wanneer de zon op haar hoogste punt stond, midden op de dag, tot ze de meridiaan passeerde,
3. Wanneer de zon op het punt stond onder te gaan, tot ze verdwenen was.” (Moeslim)
Tijden waarop het verboden is om extra (nafl) gebeden te verrichten
1. Aboe Sa’ied al Goedri (moge Alah tevreden met hem zijn) vertelde dat Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) zei: “Geen enkel gebed mag verricht worden na het Fadjr-gebed, tot de zon opkomt of na het ‘Ashr-gebed, tot de zon ondergaat.” (Boekharie en Moeslim)
Op deze tijd is alleen het nafl-gebed verboden, maar een verplicht gebed dat nog ingehaald moet worden is niet verboden. De meeste geleerden van de moslimgemeenschap hebben het toegestaan om na het Fadjr en 'Ashr een gemist gebed nog in te halen. Zij beroepen zich op de volgende hadiets: de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) zei: “Wie een gebed vergeten is, bidt het zodra hij het zich herinnert.” (Boekharie en Moeslim)
2. Een nafl-gebed (extra gebed) kan niet meer gebeden worden zodra de iqaamah (korte oproep tot het verplichte deel van het gebed, zie Hoofdstuk 3) is gezegd. Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) zei: “Als de iqaamah is gezegd, dan is er geen enkel gebed geldig (extra of soennah) behalve het verplichte gebed waarvoor de iqaamah werd gezegd.
In de praktijk gebeurt het vaak dat er moslims zijn die doorgaan met het soennah-gebed, nadat de iqaamah is gezegd. Dit gebeurt met name bij het Fadjr-gebed, het dageraadsgebed. Zij hebben het gevoel dat de twee raka’aat soennah (zie punt E) van de Fadjr enkel en alleen vóór het verplichte gebed verricht mogen worden. Hun manier is in strijd met het idee van de saamhorigheid, de gezamenlijke gebedsdiscipline en het is een regelrechte aanval op de hadiets. Zij horen de twee raka’aat soennah in het Fadjr-gebed dan meteen ná het verplichte gebed of ná zonsopgang te bidden. Beide manieren zijn authentiek en goedgekeurd door de Profeet Mohammed (v.z.m.h.).
Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) zei, wie de twee raka’aat soennah van het Fadjr-gebed bij zonsopgang nog niet heeft gebeden, moet deze meteen na zonsopgang inhalen. (Al-Baihaqie)
Als iemand de twee raka’aat soennah vóór het Fadjr-gebed mist omdat de djamaa’ah (groep) het fardh-gebed al is begonnen, dan hoort hij zich bij de groep te voegen en de twee raka’aat soennah meteen ná het verplichte Fadjr gebed te verrichten.
Qais ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat hij (naar de moskee) ging voor het Fadjr-gebed en dat hij daar de Profeet (v.z.m.h.) aantrof terwijl hij het fardh van het Fadjr-gebed bad. Hij (Qais ibn ‘Oemar) bad de twee raka’aat soennah van het Fadjr-gebed niet, maar deed mee aan het fardh-gebed met de Profeet (v.z.m.h.). Nadat hij het Fadjr-gebed voltooid had, stond hij op en verrichtte de twee raka’at soennah van de Fadjr (die hij gemist had).
Toen kwam de Profeet (v.z.m.h.) naar hem toe en zei: “Wat voor een gebed was dit?” Qais ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met hem) vertelde hem alles. Daarop zweeg de Profeet (v.z.m.h.), hij zei er niets van. (Ahmad, Ibn Goesjaimah, Ibn Hibban, Aboe Dawoed, Ibn Maadjah en At-Tirmidzi)
Alle moslimgeleerden, fiqhgeleerden en hadietsgeleerden zijn het er over eens, dat telkens wanneer de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) ‘zweeg’ over een zaak of daad die in zijn aanwezigheid plaatsvond, hij (v.z.m.h.) ermee instemde.
De plaats van het gebed
Een plaats of gebouw welke als gebedsruimte dient, wordt masdjid (moskee) genoemd.
Een hadiets overgeleverd door Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelt ons dat Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) zei: “... de hele aarde is voor de moslims tot moskee gemaakt (zuiver en schoon) en ik ben als profeet gestuurd voor de hele wereld en de keten van het profeetschap wordt door mij voltooid. (Dit betekent dat de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) de laatste profeet is.)” (Moeslim)
Dit houdt in, dat een moslim kan bidden waar hij ook is; maar de beloning voor het bidden in een moskee is veel groter dan voor het bidden op welke andere plaats dan ook.
Op de volgende punten moet je letten wanneer je de gebedsplek kiest.
1. De plaats moet schoon en zuiver zijn. Het gebed verrichten in een vieze, vervuilde en onreine plaats zoals een rommelhok, een slachthuis, een badplaats of een omheining waar kamelen in staan is verboden. (At-Tirmidzi, Ibn Maadjah, ‘Abd ibn Hoemaid)
2. De plaats mag geen gevaar opleveren, dat wil zeggen het gebed mag naar verwachting niet door iets of iemand gestoord worden.
3. Je hoort die plaatsen te vermijden waar je, als je daar bidt, andere mensen belemmert in hun bewegingsvrijheid, zoals bijvoorbeeld op een trottoir of openbare weg.
4. Het is verboden om te bidden op het dak van Baitoellaah (het huis van Allaah: de Ka’bah in Mekka). (Ibn Maadjah en ‘Abd ibn Hoemaid)
5. Je mag niet bovenop of met je gezicht naar een graf bidden.
6. (Ahmad en Moeslim)
De kleding voor het gebed
Voor mannen
1. De kleding van de man moet het lichaam tijdens het gebed minstens bedekken van de navel tot de knieën;
2. De schouders mogen niet bloot zijn en
3. Het gebed kan verricht worden in één kledingstuk dat zowel het lichaam van de navel tot de knieën bedekt als de schouders.
“Niemand van jullie mag bidden in een enkel kledingstuk dat de schouders niet bedekt.” (Boekharie en Moeslim)
Voor vrouwen
De gebedskleding van de vrouw hoort het hele lichaam te bedekken, van haar hoofd tot en met de voeten, waarbij alleen haar gezicht en handen onbedekt mogen zijn. Een gebed dat in doorschijnende kleding verricht wordt is niet geldig. Ook strakke kleding die de lichaamsvorm laat zien, moet vermeden worden.
Verschillende soorten gebeden
Het ‘fardh’ of verplichte gebed
Het fardh-gebed is het verplichte gebed. Allah (de Allerhoogste) beveelt elke gelovige om per dag vijf verplichte gebeden te verrichten. Het overslaan van één van deze vijf gebeden is een ernstige fout en is strafbaar.
De vrijwillige gebeden (nafl-gebed) zijn er in drie soorten:
1. Het soennah moe’akkadah (dringend aanbevolen) -gebed.
Dit zijn de gebeden die door de Profeet benadrukt werden en door hem regelmatig verricht werden vóór of ná de fardh -gebeden. Soennah betekent letterlijk: naar het voorbeeld van de Profeet Mohammed (v.z.m.h.)
2. Het soennah ghair moe’akkadah (niet dringend, vrij) -gebed.
Deze werden alleen bij gelegenheid door de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) verricht (bijvoorbeeld het istikhaarah-gebed, het gebed om te vragen om leiding in een zaak).
Het nafl (extra) -gebed
Dit is een extra gebed. Als je het bidt, krijg je een beloning en als je het niet bidt, wordt het niet aangerekend als fout. Het kan ten allen tijde als apart gebed worden gebeden, afhankelijk van iemands tijd en de mogelijkheden.
De Profeet Mohammed (v.z.m.h.) moedigde zijn metgezellen altijd aan om nafl-gebeden te verrichten. Door het verrichten van de nafl-gebeden worden kleine of andere fouten in de verplichte gebeden weggenomen.
Het aantal raka’aat in de vijf verplichte gebeden
Het gebed bestaat uit één of meer raka’aat: een geordende serie van lichaamsbewegingen, waarbij hardop of in zichzelf gesproken wordt. Elk fardh-gebed bestaat uit meerdere raka’aat, zodat enkele malen de gehele geordende serie van lichaamsbewegingen en de tekst herhaald worden
Het Fadjr-gebed
Het bestaat uit twee raka’aat soennah moe'akkadah en twee raka’aat fardh.
Het Zhoehr-gebed
Het bestaat uit twee of vier raka’aat soennah moe'akkadah, vier raka’aat fardh, twee raka’aat soennah moe'akkadah en een bepaald aantal nafl-raka’aat, naar gelang de tijd en de mogelijkheden.
Ibn ‘Oemar (moge Alah tevreden zijn met hem) zei: “Ik bad alleen met Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) twee raka’aat voor en twee raka’aat na het Zhoehr-gebed.” (Boekharie en Moeslim)
Het is een bekende gewoonte om vier raka’aat vóór het Zhoehr-gebed te bidden, maar deze hadiets maakt duidelijk dat het ook is toegestaan om twee soennah raka’aat te bidden vóór het Zhoehr-gebed.
Het ‘Ashr-gebed
Het bestaat uit twee of vier soennah raka’aat ghair moe'akkadah en vier raka’aat fardh.
‘Ali (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: “De Boodschapper van Allah (v.z.m.h.) was gewend om vier raka’aat te bidden vóór het ‘Ashr-gebed en hij scheidde die van elkaar met een begroeting...” (At-Tirmidzi)
Een andere hadiets overgeleverd door ‘Ali (moge Alah tevreden zijn met hem) zegt: “Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) was gewend om twee raka’aat te bidden vóór het ‘Ashr-gebed.” (Aboe Dawoed)
Het Maghrib-gebed
Het bestaat uit twee raka’aat nafl, drie raka’aat fardh en twee raka’aat soennah moe'akkadah en een onbepaald aantal nafl-raka’aat, naar gelang iemands tijd en de mogelijkheden.
‘Abdoellah ibn Moeghaffal vertelde dat de Profeet (v.z.m.h.) zei: “Bid vóór het Maghrib-gebed,” en terwijl hij dit voor de derde keer zei, voegde hij er aan toe “Dit is bedoeld voor degenen die dat willen.” (Boekharie en Moeslim)
Dit was omdat hij niet wilde dat de moslims die nafl-raka’aat als sterk aanbevolen zouden gaan zien.
Twee raka’aat nafl na de zonsondergang en vóór het Maghrib-gebed zijn toegestaan voor hen die dat willen bidden. Daarvoor is de bovenstaande hadiets een overtuigend bewijs. Maar toch zijn er moslims die dit verbieden en er zijn anderen die het heel vreemd vinden als ze iemand twee nafl-raka’aat zien bidden vóór Maghrib.
Het 'Isjaa'-gebed
Het begint met een onbepaald aantal nafl-raka’aat, afhankelijk van iemands tijd en de mogelijkheden. Daarna komen vier raka’aat fardh, twee raka’aat soennah moe'akkadah, een onbepaald aantal nafl-raka’aat, weer afhankelijk van de tijd en mogelijkheden en dan drie raka’aat witr, (zie uitleg in hoofdstuk 6).
Sommige moslims staan erop om vier extra raka’aat soennah vóór het 'Isjaa'-gebed te bidden. Echter, wij hebben in onze studies geen enkel bewijs gevonden, of enig gebruik of gebod van de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) of van zijn metgezellen om deze gewoonte als soennah aan te nemen. Het is zeker wel toegestaan om nafl-raka’aat te bidden terwijl je wacht om het gezamenlijk fardh 'Isjaa'-gebed te verrichten.
‘Abdoellah ibn Moeghaffal (moge Alah tevreden zijn met hem) vertelde dat de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) inderdaad heeft gezegd dat er tussen elke twee adzaans (oproepen tot het gebed) nafl-gebeden zijn en bij de derde keer voegde hij er aan toe: “voor degenen die het willen bidden.” (Ahmad, At-Tirmidzi, An-Nasaa’i)
‘Abdoellah ibn Zoebair (moge Alah tevreden zijn met hem) vertelde ook dat de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) zei dat er geen verplicht gebed is, tenzij er twee nafl-raka’aat aan voorafgaan. (Ibn Hibban)
NB: Deze ahadiets zijn er een bewijs voor dat twee raka’aat van vrije soennah of nafl-gebeden verricht kunnen worden vóór elk fardh-gebed, afhankelijk van iemands tijd en capaciteit. Dit geldt ook voor het Maghrib- en 'Isjaa'-gebed en voor de tijd tussen de adzaan en de iqaamah.
Sommige moslims bidden twee nafl-raka’aat na het witr-gebed. Maar er is een oorspronkelijke hadiets waarin staat dat het witr-gebed gebeden wordt nadat al de nafl-gebeden die een persoon wenst te bidden, verricht zijn.
Ibn ‘Oemar (moge Alah tevreden zijn met hem) overleverde dat de Boodschapper van Allah (v.z.m.h.) zei: “Zorg dat het Witr, het laatste gebed van je nachtgebeden is.” (Misjkaat)
Het verhaal van de adzaan
Het verhaal van de adzaan
Lang geleden toen de moslims van Mekka naar Medinah emigreerden, waren ze gewend om steeds afspraken te maken over de juiste tijd van de gezamenlijke gebeden. Soms vonden ze het moeilijk om de juiste gebedstijd te onthouden, vooral wanneer ze druk bezig waren met hun werkzaamheden.
Op een dag bespraken de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) en de metgezellen hoe de gelovigen op de juiste tijd voor het gebed op te roepen. Sommige gelovigen stelden voor om zoiets als een bel te gebruiken, zoals bij de christenen, sommigen stelden voor om op een hoorn te blazen zoals bij de joden, maar ‘Oemar (Moge Allah tevreden met hem zijn) stelde voor om iemand op te laten roepen tot het gebed. Toen stelde Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) Bilaal aan om de moslims op te roepen tot het gebed. Maar uit de hadietsstudie leren we dat deze manier niet naar tevredenheid was. Toen stemde de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) ermee in om een spiraalvormige schelp te gebruiken, die leek op de bel van de christenen. Maar hij (v.z.m.h.) was niet gelukkig hiermee, omdat het hem te veel deed denken aan de christelijke manier.
