Vlaardingse stadsfeesten
je vaart als matroos
Ingrid Lenaerts

Vlaardingse stadsfeesten
geblaf Het hondengeblaf
weerklinkt schel tegen de muur
in het maannachtlicht
Ingrid Lenaerts
rozenblaadjesZij laat de rozenbaadjes dwarrrelen
vanaf het liefdesbalkon
waar Eros haar bekoorde
en zij in zijn ogen verzonk
Zij alleen wil dat de wind haar zal voeren
op gele witte roze en rode wervelingen
tegen de avondzon
Zij wacht tot Eros weerkeert
nu hij weet dat zij hem liefheeft.
Ingrid Lenaerts
proefrit
Onzekerheid
draait als een windmolen
in het hoofd
waait als noorderwind
over de kavels van het geheugen
hakt als een bijl
in de zee van emoties
Ze deugt voor niets
tenzij voor destabilisatie
van ons al te korte bestaan
Ingrid Lenaerts
zonsondergangVanuit het raam zie ik de zonsondergang
allicht voor de laatste maal in dit huis
Het maakt me heel weemoedig
ik lijk in een vaccum van korte tijd te zitten
tussen nu en de overbrugging naar morgen
Nog voor zondogopgang wordt een punt gezet
voor jaren in deze woonst die de onze was
Ik schrijf haar requiem vannacht
Dan rijdt morgen vroeg de verhuiswagen voor
de laatste spullen worden ingetast
We rijden dan richting meubelcontainer
onze laatse eigenste spullen moeten nu wachten
op een nieuw leven dat we de bel aanbinden
hopelijk over zes maanden
Inmiddeels hebben wij onszelf vogelvrij verklaard.
Ingrid Lenaerts
een yachtEen yacht als een must
een yacht als prestigeprentje
voor de grote wereld
een haven aan de middellandse zee
vol idylle en luxe
voor enkelen
die de centen kunnen laten rollen
voor vertier en vertoon
hupse boezems gestroomlijnde billen en dito kontjes
plus champagne en kaviaar niet te vergeten
aan dek in de zon de toast op het leven
terwijl Jan met de pet
op tv mag mag apegapen
hoe de jetset verkwist
om zich te bevestigen
Ik huiver bij deze taferelen.
Ingrid Lenaerts
tot elke prijsTot elke prijs zoekt ze meer
aandacht liefde geloof genegenheid
ze bliksemt zware tol
voor wie haar niet erkent
ze rijt je open als een aasgier
voor wie haar mijdt
ze wil er bij horen
maar weet echt niet hoe
te blauw te rood of te groen
te kort te lang te dik
ze vindt de oplossing niet.
Tot elke prijs zal ze je vinden
met haar grote honger naar meer
tot elke prijs
Ingrid Lenaerts
heersers.In zilvergrijze vlucht wieken meeuwen
over rimpelend water dat zon weerkaatst
ze krijsen als vermoord de stilte stuk
De vissers aan de oever van het meer,
ze blijven immobiel voor de loerende vogels
naar aas dat ze weg kunnen ritsen over de plas
Ze vliegen heen en komen weer aanzetten
even luidruchtig als voorheen
Zij voelen er zich heersers van de morgentijd
Niemand zal hen dit ontnemen bevestigen ze.
ze tronen boos in de lucht .
Ingrid Lenaerts
tegen het lijfTegen het lijf loopt de spiegel stuk.
teveel hoofd teveel borst en romp
meters armen en logge benen
moe van werken gevuld tot de nok
erkent de wereld zijn volgeling
zijn koning zijn zot zijn bedelaar
zoveel wijsheid zoveel dwaasheid
houdt hij logisch vast
men geeft een domme prijs
voor altijd zijn schijn
zijn wereld zijn afstand
opgebroken afgebroken.
Ingrid Lenaerts
wonenAls een spring in het veld staat haar wonen
in gedachten geprint als een sonore kubus
één open ruimte waarde zon speelt achter wolken
met licht als een reine vuurwerkmaker
Waar het water in de tuin kabbelt tussen groen
overkoepeld door een doorschijnend dak
in plexiglas zit de doorkijkmagie naar de hemel
bij licht en sombere dagen als een binneste buiten
slapen eten werken beminnen in de open ruimte
staat synoniem voor de echte vrijheid der daden
de nieuwe normen in nieuwe dagen als zwevend elfje
waarvan zij droomt dit bouwidee te verwezenlijken.
Ingrid Lenaerts
voor een goede daadAls halfzacht bevonden de naïeve tante
niet cool genoeg en afstandelijk
als het staalblauw van de lucht
boven de uitgestrekte ijsvlakten
Teveel behulpzaamheid roept om zwakte
laat dat toch, het maakt niet uit
mijn zorgen niet mocht zij almaar horen
ze noemden haar de begijn van het noorden
zoveel verwijten van koele kikkers
om begrip voor minderbedeelden
en dat allemaal om de goede daad
Zij wordt als wereldvreemd beschouwd
de wereld op zijn kop.
Ingrid Lenaerts
voor een kwartje
zeg niet
Regen in het parkHet park ziet er maar verdrietig uit
de regenbuien hebben het geteisterd
wegen zijn kleine riviertjes van modder
putten gevuld plassen
Bomen en struiken rillen in hun blaren plunje
Hun stammen verdampen als waterhoenen
die zo net aan de waterrand geklommen zijn
Er is geen hond of kat te zien
Slechts wat mist en een druilerige stilte
als een pester van deze grauwe zondagmorgen
Ingrid Lenaerts
avondluchtGrote wolken drijven voorbij als paardenfluisteraars
in de nek van het dier dat ze bezweren.
Ze hebben grote haast in hun lijven
omde wolkentrein niet te verbreken
Ze trekken voorbij als een reuzenstoet
in de schaduw van een waterzon
die hun koppen hel verlicht
verblindend wit op hemes blauw
Soms denken we dat ze samen uit schilderen gaan
aquarellen toveren als de meest volmaakte
Eindeloos staren we ze na tot over de horizonten
Ze gaan en ze komen zonder bestemming
laten ons het raden wat ze doen en laten.
Ingrid Lenaerts
met de zon op schoot bij de burenIn één schreeuw van boeiende blijdschap
de zon laat zich weer zien
als boodschapper van licht en blauwe lucht
de thuisbasis staat in rep en roer
tuinstoelen worden buiten gezet
tafels met een luchtige tint en zonneschermen
om in te luieren op een lauw ritme
van een briesje dat nog nauwlijks takken beweegt
Ze nemen de zon in hun midden ops choot
onder olie met beschermende factor
en een nieuwe zonnebril Hollywood look
en dat allemaal terwijl wij als assepoesters
onze woning opruimen ten definitieve titel.
de zon moet voor ons nog even wachten
Ingrid Lenaerts

woorden
Het regent in termen van herinneringen