Ingrid Lenaerts
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
woorden
Ingrid Lenaerts
Het regent in termen van herinneringen
Papier dat ruikt naar vergankelijkheid
de inventaris van een verleden
Ingrid Lenaerts
schapen
Ingrid Lenaerts
hoewel de zomertijd in aantocht was
moeder was weer opgenomen in het PZ.
aan een vreemde wereld
Het relaas van haar zieleboek
Ingrid Lenaerts
een kerk van kristal
was oneindig helder water
Ingrid Lenaerts
Ook weerspiegelt avondlucht zijn wolken
Tussen de struiken de heilige harmonie
Ingrid Lenaerts
ze hebben het
Er is geen stijl die ze niet delen
ze hebben allles op zak
uit de middeleeuwen Renaissance of Barok
de gouden eeuwen kenden ze ook
de hongersnood de vernedering
uitbuiting en armoede
flaminganten en franskiljons
de grootsheid hardleers
het woord het misprijzen de controverse
het cynisme
het water de haven het kapitaal
de trots zit verwevn
in eeuwen geschiedenis en bewustzijn .
Ingrid Lenaerts
belfort te Gen t
Niet het nut wel de grandeur
de macht van een toren
het uitzicht over rijksgebied
horizonten onder de voeten
rondom koninklijk of keizerlijk
wat maakte het uit in eeuwen
het was de vrijheid van de burger
het lieve dwarsliggen en brommen
in de kuip de stem van de democratie
met de klank der klokken
de beiaard die het speelde
in de festiviteit der geesten
zo is en was symboliek
van dit grootse belfort
zoals de Gentse koppige fierheid.
Ingrid Lenaerts
en alsof ik was.
En alsof ik de bouwheer van beluiken was
en er de fabriekspijpen liet braken
de sombere rook uit hun bek
Alsof ik te vondeling werd gelegd
ik een rood lijveken droeg
te schande gebrandmerkte wees
die aan de borst van een min lurkte
Alsof ik de pest en de cholera verspreidde
neen het had niet mogen zijn
Ik zou van adel moeten zijn
een dame met bleke huid op het strand
niet die boerin op het land
tussen varkens en koeien .
te min te luizig nest.
Ingrid Lenaerts
industrie
op zweet en stank van arme luizen bij de vleet
voor een bete broods en een geut karnemelk
waar geneukt en geborreld werd tot dood.
Ingrid Lenaerts
22 mei 2006
geld
het laat zich draaien naar eigen wijsheid
het is een van de grote "G" 's scepterzwaaiend
Laat het geld je toelachen
Ingrid Lenaerts
pijl en boog
Ingrid Lenaerts
dit ruige lijf
Dit ruige lijf draagt baard en vloek
blaast de bombardon van angst
kwaakt als de kikker
bolle dagen van verzet
Bij nacht zoekt hij warmte
bij de haard waar hij zijn liefde droomt
waar al zijn zinnen tintelen als tentakels
die hij niet spreiden kan
Dit ruige lijf van harde taal en beton
verbergt zijn verdriet
dat innerlijk gloeit en zoekt naar respons
een antwoord gebeiteld in mensentaal.
Ingrid Lenaerts
opzolder 2
De zoldergeesten hebben ons gehoord
ze zijn beledigd door het brusk ontwaken
dat wij hen opleggen rauw en onbarmhartig
nemen nu weerwraak door hun stofgezellen
die ze activeren met niesbevorderend poeder
Wij worden er door overrompeld
moeten hoesten en proesten
onze ogen tranen van de prikkeling
Ook de spinnen tussen de hanebalken vluchten
Muizen hebben sporen nagelaten
We huiveren bij deze onderneming
De opruimingswerken op zolder
Wij worden niet gespaard.
Ingrid Lenaerts
op zolder 1
Wij komen als kapers op de kust de rust verstoren
Ingrid Lenaerts
Ik verf uw muur romerood van verwachting
een zucht in deze koude dagen te weten
dat we bloeddarmoedig hunkeren , ons keren
naar de schaduw van de milde zomerzon
in brede landschappen op hun rug
cypressen staig in hun heren wacht
staalblauw schieten we het zenit open
ogenblik en wachten in winter
verwezen vuur dat kantelt in meer
dan schichtige vlammen van verlangen
onkundig als we zijn elkaars lief en leed
zwijgen we dit levenslang.
Een kortverhaal van dag en nacht
Roep
Roep mijn liefste zijn stem in een notendop
aat ze kiemen tussen wal en schip
in het ei, of is ze dekip nabij
wie zoekt die vindt zijn schaduw.
in de zomer ophet lome erf , de hond
de eelt op de droom van ons pachtgoed
Om God zeggen we is de zon zo zo vrij
sleept het oerstof in zijn sporen
woorden wakker tot angst ontgaapt
uit elke morgen onze mond dods.
de bomen lachen groen te velde
Roep mijn liefste zijn stem uit de notedop.
In onze greep van het enige zicht.
Ingrid Lenaerts
kinderen van ...
voor zorg en ook nog meer liefde
Dan sluipt het licht in de tijgerkat
Zij willen hier uittreden
Ingrid Lenaerts
Nadine
in één aden ,wij zuignappen elkaar
vast, geloof me, wij stoppen een lont
in de kont van de tijd, laat de wereld
ontploffen, wij krijsen plezier zat
tegen 't fatsoen den dikke nekken
wij muilperen onze waarheid toe
slag om stoot , een stevige zoen.
in jouw rapport buik aan buik
ik schrijf het bleod op je rug
de nageld in het vlees, ik zeg je
Nadine, ik hou bodemloos van jou
diep je roep, voorwaar geen spijt
Uit "vinkingskoorts" 1996
Ingrid Lenaerts


1 reactie op dit bericht
zeer speciaal deze