er dwaalt
Ingrid Lenaerts
er dwaalt
man met zeisEenzaam zit ze bij het vuur
staart in de vlammen
voelt zich verweg afstandelijk
nietszeggend in een syberische kou
gelaten in de dag
gelaten in de nacht
zij die ooit beminde
met hart en ziel
de zon in kinderogen
de vreugde van het samenzijn
het verlangen naar warmte
het geschenk van alle goede dagen
Haar rest niets meer
dan de sleur der dingen
Eenzaam zit ze bij het vuur
daar wordt aan de deur geklopt
en zie daar staat geraamte en zeis
ik ga mee zegt ze,
ik moet je niet zegt de man
ik ben aan het verkeerde adres
later,veel later kom ik weer.
Ingrid Lenaerts
allerheigenlyriek voor mijn moeder
jachthavenIn de jachthaven
ligt de stilte aan banden
tot een meeuw schel krijst
rimpelend water
onder de bleekblauwe lucht
zwijgzaam drukt de tijd.
het donkert al vlug
het novemberlicht deemstert
waar de poolster pinkt.
inktzwart het water
boten liggen onder dek
in de maneschijn.
Ingrid Lenaerts
beminde tuinenIn landschapstuinen
beminde oorden van droom
ben ik nu de herfst
bladerval voltooit
er het tapijt van kleuren
waaronder ik schuil
tegen winterkou
beschut tegen de ijsprins
die me hier niet vindt
Ingrid Lenaerts
trillendTrillend als met een oude hand
heeft zij haar loden last neergelegd
in de vriendschap en in het begrip
dat ze in zijn ogen zag.
ze keek in de ogen van haar engel
die haar ware minnaar werd
zonder vragen
Hij was tovenaar van haar liefde
die hij koesterde
lang en gelukkig
hij geloofde dat het mogelijk was
deze schijnbaar oude hand
weer te verjongen.
Ingrid Lenaerts
bloemen van papierZoals bloemen van papier
verwaaien in halloweengekte
fragiel en vergankelijk
zo zijn herfststemmingen
wanneer zij de blues roffelen
in haar bezeerde hart
tussen oranje en zwarte gedachten
spookt een heks in haar hoofd
Ze wil niet luisteren
maar deze zwartrok dwingt
tot overgave
kent geen mededogen
met bloemen van papier
Ingrid Lenaerts
laatste avondmaalVerknoeien wij de tijd
van een zalige liefde?
Dat wat als een hooglied begon
dat wat bloeide als rozen
in een hemelse tuin
dat wat brandde
dat laaiende vuur ?
Bijna gedoofd lijkt de bron
waaruit wij samen dronken
waaruit wij onze dromen putten
het vuur smeult nog na
bij dit laatste avondmaal
Na de passie in kwadraat
werp je me voor de leeuwen
als een afgedankt stuk vlees
Was dit dan het einde
de val van een liefde
zonder ooit weer op te staan?
Ingrid Lenaerts
chrysantentrossenChrysantentrossen
pronken in paars bij graven
allerheiligen
ook in geel en roest
prijken ze wachtend als troost
bij heengaan voor altijd
Ingrid Lenaerts

erfenisHerfst brengt erfenis
grasperken kleurrijk bezaaid
de winter krijgt ze
de laatste blaren
voor de takken echt kalen
toeren nog in wind
Ingrid Lenaerts
wegElke vezel trilt
scheurt de bast van mijn herfstziel
zonder schouderklop
die je niets verplicht
tenzij wat troost in je hand
bij klaar helder licht
Ingrid Lenaerts
in gedachten
quercus
Weer regensluiers
over sompige velden
een dag zonder zon.
Ingrid Lenaerts
maisveld
aan de bron
nu deNu de dagen weer langer duisternis dragen
worden mythen en verhalen weer levend
alsof de tijd ons terugzet naar de klok van toen
De heksen en duivels klieven door de lucht
op bezems en vuurspuwende bokken
ze landen in de bossen met groot getal
ze gaan er dansen in de levenscirkels
bij het de laaiende warmte van brandend hout
ze vertellen ijzige verhalen die ze hoorden
tijdens hun zomerzwerven in het noorden
ze brouwen elkaar de afgunst en toverformules
voor de grote liefde van de winterkoning
op bezeerde voeten zetten zoeken ze zwammen
ter voorkoming van alle kwalen
de uilen en eksters zitten op takken te wachten
tot de zotte bende vertrekt naar andere tijden
Ingrid Lenaerts
herfstbladeren
eikde reuzeneik zont
terwijl zijn blaren vallen
op donkere grond
Ingrid Lenaerts