Nadat de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) opdracht had gegeven om een bel te maken, die opgehangen zou worden om de moslims ermee op te roepen tot het gebed, zei één van zijn metgezellen, ‘Abdoellah ibn Zaid ibn ‘Abd Rabbihi op dezelfde dag:“Ik sliep en zag in mijn droom een man met een spiraalschelp in zijn handen en ik zei: ‘Dienaar van Allah, wil je deze aan mij verkopen?’ Toen hij vroeg wat ik ermee ging doen, zei ik dat we het zouden gebruiken om er de mensen mee op te roepen tot het gebed. Hij zei: ‘Zal ik jou niet naar iets beters leiden? ‘ Ik zei ‘Graag!’ Toen zei hij mij om het volgende te zeggen: ‘Allaahoe Akbar, Allaahoe Akbar, Allaahoe Akbar, Allaahoe Akbar, asjhadoe al-laa ilaaha illa-Llaah, asjhadoe al-laa ilaaha illa-Llaah, asjhadoe anna Moehammadar-Rasoeloellaah, asjhadoe anna Moehammadar-Rasoeloellaah, Hajja ‘alash-shalaah, hajja ‘alash-shalaah, hajja ‘alal-falaah, hajja ‘alal-falaah, Allaahoe Akbar, Allaahoe Akbar, laa ilaaha illa-Llaah.’
Na de adzaan (deze oproep tot het gebed) was de vreemdeling een tijdje stil en zei: ‘Als de groep klaar staat, zeg je (de iqaamah): “Allaahoe Akbar, Allaahoe Akbar, asjhadoe allaa ilaaha illa-Llaah, asjhadoe anna Moehammadar-Rasoeloellaah. Hajja ‘alash-shalaah, Hajja ‘alal-falaah. Qad qaamatish-shalaah, qad qaamatish-shalaah. Allaahoe Akbar, Allaahoe Akbar, laa ilaaha illa-Llaah.”
Toen ik Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) ‘s morgens vertelde wat ik in mijn droom had gezien, zei hij: “Het is een waar visioen, in sjaa' Allah (als Allah het wil). Ga maar met Bilaal zitten en leer het hem gebruiken als oproep tot het gebed; zijn stem is luider dan die van jou.” Dus zat ik met Bilaal en leerde hem de woorden en hij gebruikte ze als oproep tot het gebed. ‘Oemar ibn al-Gaththaab was thuis en toen hij dit hoorde kwam hij het huis uit met zijn mantel nog slepend over de grond en zei: “Oh Boodschapper van Allah (v.z.m.h.), bij Hem Die u met de Waarheid heeft gezonden, ik heb eenzelfde soort droom gezien als die is geopenbaard”. Hierop antwoordde Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.): “Alhamdoelillaah! (Alle lof en eer is aan Allah!)”. (Ad-Darimi, Ahmad, Ibn Maadjah, Ibn Khoezaimah, At-Tirmidzi)
En vanaf die dag, tot op de dag van vandaag, wordt de azhaan geroepen om de mensen tot het gezamenlijk gebed te verzamelen.
De moeadzdzin
Iemand die de mensen oproept tot het gezamenlijke gebed heet een ‘moe-adzdzin’. Voordat hij de azhaan roept, hoort hij met zijn gezicht richting de Ka’bah te gaan staan, richting Mekka (voor Nederland: richting zuidoost) Hij doet zijn armen omhoog en stopt de top van de middelvingers in zijn oren en roept dan met een luide stem. Wanneer hij ‘Hajja ‘alash-shalaah’ zegt, draait hij zijn gezicht naar rechts, wanneer hij ‘Hajja ‘alal-falaah’ zegt, draait hij zijn gezicht naar links.
De tekst van de adzaan
|
Allaahoe Akbar (4maal) |
Allah is de Grootste |
|
|
Asjhadoe al-laa ilaaha illa-Llaah (2 maal) |
Ik getuig dat er geen god is dan Allah |
|
|
Asjhadoe anna Moehammadar-Rasoellaah (2 maal) |
Ik getuig dat Mohammed de Boodschapper van Allah is |
|
|
Hajja ‘alash-shalaah (2 maal) |
Haast je naar het gebed |
|
|
Hajja ‘alal-falaah (2 maal) |
Haast je naar de voorspoed |
|
|
Allaahoe Akbar (2 maal) |
Allah is de Grootste |
|
|
Laa ilaaha illa-Llaah |
Er is geen god dan Allah. |
De adzaan voor het Fadjr-gebed
In de adzaan voor het Fadjr-gebed is er na de tweede ‘Hajja ‘alal-falaah’ een extra zin tweemaal toegevoegd:
|
Ash-shalaatoe khairoem-minannawm (2 maal) |
Het gebed is beter dan de slaap |
Als je de adzaan hoort
1. Als een moslim de adzaan hoort, moet hij er in stilte naar luisteren en elke zin ervan zachtjes herhalen meteen nadat de moe-adzdzin de zin gezegd heeft.
2. Wanneer de moe-adzdzin zegt ‘Hajja ‘alash-shalaah’ en ‘Hajja ‘alal-falaah’, dan zegt de toehoorder steeds ‘wa laa hawla wa laa qoewwata-illaa bi-Llaah’ (Er is geen macht en geen kracht dan die van Allah).
3. Als de adzaan helemaal gezegd is, zeggen de toehoorders en de moe-adzdzin de ‘shalawaat’ voor de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) en daarna een doe’a (smeekbede).
De shalawaat (vraag om zegeningen) na de adhaan
‘Allaahoemma shallie ‘alaa Moehammadin wa ‘alaa aalie Moehammadin, kamaa shalaita ‘alaa Ibraahiem wa ‘alaa aalie Ibraahiem, innaka hamiedoem-madjied. Allaahoemma baarik ‘alaa Moehammadin wa ‘alaa aalie Moehammadin, kamaa baarakta ‘alaa Ibraahiem wa ‘alaa aalie Ibraahiem, innaka hamiedoem-madjied.’
‘Oh Allah, schenk Uw vrede aan Mohammed en de familie van Mohammed, zoals U Uw vrede hebt geschonken aan Ibraahiem en de familie van Ibraahiem. U bent waarlijk de Lofwaardige, De Glorievolle. Oh Allah, schenk Uw zegeningen aan Mohammed en aan de familie van Mohammed, zoals U Uw zegeningen hebt geschonken aan Ibraahiem en de familie van Ibraahiem. U bent waarlijk de Lofwaardige, de Glorievolle.
De doe’a (smeekbede) na de adzaan
Djaabir (moge Allah tevreden zijn met hem) vertelde dat Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) zei: “Als iemand van jullie de azhaan hoort en zegt:
‘Allaahoemma Rabba haadzihid da’watit-taammah wash-shalaatil-qaa'imah, aatie Moehammadanil-wasielata wal-fadhielata wab’atshoe maqaaman mahmoedanilladzie wa’adtahoe.’
‘Oh Allah, Heer van deze perfecte oproep en de gebeden die voor altijd verricht worden, schenk Mohammed (v.z.m.h.) zijn eeuwige rechten van voorspraak, aanzien en de hoogste plaats (in het paradijs) en breng hem op het eerbiedwaardige niveau dat U hem beloofd hebt’,
dan is hij verzekerd van mijn voorspraak (op de Dag van het Oordeel). (Boekharie)
De iqaamah
De iqaamah is de tweede oproep tot het gebed en wordt even voordat het verplichte gezamenlijke gebed begint gezegd. Na de adzaan gaan de moslims zich voorbereiden om te bidden: ze gaan naar de moskee, als ze er nog niet waren en ze nemen woedhoe. Dan wordt de iqaamah gezegd en iedereen hoort meteen klaar te gaan staan, want het gebed gaat nu meteen beginnen.
De tekst van de iqaamah
|
Allaahoe Akbar (2 maal) |
Allah is de Grootste |
|
|
Asjhadoe al-laa ilaaha illa-Llaah |
Ik getuig dat er geen god is dan Allah |
|
|
Asjhadoe anna Moehammadar-Rasoellaah |
Ik getuig dat Mohammed de Boodschapper van Allah is |
|
|
Hajja ‘alash-shalaah |
Haast je naar het gebed |
|
|
Hajja ‘alal-falaah |
Haast je naar de voorspoed |
|
|
Qad qaamatish-shalaah (2 maal) |
Het gebed staat op het punt te beginnen |
|
|
Allaahoe Akbar (2 maal) |
Allah is de Grootste |
|
|
Laa ilaaha illa-Llaah |
Er is geen god dan Allah. |
Deze tekst van de iqaamah is net zoals in de hadiets van ‘Abdoellah ibn Zaid ibn ‘Abd Rabbihie (Moge Allah tevreden met hem zijn), de eerste metgezel die een visioen over de adhaan kreeg.
de woedhoe
Voordat je Woedhoe neemt
Als je Woedoe wilt nemen en je hebt aandrang om naar het toilet te gaan, dan doe je dat eerst. Daarna doe je ‘istindjaa’: je wast de privé-delen van je lichaam. Dit doe je dus vóórdat je met de Woedhoe begint.
Het gebruik van de siwaak (tandenstokje)
Het is een goede gewoonte om, vóór je Woedoe neemt, je tanden met een tandenstokje (siwaak) of tandenborstel te poetsen. Uiteindelijk worden de tanden door deze gewoonte beschermd tegen tal van ziektes, die ontstaan als gevolg van ongepoetste tanden. De siwaak is een takje van de miswaakboom, dat aan het uiteinde geopend wordt waardoor een borsteltje ontstaat.
Zoals genoemd in een hadiets van ‘Aaisjah (moge Allah tevreden met haar zijn) zegt zij, dat de Boodschapper van Allah zei:
“Het gebruik van de siwaak is om je tanden te reinigen en het stelt ook je Heer tevreden.”
(Ahmad, Ad-Darimi, An-Nasaa’i)
De Profeet Mohammed (vrede zij met hem) heeft ook gezegd:
“Als ik niet zou hebben gevoeld dat het moeilijk zou zijn voor mijn gemeenschap, dan zou ik hen hebben bevolen om voor elk gebed de siwaak te gebruiken.” (namelijk, voor elke keer Woedhoe nemen)
(Ahmad, Maalik, An-Nasaa’i, Ibn Khoezaimah)
En moslims horen ernaar te streven om de wensen van de Profeet (vrede zij met hem) op te volgen.
De intentie voor het nemen van Woedoe (nijjah)
Voordat je Woedoe neemt maak je de intentie om Woedoe te nemen. Neem je voor dat de Woedoe voor niets anders bedoeld is, dan voor reiniging. Je hoort deze intentie in je hart te hebben; het is immers een daad van je hart en niet van je tong.
Het uitspreken van de intentie met woorden werd door de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) afgekeurd.
Begin dan de Woedoe door te zeggen: Bismillaahir-Rahmaanir-Rahiem (In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.)
De doe’a (smeekbede) na de Woedoe
“Asjhadoe al-laa ilaaha illa-Llaahoe wahdahoe laa sjarieka lah, wa asjhadoe anna Moehammadan ‘abdoehoe wa rasoeloeh.”
‘Ik getuig dat er geen god is dan Allah. Hij is de Ene en heeft geen deelgenoten. En ik getuig dat Mohammed Zijn Dienaar en Boodschapper is.” (Moeslim)
“Allaahoemmadj ‘alnie minat-tawwaabiena wadj ‘alnie minal-moetathahhirien.”
‘O Allah, laat mij behoren tot degenen die berouw tonen en laat mij behoren tot degenen die gereinigd zijn.” (At-Tirmidzi)
Speciale voorzieningen bij het nemen van Woedoe
Het is toegestaan om in plaats van je voeten te wassen, met natte handen over je sokken te wrijven (eenmaal de bovenkant van je voeten, niet de zolen). Voorwaarde hierbij is wel dat de sokken zijn aangetrokken nadat Woedhoe is genomen, waarbij de voeten gewassen zijn. Dit is vierentwintig uur lang geldig, vanaf de tijd dat de Woedhoe is genomen. Wanneer iemand op reis is, blijft het drie dagen geldig. Na deze tijd worden de voeten weer opnieuw met water gewassen (De sokken moeten dik zijn, zodat er geen water door kan komen. Er bestaan ook leren slofjes). Op dezelfde wijze gaat het wanneer iemand een wond heeft op een plaats die met water gewassen moet worden. Als het water de genezing tegengaat mag je tijdens de Woedhoe het verband van de wond met een natte hand bestrijken.
Hadiets
Al-Moeghierah ibn Sjoe’bah zei: “De Profeet (vrede zij met hem) nam Woedhoe en streek over zijn sokken en sandalen.” (Ahmad, At-Tirmidzi, Aboe Dawoed en Ibn Maadjah)
‘Amr ibn Sjoe ‘aib verhaalt van zijn vader, die van zijn grootvader had vernomen, dat de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) zei: “Als iemand de onderdelen van de Woedhoe meer dan driemaal verricht, dan is dat fout en overschrijdt hij de grenzen en is hij ongehoorzaam.” (An-Nasaa’i, Ibn Maadjah)
Handelingen die de Woedhoe ongeldig maken
1. De Woedhoe wordt ongeldig door: ontlasting, urine, sperma, winden laten en overgeven.
2. Na een diepe slaap (liggend)
3. Bewusteloosheid
4. Bij het aanraken van geslachtsdelen met de blote hand
5. Bij godslastering
6. Door het (met lust) aanraken van een vrouw
Tajammoem (droge wassing)
In omstandigheden waarbij geen water aanwezig is, of alleen genoeg om van te drinken, of wanneer water de gezondheid aantast, kun je een droge wassing, ‘tajammoem’, nemen.
De wijze van de tajammoem wordt in de Qoer-aan en hadiets genoemd:
“...en jullie vinden geen water, reinig je dan met schone aarde en wrijf jullie gezichten en jullie handen. Allah wil het jullie niet moeilijk maken, maar Hij wil jullie reinigen en Zijn gunsten voor jullie voltooien en opdat jullie dankbaar mogen zijn.."
(Qoer-aan Al-Maa-idah: 6)
(Het is volgens de Qoer-aan toegestaan om zand te gebruiken voor de tajammoem.)
De wijze van tajammoem
1. Maak in je hart de intentie.
2. Begin met de naam van Allah.
3. Je strijkt beide handpalmen over schoon zand, stof of iets dat dit bevat, zoals een stenen muur of een steen, etc. Blaas dan in je handpalmen, strijk met beide handpalmen over je gezicht, éénmaal. Wrijf dan met je linkerhandpalm over heel je rechterhand en met je rechter handpalm over heel je linkerhand. (Al-Boekharie en Moeslim)
4. Eindig met dezelfde doe’a als gegeven bij de Woedhoe.
| < Vorige | Volgende > |
|---|
shahada/geloofsgetuigenis

