het kind schildert
dan volgt een grote lawaai
Ingrid Lenaerts
het kind schildert
en ik wil die ritus niet meemakenHet ruikt hier muf naar aardappelschillen
voor het varken van de boer van hiernaast
het is zijn laatste exemplaar dat hij koestert
alvorens de slacht weer onder ons zal zijn
En ik wil deze ritus niet meemaken
het brullen van het arme beest naar een waarom
zonder antwoord de laatste gil zoals
een stoomfluit van een ouderwetse trein
Nu kan het nog dromen van de boomgaard
toen het op zijn flanken lag
onder modder te drogen in de zon
met een margriet tussen de bek
als een zalige nietsdoener
Hij weet niet wat hem te wachten staat.
Ik wel en ik gruwel daarvan
Ingrid Lenaerts
Zij, de del
de bloemen
verdriet
WolkenVeel winterwolken
drijven laag over de akkers
naast sompig weiland
Ingrid Lenaerts
de winter vertrekt
rijzende sterEen rijzende ster
schittert over land en zee
tot de gloed uitsterft
Ingrid Lenaerts
regendagTrieste regendag
met zesentwintig letters
hoop op zonneschijn
Ingrid Lenaerts
ons nestje

vrouw met winkelwagentje.De oude vrouw van hierboven
zoals een triestige regendag
haar niet spaart
sjokt de straat op
met haar lege winkelwagentje.
ze loopt traag en moeilijk
Wagens zonder enige enige menselijkheid
in hun borstkas
scheren voorbij als wilde mannen
schurend door de plassen
In een waterstraal van modder
en smeurie wordt zij ondergedompeld
balt de vrouw haar vuisten
als een gewond dier.
Ingrid Lenaerts
bladeren
schoppen
merel
gespletenZoals een nauwe kloof in een rots
gespleten door natuurgeweld
zoals gekliefd brandhout
werd zij uiteengereten
door de twijfel welke richting
zij zou kiezen
inwonen bij één van haar ouders
die ze aan elkaar wou klinken
bij hun vechtscheiding
Zij voelde zich verongelijkt
door beide volwassen
die ze als rotegoïsten brandmerkte
tot ze uiteindelijk in het vaartuig
van de wijde weer stapte
zonder nog iets te verklaren
Ingrid Lenaerts

De zon heeft mij ingepakt
gesjaald tot de tanden
onherkenbaar ben ik nu
met deze kleurrijke kleren
een jurk tenvoeten uit
lange jassen van grove stof
beschermd tegen zand en wind
zo voor een kamelentocht
met een karavaan door de woestijn
dit is geen grap geen carnaval
Ik voel me vreemd in mijn vel
alsof een ander mijn plaats inneemt
En toch alles is echt vooruit dan maar.
Ingrid Lenaerts
merels