aan de bron
Ingrid Lenaerts
aan de bron
nu deNu de dagen weer langer duisternis dragen
worden mythen en verhalen weer levend
alsof de tijd ons terugzet naar de klok van toen
De heksen en duivels klieven door de lucht
op bezems en vuurspuwende bokken
ze landen in de bossen met groot getal
ze gaan er dansen in de levenscirkels
bij het de laaiende warmte van brandend hout
ze vertellen ijzige verhalen die ze hoorden
tijdens hun zomerzwerven in het noorden
ze brouwen elkaar de afgunst en toverformules
voor de grote liefde van de winterkoning
op bezeerde voeten zetten zoeken ze zwammen
ter voorkoming van alle kwalen
de uilen en eksters zitten op takken te wachten
tot de zotte bende vertrekt naar andere tijden
Ingrid Lenaerts
herfstbladeren
eikde reuzeneik zont
terwijl zijn blaren vallen
op donkere grond
Ingrid Lenaerts
spokentochtSchrapende stemmen
van heksen met punthoeden
ze lachen gemeen
vliegen op bezems
bereiken hun kruissnelheid
hoog in de nachtlucht
ze verwachten duivels
met scherpe bokkenpoten
en een vlammenstaart
de maan bleek van angst
verstopt zich achter wolken
wil geen spektakel
de sterren verpinken
schudden hun hoofd meewarig
Wat mag dat wezen?
Ingrid Lenaerts
bij de watermolenDe watermolen
draait zijn stenen door de tijd
in tanende zon
de beek schuimbekt wild
in een donderend verval
kolkt in haar bochten
de avond valt traag
zoals een sluier verbergt
mist over het land.
Ingrid Lenaerts
groenAardebruin stof waait
over droomweiden in wording
groene blaadjes hoop.
Ingrid Lenaerts
oude stammen
wilgengrachtWilgen in water
met de wintergracht vergroeid
vereenzamen niet
ze zingen luidop
hun lied op tonen van wind
uit het noordergat
ze strekken takken
zoals armen ten hemel
wuivend naar wolken.
Ingrid Lenaerts
kilte
van een slang
van een kindgeluk van een kind
wat de brief aan de Sint schrijft
blijde verwachting
het speelgoedballet
al in zijn dromen gegroeid
vol levenssprookjes
Ingrid Lenaerts
morgenlichtEen morgenverte
haalt wat licht uit een paars palet
op de heuvelrug
het bos slaapt met deugd
door open stilte gestreeld
koestert dag en dauw.
Ingrid Lenaerts
nachtelijkDe nacht is nog jong
de wolken erg dun gezaaid
de maan eenzaam bleek.
Ingrrid Lenaerts
populierenPopulierenrij
fluistert in geel het afscheid
van zacht oktober
een vale herfstzon
begeleidt het laatste blad
weldra volgt winter
Ingrgid Lenaerts
slaapSlaap in zilverstroom
De maanschaduw verbleekt niet
bij rust van de nacht
een torenvalk vliegt
ver weg door de duisternis
met brede vleugels
Ingrid Lenaerts
.
bermOp de ruwe berm
verwelkt langzaam bereklauw
triest in de herfstzon.
Ingrid Lenaerts
lichtHij vroeg het licht klaar te worden
het liet zich niet pramen
en verscheen in helder gewaad.
sindsdien hangt een gele zon
aan het uitspansel te stralen
Wij zien haar slechts nu en dan
met mondsjesmaat van een mooie dag
Het leven is de noodzaak
als dagelijks brood
van groei en warmte
dat onze condities bepaalt
Heer en meester
van begin en einde
geboorte en dood
.Ingrid Lenaerts
Ik heb je lief
waterdruppelHet is geen nieuwe belevenis
bedacht de waterdruppel triest
terwijl hij schoof en schoof
over het raam tussen klevend stof
hij moest neerwaarts ritsen
want de zwaartekracht bood
geen andere keuze ,dat wist de druppel
hij was liever rechtsreeks in zee gevallen
waarbij hij onmiddellijk weer verbonden was
met zijn vrienden de overige druppels
Nu liept hij maar eenzaam
uit te dunnen in meanders
over een oud raam van een herberg.
Bij de eerste zonnestralen droogde hij op
verdampend in de blauwe lucht.
Dat was dan een banale variante
in zijn heel korte bestaan.
Ingrid Lenaerts