De Profeet Mohammed (vzmh) heeft de laatste en universele boodschap van God gekregen. Voor de boodschap aan de Profeet Mohammed (vzmh) heeft God zich aan veel Profeten (vzmh) geopenbaard. Volgens een overlevering van de bekende Imaam Ahmed ibn Hanbal zijn er in totaal 124.000 Profeten geweest. Van al deze Profeten zijn er maar een paar nog echt bekend tegenwoordig. De bekendste Profeten zijn Adam, Noah, Abraham, Mozes, Jezus en de laatste Profeet Mohammed (vzmh).
Toch is er een verschil tussen al deze Profeten (vzmh) en de Profeet Mohammed (vzmh). De andere Profeten (vzmh) zijn gestuurd naar hun volkeren en de Profeet Mohammed (vzmh) is gestuurd naar de gehele mensheid en hij (vzmh) heeft door Allah een vervolmaakt religie achtergelaten.
Vandaag heb Ik jullie godsdienst voor jullie vervolmaakt en heb Ik Mijn gunst voor jullie volledig gemaakt en heb Ik de Islam voor jullie als godsdienst gekozen.
(Heilige Koran soerah 5 al-Maeda : Aya 3)
De Islaam is dus geen geloof dat alleen maar voor Arabieren is geopenbaard (in werkelijkheid zijn bijna 80% van de moslims geen arabieren). De Islaam is de boodschap van de schepper van de mensheid naar de gehele mensheid.
Juist omdat de Islaam de boodschap van God naar de gehele mensheid is is de bekering naar de Islaam eigenlijk erg simpel. God heeft het voor ieder mens makkelijk gemaakt om Hem te aanbidden, want de aanbidding van God is namelijk reden van onze schepping.
En Ik heb de Djinn's en de mens slechts geschapen om Mij te dienen.
(Heilige Koran soerah 51 adh-Dhariyat : Aya 56)
Hoe kun je je bekeren tot de Islaam?
Het is van groot belang dat iemand die zich wilt bekeren tot de Islaam dit doet met een zuivere intentie en dat hij volledig overtuigd is van het feit dat de Islaam de ware religie van zijn Schepper is. God beoordeelt iedere handeling van een persoon namelijk altijd op de intentie en als deze intentie niet zuiver is dan zal het niet door God aanvaard worden.
Zou dus iemand enkel moslim willen worden om een vrouw te huwen dan weet God dat de intentie van deze persoon niet zuiver is. Legt deze persoon de geloofsgetuigenis af zal het van geen nut voor hem zijn vanwege zijn intentie en hij zal voor God geen moslim zijn.
De Profeet Mohammed (vzmh) zegt in een overlevering: ,,Voorwaar! De daden worden beoordeeld op basis van de intentie en ieder mens zal alleen dat krijgen wat met zijn intentie samenhangt.
(Overleverd door al-Bukhari en Muslim)
Als men volledig overtuigd is van de fundamentele aspecten van de Islaam dan is het belangrijk het geloofsgetuigenis ofwel de shahadah uit te spreken. Het Arabische woord shahadah betekent eigenlijk getuigenis en in deze getuigenis verklaart men dat men geloof dat er maar een enkele God is die het recht heeft aanbeden te worden en dat de Profeet Mohammed (vzmh) Zijn dienaar en boodschapper is.
Het enige wat een persoon moet doen om moslim te worden is dus het uitspreken van een enkele zin. God probeert het juist voor de mens makkelijk te maken. Men hoeft geen rituelen te ondergaan zoals bijvoorbeeld de doop door een geestelijke bij de christenen. Wel moet men deze zin uitspreken in het Arabisch.
Bij het uitspreken van deze zin hoeft eigenlijk helemaal niemand aanwezig te zijn, omdat God de belangrijkste getuige is die men kan hebben. Toch is het aan te raden om de shahadah wel af te leggen in bijzijn van moslims. Dit kan bijvoorbeeld in een plaatselijke moskee of een islamitisch centrum.
Op het moment van het uitspreken van de shahadah wordt de persoon in de Ogen van Allah zondeloos als een pasgeboren baby. Men krijgt een compleet nieuwe start en alle slechte dingen die men in het verleden heeft gedaan, worden meteen vergeven. Na het uitspreken van de shahadah is het aangeraden om een douche te namen als teken van een totale zuivering van alles wat vooraf is geweest.
De geloofsgetuigenis moet men als het volgt uitspreken:
Ash-hadoe alla iellaha iella Allah,
wa ash-hadoe anna Moehammadan rassoeloe Allah
Ik getuig dat niets of niemand heeft het recht aanbeden te worden, behalve Allah en ik getuig dat Mohammed de boodschapper van Allah is.
Na het uitspreken van deze geloofsgetuigenis is men dus een moslim. Vanaf dit moment moet men zich ook houden aan de verplichtingen die Allah aan zijn dienaren heeft opgelegd, zoals onder andere het gebed en het vasten in de maand Ramadan.
Zeker net na de bekering tot de Islaam is het aangeraden om contact op te nemen met een praktiserende moslim in de buurt, die dan begeleiding kan geven die in het begin erg belangrijk is. Men heeft zeker in het begin iemand nodig om het gebed van te leren en die andere basiszaken van de Islaam eenvoudig kan uitleggen. Vaak kan men in contact komen met zo'n moslim via een dicht bijzijnde moskee of islamitisch centrum of bezoek het forum speciaal voor bekeerde Moslims door HIER te klikken.
1) • Ibn Hanbal, Musnad 5.169
wat is islam?
Wat is islam?
Het eerste wat men zou moeten weten en goed begrijpen heeft te maken met de betekenis van het woord "Islam".
De islam is niet genoemd naar een persoon zoals het geval is met het christendom dat genoemd is naar Jezus Christus, of Boedisme dat genoemd is naar Gotama Buddha of Confucianisme dat genoemd is naar Cunfucius of Marxisme dat genoemd is naar Karl Marx. Noch is het genoemd naar een bepaalde stam zoals het Judaisme genoemd is naar de stam van Judah en Hidoeisme genoemd is naar de hindoes. De religie "Islam" is de ware religie van "Allah" en als zodanig is het centrale principe van Allah's (Allah = Arabische vertaling van "Allah") religie; de totale onderwerping aan Allah's (Allah's) wil.
Het Arabische woord "Islam" betekent onderwerping of overgave aan de wil van de enige echte Allah, die alleen is het waard aanbeden te worden. Iemand die dit doet wordt een 'Moslim' genoemd. Het woord 'Moslim' betekent 'gehoorzaam aan Allah', maar het betekent ook 'vredelievend'. Daarom is de Islam geen nieuwe religie die profeet Mohammed (vzmh) in de zevende eeuw in Arabië heeft geïntroduceert, maar het is de ware religie van Allah die toen vervolmaakt werd.
Islam is de religie die aan Adam was gegeven, de eerste mens en de eerste profeet van Allah, en het was de religie van alle profeten, die na hem volgden.
De naam van Allah's religie, 'Islam', is niet door mensen verzonnen. Het is door Allah zelf als naam voor Zijn religie gekozen en heeft het duidelijk vernoemd in Zijn laatste openbaring aan de mens. In het laatste geschrift van de Allahdelijke openbaring, 'de Koran', verklaart Allah;
"Heden heb ik uw religie voor u vervolmaakt, en Mijn gunst aan u voltooid, en Ik heb de Islam voor u als religie gekozen". (Koran 5:3)
Islam is niet een religie van een bepaalde etnische groep of een bepaald volk, maar het is de religie voor de gehele mensheid.
In de bijbel staat nergens dat Allah tegen het volk van Mozes (vzmh) of tegen zijn nakomelingen zegt dat hun religie Judaisme is, noch tegen de volgelingen van Christus dat hun religie christendom is.
Feitelijk was Christus niet eens zijn naam, noch was zijn naam Jezus! De naam "Christus" komt van het Griekse woord "Christos" dat "de gezalfde' betekent. Dat wil zeggen dat Christus een Griekse vertaling is van de Hebreeuwse titel "Mesias".
De naam "Jezus" aan de andere kant, is een latijnse verbastering van de Hebreeuwse naam "Esau".
Voor de duidelijkheid, zullen we het hier maar houden op "Jezus" (vzmh).
Wat betreft zijn religie, het was wat hij predikte. Zoals de profeten voor hem, predikte hij onderwerping aan Allahs wil; (dat is Islam) en hij waarschuwde tegen de valse Allahen van de menselijke veerbeeltenis.
Volgens het Nieuw Testament leerde hij zijn volgelingen als volgt te bidden; "Uw wil geschiede, op aarde als in de Hemel"
Wat geloven Moslims?
De centrale doctrine van Islam heeft betrekking op de Eenheid van Allah; Er is niets of niemand anders die het waard is aanbeden te worden dan Allah.
Hij is Volmaakt, Heilig en Eeuwig.
Hij is de meeste Barmhartige, de meeste Genadevolle, en de Almachtigste
Hij heeft geen deelgenoten
Hij is de enige, Hij is zichzelf genoeg Hij verwekt niet, noch is hij verwekt, (dit zijn slechts menselijke karakteristieken.)
En niets is Hem in enig opzicht gelijk De Islam brengt een permanente relatie met Allah tot stand waardoor we bewust worden van zijn
aanwezigheid als onze Helper in al onze bezigheden, tijdens ons aardse leven .
De eenheid van Allah is de eerste en belangrijkste pilaar van de Islam en elk andere overtuiging is daarop gebaseerd.
De inhoud van het geloof (AL Iman)
Geloof in slechts één Allah
Geloof in de Engelen; Engelen zijn Allahs dienaren, die in opdracht van Hem taken uitvoeren.
Geloof in alle Profeten; de islam vereist geloof in alle profeten zonder onderscheidt, van Adam tot Mohammed (vrede zij met het allen);
We beschouwen alle profeten als hemelse leraren, die kwamen om de mensheid te bekeren en te leiden naar Allah.
In sommige religies wordt het schelden op profeten van andere religies ook wel eens als een vorm van vroomheid beschouwd , maar als een moslim ook maar hetn miste on-respect zou tonen aan het adres van grondleggers van het Judaïsme of het christendom, zal dat gaan tenkostte van zijn eigen overtuiging.
Een moslim moet na het bezigen van een naam van een profeet, het doen volgen met de lof-uiting; "Aleihi- as-salam" ofwel "Vrede zij met hem" (vzmh)
Zoals we geloven in alle profeten, geloven we ook dat alle religies van uit de Waarheid ontsprongen zijn. Maar door de tijd heen zijn ze vermengd met menselijke uitvindingen en verzinsels. Bovendien waren de meeste van deze leerstellingen plaats en tijdgebonden, waaraan later universele waarden werden toegevoegd.
Wij geloven dat de Koran al deze en aanvullende leerstellingen bevat die permanent en universele waarden bezitten en die bedoeld zijn voor alle naties.
Geloof in alle openbaringen van Allah; waaronder de Torah aan mozes, de Psalmen aan David, het Evangelie aan Jezus, die oorspronkelijk door Allah zijn geopenbaard en die allen destijds zuivere bronnen van leiding waren voor de mensen van die tijd.
Deze boeken zijn echter niet meer intact en niet meer in gebruik. Hun fundamentele waarheden echter, zijn terug te vinden in de Heilige Koran.
De Heilige Koran is het geschrift voor de gehele mensheid. Dit woord van Allah is geopenbaard in de Arabische taal aan de Heilige profeet Mohammed (vzmh) 1400 jaren geleden en is geheel behouden gebleven zonder enig wijziging. Er zijn talloze moslims die het hele boek letterlijk uit het hoofd kennen. De leerstelling is gebalanceerd, flexibel en universeel en er zijn vele vertalingen van. Het bevat alle morele en spirituele vereisten voor de ontwikkeling van de mensheid.
Geloof in het hiernamaals; Volgens de Islam is er leven na de dood. De Hel is een plaats waar de menselijke ziel wordt gestraft. De Hemel is het verkrijgen van een eeuwig leven van volledige blijheid en geluk door verbondenheid met Allah en door het ontwikkelen van de spirituele kwaliteiten en eindeloze positieve capaciteiten die een mens bezit.
De plichten van een Moslim zijn de vijf dagelijkse gebeden, het vasten in de maand Ramadan, het betalen van de jaarlijkse armenbelasting (zakaat) en indien men daartoe in staat is, minstens 1 maal in de Pelgrimstocht naar Mekka doen.
De Openbaringen
Allereerst, wat is een openbaring?
Moslims geloven dat Allah spreekt aan de hand van openbaring aan zijn gekozen dienaren. Op deze manier worden spirituele kennis en waarheid aan de mensheid overgedragen. Openbaringen kunnen verschillend van aard zijn. Het kunnen regels, rituelen of ceremonies, of wetten zijn. Openbaringen kunnen ook wel profetisch in aard zijn en zodoende mensen kennis bijbrengen m.b.t de toekomst.
Openbaringen kunnen Allahs wil, genoegen en liefde overbrengen of het kunnen waarschuwingen, Allahs ongenoegen en afkeer mbt zaken, bevatten.
De aard van Openbaringen verschilt naar de omstandigheden en het spirituele stadium van de ontvanger. Moslims geloven dat van alle openbaringen en Allahdelijke communicaties, het meest complete, het meest perfecte en het meest omvattende, de Heilige Koran is, die openbaringen omvat van alle aard.
Welnu, laten we ons richten op de persoon die de Koran geopenbaard kreeg. Om een dergelijke openbaring te ontvangen, moet degene van kinds af tot zijn dood eerlijk, waarheidsgetrouw, aardig en zachtmoedig van karakter zijn. In andere woorden, het karakter van een dergelijk persoon moet onbegrijpelijk, onbesproken en zondeloos zijn. Een dergelijk persoon was Profeet Mohammed Mustaffa, de Profeet van de Islam, Moge Allah's vrede en zegeningen op hem berusten.
Je moet beseffen dat Allah aan slechts aan enkele uitverkoren dienaren Zijn plannen openbaard. Soms deden profeten voorspellingen over toekomstige profeten, zodat deze dienaren van Allah een nobele, waarachtige en eerbiedenswaardige achtergrond zouden hebben, en zij zouden natuurlijk rechtvaardig en Allah vrezend zijn.
De Profeet Mohammed (vzmh) wordt in de Heilige Koran omschreven als een excellent exemplaar. Hem werd opgedragen te verkondigen:
"Zeg: Indien gij Allah liefhebt, volgt mij, Allah zal u liefhebben en uw zonden vergeven. Allah is meest Vergevensgezind, meest Genadig." (Koran 3:32)
Het was noodzakelijk dat het leven van de Profeet (vzmh) bekend zou zijn, zodat een ieder daarvan kon getuigen. Het was ook noodzakelijk dat zijn leven veelzijdig was, in de zin dat hij dan verschillende rollen perfect zou kunnen vervullen .
De Profeet Mohammed (vzmh) werd geboren in het jaar 570. Hij behoorde tot een nobele Arabische stam, de Quraish, die tot de leiders van Mekka behoorden. Zijn familie werd allom gerespecteerd en eerbiedigt.
Er bestaat een gedetailleerd verslag over zijn leven, vanaf zijn jeugd tot aan zijn dood in 632, nadat zijn missie was volbracht.
Mohammed (vzmh) was een voortreffelijke persoon met veel eigenwaarde. In elk stadium van zijn leven, was de beschermende en leidende hand van Allah duidelijk aanwezig. Dit alles (de Islam) kon nooit door de Profeet alleen tot stand worden gebracht.
Onder zijn invloed onderging Mekka enorme veranderingen, wat vele van zijn tegenstanders helemaal niet op prijs stelden, omdat hij gelijkheid en vrijheid predikte. Hij introduceerde de vrijheid voor slaven, leerde mensen vriendelijk te zijn tegen armen en behoeftigen , dat alle mensen gelijk waren ongeacht hun ras, afkomst of kleur. Hij moedigde mensen aan wezen naar behoren op te voeden en ze hun rechten niet te ontnemen en ze tenvolle te geven wat hen toekwam als ze eenmaal volwassen werden.
Hij ontmoedigde misbruik en was een kampioen van vrouwenrechten en verhief hun status, wat tot dan toe slechts een bezit van een man voorstelde.
Vrouwen werden in die tijd behandeld als vee, er werd hen geen respect getoond en sommigen dienden als inzet bij gokspelen.
Gezant van Allah
Profeet Mohammed (vzmh) is de laatste gezant van Allah met de laatste openbaring: "de Koran". Allah de Almachtige, heeft steeds afgezanten met openbaringen naar de mens gestuurd, om Zijn bestaan, wil en wetten te verkondigen.
Allah de Alwetende leert ons via de Koran dat naar ieder volk een profeet is gestuurd. De boodschap van elke boodschapper, vóór profeet Mohammed (vzmh), was altijd specifiek en alleen gericht aan diens volk. Zo ook profeet Jezus (vzmh).
| Naam: | Mohammad Ibn Abdullah |
| Naam van Vader: | Abd-Al-Allaah |
| Naam van Moeder: | Amina |
| Geboorte datum: | 570 |
| Geboorte plaats: | Mekka |
| Datum van overlijden: | 632 |
| Plaats van overlijden: | Medina |
| Plaats van zijn graf: | Medina |
| Datum en plaats waarop de eerste openbaring werd ontvangen: |
610, op de berg Hira Dagi |
| Naam van grootouders: | Abd-al-Muttalib |
Jezus zelf zei (volgens de Bijbel): "Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls" (Bijbel ,Matteus 15:24-26)
Profeet Mohammed (vzmh), was de enige wereld profeet, met een boodschap, gericht tot de gehele mensheid.
Allah de alwetende, schepper van alles, openbaarde in de heilige Koran het volgende:
"Zeg, o' mensheid, ik ben u allen tot een boodschapper van Allah" (Koran 7:159)
Laatste Profeet
