Geef toe nu heb je nog niets op je bord
Ingrid Lenaerts


vrouw met winkelwagentje.De oude vrouw van hierboven
zoals een triestige regendag
haar niet spaart
sjokt de straat op
met haar lege winkelwagentje.
ze loopt traag en moeilijk
Wagens zonder enige enige menselijkheid
in hun borstkas
scheren voorbij als wilde mannen
schurend door de plassen
In een waterstraal van modder
en smeurie wordt zij ondergedompeld
balt de vrouw haar vuisten
als een gewond dier.
Ingrid Lenaerts
bladeren
schoppen
merel
gespletenZoals een nauwe kloof in een rots
gespleten door natuurgeweld
zoals gekliefd brandhout
werd zij uiteengereten
door de twijfel welke richting
zij zou kiezen
inwonen bij één van haar ouders
die ze aan elkaar wou klinken
bij hun vechtscheiding
Zij voelde zich verongelijkt
door beide volwassen
die ze als rotegoïsten brandmerkte
tot ze uiteindelijk in het vaartuig
van de wijde weer stapte
zonder nog iets te verklaren
Ingrid Lenaerts

De zon heeft mij ingepakt
gesjaald tot de tanden
onherkenbaar ben ik nu
met deze kleurrijke kleren
een jurk tenvoeten uit
lange jassen van grove stof
beschermd tegen zand en wind
zo voor een kamelentocht
met een karavaan door de woestijn
dit is geen grap geen carnaval
Ik voel me vreemd in mijn vel
alsof een ander mijn plaats inneemt
En toch alles is echt vooruit dan maar.
Ingrid Lenaerts
merels
met twee kapotte sokken - kolder
gekortwiekt
angstBang als een bibberende haas
Zwetend als een trekpaard
sta ik te wachten op mijn verdict
ben ik nu veroordeeld
niet geslaagd voor deze job
die ik zo graag doen wou
die mij slapeloze uren bezorgde?
Altijd zijn er wel ergens anderen
die met hun ogen rollen
of schuddeboezemen met hun sexy kont
ik durf dat niet durf dat niet
Ik maak mezelf maar iets wijs
leeuw zonder tanden die ik ben
Slaaploze nachten
Daar is de brief met resultaten
Zou ik hem openen?
Ingrid Lenaerts

de rode draad
herinneringen in het achterhhoofd
onbegrijpelijk
februarilicht
laagstam