en alsof ik was.
En alsof ik de bouwheer van beluiken was
en er de fabriekspijpen liet braken
de sombere rook uit hun bek
Alsof ik te vondeling werd gelegd
ik een rood lijveken droeg
te schande gebrandmerkte wees
die aan de borst van een min lurkte
Alsof ik de pest en de cholera verspreidde
neen het had niet mogen zijn
Ik zou van adel moeten zijn
een dame met bleke huid op het strand
niet die boerin op het land
tussen varkens en koeien .
te min te luizig nest.
Ingrid Lenaerts