De komst van deze laatste profeet was door andere profeten al aangekondigd. Ondanks dat de Bijbel ontelbare veranderingen heeft ondergaan, zijn er in de profetieën van Mohammed's (vzmh) voorgangers, nog sporen te vinden, die naar hem verwijzen.
In het boek 'Evangelie van Barnabas', wordt hij zelfs bij naam genoemd.
Allahs boodschap is een uitnodiging aan ieder mens, om in Hem te geloven en in zijn boodschappers. En tegelijkertijd een waarschuwing dat ieder mens verantwoordelijk zal worden gesteld.
Met de komst van de laatste profeet, is ook het laatste tijdperk van de gehele schepping aangebroken. De mensheid zal geen andere profeet meer kennen !!!
Een voorbeeld
Profeet Mohammed (vzmh) is een voorbeeld voor iedereen en een barmhartigheid van Allah voor degenen die zijn voorbeeld in hun leven toepassen. Zijn leven gaf gestalte aan de normen en waarden en de bedoelingen van de leerstelling uit Allahs openbaring; "de Koran".
Het is Allahs gebod aan de mensheid om de levenswijze en aanbevelingen van deze laatste profeet op te volgen.
Dit is de enige manier voor de mens om zijn eigen natuur te begrijpen, dwz. het ware leven, de zin, en de bedoeling van het leven te leren kennen.
De Profeet
Profeet Mohammed (vzmh) werd geboren in het jaar 571 in de stad Mekka.
Zijn vader overleed vóór zijn geboorte en zijn moeder overleed toen hij zes was.
Hij werd daarna door zijn grootvader opgevoed en na diens dood, nam zijn oom hem onder zijn hoede. Hij groeide op als goedhartig, eerlijk en een verstandige persoon.
Al op jonge leeftijd viel hij op door zijn zuivere en onbesproken gedrag, en kreeg de bijnaam Al-amien (de betrouwbare).
Zijn gedrag en zijn gevoel voor moraal, maakten hem toen al bijzonder.
Hij trouwde uiteindelijk een vrouw, genaamd Khadidja. Hij was 40 jaar, toen Allah, de Alomvattende, de eerste verzen van de Koran aan hem openbaarde:
"Lees, in de naam van uw Heer, de Schepper. Die de mens uit geronnen bloed schiep. Lees, want uw heer is de Meest Eerbiedwaardige, die de mens door middel van de pen onderwees. Hij onderwees de mens datgene wat hij niet kende". (Koran 96: 1-5)
De gehele openbaring van de Koran heeft in totaal 23 jaar geduurd.
Mekka
Zodra de profeet de Islam begon te verkondigen, werden hij en zijn volgelingen vervolgd. Op zijn missie ontmoette hij medestanders en tegenstanders, zoals al zijn voorgangers. Zijn tegenstanders schuwden geen middel om een einde te maken aan zijn missie en maakten de situatie voor de bekeerlingen ondraaglijk. Mohammed's (vzmh) volgelingen werden mishandeld en soms zelfs gedood.
Door de gevestigde orde (hoge priesters en clan-leiders) werden de moslims schuldig geacht aan het verwerpen van hun afAllahen. De Moslims geloofden slechts in Één Allah, trachtten onrecht en onderdrukking, te bestrijden en erkenden het profeetschap van Mohammed (vzmh).
Zijn vijanden smeedden samen plannen om de profeet (vzmh) te doden, maar de Alziende, de Alwetende Allah, gebood de profeet naar Yasrib (nu Medina) te emigreren.
Over een gebeurtenis tijdens zijn vlucht naar Medina is een fascinerende overlevering bekend;
Tijdens zijn vlucht uit Mekka, werd de profeet door een leger vijanden achtervolgd. Op een gegeven moment naderden zij hem snel, zodat de profeet (vzmh) en zijn metgezel toevlucht moesten zoeken in een grot. Zijn vijanden naderden de grot, maar doordat een spin zijn web snel voor de ingang van de grot had gewoven, dachten ze dat niemand daar naar binnen kon zijn gegaan en raakten hun spoor bijster.
Alle lof zij aan Allah, de wereld geschiedenis en het lot van de Islam en van de laatste profeet, hing als het ware aan een zijden draadje (spinnenweb) en had er heel anders uit kunnen zien. Allah had de vijanden van zijn boodschapper met een simpel spinnenweb weerhouden.
Hoe onwetend en zwak zijn wij mensen.
Medina
De eerste 13 jaar van zijn profeetschap, had Mohammed in Mekka doorgebracht. In Medina, waarheen hij op Allahs gebod naartoe was gevlucht, stichtte hij een Islamitische staat. In Medina openbaarde Allah aan hem wetten voor het sociale en maatschappelijke leven, het strafrecht, zedenwet e.d.
De profeet werkte 10 jaar lang onafgebroken in Medina aan de verspreiding van Allah's boodschap. Onderdrukking, onwetendheid, onrecht, racisme e.d. werden door hem verfoeid en uitgebannen.
De Islam bleek een zeer grote aantrekkingskracht op mensen te hebben. In korte tijd verspreidde de Islam zich door geheel Arabië tot verre daarbuiten en vandaag de dag zijn er meer dan een miljard Moslims in de wereld.
De laatste profeet, Mohammed Mustafa (vzmh), overleed op 63 jarige leeftijd, en werd begraven in Medina. In zijn laatste toespraak, in Mekka, zei hij o.a. het volgende:
"O mensen, uw Heer is Één, allen zijn jullie de kinderen van Adam, en Adam is geschapen uit aarde. Bij Allah is de waardigste onder jullie, degene die het meeste eerbied toont voor Allah..."
De Profeet liet geen rijkdommen of bezittingen na, het enige wat hij naliet was zijn voortreffelijke en perfecte voorbeeld voor de mensheid, en een nog steeds groeiende Islamitische gemeenschap.
Incha-Allah zal Allah (SWT) ons de eventueel gemaakte fouten vergeven en zal Hij ons incha-Allah leiden op As-sirat al-moestaqiem (= de rechte weg).
Assalaamoe 'alaikoem wa rahmatoellaahi wa arakaatoeh.
(Vrede zij met u en de genade en zegeningen van Allah.)
Brief van een jongen
Brief van een jongen
Vangnet is één van de nakomelingen van kennis, compassie en liefde voor de mensheid,de jongeren en degenen die hulp nodig hebben. Met de wil en toestemming van Allaah is dit tot bestaan gekomen. Wij als mensheid raken onbewust verzeild in een draaikolk of dagelijkse sleur van dit leven. Daar komen vaak veel zaken bij kijken, zoals problemen en tegenslagen. Vangnet probeert een plek te zijn om jongeren die het moeilijk hebben op te vangen. De meeste instanties blijven op dit vlak toch naar mijn mening te zakelijk, te koel en onpersoonlijk, het moet zogenaamd 'professioneel'.Niet dat hier iets mis mee is, maar slaat het wel aan? Is het wel aantrekkelijk? Is het een plek waar je (graag) naar toe zou gaan?
Het is een feit dat er enorm veel problemen zijn binnen families. Dit speelt vooral een grote rol bij de 'allochtone samenleving' omdat de families van andere landen komen. Hun kinderen worden hier geboren en komen terecht tussen twee culturen. Vaak begrijpen de ouders en ouderen in het algemeen niet waar de jongeren zich in bevinden.
De problemen kunnen grote invloed hebben op het gedrag en dus ook de daden (kortom het leven) van deze jongeren. Zonder enige twijfel zijn de pubertijd en de tienerjaren de moeilijkste periodes van het leven. Je hebt niet gekozen voor je ouders, je afkomst, je naam of waar je bent geboren, maar dit alles heeft je gemaakt tot wie je bent. Het zijn de keuzes die je maakt die het zwaarst wegen!
Na je leuke kinderjaren op de basisschool kom je opeens in een periode terecht waarin alles verandert en anders lijkt. Lichamelijk, emotioneel, rationeel en dat heeft allemaal effect op je gedrag, je doen en laten. Jongeren beginnen opstandig te worden en kiezen hun eigen weg en doen waar ze zin in hebben of wat ze maar willen. Dat is waar ze vaak ook de fout in gaan. Jongeren worden blootgesteld aan wereldse verleidingen in alle vormen en maten, wat zeer aantrekkelijk voor hen is. Vrijheid, materie, geld en allerlei vormen van luxe, worden verpakt in een mooi jasje, waardoor jongeren eigenlijk als het ware worden bedrogen. Sommigen raken diep verzeild in een donkere wereld zonder grenzen. Jongeren houden dit leven voor hun ouders verborgen, en zitten vaak in strijdt met zichzelf, families, cultuur en geloof en weten soms geen uitweg te vinden.
Vangnet is een soort platvorm dat de helpende hand aanbiedt, zoals de naam het al zegt.
Het is een Vangnet wanneer je voelt dat je valt, wanneer je op het punt staat van instorten. Wanneer je alles niet meer ziet zitten, geen uitweg meer ziet. In de meeste gevallen komt juist hier de valkuil voor jongeren waardoor ze meer en meer slechte dingen doen. Ze komen vaak dagen en nachten niet thuis en worden als het ware toeristen in hun eigen huis. De band met familie en het vertrouwen in hen en de onderlinge liefde verdwijnen. Veel jongeren maken zichzelf gelukkig in de materiële wereld of in de 'liefde'.
We hoeven jongeren niet Vangnet binnen te halen, jongeren zullen zelf naar Vangnet komen. Iedere jongere verlangt in zijn of haar hart naar een plek zoals vangnet! De jongeren naar binnen halen zal niet zo'n groot probleem zijn. Jaren langen hebben we het straat leven ervaren.
De straat was meer thuis dan thuis zelf, en thuis werd slechts een plek waar we alleen sliepen. In deze jaren hebben we zowat alles gezien in Amsterdam en in andere steden. Je leert makkelijk contacten leggen met andere jongeren en je leert je angsten te overwinnen.
Hier gelden de regels van de straat en je komt met alles in contact wat je je maar kan bedenken. Het zorgt ervoor dat je nergens meer van opkijkt.
Hoe we de jongeren (jongens) zouden willen binnen halen is vooral door mond op mond reclame. We kennen echt veel jongens, en die jongens kennen weer jongens, ga maar zo door. Iedereen heeft 'broeders' 'matties' 'dreries' en zo zal het verspreiden door de stad, door 't land, van school naar school, van buurt tot buurt. Verder kunnen we workshops houden en presentaties. Kunnen we flyeren en langs scholen en buurthuizen gaan. We kunnen uiteindelijk ook coffeeshops binnen gaan om zodoende jongens daar weg te halen, en wie weet veranderen ze, en kunnen ze ook meehelpen. Het idee van Vangnet gaat niet om een persoon of een naam of één bepaald doel. Het is er gewoon en het gaat om samenwerking. Zoals wanneer er in de buurt een brand uitbarst, dan helpen alle buurtbewoners elkaar, of ze elkaar nou mogen of niet, welke afkomst dan ook.
En dat is Vangnet; compassie en hulp ongeacht wie of wat. Als de jongens merken dat er een soort tweede thuis is, waar jongens samen koken, eten, afwassen, thee drinken en lekkers eten. Met elkaar kunnen praten in groepsverband of individuele gesprekken kunnen hebben, zal dat ze vanzelf wel aantrekken. Ik denk dat we alle soorten wel over de vloer zullen krijgen, van de alledaagse Mo tot de figuren die je nooit zou verwachten, zelfs de harde en stoere gozers.
Het belangrijkste is, dat men weet dat het er is; dat zo'n plek bestaat. Niemand is verplicht om te komen, maar het is wel verplicht dat zo'n plek er is.
Door de problemen waar een persoon mee zit aan te horen, vol begrip en zonder enige oordeling zal er al een hele berg aan last van de schouders van de persoon afvallen.
Misschien kan hij zijn ei nergens kwijt en propt hij alles binnen in zichzelf op. Op een dag kan dit verkeerd uitbarsten of kan hij hierdoor het proberen kwijt te raken in de verkeerde middelen. Door de problemen aan te horen van deze jongens/jongeren kunnen we de link vinden met de oorzaak. Hier kunnen we op inspelen door oprecht advies te geven of andere vormen van steun. Meestal is het enige wat deze volwassen kinderen willen: erkent te worden, hun rechten krijgen, gewoon geaccepteerd en gerespecteerd worden en een taak kunnen uitvoeren. Ik vindt dat het onze plicht is om mensen weer te helpen hun ware zelf terug te vinden. Om ze te helpen zichzelf te ontwikkelen en te ontplooien. Ook dienen we gewoon de natuurlijke band te versterken, de broederschap en de liefde tussen de mensen is haast verdwenen.
Onbekenden groeten elkaar niet, en iedereen loopt langs elkaar heen, niemand heeft meer tijd of aandacht voor elkaar.
Ik denk dat samen komen al iets heel moois is. Vroeger had je binnen volkeren, stammen en dorpen altijd bijeenkomsten rond het vuur, waar het opperhoofd of de leider dan wijze verhalen vertelde. En waar de dorpelingen met hun vragen en problemen terecht konden. Maar waar is dit gebleven? Families dreigen uit elkaar te vallen. Met de jongeren gaat het slecht, heel veel jongeren drinken zich lam, of blowen zich suf. Er zijn heel veel incidenten met seksueel geweld en agressiviteit en baldadigheid. Trainingen conflicthantering vinden nauwelijks plaats in de islamitische gemeenschap. Iedereen kent ongetwijfeld de Nederlandse rap hit van Appa en Sjaak 'ik heb schijt'. Dit is een grote rol gaan spelen in de mentaliteit van de allochtone jongeren. Ik heb schijt is de Nederlandse versie van het duivelse boek geschreven door Aleister Crowly
'Do what thou wilt'. Dit is in heel veel films, clips, en het gedrag van harteloze mensen terug te vinden. Net zoals: 'ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken'. Volg je begeerte; je leeft maar één keer. Niemand wil meer simpel leven, sterker noch; dan ben je raar en anders en hoor je er niet bij.
Wij zijn vastberaden om jongeren te helpen; voor jongeren en met jongeren, vanwege de toekomst van de gehele mensheid. Als je een persoon helpt, is het alsof je de gehele mensheid helpt. We weten niet wat voor waarde die persoon zal hechten aan jouw luisterend oor, jouw advies en het gevoel dat je hem geeft. Wie weet zat die persoon op het punt om zijn leven te beëindigen of iets heel ergs te gaan doen. We kunnen activiteiten opzetten waarmee de jongeren zich kunnen ontwikkelen en ontplooien op allerlei gebieden. En het belangrijkste van alles is dat we onze menselijkheid niet verliezen en dat we om elkaar blijven geven en ons inzetten voor de toekomst van de mensheid. Vangnet is zonder twijfel van enorm belang.
Stel jezelf maar de vraag: waarom zijn er zoveel coffeeshops in Amsterdam?
Waarom zijn er zoveel kroegen, cafés, bars, disco's en andere van dit soort dingen in de stad? Dat is om de leegheid van de mensen hun harten 'zogenaamd' op te vullen.
Mensen besteden meer in hun uiterlijk dan in hun innerlijk. Maar men vergeet dat we eigenlijk onze zielen, onze harten dienen te voeden. Werken wij werkelijk aan onszelf om een zo voorbeeldig mogelijk karakter te krijgen? Ik denk dat Vangnet er moet staan als een soort van fort, een kasteel dat stevig en standvastig staat. Dat bescherming biedt, veiligheid, en kracht. Uit dit fort zullen soldaten geboren worden, leiders en werkers. Het gaat om de samenleving, op maatschappelijk en hartelijk vlak. We kunnen in plaats van landen en gebieden, harten veroveren en zielen winnen om aan de kant van vrede en liefdadigheid te strijden. Dat we er zijn is al één ding, we kunnen vanuit ons eigen kunnen en doen mensen helpen met onze ervaringen, gevoel en kennis. Ik weet zeker dat we dit heel goed aankunnen.
Dit is maatschappelijk werk, en vanuit mijn mening is dit vrijwel hetzelfde als wat de politie, brandweer en dokters doen. We redden en helpen mensenlevens, vrijwillig nog wel...
Woorden gericht aan de oprichtster maimunah van der heiden
Woorden gericht aan de oprichtster van Stichting Vangnet
“Het leven is alsof een koning je met een bepaalde opdracht naar een land stuurt. Je gaat en doet honderden dingen, maar als je niet datgene zou doen wat jou werd gevraagd, dan is het alsof je helemaal niets zou hebben gedaan.
Aan de vrouw die haar opdracht begrepen heeft. Aan de vrouw die de weg die voor haar lag zag, en begreep dat haar een tocht vol moeilijkheden wachtte. Aan de vrouw die de moeilijkheden niet wilde bagatelliseren, maar ze aan de kaak stelde en zorgde dat ze zichtbaar werden.
Aan de vrouw die de eenzamen minder eenzaam maakte, die mensen die hongerden naar gerechtigheid te eten gaf. Die de onderdrukte zich even slecht liet voelen als de onderdrukten.
Aan de vrouw die steeds zorgt dat haar deuren open staan, haar handen bezig zijn en haar voeten in beweging. Aan de vrouw die de verpersoonlijking is van de verzen van een Perzische dichter; Haafeez toen hij zei: “Geen zevenduizend jaar vreugde kan zeven dagen van onderdrukking rechtvaardigen.”
Aan de vrouw die hier vanavond is; moge zij ieder van ons zijn. Moge haar voorbeeld zich vermenigvuldigen. Moge zij nog vele zware dagen voor zich hebben, zodat ze haar werk kan voltooien. Zodat volgende generaties onrecht alleen nog zullen kennen uit woordenboeken en niet langer in hun levens ervaren. Moge haar tocht een eenzame tocht zijn, omdat haar tempo het tempo van verandering is. Een verandering; echte verandering kost tijd; kost tijd; heel veel tijd.
gedichten 7

