wie zou?
Er was geen held die op me wachtte
er was geen schaap dat ik troosten kon
ik was alleen een deel van een meute
die mekaar voorbij raasde in schemerdonker
de wind porde ons in de rug
er was geen weg terug
verstikt in het alleen-zijn
deed ik de gekste kuren
wie zou me dan wel opmerken ?
Een hond op doortocht
twee katten in bronstig spel
gunden me zelfs nog geen aandacht
Ik ben mezelf maar gaan troosten
met een nieuwe dag en een ander stilte
bij zonsopgang
Ingrid Lenaerts

