vervreemding
Ingrid Lenaerts
vervreemding
berkenBerken met hun witte stammen
die hun schors laten pellen
als een kinderspel in de wind
vergroeid met blauwe luchten
bos en hei eeuwig in hun buurt
ze groeien in scholen van drie of vier
naast het ven met zijn rietkragen
Berken roepen in mij de heimat op
stil en overtuigend in het landschap
dat purper bloeit in september
op de schrale gronden van zijn troost.
berken zijn als magiërs van romantiek
voor wie hen gelooft en belijdt
Ingrid Lenaerts

inspiratie
gedicht voor vrede.
hij zal
wondermooiHerfstlicht als wonder
bij zonsopgang boven zee
zij brandt de dag in.
Ingrid Lenaerts
en wat doe ik ?En wat doe ik met het noodlot
dat me regelmatig bezoekt
me uitdaagt me naroept ?
om mijn zwakheden te testen
dat joch met schijnbaar witte sokken
toen deze kleur nog deel uitmaakte van geluk.
dat luxepaard dat de betere renstal wou
met heel vers stro
en bakken wortelen
want de beste haver was voor anderen
en dat joch en deze vrouw
die de onrechtvaardigeheid nekte
maar bestraft werd zich in te laten
met grote alwetende sterren.
Het noodlot kan zich meten
met een god in gouden paleizen
ik moet het noodlot niet tarten
want schikgodinnen zijn vals
dragen nep
zo onbetrouwbaar als drijfzand
dat naar de dieperik sleurt
Ingrid Leanerts
beminde afgunstige
man met houten kop
met de treinDoor het raam razen velden mee
volgen tot ze buitennissig ademloos zijn
geven het rennen op laten anderen
de klussen klaren in het landschap
het vensterraam blijft altijd open doek
wisselend in duizend varianten
van runderen die onder grijze hemel herkauwen
tractoren die de ploeg door de aarde schuren
kale wilgen die de grachten omzomen
klapperen in hun takken bij noorderwind
de canada's zie je wuiven
hun vertouwde fluisteren hoor je niet
kadans van het rijden overstemt de stilte
ik dommel in een banale hazenslaap.
het landschap verinnerlijkt zich
Ingrid Lenaerts
er dwaalt
man met zeisEenzaam zit ze bij het vuur
staart in de vlammen
voelt zich verweg afstandelijk
nietszeggend in een syberische kou
gelaten in de dag
gelaten in de nacht
zij die ooit beminde
met hart en ziel
de zon in kinderogen
de vreugde van het samenzijn
het verlangen naar warmte
het geschenk van alle goede dagen
Haar rest niets meer
dan de sleur der dingen
Eenzaam zit ze bij het vuur
daar wordt aan de deur geklopt
en zie daar staat geraamte en zeis
ik ga mee zegt ze,
ik moet je niet zegt de man
ik ben aan het verkeerde adres
later,veel later kom ik weer.
Ingrid Lenaerts
allerheigenlyriek voor mijn moeder
jachthavenIn de jachthaven
ligt de stilte aan banden
tot een meeuw schel krijst
rimpelend water
onder de bleekblauwe lucht
zwijgzaam drukt de tijd.
het donkert al vlug
het novemberlicht deemstert
waar de poolster pinkt.
inktzwart het water
boten liggen onder dek
in de maneschijn.
Ingrid Lenaerts
beminde tuinenIn landschapstuinen
beminde oorden van droom
ben ik nu de herfst
bladerval voltooit
er het tapijt van kleuren
waaronder ik schuil
tegen winterkou
beschut tegen de ijsprins
die me hier niet vindt
Ingrid Lenaerts
trillendTrillend als met een oude hand
heeft zij haar loden last neergelegd
in de vriendschap en in het begrip
dat ze in zijn ogen zag.
ze keek in de ogen van haar engel
die haar ware minnaar werd
zonder vragen
Hij was tovenaar van haar liefde
die hij koesterde
lang en gelukkig
hij geloofde dat het mogelijk was
deze schijnbaar oude hand
weer te verjongen.
Ingrid Lenaerts
bloemen van papierZoals bloemen van papier
verwaaien in halloweengekte
fragiel en vergankelijk
zo zijn herfststemmingen
wanneer zij de blues roffelen
in haar bezeerde hart
tussen oranje en zwarte gedachten
spookt een heks in haar hoofd
Ze wil niet luisteren
maar deze zwartrok dwingt
tot overgave
kent geen mededogen
met bloemen van papier
Ingrid Lenaerts
laatste avondmaalVerknoeien wij de tijd
van een zalige liefde?
Dat wat als een hooglied begon
dat wat bloeide als rozen
in een hemelse tuin
dat wat brandde
dat laaiende vuur ?
Bijna gedoofd lijkt de bron
waaruit wij samen dronken
waaruit wij onze dromen putten
het vuur smeult nog na
bij dit laatste avondmaal
Na de passie in kwadraat
werp je me voor de leeuwen
als een afgedankt stuk vlees
Was dit dan het einde
de val van een liefde
zonder ooit weer op te staan?
Ingrid Lenaerts
chrysantentrossenChrysantentrossen
pronken in paars bij graven
allerheiligen
ook in geel en roest
prijken ze wachtend als troost
bij heengaan voor altijd
Ingrid Lenaerts