Gedichten
gedichten 6

Het werk van Allaah, Mina.
Vraag aan de dokter waar zijn genade is gebleven,
vraag aan de patiënt wie hem beter heeft gemaakt
na de dood van zijn hart,
Nadat de medische kant het had opgegeven.
Vraag aan de blinde wie hem begeleidt,
de drukte in, zonder te vallen.
Dat is allemaal het werk van Allaah, echt van Allaah.
Vraag aan de ziende waarom hij in een kuil viel?
Waarom hij de duivel volgde?
Wie heeft hem daar naartoe gebracht?
Vraag aan de zwakke foetus wie hem beschermde
tegen alle gevaren van besmettingen?
Hoe is het mogelijk dat hij in een kleine donkere ruimte
helemaal alleen woont, zonder angst?
Vraag aan een baby waarom die huilt bij zijn geboorte?
Waarom vloeien tranen als regen op zijn schone wangen?
Hij heeft het paradijs verlaten, de ultieme liefde van zijn moeder,
en de hel betreden; hij zal nooit één worden met iemand anders.
Vraag aan de slang hoe hij kan leven met gif in zijn mond?
Dat is het werk van Allaah, echt van Allaah.
Vraag aan de bijen hoe ze aan honing komen,
diep verborgen in hun magen.
Wie heeft dat gemaakt, wie heeft dat geschapen?
Vraag aan de koe hoe ze aan melk komt,
helemaal afgescheiden van afvalstoffen en bloed.
Wie is zo nauwkeurig en zo genadig?
Dat is het werk van Allaah, echt van Allaah.
Time is ticking very fast
Time is ticking very fast, I don’t care,
I know I’m gonna last,
My granddad first, my parents next,
I’ll be the last, you wanna bet?
There’s plenty of time for me to pray,
I'll do my sins, then wash them away.
Going to the mosque, now that’s a joke,
within that time, I could have a good smoke!
Huffing and puffing my ciggie away,
Religion is last on the agenda today.
A pain in my chest occurred one night,
I was so severe, it gave me a fright.
I’ll go to the doctor in the morning I said,
But then I didn’t get out of my bed!
‘Who is your Lord?’ a voice boomed down,
said a dark black face with a very big frown.
I stuttered and stumbled,
and managed to say: ‘Allaah is my Lord,
is that okay?’ ‘Who is your prophet?’
He began to ask I didn’t know the answer so I wanted to pass,
if only I went to my Islamic class.
The dark black figure then went away,
but in the distance I could hear it say:
’Now, that’s a muslim, a muslim by name,
not one thing in his favor for him to gain.
The bounties of paradise that Allaah has promised,
to all the muslims who have been honest!
I wanted to scream and shout and say;
‘O Allaah, forgive me, for I didn’t pray!’
But now it’s too late, my time is up,
you may think I’m being abrupt.
But people out here, please hear what I say:
’Remember your Lord, pray 5 times a day.’
It’s bonus for you, if you take this advise,
for then you won’t suffer in the afterlife!

Say there's a weak spot
Say there's a weak spot,
something you do not see
or that you do not want to see about your character.
The way to discover it is through others.
They are the mirrors that reflect your personality.
If something bothers you about someone,
you are recognizing an attitude that is actually within you.
When you feel it does not affect you and you can respond calmly,
it means that this weakness is no longer in you.

gedichten 5

I cannot ease your aching heart,
nor take the pain away.
But let me stay and take your hand
and walk with you today.
I’ll listen when you need to talk,
I’ll wipe your tears away.
I’ll share your worries when they come,
I’ll help you face your fears.
I’m here and I will stand by you,
each hill you have to climb.
So take my hand let’s face the word,
live one day at a time.
You’re not alone for I’m still here,
I’ll go that extra mile,
And when your grief is easier,
I’ll help you learn to smile
The Silent Lover
Wrong not, sweet empress of my heart,
The merit of true passion,
With thinking that he feels no smart,
That sues for no compassion.
Silence in love betrays more woe
Than words, though ne'er so witty.
A beggar that is dumb, you know,
May challenge double pity.
Then wrong not, dearest to my heart.
My true, though secret passion,
He smartest most that hides his smart,
And sues for no compassion.
En de profeet Muhammad zei:
"Houd jezelf tegen om verkeerd tegenover de mensen te doen, want dat dient als een sadaqah (liefdadigheid) voor jou." (Sahihain, over geleverd door Abu Dharr)

"I believe all suffering is caused by ignorance. People inflict pain on others in the selfish pursuit of their happiness or satisfaction. Yet true happiness comes from a sense of peace and contentment, which in turn must be achieved through the cultivation of altruism, of love and compassion, and elimination of ignorance, selfishness, and greed."
The Man And The Cocoon
A man found a cocoon of a butterfly. One day a small opening appeared. He sat and watched the butterfly for several hours as it struggled to force its body through that little hole. Then it seemed to stop making any progress. It appeared as if it had gotten as far as it could, and it could go no further.
So the man decided to help the butterfly. He took a pair of scissors and snipped off the remaining bit of the cocoon. The butterfly then emerged easily. But it had a swollen body and small, shriveled wings.
The man continued to watch the butterfly because he expected that, at any moment, the wings would enlarge and expand to be able to support the body, which would contract in time.
Neither happened! In fact, the butterfly spent the rest of its life crawling around with a swollen body and shriveled wings. It never was able to fly.
What the man, in his kindness and haste, did not understand was that the restricting cocoon and the struggle required for the butterfly to get through the tiny opening were Allaah's way of forcing fluid from the body of the butterfly into its wings so that it would be ready for flight once it achieved its freedom from the cocoon.

