zeg niet
Voor jou, zwem ik rondje na rondje
Ik wil mijn goudvis zijn vieren niet bij jou
zeg niet
Regen in het parkHet park ziet er maar verdrietig uit
de regenbuien hebben het geteisterd
wegen zijn kleine riviertjes van modder
putten gevuld plassen
Bomen en struiken rillen in hun blaren plunje
Hun stammen verdampen als waterhoenen
die zo net aan de waterrand geklommen zijn
Er is geen hond of kat te zien
Slechts wat mist en een druilerige stilte
als een pester van deze grauwe zondagmorgen
Ingrid Lenaerts
avondluchtGrote wolken drijven voorbij als paardenfluisteraars
in de nek van het dier dat ze bezweren.
Ze hebben grote haast in hun lijven
omde wolkentrein niet te verbreken
Ze trekken voorbij als een reuzenstoet
in de schaduw van een waterzon
die hun koppen hel verlicht
verblindend wit op hemes blauw
Soms denken we dat ze samen uit schilderen gaan
aquarellen toveren als de meest volmaakte
Eindeloos staren we ze na tot over de horizonten
Ze gaan en ze komen zonder bestemming
laten ons het raden wat ze doen en laten.
Ingrid Lenaerts
met de zon op schoot bij de burenIn één schreeuw van boeiende blijdschap
de zon laat zich weer zien
als boodschapper van licht en blauwe lucht
de thuisbasis staat in rep en roer
tuinstoelen worden buiten gezet
tafels met een luchtige tint en zonneschermen
om in te luieren op een lauw ritme
van een briesje dat nog nauwlijks takken beweegt
Ze nemen de zon in hun midden ops choot
onder olie met beschermende factor
en een nieuwe zonnebril Hollywood look
en dat allemaal terwijl wij als assepoesters
onze woning opruimen ten definitieve titel.
de zon moet voor ons nog even wachten
Ingrid Lenaerts

woorden
Het regent in termen van herinneringen
schapen
een kerk van kristal
ze hebben hetEr is geen stijl die ze niet delen
ze hebben allles op zak
uit de middeleeuwen Renaissance of Barok
de gouden eeuwen kenden ze ook
de hongersnood de vernedering
uitbuiting en armoede
flaminganten en franskiljons
de grootsheid hardleers
het woord het misprijzen de controverse
het cynisme
het water de haven het kapitaal
de trots zit verwevn
in eeuwen geschiedenis en bewustzijn .
Ingrid Lenaerts
belfort te Gen tNiet het nut wel de grandeur
de macht van een toren
het uitzicht over rijksgebied
horizonten onder de voeten
rondom koninklijk of keizerlijk
wat maakte het uit in eeuwen
het was de vrijheid van de burger
het lieve dwarsliggen en brommen
in de kuip de stem van de democratie
met de klank der klokken
de beiaard die het speelde
in de festiviteit der geesten
zo is en was symboliek
van dit grootse belfort
zoals de Gentse koppige fierheid.
Ingrid Lenaerts
en alsof ik was.En alsof ik de bouwheer van beluiken was
en er de fabriekspijpen liet braken
de sombere rook uit hun bek
Alsof ik te vondeling werd gelegd
ik een rood lijveken droeg
te schande gebrandmerkte wees
die aan de borst van een min lurkte
Alsof ik de pest en de cholera verspreidde
neen het had niet mogen zijn
Ik zou van adel moeten zijn
een dame met bleke huid op het strand
niet die boerin op het land
tussen varkens en koeien .
te min te luizig nest.
Ingrid Lenaerts
industrie
geld
pijl en boog
dit ruige lijfDit ruige lijf draagt baard en vloek
blaast de bombardon van angst
kwaakt als de kikker
bolle dagen van verzet
Bij nacht zoekt hij warmte
bij de haard waar hij zijn liefde droomt
waar al zijn zinnen tintelen als tentakels
die hij niet spreiden kan
Dit ruige lijf van harde taal en beton
verbergt zijn verdriet
dat innerlijk gloeit en zoekt naar respons
een antwoord gebeiteld in mensentaal.
Ingrid Lenaerts
opzolder 2De zoldergeesten hebben ons gehoord
ze zijn beledigd door het brusk ontwaken
dat wij hen opleggen rauw en onbarmhartig
nemen nu weerwraak door hun stofgezellen
die ze activeren met niesbevorderend poeder
Wij worden er door overrompeld
moeten hoesten en proesten
onze ogen tranen van de prikkeling
Ook de spinnen tussen de hanebalken vluchten
Muizen hebben sporen nagelaten
We huiveren bij deze onderneming
De opruimingswerken op zolder
Wij worden niet gespaard.
Ingrid Lenaerts
op zolder 1