heersers.
In zilvergrijze vlucht wieken meeuwen
over rimpelend water dat zon weerkaatst
ze krijsen als vermoord de stilte stuk
De vissers aan de oever van het meer,
ze blijven immobiel voor de loerende vogels
naar aas dat ze weg kunnen ritsen over de plas
Ze vliegen heen en komen weer aanzetten
even luidruchtig als voorheen
Zij voelen er zich heersers van de morgentijd
Niemand zal hen dit ontnemen bevestigen ze.
ze tronen boos in de lucht .
Ingrid Lenaerts