Macho
Beste macho, met plezier is het dat ik mij tot jou richt;
regelrechte waarheid in jouw gezicht.
Het begon toen je nog een kleine baby was;
je sliep toen nog in je eigen plas,
Huilen deed je als een klein kind,
melk, luiers en slapen waren je enige vriend.
Toen begon je te zitten, kruipen en stappen,
en kon jij, o macho, nog niet met de remote zappen.
Daarna kreeg je je melktanden en je eerste pen,
je kon niet schrijven; je had geen enkele fan.
Daarna kwamen je puisten in de pubertijd,
met domme discussies achtte je je gedachten als enige werkelijkheid.
Toen werd je groot en ging je met een stoer gedrag iedereen weren,
een zonnebril, ketting en een ringbaardje scheren.
Met vooruitgestoken borst en een rechte rug,
keek je nooit meer naar vroegere tijden terug.
Als een ondankbare, egoïstische rat
ging je verder, totdat je zelfs je moeder vergat.
Zelfingenomen ontdekte je jouw nieuwe wereld; macholand,
jij waande jezelf koning; zo kwam jouw ego tot stand.
Niet beseffend dat de mensen die naar jou keken
in werkelijkheid voor jouw geld i.p.v. persoonlijkheid bezweken!
O arme man; wie ben jij wel?
binnen een paar jaar ben jij een poubelle.
Dan begint vanzelf een metamorfose,
en is je vooruitgestoken borst uit den boze.
Die grote spieren beginnen dan te hangen,
en niemand die nog naar je zal verlangen.
Ouder zul je worden en dan word je vergeten,
en geloof mij, macho, dan zul je het weten.
En zul je denken: had ik alles maar anders gedaan,
was ik maar een andere weg in gegaan.
Die van werken aan mijn karakter i.p.v. aan mijn ijdelheid,
dan zat ik nu niet alleen met zoveel verdriet en spijt.
Werk, o macho, aan je ziel en je hart,
ik weet het, het leven in deze wereld is hard!
Maar laten wij proberen betere mensen te gaan zijn,
mensen met gevoelens van geluk en van pijn.
Pijn die we verwerken op de juiste manier,
O macho, luister naar mij; zet de deur van je hart op een kier.
Laat je gevoelens van menselijkheid spreken,
en wil niet langer je verleden wreken.
Want macho zijn, komt voort uit een slecht verleden,
maar innerlijke onzekerheid speelt niet meer in dit heden.
Wanneer wij onze maskers van leugens nu hebben afgezet,
is het zo dat een ander niet meer wordt belet.
Op deze manier zullen wij de macho anders bekijken,
en begrijpen dat wij niet op hem moeten lijken.
Maar dat hij in nood is; geef hem een stevige hand,
die hem mee neemt uit het dure macholand!

Gossip, Nobody's friend, by Anonymous
My name is Gossip.
I have no respect for justice.
I maim without killing.
I break hearts and ruin lives.
I am cunning and malicious and gather strength with age.
The more I am quoted the more I am believed.
I flourish at every level of society.
My victims are helpless.
They cannot protect themselves against me because I have no
name and no face.
To track me down is impossible for you.
The harder you try, the more elusive I become.
I am nobody's friend.
Once I tarnish a reputation, it is never the same.
I topple governments and wreck marriages.
I ruin careers and cause sleepless nights, heartache and
indigestion.
I spawn suspicion and generate grief.
I make innocent people cry in their pillows.
Even my name hisses. I am called Gossip.
Office gossip. Shop gossip. Party gossip. Telephone gossip.
I make headlines and headaches.
Before you repeat a story ask yourself, is it true?
Is it fair? Is it necessary? If not, keep it to yourself.
If you spend as much time praying as you do talking about others
behind their backs,
you would be further ahead spiritually.

I asked Allaah
I asked Allaah to take away my habit
Allaah said: ‘No,
it is not for Me to take it away, but for you to give it up.’
I asked Allaah to make my handicapped child whole
Allaah said: ‘No,
his spirit is whole, his body is only temporary.’
I asked Allaah to grant me patience
Allaah said: ‘No,
patience is a by-product of tribulations;
it isn’t granted, it is learned.’
I asked Allaah to give me happiness
Allaah said: ‘No,
I give you blessings. Happiness is up to you.’
I asked Allaah to spare me pain
Allaah said: ‘No,
suffering draws you apart from worldly cares and brings you closer to me.’
I asked Allaah to make my spirit grow
Allaah said: ‘No,
you must grow on your own,
but I will prune you to make you fruitful.’
I asked Allaah for all things that I might enjoy life
Allaah said: ‘No,
I will give you life, so that you may enjoy all things.’
gedichten 4

Er is me een plaats aangeboden welke lange tijd niet in mijn leven
aanwezig was.
Een plaats waar ik mezelf kan zijn, waar ik kan huilen, waar ik kan
janken,
waar ik mijn tranen de vrije loop kan laten, zonder me ervoor te
schamen.
Waar ik me laat omhelzen, wegzinken in iemands warme armen
diepkijkend in haar zachte ogen, ook vol met tranen om mij
Er is me een plaats aangeboden, waar ik mag aaien en geaaid kan
worden.
Aanraking na aanraking, liefkozend, er helemaal van genietend.
Zacht, warm en zoet net als de geurende Marokkaanse thee
zonder in verdediging te komen, zonder uit mijn balans te raken,
zonder weg te lopen.
Ik heb een thuis gevonden waar ik jaren en jaren naar heb gezocht.
Ik zocht zonder een met een brandende kaarslichtje erin te vinden,
maar nu heb ik een thuis gevonden, een die mijn taal beheerst, die
mijn gevoelens beheerst...
Mij in mijn waarde laat, zonder me om te buigen, te veranderen,
te breken...
Oh, mijn bloedband waarom is het jullie niet gelukt om mij die
plaats te geven?
Waarom hebben jullie me niet geleerd om lief te hebben in dit
leven?
Waarom is mijn hart al op een jonge leeftijd weggedreven,
verdronken, weggezonken?
Ik heb liefde gekregen van een bloem, geproefd... ben er verslaafd
aangeraakt
kan er niet meer zonder, heerlijk om haar arm om me heen te
hebben!
Om zachte woorden te horen in mijn oren net als een ware bries.
'Jij bent mooi zoals jij bent, jij bent lief hoe je glimlacht, ik hou van
je om wie je bent'.
Wat heerkijk om een thuis te hebben zonder veroordeling, zonder
beoordeling.
Datgene wat pijn doet, wat verdriet doet, zo erg dat het me martelt
en verstikt.
Dat alles kan je wel dragen als je maar liefde krijgt,
Van eerlijke meiden die keihard werken om het naar je zin te
maken.
Je kan alles dragen als je maar een thuis hebt waar je jezelf kan
zijn.
En waar je je opgevangen laat worden in iemands armen.
Waar je wel bereid moet zijn je masker af te zetten en bloot te
lopen met je gevoelens.
om die diepste wonden te kunnen genezen,
de wonden die je hebt dichtgedaan zonder dat ze genezen waren.
Je moet je masker af doen om je oude wonden tijd te geven om
opnieuw te genezen.
op hun eigen tempo,
Je kan alles dragen in dit leven als je je hart maar open doet en
liefde wil ontvangen.
van lieve mensen die er klaar voor staan om je die liefde te geven
warm als de zon.
Ben je er klaar voor om opgevangen te worden met zachte woorden
en liefkozende handen?
Ben je er klaar voor om liefde te proeven, helder als water, warm
als een mantel?
We hebben een thuis voor je gemaakt, zoals je hart het wil, met
warme kleuren, met warme geuren!
Het is nu aan jou om die binnen te treden.
Zonder masker, zonder angst, zonder eenzaamheid.
Er is me een plaats aangeboden dat voor lange tijd niet in mijn
leven aanwezig was.

De lange tocht
Misschien hebben wij het ons
te eenvoudig voorgesteld
toen we destijds vertrokken
voor de lange tocht door de woestijn
om betere methoden te vinden
voor het leven voor elkaar
Wij dachten maak ons o heer
een werktuig van uw vrede
maar toen kwam de moeizame strijd met de autoriteiten
die orde wensen en geen vrede
het dagelijks zwoegen om kleinigheden
het ontzettende alleen gelaten worden
weinig hulp van beneden
geen begrip van opzij
en van boven de oeroude truc
bij elke concrete vraag met de leertucht aan te komen
om macht te handhaven en orde
en de fatsoenlijke taal van het gewone volk
ver te houden van alle kansels
de woestijn waar wij doorheen gaan
vol onvrede en vol angst
vol onmacht vol verhulling
o heer maak ons een werktuig van uw vrede
werktuig van conflicten en niet van harmonie
werktuig van de waarheid en niet van de was van woorden
werktuig van geluk en niet van slaperigheid
bewaar ons god voor de romantische vergissing
dat vriendschap een geschenk uit de hemel is
en voor de conservatieve vergissing
dat ze groeit in lange jaren zoals bomen
leer ons inzien dat vriendschap arbeid is
een bouwwerk zoals alles wat goed is voor ons
wij hebben vrienden nodig die weten
dat ze niet alles met zich laten doen
die een stem hebben en meebeslissen
die solidair zijn met de onderdrukten
die hun angst steeds meer overwinnen
en zo de vrede verbreiden

Moe van het geven, Maimunah.
Wanneer je moe bent van het geven
Gelief koost wilt worden, al is het maar even.
Wanneer je lichaam pijn doet van het rennen
en je verlangt dat ook anderen je eens verwennen
Dan bij het stille nadenken kom je tot bezinnen
en realiseer je je plots wat je probeert te overwinnen
Ik was een klein meisje van een jaar of acht
ik ontving thuis meer liefde dan ik ooit had gedacht
Mijn moeder begon ik heel langzaam te verliezen
omdat zij na jaren lang zorgen voor zichzelf begon te kiezen
Toen dit teweeg bracht dat zij van mijn vader vervreemdde
werd ik het kind dat van haar thuis ontheemde
Toen ik elf was vertrok mijn vader en liet z’n kamer leeg achter
mijn leven veranderde plots en werd minder zachter
Ik belandde in een wereld van alleen-zijn en verdriet en pijn
ik was nog niet volgroeid om al zo jong volwassen te zijn
Daarom probeer ik ieder meisje dat ik ontmoet voorzichtig te dragen
wanneer haar jonge vrouwenogen me er zonder woorden om vragen
misschien zijn we wel hetzelfde en is er weinig verschil
dus omarm ik haar hand, heel zachtjes, heel stil.
Why?
Why a jew can grow his beard and he is just practicing his faith and he has his freedom? But when a muslim does the same, he is an extremist and terrorist! Why a nun can be covered from head to toe and she is respected for devoting herself to God? But when a muslimah does the same she’s oppressed and they are reactionary! When a western woman stays at home to look after her house and kids she is respected because of sacrificing herself and doing good for the household? But when a muslim woman does so by her will, because islaam don't prevent muslim women from work they say:
"She needs to be liberated!" Any girl can go to university wearing as she need and have her rights and freedom. But when a muslimah wears a hijaab they prevent her from entering university! When a child dedicates himself to a subject he has potential. But when he dedicates himself to islaam he is hopeless.
When a christian or jew kills someone, religion is not mentioned. But when a muslim is charged with a crime, it is islaam that goes to a trial! When someone sacrificing himself to keep others life, he is a noble one and all respects him. But when a Palestinian does that to save his son from being killed, his brother's arm being broken, his mother being raped, his home being destroyed, and his mosque being violated. He gets the title of terrorist! Why? Because he is a muslim! When there is a trouble we accept any solution. But when the solution is in islaam, we refuse without having a look at this solution. When someone drives a perfect car in a bad way no one blame the car. But when any muslim makes a mistake or treats people in a bad manner, people say "Islaam is the reason" without looking to the tradition of islaam. Why people believe what the newspaper says, but question what islaam says?

