Ook weerspiegelt avondlucht zijn wolken
Tussen de struiken de heilige harmonie
Ingrid Lenaerts

ze hebben hetEr is geen stijl die ze niet delen
ze hebben allles op zak
uit de middeleeuwen Renaissance of Barok
de gouden eeuwen kenden ze ook
de hongersnood de vernedering
uitbuiting en armoede
flaminganten en franskiljons
de grootsheid hardleers
het woord het misprijzen de controverse
het cynisme
het water de haven het kapitaal
de trots zit verwevn
in eeuwen geschiedenis en bewustzijn .
Ingrid Lenaerts
belfort te Gen tNiet het nut wel de grandeur
de macht van een toren
het uitzicht over rijksgebied
horizonten onder de voeten
rondom koninklijk of keizerlijk
wat maakte het uit in eeuwen
het was de vrijheid van de burger
het lieve dwarsliggen en brommen
in de kuip de stem van de democratie
met de klank der klokken
de beiaard die het speelde
in de festiviteit der geesten
zo is en was symboliek
van dit grootse belfort
zoals de Gentse koppige fierheid.
Ingrid Lenaerts
en alsof ik was.En alsof ik de bouwheer van beluiken was
en er de fabriekspijpen liet braken
de sombere rook uit hun bek
Alsof ik te vondeling werd gelegd
ik een rood lijveken droeg
te schande gebrandmerkte wees
die aan de borst van een min lurkte
Alsof ik de pest en de cholera verspreidde
neen het had niet mogen zijn
Ik zou van adel moeten zijn
een dame met bleke huid op het strand
niet die boerin op het land
tussen varkens en koeien .
te min te luizig nest.
Ingrid Lenaerts
industrie
geld
pijl en boog
dit ruige lijfDit ruige lijf draagt baard en vloek
blaast de bombardon van angst
kwaakt als de kikker
bolle dagen van verzet
Bij nacht zoekt hij warmte
bij de haard waar hij zijn liefde droomt
waar al zijn zinnen tintelen als tentakels
die hij niet spreiden kan
Dit ruige lijf van harde taal en beton
verbergt zijn verdriet
dat innerlijk gloeit en zoekt naar respons
een antwoord gebeiteld in mensentaal.
Ingrid Lenaerts
opzolder 2De zoldergeesten hebben ons gehoord
ze zijn beledigd door het brusk ontwaken
dat wij hen opleggen rauw en onbarmhartig
nemen nu weerwraak door hun stofgezellen
die ze activeren met niesbevorderend poeder
Wij worden er door overrompeld
moeten hoesten en proesten
onze ogen tranen van de prikkeling
Ook de spinnen tussen de hanebalken vluchten
Muizen hebben sporen nagelaten
We huiveren bij deze onderneming
De opruimingswerken op zolder
Wij worden niet gespaard.
Ingrid Lenaerts
op zolder 1
Ik verf uw muur romerood van verwachting
een zucht in deze koude dagen te weten
dat we bloeddarmoedig hunkeren , ons keren
naar de schaduw van de milde zomerzon
in brede landschappen op hun rug
cypressen staig in hun heren wacht
staalblauw schieten we het zenit open
ogenblik en wachten in winter
verwezen vuur dat kantelt in meer
dan schichtige vlammen van verlangen
onkundig als we zijn elkaars lief en leed
zwijgen we dit levenslang.
Een kortverhaal van dag en nacht
RoepRoep mijn liefste zijn stem in een notendop
aat ze kiemen tussen wal en schip
in het ei, of is ze dekip nabij
wie zoekt die vindt zijn schaduw.
in de zomer ophet lome erf , de hond
de eelt op de droom van ons pachtgoed
Om God zeggen we is de zon zo zo vrij
sleept het oerstof in zijn sporen
woorden wakker tot angst ontgaapt
uit elke morgen onze mond dods.
de bomen lachen groen te velde
Roep mijn liefste zijn stem uit de notedop.
In onze greep van het enige zicht.
Ingrid Lenaerts
kinderen van ...
Nadine
ik zagIk zag geen meester op het land
geen helling in de zon op de terrassen
de weg liep droog op zijn borst
aan de rand, alleen de viersprong
van kiezen of delen geven of nemen
hij koos ik deelde het lot ongewild
hij nam de maan op schoot
ik gaf mijn naam op als verleden
heden een toekomst als spiraal
Hij daalde neer langs zoveel lijnen
onthouiden van aarde de harde kluiten
de zweer al ploegde hij ze om en om.
het verweer van dag tot dag , ik kwam
thuis te traagom de diepe pijn
dan alleen maar zot en bot te vieren
de eeuwige afstand in mijn handen.
Ingrid Lenaerts
Uit Vikingskoorts 1996

Bij minderheidBij minderheid oplossingen gezocht
om het probleem van verwoording
laat teksten met geladen gevoelens twijfelen
zichzelf prijs te geven in het gedicht
waarvoor ze borg bieden bij het raden naar.
Het blijft onuitgesproken de wens
zich onherkenbaar te uiten om magie
de kans die biedt , de kans die vervliedt
in de holten van de aanschakeling der woorden
de kracht van het gedicht
te ontbolsteren dat ding
dat de levensvragen biedt.
Ingrid Lenaerts
lettersUit het alfabet dwarrelen zes letters
ze vallen speels bijeen in het woord liefde
dat zijn vlucht maakt over de stad
als een ware goudwaarde
die iedereen wil hebben en nog hebben
houden maar soms verliest
soms verdoet tot snippers van niemedal
verwaaiend in de wind
die het woord ontkeedt tot op het bot
de letters uiteen blaast
alleen nog even vervreemdende resten
die smeulen in het parcours van asboulevard
Ingrid Lenaerts

Voor het oog de modellenshow
op lege pleinen zoals een standbeeld
in een fabrieksruïne jeugd naast verval
in de parken guitig de lach als natuur
op de fiets de kracht in rust
aan zee op een strand charme en bekoring
op de boerderij het gezonde stoere
daarnaast het hype type kort vanstof
voor elk wat wils in elk uur
de lingerie,de stads en strandkledij
de trouwpartij en disgenoten
de hoogdagen van de sport
de zwangere en het kind
voor een maatje meer
en al wie zoekt
Voor het oog catwalk en pose
om je beter te dienen met mode
en haar varianten door tijden heen
Ingrid Lenaerts
om den brode