ster
Lichtjaren veraf
sterren staan onbereikbaar
dicht boven ons huis
Ingrid lenaerts
sterLichtjaren veraf
sterren staan onbereikbaar
dicht boven ons huis
Ingrid lenaerts
komkom naar deze stralende sterren
bij maanlicht oranje tegen donkerblauw
de vriezeman loopt over berg en dal
met zijn ijsstaf en tovert kristallen de luxe
als een uitdagend werkje brugse kant
in plassen op straten over velden
de ramen zijn witdicht gevrozen
het weidegras draagt witte helmen
de aarde kraakt van mens en dier
elke beweging klinkt ijler in de lucht
alles lijkt zo groot en overtreffend
ik voel me nietig bij deze sterrenwacht
Ingrid Lenaerts
lege supermarkt
sneeuwDe sneeuw verwachten
hopen op een witte kerst
romantische droom.
vlokken dwarrelen
als engelenhaar neerwaarts
voor het vensterraam
over de straten
een vacht van grote stilte
dempt mijn voetstappen
Ingrid Lenaerts
ijsschaatsen
koukleumen
morgenluchtwolken jagen snel
plooien de blauwe hemel
tot een wattig bed
Ras verdwijnt het licht
het wordt zo een grauwe dag
met ijzige wind
Ingrid Lenaerts
wintertuineen wintertuin met rijm omkranst
de laatste rozen halfstok
broos rood geknakt door vorst
de grassen omrand met kristalwit
zie ik huiveren in hun plunje
Koolmeesje op de voedertafel
slaat zijn voorraad op
een wintertuuin vol blijvend groen
de sparren wiegen licht in de wind
klimop stevig aan de muur gehecht
keert zijn blaren naar de hemelkant
de hulst heeft nog al zijn rode bolletjes
om zich te laten bewonderen
de wintertuin wacht op de rijzende zon
die verbleekt en afstandelijk is.
nog probeert zij warmte tot leven te wekken
een wintertuin met rijm omkranst
Ingrid Lenaerts
maanBoven mijn hoofd
een halve maan
begeleider van de nacht
in een donkerblauwe lucht
tussen de sterren
zij reist en waakt
tot de morgen
boven mijn hoofd
een halve maan.
Ingrid Lenaerts
vroege vogel
kalender
bosbessenMet blauwige mist
vertoeven bosbessen stil
op de heidegrond
donkere tijden
RoosEen roos in de storm
knakt er af door brut geweld
wil toch liefde niet kwijt.
Ingrid Lenaerts
wij
zoals het waterZoals het water tegen de oever klotst
zo hoor ik mijn harteklop in mijn hoofd
angst voor de inktzwarte diepten
in de scheepsdokken die er verlaten bijliggen
de haven lijkt een open muil
waar de wind het oppervlak rimpelt
in de strakke westenwind
waar de losse planken kraken
alsof de bruggen zullen instrorten
Ik maak me uit de voeten
bij al dit natuurgeweld
ik kan op de hoofden lopen
van de angstduivels die hier huizen.
Ingrid Lenaerts
avondtreinDe forhenzentrein wiegt door de avond
dan versnelt hij zijn snelheid
zoals een ontsnappende gazelle
die vlucht voor de leeuw
de reizigers suffen hun aanwezigheid
half slapend half wakend in het geheel
een rups die door de avond flitst
opweg naar vele thuisbestemmingen.
Ingrid Lenaerts
zeewindZeewind kromt bomen
geschraagd tot een reuzenhaag
nog niet in opmars.
Ingrid Lenaerts
VERWARRING OP ZEEDe zee is buitenmatig verward
ze lijkt een chaotisch monument
van weerspannigheid
een leger golven dat muit
neerslaat alles op zijn weg.
wandelaars worden binneste buiten gekeerd
in hun jassen op de dijk
de wind is de generaal die buldert
maar geen orde krijgt in zijn gedachten
het water spat uiteen in kolkende woede
zonder erbarmen volgt de executie
de storm valt nu ook het land aan .
Ingrid Lenaerts