Mummy went to heaven.
Mummy went to heaven
But I need her here today
My tummy hurts and I fell down
I need her right away
Operator can you tell me how
To find her in this book?
Is Heaven in the yellow part
I don't know where to look
I think my daddy needs her too
At night I hear him cry
I hear him call her name sometimes
But I really don't know why
Maybe if I call her
She will hurry home to me
Is Heaven very far away
gedichten 3

Ramadaan
De maand van Ramadaan is voorbij,
waarin wij vastten, zowel ik als jij.
Hoe snel is die heilige maand afgelopen,
we kunnen slechts op de volgende hopen.
Nu gaan we weer door; van alles weer eten,
maar de bedoeling van vasten zijn we toch niet vergeten?
Blijven we een; met elkaar verbonden?
herinneren we al die gebeden waarin we naast elkaar stonden?
We huilden bij de du'aa's; voelden ons voldaan,
om iedere nacht naar de moskee te gaan!
Dat was onze voeding; meer nog dan eten.
we verlangden ernaar om "al-mutaquun" te heten.
We voelden een band met onze broers en zussen,
kwamen naar de jamaa'ah om onze zonden te blussen.
We probeerden de qur'aan te lezen en overdenken,
en onze harten eindelijk meer aandacht te schenken.
We merken meer dan ooit, dat we onze tijd hebben vergooid.
Onszelf tekort hebben gedaan; stil hebben gestaan.
Deze maand liet ons wakker worden; plotseling ontwaken,
en hielp ons om onze zonden te staken.
En nu is het tijd om eerlijk binnenin onszelf te kijken;
zal uit ons gedrag nu iemaan en taqwaa' blijken?
Blijven we nu met onze zusters verbonden?
Hebben we onze harten gereinigd: ook in diepere gronden?
Hebben we ruzies met vijanden bijgelegd,
onze handen in die van hun gelegd?
Hebben onze tranen ons innerlijk vuil eruit gehuild?
Hebben we onze maskers voor ware gezichten verruild?
Nu Ramadaan plots van ons is heen gegaan,
Zal gaan blijken wat we echt hebben gedaan.
Hebben we slechts honger en dorst geleden,
of ook tegen onze nafs gestreden?
Een heilige maand om aan onszelf te werken,
was pas het begin zullen we nu gaan merken.
Nu moeten we door met onszelf te trainen
en laten zien of we het wel echt serieus menen.
Ramadaan is here, Asma Sadia
One night I heard a knock on my door.
Who can it be, I wasn't quite sure.
I open the door and am filled with glee.
The visitor ahead is no stranger to me.
I welcome the guest with utmost delight.
For I know it has come to give me respite.
An air of happiness fills the space.
My home now seems, a better place!
Have you any clue who this visitor could be?
Yes! It’s Ramadaan, the month of mercy.
The pious and righteous can't await its arrival.
Others seem to greet it, with waves of denial.
For Allaah we fast from dawn to dusk.
For Him our breath is the fragrance of musk.
The muslims who pray and fast with zest.
Are aware of the rewards of this month manifest.
Throughout this month we weep and repent.
Now is the time to strongly lament.
And those who shun this sacred month.
on the Day of Reckoning will face the brunt.
In the last ten nights, hides the Night of Decree.
Allaah then awaits for his slaves to plea.
The angels descend with Gabriël in the lead.
To check on the steadfast and record every deed.
A feeling of grief now fills my heart.
As the month of Ramadaan will soon depart.
So lets make a start and worship Him alone.
Now that the worth of this month is known.
De gevangenis, Maimunah.
Mijn hart trilt van binnen,
wat moet ik beginnen?
Zelfs mijn handen beven,
Ik wil het geen aandacht geven.
Ik ga rennen; wil niet meer lopen,
omdat ik zes dagen op dit moment ging hopen
om jou mijn liefste weer te ontmoeten
met ‘salaam alaikum’ je te kunnen begroeten
op de plek waar je gevangen bent
alleen en eenzaam waar niemand je kent.
Ik ga op een stoel op jou zitten wachten
en zie je dan komen; verlies al mijn krachten.
Ik wil in je armen mezelf verliezen,
maar moet voor sterk zijn en moedig zijn kiezen.
Jouw handen en de mijne zoeken elkaar
en dan voel ik hoe ik langzaamaan bedaar
door je aanraking die ik maar al te goed ken
of omdat ik nu eindelijk dichtbij je ben.
Ik kan maar een uurtje per week bij je wezen
en probeer zoveel als ik kan in je ogen te lezen;
Zorgen en verdriet, angst en verlangen,
ik behoed je gevoelens en al je belangen.
Dan moet ik gaan, opeens ga je staan
iedereen in de rij; het is alweer voorbij.
De tranen in je ogen maken me zwak
waardoor ik nog even op de stoel neerzak.
Dan loop ik door de gangen naar de wereld daar buiten,
de ene deur gaat pas open als de ander gaat sluiten.
Over mijn wang rolt een traan
nu we opnieuw uit elkaar moeten gaan
en ik je achter moet laten;
wie heeft het in de gaten?
Onschuldig tussen mensen die moordden en verkrachtten,
ik kan het niet accepteren in mijn gedachten!
Wat kan ik nu doen behalve wachten?
Onmachtig ben ik, verloren in de tijd.
Kon ik maar iets doen; iets dat jou verblijdt.
Ik huil als ik kijk naar ons kleine kind;
hij die me zo diep met jou verbindt.
Hij zei laatst: "Ik hoef niet jij huilen."
Toen wou ik niets liever dan met jou ruilen;
ik op jouw plek en jij op die van mij.
In jouw armen werd hij vast weer blij.
Je bent meer dan wat ook in mijn gedachten,
het duurt alleen zo lang om op je te wachten.
Wanneer iemand neerknielt, Maimunah.
Wanneer iemand neerknielt om mij aan te kijken
en vervolgens zachtjes over mijn haar te strijken
waardoor ik mijn ogen stilletjes aan kan sluiten
en de diepere bronnen in mijn ziel voel ontspruiten
ik ben moe en heb pijn; verlang mezelf over te geven
een traan glijdt naar mijn haar ik veeg hem even
een andere volgt uit een heel diepe bron
ik weet niet waarom ik er lang niet bij kon
bijna niemand zag hem, zo snel als hij ging
maar het was zijn vinger die hem zachtjes opving
het was nodig dat hij stopte en naast me ging staan
ik dacht sterk te zijn, hield mezelf in die waan
als wij die zoveel dragen er zelf niet om vragen
komen we elkaar tegen om de balans te gaan wegen
Verdriet, Maryam.
Als je de tranen in je ogen voelt branden,
Maar je wilt niet dat ze voor de voeten van een ander belanden.
Je wilt niet dat ze het zien; de pijn en het verdriet.
Want je weet; troosten zullen ze je toch niet.
Ik hou me groot want niemand zegt dat 't oké is om klein te zijn.
Om het soms gewoon even bloot te geven al die pijn,
Gewoon even uit kunnen huilen,
Maar niemand geeft me een warm plekje om even in weg te
schuilen.
Niemand slaat ooit een arm om mij heen
En als ze het al doen verwijderen ze hem ook weer meteen.
Bovendien voel ik dat het zo nodig moet,
Niemand die het ooit eens uit liefde en genegenheid doet.
En als iemand het wel doet, dan doet het pijn,
Omdat het vreemd is dat er opeens mensen voor je zijn.
Dan kan je de woorden niet meer vinden en voel je je naar,
En die tranen achter je ogen blijven nog steeds daar.
Al die verborgen pijn die mij verscheurt,
Een schrijnend verdriet wat maar zeurt en zeurt,
Een plek kan ik het niet geven en erover praten al helemaal niet.
Niemand mag het zien, maar wanneer ik het wel wil, zien ze het
evengoed niet.
Ik voel me gewoon zo rot en alleen,
Nooit had ik mensen die er voor mij waren om mij heen.
En nog steeds zijn ze heel ver bij mij vandaan.
Leer ik ooit de pijn, het verdriet en de tranen te laten gaan?
Kan ik het ooit loslaten al deze pijn en dit verdriet?
Zal er ooit iemand zijn die het meteen aan me ziet?
Zal ik ooit leren om niet bang te zijn voor iemand die om me geeft?
En om te praten over alles en te genieten van alles wat leeft?
Kun je je voorstellen? Maimunah.
Kun je je voorstellen; jezelf inleven
hoe het voelt om jezelf over te geven
aan een ziekte door Allaah voor jou bepaald
waardoor je weet dat je volgend jaar niet meer haalt?
's nachts je hoofd op je kussen te leggen
met de angst nooit meer iemand gedag te zeggen
en de mensen waar je van houdt in hun ogen te kijken
en bij het omarmen door hun haren te strijken
met in je hart zo'n intense pijn
omdat het voor het aller laatst kan zijn.
Hoe het voelt om op Allaah’s genade te hopen
maar ook angst komt steeds weer binnen geslopen.
Of om je geliefden emotioneel te dragen,
langdurig te liegen wanneer ze blijven vragen,
alleen maar om hen het verdriet te besparen,
wat toch wel aanwezig is de komende jaren.
Om de weg naar Allaah te weten te vinden,
en je vanwege Hem aan anderen te binden.
Om steeds weer opnieuw in de moskee te ervaren
dat je verdriet en je angsten alleen daar bedaren,
om bewust, alleen jezelf terug te trekken
van al die druk bezochte plekken.
Om na te denken over je eigen leven,
naar berouw en vergeving te willen streven,
en toch nog steeds fouten te maken
omdat je niet iedere keer geconfronteerd wil raken.
Hoe het voelt niet te willen voelen of denken,
of alles op te geven en jezelf geen waarde te schenken?
Om Allaah toch weer om hulp te smeken,
omdat in het verleden vaak genoeg is gebleken
dat Hij meer nabij is dan iedereen denkt
en Hij Zijn enorme rahmah schenkt!
Van cocon naar een vlinder!
Ergens, achter in een donker woud,
heeft een rups een cocon om zich heen gebouwd.
Het eeuwige kruipen maakte haar vreselijk moe.
Ze sleepte zichzelf naar dit veilige plekje toe.
In haar cocon heeft ze kracht en warmte gekregen,
maar ze voelde zich ook eenzaam en kon zich niet bewegen.
In de cocon bleef ze klein, maar ze wou heel graag een vlinder zijn.
Ze is alleen bang voor de enorme verandering die ze zal ondergaan;
voor wat haar straks te wachten zal staan.
Dapper als ze was, besloot ze zich aan de natuur over te geven.
En te vechten voor een gelukkig leven.
Ze voerde in haar cocon een zware strijd en raakte de controle over
haar leven kwijt.
Op een dag scheen er een zonnestraal door haar cocon,
dat was voor haar het moment waarop haar nieuwe leven begon...
Ze ontpopte zich in de warmte van de zonnestralen.
Ze voelde dat dit de bron was waaruit ze echte liefde kon halen.
Haar kleurrijke vleugels spreidde ze uit in het licht, ze vloog over
zeeën, langs bergen en dalen.
Ze rustte op bloemen en durfde nectar te halen.
Ook hield ze van sterren en vloog graag bij nacht.
De aangename stilte heeft haar tot eindeloos dromen gebracht.
De wereld lag voor haar open; ze voelde zich vrij.
Diep in jouw hart zit deze vlinder...
Die vlinder; dat ben jij..
Je kinderen zijn je kinderen niet, Kahlil Gibran.
Je kinderen zijn je kinderen niet.
Zij zijn de zonen en dochters van 's levens hunkering
naar zichzelf.
Zij komen door je, maar zijn niet van je,
en hoewel ze bij je zijn, behoren ze je niet toe.
Je mag hen je liefde geven, maar niet je gedachten,
want zij hebben hun eigen gedachten.
Je mag hun lichamen huisvesten, maar niet hun zielen,
want hun zielen toeven in het huis van morgen,
dat je niet bezoeken kunt, zelfs niet in je dromen.
Je mag proberen gelijk hun te worden, maar tracht niet
hen aan jou gelijk te maken.
Want het leven gaat niet terug,
noch blijft het dralen bij gisteren.
Jullie zijn de bogen, waarmee je kinderen als levende pijlen
worden weggeschoten.
De boogschutter ziet het doel op de weg van het oneindige,
en hij buigt je met zijn kracht opdat zijn pijlen
snel en ver zullen gaan.
Laat het gebogen worden door de hand van de boogschutter
een vreugde voor je zijn:
want zoals hij de vliegende pijl liefheeft,
zo mint hij ook de boog die standvastig is.
gedichten 2

Verdriet hebben ze gezien in de ander haar ogen,
al hebben haar woorden er vaak om gelogen.
Lijden was zichtbaar in uiterlijk en gedrag,
het was heus wel aanwezig achter die vrolijke lach.
Alleen wie wou het zien en zichzelf in haar plaats inleven
en haar onvoorwaardelijk liefde en steun gaan geven?
"Ze luisteren even maar doen er niks mee,
hun leven gaat door; ze zijn wel tevree.
Soms word ik benauwd; wie is het die echt van me houdt?
dan zit mijn adem klem" zei ze met trillende stem.
Tranen rollen weer over mijn wangen,
ieder heeft z'n leven; z'n eigen belangen.
Het leven gaat door; de tijd gaat voorbij,
ieder los van elkaar; slechts een paar zij aan zij,
Hand in hand; in elkaars armen beland
door het lot van verdriet naar elkaar toe gedreven
en kijk wat we vinden; wat we beleven;
samen delen is jezelf daarmee helen.
Wat een eer en geluk om met jou te kunnen zijn.
Jij die ondanks je ziekte en je pijn,
of juist daardoor onze lerares kan zijn,
omdat jij door dingen heen gaat waar wij niet eens aan denken,
of sommigen van ons geen eens aandacht aan durven schenken.
Door de vensters van je ziel durven kijken,
want dan zou er voor hun gaan blijken
dat er zoveel meer is dan waar zij aan denken,
hun tijd aan verspillen; hun aandacht aan schenken.

You say
You say: “I’m too tired.”
Allaah says: I will give you rest.
You say: “I can’t go on.”
Allaah says: My grace is sufficient.
You say: “I can’t figure things out.”
Allaah says: I will direct your steps.
You say: “I can’t do it.”
Allaah says: You can do all things.
You say: “I’m not able.”
Allaah says: I am able.
You say: “It’s not worth it.”
Allaah says: It will be worth it.
You say: “I can’t forgive myself.”
Allaah says: I forgive you.
You say: “I can’t manage.”
Allaah says: I will supply all your needs.
You say: “I’m afraid.”
Allaah says: I have not given you a spirit of fear.
You say: “I’m always worried and frustrated.”
Allaah says: Cast all your cares on Me.
You say: “I don’t have enough faith.”
Allaah says: I’ve given everyone a measure of faith.
You say: “I’m not smart enough.”
Allaah says: I give you wisdom.
You say: “I feel all alone.”
Allaah says: I will never leave you or
forsake you.
You say: “Nobody really loves me.”
Allaah says: I love you.

