allegria
daarmee beginnen de windvogels het dansen
het op en neer in spiralen lichtvoetige zotheid
Ingrid Lenaerts
allegria
nevelOmfloerste weiden
nevelbedden dwalen traag
over de morgen
Ingrid Lenaerts
Je kan er
dat gevoel
op de zandberg
op de trappen
de loop der dingenJij liep dan weg en ik draaide met een smak
de loop der dingen als wegwaaiende zaadkorrels
gouden regen na de bloei giftig als nietéén
Cadeau doe ik je mijn afstamming in gedachten
mijn wereldbol met zoeklicht op de schaduw
van mijn rookpotten waar alles uit verwaait
Mijn parkiet in zijn witte kooi onderhoudt gezang
de kat herinnert zich wel die prooi van begeerte
en dehuismus zit nog ergens zeldzaam onder dak
Grote arend zag alle vervlogen jaren op zijn scherm
de witte muur die zijn verzande emoties projecteerde
als clown de eindeloze vlucht die mij verdreef
INGRID LENAERTS
tegendraadse samenlevingKlant van ridderlijke hoffelijkheid
bood hij zijn zitplaats aan
zomaar als bereidwillige bejaarde
aan een hooggzwangere vrouw
die hem dan koud in het gezicht slingerde
dat hij dit toch wel vroeger kon aanbieden
Ze moest al afstappen
bij de volgende halte
Verstoord de oude man
toen hij opnieuw wou gaan zitten
Een andere tiener had dit al gedaan
en grijnsde om de perverse originaliteit.
Ingrid Lenaerts

NarcissenveldNarcissen in bloei
mijn grote verwondering
bij elke lente
Ze buigen in wind
voor een klein natuurapplaus
van moeder aarde
Ingrid Lenaerts
dode herinneringEen dode herinnering op het grondgebied deugdzaamheid
Een verzameling krakers in lege panden blowen de maan
Zoals antieke schoorstenen hun rook majeur uitbraakten
Ze sluipen nu langs haar lijf met mentale sloophamers
Toen het ijsfabriek nog op volle toeren draaide bij dag en nacht
Bleef een gat in de tijd zijn muil sperren voor verandering
Die haar verankerden in het heden van staal en beton
Waar eens rijen populieren ruisten als een betovering
Het verhaal van romantiek dat nooit zou overgaan dacht zij
Het leven zo als het ten volle was zwaard danste jaren gelden
Nu nog slechts een glimp voor stadsmussen in de goot.
Ingrid Lenaerts
Haast
runderen in de wei
Weer winter
met modder
blaaskaken
verwaandOm het zout in de wonde gniffelt hij
in zijn baard die krult van leedvermaak
als hij zijn vermeende wijsheid sproeit
over het collectief van sukkelaars
die de reuzenberg willen beklimmen
als ongeoefende keutelkabouters
tot bij de grote Manitou
die zijn vleugels van papier spreidt
om in rook te verdwijnen
Ingrid Lenaerts
duinenIn de scherpe wind fluisteren helmgrassen
hun piraten - en stormverhalen aan de duinen
die dicht bij elkaar hun ruggen strekken
als muren of reuzenforten tegen overmacht
van een wilde zee zonder enige genade
die beukt en omstuimig raast in de branding
als een waterduivel die onstanpt uit de diepte
schuimbekkend van woede om de vestoorde rust
De duinen zijn altijd vol begrip en verzoening
Zij houden het bange land op afstand
terwijl het woeste water aan hun voeten likt
maar bedaart na de woede zoals een nukkig kind.
Ingrid Lenaerts
zuiders