Have you ever
Have you ever watched kids
on a merry-go-round
Or listened to the rain
slapping on the ground?
Ever followed a butterfly's erratic flight
Or gazed at the sun into the fading night?
You better slow down
Don't dance so fast
Time is short
The music won't last
Do you run through each day on the fly
When you ask "How are you?"
do you hear the reply?
When the day is done,
do you lie in your bed
With the next hundred chores
running through your head?
You'd better slow down
Don't dance so fast
Time is short
The music won't last
Ever told your child,
We'll do it tomorrow
And in your haste, not see his sorrow?
Ever lost touch,
Let a good friendship die
'Cause you never had time
to call and say "Hi"?
You'd better slow down
Don't dance so fast
Time is short
The music won't last
When you run so fast to get somewhere
You miss half the fun of getting there.
Een stukje aanbidding, Mina.
Water laat Ik voor jullie uit de hemel neer dalen,
de zon beveel Ik om het weer naar Mij toe te halen,
In heldere nachten schitteren Mijn sterren pracht en praal,
als bewakers van de maan; beschamend mooi; ovaal.
Jullie zien bergen en valleien en denken:
Waar komt dit moois toch allemaal vandaan?
Ik ben het De Almachtige, Die hen beveelt op te staan.
De aarde heb Ik rijkelijk bedekt met bossen vol bomen,
Waar Ik in overvloed zuurstof voor jullie uit laat komen.
Hoeveel tekenen moet Ik jullie nog tonen
Voordat jullie eindelijk kunnen zien?
Voordat jullie eindelijk kunnen herkennen:
Subhaanallaah walhamdulillaahi Rabbiel ‘Aalamien!
Vraag het hen die Mijn zeeën hebben mogen bekijken,
Hoe mooi hun tocht is wanneer zij Mijn koralen bereiken.
Vraag het de medici hoe onvoorstelbaar geniaal jullie zijn gemaakt,
Hoe iets kleins als het hart, fataal is wanneer het haar werk staakt.
Zoveel moois heb Ik jullie nu al gegeven,
Een ding vraag ik er maar voor terug:
Een stukje aanbidding in dit wereldse leven.

There once was an oyster
There once was an oyster
Whose story I tell,
Who found that some sand
Had got into his shell.
It was only a grain,
But it gave him great pain.
For oysters have feelings
Although they're so plain.
Now, did he berate
The harsh workings of fate
That had brought him
To such a deplorable state?
Did he curse at the government,
Cry for election,
And claim that the sea should
Have given him protection?
"No," he said to himself
As he lay on a shell,
Since I cannot remove it,
I shall try to improve it.
Now the years have rolled around,
As the years always do,
And he came to his ultimate
Destiny . . . stew.
And the small grain of sand
That had bothered him so
Was a beautiful pearl
All richly aglow.
Now the tale has a moral,
For isn't it grand
What an oyster can do
gedichten
Compassion
A beggar in the street I saw,
Who held a hand like withered claw,
As cold as clay;
But as I had no silver groat
To give, I buttoned up my coat
And turned away.
And then I watched a working wife
Who bore the bitter load of life
With lagging limb,
A penny from her purse she took,
And with sweet pity in her look
Gave it to him.
Anon I spied a shabby dame
Who fed six sparrows as they came
In famished flight;
She was so poor and frail and old,
Yet crumbs of her last crust she doled
With pure delight.
Then sudden in my heart was born
For my sleek self a savage scorn,
Urge to atone;
So when a starving cur I saw
I bandaged up its bleeding paw
And bought a bone.
For God knows it is good to give;
We may not have so long to live,
So if we can,
Let's do each day a kindly deed,
And stretch a hand to those in need,
Bird, beast or man.
Je zus in islaam, Maimunah
Dit is je zus; je zus in islaam,
je kent haar niet, niet eens haar naam.
Zie hoe onze blikken naar haar kijken,
of haar kleren wel islamitisch lijken.
Onze hoofden zijn vol met gedachten,
over wat wij van een moslima verwachten;
hoofddoek, jelleba, bescheiden gedrag,
geen geroddel, strakke kleren of luid gelach.
Geen gedrag waarmee zij mannen bekoort,
iedereen weet wel hoe het eigenlijk hoort.
Maar dat jouw zus; je zus in islaam,
die dat alles ver van zich af voelt staan,
geen hand naar zich krijgt toegereikt,
dat is toch iets waaruit geen zusterschap blijkt?
Waarom niet zeggen "Lieve zus, ik kan je begrijpen,
ik weet wel dat je stap voor stap zal rijpen.
Als je warmte en liefde met ons gaat delen,
zal de harde buitenwereld je minder schelen!
Als islaam ook jouw basis worden gaat,
dan loop je straks niet meer met jongens op straat.
Samen zullen we iets in islaam gaan bouwen,
zodat Allaah van ons zal houden."
Vergeving, geduld, liefde en kennis in praktijk,
maakt dat niet ieder van ons enorm rijk?
Denk na: wat maakt jou echt tevreden?
Een film? Een feest? Of meisjes helpen die ooit erg leden?
Alleen zijn is niet goed, dan sta je niet sterk
Samen in islaam, dat is ons werk!
Isn't the woman there my sister
Isn't the woman there my sister?
in Islaam, I mean to say.
For I just took my shahaadah
at the masjied here today.
Isn't the woman there my sister?
I openly ask without any qualms.
The one who just walked past me
without offering me her salaams.
Isn't the woman there my sister,
though she stands alone to pray.
Each time I move to touch her shoulder
she takes a step and pulls away.
Isn't the woman there my sister,
the lady that is not of my race.
For both of us are muslim women
with varied hues making up our face.
Isn't the woman there my sister,
who laughed and made fun of me.
And those other sisters of mine who listened,
doesn't their silence make them also guilty?
Isn't the woman there my sister,
who didn't call me when I was sick.
For she seems to only show concern
for those special sisters, in her own click.
Isn't the woman there my sister,
who I invited for iftar in my home.
But unfortunately she did not make it,
how I wish she had bothered to phone.
Isn't the woman there my sister,
don't we both love our religion; this Deen?
Then why am I sharing my lament
about her being uncaring, indifferent and mean?
Isn't the woman there my sister?
Won't she open up and try to treasure
the love I want and need to share with her
as we both seek Allaah’s Merciful Pleasure.
Mijn moeder kan beter dan ik dichten, Mina.
Mijn moeder kan beter dan ik dichten.
Dat heeft ze geleerd tijdens het hoeden
van de koeien en de schapen.
Dat heeft ze geleerd wanneer ze 'rha' moest draaien
voordat de zon opkwam.
Dat heeft ze geleerd bij het halen van water uit de put
kilometers verderop.
Mijn moeder kan beter dan ik dichten.
Dat heeft ze geleerd slapend op het open dak
kijkend naar duizend heldere sterren.
En tussen de doodse stilte van de graven,
luisterend naar de recitatie van de qur'aan.
Mijn moeder kan beter dan ik dichten.
Dat heeft ze geleerd tijdens het melken van de geiten
's morgens vroeg voor de hele familie.
En het bakken van een dozijn broden in de oven.
Dat heeft ze ook geleerd tijdens het dragen van tonnen water
op haar tere rug voor haar zieke kinderen.
Mijn moeder kan beter dan ik dichten.
Dat heeft ze geleerd bij het wassen van kleren in de stromende rivier
en het schilderen van hennah op handen van de bruiden.
Dat heeft ze geleerd door ritmisch met haar schouders te dansen
en met haar voeten te stampen.
Mijn moeder kan beter dan ik dichten.
Dat heeft ze geleerd toen ze haar geliefde dorp achter liet
en naar Tanger verhuisde voor een paar dirhams.
Mijn moeder kan beter dan ik dichten.
Dat heeft ze geleerd toen ze Marokko achterliet
en in Nederland kwam wonen voor een paar guldens.
En haar dierbare zoon daar alleen achterliet.
Mijn moeder kan beter dan ik dichten,
hoewel ze nooit een pen heeft vast gehad.

Ik groeide op tot een volwassen meid, Maimunah.
Ik groeide op tot een volwassen meid,
en besteedde aan mijn familie maar weinig tijd.
Ik voelde me van mijn ouders vervreemd
en van mijn cultuur, mijn wortels ontheemd.
Mijn moeder kwam nooit naar de ouderbezoeken,
mijn vader negeert me vanwege mijn broeken.
Mijn broer, met wie ik vaak goed kon praten,
heeft ons huis laatst plotseling verlaten.
Van kleins af aan had ik altijd een droom;
een gezellig huis, sfeervol, een home!
Maar we leven al jaren langs elkaar heen,
het voelt thuis zo koud, zo kil als een steen.
Ik draag sinds mijn dertiende al deze kleren,
zoek liefde van jongens, van mannen, van heren.
Ik hoopte altijd dat ik met mijn zichtbare string
op een dag de blik van een mooie jongen opving
en vervolgens in zijn armen alles zou gaan vergeten
wat ik in mijn bewustzijn niet langer wil weten.
Eindelijk voelen wat liefde, wat warmte is,
na al die jaren van vreselijk gemis.
Nadat ik mij aan hem had gegeven
wilde ik voor altijd met hem samen leven.
Het bleef maar spelen in mijn gedachten,
maar hij zei iedere keer dat ik nog moest wachten.
Ik ging van hem houden, me diep aan hem hechten,
wou voor een leven met hem samen vechten.
Ik raakte zwanger, het was niet zo bedoeld.
Ik was zo blij, had me nooit zo gevoeld!
Toen de vreugde opwelde en ik het hem vertelde
sloeg hij in mijn gezicht, ik verloor evenwicht,
viel op de grond, hoorde toen uit zijn mond:
"Ik zal wel betalen, maar je moet 't weghalen,
ik ben er niet klaar voor om me te binden,
ik denk dat je maar een andere jongen moet vinden."
Zo heb ik mijn liefste en mijn baby verloren
en kan geen een man mij ooit nog bekoren.
Ik besloot te gaan leren, heel hard te studeren,
mijn hoofd van mijn hart te laten gaan winnen,
een heel nieuw leven voor mijzelf te beginnen,
niemand te vertrouwen; ze zullen niet van me houwen...
Maar vandaag kwam ik mee naar deze moskee,
Ik wou niet gaan, ik had geen tijd.
Maar ik voel hier iets dat mijn hart verblijdt.
Ik wist niet dat hier meisjes kwamen zoals mij,
die zitten dicht naast je, voor je, zij aan zij.
Ik zie in hun ogen iets dat ik herken,
en merk dat ik niet langer de enige ben.
Ik durf niet te voelen, durf niet te kijken,
maar zie een hand naar m'n been uitreiken.
De hand is warm, van een zuster die lacht,
ik kijk in haar ogen, ik zie zoveel kracht!
Ze zegt: "Ik houd van jou vanwege islaam,
zul je altijd hier blijven komen gaan?"
Een traan uit mijn oog valt neer op mijn wang,
dit is heel wat anders dan eigenbelang.
Dit is wat ik miste in mijn eenzame leven,
dat mensen elkaar vanwege Allaah kunnen geven.
Ogen van een hart dat mij ziet hoe ik ben,
is een gevoel dat ik al lang niet meer ken.
Mijn hart was te lang niet met Allaah verbonden,
ondanks dat heeft Hij mij hierheen gezonden.
En kijk wat ik vind en wat ik hier tref:
wat een prachtig gevoel; wat een heerlijk besef!
Ik wil mij bekeren; over mijn roots gaan leren.
Ik heb nooit geweten, nooit eerder gedacht;
ik behoor tot een oud islamitisch geslacht!
Laat ik blij zijn, er trots op gaan wezen,
alles over islaam gaan leren en lezen.
Op een dag met een broeder gaan trouwen
die omwille van Allaah van mij zal houwen.
Zodat ik onze kinderen een bodem kan geven
voor een islamitisch, succesvol leven.
Ik hoop dat jullie er altijd zullen zijn,
voor ieder meisje met verdriet en pijn.
Zodat jullie haar alles leren,
en zij met zelfvertrouwen terug kan keren
naar de harde buitenwereld die op haar wacht,
geef elkaar die liefde, die warmte, die kracht!
Moeders en dochters
In een volksuniversiteit
verkocht een vrouw brochures en zei
ik ben de moeder van Frigga
die straks de lezing houdt
Op een vergadering van vrouwen voor vrede
smeerde een vrouw broodjes en zei
ik ben de moeder van Eva
die jullie allemaal kennen
Bij een demonstratie
droeg een vrouw het spandoek en zei
ik ben de moeder van Maria
dat had ze zo bedacht
Toen ik het voor de derde keer hoorde
moest ik huilen
omdat mijn moeder niet achter me staat
En ik die mooie woorden
alleen van anderen heb gehoord
die mij omhelsden en zeiden
ik zou je moeder kunnen zijn
je bent het heb ik eens gemompeld
ach het was niet waar
maar ze gaf mij een vest
omdat ze zag hoe koud ik het had

Even iets van God
Een arm om je heen
als je moe bent en koud.
Een mens die je troost
en die veel van je houdt.
Een hand in jouw hand
als je niet durft te gaan.
De stem die je roept
als je eenzaam blijft staan.
Soms zie je even in je leven
zomaar iets van God.
Een blik vol begrip
als je voelt het gaat mis.
Een mens die juist komt
als er niemand meer is.
Een woord dat je raakt
dat je moed geeft en kracht.
Een kans die je krijgt
die je nooit had verwacht.
Soms zie je even in je leven
zomaar iets van God.
Een mens die je zegt:
Toe, je kunt het, komaan!
Een droom die je helpt
om weer verder te gaan.
Een teken van leven
dat maakt je dag weer goed.
Als jij het niet kan
komt er iemand die het doet.
Soms zie je even in je leven
zomaar iets van God,
even iets, even iets van God.

She smliled...
She smiled at a sorrowful stranger.
The smile seemed to make him feel better.
He remembered past kindness of a friend
And wrote him a thank you letter.
The friend was so pleased with the thank you
That he left a large tip after lunch.
The waitress, surprised by the size of the tip,
Gave part to a man on the street.
The man on the street was grateful,
For two days he'd had nothing to eat.
After he finished his dinner,
He left for his small dingy room.
He didn't know at that moment
that he might be facing his doom.
On the way he picked up a shivering puppy
And took him home to get warm.
The puppy was very grateful
To be in out of the storm.
That night the house caught on fire.
The puppy barked the alarm.
He barked till he woke the whole household
And saved everybody from harm.
One of the boys that he rescued
Grew up to be president.
All this because of a simple smile
That hadn't cost a cent.










